In een uitgebreid weblog gaat Kees de Lange in op zo maar wat misstanden bij het ABP. Aan de orde komen het benoemingsbeleid, de medezeggenschap of wat daar voor door gaat, en de achterstallige indexatie. Het is maar dat u het weet.
In een uitgebreid weblog gaat Kees de Lange in op zo maar wat misstanden bij het ABP. Aan de orde komen het benoemingsbeleid, de medezeggenschap of wat daar voor door gaat, en de achterstallige indexatie. Het is maar dat u het weet.
Kees de LangeHet ABP, wat moet je ermee? Het zal u niet onbekend zijn dat we ons als NBP ernstige zorgen maken over het ABP. Onze kritiek is fundamenteel, en wordt maatschappelijk gelukkig steeds breder gedragen. Steeds meer is het ABP bezig met het voeren van achterhoedegevechten, al beseft men het zelf nog niet. Laten we ter verhoging van de druk weer eens een aantal van onze bezwaren de revue laten passeren.
Helaas moeten we allereerst concluderen dat de oudedagsvoorziening van de deelnemers in het ABP, die verplicht zijn maandelijks aan het fonds af te dragen of gepensioneerd zijn, gekaapt is door een heilloze coalitie van vakbonden en werkgevers. Zij beslissen over de premies, zij beslissen over hoe uw kostbare centjes op ondoorzichtige wijze belegd worden, zij beslissen over uw indexatie. U heeft daar helemaal niets over te zeggen. En dat wil het ABP bestuur graag zo houden. Tot elke prijs. Alles gebeurt immers op uw kosten, en niets werkt zo verslavend als macht. Zeker als er nog een mooi salaris bij hoort ook.
Vergeleken met de andere grote Nederlandse pensioenfondsen presteert het ABP zeer matig, met een gênante plek in de achterhoede. Bij Kassa op 7 november 2009 heeft u kunnen zien wat de herstelplannen van het ABP met name voor gepensioneerden betekenen. Hoewel onze berekeningen ruim voor de uitzending aan het ABP zijn toegestuurd en het ABP heeft aangegeven dat onze becijfering correct is, verscheen toch vice-voorzitter Xander den Uyl op de buis om het volk te melden dat de berekeningen van het zwartste scenario uitgingen en dat men het als ABP fantastisch deed. Laten we nog maar eens benadrukken dat het om de eigen cijfers van het ABP ging die als uitgangspunt gebruikt zijn. De oogkleppen van de macht, het negeren van de feiten, het misleiden van de kijkers. Maar wie gelooft tegenwoordig de ABP bestuurders nog?
De bestuurscultuur bij het ABP is er één uit een voorbije periode. Bestuursleden worden niet gekozen, maar op uiterst ondoorzichtige wijze naar voren geschoven waarbij relevante capaciteiten, als ze al aanwezig zijn, op effectieve wijze verborgen worden gehouden. Het gaat om parttime bestuurders die naar de maatstaven van de gemiddelde werkende of gepensioneerde excessief betaald worden. Een anachronisme van de eerste orde, dat alleen via een keiharde publicitaire campagne aangepakt en veranderd kan worden. Want geloof maar niet dat het ABP bestuur ooit vrijwillig zijn riante machtspositie ter discussie zal stellen.
Over die bestuurssamenstelling valt op zichzelf al veel te zeggen. Het old-boys-network etaleert hier ten overvloede dat het hebben van kennissen veel belangrijker is dan kennis. Brinkman, Borghouts, Nijpels, Borghouts opnieuw….Maar gelukkig worden nu toch in de Tweede Kamer de juiste vragen gesteld en door een meerderheid de juiste conclusies getrokken. Eindelijk ligt dit soort figuren nu onder vuur. Je zou haast gaan terugverlangen naar de klassieke dorpse aanpak waarbij dit soort lieden overgoten met pek en veren over de gemeentegrens wordt gezet. De woede onder gepensioneerden is er groot genoeg voor.
