Archief van november 2011

Pensioenpremie, dekkingsgraad en levensverwachting

maandag 28 november 2011

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 27 november 2011

Het Tweede Kamerlid Klaver (GroenLinks) stelde onlangs de vraag aan minister Kamp of er een verband bestaat tussen het tekort van €250 miljard door de premieholidays in de jaren ’80 en ’90 en de mogelijke korting op de pensioenen nu (zie bijlage). Kamp antwoordde:

De huidige problematiek van de pensioenfondsen is ontstaan als gevolg van een combinatie van voortgaande daling van de rente, stagnerende beurskoersen en een stijging van de levensverwachting. De ontwikkeling van de dekkingsgraden in de laatste decennia wijst uit dat de huidige problemen niet kunnen worden herleid tot de afroming van pensioenvermogens aan het eind van vorige eeuw. Deze afroming was overigens mede het gevolg van politieke besluitvorming. In de periode 1984 tot 1992 is de pensioenpremie voor overheidswerknemers bij wet verlaagd tot onder het kostendekkend niveau. Daarnaast stimuleerde het wetsvoorstel dat beoogde „bovenmatige‟ pensioenvermogens weg te belasten, pensioenfondsen om hun dekkingsgraden te beperken.

Wat een politieke ontkenning van de werkelijkheid, schandelijk. Want indien de afroming van de pensioenen niet was gebeurd, zouden er nu hogere dekkingsgraden zijn geweest en dus minder of geen problemen bij de pensioenfondsen zijn. De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen is een collectieve actie gestart om te laten uitzoeken of de verloren onvoorwaardelijke indexatie voor ABP-pensioenen opgebouwd t/m 1995 weer kan worden hersteld. Iedereen met een ABP-pensioen van vóór 1996 kan zich aanmelden.

De onafhankelijke voorzitter Briët van het pensioenfonds PME (grootmetaal, met eind oktober een dekkingsgraad van slechts 88,7%) trok deze week veel aandacht met zijn voorstel om de pensioenpremie in 2012 te verhogen van 23% tot 28% van de pensioengrondslag, omdat volgens DNB uitstel niet meer mogelijk is. Dat komt wel in de buurt van een kostendekkende premie. Of een combinatie met een verlaging van het jaarlijkse opbouwpercentage of andere versoberingen van het pensioen. De CNV Vakmensen kwamen met het voorstel om in 2013 loon in te ruilen voor pensioen. Het inzicht van de noodzaak van kostendekkende premies begint door te breken.

Volgens het CBS (zie bijlage) is de levensverwachting van pasgeborenen in de periode 2000 en 2010 sterk gestegen (mannen van 75,5 tot 78,5 jaar en vrouwen van 80,6 tot 82,7 jaar) en dat is bevestigd door het Actuarieel Genootschap. Voor 65+ is de resterende levensverwachting opgelopen bij mannen van 15,3 tot 17,6 jaar (gem. 82,6 jaar) en bij vrouwen van 19,2 tot 20,8 jaar (gem. 85,8 jaar). Bij de pensioenopbouw van deze laatste groep is daarvoor te weinig premie betaald. De eerder voor 2010 voorspelde levensverwachtingen liggen zelfs hoger dan uit de waargenomen sterfte blijkt en dus hoeven pensioenfondsen (voorlopig) géén verzwaringen in hun pensioenverplichtingen door te voeren.

Een positief punt voor de ouderen is dat het inkomen van (echt)paren boven 65 jaar tussen 2001 en 2009 er gemiddeld 16% op zijn vooruitgegaan, aldus het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De gemiddelde Nederlander ontving 6% meer inkomen. Het SCP schrijft deze stijging voor ouderen toe aan de stijging van de AOW met 8% in die periode (boven de inflatiecorrectie). De redenen daarnaast zijn de verbeterde aanvullende pensioenregelingen en meer (echt)paren die beiden hebben gewerkt. Voor alleenstaande ouderen bedroeg de stijging van het inkomen 10%. Daarbij leven hoogopgeleiden gemiddeld 7 (!) jaar langer dan laagopgeleiden, aldus het SCP. De effecten van het niet indexeren van de pensioenen gedurende de laatste jaren zullen pas in het volgende onderzoek zichtbaar worden.

Invaart of uitvaart? – De sfeer was somber en zwaar

dinsdag 22 november 2011

Hier kunt u een nieuw weblog ‘Even afrekenen alstublieft! ‘ van Potamus lezen.

