Archief van maart 2011

Aanzet tot fundamentele discussie over pensioenstelsel

dinsdag 15 maart 2011

Nieuwe website.
Maurice Wilbrink, redacteur economie bij de Geassocieerde Persdiensten heeft een nieuwe pensioenwebsite opgezet om alle pensioennieuws wat te stroomlijnen. Wij zijn uiteraard niet eenkennig en verwijzen u graag naar www.pensioenwereld.nu zodat u het nieuws ook eens van een ander hoort en zelf uw mening kunt vormen.

Simon is boos.
De gebeurtenissen rondom de pensioenen zijn voor velen onverteerbaar. Simon van der Schoot, onafhankelijk lid van de Deelnemersraad ABP maakt zijn opmerkingen over de hoorzitting in de Tweede Kamer, die inmiddels geen hoorzitting meer is maar een gesprek en hij windt zich terecht op over de houding van de zogenaamde sociale partners die menen naar eigen goeddunken te kunnen omspringen met de eigendommen van werknemers en gepensioneerden.

Aanzet tot een fundamentele discussie.
Zoals ook in ons blad Pensioenbelangen, hoeft niet alles op onze website “His masters voice “ te zijn. Joop van Vliet probeert in zijn weblog een aanzet te geven tot een fundamentele discussie en verschaft er ook nog een grafiek bij over de beleggingen van de gezamenlijke pensioenfondsen.

Bodem weg onder pensioen.
Dit was de kop op de voorpagina van het Financieel Dagblad, toch niet echt een sensatiekrantje, van maandag 7 maart. Na een hele week van publicaties had deze krant op 14 maart nog steeds een enorme scepsis, waar zij schreven “Pensioen: garantie tot aan de deur”.

De artikelen gingen over de contouren van het zogenaamde pensioenakkoord die nu langzaam uit de mist van geheimzinnigheid duidelijk worden. Als een degelijke krant, gespecialiseerd op financieel-economische onderwerpen, tot zo’n conclusie komt is er dus echt iets aan de hand.

De onrust die ook toeneemt onder de werknemers en de leden van de vakbonden was aanleiding voor de onderhandelaars van de vakbonden om naar De Telegraaf te stappen om uit te leggen hoe goed ze wel niet bezig waren. Ook in hun eigen publicaties lichtten ze deze week een tipje van de sluier op. Dat mag dan als winst worden beschouwd na een jaar lang handjeklap met de werkgevers in de achterkamertjes met een bordje “streng verboden voor belanghebbenden” op de deur. Dat ze zelf ook weten hoe achterbaks ze bezig zijn, blijkt uit hun eigen publicatie waarin ze stellen dat de onderhandelaars nu een exclusief boekje open doen in de Telegraaf.

Ze beginnen weer met de worst dat iedereen zelf mag kiezen wanneer hij met pensioen gaat. Het probleem om dan toch de werknemers niet te veel te laten inleveren als zij dat met 65 jaar willen, is echter nog niet opgelost. Een tweede worst is de verhoging van de AOW. Daarover moet nog met minister Kamp worden gepraat. Die staat net als het hele kabinet natuurlijk te trappelen om miljarden extra uit te geven. Prof. Dr. Bernard van Praag heeft er afgelopen week in een interview terecht op gewezen dat het omslagstelsel dat de AOW is, door de vergrijzing toch al moeilijk te handhaven is, dus je kunt je afvragen of dit geen luchtfietserij is van de vakbonden.

In het nieuwe stelsel zouden tegenvallers beter kunnen worden opgevangen, omdat het systeem flexibeler is. De risico’s zouden over een aantal jaren worden gespreid terwijl er een extra voorziening komt om tegenvallers op te vangen. Heet dat in het bestaande stelsel niet “Buffer”. Hoe dat verder concreet wordt uitgewerkt blijft voorlopig in de hardnekkige mist hangen.

