Archief van juli 2010

De verloedering van Nederland

vrijdag 23 juli 2010

De gemiddelde Nederlandse burger heeft geen vertrouwen meer in zijn financiële instellingen, in het bedrijfsleven, in de politiek en in de pensioenfondsen. De gevestigde orde (vakbonden, werkgevers, het merendeel van de oude politiek), met grote belangen bij het in stand houden van de status quo, kiest er nog steeds voor de ogen voor deze vertrouwenscrisis te sluiten en de gebruikelijke machtspolitiek van het eigenbelang te continueren. Kees de Lange wijdt er een weblog aan onder de titel ‘Verspeeld vertrouwen’.

In zijn analyse ontbreken ook de nieuwe ontwikkelingen bij het ABP niet. Met name wordt ingegaan op het Rendez-Vous in oktober 2010, waar de keuze voor sprekers wel een zeer selectieve is, en een belediging aan het adres van alle gepensioneerden. In de landelijke pers verschenen ook berichten over hoe uiteindelijk de verkoop van het hedgefund Alpinvest, eigendom van de pensioenfondsen ABP en Zorg en Welzijn, wordt voorbereid. Dit hedgefund kenmerkte zich niet zozeer door de fantastische opbrengsten ten behoeve van de verplichte deelnemers in deze pensioenfondsen, maar vooral door de obscene beloningen die de leiding voor zichzelf reserveerde.

De koepel van bedrijfstakpensioenfondsen, betaald door de deelnemers in de fondsen, gaat voort met de achterhoedegevechten tegen medezeggenschap van gepensioneerden over hun eigen uitgestelde loon. Nu na ruim veertig jaar in de Tweede Kamer bestuursdeelname van gepensioneerden niet langer geblokkeerd kan worden door vakbonden, werkgevers, en slippendragende partijen als het CDA en de PvdA, is dit een stuitende vertoning.

Verspeeld vertrouwen

vrijdag 23 juli 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Zo’n tien jaar geleden stonden de media nog niet vol van het woord ‘vertrouwen’. Nu is er nauwelijks nog een onderwerp te bedenken, zoals de financiële wereld, de zakenwereld, de politiek, ons pensioenstelsel, of het woord ‘vertrouwen’ is niet van de lucht. Het gaat dan altijd om het ‘verder versterken van het vertrouwen’. De redenen zijn natuurlijk duidelijk. Als vertrouwen vanzelf spreekt, hoef je er niet over te praten. Als je tien jaar geleden een willekeurige Nederlander vroeg hoeveel vertrouwen hij in zijn bank of in zijn pensioenfonds had, dan werd je vreemd aangekeken. Je moest uitgebreid zoeken naar mensen die er geen vertrouwen in hadden. Dat beeld is sinds een aantal jaren grondig veranderd. Juist doordat het woord vertrouwen nu te pas en vooral te onpas wordt gebruikt, moeten we constateren dat er met datzelfde vertrouwen iets fundamenteel mis is. Want hoe vaker een woord wordt gebruikt, des te meer problemen er mee zijn. Laten we eens nagaan hoe dat zo is gekomen.

Natuurlijk zitten we midden in een grote financiële crisis. Onverantwoordelijk gedrag van bankiers, ontoereikend risicomanagement, en een stuitende bonusgraaicultuur zijn de hoofdoorzaken van deze crisis. De gemiddelde Nederlander wordt gezien als pion in een verdienmodel die je kunt proberen woekerpolissen en andere criminele financiële producten door de strot te duwen. Waar in redelijkheid de consument mag verwachten dat de financiële toezichthouders bescherming bieden tegen financieel wanbeleid van banken en verzekeraars, is voor iedereen behalve Nout Wellink duidelijk dat men hier enorme steken heeft laten vallen. Even duidelijk is dat in veel gevallen ook de Raden van Commissarissen, veel te vaak gedomineerd door leden van het old boys network die het vooral moeten hebben van hun kennissen en niet van hun kennis, al dan niet bewust hebben zitten slapen. Al met al een treurig beeld. Geen wonder dat de gemiddelde Nederlander uitermate cynisch is geworden over de hele financiële sector.