Hieronder een nieuwsartikel geschreven door Kees de Vries.

Invaart of uitvaart? – De sfeer was somber en zwaar
Nadat het gejuich van ‘sociale’ partners en regering over de ‘goedkeuring’ van ‘hèt pensioenakkoord’ door de bonden en de aanvaarding van het nieuwe pensioenstelsel in de Tweede Kamer, verstomd was, kwam de ontnuchtering. De confrontatie met de rauwe werkelijkheid omtrent de uitvoeringsproblemen van het nog niet uitgewerkte ‘akkoord’ vond plaats tijdens een recente hoorzitting van de Tweede Kamer. “Pensioenakkoord kan in een nachtmerrie uitmonden “, luidde de veelzeggende kop in het Economiekatern van NRC / Handelsblad van vrijdag 4 november.
Al gedurende de langdurige onderhandelingen waren er felle debatten en het definitieve besluit over ‘hèt pensioenakkoord’ is zwaar omstreden, maar het kan altijd nog erger. De moeizame voorgeschiedenis is slechts de opmaat naar een lijdensweg gedurende de komende uitvoeringspraktijk volgens Gerard Riemen, directeur van de brancheorganisatie van de pensioenfondsen. Die zei over het akkoord en de daaraan verbonden problemen:
Het is uitvoeringstechnisch bijna niet mogelijk en aan de pensioendeelnemers nauwelijks uit te leggen”.

Een omineuze uitspraak, vooral voor de pensioengerechtigden die gedurende het hele onderhandelingsproces door de ‘sociale’ partners angstvallig buiten de deur werden gehouden. Zogenaamd vóór ons, zeker over ons en gegarandeerd zonder ons! Uit de hoorzitting bleek dat het grote knelpunt het overhevelen van de bestaande pensioenrechten was, aangegeven met de verhullende term ‘invaren’ van de bestaande rechten in het nieuwe stelsel. Die rechten zijn namelijk gebaseerd op de contractueel vastgelegde ambitie een structurele prijsindexatie mogelijk te maken. Maar ‘hèt pensioenakkoord’ gaat uit van een voorwaardelijke prijsindexatie gekoppeld aan de beleggingsresultaten van het pensioenfonds. Daarbij zijn zelfs de nominale aanspraken niet zeker. Dat verstaan Wientjes en de zijnen dus onder een ‘schokbestendig’ pensioen!

Binnen het Nederlandse recht kan dat echter niet zomaar. Kort geleden heeft het Amsterdamse Gerechtshof in de procedure tussen ECN en OMEN (Energieonderzoekscentrum Nederland en de oud-medewerkers daarvan) de uitspraak gedaan: “De werkgever kan de onvoorwaardelijke indexatieregeling niet eenzijdig aanpassen ten aanzien van slapers en gepensioneerden.” Heel duidelijk lijkt het, maar er zit nog een addertje onder het gras, want het Hof vervolgt met: “Het zijn echter wel hele bijzondere omstandigheden, waaruit geen algemene conclusies kunnen worden getrokken.” En daarop: “het Hof overweegt uitdrukkelijk dat het niet onmogelijk is de pensioenregeling voor de slapers en pensioengerechtigden aan te passen”. Niets is dus zeker, want in het betreffende geval waren er zeer bijzondere omstandigheden. Maar behalve het Nederlandse Recht is er ook nog Europees Recht dat zwaar(der) telt.

Het laat zich aanzien dat binnen het Europees Recht pensioenrechten als eigendomsrechten zijn te beschouwen en die zijn binnen het Europees Recht zwaar verankerd. Als dus de voorgenomen overheveling getoetst wordt aan het Europees Recht, valt ernstig te betwijfelen of die overheveling legitiem wordt bevonden! Gedurende het onderhandelingsproces over het akkoord is daar al door meerdere partijen op gewezen. Sterker nog, de landsadvocaat heeft hierover negatief geadviseerd. Om te voorkomen dat dit advies met verwijzing naar de Wet openbaarheid van bestuur (WOB)1 kon worden opgevraagd heeft het de status van concept-advies gekregen! Met deze juridische spitsvondigheid wordt de transparantie van onze democratie weer eens op de proef gesteld. Helaas moet voor een procedure bij het Europese Hof eerst de Nederlandse rechtsgang worden doorlopen, waardoor het een kwestie van meerdere jaren zal worden en waarbij Wientjes c.s. alle mogelijke vertragingstactieken uit de kast zullen toveren.