Wat wij ook verkeerd hebben begrepen is het feit dat de maximalisatie van de premie volgens ons een cadeautje is voor de werkgevers. Dat is helemaal niet het geval hoor.
De huidige premie is een zogenaamd kostendekkende premie. Maar in die kostendekkende premie zit geen compensatie voor toekomstig koopkrachtverlies. Dus op basis van die premie kan de koopkracht niet worden gehandhaafd, laat staan gegarandeerd. Uit verschillende recente onderzoeken blijkt dat werknemers bereid zijn meer premie te betalen als zij daardoor meer zekerheid krijgen over hun oudedagsvoorziening. Kennelijk zijn de vakbonden het contact met de werkende bevolking geheel kwijt geraakt. Klakkeloos hebben zij het standpunt van de werkgevers overgenomen dat de premie onder geen voorwaarde meer omhoog mag.

Verder worden er door de heren allerlei kreten geslaakt, zonder dat dit verder wordt onderbouwd zoals: “als wij niets doen komen de pensioenfondsen in problemen en moet er misschien wel vaker afgestempeld worden”. En “wij denken dat het beter is om centraal afspraken te maken en zo de werkgevers in toom te houden”. Ik kan u verzekeren, de werkgevers leunen achterover en lachen zich kapot. De premie is gemaximeerd en zij lopen geen enkel risico meer.

Haar in de soep.
Maar deze week bleek er toch een haar in de soep of zo u wilt een kink in de kabel. Om het nieuwe stelsel goed op te kunnen starten moeten de 800 miljard aan oude rechten in het nieuwe systeem worden “ingevaren”. In hun ijver om het bestaande stelsel om zeep te helpen hadden de onderhandelaars verzuimd om na te gaan of dat juridisch wel kon. Zij gedragen zich al decennia als eigenaren van de pensioenvermogens en meenden ook nu maar te kunnen beslissen zonder de feitelijke eigenaren, werknemers en gepensioneerden daar in te kennen.

De landsadvocaat kwam deze week tot de conclusie dat het toch niet zo simpel was als werkgevers en vakbonden dachten. Opgebouwde rechten kunnen onder Nederlands recht, alleen worden aangepast als het handhaven van opgebouwde rechten tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Het is de rechter die dat laatste bepaalt. Daarnaast heeft een ieder recht op een ongestoord eigendomsrecht en dat geldt ook voor het recht op pensioen.

Kennelijk zijn de vakbonden nu ook overtuigd dat zij de bestaande rechten niet zo maar kunnen overhevelen in een nieuw systeem. In de Volkskrant van 14 maart maken de voorzitters van FNV-bondgenoten en ABVA KABO de draai van hun leven als zij schrijven: “Alles wijst er op dat het overbrengen van alle opgebouwde pensioenen naar een nieuw sterk afwijkend systeem onmogelijk is. Een sterk afwijkend systeem leidt tot onzekerheid en biedt geen oplossing.” Ben ik nou gek of zijn zij het. Hebben zij niet een jaar lang in alle beslotenheid gesleuteld aan een sterk afwijkend systeem en verlangden zij niet van de politiek dat die de wet zo zou veranderen, dat de bestaande rechten zouden worden “ingevaren” in het nieuwe systeem.

Voor de rest kun je het artikel in de Volkskrant kwalificeren als public relations praat om de onrust te sussen, zonder dat helder wordt hoe zij de oplossing van de problemen zien. Wij wachten het verdere verloop van het geknutsel met onze pensioenen af en houden u op de hoogte.

Ons pensioenstelsel – aanzet tot een discussie

dinsdag 15 maart 2011

Joop van Vliet Joop van Vliet

Ondanks alle terechte kritiek op het pensioenakkoord is het duidelijk dat het huidige stelsel op termijn niet te handhaven is zonder min of meer ingrijpende wijzigingen. De zorgvuldigheid vereist dat er daarom eerst een goede analyse wordt gemaakt van een aantal belangrijke zaken, te weten:

