Archief van september 2010

De NBP produceert cijfers, uw pensioenfonds wollige taal

dinsdag 21 september 2010

De discussie over onze pensioenen heeft nu ook het grote publiek bereikt, en de NBP loopt hierbij voorop. Op 9 september trad NBP-voorzitter Kees de Lange op in Tijd voor Max, en op 10 september in Eénvandaag. Klik op de links om deze uitzendingen te bekijken.

De NBP was, evenals in november 2009, door Kassa benaderd om de herstelplannen van de vijf grootste bedrijfstakpensioenfondsen door te rekenen op basis van de nieuwste ontwikkelingen. Op zaterdag 19 september kwam NBP-vice-voorzitter Leo van Heesch in Kassa uitgebreid in beeld met zijn berekeningen. In dezelfde uitzending ging NBP-voorzitter Kees de Lange stevig in debat met Gerard Riemen, van de Vereniging Bedrijfstakpensioenfondsen (VB). Beoordeel zelf wie het beste uit deze confrontatie kwam. Op de website van Kassa kunt u bovendien nog een interview zien met Leo van Heesch over de pensioenproblemen. Bekijk vooral beide TV fragmenten. In het scherm dat verschijnt, kunt u de fragmenten afzonderlijk aanklikken. Lees ook de inleiding tot het programma dat op deze pagina staat en let op de gemeenplaatsen waarvan Gerard Riemen zich bedient.

Leo van Heesch vat alles nog eens samen op zijn weblog, ‘Voor Gepensioneerden geen KASSA‘. Verder kunt u voor de vijf grote pensioenfondsen BPFbouw, Zorg en Welzijn, PMT Metaal en Techniek, ABP, en PME Grootmetaal in detail nagaan in hoeverre men achterblijft bij de loonontwikkeling, of bij de prijsontwikkeling in Nederland. Gegevens die u van deze fondsen zelf nooit zult vernemen.

Op 10 september kwamen de bedrijfstakpensioenfondsen met een paginagrote misleidende advertentie in alle kranten. Er werd gesproken over iets meer of iets minder pensioen, afhankelijk van de economische situatie. Wat men met een ietsje bedoelt werd later pas duidelijk. Het fonds Zorg en Welzijn sluit van 10 of zelfs 15 procent op de pensioenen niet uit. Kan het een ietsje minder misschien?

Tenslotte het FNV, de bond die in de bedrijfstakpensioenfondsen de grote meerderheid van bestuursplaatsen voor werknemers inneemt. Het pensioenfonds van deze bond is letterlijk failliet. Uit de contributies van de leden werd 30 miljoen gelicht om een overgang naar het bijna even zieltogende fonds Zorg en Welzijn te bekostigen. Men kan zich voorstellen dat het gemiddelde FNV lid een ander besteding van zijn contributie voor ogen had, bijvoorbeeld ten behoeve van zijn belangenbehartiging. Dezelfde bond die de ‘deskundigen’ levert die uw uitgestelde loon beheren. Te gek voor woorden.

Voor Gepensioneerden geen KASSA

dinsdag 21 september 2010

Leo van Heesch Leo van Heesch

Ongeveer drie weken geleden hing de redactie van het programma ‘Kassa’ van de Vara weer aan de lijn. Ik heb ooit mijn televisievuurdoop bij dit programma gehad en als er op het gebied van pensioenen iets te berekenen valt, weten zij mij te vinden. Het vorige jaar had ik voor hen de gevolgen voor gepensioneerden en toekomstig gepensioneerden van de herstelplannen van de vijf grootste pensioenfondsen doorgerekend. Dat deed ik aan de hand van een voorbeeldpensioen van 10.000 euro.

De resultaten waren schrikbarend. Gepensioneerden verloren een half jaarinkomen tot ruim drie jaarinkomens binnen de komende vijftien jaar. De cijfers werden toegezonden aan de betreffende pensioenfondsen en zij hadden er eigenlijk weinig weerwoord op. Ook werden zij uitgenodigd om naar de studio te komen, maar twee fondsen vonden dat te veel moeite.
Drie pensioenfondsen stuurden wel één van hun bestuursleden. De voorzitter van pensioenfonds Zorg en Welzijn legde uit waarom pensioenfondsen gedwongen waren om te beleggen. De vice-voorzitter van het ABP relativeerde de cijfers en hoopte dat het herstelplan niet zou uitkomen. De vreemdste opmerking kwam van de werknemersvoorzitter van BPFbouw. Mijn cijfers klopten niet want een bouwvakker had helemaal geen € 10.000 pensioen maar slechts 6.100 euro waardoor het berekende verlies veel minder was. Zo doorrekenend zou een bouwvakker helemaal gelukkig zijn als hij totaal geen pensioen had, want dan merkt hij er ook niets van als dat pensioen achteruit gaat.

