Archief van december 2011

Pensioenen: de stand van zaken eind 2011

maandag 19 december 2011

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 18 december 2011
(de laatste nieuwsbrief van 2011 wegens gebrek aan nieuws)

Minister SZW Kamp heeft in zijn brief van 9 december 2011 (zie bijlage) de Tweede Kamer medegedeeld geen betrouwbaar overzicht te kunnen opstellen van het aantal pensioenfondsen dat in de periode 1985 tot 2005 middelen heeft terug gestort aan hun sponsor. Jammer, maar de pensioenfondsen waren destijds niet verplicht om dat terugstorten te vermelden. “Ook zijn er destijds middelen van pensioenfondsen aangewend voor de financiering van andere arbeidsvoorwaardelijke regelingen, bijvoorbeeld vervroegde uittreding. Waar dat is gebeurd, is dat niet als terugstorting geregistreerd.

Maar de Tweede Kamer roert zich op meer fronten die de vakbeweging niet zint. Het Financieel Dagblad van 13 december j.l. vermeldt als kop “Er tekent zich een kamermeerderheid af voor het inperken van de macht van de vakbonden om voor werknemers cao-afspraken te maken”. De PVV wil dat cao’s uitsluitend verbindend kunnen worden verklaard als een meerderheid van de werknemers in een sector zich achter het onderhandelingsresultaat van de vakbonden schaart. En het CDA wil dat bedrijven en deelsectoren in crisistijd makkelijker kunnen afwijken van cao-afspraken die de overheid via een algemeenverbindendverklaring aan hele sectoren oplegt. Minister Kamp steunt dit idee en kondigde aan om volgend jaar met aangepast beleid te komen.

Volgens de NRC van 14 december j.l. gaat het om 7,5 miljoen werknemers, waarvan in 2010 er 6,4 miljoen werkten onder een cao (85%). In dat jaar waren 1,9 miljoen mensen lid van een vakbond (25%). Maar er worden van de 688 cao-regelingen slechts 92 verbindend verklaard met ruim 0,7 miljoen werknemers (11%), vooral met kleine bedrijven.

De directeur van Centraal Plan Bureau kwam om de economie structureel te helpen met het voorstel om de AOW-leeftijd al eerder te verhogen naar 66 jaar dan in 2020. Werkgevers- en werknemersorganisaties evenals minister Kamp vinden het openbreken van het pensioenakkoord geen goed idee. Wij als bestuur zijn echter voorstander van het jaarlijks verhogen van de AOW-leeftijd met 1 of 2 maanden vanaf 2012, dus niet met één sprong van een jaar. Een andere mogelijkheid is om het opbouwpercentage te verlagen zoals het fonds PME (grootmetaal) voor 2012 doet: van 2,2% naar 2,0%. Dat zou 2% aan premie schelen.1)

Het jaar 2011 loopt bijna ten einde en de NRC van 15 december j.l. zet de huidige pensioenproblematiek nog eens op een rijtje. Van de 432 pensioenfondsen hadden afgelopen eind november 261 een tekort, dus een dekkingsgraad onder de 105%. Dat betreft 5,1 miljoen werknemers en 2,5 miljoen gepensioneerden. Het bureau Mercer verwacht dat als de situatie blijft zoals nu, kortingen op pensioenen van maar liefst 6% gemiddeld zullen moeten plaatsvinden. Gelukkig is de lange rente weer gestegen van 2,9% naar 3,1% aldus DNB en dat helpt de dekkingsgraad weer omhoog.

Afwachten hoe de situatie is op 31 december 2011; dat is de evaluatiedatum van DNB voor de herstelplannen. In het Financieel Dagblad van 16 december j.l. wordt Dick Sluimers, bestuursvoorzitter van pensioenuitvoerder APG die ook het ABP beheert, geciteerd met “het (systeem) te streng is voor ouderen om bij lage rente van nu de pensioenen te verlagen. En als er op basis van een lage dekkingsgraad wordt afgestempeld, is dat te mooi voor jongeren en te streng voor ouderen. Jongeren hebben nog alle tijd om de achterstand in te halen. Ik beweer ook niet dat we de komende jaren 7% rendement maken zoals in de afgelopen 20 jaar. Maar 2,7% als discontovoet, wat niets anders is dan toekomstig verwacht rendement, is wel erg laag”.

1) Het betreft hier het standpunt van het bestuur van de St. Pensioenbehoud. Het bestuur van het NBP heeft hierover nog geen standpunt bepaald.

Beleggen met pensioengelden en het pensioenakkoord

maandag 12 december 2011

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 11 december 2011
Vorige maand verscheen het boek van de Nobelprijswinnaar voor gedragseconomie Daniel Kahneman getiteld Ons feilbare denken. De recensent in de Volkskrant van 30 november begint met de vaststelling ‘Mensen zijn bar slechte beslissers. Het individu dat nuchter in zijn eigen belang handelt, bestaat niet. We lijden aan chronische zelfoverschatting en pikken alleen op wat in ons straatje past.’ Ons denkproces wordt uitgelegd door Kahneman aan de hand van twee denkbeeldige systemen en wel het dominante, snelle, irrationele denken en het langzame rationele denken. Op basis van zijn theorie is te begrijpen waarom ons pensioenstelsel in de problemen zit. Professionele beleggers zijn geen haar beter dan de grillige, manipuleerbare, modegevoelige kleine beleggers. De beleggingsindustrie, stelt Kahneman, is gebouwd op een ‘illusie van vakmanschap’. Maar al die competenties blijken geen enkele voorspellende waarde te hebben voor de beleggingsresultaten. Dat is een somber beeld voor de toekomst hetgeen Kahneman schetst.