De Stichting Pensioenfatsoen heeft overigens al aangekondigd door te procederen tot en met het Europese Hof. Stichting Pensioenfatsoen is een initiatief van de NVOG, de koepel van pensioenbelangenverenigingen, financieel ondersteund door alle lidorganisaties waaronder de NBP.2
Op de hoorzitting is zo’n rechtsgang als ‘nachtmerriescenario’ gekarakteriseerd, want hoe moet men verder als men tijdens of na de invoering van het nieuwe stelsel wordt geconfronteerd met een verbod op deze overheveling van opgebouwde rechten.
De droom van Wientjes en de zijnen is dan wel uitgekomen, maar let wel:
“Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren!”

1 In Pensioenbelangen nr. 6 van 2011 schreef Potamus, dat die wet volgens minister Donner “Wet Onzichtbaarheid Bestuurlijke dwalingen” zou moeten heten.

2 Als u aan dit initiatief wilt meedoen dan kunt u hierover meer lezen op onze actiepagina.

Even afrekenen alstublieft!

dinsdag 22 november 2011

potamus Hippo Potamus

Lang geleden, heel lang geleden, toen Potamus nog een jong en minder dik(huidig) nijlpaardje was, werkte hij bij Elseviers Weekblad, geleid door de (veel) innemende hoofdredacteur Henk Lunshof. Niet direct een swingend blad, maar de ambiance in het pand aan de Spuistraat in Amsterdam vergoedde veel en met de Dam en de Kalverstraat binnen handbereik was zelfs de korte middagpauze een feest.

Daaraan moest Potamus terugdenken, toen hij hoorde dat de spaarloonregeling gaat verdwijnen, want een van de eerste van die regelingen maakte hij mee bij Elsevier. Die werd op het prikbord aangekondigd, iedereen las het, lachte of werd kwaad, maar niemand deed er aan mee. Een directiesecretaresse onderzocht waarom niemand die prachtige regeling wilde. Bij iedere 20 gulden per maand die je spaarde (tot maximaal 100 piek) legde “de baas” 5 gulden (ach die goeie ouwe gulden !). Het mooiste was dat die bijdrage plus de rente (minimaal 4 procent !) belastingvrij waren als je het bedrag 4 jaar of langer liet staan.
Het heette Bedrijfssparen maar stond op het prikbord aangekondigd als Bedrijfsparen en dat was toch echt niet de bedoeling van onze nogal conservatieve directie. Die – althans in het openbaar – tegen een dergelijke intieme vorm van collegialiteit was.

Helaas heb ik nooit van dat bedrijfssparen met dubbele s kunnen profiteren; mijn salaris leende zich niet voor sparen en het bedrijfsparen met enkele s kon door mijn vrouw en de directionele waakzaamheid alleen in het diepste geniep plaats vinden. Wij hadden een strenge maar rechtvaardige rooms-katholieke directeur, die oprecht geloofde dat vleselijke lust buiten het huwelijk tot vreselijke onrust binnen het bedrijf zou leiden. Gelukkig heeft hij de commissie Deetman niet meer meegemaakt.

Dat spaarloon was dus een leuke regeling, maar niet voor gepensioneerden. Die konden er niet van profiteren, zelfs niet als ze eerder was gekomen. Als van ons brutoloon, belasting, AOW, ziekenfonds en pensioenpremie waren afgetrokken, resteerde er nog een fors stuk maand, waarvoor het “nettoloon” maar nauwelijks toereikend was. Want toen wij werkten, moesten wij het land weder opbouwen, de oorlog in “ons Indië” (pardon, de politionele acties) betalen, de stormrampschade (1953) herstellen en nog wat andere kleinigheden meefinancieren. Vervolgens stortten we ons vol elan op de deltawerken en ook daar ging veel geld aan op. En hoe gelukkig waren we toen die werken eindelijk klaar waren en we een groot deel van ons pensioenspaargeld mochten teruggeven aan onze (vroegere) werkgevers en aan de schatkist. Daarna bleven wij nog een tijd gewillig (wij zijn geen gierige Schotten of behoeftige Britten) bijdragen aan de Europese subsidies, die naar andere landen gingen. En nu Nederland niet langer netto-betaler is, hebben we een crisis.

