Archief van januari 2010

Rapport Commissie Goudswaard volgt de werkgeversagenda

vrijdag 29 januari 2010

Het rapport Goudswaard is uit en volgt de welbekende werkgeversagenda op de voet. Geen woord over wanbeleid en incompetentie bij de besturen van bedrijfstakpensioenfondsen, geen woord over de noodzaak om tot representatief, oordeelkundig pensioenfondsbestuur te komen, maar een nieuwe poging de zwarte piet bij de slachtoffers, de fondsdeelnemers te deponeren. U kent het wel: het pensioenstelsel versterken door het eerst te slopen.

De inkt van het rapport was nog niet droog of werkgeversvoorzitter Wientjes en werkgeversminister Donner hadden het al omarmd. In zijn weblog geeft Kees de Lange onder de titel ‘belubberd en bedonnerd’ onverdund zijn mening.

Tenslotte laat de CSO zijn stem horen over de noodzaak de arbeidsdeelname van ouderen te bevorderen, liever dan de AOW leeftijd te verhogen.

Belubberd en bedonnerd

vrijdag 29 januari 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Rond 1995 kreeg een bedrag van 32 miljard gulden, overeenkomend met 15 miljard euro, uit de kas van het overheidspensioenfonds ABP, een andere bestemming. In gewone mensentaal, dit bedrag werd, onder goedkeurend geknik van het toenmalige bestuur bestaande uit pensioenillusionisten uit vakbonds- en werkgeverskring, gebruikt om de budgettaire problemen van de Staat der Nederlanden te verlichten. Er was immers sprake van overwinst in de pensioenfondsen, en dat zou maatschappelijk niet aanvaardbaar zijn. Woorden van het kabinet Lubbers (CDA) en Kok (PvdA). De verplichte deelnemers in het fonds werd uiteraard niet naar hun mening gevraagd.

In die tijd dacht men dat privatisering van het ABP in 1996 en uitgebreid beleggen op de aandelenmarkten de ontvreemde 15 miljard ruimschoots zou compenseren. We hebben het geweten. De toen ingezette aanval op het pensioenstelsel werkt door tot op de dag van vandaag. Als dat bedrag toen was weggezet tegen 7%, een rendement dat voor het ABP, zo verklaart men graag, zeer goed haalbaar is, dan zou dat in 15 jaar zijn aangegroeid tot ongeveer 39 miljard. De huidige miserabele dekkingsgraad van niet eens 105 zou dan opeens op 123 komen. Een ander verhaal, een andere wereld, een wereld waarin om de onvergetelijke woorden van Marcel van Dam te gebruiken alle ABP deelnemers niet zouden zijn belubberd.

Het mocht niet zo zijn. Nu, 15 jaar later, is de mentaliteit van de pensioenbeheerders nauwelijks veranderd. Als Gerard Riemen, directeur van de vereniging van bedrijfstakpensioenfondsen (VB) zijn obligate nietszeggendheden debiteert, dan dringt zich onontkoombaar het beeld op van de hoofdopzichter in Jurassic Park. Achter hekken zo hoog dat een buitenstaander onmogelijk naar binnen kan kijken, laat staan invloed kan uitoefenen, bevinden zich dinosaurussen. Dat de grootsten onder hen de herseninhoud van een walnoot hebben, moet in dit verband maar niet teveel benadrukt worden. Die opzichter is zo vervreemd van de normale samenleving, dat hij niet beseft dat de diersoorten die hij in zijn park onder zijn hoede heeft, daarbuiten al lang zijn uitgestorven. Hij heeft ook niet door dat zijn manege bij slecht beheer een gevaar en een bedreiging vormt voor de echte wereld buiten de hekken.

Door het miserabele beheer konden de gevolgen van de huidige en eerdere financiële crises niet adequaat worden aangepakt en kraakt het pensioenstelsel nu in zijn voegen. Nog steeds maken dezelfde vakbonden en werkgevers, ondanks gebleken ongeschiktheid, de dienst uit. Nog steeds wordt tot elke prijs en met alle middelen geprobeerd buitenstaanders medezeggenschap te onthouden. Nog steeds probeert men de fictie op te houden dat alles wel is in pensioenland. Nog steeds rekruteert men oppassers en fondsbestuurders uit een wereld die op uitsterven na dood is. Ondanks de feiten.