Tja, en dan de indexatie… In Kassa heeft u kunnen zien wat de lange termijn vooruitzichten bij het ABP voor gepensioneerden zijn. Daar word je niet vrolijk van. En zeer onlangs heeft het ABP de jaarlijkse indexatiebeslissing genomen. Dat komt voor 2009 neer op 0,45 %, waarvan 0,28% structureel en 0,17 % incidenteel. In het licht van de loonontwikkeling van 2,20% is dit natuurlijk een schijntje. Overigens staan bij een dekkingsgraad van 105 de eigen regels die het ABP jarenlang gehanteerd hebben niet toe dat er sowieso over 2009 indexatie zou worden uitgekeerd. Waarom doet het ABP dan toch een poging, zij het van een grote bescheidenheid? De reden is duidelijk. Doordat men heeft besloten, ongetwijfeld onder druk van de overheid als werkgever, de pensioenpremies toch maar niet te verhogen, en gezien alle negatieve publiciteit die het ABP over zichzelf heeft afgeroepen, werd een klein pr gebaar nodig geacht om iets van de heersende ontevredenheid, met name onder gepensioneerden, te sussen.
Hoe verhoudt nu deze indexatie over 2009 zich met de werkelijkheid van de laatste jaren? Zoals u weet is het de missie van het ABP om met de pensioenen de loonontwikkeling in de sector te volgen. De partijen in het ABP bestuur hebben jarenlang gekozen voor een ontoereikende premieheffing. Om toch deze missie te vervullen, wordt er al jaren een uiterst risicovol beleggingsbeleid gevoerd. De gevolgen kent u. In de volgende tabel geven wij aan wat de loonontwikkeling sinds 2004 is geweest, en welk deel er via indexatiebetaling gecompenseerd is. We komen tot de voor velen schrikbarende conclusie dat gepensioneerden cumulatief ruim 16% van een jaarpensioen, dus ongeveer twee maanden pensioenbetaling, nooit ontvangen hebben. Dat is andere koek dan een zoethoudertje van 0,45%. Let wel, deze getallen worden door het ABP niet bestreden.

Het ABP misleidt regelmatig zijn deelnemers, en doet dat waarschijnlijk bewust. Misleiding betekent dat alleen die gegevens die een vooropgezet belang dienen naar buiten gebracht worden, terwijl andere even relevante informatie verzwegen wordt. Dat is precies wat er bij het ABP gebeurt. In een reactie op Kassa op de ABP website glorieert Xander den Uyl in het feit dat er in 2007 inhaalindexatie betaald is. Dat is correct, maar wat hij niet noemt zijn de jaren waarin dat niet gebeurd is. Kennelijk vindt het ABP het niet opportuun die informatie helder naar buiten te brengen. U snapt nu waarom: uit bovenstaande tabel ziet u wat de werkelijke situatie is. En dat is toch een ander verhaal dan het zonnige maar in essentie onjuiste beeld dat onze Xander graag ophangt. ‘An inconvenient truth’, om met Al Gore te spreken.
Tenslotte de medezeggenschap. Of wat daar voor doorgaat bij het ABP. Het ABP kent een deelnemersraad (DNR) met totaal 36 leden. De grootste fractie is die van de ACOP, zeg maar FNV, met 18 leden. Daarna, de CCOOP met 8 leden, het Ambtenarencentrum met 4, de CMHF met 4, en de NVOG met 2 leden. Al deze mensen (behalve de NVOG-leden) worden benoemd met last en ruggespraak door dezelfde vakbonden die ook de bestuursleden benoemen. Dat zijn dus 34 leden van de 36 van de deelnemersraad, die niet geacht worden daar hun eigen mening te uiten. Met andere woorden, zelfstandig denken wordt niet op prijs gesteld en komt ook zelden voor. Ook de rechten van de DNR zijn minimaal, men mag wat betekenisloze adviezen uitbrengen waar het bestuur naar eigen goeddunken mee omspringt. Is de DNR een nuttig orgaan? Nauwelijks. De deelnemersraad is in feite een marionettentheater waarbij Xander den Uyl en de zijnen ijverig aan de touwtjes trekken.
De kosten van dit circus, uiteraard weer opgebracht door de verplichte deelnemers, zijn hoog, en de effectiviteit is gering. Kort samengevat is er sprake van een intellectuele woestijn waar onderdanigheid aan het ABP bestuur, het verstrekken van krachteloze bureaucratische adviezen, het ontbreken van maatschappelijk besef en een griezelige vestingmentaliteit om de voorrang strijden. De enige gunstige uitzondering op dit sombere beeld wordt gevormd door de twee vertegenwoordigers van de NVOG, die daar wel als onafhankelijk denkende, kritische deelnemers zitten.