Gelukkig wordt die crisis op nationaal, Europees en wereldniveau krachtig bestreden door de economie te stimuleren. Uiterst vakkundig wordt de rente voor banken heel laag gehouden en de rente door banken heel hoog. Die marge helpt de banken het bedrijfsleven van krediet te voorzien, maar ze mogen ook kiezen voor een belegging in Griekse of Italiaanse obligaties. Omdat het slecht gaat met het bedrijfsleven zijn die obligaties echter aantrekkelijker. De rentewinst gaat naar de aandeelhouders en als de obligatie wordt afgewaardeerd is er ook geen bankman overboord. Dan grijpt de staat in, want de bank is te groot om failliet te gaan. En dat betalen u en ik dus – vanzelfsprekend.
Om u daarvoor iets te compenseren, maar alleen als u nog werkt, mag u van de regering nog tot 1 januari 2012 gebruik maken van die spaarloonregeling. Toffe vent toch, die Weekers van financiën – het lijkt Sinterklaas wel. En de banken zorgen wel dat het niet gierend uit de klauw loopt, want die gooien het spaarloket nu al dicht. Het personeel heeft het te druk met het berekenen van bonussen voor staf en directie.

Potamus komt straks wel eventjes afrekenen.

Mag onvoorwaardelijk voorwaardelijk worden?

dinsdag 22 november 2011

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 20 november 2011

Op het recente congres van de Pensioen Federatie deed de nieuwe DNB-president Klaas Knot volgens het Reformatorisch Dagblad de uitspraak “dat er meer op zekerheid gespeeld moet worden bij het beheer van pensioengelden”. Dat spreekt de gepensioneerden natuurlijk aan en ons voorstel voor een gewijzigd pensioenstelsel is daarom ook op zekerheid afgestemd (zie onze website). Nu moet er alleen nog naar gehandeld worden. Vervolgens meldde Knot dat “de tweede weg naar vertrouwensherstel is meer transparantie over de pensioenrechten”. Daaronder kun je veel verstaan, maar duidelijkheid over rechten en plichten is altijd goed. Dus geen opzienbarende nieuwe gedachten over pensioenen van onze DNB-president Knot.

Wel gaf het artikel over de gepensioneerden van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN)  in de NRC van 12 november j.l. veel ophef met de kop Tien jaar strijd voor gerechtigheid en meer pensioen. Dit interview is gebaseerd op de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (zie bijlage) dat ECN verloor over een gewijzigd pensioenreglement waarin de afgesproken onvoorwaardelijk toeslagen (indexatie) voor ex-werknemers en gepensioneerden, voorwaardelijk werden gemaakt. Het Hof besliste dat zij als gepensioneerden recht houden op de eerder afgesproken indexatie. Het is  een verheugende vaststelling dat bestaande pensioenrechten niet met terugwerkende kracht door een bedrijf kunnen worden afgenomen.

Bij het ABP is hetzelfde gebeurd bij de privatisering in 1996: de wettelijke indexatie werd voorwaardelijk bij de overgang per wet naar de Stichting ABP ondanks een negatief advies hierover van de Raad van State. Er wordt momenteel onderzoek gedaan of hieraan nog iets valt te doen na jarenlang geen indexatie te hebben ontvangen en nu dreigt korten op de pensioenen ook nog. De Nederlandse Bond van Pensioenbelangen (NBP) peilt momenteel de interesse in een collectieve actie voor compensatie van dit verlies aan onvoorwaardelijke indexatie voor de ABP pensioenen opgebouwd vóór 1996. Klik hier voor meer informatie.  Velen hebben zich al aangemeld.

Minister Kamp schreef op 14 november j.l. aan de Tweede Kamer dat het niet mogelijk is om een overzicht met terugstortingen door pensioenfondsen op te stellen. Volgens RTL Nieuws op 16 november j.l. laat de minister ook de effecten van de doorsneepremie onderzoeken, maar “hij heeft op dit moment geen voornemen om te tornen aan de doorsneepremie”. Zijn antwoord op de vragen van Tweede Kamerlid Klaver van 18 november j.l. (zie bijlage) zijn informatief.  Daarin wordt erkend dat een 1% wijziging van de rentetermijnstructuur (RTS) van DNB de zgn. rekenrente, een wijziging van de dekkingsgraad van circa 15% betekent al kan met renteafdekking het effect worden beperkt. Ook wordt het indirecte verband erkend dat “de RTS de ontwikkeling van de rentes op staatsleningen van landen met een hoge kredietwaardigheid volgt”. Die lage rente  is momenteel zeer slecht voor de pensioenfondsen en niet logisch gezien de eis van waardering van de verplichtingen op marktwaarde. Het (hogere) rendement op hoogwaardige ondernemingsobligaties nemen is juister zoals beursgenoteerde bedrijven mogen gebruiken voor hun verplichtingen aan hun ondernemingspensioenfonds volgens de IAS 19.