Ook de wijze waarop tot dusver is geprobeerd de gevolgen van de crisis te bestrijden, heeft het cynisme onder de bevolking slechts versterkt. Banken die door eigen toedoen in ernstige problemen zijn geraakt, zijn door enorme kapitaalinjecties van de overheid en op kosten van de belastingbetaler ‘gered’. De situatie in Nederland is niet zo heel verschillend van die in IJsland, waar een te grote financiële sector als een molensteen om de nek van de burger hangt. De verantwoordelijke bankiers hebben niets van hun arrogantie en graaizucht verloren, en blijven gewoon op hun post. Met hulp van de politiek zijn immers de risico’s mooi afgewenteld op de burger. En om het allemaal nog erger te maken, er is geen enkele garantie dat de kosten voor de belastingbetaler eenmalig zijn. Want er is ongetwijfeld meer economisch zwaar weer op komst.

Ook een nadere beschouwing van het bedrijfsleven leidt niet tot veel vrolijkheid. Mensen als Wientjes van VNO-NCW zingen graag de lof van het vrije ondernemerschap zonder overheidsinterventie op het gebied van arbeidsvoorwaarden, maar voor het geval de vrije jongens wat risico gaan lopen, moet toch de rekening bij voorkeur bij de belastingbetaler worden gelegd. En als de ondernemer met de vingers in de suikerpot wordt betrapt, zoals bij de bouwfraude of de vastgoedfraude, dan wordt snel een financiële schikking getroffen zonder dat de schuldvraag wordt onderzocht, laat staan beantwoord. Wie gelooft dat het bedrag van een dergelijke schikking hoger is dan de door fraude en bedrog verkregen opbrengsten, is aan deskundige hulp toe. Leg dat allemaal maar eens uit aan de burger die zijn belasting iets te laat betaalt en het volle overheidsgeweld over zich heen krijgt.

Ook voor de politiek geldt dat het vertrouwen van de kiezer zelden zo laag was. Ook dat is geen wonder. De politiek stoort zich nauwelijks aan de mening van de kiezer, komt beloften niet na, en laat na in de Eurozone bindende afspraken te maken. Zo blijken onze burgers financieel niet beschermd te zijn tegen frauderende en niet functionerende lidstaten. Uiteraard gaat de rekening voor dit debacle naar de belastingbetaler die via ongeëvenaarde bezuinigingen opnieuw voor de kosten mag opdraaien. Maar over hun eigen riante wachtgelden hoor je politici zelden. Ook de uitverkoop van essentiële Nederlandse belangen, als uitvloeisel van een pervers neoliberalisme, heeft in brede kring kwaad bloed gezet. Daarnaast is de dolgedraaide privatisering van overheidsfuncties met excessieve salarissen voor weinigen en aanzienlijk verslechterde werkomstandigheden voor velen een belangrijke steen des aanstoots. Het totaal ontbreken van ouderenbeleid en het behandelen van ouderen als de jojo’s van onze samenleving heeft miljoenen mensen van de politiek vervreemd. Wel weet de politiek met zeer grote regelmaar te melden hoezeer men zich bezig houdt met het ‘landsbelang’ en met ‘innovatie’. Maar zo langzamerhand begrijpt u dat hoe meer deze woorden worden genoemd, des te minder er van wordt waar gemaakt. De treurige werkelijkheid is dat ons land al jaren lang bezig is af te glijden op allerlei internationale ranglijsten.