  1. Vergroting van het maatschappelijk draagvlak.
    Het is duidelijk dat de solidariteit van jong naar oud nog verder onder druk komt te staan als enerzijds de onzekerheid over de hoogte van de toekomstige uitkeringen groter wordt en anderzijds de te betalen premies hoger worden. Daarbij speelt verder een rol dat de pensioenopbouw gerelateerd aan de betaalde premie bij jongeren lager is dan bij ouderen. Datzelfde geldt, eigenlijk nog sterker, voor de perverse solidariteit tussen lager opgeleide en hoger opgeleide vrouwen, waarbij de verschillen in levensduur een zeer grote rol spelen.
  2. Het aanvaardbare minimum aanvullend pensioen en de AOW als basispensioen
    Het gaat hierbij om het totaal van AOW-uitkering en aanvullend pensioen. Beide kunnen bijvoorbeeld worden uitgedrukt als percentage van het minimumloon. Omdat ook de toekomstige houdbaarheid van de AOW ter discussie staat, kunnen beide componenten niet los van elkaar worden beschouwd.
  3. De maximale pensioenpremie in procenten en geld, samen met premies sociale verzekering en de maximale zorgpremie
    Het is te simpel om te stellen dat een premiepercentage van X procent voor het aanvullend pensioen als maximaal moet worden gezien. Als de premies sociale verzekeringen (omslagstelsel) omhoog gaan en/of de nominalezorgpremie en/of de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorg stijgen, wordt het besteedbaar inkomen lager en daalt daardoor dus ook de bestedingsruimte in procenten.
  4. De gewenste mate van zekerheid
    Het zal duidelijk zijn dat de gewenste mate van zekerheid nauw verbonden is aan de hoogte van het pensioen en het (leeftijdsgebonden) bestedingspatroon van de gepensioneerde. In het algemeen echter zal de behoefte aan zekerheid groter zijn naarmate het pensioen lager is.
  5. De Europese en nationale regelgeving
    In een aantal gevallen bijten de Europese regels en de Nederlandse regelgeving elkaar. Onze nationale regelgeving is gebaseerd op de in het verleden geformuleerde wenselijkheden en gedane toezeggingen, maar vooral ook op de verplichting tot deelname in een door de werkgever gekozen pensioenfonds. Dat laatste is een vorm van gedwongen winkelnering, die terecht door Europa wordt afgekeurd.

Andere kernpunten
Als belangrijkste kernpunt kan worden gezien het te verwachten rendement van de opgebouwde pensioenvermogens. Dat rendement en ook de te verwachten inflatie zullen voor een goed deel bepalend zijn voor de ‘kostendekkende‘ pensioenpremie in relatie tot de gewenste mate van zekerheid.
Hoe hoger het te verwachten rendement uitgaat boven de te verwachten inflatie, des te lager zal de kostendekkende pensioenpremie hoeven te zijn. Overigens is het vrij eenvoudig om naast het gebruikelijke brutorendement (opbrengst in procenten) en nettorendement (opbrengst in procenten verminderd met transactie en beheerskosten) een netto-nettorendement te definieren waarbij het netto-rendement wordt verminderd met het actuele inflatiepercentage.
Stel bijvoorbeeld dat het inflatiepercentage 1,5 procent is en de beheerskosten 2 procent bedragen dan blijft er bij een gemiddeld brutorendement van 7,5 procent een netto-nettorendement (nnr) van 4 procent over. Het gebruik van dat nnr maakt de verdere berekenigen aanzienlijk eenvoudiger.

Overigens is ook het vaststellen van het juiste inflatiepercentage dat moet worden toegepast, geen sinecure. Het is voor de objectieve beschouwer duidelijk dat dat inflatiepercentage doelgroepafhankelijk hoort te zijn en dus niét gelijk kan zijn aan het algemene indexatieppercentage. Ouderen, en die vormen immers de doelgroep voor de pensioenuitkeringen, hebben een ander uitgavenpatroon dan jongeren. Bovendien mogen in dat inflatiepercentage ook de kostenstijgingen voor geriatrische zorg buiten beschouwing blijven evenmin als de stijging van de lasten die door de lagere overheden worden opgelegd.

Een verder punt van overweging is of een eventuele indexatie (die zal nodig zijn in verband met de gewenste vergroting van de zekerheid) welvaartsvast dan wel waardevast dient te zijn.

Tenslotte, alhoewel deze opsomming van overige kernputten niet uitputtend is, kan de vraag worden gesteld of het wel nodig is om boven een bepaalde grens (zeg drie keer modaal) nog verplicht pensioen op te bouwen, als er al sprake dient te zijn van een dergelijke verplichting.

Bijkomstige overwegingen
Verplichte deelname aan een pensioenfonds hoeft niet noodzakelijkerwijze te betekenen deelname aan een aangewezen pensioenfonds, maar kan wel degelijk keuzevrijheid tussen een niet al tte klein aantal pensioenfondsen betekenen.