Pensioenfonds van het jaar

woensdag 16 november 2011

potamus Hippo Potamus

PNO Media, volgens Potamus al jaren het slechtste pensioenfonds van Nederland, heeft alweer een NPN-prijs gewonnen. NPN is een tijdschrift voor de pensioensector (onderdeel van de prestigieuze Financial Times) dat ieder jaar prijzen uitdeelt. Al viel het in 2011 tegen: “De jury erkende dat de omstandigheden van het moment alle reden geven voor terughoudendheid: in beide categorieën die het beleggingsbeleid van pensioenfondsen eren, werden om die reden dit jaar geen prijzen toegekend.

Maar die terughoudendheid gold kennelijk niet voor de prijs Pensioenfonds van het jaar. Die was voor PNO Media waarover de juryleden (waarvan ik de namen niet noem omdat ze kennelijk te goed van vertrouwen zijn geweest) oordeelden: De jury heeft respect voor de manier waarop PNO Media de mening van haar achterban glashelder laat doorklinken in haar beleid. De commissie-Frijns publiceerde vorig jaar het rapport ‘Onzekere Zekerheid’ waarin pensioenfondsen werd geadviseerd het beleggingsbeleid duidelijker te enten op de risicobereidheid en het risicodraagvlak van deelnemers. PNO Media heeft dat met beide handen aangegrepen en serieus werk gemaakt van deze oproep de achterban centraal te stelen (sic Potamus). De jury prijst de proactieve aanpak van het fonds om een beter inzicht te krijgen in de manier waarop de achterban ‘zekerheid’ en ‘pensioen’ beleeft. Ook vindt ze het bemoedigend dat deze feedback de input zal vormen voor de invulling die het mediafonds straks geeft aan het nieuwe pensioencontract. PNO media stelt de deelnemers, maar ook de gepensioneerden en aangesloten werkgevers centraal in de beslissingen die ze neemt. Weten wat je achterban wil en daarnaar handelen, getuigt van goede communicatie en good governance, en de jury zet PNO Media dan ook graag in het zonnetje als npn prijswinnaar in de categorie Pensioenfonds van het Jaar.

PNO Media kreeg ook nog een eervolle vermelding voor: “(…) onderzoek gedaan naar de risicobereidheid van deelnemers, pensioengerechtigden en aangesloten werkgevers. Het fonds hield groepsdiscussies met dezelfde stakeholders en maakte er een filmcompilatie van. Ook werd de effectiviteit van de communicatie gemeten door de ene helft van een onderzoeksgroep een voorlichtingsfilmpje te tonen en de andere helft niet. De resultaten worden gebruikt voor een aangepast communicatiebeleid. PNO Media heeft duidelijk de doelgroep gepolst en daarmee een brug geslagen naar het bestuur. Ook heeft het in bestaande expertise getapt door de samenwerking aan te gaan met PGGM en de onderzoeksresultaten uit te wisselen. Dat is de toekomst van pensioencommunicatie”.

Vreemd overigens dat notoire critici/gepensioneerden van het fonds niet werden uitgenodigd voor deze groepsdiscussies en pas later hoorden dat er een onderzoek was geweest. Ook het ‘voorlichtings’orgaan PNO Actueel zweeg. Het neemt overigens nooit kritische stukken op van deelnemers of die nu gepensioneerd zijn of actief. Die brug naar het bestuur is overigens hard nodig want het bestuur laat het beleid al decennia helemaal over aan de directie van PNO Media.

Het fonds, geleid door de altijd lachende Leo Witkamp (voortdurend denkend aan zijn inderdaad belachelijke dubbele Balkenendenorm-salaris), indexeert al jaren niet. In 1997 ontkende Witkamp overigens het vergrijzingsprobleem in een interview in De Telegraaf en beweerde dat juist de vele gepensioneerden zorgden dat de premies laag bleven. Kort na dat interview verdween de toch niet onaanzienlijke buffer van ruim 40 procent snel en bereikte een – voorlopig – dieptepunt in december 2008 toen de dekkingsgraad tot 88,0 procent daalde. Per oktober 2011 was het 90,2 en een klein wonder is nodig om per ultimo 2011 geen nieuw diepterecord te boeken. Wat zal onze Picard van de pensioenwereld daarmee blij zijn.1

En ook Potamus zal blij zijn, want misschien schrikt het bestuur van PNO Media eindelijk eens wakker en worden de pensioenpremies fors verhoogd tot minimaal kostendekkend niveau. Anders gaat straks voor al die noeste omroepmedewerkers het pensioenloket op rood en voor alle andere Nederlanders het televisiebeeld op zwart.