De positiebepaling van de DNR wil ik u niet onthouden. Het feit dat het ABP twee pensioenclowns in de gelederen heeft opgenomen, brengt bepaald geen stralende lach op de gezichten van de gepensioneerden te weeg. Men hoeft de media maar te volgen om te weten dat de aanstellingen van Borghouts, de Heintje Davids van het ABP, en Nijpels ongelooflijk veel kwaad bloed gezet hebben bij de grote meerderheid van de Nederlanders, en het toch al tanende vertrouwen in het ABP verder ondermijnd hebben. Met dat soort overwegingen hoef je bij de DNR niet aan te komen. Van de DNR heeft 94,4 % van de leden geen aanleiding gezien zich te verzetten tegen de benoemingen van beide functionarissen. Dat feit alleen al is het beste bewijs dat er iets grondig mis is met de representativiteit van deze club. Normaliter moet je voor dit soort uitslagen afreizen naar medezeggenschapsparadijzen als Iran, China of Zimbabwe. Het ontbrekende percentage? U raadt het goed, dat waren de NVOG vertegenwoordigers.
Hoe moet nu de conclusie luiden over het functioneren van het ABP? Niet voor niets kan men in kringen van gepensioneerden regelmatig de term Algemeen Blunderend Pensioenfonds beluisteren. Dat is een ander verhaal dan de term Ons ABP die het bestuur graag hanteert. Want er is, behalve ons uitgestelde loon, niets van ons bij. Dat is verontrustend. Nog veel verontrustender is dat, ondanks de crisis, ondanks de publieke opinie, ondanks het geslonken vertrouwen onder alle categorieën deelnemers, het staren naar de eigen navel voor ABP bestuurders en hun claque nog steeds topprioriteit geniet. Men heeft nog steeds niets geleerd.
Het ABP is weer eens in het nieuws, en opnieuw in negatieve zin. De nasleep van de DSB affaire voor Zalm en Nijpels gaat nu pas beginnen. Dat Nijpels als ABP voorzitter niet te handhaven is, begrijpt iedereen behalve het ABP bestuur. Maar een betere illustratie van het totale gebrek aan een maatschappelijke antenne bij het ABP is het recente nieuws dat Borghouts alsnog aanblijft als bestuurslid. De imagoschade voor het ABP is opnieuw enorm.
Om aan alle negatieve berichtgeving het hoofd te bieden, komt het ABP met een publiciteitsstuntje door ondanks de belabberde dekkingsgraad toch de premieverhoging niet door te zetten, en de gepensioneerden een mini-kluifje in de vorm van een greintje indexatie toe te werpen. We komen op deze website binnenkort uitgebreid terug op de indexatieproblematiek.
Tenslotte nog een tweetal artikelen van belang. In NRC van 12 november betoogt Menno Tamminga dat de Nederlandse pensioenfondsen zich in hun beleggingsbeleid primair laten leiden door de belangen van werkenden, en niet door die van gepensioneerden. Geen nieuws voor regelmatige bezoekers van deze website. Dat is een onmiddellijk gevolg van het feit dat de invloed van gepensioneerden op het beleid bewust gefrustreerd wordt door vakbonden en werkgevers. In een NRC artikel van 3 november zet Bernard van Praag op nuchtere wijze wat zaken over pensioenen op een rijtje. Een welkome bijdrage aan de transparantie die de pensioenfondsen niet geven.
Door de uitzending in Kassa is het bezoek aan onze website enorm. Zelfs het ABP kon het zich niet veroorloven niet te reageren en kwam met een summier berichtje op de eigen website. Het is curieus om te zien hoe pensioenfondsbestuurders zich in bochten wringen om de gevolgen van hun eigen plannen, doorgerekend met hun eigen cijfers, te bagatelliseren. In het ABP berichtje werd overigens gemeld dat de achterstallige indexatie tot en met 2007 was ingelopen, reden voor uw voorzitter om het ABP een briefje te schrijven met het verzoek hem een nabetaling te doen. Wellicht een idee voor andere gedupeerden ook. Trouw gaat in een artikel, ‘Onzekerheid pensioenen blijft groot’, van 10 november 2009 ook nog eens op de berekeningen in (lees hier het volledige artikel). Tenslotte gaat de politieke partij OokU in een persbericht in op de schokkende situatie bij PNO Media.