Schaalvoordelen maken het aantrekkelijk dat in vergelijkbare gevallen voor een vergelijkbare pensioenregeling kan worden gekozen. Dat betekent dat aan het aantal van deze regelingen per pensioenfonds een bovengrens moet worden gesteld. Maatwerk lijkt misschien aantrekkelijk maar is uit overwegingen van kostenefficientie niet gewenst.

Omdat schaalvoordelen boven een bepaalde grootte van het fonds niet langer wezenlijk toenemen en ook de mate van bestuurbaarheid van een groot fonds afneemt, is er een optimale fondsgrootte (waarbij de bandbreedte overigens vrij groot zal zijn) en in dat kader lijkt het door Joanne Kellerman (DNB) genoemde aantal van maximaal 100 pensioenfondsen die het gezamenlijke pensioenvermogen ca. 800 miljard euro beheren, voor ca. 8 – 10 miljoen aangeslotenen (deelnemers, ex-deelnemers en gepensioneerden – zonder dubbeltellingen) niet van realiteitszin verstoken. Dat betekent dat een gemiddeld pensioenfonds voor 80-100 duizend aangesloten ongeveer 8 miljard aan pensioenvermogen beheert ofwel in doorsnee zo’n 80 tot 100 duizend euro per aangeslotene.

Een andere belangrijke ‘bijkomstigheid’ is de vraag of er nog plaats is voor commerciele pensioenverzekeringen? En zo ja, voor welk stelsel kiest men dan? Hoewel de meeste pensioengerechtigden voor de grotere zekerheid van het DB-stelsel zullen kiezen, moet de wenselijkheid om ook deelname aan een DC-stelsel mogelijk te maken niet worden uitgesloten. Het gaat namelijk om de keuzevrijheid (binnen grenzen) van de deelnemer.

In samenhang met de voorgaande overweging kan ook de wenselijkheid van een bovengrens aan de pensioenverplichting worden gezien. Het is goed denkbaar dat tot een bepaalde grens een DB-stelsel de voorkeur geniet en boven die grens een DC-stelsel beter wordt geacht.

Conclusie
Uit de voorgaande beperkte opsomming blijkt al dat er veel moet gebeuren om voor Nederland een betaalbaar, aanvaardbaar en houdbaar pensioenstelsel te kunnen garanderen. Het zogeheten ‘pensioenakkoord’ is, ondanks de vele bezwaren die daar tegen zijn, in elk geval een eerste stap. Maar bij die eerste stap kan en mag het niet blijven. Het wordt hoog tijd dat er een fundamentele discussie komt over de pensioenen, de pensioenfondsen, ‘pension fund governance’, de zeggenschap en vooral ook de mate waarin fondsbestuurders competent zijn en welke eisen aan die competentie gesteld moeten worden.
Tot die competentie horen overigens niet alleen de kundigheid van de bestuurder maar vooral ook zijn of haar integretiteit, onafhankelijkheid, openheid en communicatievermogen.

Bijdrage Simon van der Schoot aan de hoorzitting van de Tweede Kamer

dinsdag 15 maart 2011

Geachte dames en heren,

Hieronder een aantal opmerkingen, waarvoor ik graag uw aandacht vraag.
En dat met veel dank bij voorbaat.
Hoogachtend,

Simon van der Schoot (pensioenactivist)