1 En met het lijstje van dekkingsgraden in De Volkskrant van 15 november, waar PNO als op zes na slechtste fonds staat genoteerd.

Acties en verwondering

woensdag 16 november 2011

De NBP is een strijdbare organisatie die opkomt voor uw pensioenbelangen. Er lopen momenteel een tweetal acties waar u aan mee kunt doen. Klik de knop Actie aan, doe mee en stuur de berichten ook door aan uw vrienden en kennissen.

H. Potamus uit zijn verwondering in zijn weblog ‘Pensioenfonds van het jaar‘.

Voortwoekerende eurocrisis

maandag 14 november 2011

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 13 november 2011

De eurocrisis woekert alsmaar voort zonder een duidelijke koers voor een oplossing. Daarom hebben onze pensioenfondsen het moeilijk: lage beurskoersen en een lage swap-rente als rekenrente voor de – daardoor hoge – verplichtingen. Daarnaast is Brussel bezig om één Europese pensioenmarkt te realiseren met regelgeving voor pensioenfondsen. Dat is handig voor multinationals, maar niet voor Nederlandse pensioenfondsen met hun goede kapitaaldekkingsstelsel omdat vele landen dat stelsel niet of slechter hebben. Ook de door Brussel gewenste belastingheffing op financiële transacties kost de pensioenfondsen straks veel geld. Gelukkig hebben de pensioenfondsen samen nog 800 miljard euro aan pensioenvermogen per 30 juni j.l., maar volgens DNB komen ze 200 miljard tekort. Die afroming van de pensioen-vermogens in de tachtiger en negentiger jaren had nooit mogen plaatsvinden. Terugstorten zou op zijn plaats zijn!

Het was een opvallende uitspraak van directeur Gerard Riemen van de Pensioen Federatie tijdens de uitzending van Paul & Witteman op 19 oktober j.l. dat het de groep 55+ deelnemers van de pensioenfondsen zijn die de rekening betalen voor de euro crisis en niet de jongeren onder 55+. Want de werknemers in de leeftijds-categorieën 55-60 en 60-65 bouwen minder tweede pijler pensioen  op en ook minder pensioen plus AOW dan de leeftijdscategorieën daaronder. Bovendien heeft deze generatie nog lang gewerkt in de veronderstelling dat ze met de vut zouden kunnen en heeft ze ook jarenlang vut-premie betaald. Dit terwijl deze generatie nu tot zeker 66 jaar moet doorwerken. Deze uitspraken zijn gebaseerd op de CBS-tabellen.

Ook Frido Kraanen van pensioenuitvoeringsorganisatie PGGM betoogde in de Volkskrant dat jongeren meer ontvangen dan ouderen op basis van een studie van ministerie van VWS. In 2006 heben jongeren twee keer zoveel solidariteitsoverdracht ontvangen dan de ouderen (50 miljard euro tegen 27 miljard euro). Dit zijn vooral onderwijsuitgaven en de bijdragen van ouderen aan sociale voorzieningen via belasting en premies. En het Sociaal Cultureel Planbureau heeft in een recente studie aangetoond dat de babyboomgeneratie minder van de overheid heeft geprofiteerd dan de huidige 30-50’ers. Iemand die geboren is in 1970 heeft ongeveer 100.000 euro meer van de overheid ontvangen vergeleken met iemand die in 1950 is geboren. Dat is even andere koek dan wat jongeren vaak roepen. Zij krijgen ook nog meer gezonde levensjaren. Daarvoor moet wel extra premie worden betaald zoals bij de Kas Bank. Deze stelt voor om in 2012 de pensioenpremie te verhogen tot 30% van de salarissom met maximaal 2,5% voor de werknemer. De werknemers kunnen in 2012 gemiddeld zelfs 2,9% – 3,0% loonstijging verwachten volgens onderzoek van bureau Mercer bij een verwachte inflatie van 2,2%. En de gepensioneerden?