Over de benoeming van Nijpels is het laatste woord nog niet gesproken. Een verdere bijdrage aan zijn toch al onherstelbare imagoschade wordt geleverd door een artikel van Ewald Engelen in de Groene Amsterdammer van 28 oktober.
Tenslotte gaat Simon van der Schoot in zijn weblog in op een onbeholpen berichtje in een CMHF blaadje. Merkwaardig dat een organisatie die al jaren met Simon in de deelnemersraad van het ABP zitting heeft nog steeds niet door heeft wie Simon vertegenwoordigt.
Uit betrouwbare bron vernemen wij dat het overleg over medebestuur en medezeggenschap naar aanleiding van de motie Omtzigt in het slop zit. Wij hebben de hand kunnen leggen op een instructie voor Peter Gortzak, onderhandelaar voor de FNV, die de opstelling van deze bond goed weergeeft.
Simon van der SchootIn het blaadje Perspectief van de CMHF verscheen onlangs het volgende berichtje:

In deze open brief constateert u dat ondergetekende een andere invalshoek zou hebben in zijn opstelling dan het bestuur van de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP). Het verheugt mij dat u zo “meeleeft ” hieromtrent……
Allereerst een correctie die u al na minimale research zelf had kunnen aanbrengen. Het bestuur van de NBP heeft nooit met bestuursleden van het ABP gesproken en heeft ook nimmer een uitnodiging daartoe ontvangen. Wel is onlangs gesproken met de directeur van het ABP bureau en de directeur Fondsrelaties van de APG. De woordvoerder van het ABP, of hoe deze slecht geïnformeerde functionaris ook mag heten, heeft ongetwijfeld een levendige fantasie, maar kent de feiten slecht.
Het formuleren van adviezen in de ABP Deelnemersraad (DNR) kent helaas qua invloed forse beperkingen en is niet hetzelfde als het uiten van welgemeende maatschappelijke onvrede en wantrouwen jegens de financiële wereld die velen in de samenleving thans bezig houden en die door het bestuur van de NBP worden gesignaleerd, geregistreerd, en geuit.
Bovenstaande verklaart:
Als u meent wat u daarover zegt in uw open brief, dan had u deze open brief niet behoeven te schrijven. Dan was de koninklijke weg van elkaar persoonlijk informeren en bevragen veel logischer geweest. Nu lijkt het dat u op tweespalt uit bent….
Hoogachtend,
Simon van der Schoot (Fractievoorzitter Gepensioneerdenfractie NVOG).
De uitzending van Kassa van 7 november heeft onmiddellijk veel los gemaakt. Het is opnieuw de NBP die de kat de bel aanbindt, en dat was gezien de ontwijkende reacties van diverse fondsbestuurders ook hard nodig. Heeft u de uitzending gemist? Kijk dan voor al naar de herhaling en lees wat Kassa zelf over de uitzending te zeggen heeft. Lees ook het persbericht van Kassa. Met name de arrogantie van fondsbestuurders is ongelooflijk. De reacties variëren van ‘niets aan de hand’, ‘we hebben het goed gedaan’, tot ‘daar praten we met u niet over’.
In de pers wordt zeer veel aandacht aan de uitzending van Kassa gewijd. Als één van zeer vele voorbeelden noemen we het artikel in Trouw, ‘Gepensioneerden lopen veel geld mis’, van 7 november 2009. Ook de beschouwing van 7 november van Alternatief Voor Vakbond op hun website is het lezen meer dan waard. Verdient Xander ons vertrouwen nog wel?
We houden u via deze pagina op de hoogte van alle ontwikkelingen.