  1. Een hoorzitting zonder dat de belanghebbenden, zijnde de monddood gehouden gepensioneerden en de 7 miljoen hard werkende Nederlanders, die niet bij een vakorganisatie zijn aangesloten, niet zijn uitgenodigd via de belangenbehartigingorganisaties voor juist die categorie. Dat wordt een zeer eenzijdig gesprek en weer een gemiste kans voor hoor en wederhoor.
  2. Sociale partners bemoeien zich met de arbeidsvoorwaarden, waarvan het uitgestelde loon, zijnde het pensioen een uitvloeisel is. In welke mate hebben de Sociale Partners het recht om zich met het stelsel en de uitvoering daarvan te bemoeien?
  3. Hoe kan het dat in een democratisch land aan het pensioenstelsel wordt gesleuteld zonder enige terugkoppeling naar 10 miljoen belanghebbenden? Een handjevol mensen grijpen zonder enige tussenrapportage in, in het welzijn en welbevinden van zeer velen, terwijl zij noch getalsmatig, noch mentaal, noch moreel, noch financieel, noch juridisch deze groepen vertegenwoordigen?
  4. De solidariteit wordt eenzijdig, zonder enig respect voor de contractueel overeengekomen verplichtingen door de werkgevers verbroken door de risico’s met het grootste gemak af te wentelen op de werkenden en de gepensioneerden aldus de crisis aan te wenden ten bate van eigen gewin, zodat de bonussen kunnen blijven groeien daarmee de samenleving kwetsend verknoeien.
  5. Het eigendomsrecht van het pensioenvermogen is niet geregeld en toch gaan lieden de rendementen van andermans centen zodanig verdelen dat de risico’s voor de werkenden en de gepensioneerden worden “gereserveerd”.
  6. Een door sociale partners continu tegengewerkte feitelijke zeggenschap veroorzaakt een eenzijdige manier van informatieselectie en een ongelijkwaardige manier van communiceren die meer propaganda is dan informerend…. fnuikend en ondermijnend voor het vertrouwen.
  7. De achteloosheid waarmee gepensioneerden worden weggezet o.a. in het Rapport Goudswaard cs. (bron voor het handjevol “onderhandelaars”) … als zijnde zeer vermogend en daarom vanwege een eigen huis wel met minder door het leven kunnen gaan, is schrijnend waar het gaat om de kennis van de pensioenen van geborenen voor 1945 die met lage lonen zijn opgegroeid en dus moeten leven van de daaraan verbonden pensioenen. De cohorten van geborenen voor 1930 en 1940 tonen aan dat deze stellingname niet klopt, maar wel als bron door asociale partners wordt gebruikt…..
  8. Waarom gaan de sociale partners niet sleutelen aan de bonussen, gratificaties, aandelenopties en bindingspremies en zeer hoge salarissen van 20 % van de Nederlanders die zich manager noemt en daarmee 80 % van de bevolking manipuleert door dit graaien in de prijs van product en dienstverlening door te berekenen onder de schijnheilige titel: marktconform, met ook nog vele bijbanen en overdreven vergoedingen het vertrouwen in deze samenleving nog verder ondergravend. Dit vormt een bom onder onze samenleving……
  9. Er wordt niet ontkend dat herbezinning op het pensioenstelsel noodzakelijk is. Maar aan de legitimiteit van de onderhandelaars wordt meer dan ernstig getwijfeld, temeer omdat er gepleit wordt voor onverkorte overname van het akkoord. Geheimzinnigheid troef…. en de solidariteit historisch kapot gemaakt.
  10. De overheid als werkgever onttrok 25 miljard euro aan het ABP door de werkgeversbijdrage voor het eigen personeel achter te houden met instemming van de vakbonden die de leden daarmee een netto hoger salaris konden bieden… Een sigaar uit eigen doos. Dit laakbare voorbeeld, wettelijk(!!!) geritseld, leidde tot meer afromingen in de private sector. Slecht voorbeeld doet slecht volgen vanaf 1996. Zelfs de erkenning dat dit oneigenlijke wetgeving is geweest, ontbreekt!

Hiermede zijn wel tien hoorzittingen te vullen.
Ik wens u sterkte en veel wijsheid toe om deze materie in meer acceptabele banen te leiden.

Simon van der Schoot (voorzitter van een gepensioneerdenfractie in een deelnemersraad)

Verwoeste pensioenzekerheden…..

dinsdag 15 maart 2011

In de achterkamertjes van het werkgeversverbond en de aan het oog onttrokken vertrekken van de vakbonden is met enig handjeklap besloten het pensioensysteem te verwoesten door alle zekerheden volledig onderuit te halen. Werknemers en gepensioneerden met een aanvullend pensioen krijgen geen enkele garantie meer over de hoogte van hun uitkering nu en in de toekomst.. Het meest geschikte antwoord op deze vorm van contractbreuk is eigenlijk: schrap uw lidmaatschap van die bonden die dit allemaal goed vinden.