Minister Kamp heeft onlangs een wetsvoorstel voor advies bij de Raad van State vertrouwelijk ingediend dat het mogelijk maakt dat besturen van pensioenfondsen geheel uit externe beroepsbestuurders bestaat. Dat heeft voor grote opwinding gezorgd bij de sociale partners. Ook dat bedrijfstakpensioenfondsen verplicht worden een Raad van Toezicht in te stellen. Als voor het bestaande bestuursmodel wordt gekozen, dan hebben gepensioneerden altijd recht op deelname aan het bestuur.  Een hele verbetering. Het definitieve wetsvoorstel wordt openbaar nadat de Raad van State haar advies heeft uitgebracht.

Europese perikelen

zondag 6 november 2011

H. Potamus heeft een weblog ‘Heilige verontwaardiging’ geschreven waarin hij zijn licht laat schijnen over Papandreou’s referendum en de reacties uit €uropa.

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 6 november 2011

In de uitgave ABP Wereld 2011/3 (activeer de link wegens te groot bestand: http://abp.turnpages.nl/DS2/public/slot005/pdf/compleet.pdf) staan een aantal wetenswaardige zaken die vermoedelijk niet veel anders zullen zijn bij de andere pensioenfondsen, daar het ABP ongeveer een derde van alle pensioenen in Nederland beheert.

In het artikel Van de Bestuurstafel wordt vermeld dat op dit moment ongeveer de helft van het pensioenvermogen van 237 miljard euro (eind 2010, eind september 235 miljard euro) toebehoort aan de werkende deelnemers en de andere helft aan de niet-actieve deelnemers. ABP verwacht dat in 2019 twee derde van het pensioenvermogen zal toebehoren aan de niet-actieven. En dat na 2020 dat deel van het pensioenvermogen zelfs zal oplopen tot drie kwart. Dit geeft de mate van vergrijzing wel duidelijk aan. Daar hebben wij rekening mee gehouden in ons voorstel voor een gewijzigd pensioenstelsel.

In het artikel Van goed informeren moeten we naar heel goed communiceren wordt vermeld dat uit recent ABP onderzoek is gebleken dat van het totale pensioen dat iemand ontvangt, 37% betaald wordt uit beleggingsopbrengsten verdiend tijdens de opbouwfase en 43% uit beleggingsrendement terwijl iemand al met pensioen is. Het ABP heeft in het verleden becijferd dat een gemiddeld ABP pensioen voor ongeveer één vijfde deel wordt gefinancierd door betaalde premies en vier vijfde uit beleggingsopbrengsten.

Dat betekent dat als het aandeel aan betaalde premies tijdens de loopbaan in het opgebouwde pensioen gaat van een vijfde deel (20%) naar b.v. 22% daar een pensioenstijging van 8% tegenover staat bij gelijke beleggingsopbrengsten. Een relatief kleine premiestijging levert een grote hefboomwerking op in het opgebouwde pensioen. Daarom zijn volgens ons – en vele anderen – de kostendekkende premies van zo groot belang. Het argument dat een premiestijging nauwelijks effect zou hebben om de toegezegde pensioenen op peil te houden, wordt hiermede behoorlijk ontkracht. Wel moet er door het langer leven meer pensioen worden uitbetaald, maar dat komt voor tenminste 43% uit de beleggingsopbrengst van dat langer leven.

Indien het ABP zonder risico zou beleggen dan zou de bovengenoemde verhouding van 20%-37%-43% verschuiven naar 31%-34%-35% of het pensioen gaat met 40% omlaag of een combinatie van beiden. Hierbij zijn de van invloed zijnde kosten en verzekeringselementen in de premie buiten beschouwing gelaten. Dus beleggen in aandelen is noodzakelijk volgens het ABP. “We moeten het dus niet zoeken in geen risico’s lopen, maar in het beheersen van risico’s”, aldus de beide bestuursleden met de erkenning achteraf dat er beter had moeten worden gecommuniceerd over de onzekerheden.

In het artikel Vele mogelijke oorzaken wijziging pensioenhoogte wordt echter de Business Consultant bij Informatie Management Pensioenen van het ABP Nico Reuleaux geciteerd over de omzetting van eindloon naar middelloon met “Dat is logisch, want dat zijn je verworven rechten en die houd je”. Het is te hopen dat het ABP zich zal houden aan deze uitspraak bij het ‘invaren’ van de bestaande rechten in het nieuwe contract volgens het Pensioenakkoord. Want volgens het Rapport Vermeend van de Commissie Nationaal Pensioendebat Zorgen over morgen (zie bijlage) vormt onze AOW slechts 31% van ons gemiddeld eindloon in Nederland, terwijl in Griekenland dat percentage maar liefst 71,2% bedraagt en in Spanje zelfs 76,3%.