De pensioenfondsen dan? Deze fossielen uit een grijs verleden hebben kans gezien het vertrouwen dat de grote meerderheid van de deelnemers eens heeft gehad in deze instellingen, volledig te verspelen. Het voornaamste kenmerk van de bedrijfstakpensioenfondsen, waar zo’n 80% van de Nederlanders verplicht bij is aangesloten, is helaas een volkomen gebrek aan modern maatschappelijk besef. Het is in deze tijd namelijk voor bijna iedereen vanzelfsprekend dat de deelnemers die alle risico’s lopen zonder bevoogding van bonden en werkgevers zeggenschap over hun eigen uitgestelde loon hebben. In feite zijn de fondsen gekaapt door vakbonden en werkgevers die tegen beter weten in een verkalkte bestuursstructuur in stand houden en de competentie missen de financiële belangen van de deelnemers naar behoren te behartigen. Deze onaanvaardbare aanpak wordt bovendien nog eens gecombineerd met een arrogantie en een neerbuigendheid in de richting van met name de gepensioneerden. Dat draagt bij deze categorie alleen maar bij aan de woede over wat zich momenteel omtrent hun uitgestelde loon afspeelt.

Het ABP als grootste pensioenfonds van Nederland zou een voorbeeldfunctie moeten vervullen, en doet dat ook, zij het in uiterst negatieve zin. Een sprekend voorbeeld. Op 4 oktober 2010 organiseert het ABP op kosten van de deelnemers een zogenaamd Rendez-Vous in Den Haag. Deze oefening in public relations wordt als volgt aangekondigd:

Samen werken aan een robuust pensioen
Bouwen aan (nieuw) vertrouwen van deelnemers, gepensioneerden en werkgevers in hun pensioenfonds is hierin de gezamenlijke uitdaging.

En de sprekers bij deze fraaie voornemens? Wel, houd u vast:

Cees Oudshoorn van VNO-NCW, Peter Gortzak van FNV, en Angelien Kemna van de raad van Bestuur van de APG Groep.

Kennelijk gaat het ABP werken aan het al dan niet nieuwe vertrouwen van onder meer gepensioneerden in hun fonds die al jaren lang bij werkenden in koopkracht achterblijven, zonder die gepensioneerden zelf aan het woord te laten over hun eigen uitgestelde loon. Erger nog, het is een regelrechte slag in het gezicht van alle gepensioneerden dat juist Peter Gortzak hier het woord gaat voeren. Deze bondsbons par excellence is, in kongsi met de werkgevers, de voornaamste architect van jarenlange hardnekkige pogingen van de FNV de gepensioneerden buiten spel te houden. Dat een ABP bestuur met open ogen durft te kiezen voor een dergelijke charade is het zoveelste bewijs van hun disfunctioneren.

Terug naar ons thema, het vertrouwen. Nederland staat op een belangrijk kruispunt. Te lang is onze samenleving onder de controle geweest van een zelfbenoemde elite die helaas niet in staat bleek of wilde zijn de belangen van de bevolking als geheel op voldoende niveau te behandelen. Het old boys network is er nadrukkelijk in geslaagd het vertrouwen van de gemiddelde Nederlander volledig te verspelen. Men hoeft geen futuroloog te zijn om te kunnen voorspellen dat dit vertrouwen nooit meer terug komt tenzij er ingrijpende maatregelen worden genomen in de financiële sector, in de politiek, in het bedrijfsleven, of bij de pensioenfondsen. Alleen een volledige cultuuromslag, met het verwijderen uit verantwoordelijke functies van al diegenen die zich incompetent of regelrecht frauduleus betoond hebben, kan helpen het inderdaad broodnodige vertrouwen in ons maatschappelijk en economisch systeem te herwinnen. Met minder nemen burgers van jong tot oud zo langzamerhand geen genoegen meer. De maat is vol.

