Archief van maart 2010

ABP charme offensief

donderdag 25 maart 2010

Op maandag 22 maart 2010 was er een hoorzitting in de Tweede Kamer over de pensioenproblematiek. De lobby machine draait dus op volle toeren. Zo is het ABP met een ‘plan’ gekomen om de deelnemersraad de bevoegdheid te geven het bestuur naar huis te sturen. De Telegraaf van 23 maart bericht erover, de NBP voorzitter meent dat dit voorstel een wassen neus is. In zijn weblog ‘Pensioenpoppenkast’ gaat Kees de Lange er uitgebreider op in. Hoe Gerrit Komrij over het ABP denkt? Lees zijn recente gedicht!

In het FD van 23 maart komen werkgevers en vakbonden, zelf de spreekwoordelijke vertegenwoordigers van deelbelangen, weer met hun grijsgedraaide riedel dat behartigers van deelbelangen niets te zeggen moeten hebben in fondsbesturen. Het Alternatief Voor Vakbond (AVV) komt gelukkig met een onderbouwd tegengeluid. In het FD van 22 maart wordt ingegaan op de noodzaak iets te doen aan de samenstelling van de pensioenfondsbesturen. En als klap op de vuurpijl komt demissionair minister Donner op 23 maart met een brief waarin hij het met niemand eens is, maar evenmin duidelijk aangeeft wat hij dan wel wil. Dat schiet dus lekker op allemaal. En alsof dat nog niet erg genoeg is, trekt CDA-goeroe Lars Bovenberg weer eens een paar blikjes plannen open die zoals altijd negatief voor gepensioneerden uitpakken. Zie een artikel in het FD van 20 maart over het eigen huis als spaarpot, en een ander artikel in het FD van dezelfde dag waarin weer eens gepleit wordt voor verslechtering van de aanvullende pensioenen.

Dat de politieke situatie instabiel is, en dat partijen die in een eerder stadium hun verantwoordelijk niet genomen hebben nu opeens de trom roeren alsof zij de redders des vaderlands zijn, mag ook niet onvermeld blijven. De pers staat er vol van. Lees de zeer kritische artikelen in het FD van 19 maart over Wouter Bos, en in de Volkskrant van 19 maart over Job Cohen. Tenslotte een bericht in de Volkskrant van 23 maart dat de nieuwe partij OokU meer voorbereidingstijd nodig heeft en op 19 juni 2010 nog niet aan de verkiezingen zal meedoen.

Pensioenpoppenkast

donderdag 25 maart 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Als klein jongetje was ik gefascineerd door de poppenkast. Regelmatig verscheen er één in het dorp waar ik opgroeide, en binnen de kortste keren had zich er dan een grote groep kinderen omheen verzameld. De belevenissen van Jan Klaassen en Katrijn, en hun confrontaties met het gezag werden hartstochtelijk door de plaatselijke jeugd van commentaar voorzien, en poppenkastvoorstellingen waren een hoogtepunt in het normaal nogal rustige dorpsleven. En hoewel het leek alsof de poppen een geheel eigen leven leidden, had je toch je twijfels. Als je na de voorstelling nog wat rondhing, kon het gebeuren dat je een man van achter uit de poppenkast zag komen die achteloos Jan Klaassen, Katrijn en allerlei andere attributen onder zijn arm had. Ik wil niet beweren dat de teleurstelling hierover even groot was als het latere besef dat Sinterklaas niet bestond, maar toch. Ouder worden is illusies verliezen.

