Leo van Heesch
Ongeveer drie weken geleden hing de redactie van het programma ‘Kassa’ van de Vara weer aan de lijn. Ik heb ooit mijn televisievuurdoop bij dit programma gehad en als er op het gebied van pensioenen iets te berekenen valt, weten zij mij te vinden. Het vorige jaar had ik voor hen de gevolgen voor gepensioneerden en toekomstig gepensioneerden van de herstelplannen van de vijf grootste pensioenfondsen doorgerekend. Dat deed ik aan de hand van een voorbeeldpensioen van 10.000 euro.
De resultaten waren schrikbarend. Gepensioneerden verloren een half jaarinkomen tot ruim drie jaarinkomens binnen de komende vijftien jaar. De cijfers werden toegezonden aan de betreffende pensioenfondsen en zij hadden er eigenlijk weinig weerwoord op. Ook werden zij uitgenodigd om naar de studio te komen, maar twee fondsen vonden dat te veel moeite.
Drie pensioenfondsen stuurden wel één van hun bestuursleden. De voorzitter van pensioenfonds Zorg en Welzijn legde uit waarom pensioenfondsen gedwongen waren om te beleggen. De vice-voorzitter van het ABP relativeerde de cijfers en hoopte dat het herstelplan niet zou uitkomen. De vreemdste opmerking kwam van de werknemersvoorzitter van BPFbouw. Mijn cijfers klopten niet want een bouwvakker had helemaal geen € 10.000 pensioen maar slechts 6.100 euro waardoor het berekende verlies veel minder was. Zo doorrekenend zou een bouwvakker helemaal gelukkig zijn als hij totaal geen pensioen had, want dan merkt hij er ook niets van als dat pensioen achteruit gaat.
Achteraf was op de website van het ABP te vinden dat de cijfers van ‘Kassa’ niet reëel waren. Waarom dat dan niet vooraf of tijdens de uitzending gemeld. Helemaal bont maakte de voorlichtster van het ABP het toen zij journalisten die om opheldering vroegen over de cijfers vertelde dat er geen rekening was gehouden met indexatie in de toekomst. Deze mededeling was pertinent onjuist. Van tweeën één, of zij hebben met al hun deskundigheid de cijfers niet doorgerekend of zij liegen keihard.
Uitgangspunten
Het verzoek van het programma ‘Kassa’ was om op basis van de huidige dekkingsgraden opnieuw uit te rekenen wat pensioengerechtigden voor de toekomst kunnen verwachten. Omdat lieden die graag de cijfers in twijfel trekken over van alles en nog wat beginnen te zeveren, wil ik graag uitleggen hoe voorzichtig ik te werk ga. Ik ben uitgegaan van de dekkingsgraden van juli 2010. Er gingen al geruchten toen ik begon te rekenen dat de cijfers van augustus nog veel slechter zouden zijn (wat ook het geval blijkt). Ook was al bekend dat de dekkingsgraden nog dit jaar verder zullen dalen ten gevolge van het langer leven risico. Toch, om niet het zwartste scenario te kiezen heb ik vastgehouden aan de cijfers van juli. Op die dekkingsgraden heb ik het groeitempo van de dekkingsgraad losgelaten dat in de eigen herstelplannen vermeld staat. Verder ben ik er van uitgegaan dat de reële loonstijging in de komende 14 jaar slechts een half procent per jaar zal zijn, terwijl het Centraal Plan Bureau uitgaat van 1%. Als ik zou uitgaan van de aanname van het CPB, dan zouden de verschillen nog veel spectaculairder zijn. Ik heb voor 2009 en 2010 de werkelijke respectievelijk de nu verwachte inflatie toegepast in plaats van het inflatiecijfer dat het CPB hanteert. Ik heb geen rekening gehouden met een terugval van de economie, ik heb geen rekening gehouden met een korting op de pensioenen, ik heb geen rekening gehouden met een conjuncturele dip in de komende 14 jaar. Hoewel dat allemaal geen ondenkbare mogelijkheden zijn, zou het mijn berekeningen speculatief hebben gemaakt. Toekomstvoorspellingen zijn altijd moeilijk, kijk maar naar datzelfde Centraal Plan Bureau met al zijn kennis dat er toch regelmatig naast zit, maar niemand kan mij het verwijt maken dat ik de verschillen onnodig opblaas.