Het ABP verder in de problemen

zaterdag 17 juli 2010

De ambtenarenpensioenen bij het ABP zijn in gevaar. Onlangs werd bekend gemaakt dat de dekkingsgraad gezakt was tot 95, ver beneden het vereiste minimum van 105. Natuurlijk werd de lage rente weer eens aangevoerd als de hoofdreden. Het mooie van dit argument is dat de schuldvraag niet gesteld hoeft te worden. Evenmin hoef je dan in te gaan op de zeer matige beleggingsresultaten. Maar zo langzamerhand beseft iedereen dat het ABP ver achterblijft bij andere pensioenfondsen die er een wat verstandiger risicomanagement op na houden. Niettemin heeft het ABP bestuur nog niets geleerd. Kritiek wordt hooghartig weggewuifd, en de bevoogding van de verplichte deelnemers neemt eerder toe dan af. Tijd voor Kees de Lange om er maar weer eens een weblog aan te wijden, onder de titel ‘Het ABP moddert door’.

Het ABP moddert door

zaterdag 17 juli 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Het ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, komt in steeds grotere problemen. De dekkingsgraad is gezakt naar een miserabele 95, waardoor het fonds niet aan zijn verplichtingen kan voldoen en in principe de uitbetaling van de pensioenen niet langer gegarandeerd is. Dat is op zichzelf niet nieuw, want reeds in 2009 werd het ABP door De Nederlandsche Bank (DNB) gedwongen een herstelplan in te dienen. De bedoeling van een herstelplan is natuurlijk de opgelopen schade te herstellen. Bij het ABP is echter van herstel geen sprake, omdat het fonds steeds dieper in het zelf aangelegde moeras van een middeleeuwse bestuurscultuur en een dubieus financieel beleid belandt.

In november 2009 werden in een programma van Kassa, dat in nauwe samenwerking met de NBP tot stand was gekomen, de herstelplannen van een vijftal bedrijfstakpensioenfondsen doorgerekend. Deze pensioenfondsen worden geacht de belangen van 80% van de verplichte deelnemers te behartigen. Ook het herstelplan van het ABP werd doorgelicht. De resultaten van dit onderzoek logen er niet om. Geen van de onderzochte fondsen zou binnen afzienbare tijd uit de financiële problemen komen, met ernstige gevolgen vooral voor gepensioneerden. Indexatie van pensioenen is immers voor de grote meerderheid van de gepensioneerden voor een lange reeks van jaren uit het zicht geraakt, en de koopkrachtverliezen voor deze kwetsbare groep lopen jaar na jaar op. Bij dit onderzoek behoorde het ABP tot de hekkensluiters. Xander den Uyl, vice-voorzitter, probeerde het publiek tevergeefs gerust te stellen door te roepen dat er niks aan de hand was, dat het ABP het uitstekend deed, en dat de NBP bij de berekeningen (waarvan de resultaten overigens niet bestreden werden) veel te zwarte uitgangspunten gehanteerd zou hebben. Met de kennelijke bedoeling om de kijker een rad voor ogen te draaien, en ongetwijfeld gesouffleerd door het ABP bestuurslid met het dikste bord voor zijn kop, Harry Borghouts, vertelde onze incompetente bestuurder er maar niet bij dat de uitgangspunten voor de berekening die van het herstelplan van het ABP zelf waren.

Nu leven we in juli 2010, en we kunnen helaas alleen maar constateren dat de NBP in haar conclusies nog veel te optimistisch is geweest. Het ABP staat er namelijk nu aanzienlijk slechter voor dan in november 2009, met zo langzamerhand dramatische gevolgen voor alle fondsdeelnemers, maar zeker ook de gepensioneerden. Waar de werkende deelnemers bij de pensioenfondsen de mogelijkheid hebben hun inkomenspositie via CAO onderhandelingen te verdedigen, is dat natuurlijk voor gepensioneerden niet weggelegd. Waar de koopkracht van werkenden in 2009 er nog behoorlijk op vooruit is gegaan, geldt voor gepensioneerden het volstrekte tegendeel. Zij zijn in de afgelopen periode de onmiddellijke slachtoffers geweest van wat het ABP met een mooi woord zijn ‘beleid’ verkiest te noemen. De politiek kijkt hierbij opvallend de andere kant op. Zo gaan we in Nederland met onze ouderen om.