Achteraf was op de website van het ABP te vinden dat de cijfers van ‘Kassa’ niet reëel waren. Waarom dat dan niet vooraf of tijdens de uitzending gemeld. Helemaal bont maakte de voorlichtster van het ABP het toen zij journalisten die om opheldering vroegen over de cijfers vertelde dat er geen rekening was gehouden met indexatie in de toekomst. Deze mededeling was pertinent onjuist. Van tweeën één, of zij hebben met al hun deskundigheid de cijfers niet doorgerekend of zij liegen keihard.

Uitgangspunten
Het verzoek van het programma ‘Kassa’ was om op basis van de huidige dekkingsgraden opnieuw uit te rekenen wat pensioengerechtigden voor de toekomst kunnen verwachten. Omdat lieden die graag de cijfers in twijfel trekken over van alles en nog wat beginnen te zeveren, wil ik graag uitleggen hoe voorzichtig ik te werk ga. Ik ben uitgegaan van de dekkingsgraden van juli 2010. Er gingen al geruchten toen ik begon te rekenen dat de cijfers van augustus nog veel slechter zouden zijn (wat ook het geval blijkt). Ook was al bekend dat de dekkingsgraden nog dit jaar verder zullen dalen ten gevolge van het langer leven risico. Toch, om niet het zwartste scenario te kiezen heb ik vastgehouden aan de cijfers van juli. Op die dekkingsgraden heb ik het groeitempo van de dekkingsgraad losgelaten dat in de eigen herstelplannen vermeld staat. Verder ben ik er van uitgegaan dat de reële loonstijging in de komende 14 jaar slechts een half procent per jaar zal zijn, terwijl het Centraal Plan Bureau uitgaat van 1%. Als ik zou uitgaan van de aanname van het CPB, dan zouden de verschillen nog veel spectaculairder zijn. Ik heb voor 2009 en 2010 de werkelijke respectievelijk de nu verwachte inflatie toegepast in plaats van het inflatiecijfer dat het CPB hanteert. Ik heb geen rekening gehouden met een terugval van de economie, ik heb geen rekening gehouden met een korting op de pensioenen, ik heb geen rekening gehouden met een conjuncturele dip in de komende 14 jaar. Hoewel dat allemaal geen ondenkbare mogelijkheden zijn, zou het mijn berekeningen speculatief hebben gemaakt. Toekomstvoorspellingen zijn altijd moeilijk, kijk maar naar datzelfde Centraal Plan Bureau met al zijn kennis dat er toch regelmatig naast zit, maar niemand kan mij het verwijt maken dat ik de verschillen onnodig opblaas.

Nieuwe berekeningen
Ondanks het feit dat ik het vorige jaar het verwijt kreeg dat ik een veel te somber beeld had geschetst, waren de resultaten nu nog veel ernstiger dan het vorig jaar. Dat verbaasde mij niet. Want ik had uiteraard al lang in de gaten dat de ontwikkelingen van de dekkingsgraad veel slechter waren dan de veronderstelling van het vorige jaar. Omdat sommige pensioenfondsen niet de ambitie hebben om de loonontwikkeling te volgen koos ik een wat voorzichtigere terminologie. In plaats van te zeggen ‘de gepensioneerden komen 35.000 euro te kort’ zei ik steeds ‘in vergelijking met de ontwikkeling van de lonen komen gepensioneerden 35.000 euro te kort’. In het programma kwam uiteindelijk die nuance te vervallen. Daarnaast rekende ik ook, net als het vorig jaar, het verlies aan koopkracht uit, omdat dat een objectievere maatstaf is voor de onderlinge vergelijking van de pensioenfondsen. Ook dat haalde uiteindelijk het programma niet omdat zij de kijkers niet willen overvoeren met cijfers.