Wat zijn die feiten? Een commissie van De Nederlandsche Bank (DNB) heeft vastgesteld dat bij veel pensioenfondsen veel te grote beleggingsrisico’s zijn genomen. De commissie Frijns (tot juli 2005 was Frijns directeur beleggingen van het ABP) heeft in een nog recenter rapport gesteld dat de kennis van zaken over economisch risicomanagement binnen veel pensioenfondsbesturen ondermaats is, waardoor vele miljarden verspeeld zijn. Slachtoffers zijn – natuurlijk – niet de vakbonds- en werkgeversbestuurders die voor hun gebrek aan kennis en verantwoordelijkheidsgevoel nog steeds beloond worden met plaatsen op het pluche en navenante riante salarissen, uiteraard op onze kosten. Slachtoffers zijn de gepensioneerden die opdraaien voor de gevolgen van dit wanbeleid door het uitblijven van indexatie en dus het achterblijven van de koopkracht. Ook actieven, ook al merken zij er op dit moment qua koopkracht nog niets van moeten zich zorgen maken want hun vooruitzichten op een goed pensioen nemen bijna dagelijks verder af. Time for change, ben je geneigd met Obama te roepen. Maar komt die change er ook? Dat valt te betwijfelen.

Nu ook de commissie Goudswaard haar advies heeft uitgebracht aan minister Donner, wordt er steeds meer duidelijk. Deze commissie onderzocht niet hoe het Nederlandse pensioenstelsel in zwaar weer raakte en welke rol wanbestuur en wanbeleid daarin speelden en nog spelen. De commissie Goudswaard gaat domweg uit van de huidige situatie en kijkt wie men de zwarte piet kan toespelen. Dat zijn – het was te voorspellen – de verplichte deelnemers van de bedrijfstakpensioenfondsen voor wie het allemaal volgens Goudswaard best wat minder kan.

Dat pensioenpremies jarenlang veel te laag zijn vastgesteld en het consequent hanteren van een kostendekkende premie in principe het stelsel van aanvullende pensioenen bestand tegen vergrijzing maakt, geen woord erover. Men stelt simpelweg dat de premies niet omhoog kunnen – dat zou slecht zijn voor de economie. Maar wiens economie dan? Je zou toch zeggen dat de economie er voor de mensen is, in plaats van omgekeerd. Volgens Goudswaard redenering is sparen dan ook slecht voor de economie.

Dit rapport is een onverdunde illustratie van het huidige werkgeversdenken waarin de werknemer, en zeker de gepensioneerde, een kostenpost betekent waarop tot elke prijs bespaard moet worden. Ongeacht eerdere toezeggingen, ongeacht gewekte verwachtingen en vooral ongeacht het wanbeleid, de oorzaak van de huidige wantoestand. Want niet de veroorzaker van de ellende, maar het slachtoffer mag de prijs betalen. En hij moet daarbij vooral ook zijn mond houden over zijn eigen uitgestelde loon.

Minister Donner (CDA) is als aartsconservatief al jaren een verlengstuk van Wientjes van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Ach, u kent hun standpunten wel. Het ontslagrecht versoepelen om ouderen te lozen. Deelname van ouderen in het arbeidsproces frustreren en blokkeren. Ouderen uit het arbeidsproces verwijderen tegen zo laag mogelijke kosten. De oudedagsvoorziening beperken onder het mom van efficiency. En natuurlijk zwijgen over schandalen in eigen kring. Bagatelliseren wat er echt speelt en de schuldvraag uit de weg gaan.

En zonder enige gêne de hand ophouden bij de overheid, dus bij de belastingbetaler, als het eigen vrije jongens ondernemerschap in zwaar weer komt. Want hoewel werknemers en gepensioneerden voor Wientjes vooral een kostenpost zijn, is het toch wel prettig als hun slinkende koopkracht kan dienen om zijn eigen achterban financieel uit de zelfbereide puree te halen. En minister Donner? Die voert met steun van zijn partij deze werkgeversagenda stap voor stap uit. Hij heeft de conclusies van het rapport Goudswaard nog nauwelijks kunnen lezen (waarschijnlijk wist hij vooral al wat er uit zou komen) of hij spoort de sociale partners al aan om het pensioenstelsel naar de ideeën van Goudswaard op de schop te nemen. Uiteraard alweer zonder daar de verplichte deelnemers in de fondsen bij te betrekken. Die zijn er om rekeningen te voldoen, niet om mee te praten over hun uitgestelde loon dat ze gedurende een leven van vaak zeer hard werken opgebouwd hebben. Na eerst belubberd te zijn worden we dan nu bedonnerd.