Hoe nu verder? Om te beginnen dienen de deelnemers in het ABP zich te ontdoen van ongewenste bestuurders als Den Uyl en Borghouts, wegens bewezen financiële incompetentie. Dat de dezelfde Den Uyl niet herkozen is in zijn bestuursfunctie bij de ABVA-KABO, zou toch een teken aan de wand voor de FNV moeten zijn. Voorts moet de hele bestuursstructuur grondig op de schop en de exclusieve macht van werkgevers en vakbonden definitief gebroken worden en hun verwerpelijke ‘pensioenakkoord’ bijgezet op de begraafplaats der geschiedenis. In een volwassen samenleving is democratisering en keuzevrijheid zo vanzelfsprekend, dat het een raadsel mag heten waarom zij die zo duidelijk alle risico’s lopen bij de pensioenfondsen niets te zeggen hebben over hun eigen uitgestelde loon.

Het is in feite lachwekkend dat de commissie Scheltema na maanden navelstaren tot de conclusie kwam dat DSB nooit een bankvergunning had moeten krijgen en dat DNB zijn toezichthoudende taak wel erg luchtigjes had opgevat. Zoveel energie gestoken in een bankje waar slechts een paar miljard omging, en waarvan iedereen met enig gezond boerenverstand al tijden wist dat de zaak niet deugde. Zo maar eens een vraagje. Zou het niet beter zijn geweest eens daadwerkelijk toezicht te houden op de pensioensector waar de zoveel grotere financiële problemen buitengewoon ernstige gevolgen hebben voor het merendeel van de Nederlanders die een leven lang verplicht hun premies betalen aan een fonds dat ze nooit gekozen hebben? Zou het geen goed idee zijn als DNB zich eindelijk eens met de belangen van al die gewone Nederlanders ging bemoeien, liever dan met juridische haarkloverijen ons uit te leggen dat zij het ook niet kunnen helpen? Zou een beetje daadkracht eindelijk niet eens een goed idee zijn?

Het woord is helaas aan de politiek, een politiek die zich niets gelegen laat liggen aan ouderen in onze samenleving, een politiek die met de mond belijdt dat Nederland zo snel mogelijk weer eens bestuurd moet worden, maar in werkelijkheid slechts met de eigen partijbelangen en de verdeling van lucratieve baantjes onder de eigen partijleden bezig is. Want dat gaat gewoon door, of we nu een regering hebben of niet. Met zoveel aandacht voor het eigenbelang hoeft het niet te verbazen dat men geen tijd over heeft voor overleg met partijen als SP en PVV waarop zo’n tweeënhalf miljoen burgers gestemd hebben. En dan verbazing veinzen als het vertrouwen in de politiek nog verder daalt dan zelfs de meest cynische toeschouwer vermoed zou hebben. Waarom zou het trouwens voor de hand liggen dat alle functies van enig belang toegeschoven worden aan leden van een paar politieke partijen die slechts ongeveer één procent van alle Nederlanders tot hun leden kunnen rekenen? Zouden er onder de overige 99% geen competente burgers zijn? Met deze treurige houding en een unieke interpretatie van de leus ‘eigen volk eerst’ is de bestuurlijke kwaliteit van Nederland bepaald niet gediend.

Terug naar het ABP. Hoe ver moet de dekkingsgraad zakken, hoe lang moet de indexatie van weerloze gepensioneerden bevroren worden voordat de goed bezoldigde ABP-elite (uiteraard, op uw kosten) beseft dat veranderingen essentieel zijn? Hoe lang accepteren de verplichte deelnemers bij dit kreupelende fonds nog dat hun uitgestelde loon door werkgevers en vakbonden ‘beheerd’ wordt zonder dat ze enige invloed op het resultaat hebben? Hoe lang accepteren ouderen nog de bevoogding die partijen als CDA en PvdA, als slaafse verlengstukken van de vakbonden, hen al meer dan veertig jaar door de strot duwen? Er zijn revoluties om minder begonnen.

