Principiële doorbraak

Tweede Kamer aanvaardt wetsvoorstel medezeggenschap in pensioenfondsbesturen!

Erwin Nypels Erwin Nypels, oud-voorzitter NBP

Donderdagavond 1 juli 2010 heeft de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel van de Kamerleden Fatma Koser Kaya (D66) en Stef Blok (VVD) met name over de medezeggenschap van gepensioneerden in de besturen van pensioenfondsen aanvaard. Een doorbraak in de medezeggenschapsverhoudingen! Voor stemden de fracties van VVD, PVV, D66, GroenLinks, SGP en Partij voor de Dieren. Tegen de fracties van PvdA, CDA, SP en ChristenUnie. Daaraan voorafgaand was het sterk beperkende en negatieve amendement van de fracties van CDA, PvdA en ChristenUnie door een grote meerderheid verworpen. Eenzelfde lot onderging het amendement van de SP-fractie om te komen tot een zetelverdeling binnen de besturen van pensioenfondsen van 1/3, 1/3 en 1/3 voor zowel werkgevers en werknemers als gepensioneerden. De hoofdstrekking van het wetsvoorstel is door de langdurige Kamerbehandeling en de pogingen tot amendering uiteindelijk niet aangetast. Integendeel de betekenis van het wetsvoorstel is zelfs toegenomen doordat als gevolg van de pleidooien van de fracties van CDA, PvdA, GroenLinks en D66 in het wetsvoorstel een wettelijke grondslag is opgenomen voor het streven naar meer diversiteit in de samenstelling van de fondsbesturen. Het gaat daarbij speciaal om jongeren en vrouwen. De initiatiefnemers hebben verder ook één voorstel uit het amendement van fracties van CDA, PvdA en ChristenUnie in een nota van wijziging overgenomen. De drie fracties hadden voorgesteld om te regelen dat de benoeming van de vertegenwoordigers van de gepensioneerden in het bestuur van een ondernemings- of bedrijfstakpensioenfonds plaats vindt na verkiezing waarbij de gepensioneerden ook externe deskundigen als kandidaten kunnen stellen. De nota van wijziging legt dit vast.

Momenteel is 70% van de gepensioneerden, voornamelijk in bedrijfstakpensioenfondsen, niet in het bestuur van hun pensioenfondsen vertegenwoordigd. Het initiatiefwetsvoorstel wil aan deze voorwereldlijke toestand een einde maken. De NBP heeft als eerst bond in ons land 42 jaar geleden de kat de bel aangebonden door een vertegenwoordiging van de gepensioneerden te vragen in de toenmalige raad van toezicht van pensioenfonds ABP. Sindsdien heeft de bond, eerst vrijwel alleen, en later met een groeiende steun van de andere ouderen- en gepensioneerdenorganisaties, consequent voor structurele wetgeving op dit gebied gepleit. Door de aanneming van het initiatiefwetsvoorstel door de Tweede Kamer op 1 juli 2010 is dus ook voor de NBP een mijlpaal bereikt! Dit werd overigens mogelijk door de nieuwe krachtsverhoudingen in dit college, hetgeen het nut van verkiezingen aantoont!

Hieronder volgt een samenvatting van het initiatiefwetsvoorstel Koser Kaya / Blok zoals dit door de Tweede Kamer is aangenomen:

  • De gepensioneerden van zowel bedrijfstakpensioenfondsen als ondernemingspensioenfondsen krijgen, evenals de werknemers, een wettelijk afdwingbaar recht op vertegenwoordiging in de besturen van hun fondsen. De gepensioneerden en de werknemers zijn daarbij vertegenwoordigd evenredig aan hun aantallen binnen het fonds. Wanneer de betrokken partijen bij het fonds het daarover eens zijn, kan een ander verdelingscriterium gekozen worden (regelend recht). In samenhang met de wijziging van de pariteitsbepalingen (zie hieronder) wordt het daardoor ook mogelijk een zetelverdeling in een bestuur af te spreken tussen werkgevers, werknemers en gepensioneerden van 1/3, 1/3 en 1/3.
  • Het recht op vertegenwoordiging in het bestuur van hun fonds wordt voor de gepensioneerden gerealiseerd, hetzij doordat het fondsbestuur op eigen initiatief hiertoe een besluit neemt, hetzij doordat een meerderheid van de gepensioneerden zich daarvoor uitspreekt in een schriftelijke raadpleging met een respons van ten minste 10%. De wet bevat criteria die aangegeven wanneer een dergelijke raadpleging gehouden moet worden. De uitslag van de raadpleging heeft geen gevolgen voor het al dan niet voortbestaan van de deelnemersraad bij het pensioenfonds.
  • De benoeming van de vertegenwoordigers van de gepensioneerden in het bestuur van een ondernemings- of bedrijfstakpensioenfonds vindt plaats na een verkiezing waarbij de gepensioneerden ook externe deskundigen van buiten hun eigen kring kandidaat mogen stellen. Het wetsvoorstel opent tevens voor de werknemers van ondernemingspensioenfondsen de mogelijkheid om bij bestuursverkiezingen externe kandidaten te stellen. (Voor de werknemers van bedrijfstakpensioenfondsen bevat de Pensioenwet hiervoor momenteel geen belemmeringen.)
  • De pariteitsbepalingen voor de besturen van de bedrijfstakfondsen worden gelijkgetrokken met de pariteitsbepalingen uit de oude en nieuwe wetgeving voor de besturen van de ondernemingspensioenfondsen. Dit houdt in dat de vertegenwoordigers van de werknemers en van de gepensioneerden tezamen recht hebben op ten minste evenveel zetels als de vertegenwoordigers van de werkgevers (regelend recht). Hierdoor is het mogelijk dat de betrokken partijen in een pensioenfonds afspreken dat de nieuwe vertegenwoordigers van de gepensioneerden niet in de plaats van, maar naast die van de werknemers komen. Tevens kan hierdoor woorden afgesproken dat in het bestuur van een fonds het aantal vertegenwoordigers van de werkgever(s) wordt vastgesteld op minder dan de helft wanneer bij voorbeeld de risico’s van de werkgever(s) in de pensioenregeling belangrijk zijn beperkt.
  • Het streven naar meer diversiteit bij de pensioenfondsbesturen, met name ten aanzien van vrouwen en jongeren, krijgt een wettelijke grondslag. Daartoe wordt bepaald dat in de besturen van bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen de belanghebbenden op een evenwichtige wijze vertegenwoordigd dienen te zijn. Onder een evenwichtige vertegenwoordiging van de belanghebbenden wordt verstaan dat het bestuur van een pensioenfonds wat betreft de samenstelling moet aansluiten bij de diversiteit van het verzekerdenbestand. Er wordt van uit gegaan dat voor de uitwerking hiervan een convenant wordt gesloten tussen de betrokken centrale belangenorganisaties.
  • Bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen worden verplicht om op verzoek van werknemers of een vereniging van werknemers mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de werknemers van het fonds over het voornemen tot oprichting of over het bestaan van een vereniging van werknemers. Eenzelfde verplichting bestaat voor deze fondsen bij een verzoek van gepensioneerden of een vereniging van gepensioneerden mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de gepensioneerden van het fonds over het voornemen tot oprichting of over het bestaan van een vereniging van gepensioneerden.
  • Een minderheid van 30% van de leden van de deelnemersraad krijgt een recht van beroep bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam om te laten toetsen of door het bestuur de wettelijke verplichting tot evenwichtige belangenbehartiging voldoende inhoud is gegeven. Dit kan van betekenis zijn voor een minderheid zoals gepensioneerden, werknemers bij inkrimpende fondsen, jongeren en vrouwen.  Een kleine minderheid zal dan om de vereiste 30% te halen enige steun moeten verkrijgen vanuit andere groepen.

    Het wetsvoorstel moet uiteraard nog door de Eerste Kamer behandeld worden. Deze Kamer kan de inhoud echter niet meer veranderen. Uit de aanneming van het voorstel blijkt in ieder geval dat tij ten gunste aan het keren is. De achterstelling van de gepensioneerden op het gebied van de medezeggenschap in hun eigen pensioenfondsen begon het karakter van discriminatie te krijgen. De samenleving laat nu blijken daar geen genoegen meer mee te nemen. Maar het motto blijft voorlopig nog: Laat Fatma en Stef hun karwei afmaken! Op naar de Eerste Kamer!

    Labels: , | Weblog |