Waarom dit verhaal uit vroegere tijden? Wel, omdat we er veel over het heden van kunnen leren. En lessen over met name ons pensioensysteem zijn natuurlijk nooit weg. Terug naar de actualiteit dus, waar het ABP van de week met een plan kwam om wat tegenwicht te bieden tegen de maatschappelijke storm die opgestoken is over het wel zeer matige functioneren van deze organisatie op allerlei terreinen. Zo staan beleggingsbeleid en strategie, alsmede de kwaliteit van het bestuur en het ontbreken van zeggenschap van de meerderheid van de deelnemers openlijk ter discussie. Niet zo vreemd, gezien de miljardenverliezen die op kosten van de deelnemers geleden zijn. Wat houdt dit nieuwe ABP plan in? Wel, de deelnemersraad (DNR) moet de bevoegdheid krijgen om bestuursleden van het fonds zo nodig naar huis te sturen. Voorwaar, een revolutie, zou je op het eerste gezicht zeggen.

Zoals u weet is het bestuur van het ABP gekaapt door vakbonden en werkgevers die gezamenlijk volledig de dienst uitmaken. In een voorbij verleden was het eventueel nog te billijken dat het uitgestelde loon van het merendeel van de bevolking op deze wijze beheerd werd. In de huidige tijd is dit nog slechts een relikwie uit een vorige eeuw, omdat de vakbonden nauwelijks meer representatief zijn, zeker niet voor het gepensioneerde deel van de Nederlanders, en de werkgevers in de bedrijfstakpensioenfondsen geen enkel risico meer lopen. Maar niets sta je zo moeilijk af als macht.

Sinds enige tijd heeft het ABP een DNR, maar hoe wordt die samengesteld? Wel, de vakorganisaties die het bestuur van het fonds gemonopoliseerd hebben, stellen uit hun eigen ledenbestand mensen aan die het bestuursbeleid moeten ‘controleren’. Bevoegdheden heeft die DNR niet, behalve dan het verstrekken van vrijblijvende adviezen. Let wel, die DNR is dus niet onafhankelijk, de leden zitten er met last en ruggespraak, en zij worden bij het uiten van geluiden die de vakbond niet welgevallig zijn onmiddellijk door inschikkelijker exemplaren vervangen. En zo is Xander den Uyl, vice-voorzitter van het ABP bestuur, de poppenspeler die zijn nummer opvoert door in de relatieve bescherming van de pensioenpoppenkast aan de diverse touwtjes te trekken en de Jan Klaassens en Katrijnen van de DNR naar zijn pijpen te laten dansen. Dat is dus de DNR die in de visie van het ABP bestuur in de toekomst de bevoegdheid krijgt het bestuur naar huis te sturen. Alsof Katrijn de poppenspeler controleert in plaats van omgekeerd.

De bedrijfstakpensioenfondsen zijn trouwens een breed lobby-offensief begonnen tegen medebestuur en zeggenschap van jongeren en gepensioneerden in de fondsen. En zo zien we opeens Peter Gortzak (FNV) en Gerard Verheij (VNO-NCW) weer hun standaard-riedels weggeven ‘dat vertegenwoordigers van deelbelangen niet in de besturen van de fondsen thuishoren’. En dat uit de mond van lobbyisten die het met hand en tand verdedigen van hun eigen deelbelangen tot hun beroep gemaakt hebben. Wist u overigens dat Gortzak en Verheij niet echt bestaan? Zij leven in een soort mausoleum, worden zo nodig te voorschijn gehaald en voor hun optreden opgewonden, en leveren dan hun grijsgedraaide commentaar. Robotisering van het publieke debat.

Toch nog even terug naar het bestuur van het ABP. Die zo geprezen DNR heeft natuurlijk in de korte tijd van zijn bestaan al een reputatie van scherpzinnigheid en pensioenkennis opgebouwd, dacht u niet? Nou, dat valt een beetje tegen. Tot op de huidige dag betreurt deze club het heengaan van Nijpels als bestuursvoorzitter, en tekent geen verzet aan tegen incompetente bestuurleden als Harry Borghouts en Xander den Uyl. Integendeel, de touwtjes en manipulaties van onze poppenspelers doen hun werk als nooit te voren. Bij de NBP zijn we benaderd door mensen die brieven hebben geschreven aan die DNR die volgens Xander den Uyl de belangen van alle ABP deelnemers behartigt. Wellicht doen ze dat, we zullen het nooit weten, want brieven aan deze club worden niet beantwoord.