Doorbraak in medezeggenschap bij pensioenfondsen

donderdag 8 juli 2010

Na veertig jaar strijd wordt eindelijk het normale normaal: verplichte deelnemers en gepensioneerden in de bedrijfstakpensioenfondsen gaan plaats nemen in de fondsbesturen. De Tweede Kamer heeft het initiatiefwetsvoorstel van Fatma Koser Kaya en Stef Blok op donderdag 1 juli 2010 aangenomen. Voorwaar een mijlpaal. Nu de Eerste Kamer nog.

De NBP is de organisatie die zich eerst jarenlang alleen, later ook met de steun van anderen voor medezeggenschap van gepensioneerden heeft ingezet. Erwin Nypels, oud-voorzitter van de NBP, heeft over de jaren zeer veel werk verzet om dit wetsvoorstel op te stellen en door de politieke mijnenvelden te loodsen. Het is de redactie van deze website een groot genoegen hem aan het woord te laten in zijn weblogTweede Kamer aanvaardt wetsvoorstel medezeggenschap in pensioenfondsbesturen!’ . Dit resultaat kon uitsluitend bereikt worden door de nieuwe samenstelling van de Tweede Kamer na de verkiezingen van 9 juni. Zelfs nu nog stemden CDA, PvdA en CU, partijen die door dik en dun de belangen van vakbonden steunen ook als dit leidt tot verregaande bevoogding van gepensioneerden, tegen het wetsvoorstel. Ook nu hebben ouderen van deze partijen nog steeds niets te verwachten.

Ja, de vakbonden. Zoals altijd niet geïnteresseerd in de belangen van de verplichte deelnemers in de fondsen, maar des te meer in goedbetaalde baantjes voor hun kaderleden. Het Financieele Dagblad bericht op 2 juli dat de FNV in grote meerderheid het AOW akkoord goedgekeurd zou hebben. In hun redactioneel commentaar van dezelfde dag wordt zelfs de lof van dit akkoord bezongen. Reden voor Kees de Lange, de NBP voorzitter, een ingezonden brief naar het FD te sturen waarin de puntjes op de i worden gezet.

En dan het ABP. In november 2009 kreeg de NBP naar aanleiding van de Kassa uitzending het verwijt de zaken veel te zwart voor te stellen. Naar nu blijkt, waren wij toen nog veel te optimistisch. Het ABP ziet zich nu gedwongen de premies te verhogen omdat de dekkingsgraad opnieuw gezakt is naar een troosteloos niveau. Niettemin blijft het ABP arrogant als vanouds. Kritiek op deze organisatie wordt door het bestuur consequent weggewuifd of genegeerd. Onlangs heeft de NBP een kritische brief geschreven over de inhoud van het jaarlijkse Rendez-vous en de noodzaak hier veranderingen in aan te brengen. Het ABP wist niet hoe snel ze zich van deze zaak moesten distantiëren, uiteraard zonder op de inhoud in te gaan. Lees de brief. De NBP kan zeer goed leven met deze uitkomst. De NBP is namelijk niet te koop, en is kritisch waar kritiek nodig is. Zoals ten aanzien van het ABP.

Principiële doorbraak

donderdag 8 juli 2010

Tweede Kamer aanvaardt wetsvoorstel medezeggenschap in pensioenfondsbesturen!