Het gaat niet goed met de pensioenen in Nederland, al beweren bestuurders van pensioenfondsen graag het tegendeel. Ongeveer de helft van de pensioenfondsen heeft herstelplannen moeten indienen bij De Nederlandsche Bank (DNB). Over de gevolgen van de eigen herstelplannen communiceert men niet graag. Onlangs werd de NBP als de representatieve belangenbehartigingsorganisatie benaderd door Kassa, om herstelplannen door te rekenen en de resultaten te presenteren. Naast de presentatie in de TV uitzending van 7 november 2009 geven wij de resultaten ook hier, voor de pensioenfondsen ABP, Zorg en Welzijn, Metaal en Techniek, BPFbouw, PME (Metalelektro), Horeca en Catering, en PNOMedia. Totaal zijn bij deze fondsen ruim 8,3 miljoen deelnemers aangesloten.
Het wordt de hoogste tijd dat iedere pensioengerechtigde zich op de hoogte stelt van hoe het er voor staat met zijn oudedagsvoorziening. De resultaten van ons onderzoek zijn zonder meer ontluisterend. Lees vooral het weblog van Leo van Heesch die voor de NBP de analyses gedaan heeft. Als u dan nog moed hebt, neem dan kennis van de treurig stemmende cijfers voor de diverse pensioenfondsen, met PNOMedia als de treurige hekkensluiter. Het wordt echt tijd voor actie.
Leo van HeeschSoms heb je de keus tussen aardig zijn of eerlijk en vervelend, illusies doorprikken, boodschapper zijn van slecht nieuws. De afgelopen maanden vertellen kennissen mij blij dat de dekkingsgraad van hun pensioenfonds weer boven de 100 of de 105 ligt en dat dus de problemen voorbij zijn. Ik vind het beroerd om hun plezier te bederven maar wij zijn er nog lang niet, sterker nog, ik denk het niet meer mee te maken, dat ons pensioen volledig op orde is. Het enige positieve dat er te melden valt is, dat het gevaar van permanente vermindering of afstempeling van de pensioenen niet meer acuut is.
Een snelle blik op een aantal herstelplannen van pensioenenfondsen had mij al tot dat inzicht gebracht. Een verzoek van het programma Kassa aan de NBP om mee te werken aan een uitzending over de herstelplannen van de pensioenfondsen dwong mij om die herstelplannen echt door te rekenen.
Dan dien je een aantal keuzes te maken.
De dekkingsgraden zijn de afgelopen 8 maanden inderdaad veel sterker gestegen, dan in de herstelplannen voorzien. Het is dus reëel om van die sterk verbeterde situatie uit te gaan. De meeste herstelplannen gaan uit van een gemiddelde loonstijging van 3% en een inflatie van 2% dus een reële stijging van 1%. Nu is de reële loonstijging de afgelopen 20 jaar nog geen ½% geweest. Het ligt daarom voor de hand om toch maar uit te gaan van een loonstijging van 2½% in plaats van 3% waar de meeste herstelplannen op rekenen. Dat levert weliswaar wat minder spectaculaire verschillen op, maar is wel dichter bij de waarheid. Wat te doen met de door veel economen verwachte terugval van de economie en de waarschijnlijke conjuncturele dips in de komende 15 jaar. Daarmee rekening houden maakt de uitkomsten wel erg speculatief. Bovendien is het groeitempo van de dekkingsgraden in de herstelplannen aan de voorzichtige kant. Die voorzichtigheid en de kans op dips in de economie streep ik tegen elkaar weg.
Op basis van bovengenoemde vooronderstellingen reken ik het herstelplan van het pensioenfonds “Zorg en Welzijn” (vroeger PGGM) door. Ondanks mijn aanvankelijke pessimisme, schrik ik toch van de uitkomsten. Het duurt 11 jaar voordat de koopkracht van het pensioen weer op peil is en het duurt 16 jaar eer het pensioen weer op het niveau is dat overeenkomt met de verwachtingen die een gepensioneerde ten aanzien van zijn pensioen mag hebben. In die zestien jaar is iemand met een pensioen in 2008 van € 10.000 een bedrag van in totaal € 13.000 tekort gekomen.