Nog een laatste gotspe. Volgens Peter Gortzak is het denkbaar dat jongeren wel eens zouden kunnen afhaken als gepensioneerden een stuk zeggenschap over hun eigen uitgestelde loon krijgen. Zelf vermoed ik dat als gepensioneerden de vrijheid hadden het ABP te verlaten, uiteraard met meenemen van hun gespaarde geld, de samenstelling en grootte van het ABP voor het eerst echt representatief voor de FNV zouden worden. Maar dan wel vijf maal zo klein als nu.

Onverantwoord dat zoiets gemakkelijk beïnvloedbaars als de dekkingsgraad de basis vormt voor het pensioenuitkeringssysteem

vrijdag 19 maart 2010

John de Vries Prof. Dr. John de Vries

Onverantwoord dat zoiets gemakkelijk beïnvloedbaars als de dekkingsgraad de basis vormt voor het pensioenuitkeringssysteem

Om vast te kunnen stellen, of er een indexatie mag worden gegeven, m.a.w. of en in welke mate de pensioenuitkeringen en de pensioenafspraken mee mogen stijgen met de gemiddelde loonontwikkeling, wordt de dekkingsgraad gehanteerd. De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen van een pensioenfonds en de pensioenen die het fonds nu en in de toekomst moet uitbetalen.

Omdat het al of niet laten meestijgen van de pensioenen met de gemiddelde loonstijging van grote invloed is op de koopkracht van de pensioenen, is het van wezenlijk belang welke grootheid als graadmeter voor de indexatie wordt gehanteerd. Die grootheid, i.c. de dekkingsgraad, vormt de basis van het pensioenuitkeringssysteem.

In het geval van het ABP heeft de dekkingsgraad in de jaren 2008 en 2009 zo’n hoge mate van instabiliteit getoond dat het je doet afvragen, of de dekkingsgraad wel een betrouwbare graadmeter is. De dekkingsgraad daalde en steeg sterk binnen periodes van slechts een halfjaar, en was in tegenstelling daarmee gedurende een aantal maanden constant:

  • van 132 procent medio 2008 naar 89,5 procent eind 2008;
  • van 89 procent eind januari 2009 via een minimum van 83 procent eind februari 2009 naar 98 procent eind juni 2009;
  • van 100 procent eind juli 2009 via een plateau van 105 procent gedurende de maanden september, oktober en november 2009 naar 109 procent eind december 2009. Opmerkelijk in dit verband is dat de dekkingsgraad al in de maanden juli en augustus 2009 leek af te buigen naar een plateau. De stijging was in die maanden duidelijk minder sterk dan in de maanden ervoor: van maart tot en met mei 2009 met gemiddeld 4,67% per maand en van juni tot en met september 2009 met gemiddeld slechts 2% per maand (dat doet ‘sturing’ van de dekkingsgraad vermoeden).

Het harlekijnachtige, instabiele gedrag is op zich wel voorstelbaar, gezien de afhankelijkheid van een groot aantal factoren:

  • premieopbrengst;
  • opbrengsten van beleggingen;
  • rente-opbrengsten (dus, indirect van de vigerende rente. Alleen deze factor is maanden nauwelijks gewijzigd);
  • totaal aan pensioenuitkeringen;
  • totaal aan pensioenafspraken.

Daarnaast kunnen aan deze factoren ook nog gewichtsfactoren zijn toegekend: constanten of variabelen?