Erwin Nypels Erwin Nypels, oud-voorzitter NBP

Donderdagavond 1 juli 2010 heeft de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel van de Kamerleden Fatma Koser Kaya (D66) en Stef Blok (VVD) met name over de medezeggenschap van gepensioneerden in de besturen van pensioenfondsen aanvaard. Een doorbraak in de medezeggenschapsverhoudingen! Voor stemden de fracties van VVD, PVV, D66, GroenLinks, SGP en Partij voor de Dieren. Tegen de fracties van PvdA, CDA, SP en ChristenUnie. Daaraan voorafgaand was het sterk beperkende en negatieve amendement van de fracties van CDA, PvdA en ChristenUnie door een grote meerderheid verworpen. Eenzelfde lot onderging het amendement van de SP-fractie om te komen tot een zetelverdeling binnen de besturen van pensioenfondsen van 1/3, 1/3 en 1/3 voor zowel werkgevers en werknemers als gepensioneerden. De hoofdstrekking van het wetsvoorstel is door de langdurige Kamerbehandeling en de pogingen tot amendering uiteindelijk niet aangetast. Integendeel de betekenis van het wetsvoorstel is zelfs toegenomen doordat als gevolg van de pleidooien van de fracties van CDA, PvdA, GroenLinks en D66 in het wetsvoorstel een wettelijke grondslag is opgenomen voor het streven naar meer diversiteit in de samenstelling van de fondsbesturen. Het gaat daarbij speciaal om jongeren en vrouwen. De initiatiefnemers hebben verder ook één voorstel uit het amendement van fracties van CDA, PvdA en ChristenUnie in een nota van wijziging overgenomen. De drie fracties hadden voorgesteld om te regelen dat de benoeming van de vertegenwoordigers van de gepensioneerden in het bestuur van een ondernemings- of bedrijfstakpensioenfonds plaats vindt na verkiezing waarbij de gepensioneerden ook externe deskundigen als kandidaten kunnen stellen. De nota van wijziging legt dit vast.

Momenteel is 70% van de gepensioneerden, voornamelijk in bedrijfstakpensioenfondsen, niet in het bestuur van hun pensioenfondsen vertegenwoordigd. Het initiatiefwetsvoorstel wil aan deze voorwereldlijke toestand een einde maken. De NBP heeft als eerst bond in ons land 42 jaar geleden de kat de bel aangebonden door een vertegenwoordiging van de gepensioneerden te vragen in de toenmalige raad van toezicht van pensioenfonds ABP. Sindsdien heeft de bond, eerst vrijwel alleen, en later met een groeiende steun van de andere ouderen- en gepensioneerdenorganisaties, consequent voor structurele wetgeving op dit gebied gepleit. Door de aanneming van het initiatiefwetsvoorstel door de Tweede Kamer op 1 juli 2010 is dus ook voor de NBP een mijlpaal bereikt! Dit werd overigens mogelijk door de nieuwe krachtsverhoudingen in dit college, hetgeen het nut van verkiezingen aantoont!

Hieronder volgt een samenvatting van het initiatiefwetsvoorstel Koser Kaya / Blok zoals dit door de Tweede Kamer is aangenomen:

  • De gepensioneerden van zowel bedrijfstakpensioenfondsen als ondernemingspensioenfondsen krijgen, evenals de werknemers, een wettelijk afdwingbaar recht op vertegenwoordiging in de besturen van hun fondsen. De gepensioneerden en de werknemers zijn daarbij vertegenwoordigd evenredig aan hun aantallen binnen het fonds. Wanneer de betrokken partijen bij het fonds het daarover eens zijn, kan een ander verdelingscriterium gekozen worden (regelend recht). In samenhang met de wijziging van de pariteitsbepalingen (zie hieronder) wordt het daardoor ook mogelijk een zetelverdeling in een bestuur af te spreken tussen werkgevers, werknemers en gepensioneerden van 1/3, 1/3 en 1/3.
  • Het recht op vertegenwoordiging in het bestuur van hun fonds wordt voor de gepensioneerden gerealiseerd, hetzij doordat het fondsbestuur op eigen initiatief hiertoe een besluit neemt, hetzij doordat een meerderheid van de gepensioneerden zich daarvoor uitspreekt in een schriftelijke raadpleging met een respons van ten minste 10%. De wet bevat criteria die aangegeven wanneer een dergelijke raadpleging gehouden moet worden. De uitslag van de raadpleging heeft geen gevolgen voor het al dan niet voortbestaan van de deelnemersraad bij het pensioenfonds.
  • De benoeming van de vertegenwoordigers van de gepensioneerden in het bestuur van een ondernemings- of bedrijfstakpensioenfonds vindt plaats na een verkiezing waarbij de gepensioneerden ook externe deskundigen van buiten hun eigen kring kandidaat mogen stellen. Het wetsvoorstel opent tevens voor de werknemers van ondernemingspensioenfondsen de mogelijkheid om bij bestuursverkiezingen externe kandidaten te stellen. (Voor de werknemers van bedrijfstakpensioenfondsen bevat de Pensioenwet hiervoor momenteel geen belemmeringen.)
  • De pariteitsbepalingen voor de besturen van de bedrijfstakfondsen worden gelijkgetrokken met de pariteitsbepalingen uit de oude en nieuwe wetgeving voor de besturen van de ondernemingspensioenfondsen. Dit houdt in dat de vertegenwoordigers van de werknemers en van de gepensioneerden tezamen recht hebben op ten minste evenveel zetels als de vertegenwoordigers van de werkgevers (regelend recht). Hierdoor is het mogelijk dat de betrokken partijen in een pensioenfonds afspreken dat de nieuwe vertegenwoordigers van de gepensioneerden niet in de plaats van, maar naast die van de werknemers komen. Tevens kan hierdoor woorden afgesproken dat in het bestuur van een fonds het aantal vertegenwoordigers van de werkgever(s) wordt vastgesteld op minder dan de helft wanneer bij voorbeeld de risico’s van de werkgever(s) in de pensioenregeling belangrijk zijn beperkt.
  • Het streven naar meer diversiteit bij de pensioenfondsbesturen, met name ten aanzien van vrouwen en jongeren, krijgt een wettelijke grondslag. Daartoe wordt bepaald dat in de besturen van bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen de belanghebbenden op een evenwichtige wijze vertegenwoordigd dienen te zijn. Onder een evenwichtige vertegenwoordiging van de belanghebbenden wordt verstaan dat het bestuur van een pensioenfonds wat betreft de samenstelling moet aansluiten bij de diversiteit van het verzekerdenbestand. Er wordt van uit gegaan dat voor de uitwerking hiervan een convenant wordt gesloten tussen de betrokken centrale belangenorganisaties.
  • Bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen worden verplicht om op verzoek van werknemers of een vereniging van werknemers mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de werknemers van het fonds over het voornemen tot oprichting of over het bestaan van een vereniging van werknemers. Eenzelfde verplichting bestaat voor deze fondsen bij een verzoek van gepensioneerden of een vereniging van gepensioneerden mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de gepensioneerden van het fonds over het voornemen tot oprichting of over het bestaan van een vereniging van gepensioneerden.
  • Een minderheid van 30% van de leden van de deelnemersraad krijgt een recht van beroep bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam om te laten toetsen of door het bestuur de wettelijke verplichting tot evenwichtige belangenbehartiging voldoende inhoud is gegeven. Dit kan van betekenis zijn voor een minderheid zoals gepensioneerden, werknemers bij inkrimpende fondsen, jongeren en vrouwen.  Een kleine minderheid zal dan om de vereiste 30% te halen enige steun moeten verkrijgen vanuit andere groepen.

    Het wetsvoorstel moet uiteraard nog door de Eerste Kamer behandeld worden. Deze Kamer kan de inhoud echter niet meer veranderen. Uit de aanneming van het voorstel blijkt in ieder geval dat tij ten gunste aan het keren is. De achterstelling van de gepensioneerden op het gebied van de medezeggenschap in hun eigen pensioenfondsen begon het karakter van discriminatie te krijgen. De samenleving laat nu blijken daar geen genoegen meer mee te nemen. Maar het motto blijft voorlopig nog: Laat Fatma en Stef hun karwei afmaken! Op naar de Eerste Kamer!