Ik heb van beide ontwikkelingen een samenvatting gemaakt die u via onze rubriek Nieuws kunt bekijken. Nog korter samengevat komt het op het volgende neer voor de komende 14 jaar:

BPFbouw: Koopkrachtverlies ruim 1 jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling ruim twee jaarinkomens.
Zorg en Welzijn: Koopkrachtverlies ruim anderhalf jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling ruim twee en een half jaarinkomen
PMT, Metaal en Techniek: Koopkrachtverlies twee en een half jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling drie en een half jaarinkomen.
ABP: Koopkrachtverlies ruim twee en een half jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling ruim drie en een half jaarinkomen.
PME, Grootmetaal: Dit pensioenfonds komt er van de onderzochte fondsen het slechtste uit, koopkrachtverlies meer dan ruim twee en een half jaarinkomen en in vergelijking met de loonontwikkeling meer dan ruim drie en een half jaarinkomen.

Commentaar pensioenfondsen
BPFbouw stuurde een keurig mailtje naar de redactie van Kassa om uit te leggen hoe de verslechtering van de situatie tot stand is gekomen. Wel denken zij, net als het vorige jaar, nog steeds dat wij uit zijn gegaan van het zwartste scenario. Zoals hierboven uitgelegd is dat niet het geval.
Zorg en Welzijn had graag telefonisch contact, dus heb ik hen gebeld. Zij hadden de zaak ook doorgerekend en kwamen tot ongeveer dezelfde uitkomsten. Zij hadden met name vragen over de verschillen met de cijfers van het vorige jaar.
PMT: Zij wijzen er op dat een gepensioneerde bij hen slechts een gemiddeld pensioen van 5.650 euro heeft, zij indexeren volgens de prijsindex en ik zou geen rekening hebben gehouden met de inhaalindexatie. Voorts stuurden zij een eigen berekening waarbij het koopkrachtverlies zou uitkomen op ruim een jaarinkomen in plaats van de door mij berekende twee en een half jaarinkomens. Ik heb wel degelijk rekening gehouden met eventuele inhaalindexaties. Bij de analyse van hun berekening heb ik gezien dat zij vanaf 2013 de dekkingsgraad veel sneller laten stijgen dan in hun herstelplan waar ik van ben uit gegaan.
ABP weet niets anders te produceren dan wat open deuren en schampere opmerkingen.
PME: Net als PMT wijzen zij er op dat een gepensioneerde bij hen geen 10.000 euro heeft maar slechts gemiddeld 6.161 euro. Ook wijzen zij er op dat zij alleen maar indexeren voor de gestegen prijzen. Zij laten voorts weten dat om het echte koopkrachtverlies te berekenen je het pensioen in samenhang moet zien met de AOW. Tenslotte sturen zij ook een eigen berekening waarbij het koopkrachtverlies uitkomt op ruim anderhalf jaarinkomen in plaats van de door mij berekende twee en een half jaarinkomens. Wat betreft hun berekening, hier doet zich net als bij PMT een veel snellere groei van de dekkingsgraad in de beginjaren voor dan in hun dekkingsplan. Wat hun opmerking over de AOW betreft, die klopt, maar ik heb in mijn berekeningen alleen rekening gehouden met de pensioeninkomens, omdat de samenhang met de AOW voor elke inkomenscategorie anders uitpakt.

Conclusie
Net als het vorige jaar zijn er, ondanks de enorme professionele deskundigheid die er (op onze kosten) bij deze miljardenfondsen aanwezig is, geen gaten geschoten in de berekeningen die een eenvoudige vrijwilliger met een laptop en een excelprogramma heeft gemaakt….. Zoals ik ook al in de uitzending zei, ik zal het met mijn 75 jaar niet meer meemaken dat deze pensioenfondsen de koopkracht hebben hersteld, laat staan dat zij de loonontwikkeling weer kunnen volgen Het wordt tijd dat de pensioenfondsbesturen hun kop uit het zand halen en nagaan wat er in de afgelopen 20 jaar fout is gegaan en hoe zij in deze uitzichtloze situatie terecht zijn gekomen waarvan de deelnemers de rekening gepresenteerd krijgen.