Het gedurende drie maanden constant-zijn blijft een raadsel. Omdat ik mij niet kon voorstellen, hoe het ABP na het sterke dalen en stijgen en het gedurende drie maanden constant-zijn van de dekkingsgraad voor het vaststellen van de indexatie 2010 een dekkingsgraad van 105 procent heeft kunnen hanteren, heb ik getracht mij te laten informeren over de wijze waarop de dekkingsgraad wordt vastgesteld, door aan het Bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP de volgende vragen voor te leggen:

  • waarom is voor het vaststellen van de indexatie 2010 een lage dekkingsgraad , i.c. 105 procent, gehanteerd, terwijl het pensioenvermogen in de loop van 2009 tot € 210 miljard was gestegen, dus, slechts 4,5 procent onder het maximum van vóór de crisis, € 220 miljard;
  • hoe kan de dekkingsgraad gedurende een aantal maanden – september, oktober en november 2009 – constant zijn gebleven op 105 procent?

Het Bestuursbureau ABP heeft mij als volgt geantwoord: “Het constante dekkingsgraad-percentage van 105 betreft een afgerond percentage. Het is het resultaat van de dekkingsgraden die variëren tussen 104,6% en 105,4%.”

Omdat mijn vragen daarmee niet beantwoord waren, heb ik de vragen vervolgens aan De Nederlandsche Bank (DNB) voorgelegd, en er nog aan toegevoegd: “Controleert DNB de pensioenfondsen op het berekenen van de dekkingsgraden, zo niet, welke instantie moet dat dan doen of wordt dat helemaal niet gecontroleerd, en mag, wat DNB betreft, het naar willekeur omgaan met de dekkingsgraden blijven voortduren?” De (heer R. Evers van de) Afdeling Communicatie van DNB heeft mij inmiddels laten weten dat DNB vanwege een geheimhoudingsplicht niet op mijn vragen kan ingaan.

Waarom zouden de gepensioneerden en de toekomstig gepensioneerden (premiebetalers) niet mogen weten, hoe de dekkingsgraad wordt berekend? Zij moeten toch inzage kunnen krijgen in de wijze waarop het inkomen tot stand komt, waarvoor zij jaren premie hebben betaald. Doen de instabiliteit van de dekkingsgraad en het uitblijven van antwoorden van de zijde van ABP en DNB de betrouwbaarheid van de dekkingsgraad als graadmeter al in twijfel trekken, het ‘gedrag’ van de dekkingsgraad in de maanden december 2009 en januari 2010 doet dat nog verder. Eerst leidde een door ABP uitgevoerde herberekening van de dekkingsgraad, waarin rekening werd gehouden met de gestegen levensverwachting (waarom daar niet eerder rekening mee gehouden? Gebrek aan deskundigheid?), ertoe dat de aan het einde van 2009 berekende dekkingsgraad van 109 procent moest worden ‘bijgesteld’ naar 104 procent, om vervolgens eind januari 2010 nog lager uit te komen op 101 procent. Dat betekent over vijf maanden een terugval naar ongeveer het niveau van eind juli 2009: 100 procent. De verleiding is toch niet weer te groot geweest om opnieuw op een risicovolle manier te beleggen, zodat er weer pensioengeld kon verdampen? Of zijn de pensioenfondsen onder druk van de financiële crisis geruisloos aan het overgaan van instanties die als primaire taak hebben het verzorgen van een volwaardig inkomen, i.c. het pensioen, in louter financiële instellingen? Zeer recent nog heeft de heer Wijers van AKZO Nobel er nadrukkelijk voor gepleit een deel van het pensioenkapitaal te gebruiken voor investeringen in de grootindustrie. Dat wekt sterk de indruk dat de dekkingsgraad er zich toe laat lenen om pensioengelden te reserveren voor andere doeleinden dan het uitbetalen van pensioenen en het nakomen van pensioenafspraken. Heeft ABP dan soms ook de dekkingsgraad opgeschroefd naar 105 procent om met het geven van een indexatie voor 2010, ook al was die nog zo laag, een mooie sier te kunnen maken?