Nieuwe berekeningen
Ondanks het feit dat ik het vorige jaar het verwijt kreeg dat ik een veel te somber beeld had geschetst, waren de resultaten nu nog veel ernstiger dan het vorig jaar. Dat verbaasde mij niet. Want ik had uiteraard al lang in de gaten dat de ontwikkelingen van de dekkingsgraad veel slechter waren dan de veronderstelling van het vorige jaar. Omdat sommige pensioenfondsen niet de ambitie hebben om de loonontwikkeling te volgen koos ik een wat voorzichtigere terminologie. In plaats van te zeggen ‘de gepensioneerden komen 35.000 euro te kort’ zei ik steeds ‘in vergelijking met de ontwikkeling van de lonen komen gepensioneerden 35.000 euro te kort’. In het programma kwam uiteindelijk die nuance te vervallen. Daarnaast rekende ik ook, net als het vorig jaar, het verlies aan koopkracht uit, omdat dat een objectievere maatstaf is voor de onderlinge vergelijking van de pensioenfondsen. Ook dat haalde uiteindelijk het programma niet omdat zij de kijkers niet willen overvoeren met cijfers.
Ik heb van beide ontwikkelingen een samenvatting gemaakt die u via onze rubriek Nieuws kunt bekijken. Nog korter samengevat komt het op het volgende neer voor de komende 14 jaar:
BPFbouw: Koopkrachtverlies ruim 1 jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling ruim twee jaarinkomens.
Zorg en Welzijn: Koopkrachtverlies ruim anderhalf jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling ruim twee en een half jaarinkomen
PMT, Metaal en Techniek: Koopkrachtverlies twee en een half jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling drie en een half jaarinkomen.
ABP: Koopkrachtverlies ruim twee en een half jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling ruim drie en een half jaarinkomen.
PME, Grootmetaal: Dit pensioenfonds komt er van de onderzochte fondsen het slechtste uit, koopkrachtverlies meer dan ruim twee en een half jaarinkomen en in vergelijking met de loonontwikkeling meer dan ruim drie en een half jaarinkomen.
Commentaar pensioenfondsen
BPFbouw stuurde een keurig mailtje naar de redactie van Kassa om uit te leggen hoe de verslechtering van de situatie tot stand is gekomen. Wel denken zij, net als het vorige jaar, nog steeds dat wij uit zijn gegaan van het zwartste scenario. Zoals hierboven uitgelegd is dat niet het geval.
Zorg en Welzijn had graag telefonisch contact, dus heb ik hen gebeld. Zij hadden de zaak ook doorgerekend en kwamen tot ongeveer dezelfde uitkomsten. Zij hadden met name vragen over de verschillen met de cijfers van het vorige jaar.
PMT: Zij wijzen er op dat een gepensioneerde bij hen slechts een gemiddeld pensioen van 5.650 euro heeft, zij indexeren volgens de prijsindex en ik zou geen rekening hebben gehouden met de inhaalindexatie. Voorts stuurden zij een eigen berekening waarbij het koopkrachtverlies zou uitkomen op ruim een jaarinkomen in plaats van de door mij berekende twee en een half jaarinkomens. Ik heb wel degelijk rekening gehouden met eventuele inhaalindexaties. Bij de analyse van hun berekening heb ik gezien dat zij vanaf 2013 de dekkingsgraad veel sneller laten stijgen dan in hun herstelplan waar ik van ben uit gegaan.
ABP weet niets anders te produceren dan wat open deuren en schampere opmerkingen.
PME: Net als PMT wijzen zij er op dat een gepensioneerde bij hen geen 10.000 euro heeft maar slechts gemiddeld 6.161 euro. Ook wijzen zij er op dat zij alleen maar indexeren voor de gestegen prijzen. Zij laten voorts weten dat om het echte koopkrachtverlies te berekenen je het pensioen in samenhang moet zien met de AOW. Tenslotte sturen zij ook een eigen berekening waarbij het koopkrachtverlies uitkomt op ruim anderhalf jaarinkomen in plaats van de door mij berekende twee en een half jaarinkomens. Wat betreft hun berekening, hier doet zich net als bij PMT een veel snellere groei van de dekkingsgraad in de beginjaren voor dan in hun dekkingsplan. Wat hun opmerking over de AOW betreft, die klopt, maar ik heb in mijn berekeningen alleen rekening gehouden met de pensioeninkomens, omdat de samenhang met de AOW voor elke inkomenscategorie anders uitpakt.
Conclusie
Net als het vorige jaar zijn er, ondanks de enorme professionele deskundigheid die er (op onze kosten) bij deze miljardenfondsen aanwezig is, geen gaten geschoten in de berekeningen die een eenvoudige vrijwilliger met een laptop en een excelprogramma heeft gemaakt….. Zoals ik ook al in de uitzending zei, ik zal het met mijn 75 jaar niet meer meemaken dat deze pensioenfondsen de koopkracht hebben hersteld, laat staan dat zij de loonontwikkeling weer kunnen volgen Het wordt tijd dat de pensioenfondsbesturen hun kop uit het zand halen en nagaan wat er in de afgelopen 20 jaar fout is gegaan en hoe zij in deze uitzichtloze situatie terecht zijn gekomen waarvan de deelnemers de rekening gepresenteerd krijgen.