Verplichte deelname aan pensioenfondsen heeft een aantal niet te onderschatten voordelen. Zo behoedt het ons voor het feit dat het heel menselijk is reserveringen voor de toekomst uit te stellen tot het te laat is. Verplichtstelling voorkomt dus veel ellende in de toekomst. Steeds meer blijkt er echter een keerzijde aan die gedwongen winkelnering te zijn. Die situatie leidt immers tot onaanvaardbare arrogantie en regentesk gedrag bij pensioenfondsbestuurders. Zij kunnen zich alles veroorloven, de deelnemer kan geen kant op. Al veertig jaar wordt gestreden voor medezeggenschap, voor een stem in het beheer van het eigen uitgestelde loon.

Met politieke steun van PvdA en CDA wordt dit volstrekt redelijke verlangen echter al decennia lang gefrustreerd en geblokkeerd. Het is genoeg geweest. Het wordt de hoogste tijd, niet om de verplichtstelling helemaal over boord te gooien, maar wel om deelnemers keuzevrijheid te geven bij welk pensioenfonds men zich wil aansluiten. Als deelnemers kunnen stemmen met de voeten, zou, denk ik, het ABP dat zich zo graag bestuurlijk tooit met financiële potsenmakers, brokkenmakers en baantjesjagers als Borghouts en Nijpels, binnen een paar jaar de helft van zijn bestand verliezen, als het op de oude weg doorgaat. De door sommigen bepleite noodzaak om deze moloch op te splitsen in kleinere hanteerbaarder eenheden zou daarmee in één klap gerealiseerd zijn. Als we toch over veranderingen spreken, ligt deze wel erg voor de hand.

Ouderen zijn van een generatie die overwegend is opgegroeid met een groot vertrouwen in de overheid. Het geven van vertrouwen impliceert dat degene die het vertrouwen krijgt dat ook verdient, dus betrouwbaar is. In de afgelopen decennia hebben steeds meer ouderen gemerkt dat die overheid hun vertrouwen niet waard was. Ouderen roeren zich dan ook steeds meer. De ouderenorganisaties, verenigd in de Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties (CSO) komen steeds harder op voor hun financieel-economische belangen en voor betekenisvolle medezeggenschap.

Een goede zaak. Het wordt de hoogste tijd dat met name ouderen die zich op de arbeidsmarkt niet kunnen verdedigen bij de komende verkiezingen eens goed kijken welke partijen hun belangen geschaad en verkwanseld hebben. We zijn nu wel genoeg belubberd en bedonnerd.

Commissie Frijns kritisch over pensioenfondsen, en meer perikelen

zaterdag 23 januari 2010

Het rapport van de commissie Frijns is uit, en is uitermate kritisch over de wijze waarop veel pensioenfondsen bestuurd worden: paternalistisch, met onvoldoende kennis van zaken, en slecht communicerend. De lezers van deze website zullen niet verbaasd zijn.  Kees de Lange wijdt er een kritisch weblog aan.

De rol van de banken en hun verantwoordelijkheid voor het ontstaan van de crisis, het obscene bonusjagen,en het ontoereikende toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB) kwamen de afgelopen week uitgebreid in het nieuws. In De Pers van 20 januari lezen we een kritisch artikel, ‘Ontken, schuif af en bagatelliseer’.

Doordat de gemiddelde leeftijd toeneemt, moeten pensioenfondsen grotere reserves aanhouden. Hierdoor zakt de dekkingsgraad van het ABP opnieuw onder de kritische waarde van 105.
Op diverse niveaus wordt al geprobeerd de geesten rijp te maken voor grote verslechteringen in ons pensioenstelsel. Het wordt dan wel gepresenteerd als het vergroten van de houdbaarheid van het stelsel, maar is natuurlijk gewoon afbraak van een verworvenheid van tientallen jaren. In het FD van 22 januari wordt door de commissie Goudswaard een uitermate zorgelijk beeld geschilderd. Verhullend spraakgebruik is bij pensioenen helaas normaal, en het ABP doet er hard aan mee. Lees wat men de deelnemers te melden heeft, en lees het weblog van Kees de Lange hierover.