Een eerlijk pensioenuitkeringssysteem valt of staat met een betrouwbare graadmeter. Het bovenstaande laat duidelijk zien dat het met het oog daarop de hoogste tijd is om het berekenen en hanteren van de dekkingsgraad aan wettelijke regels te binden. Een onafhankelijke instantie zou dat moeten voorbereiden. Er worden steeds meer redenen bedacht om de pensioenen laag te houden of verder te verlagen. Voor het vaststellen van de hoogte van de pensioenen bestaan er helemaal geen regels. Dat verklaart waarschijnlijk ook, waarom toezichthouders, zoals DNB, het ondoorzichtige, ieder willekeurig moment maar weer veranderen van de dekkingsgraden geen halt toeroepen. Immers, waar geen regels zijn, kunnen ze ook niet worden overtreden.

DNB vernietigend over beleggingsbeleid en strategie van pensioenfondsen

vrijdag 19 maart 2010

In een uitgebreide brief aan de pensioenfondsen velt De Nederlandsche Bank (DNB) een vernietigend oordeel over het beleggingsbeleid en de beleggingsstrategie van veel fondsen. Ook het korte-termijn denken van de fondsen wordt scherp bekritiseerd. Op deze website zijn deze standpunten al veel vaker verkondigd en onderbouwd, maar nieuw is dat de toezichthouder het keihard zegt. Lees vooral het artikel in het FD van 17 maart 2010. Voor de fijnproevers is er de volledige brief van DNB. DNB constateert onder meer ‘dat pensioenfondsen geen goed zicht hebben op het eigen vermogen’. Dat is ronduit verbijsterend, omdat de dekkingsgraad wordt vastgesteld juist op basis van dit eigen vermogen en omdat uit die dekkingsgraad weer de indexatie van de pensioenen volgt. Waar zijn we in ’s hemelsnaam mee bezig? In een weblog laat Prof. Dr. John de Vries uit Limburg zijn licht schijnen over de uitermate schimmige discussie over diezelfde dekkingsgraad. Hoe die berekend wordt mag u niet weten, maar uw pensioen hangt er wel van af!! Een schandelijke vertoning, en onbegrijpelijk dat er nog mensen vrij rondlopen die de voorwereldlijke manier waarop pensioenfondsen bestuurd worden verdedigen.

Fondsbesturen betogen nog altijd dat fatsoenlijke medezeggenschap en medebestuur van gepensioneerden over hun eigen uitgestelde loon overbodig en zelfs ongewenst zijn. U kent het standpunt van de NBP op deze punten. Gelukkig wordt onze visie nu krachtig ondersteund door een rapport van Netspar onder de titel ‘Çonsumenten aan het Roer’. Hierin wordt duidelijk gesteld dat de fondsbesturen achterhoedegevechten voeren. Precies de woorden van de NBP.

Nog een paar verwante berichten. Die politieke partijen die de ouderen graag als melkkoe zien, houden niet op te betogen hoe goed af deze groep financieel is. Er is zelfs een speciale Bos-belasting voor gepensioneerden bedacht. IPE van 16 maart 2010 beschrijft hoe door onafhankelijk Europees onderzoek het tapijt onder deze beweringen wordt uitgetrokken. En de megabezuinigingen waarvan beweerd wordt dat ze zo hard nodig zijn? Is het nou 35 miljard of toch weer 29 miljard? Het Centraal Plan Bureau (CPB) is zelden goed in voorspellen, zeker niet als het over de toekomst gaat. In het FD van 18 maart geeft Sweder van Wijnbergen zijn nuchtere kijk op de situatie.

Oh wat zijn wij heden blij………….

zondag 14 maart 2010

Leo van Heesch Leo van Heesch

ABP scoort goed?