Heilige verontwaardiging

zondag 6 november 2011

potamus Hippo Potamus

Natuurlijk hadden Frau Merkel en Monsieur Sarkozy volkomen gelijk toen zij in heilige verontwaardiging ontstaken over het gedrag van Papa Ndreou. Hoe kwam Papa erbij om die gewone Grieken te vragen wat ze over de eisen van de Europese Unie dachten? En hoe schandalig van die uitvretende Grieken om die uit Duitse koker komende eisen te durven vergelijken met de maatregelen van de Duitse bezetter in de tweede wereldoorlog. Monsieur Sarkozy had toch zelf ook achter die eisen gestaan en dat is heel moedig als je bedenkt dat hij toch ook boter op zijn hoofd had.

Schandalig ook dat sommige Griekse commentatoren fijntjes hadden gewezen op het feit dat Duitsland en Frankrijk in 2003 het stabiliteitsplan aan hun ‘Schachtstiefel’ respectievelijk ‘bottine’ hadden gelapt. Daar was onze Gerrit Zalm toen al zeer verontwaardig over geweest, totdat het Centraal Planbureau hem vertelde, dat ook Nederland de grens van drie procent begrotingstekort dreigde te overschrijden.

Maar gelukkig schaarde de rest van Europa, op die eigenwijze Engelsen na natuurlijk, zich eensgezind achter Frau Angela en gelukkige jonge vader Nicolas. Alleen Silvio moest even slikken, want hij begreep ook wel dat zijn Italië straks vermoedelijk ook onder het juk van de Merkozy’s door moest. Maar na een nachtelijk beraad met, zoals Fokke en Sukke dat noemden, “twintig minderjarige meisjes” vond hij toch ook dat zo’n referendum een provocatie was. Ook de Nederlandse regering vond het maar treurig dat de Grieken er met een van de kroonjuwelen van onze D66 vandoor wilden gaan.

En in heel Europa bloeide de schijnheilige en vooral selectieve verontwaardiging over het drieste voornemen van de Grieken op. Hoe durfden ze ! Begrepen ze niet dat ze daarmee weer een precedent zouden scheppen. Wisten ze niet dat de Nederlandse stemmen tegen de Europese Grondwet in 2005 nu nog nadreunden in de wandelgangen van Brussel en Straatsburg?

Stel je voor dat we voor ieder wissewasje zo’n volksraadpleging zouden houden. Als we bijvoorbeeld in 1998 aan de Nederlanders en Duitsers hadden gevraagd of ze akkoord konden gaan met de wisselkoersen voor de Euro (definitief vastgesteld op 31 december 1998) hadden we nu geen Euro gehad. En als we de bevolking van de EU toen hadden gevraagd akkoord te gaan met de hoogte van de salarissen van de Europese ambtenaren, was het nu 39 weken van het jaar in Brussel en 13 weken in Straatsburg een sombere boel geweest. En ook waren dan al die lucratieve vergoedingen voor het zetten van je handtekening op de presentielijst, met de bijbehorende hotel- en reisvergoeding, door je neus geboord.

Bovendien was het veel te ingewikkeld voor het gewone volk om te begrijpen wat zich in het zenuwcentrum van Europa allemaal afspeelde. En die lastige journalisten snapten het ook al niet en verwaarloosden de grote voordelen van Europa. Maar ze maakten zich wel druk om kleine incidenten, als er een spiegelruit sneuvelde door een uit de hand gelopen asbak, bijvoorbeeld.

Nee, het was maar goed dat ze indertijd in meerderheid de bevolking van de EU-landen in het algemeen en van de EU-zone in het bijzonder, buiten spel hadden gezet, niet met zo’n moeilijke keuze hadden belast. En de meeste landen hadden hun lesje geleerd. Europa was Europa en daar heeft noch u, bevolking, noch wij, regering, iets over te zeggen. Dat is een boven ons gesteld gezag, dat het beste met ons voor heeft. De offers die Europa van u vraagt, zijn goed voor u en in het belang van ons u.

En nu wilde die zot van een Papandreou de zaak komen verpesten. Maar gelukkig ging dat dus niet door. En alle Europese regeringsl(ij/ei)ders en ook de l(ij/ei)ders van de G20-tob haalden opgelucht adem. Die crisis hadden ze weer overwonnen, nu die Euro-crisis nog.