Het feit dat een aantal pensioenfondsen het ondanks de crisis relatief goed doen en een groot aantal andere slecht, doet de vraag rijzen of de verplichte winkelnering die geldt bij de meeste bedrijfstakpensioenfondsen nog wel zo’n goed idee is. Naar de mening van de NBP is verplichtstelling weliswaar nodig, maar keuzevrijheid van deelnemers over bij welk fonds zij zich willen aansluiten zou slecht functionerende fondsen met hun neus op de feiten drukken. Als mensen met de voeten kunnen stemmen, zal dit heel snel sanerend werken op regentesk bestuurlijk gedrag. Op 14 januari denkt Marcel Tak in ‘Stop de pensioendwang’ op de website van IEX, langs vergelijkbare lijnen.

Tenslotte medezeggenschap. Lees hier de toelichtingen van Fatma Koser Kaja (D66) en Stef Blok (VVD) op hun initiatiefwetsvoorstel, en neem kennis van de weerstanden die bij bepaalde politieke partijen leven om u inspraak in uw eigen pensioensituatie te geven.

Pensioenfondsen gokken, jokken en maken brokken!

zaterdag 23 januari 2010

Kees de Lange Kees de Lange

De commissie Frijns is met haar rapport gekomen en de inhoud verbaast eigenlijk niemand die de pensioenwereld een beetje volgt. Tegelijk is het rapport ontluisterend, en het is daarom nuttig de hoofdpunten de revue te laten passeren. Het zal daarbij de oplettende lezer opvallen dat zeer veel van de kritiek van de commissie Frijns in feite al heel lang op deze website te lezen is.

disc_1 Besturen van pensioenfondsen moeten zich veel meer naar buiten richten en veel beter met de deelnemers communiceren.
Wat het rapport Frijns niet vermeldt, waarschijnlijk omdat men denkt dat het een open deur is, is dat de deelnemers niet misleid moeten worden. Helaas gebeurt dat in de prakrijk wel. In het pensioenoverzicht dat het ABP in januari 2010 aan alle deelnemers toezond, worden verhullende opmerkingen gemaakt over na-indexatie, terwijl de werkelijkheid is dat mensen die vanaf 1 januari 2004 gepensioneerd zijn, ongeveer twee pensioenmaanden aan achterstallige indexatie niet uitbetaald hebben gekregen. Hierdoor worden gepensioneerden ten opzichte van werkenden op grote achterstand gezet. Bovendien zal deze achterstand alleen maar snel toenemen. Ook vergelijkt het ABP de ontwikkeling van de pensioenen in dit bericht niet met de looninflatie, maar met de prijsinflatie. Nu staat uitermate duidelijk in de missie van het ABP dat men de looninflatie wil bijhouden. De vergelijking met de prijsinflatie is dus in feite irrelevant en dient alleen om de deelnemer in slaap te sussen. Natuurlijk vermeldt het ABP bij de genoemde prijsinflatie ook niet wat de betekenis van die cijfers is. Zo wordt geen rekening gehouden met de dikwijls grote toename in de kosten van gemeentelijke belastingen, de sociale verzekeringen en – niet te vergeten – de zorg. Ook het feit dat de cijfers berekend worden voor de bevolking als geheel zonder rekening te houden met de speciale omstandigheden van gepensioneerden helpt hierbij niet.

disc_1 Pensioenfondsbesturen, vooral die van bedrijfstakpensoenfondsen, zijn paternalistisch en weinig democratisch.
De stuitende taferelen die we meemaken met wat bijvoorbeeld het ABP medezeggenschap noemt, en de minachting voor al diegenen die de moed hebben kritiek te hebben, onderstrepen deze stelling van de commissie Frijns helaas meer dan ons lief is.

disc_1 De commissie Frijns stelt vast dat de risico’s voor pensioenfondsdeelnemers groter zijn dan ooit tevoren.
Gepensioneerden weten dat uit eigen pijnlijke ervaring. Het is daarom bizar dat het bestuur van het ABP nog steeds van mening is dat men gepensioneerden en andere thans niet vertegenwoordigde belangengroeperingen buitenspel kan zetten. Bij het programma Kassa heeft de NBP de herstelplannen van de vijf grootste bedrijfstakpensioenfondsen doorgerekend. Daarbij bevond het ABP zich in de achterhoede. Zolang het ABP de cijfers en consequenties van het eigen herstelplan bagatelliseert en blijft stellen dat men alles uitstekend gedaan heeft, moet gevreesd worden dat er nog wel een paar commissies Frijns nodig zullen zijn om dit soort arrogantie uit de wereld te helpen.