  1. De zogenaamde sociale partners bemoeien zich met de arbeidsvoorwaarden, waarvan het uitgestelde loon, zijnde het pensioen een uitvloeisel is. Maar in welke mate hebben dit handjevol bondsbonsjes het recht om zich met het pensioenstelsel en de uitvoering daarvan te bemoeien?
  2. Hoe kan het dat in een democratisch land aan het pensioenstelsel wordt gesleuteld zonder enige terugkoppeling naar de 8 miljoen werkenden en de 3 miljoen gepensioneerden? Een groepje mensen grijpt zonder enige tussenrapportage de macht om het welzijn en welbevinden van 11 miljoen belanghebbenden te “regelen”, terwijl zij noch getalsmatig, noch mentaal, noch moreel, noch financieel, noch juridisch deze belanghebbenden daadwerkelijk vertegenwoordigen.
  3. De solidariteit wordt eenzijdig, zonder enig respect voor de contractueel overeengekomen verplichtingen, door vooral de werkgeversorganisatie om zeep geholpen, door de risico’s eenzijdig af te wentelen op de werkenden en de gepensioneerden. Aldus wordt misbruik gemaakt van de economische crisis ten bate van eigen gewin, zodat de bonussen kunnen blijven groeien en daarmee de samenleving kwetsend verknoeien.
  4. Het eigendomsrecht van het gezamenlijke pensioenvermogen is n i e t geregeld en toch gaan lieden de rendementen van andermans centen zodanig verdelen dat werkgevers zich aan elke solidariteit en verantwoordelijkheid voor de werknemers kunnen onttrekken.
  5. De door de zogenaamde sociale partners voortdurend tegengewerkte feitelijke zeggenschap veroorzaakt een eenzijdige manier van informatieselectie en een ongelijkwaardige manier van communiceren die meer propaganda dan informerend is en dat is fnuikend en ondermijnend voor het vertrouwen.
  6. Waarom sleutelen de sociale partners niet aan de bonussen, de gratificaties, de aandelen opties, de bindingspremies en de toch al zeer hoge salarissen waarmee 20% van de bevolking die zich manager noemt, 80% van de bevolking manipuleert onder de schijnheilige titel: m a r k t c o n f o r m ?
  7. Er wordt niet ontkend dat herbezinning op het pensioenstelsel noodzakelijk is, maar aan de legitimiteit van de onderhandelaars wordt meer dan ernstig getwijfeld, gezien de geheimzinnige werkwijze en het funest doorbreken van de solidariteit door de werkgevers met kennelijk de instemming van de vakbeweging. Het robuuste pensioenstelsel in Nederland is willens en wetens kapot gemaakt…

Simon van der Schoot.

Pensioenakkoord ? Handjeklap in achterkamers.

zondag 6 maart 2011

Als u mocht denken dat bovenstaande kop afkomstig is van achterdochtige NBP-bestuurders, dan moet ik u teleurstellen. Het is een uitspraak van Professor Dr. Jan van de Poel, emeritus hoogleraar risicobeheer en van 1997 tot 2003 lid van de directieraad en CFO van het ABP.

Wat brengt een man met zo’n staat van dienst tot deze uitspraken. Volgens hem is het al verdacht dat de onderhandelingen achter de schermen plaats vinden terwijl de pensioensector en vooral het publiek in het duister tasten. Daarnaast zijn er geruchten die het ergste doen vermoeden. Zo zou de indexatie van pensioenen feitelijk worden afgeschaft en dat is volgens hem (en niet alleen volgens hem) de bijl aan de wortel van ons pensioenstelsel.

Vervolgens wil men weer naar een vaste rekenrente waardoor het contact met de marktrente verloren gaat en men zou afwillen van het instrument van de dekkingsgraad. Het zicht op hoe een pensioenfonds er nu echt voorstaat gaat dan volledig verloren en daarmee het zicht op noodzakelijke maatregelen. Pensioenfondsen worden een soort beleggingsclubs die geen beloftes meer doen maar verdelen wat er in kas is.

Leo van Heesch Je kunt ons verwijten dat wij weer een plaat opzetten die grijs is gedraaid, maar weer wordt er door de werkgevers, de vakbonden en de overheid zonder ons over ons beslist. Wij laten dit niet gebeuren. Wij starten zoals al eerder aangekondigd een kaartenactie “Geen knollen voor citroenen” tegen dit onzalige pensioenakkoord. Bekijk onze actiekaarten en organiseer zelf een sneeuwbal van kaarten via uw partner, kinderen, vrienden, collega’s, buren en kennissen. Kaarten kunt u bij ons bestellen via een mailtje naar info@pensioenbelangen.nl.