Triomfantelijk meldt de website van het ABP dat volgens de Geldgids van de Consumentenbond (februari-maart 2010) het fonds de afgelopen jaren wel 80 procent van de prijsstijgingen wist te compenseren. Dat betekent dus dat het ABP al blij is als hun gepensioneerden een verlies lijden op de gestegen prijzen van 20%. Terwijl het fonds de indexatie-ambitie heeft om de loonontwikkeling te volgen. Dat streven is over de afgelopen jaren nog niet voor 50% geslaagd. Waar je al niet blij mee kunt zijn.

De blijdschap kan niet op. De directeur van het bestuursbureau van het ABP stuurde ook nog een mail met het goede nieuws naar de voorzitters en leden van de Deelnemersraad, de Werkgeversraad en het Verantwoordingsorgaan. Het onderwerp was: ‘Ander beeld dan Kassa’. Kennelijk steken de berekeningen over het ABP door Kassa hen nog als een graat dwars door de keel. Omdat ik verantwoordelijk was voor die berekeningen ben ik opnieuw gedwongen hier iets over te zeggen.

Ik heb die berekeningen voor het eerst gepresenteerd in een Rendez Vous met het ABP op 13 oktober 2009 waarbij ook de directeur Fondsrelaties van de APG aanwezig was. Er kwam toen geen commentaar. Vervolgens zijn die berekeningen door de redactie van Kassa enkele dagen vóór de uitzending toegezonden aan het ABP, wederom geen commentaar. Tijdens de uitzending was Xander de Uyl namens het bestuur van het ABP aanwezig, ook hij kon de cijfers niet ontkennen. Bij drie gelegenheden heeft men tweemaal stilzwijgend en één keer in persoon de NBP-cijfers niet aangevochten

Ander beeld dan Kassa ? !

Ja, natuurlijk als je appels met peren vergelijkt, krijg je vanzelf een totaal ander beeld.

De berekeningen bij Kassa gaan over de toekomst met alle onzekerheden die daar bij horen. Maar er is geprobeerd zo dicht mogelijk bij de waarschijnlijke ontwikkelingen te blijven. Rekening werd gehouden met de gunstige beursontwikkeling in 2009, met een voorzichtige verdere ontwikkeling van de dekkingsgraad, met de proportionele indexatie tot een dekkingsgraad van 135 en met na-indexatie boven die dekkingsgraad. Geen rekening werd gehouden met echt speculatieve zaken als een terugval van de economie als het stimuleringsbeleid vermindert en conjuncturele dips in de komende 15 jaar. Ondanks die voorzichtigheid ontstond toch het sombere beeld, dat de koopkracht van gepensioneerden van het ABP over 15 jaar nog niet volledig is hersteld, laat staan dat de ambitie van het volgen van de loonontwikkeling enigermate wordt gerealiseerd.

De berekeningen van de Consumentenbond gaan over het verleden en wel de indexaties van het ABP over de laatste zes jaar in vergelijking met de prijsontwikkeling. De indexatie is 20% achtergebleven bij die prijsontwikkeling. Geen reden om te juichen zou ik denken.

Voorlichting wordt propaganda’ liet de oud directeur voorlichting van het ministerie van Landbouw weten naar aanleiding van de soap rond de “Gerda” Bij het ABP is het niet anders. Als je na de Kassa-uitzending een vraag stelt over de cijfers zoals gepresenteerd in Kassa krijg je een digitale juffrouw genaamd Astrid die vertelt dat de veronderstellingen in die berekeningen niet overeenkomen met de realiteit. Waarom is er dan vóór en tijdens de uitzending niets over gezegd, dan hadden wij met elkaar het debat kunnen aangaan. Maar de voorlichter van het ABP maakt het nog bonter. Zij beweert tot op de dag van vandaag aan journalisten die om opheldering vragen, dat de berekeningen in Kassa geen rekening houden met indexatie en na-indexatie. Dat is echt in strijd met de waarheid. Als ze dat niet weet is zij onnozel, als ze het wel weet belazert zij de kluit.