disc_1 Het beleggingsbeleid van veel pensioenfondsen is gebrekkig, mede omdat in de besturen professionele kennis omtrent beleggen en economisch risicobeleid grotendeels ontbreekt.
Opnieuw iets wat we als NBP al tijden beweren. In het Financieel Economisch Magazine (FEM) van 22 augustus 2009 wordt aangegeven dat slecht twee leden van het ABP bestuur kennis van economisch risicomanagement bezitten. Helaas kiest het ABP tot op de dag van vandaag voor financiële brekebenen als Borghouts en Nijpels in bestuurlijke topfuncties. Wanneer daarop aangesproken door critici is de verdediging dat het bestuur geen zeggenschap heeft over dit soort benoemingen. Men geeft dus openlijk toe dat het zelfreinigend vermogen van het eigen bestuur nihil is.

Duidelijk is dat op hoofdpunten de commissie Frijns de vinger op diverse zere plekken legt. De bedrijfstakpensioenfondsen riepen natuurlijk meteen dat ze eigenlijk al geruime tijd bezig waren om allerlei verbeteringen aan te brengen. Deze retoriek valt slecht bij gepensioneerden die als ervaringsdeskundigen precies weten wat er aan de hand is.

Aangezien het ABP door eigen toedoen regelmatig negatief in de publiciteit is, probeert men nu in de media wat tegenspel te bieden. De opmerkingen van het ABP zouden aan overtuigingskracht winnen, als men de feiten als uitgangspunt zou nemen, en niet een eigen verwrongen versie van de werkelijkheid. Zo maar wat voorbeelden. De NBP beklaagt zich in de tweede Open Brief dat het ABP nooit antwoord heeft gegeven op de eerste Open Brief. Het ABP ontkent dit, en laten we kijken hoe:

Op 2 oktober 2009 verzonden we onze eerste Open Brief aan het ABP. Op 7 oktober 2009 lazen we in het Financieele Dagblad (FD) als reactie van het ABP naar aanleiding van deze eerste Open Brief:

ABP: ‘We nemen klachten serieus’

ABP zegt dat het ‘alle klachten serieus neemt, of ze nu van een individuele deelnemer of van een organisatie komen. Daarmee proberen wij onze service en klanttevredenheid verder te verbeteren. Want we hebben een groot gezamenlijk belang en dat is het behoud van het collectieve pensioenstelsel.’

Recent heeft De Lange overleg gevoerd met het voltallige ABP-bestuur, zo geeft de woordvoerder aan. ‘Op basis daarvan weten we dat ook hij het pensioenstelsel een warm hart toedraagt. Overigens zal ABP de heer de Lange, zoals gebruikelijk bij alle brieven die het pensioenfonds ontvangt, een persoonlijk antwoord sturen.’

Hoe zit het echt? Het NBP sprak op 8 september 2009 met de directeur van het ABP bureau (Nicole Beuken) en de directeur Fondsrelaties van de APG (Marjo Pluijmaekers – niet van het ABP dus). Deze dames zitten niet in het ABP bestuur en hebben geen beleidsbepalende functie. We stelden een aantal problemen aan de orde, maar beide dames hadden en hebben geen mandaat om voor het bestuur te spreken. Na het gesprek bleef enige terugkoppeling van de zijde van het ABP bestuur uit. Nog los van het feit dat er nooit overleg heeft plaatsgevonden met het voltallige ABP bestuur, of zelfs maar met enig lid van het ABP bestuur (waarom wordt dit soort onjuistheden gedebiteerd?), wordt in het FD toch een antwoord beloofd.