Dan de Zembla-uitzending over het gegraai door overheid en werkgevers in de pensioenpotten. Schaamteloos is er gestolen uit uw gespaarde en uitgestelde loon. Lees hiervoor het weblog ‘Hoorzitting of schokdemper ?’ van Leo van Heesch.

Simon van der Schoot, lid van de Deelnemersraad van het ABP heeft over die diefstal een open brief geschreven naar premier Rutte.

Het AOW-spaarfonds blijkt een spookfonds kopte onlangs het Financieel Dagblad. Het is in goede tijden opgezet als een spaarfonds om de latere tekorten door vergrijzing bij de AOW op te vangen. Alleen is het er nooit van gekomen. Weliswaar wordt er elk jaar een briefje in het fonds gestopt voor een aantal miljarden, maar het is monopolygeld. Henk Brouwer, als topambtenaar ooit betrokken bij het uitdenken van het fonds zegt nu kort en bondig dat het geen fonds is omdat er niets in zit. Opheffen dus en onszelf niets wijsmaken.

Nog meer schijnzekerheden. De NBA, de belangenorganisatie van Accountants vindt dat de onzekerheden bij de pensioenaanspraken veel beter moeten worden benadrukt. Pensioenen zijn veel onzekerder dan deelnemers vaak denken. Ook hier schiet de communicatie door de pensioenfondsen al jaren tekort.

De verkiezingen voor provinciale staten hebben de nieuwe partij 50PLUS een achttal statenzetels opgeleverd. Het meest succesvol was men in Limburg waar de partij van Jan Nagel en onze ex-voorzitter Kees de Lange een tweetal zetels veroverde. Voor de Eerste Kamer is men zeker van 1 zetel en mogelijkerwijs kan er ook nog een tweede zetel worden binnengesleept.

Hoorzitting of schokdemper ?

zondag 6 maart 2011

Leo van Heesch Leo van Heesch

De Zembla-uitzending van 5 februari heeft veel stof doen opwaaien. Als door een wesp gestoken reageerden de koepels van de pensioenfondsen.

Het programma had, omdat andere pensioenadviseurs hun goede relaties met de pensioenfondsen niet op het spel wilden zetten, uiteindelijk het bureau van Frits Bosch in Nuenen bereid gevonden op basis van een aantal aannames berekeningen uit te voeren.

Op de eerste plaats, wat hebben de pensioenfondsen gemist door veel te lage premievaststelling en gegraai van werkgevers in de pensioenpotten. Onthullend was de vanzelfsprekendheid van oud-minister Ruding die dat gegraai in de eigendommen van de werknemers en gepensioneerden ten behoeve van de schatkist verdedigde.

Omdat ik niet beschik over het rapport kan ik niet beoordelen of de berekeningen van bureau Bosch en het eindresultaat helemaal juist zijn. Door het rumoer over die uitkomst dreigen echter de onderliggende feiten uit het zicht te verdwijnen.

Wat ik wel kan beoordelen is het feit dat bijvoorbeeld bij het ABP op 1 januari 1996 ruim 25 miljard euro zijn gestolen. Dit bedrag is ook toegegeven door prof. Frijns die toentertijd in de positie was dit bedrag te kunnen beoordelen. Als wij die 25 miljard hadden laten renderen tegen de gemiddelde 6,3% die de pensioenfondsen in de afgelopen 20 jaar hebben gerealiseerd, dan had het ABP nu 63 miljard meer in kas gehad.

Soortgelijke zaken hebben zich ook bij andere pensioenfondsen voorgedaan en als je in staat zou zijn al die bedragen bij elkaar op te tellen, dan is duidelijk dat alleen al hierdoor de pensioenfondsen nu niet in problemen zouden zitten

Dan hebben wij het nog niet over de premies die onverantwoord laag werden vastgesteld. Op een gegeven moment was de premie bij het ABP ruim 8% terwijl 20% actuarieel vereist was. Dus er werd minder dan de helft premie afgedragen dan eigenlijk verantwoord was. Als je al die gemiste premies ook nog eens doorberekent, dan kom je tot een duizelingwekkend bedrag. Met name op dit onderdeel van de berekeningen schijnen de pensioenkoepels en hun belanghebbende secondanten het vuur te hebben geopend.