Failliet van het ABP

donderdag 2 september 2010

Ook het ABP bestuur begrijpt nu eindelijk dat het ABP in zwaar weer is. In de media moeten de verplichte deelnemers rijp gemaakt worden voor een directe korting op hun nominale pensioenen. Over indexatie wordt al lang niet meer gepraat. Gepensioneerden zijn de slachtoffers, maar daar hoef je als ABP natuurlijk niet mee te communiceren. Met een grote dosis woede schrijft Kees de Lange zijn weblogBelogen en bedrogen’.

Belogen en bedrogen

donderdag 2 september 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Het ABP plaveit de weg om uw pensioen te gaan korten. De vice-voorzitters van het ABP bestuur, Xander den Uyl (vakbonden) en Joop van Lunteren (werkgevers), nemen in de media over de rug van de verplichte deelnemers alvast een voorschot op wat voor velen al lang duidelijk was. Het ABP gaat vrijwel zeker de nominale pensioenen verlagen. En 2,8 miljoen Nederlanders zijn het slachtoffer. Van een fatsoenlijke indexatie van pensioenen was al geruime tijd geen sprake meer. Maar een groter failliet van het ABP beleid dan het verlagen van de nominale pensioenen is nauwelijks denkbaar. Hoe heeft het zover kunnen komen?

Zoals altijd wanneer het ABP bestuur naar buiten treedt, zijn krampachtig vasthouden aan de macht, eigenbelang en schoonvegen van het eigen straatje de voornaamste drijfveren. Ook ditmaal is dat geen uitzondering. Natuurlijk komt het allemaal door de historisch lage lange rente. Natuurlijk kon niemand dit voorzien. Natuurlijk was het beleid van het ABP altijd boven alle twijfel verheven. Natuurlijk behartigt het ABP de belangen van alle verplichte deelnemers op evenwichtige wijze. Natuurlijk treft het ABP bestuur geen blaam. Genoeg van deze mantra’s die we al jaren horen. Wat presteert het ABP nu eigenlijk echt? We lopen puntsgewijs wat zaken van belang na.

1 De kwaliteit van het ABP bestuur
Het ABP als bedrijfstakpensioenfonds wordt paritair bestuurd door werkgevers en vakbonden. De rol van de werkgevers in dit bestuur is een overblijfsel uit vervlogen tijden, toen de overheid als werkgever nog financiële medeverantwoordelijkheid droeg voor het ABP. Die dagen zijn lang voorbij, en de invloed van de werkgevers op uw uitgestelde loon is een overblijfsel uit de middeleeuwen van ons pensioenstelsel. De rol van de overheid als werkgever kan niet beter geïllustreerd worden dan door het feit dat in 1995-6 een bedrag van 15 miljard euro door diezelfde overheid (de namen van Kok en Lubbers mogen hier niet ontbreken) uit het ABP gestolen is. Werkgevers en vakbonden zaten erbij en keken ernaar. De verplichte deelnemers waren het slachtoffer. Over de kwaliteit van het ABP bestuur is al veel gezegd. Wie gelooft dat figuren als Ed Nijpels, Harrie Borghouts en Xander den Uyl de mensen zijn die vertrouwen in één van de grootste pensioenfondsen ter wereld moeten bewerkstelligen, kan terecht als wereldvreemd beschouwd worden. En wie heeft er ooit van Joop van Lunteren gehoord?

2 De representativiteit van het ABP bestuur
De vakbonden vertegenwoordigen nog slechts 18 % van de werkenden en nauwelijks de gepensioneerden. Hun rol in onze samenleving is grotendeels uitgespeeld, maar dinosauriërs hebben slechts kleine breinen en leren langzaam. Te langzaam, want hun gebrek aan aanpassingsvermogen heeft tot hun uitsterven geleid. Toch houden zij met alle middelen aan de macht in de pensioenfondsen vast. Mooie baantjes en nog goed betaald ook. Zonder u of mij ooit iets te vragen. Ondanks dat het om ONS uitgestelde loon gaat. Ondanks de maatschappelijke onhoudbaarheid van deze situatie, doen de bonden nog hun uiterste best om een democratisch in de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel van Koser Kaya / Blok alsnog in de Eerste Kamer onder de tram te helpen. Uiteraard met steun van hun slippendragers CDA en PvdA.