Nu, na onze tweede Open Brief van 11 januari 2010 lezen we op 13 januari iets heel anders op de website van FDSelections:

“De eerdere open brief is alleen niet beantwoord, omdat er geen nieuwe punten in stonden en de brief, in de ogen van het bestuur een ander doel diende dan het gesprek met ABP aan te gaan. Andere brieven zijn wel beantwoord. “

Opnieuw, verdraaiing van de feiten. Bij de NBP zijn overigens geen andere brieven bekend die in de afgelopen maanden door onze organisatie verstuurd en door het ABP beantwoord zijn. Ondanks het, uitermate schamele, verweer van het ABP blijft onze kritiek op alle punten overeind. Ik nodig het ABP-bestuur uit gedocumenteerd en publiekelijk de hier genoemde feiten te weerspreken, danwel er verder het zwijgen toe te doen. Het vervuilen van de discussie met verwarrende of onjuiste berichtgeving is een organisatie als het ABP onwaardig. Of speelt het gebrek aan zelfreinigend vermogen het ABP bestuur opnieuw parten?

Samenvattend, hoewel de conclusies van de commissie Frijns nauwelijks opzienbarend te noemen zijn, is het te hopen dat de politiek nu eindelijk de enorme problemen in de pensioenwereld serieus neemt en adequate maatregelen treft. Voor zowel ouderen als jongeren is het verstandig zich bij de komende verkiezingen te laten leiden door hoe de diverse politieke partijen zich in het pensioendebat opstellen. Uw financiële toekomst is meer dan ooit in het geding, en uw eigen invloed daarop essentieel.

Open brief, publiciteit en reactie ABP

zondag 17 januari 2010

De tweede Open Brief aan het ABP heeft weer het nodige losgemaakt. In de Volkskrant van 13 januari werd aandacht besteed aan de Open Brief, terwijl ook in regionale bladen onze brief uitgebreid in het nieuws kwam. Zeer veel publiciteit dus al met al. In het Parool van 14 januari kwam het ABP vervolgens met een reactie waarin de NBP onder meer het verwijt krijgt verkeerde cijfers te presenteren. In zijn weblog zet Kees de Lange onder de titel “NBP rekent uitstekend” daarom maar weer eens een aantal zaken recht.

In het Financieele Dagblad van 11 januari 2010 verscheen een commentaar over het feit dat pensioenfondsen nauwelijks meer het vertrouwen van de burger genieten. Geen nieuws voor lezers van deze website natuurlijk. Waar in het artikel aan voorbij wordt gegaan is dat veel van de ellende is toe te schrijven aan slecht beleggingsbeleid bij diverse fondsen. Helaas wordt transparantie regelmatig met de mond beleden, maar zelden in de praktijk gebracht.

In de NRC van 15 januari verscheen een artikel waarin minister Donner betoogt haast te willen maken met een verbetering van de medezeggenschap van gepensioneerden. In eerste instantie wilde hij dat doen uitsluitend in overleg met vakbonden en werkgevers. Dat is alsof je de slager vraagt vegetarische producten te gaan verkopen. Pas na aandringen van anderen is besloten ook de koepel van ouderenorganisaties, de CSO, bij het overleg te betrekken. We wachten af.

NBP rekent uitstekend

zondag 17 januari 2010

Kees de Lange Kees de Lange

In een reactie van het ABP in het Parool van 14 januari 2010 heeft het ABP vergaande kritiek op de berekeningen van de NBP, vermeld in de Open Brief van 11 januari, en samengevat in het Parool van 13 januari 2010. De kritiek van het ABP luidt als volgt: “De optelsom die de NBP maakt geeft helaas een vertekend beeld. Indien de pensioenen sinds 2004 altijd volledig zouden zijn geïndexeerd, zouden zij nu 6,65% hoger zijn.” Geen 16,2% dus.

Toch maar weer eens de controleerbare feiten. De tabel die de NBP geeft in de Open Brief is als volgt:

Tabel ontwikkeling indexatie bij het ABP

Om de zaak niet nodeloos te compliceren zijn relatief kleine effecten zoals renteverlies over niet betaalde indexatie, en het doorrekenen van niet uitbetaalde indexaties in enig jaar over die in voorgaande jaren buiten beschouwing gelaten. Wel meenemen van deze effecten zou de eindcijfers nog enigszins verhogen.

De ambitie van het ABP is om voor gepensioneerden de looninflatie (niet de prijsinflatie) bij te houden. Met andere woorden, de inkomensontwikkeling van gepensioneerden mag niet achterblijven bij die van werkenden, en dus is het de bedoeling om de loonontwikkeling in de sectoren onderwijs en overheid te volgen. Die loonontwikkeling wordt elk jaar vastgesteld, en deze getallen komen voor in de tweede kolom “Te indexeren”.