Volgens de berekeningen van het bureau Bosch hebben ook de beleggingen minder gerendeerd dan eigenlijk zou moeten. Nu ligt dat er maar aan waar je de resultaten mee vergelijkt (Benchmark heet dat in beleggersjargon). De hulptroepen van de pensioenkoepels Robeco en Ortec Finance beweren dat de pensioenfondsen zelfs beter hebben gepresteerd dan de Benchmark. Voor mij blijft, dat ook de onafhankelijke commissie Frijns heeft geconstateerd dat er bij de kredietcrisis nog 20 miljard lager is gepresteerd dan eigenlijk verwacht had mogen worden.

Zoals gezegd de exacte uitkomsten van de berekeningen kan ik wegens het ontbreken van het rapport niet beoordelen, maar de algemene trend die er aan ten grondslag ligt is zonder meer juist. En wat ik wel kan beoordelen zijn de gevolgen van al dat wanbeleid. Daardoor zijn de pensioenfondsen in de situatie gekomen dat ze kwetsbaar werden. De gevolgen van de internetcrisis en kredietcrisis konden niet meer worden opgevangen. Voor het programma “Kassa” heb ik twee opeenvolgende jaren berekend dat de koopkracht van de gepensioneerden in een glijvlucht terecht is gekomen, die de eerste 15 jaar niet gerepareerd zal worden. Berekeningen overigens waar de betrokken pensioenfondsen geen gefundeerd weerwoord op hadden.

Maar wij hoeven geen 15 jaar te wachten om de ellende te overzien. Nu al lopen de gepensioneerden bij het ABP een maandloon (7,97%) per jaar mis in vergelijking met de werkenden en dat wordt van jaar tot jaar erger. In de afgelopen jaren lopen zij al drie maandlonen achter die ze ook never nooit meer terug zullen zien. Het ABP is nog niet eens het ergste pensioenfonds. Er zijn pensioenfondsen waar nog veel langer niet is geïndexeerd en waar nu zelfs kortingen dreigen.

In al het lawaai rond de cijfers dreigt een ander belangrijk aspect van de Zembla-uitzending buiten het gezichtsveld te raken. De deskundigheid van de pensioenfondsbestuurders. De toezichthouder van De Nederlandsche Bank mevrouw Kellerman maakte er in de uitzending al wat kritische opmerkingen over. Zembla had verder een ex werknemersvoorzitter van een pensioenfonds gevonden die eerlijk wilde vertellen dat hij er geen verstand van had. Een of twee keer per jaar kwam er een mijnheer iets vertellen over ALM-studies en Z-scores. Je kon aan de ogen van de man zien dat hij dacht “Gooi het maar in mijn pet”. Hoeveel pensioenfondsbestuurders zijn er niet net zo ondeskundig maar zullen dat nooit toegegeven? Niet voor niets is het slecht afgelopen met het pensioenfonds van het FNV. Datzelfde FNV dat de hofleverancier is van pensioenfondsbestuurders.

In het kader van rampenbeheersing heeft Pieter Omtzigt van het CDA een hoorzitting in de Tweede Kamer georganiseerd. Als u zou denken dat daar ook belanghebbenden bij zijn uitgenodigd dan moet ik u teleurstellen.

Uitgenodigd zijn naast Frits Bosch en mevrouw Kellerman, de heer van Dam, oud directeur van de Pensioen- en Verzekeringskamer, de organisatie die toentertijd toezicht had moeten houden. Verder de heer Frijns van de commissie Frijns en in het verleden directeur bij het ABP. Vervolgens de hulptroepen van de pensioenkoepels, Robeco en Ortec Finance die grote belangen hebben bij de pensioenfondsen. Tenslotte mevrouw Kemna, beleggingsdeskundige en lid van de Raad van Bestuur van het APG.

Dus helaas geen Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, geen Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden, geen Centrale van Samenwerkende Ouderenorganisaties.

Ik ben bang dat door de aanvallen op de cijfers door belanghebbende deskundigen de onderliggende feiten uit het zicht verdwijnen en de Tweede Kamer weer kan overgaan tot de orde van de dag.

Leo van Heesch
Waarnemend voorzitter NBP