De redactie van Kassa reageert positief op deze opzet en vraagt eenzelfde berekening te maken voor een aantal grote pensioenfondsen. Bij de selectie van de pensioenfondsen wordt de keuze bepaald door het aantal deelnemers, slapers (mensen die pensioenrechten hebben maar op dit moment geen premie betalen aan het betreffende pensioenfonds) en gepensioneerden. Op die basis worden geselecteerd: het ABP, Zorg en Welzijn, Metaal en Techniek, BPFbouw, PME (Metalelektro), Horeca en Catering. Voor de aardigheid reken ik ook PNOMedia door, een klein pensioenfonds maar het pensioenfonds van de omroepmedewerkers. Totaal zijn meer dan 8,3 miljoen mensen pensioengerechtigd bij bovengenoemde pensioenfondsen.
De uitkomsten voor sommige pensioenfondsen zijn uitzichtloos. Als beste van de onderzochte fondsen komt BPFbouw er uit, waar binnen 8 jaar de koopkracht van het pensioen weer op peil is en na 16 jaar ook het pensioen weer de loonontwikkelingen volgt. In de tussentijd heeft iemand met een pensioen van € 10.000 wel in totaal € 6.700 te weinig ontvangen. Het slechtste scoort PNOMedia. Een gepensioneerde met een pensioen van € 10.000 komt over 15 jaar per jaar nog € 3.500 te kort en het totale tekort in de loop van die 15 jaar is dan opgelopen tot € 36.000. Ook qua koopkracht heeft die gepensioneerde dan nog een jaarlijks tekort van ruim € 2.400.
Schokkende cijfers die duidelijk maken hoezeer ons mooie pensioenstelsel in de loop van de jaren verkwanseld is aan het gegraai van de werkgevers en het korte termijn denken van de vakbonden.
Tot de jaren ’90 van de vorige eeuw waren de pensioenpremies vrij hoog. De pensioenfondsen belegden in risicomijdende producten met een niet zo hoog rendement. Ondanks dat waren de reserves goed. Te goed, vonden veel werkgevers die enthousiast begonnen te graaien. Alleen de rijksoverheid haalde al meer dan 30 miljard gulden uit het ABP, andere werkgevers lieten zich ook niet onbetuigd. Het waardevaste en welvaartsvaste pensioen dat ABP-pensioengerechtigden hun hele werkzame leven was voorgespiegeld, was inmiddels al lang tussen wal en schip verdwenen. De pensioenfondsen mochten wel in risicovolle producten beleggen. Van jaar tot jaar werden de premies onverantwoord laag vastgesteld. Maar, de beurs zou wel goed maken waar de premies tekort schoten. Dat ging inderdaad goed totdat Nina Brink met de scherpe nagels van haar beide duimen de internetzeepbel doorprikte.
Toen was Leiden in last. Veel pensioenfondsen konden niet meer indexeren, De Nederlandse Bank greep in met zwaardere eisen. De pensioenregelingen werden versoberd. Van het eindloonstelsel gingen veel fondsen over naar het middenloonstelsel en ook het nabestaandenpensioen werd in veel gevallen gehalveerd. De meeste pensioenfondsen waren ten gevolge van deze maatregelen na een jaar of zes weer redelijk opgekrabbeld toen de kredietcrisis een nog groter gat sloeg. Zoals uit de berekeningen blijkt, een niet te verantwoorden aanslag op het vertrouwen dat veel werknemers mochten hebben in hun pensioenregeling.
Degenen die ons pensioenstelsel zo hebben laten versloffen hebben de dure plicht om de zaak weer te repareren. Dat zal voor veel gepensioneerden te laat komen, maar is voor de werkenden van nu absoluut noodzakelijk om hen weer te laten vertrouwen op een fatsoenlijke oudedagsvoorziening.
Leo van Heesch
Martin Pikaart (Alternatief Voor Vakbond) en Kees de Lange (NBP) geven in een weblog hun gezamenlijke visie over de toekomst van het Nederlandse pensioensysteem. Er is, zeker op het terrein van medebestuur en medezeggenschap nog een lange weg te gaan naar een eigentijds pensioenstelsel.
Martin Pikaart
Kees de LangeIn de financiële wereld heeft een aardbeving plaatsgevonden en de pensioenwereld beeft mee. Onvoorstelbare kapitalen zijn eenvoudigweg verdampt, en een wereldwijde economische recessie die iedereen treft is het gevolg. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Merkwaardig genoeg bestaat over de oorzaken van dit drama grote eenstemmigheid. Een bonuscultuur zonder weerga en een globalisering zonder afdoende inschatting van risico’s hebben de deur open gezet voor het najagen van het eigen financiële belang van weinigen ten koste van de zekerheden van velen. Hebben we er iets van geleerd?