Het ABP betaalt al dan niet volledige indexatie op 1 januari van het jaar daarop volgend. Dit zijn de getallen in de derde kolom “Indexatie”. Vaak was de indexatie onvolledig, en dan wordt er af en toe wat “Ingehaald” (vierde kolom). Tot dusver geen conflict met het ABP, over al deze cijfers zijn we het eens. Dat kan ook moeilijk anders, want zij worden jaarlijks door het ABP gepubliceerd en door ons overgenomen.

In de vijfde kolom geeft de NBP aan wat elk jaar het tekort (verschillen tussen kolommen twee en drie) is. Ook de kolom “Cumulatief” zal geen problemen opleveren; de daarin gegeven cijfers zijn de voortgezette optelling van de waarden uit de kolom “Tekort”. Dit telt vanaf 1 januari 2004 t/m 1 januari 2010 op tot 6,65%, precies het bedrag dus dat het ABP noemt in het Parool artikel.

In de laatste kolom “Ingeleverd” worden de bedragen vermeld, die gepensioneerden totaal niet ontvangen hebben. Hoe komt die kolom tot stand?

Tabel ontwikkeling indexatie bij het ABP

Samenvattend, het is maar een deel van de waarheid (en dus misleiding) om alleen te melden, zoals het ABP doet, hoeveel het pensioen over de periode 2004-2010 is uitgehold door het niet volledig uitkeren van de indexatie. Die manier van presenteren verhult namelijk hoeveel gepensioneerden concreet hebben ingeleverd. Veel beter is, en dat is precies wat de NBP doet, om cumulatief uit te rekenen wat iedereen die vanaf 2004 gepensioneerd was bij het ABP tekort is gekomen. De trieste werkelijkheid is dat dit bedrag over de periode van 1.1.2004 tot 1.1.2010 al zo’n twee maandpensioenen bedraagt en per jaar snel oploopt. Dit is wat de NBP beweert. Als het ABP inderdaad zo gesteld is op transparantie als het in al zijn publicaties claimt te zijn, zou het de NBP-cijfers ten voorbeeld moeten nemen in plaats van deze te bestrijden.

Het is waarachtig te wensen dat de actuarissen bij het ABP meer elementaire rekenkennis in huis hebben dan het bestuur van deze organisatie. Het is beschamend dat een organisatie van vrijwilligers als de NBP deze zogenaamde professionals rekenkundig moet corrigeren op pensioengebied. Zou het verwijt dat de ABP bewust de cijfers presenteert op een wijze die zo weinig mogelijk commotie en protest uitlokt dan toch kloppen?

Prof. Dr. C.A. de Lange
Voorzitter NBP

Tweede Open Brief van de NBP aan het ABP

dinsdag 12 januari 2010

Het ABP heeft de gewoonte om bij fundamentele kritiek op het functioneren van het fonds de andere kant op te kijken. Aangezien het om geld van de deelnemers als primaire risicodragers gaat, meent de NBP dat een dergelijke regenteske opstelling onaanvaardbaar is en niet langer past bij de huidige tijd. Reden om een tweede Open Brief aan het ABP te schrijven. We zijn benieuwd.

Valt het doek voor Nijpels in 2010?

zondag 10 januari 2010

Steeds meer wordt duidelijk over de rol van Nijpels in de Raad van Commissarissen (RvC) van de failliete Dick Scheringa Bank (DSB). In een vertrouwelijk stuk van De Nederlandsche Bank (DNB), waarvan DNB tevergeefs de publicatie probeerde tegen te houden, lezen we het één en ander over het functioneren van de RvC en de visie van DNB daarop. Wanneer ziet het ABP in dat de positie van Nijpels al maanden onhoudbaar is?

In een artikel in het FD van 8 januari 2010 wordt nog eens onderstreept wat we al lang wisten: het vertrouwen van de gemiddelde Nederlander in zijn pensioenfonds is op een historisch dieptepunt. De Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen in de persoon van directeur Riemen “is geschrokken van de uitkomst”. Waar was dit gezelschap in 2009? Hoe blind kun je zijn over wat iedereen al tijden kan waarnemen. Zelfs DNB heeft uitgebreid gewaarschuwd dat veel pensioenfondsen veel te grote beleggingsrisico’s genomen hebben. Maar daar hoor je Riemen natuurlijk niet over.