Het ABP duikt in navolging van hun vertrokken voorzitter weg zo gauw je het debat wil aangaan. Discussieprogramma’s in de Media laten ons weten dat er niemand van het ABP beschikbaar is om ons weerwoord te geven. Voelt het ABP zich soms niet zeker of zijn de personeelsleden niet langer bereid om tegen beter weten in voor het bestuur te liegen? Wij, als NBP, met onze bescheiden middelen, staan voor wat wij beweren. Het ABP, met zijn hele uitgebreide organisatie, beperkt zich tot propaganda en durft kennelijk de echte discussie niet aan.

Leo van Heesch
Vice-voorzitter NBP

Pensioendebat bij Omroep MAX; het ABP roept weer van alles

zondag 14 maart 2010

Op vrijdag 12 maart bracht omroep MAX in het programma Knelpunt een speciale uitzending over onze pensioenen. In een fel debat tussen Gerard Riemen, voorzitter Vereniging Bedrijfstakpensioenfondsen en Kees de Lange, voorzitter Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, stonden de standpunten scherp tegenover elkaar. Riemen bagatelliseerde zoals altijd de problemen en had niets op met brede medezeggenschap van gepensioneerden, De Lange ging uitgebreid in op falende fondsbesturen en slecht beleggingsbeleid. Heeft u de uitzending gemist? Zie hier de herhaling. In een opinieonderzoek laat MAX zien, zoals uit diverse onderzoeken al eerder was gebleken, dat het vertrouwen van de meerderheid van de Nederlanders in het pensioenstelsel volledig verdwenen is. Zie ook de volledige resultaten van de enquête van MAX.

Het ABP was weer eens in het nieuws, en natuurlijk opnieuw in negatieve zin. In het FD van 11 maart wordt bericht over een tweetal niet integere beleggers bij dit fonds. Dat zal de verplichte deelnemer vertrouwen geven! Met graagte roert het ABP de trom over een artikel in de Geldgids (februari-maart 2010) van de Consumentenbond waarin nogal oppervlakkig betoogd wordt dat het ABP het minder slecht zou doen dan een aantal andere pensioenfondsen. Daar valt wel wat op af te dingen, zoals Leo van Heesch in zijn weblog uitlegt. Steeds meer verwordt voorlichting tot schaamteloze propaganda.

Dat er met ons pensioenstelsel veel mis is, is zo langzamerhand tot iedere Nederlander, behalve de fondsbesturen, doorgedrongen. In de Telegraaf van 8 maart wordt voorgesteld het hele pensioenstelsel maar meteen te nationaliseren. De vraag is of dit middel niet erger is dan de kwaal, maar de gedachte is het uitwerken waard. In de NRC van 9 maart betoogt Bernard van Praag nog maar eens dat zonder medezeggenschap van gepensioneerden het pensioenstelsel volstrekt ongeloofwaardig is. Tenslotte de positie van Zalm nog maar een keer. In het Parool van 5 maart leest u dat zijn positie in feite onhoudbaar is.

ABP nog steeds de weg kwijt; enorme pensioenproblemen verwacht

zondag 7 maart 2010

Na het overhaaste vertrek van Nijpels staat het ABP opnieuw voor de opgave een bestuursvoorzitter te vinden. Zou het ABP nu nadenken over een profielschets die past bij de eisen die de moderne tijd stelt en bij wat het ABP nodig heeft? Als je Xander den Uyl in het Dagblad van het Noorden van 27 februari 2010 mag geloven, heeft het ABP nog steeds niets geleerd van de voorgaande debâcles met Brinkman, Borghouts en Nijpels. De NBP blijft alert en zal niet aarzelen zo nodig weer actie te voeren.

Nu het onderzoek van DNB en AFM naar Nijpels gestopt is (en de man had nog wel zoveel vertrouwen in de uitkomst), loopt onze samenleving nog steeds het risico dat hij op enig moment opnieuw opduikt in een positie met financiële verantwoordelijkheden. René Lukassen in zijn column bij RTLZ Nieuws schreef er op 3 maart over.