Het is nog niet zo lang geleden dat de financiële instellingen in Nederland door zo’n 95 procent van de bevolking als voorbeelden van stabiliteit werden gezien. In nog sterkere mate gold dit voor de pensioenfondsen. Door de ontwikkelingen op de financiële markten sinds 2008 is het vertrouwen van globaal de helft van de bevolking tegelijk met de financiële reserves van banken en pensioenfondsen verdampt. Nu weet iedere econoom ons te vertellen dat herstel van vertrouwen de allerbelangrijkste voorwaarde is om uit de huidige crisis te geraken. Men zou dus verwachten dat een dergelijke doelstelling bij alle betrokkenen de hoogste prioriteit zou hebben. Is dat ook zo? Laten we de situatie rond onze pensioenen eens bekijken.
Wat doen onze bedrijfstakpensioenfondsen, waar de grote meerderheid van de Nederlanders verplicht bij is aangesloten, aan herstel van vertrouwen? Helaas is het feit dat het uitgestelde loon van miljoenen Nederlanders beheerd wordt door een kartel van werkgevers en vakorganisaties, met uitsluiting van zeer grote groepen belanghebbenden zoals ouderen en jongeren, niet bepaald een uitgangspunt voor brede publieke steun. Ouderen krijgen te horen dat de voorgespiegelde zekerheden ineens verdwenen zijn, jongeren worden geconfronteerd met torenhoge premies en vergaande versoberingen van hun regeling. Beiden hebben geen enkele inspraak over hun pensioengeld.
Ook het feit dat met name de vakorganisaties ons willen doen geloven dat alles wél is in pensioenland, en dat op het vlak van deelnemersparticipatie en medezeggenschap de zaken naar volle tevredenheid zijn geregeld, doet bij velen de alarmbellen rinkelen. En dat ons grootste pensioenfonds, het ABP, het bestaat om bestuurders en commissarissen te benoemen uit het old-boys-network die niet uitmunten door kennis van zaken en dikwijls betrokken zijn geweest bij dubieuze financiële aangelegenheden, is opnieuw een factor die het noodzakelijke herstel van vertrouwen verder naar de achtergrond schuift.
Wat dient er dan wel te gebeuren? Als we even kans zien ons los te maken van allerlei traditionele deelbelangen die een enorme belemmering vormen om ons pensioenstelsel te moderniseren, dan is de oplossingsrichting evident. De financiële risico’s in de pensioenwereld worden grotendeels gedragen door de deelnemers. Het zou in deze tijd geen betoog behoeven dat zij die de grootste risico’s lopen, ook direct bij het beleid betrokken dienen te worden. Slechts door de deelnemers een significante rol bij de besluitvorming te geven op een wijze die recht doet aan hun belang en de mate van risico die zij lopen, slechts door het instellen van effectieve vormen van medezeggenschap en dus van medeverantwoordelijkheid, kan de huidige vertrouwenscrisis in de pensioenwereld bestreden worden. Wie dit niet wenst te onderkennen, is ziende blind.
De weg voorwaarts is duidelijk. De veel te lang uitgebleven democratisering van onze pensioenfondsen, de emancipatie op pensioengebied van miljoenen jongeren zowel als ouderen die door de huidige kongsi van werkgevers en traditionele vakorganisaties in de marge zijn gemanoeuvreerd, dient met spoed ter hand te worden genomen. De discussie hierover in de Tweede Kamer is pas begonnen. Laten we het voorlopige standpunt dat er op het punt van medezeggenschap in pensioenland veel te verbeteren valt, en dat dit op korte termijn dient te gebeuren, vooralsnog het voordeel van de twijfel gunnen. Slechts ingrijpende veranderingen kunnen bijdragen aan het herstel van vertrouwen van miljoenen in een pensioenstelsel waarmee Nederland zich in principe gunstig onderscheidt van de rest van Europa. Laten we dat laatste vooral zo houden.
Kees de Lange, voorzitter Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP)
Martin Pikaart, voorzitter Alternatief Voor Vakbond (AVV)