3 Financieel risicomanagement bij het ABP
Het is geen geheim dat de kennis van financieel risicomanagement bij het ABP bestuur onder de maat is. Slechts twee van de dertien bestuursleden hebben enige kennis van zaken. Over een lange reeks van jaren heeft het ABP nagelaten om in goede tijden de buffers op te bouwen voor de slechte tijden die onvermijdelijk volgen. Premiekortingen in de jaren ’90, een ongerechtvaardigd optimisme zelfs tot november 2009 toen Xander den Uyl in Kassa nog beweerde dat er niets aan de hand was met het ABP, hebben het vertrouwen in het fonds gedecimeerd. Het ABP is het levende bewijs van een fonds dat uit zijn krachten gegroeid is, in moeilijke en snel wisselende economische omstandigheden niet meer snel en adequaat kan reageren, en dus de belangen van de verplichte deelnemers niet naar behoren kan behartigen.

4 Het beleggingsbeleid van het ABP
Over het beleggingsbeleid van het ABP bestaan bij experts zeer grote twijfels. Niettemin is het lastig harde gegevens boven tafel te krijgen over de echte risico’s die men verkozen heeft te lopen. Het niet afdekken van het renterisico wordt door velen gezien als een ernstige beleidsfout. Pogingen van onderzoeksjournalisten om relevante gegevens te verkrijgen zijn zelfs na een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur door het ABP gefrustreerd. Duidelijk is dat hier het laatste woord nog niet over is gesproken.

5 Het communicatiebeleid van het ABP
Het communicatiebeleid van het ABP is om te huilen. Doel is in elk geval niet om de verplichte deelnemers op de hoogte te stellen van de ontwikkelingen op pensioengebied, met name de minder aangename. In alle ABP publicaties, die vooral ‘advertorials’ van de FNV zijn, worden kritische geluiden uit alle macht geweerd, en wordt een weeë saus van braafheid en nietszeggendheid over de lezers uitgestort. Paginalange beschouwingen over de zeilboot van Ed Nijpels geven ongeveer het niveau van dit soort door de deelnemers tegen wil en dank bekostigde periodieken aan. Dit beleid voldoet niet aan de minimale eisen die aan iedere vorm van communicatiebeleid gesteld kunnen worden, en is tevens in veel gevallen bewust misleidend. Dat we hiermee in de buurt van verwijtbaar gedrag komen, moge duidelijk zijn.

6 Hoe nu verder?
Het ABP bestuur heerst, zonder zich te bekommeren om de belangen van de verplichte deelnemers die in veel gevallen een leven lang premie betaald hebben. Het pr beleid heeft vooral het onderstrepen van de eigen glorie van het ABP bestuur tot doel. Het communicatiebeleid is een slag in het gezicht van alle deelnemers in het fonds die als onwetende debielen behandeld worden. Het ABP in zijn huidige vorm heeft zijn uiterste houdbaarheidsdatum overschreden en ingrijpende maatregelen op korte termijn zijn vereist. In het belang van een ieder die zijn geloof in een goed collectief pensioenstelsel nog niet helemaal verloren heeft.

7 Gepensioneerden eisen
Vanuit het standpunt van gepensioneerden bezien dienen op de kortst mogelijke termijn de volgende maatregelen genomen te worden:

  1. Het per onmiddellijk afscheid nemen van een primitieve regenteske en arrogante bestuursstijl die het vertrouwen in het ABP in belangrijke mate door de jaren ondermijnd heeft. Alleen het werken met nieuwe mensen aan een bestuurlijke cultuur- en mentaliteitsverandering kan een wankelend ABP nog van de ondergang redden.
  2. Een geheel nieuwe bestuurssamenstelling tot stand brengen die gebaseerd is op kwaliteit, representativiteit, met uitsluiting van het old-boys-network, en met minimale werkgeversinvloed;
  3. Een transparante verslaggeving en een extern controleerbaar beleggingsbeleid implementeren;
  4. Een grondige onafhankelijke analyse van de kwaliteit van het functioneren van het ABP over een lange reeks van jaren laten uitvoeren;
  5. Een modernisering van het communicatiebeleid met spoed realiseren;
  6. De ABP periodieken open stellen voor mensen en organisaties met gefundeerde kritiek op het functioneren van het ABP;
  7. De verplichte deelnemers de keus te geven het ABP te verlaten en zich bij een ander fonds aan te sluiten.

Het is nu wel mooi geweest.