Ook de positie van Zalm blijft uitermate pijnlijk. Dat onderzoek van DNB uitwijst dat hij kan aanblijven bij ABN AMRO verbaast natuurlijk niemand. Zij hadden immers al eerder het groene licht voor deze benoeming gegeven. In het Parool van 2 maart leest u meer over deze affaire die zich nog geruime tijd zal gaan voortslepen.

Niet de huidige problemen met de banken, maar de komende problemen met de pensioenen zullen in Nederland de komende jaren centraal staan en de politieke discussie gaan domineren. Pensioenfondsbestuurders en politici geven er nog steeds de voorkeur aan dit te verzwijgen, omdat het een electorale tijdbom betekent en dat kunnen zij in de aanloop naar 9 juni 2010 niet gebruiken. Na de val van het vierde kabinet Balkenende is de chaos compleet. De discussies over AOW en aanvullende pensioenen worden tot nader order uitgesteld. Dat de financieel-economische positie van ouderen intussen steeds meer in het gedrang komt, is duidelijk. Het Parool van 3 maart geeft een overzicht van de komende ellende. En alsof dat nog niet genoeg is, zullen naar verwachting ook de lokale lasten enorm gaan stijgen. Reeds nu lopen de woonlasten in de verschillende gemeenten zeer ver uiteen, zoals aangegeven in een overzicht dat door de Volkskrant op 25 februari gepubliceerd is.

Aftreden Nijpels begin van grote schoonmaak?

maandag 1 maart 2010

Het aftreden van Nijpels als ABP voorzitter geeft aan dat het old-boys-network niet langer onaantastbaar is. Het is bemoedigend te zien dat stevig onderbouwde oppositie tegen dit soort benoemingen kennelijk effect heeft. De NBP zal deze lijn zeker voortzetten. Een grote voorjaarsschoonmaak van het ABP bestuur is urgent, en het verwijderen van Harry Borghouts en Xander den Uyl zou een goede eerste stap zijn. Een harde aanpak is beslist nodig, want de neiging om weer over te gaan tot ‘business as usual’ is groot, zoals aangegeven in FDSelections van 20 februari 2010.

We zijn u de volledige ontslagbrief van Nijpels van 19 februari 2010 nog schuldig, waarin hemzelf natuurlijk niets te verwijten valt, maar de schuld bij de media gelegd wordt. In een interview met het Financieele Dagblad op 22 februari 2010 wordt deze lijn nog eens uitgesponnen, zie deel 1 en deel 2. RTLZ geeft overigens op 23 februari uitstekend weerwoord op de aantijgingen van Nijpels. IPN van 20 februari en Trouw van 22 februari geven het NBP standpunt over de noodzakelijke sanering van het ABP bestuur goed weer. De Volkskrant licht op 22 februari een tipje van de sluier op waaruit blijkt dat de werkelijkheid misschien toch een andere is dan Nijpels ons graag doet geloven.

Dat pensioenadviezen verregaand tekort schieten, begint nu eindelijk ook tot het grote publiek door te dringen. Het Financieele Dagblad van 19 februari bericht erover. Geen verrassing voor lezers van het NBP magazine Pensioenbelangen en van deze website.

Ook Zalm lijkt in zijn DSB periode bepaald niet van alle smetten vrij. RTLZ van 25 februari 2010 heeft wat documenten opgeduikeld. Zalm blijkt voorstander te zijn geweest van een schandelijk incassomodel dat DSB slachtoffers letterlijk door de strot werd geduwd.

Tenslotte wat tegenwicht tegen het te vaak gehoorde verhaal dat ouderen op de arbeidsmarkt te duur zouden zijn. In het Financieele Dagblad van 16 februari wordt in een interview met de Finse hoogleraar Ilmarinen een zeer realistische kijk op beleid ten aanzien van oudere werknemers gepresenteerd.