Hippo Potamus
Natuurlijk hadden Frau Merkel en Monsieur Sarkozy volkomen gelijk toen zij in heilige verontwaardiging ontstaken over het gedrag van Papa Ndreou. Hoe kwam Papa erbij om die gewone Grieken te vragen wat ze over de eisen van de Europese Unie dachten? En hoe schandalig van die uitvretende Grieken om die uit Duitse koker komende eisen te durven vergelijken met de maatregelen van de Duitse bezetter in de tweede wereldoorlog. Monsieur Sarkozy had toch zelf ook achter die eisen gestaan en dat is heel moedig als je bedenkt dat hij toch ook boter op zijn hoofd had.
Schandalig ook dat sommige Griekse commentatoren fijntjes hadden gewezen op het feit dat Duitsland en Frankrijk in 2003 het stabiliteitsplan aan hun ‘Schachtstiefel’ respectievelijk ‘bottine’ hadden gelapt. Daar was onze Gerrit Zalm toen al zeer verontwaardig over geweest, totdat het Centraal Planbureau hem vertelde, dat ook Nederland de grens van drie procent begrotingstekort dreigde te overschrijden.
Maar gelukkig schaarde de rest van Europa, op die eigenwijze Engelsen na natuurlijk, zich eensgezind achter Frau Angela en gelukkige jonge vader Nicolas. Alleen Silvio moest even slikken, want hij begreep ook wel dat zijn Italië straks vermoedelijk ook onder het juk van de Merkozy’s door moest. Maar na een nachtelijk beraad met, zoals Fokke en Sukke dat noemden, “twintig minderjarige meisjes” vond hij toch ook dat zo’n referendum een provocatie was. Ook de Nederlandse regering vond het maar treurig dat de Grieken er met een van de kroonjuwelen van onze D66 vandoor wilden gaan.
En in heel Europa bloeide de schijnheilige en vooral selectieve verontwaardiging over het drieste voornemen van de Grieken op. Hoe durfden ze ! Begrepen ze niet dat ze daarmee weer een precedent zouden scheppen. Wisten ze niet dat de Nederlandse stemmen tegen de Europese Grondwet in 2005 nu nog nadreunden in de wandelgangen van Brussel en Straatsburg?
Stel je voor dat we voor ieder wissewasje zo’n volksraadpleging zouden houden. Als we bijvoorbeeld in 1998 aan de Nederlanders en Duitsers hadden gevraagd of ze akkoord konden gaan met de wisselkoersen voor de Euro (definitief vastgesteld op 31 december 1998) hadden we nu geen Euro gehad. En als we de bevolking van de EU toen hadden gevraagd akkoord te gaan met de hoogte van de salarissen van de Europese ambtenaren, was het nu 39 weken van het jaar in Brussel en 13 weken in Straatsburg een sombere boel geweest. En ook waren dan al die lucratieve vergoedingen voor het zetten van je handtekening op de presentielijst, met de bijbehorende hotel- en reisvergoeding, door je neus geboord.
Bovendien was het veel te ingewikkeld voor het gewone volk om te begrijpen wat zich in het zenuwcentrum van Europa allemaal afspeelde. En die lastige journalisten snapten het ook al niet en verwaarloosden de grote voordelen van Europa. Maar ze maakten zich wel druk om kleine incidenten, als er een spiegelruit sneuvelde door een uit de hand gelopen asbak, bijvoorbeeld.
Nee, het was maar goed dat ze indertijd in meerderheid de bevolking van de EU-landen in het algemeen en van de EU-zone in het bijzonder, buiten spel hadden gezet, niet met zo’n moeilijke keuze hadden belast. En de meeste landen hadden hun lesje geleerd. Europa was Europa en daar heeft noch u, bevolking, noch wij, regering, iets over te zeggen. Dat is een boven ons gesteld gezag, dat het beste met ons voor heeft. De offers die Europa van u vraagt, zijn goed voor u en in het belang van ons u.
En nu wilde die zot van een Papandreou de zaak komen verpesten. Maar gelukkig ging dat dus niet door. En alle Europese regeringsl(ij/ei)ders en ook de l(ij/ei)ders van de G20-tob haalden opgelucht adem. Die crisis hadden ze weer overwonnen, nu die Euro-crisis nog.