In dat licht gezien is de brief van minister Kamp aan de Tweede Kamer van 29 november over de beleggingsresultaten van de pensioenfondsen over de jaren 2000 t/m 2010 opvallend. De toezichthouder DNB rapporteert een gezamenlijk gemiddeld beleggingsrendement van (maar) 4,8% p.j. voor 168 pensioenfondsen die gemiddeld 83% van het totaal belegd pensioenvermogen vertegenwoordigen. Het rendement van de benchmark over die periode bedraagt gemiddeld 4,6% p.j. Maar er is geen inzicht in de benchmarks van de pensioenfondsen die zij zelf vaststellen. Of dit beleggingsresultaat is bereikt door kundig beleggen (zie Kahneman hierboven) of door meer risico te hebben genomen dan de benchmark, kan DNB niet vaststellen. Ik vermoed het laatste.

Het voorstel van Mensonides en Frijns van 24 november Hoe de waardering van fondsverplichtingen voor minder paniek kan zorgen zoals is gepubliceerd in Mejudice kan een nuttige bijdrage aan de verbetering van het Pensioenakkoord leveren. De vraagstelling was “Hoe kunnen pensioenverplichtingen het beste gewaardeerd worden? Pensioendeskundigen Mensonides en Frijns bepleiten dat de risicovrije rente het uitgangspunt blijft. Maar er kan een opslag berekend worden waarvan de hoogte afhankelijk is van de risicogevoeligheid van pensioendeelnemers. Daarnaast kan voor de langere termijn rente een aanpassing worden gevonden zodat een anomalie in de rentetermijnstructuur kan worden opgelost.” Dat kan door de Ultimate Forward Rate te gaan gebruiken voor looptijden langer dan 20 jaar in de voorgeschreven rentetermijnstructuur.

Deze maand is er het boek gepubliceerd De (on)houdbaarheid van het Pensioenakkoord geschreven door de promovendus Mark Heemskerk. Hij stelt dat de huidige wetgeving niet toestaat om bestaande pensioenuitkeringen voorwaardelijk te maken, “omdat de uitkering moet vaststaan op de pensioenleeftijd.” Maar welke wetswijzigingen zijn dan nodig om het pensioenakkoord werkbaar te maken? Volgens de jurist Heemskerk zou dat kunnen door het vetorecht bij (collectieve) waardeoverdracht uit de Pensioenwet te schappen dan wel het huidige verbod op het wijzigen van pensioenrechten aan te passen. De vereiste intergenerationele solidariteit tussen jong en oud kan de uitvoering van deze wetswijziging echter belemmeren met een beroep op het verbod van leeftijdsdiscriminatie. Maar ook de definitie van ‘pensioen’ in de Pensioenwet zou moeten worden aangepast om ingegane pensioenen voorwaardelijk te kunnen maken, aldus Heemskerk in zijn Conclusies en aanbevelingen (aan te vragen per email). En dan het Europees rechtelijke aspect. Een inbreuk op het eigendomsrecht bij wet is mogelijk volgens Heemskerk indien gerechtvaardigd door het algemeen belang en het geen excessief nadeel oplevert. Naar zijn mening valt uit de rechtspraak van het EHRM af te leiden dat hiervan niet snel sprake is.

Solidariteit in ons pensioenstelsel

maandag 5 december 2011

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 4 december 2011
Het is opvallend hoe slecht de media met het begrip ‘solidariteit’ omgaan. De journaliste Mirella van Markus sprak tijdens een TV uitzending met een goed opgeleide werkende jongeman die voorstander is van individuele pensioenopbouw en als oudere zelf zijn zorg wil regelen. Zij confronteerde hem niet met zijn niet-solidair willen zijn met een zwakzinnige zoon van een vader naast hem die nooit zal werken of pensioen opbouwen en alleen maar zorg moet krijgen. Maar deze jongeman had geen idee wat een pensioen aan opbouw kost. Het bij het gesprek aanwezige Hoofd financiële zaken van PGGM gaf als voorbeeld iemand met een gewenst pensioen van € 30.000 en daar heeft hij op zijn pensioendatum € 1 miljoen kapitaal voor nodig. Aan premie kost dat € 350.000 en het resterende bedrag van € 650.000 moet uit de beleggingsopbrengst komen. Dat bedrag werd toen uitgebreid besproken en niet hoe belangrijk het is om de grote risico’s in het leven met elkaar te delen.

Van de NVOG mocht ik de volgende informatie overnemen. Dat zijn de rapporten van het Nederlands Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) Koopkracht 2001-2010 (zie bijlage) en Koopkracht van 65-plussers 2011-2012 (zie bijlage). Want het blijkt dat het in de vorige nieuwsbrief geciteerde rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau alleen de koopkracht van de aanvullende pensioenen tot € 10.000 p.j. is onderzocht voor nieuwe gepensioneerden en alleen voor die groep was de ontwikkeling van de koopkracht positief. En ook het ministerie van SZW kijkt alleen maar naar nieuwe aanvullende pensioenen tot € 10.000 p.j. Maar hoe heeft de koopkracht zich ontwikkeld voor alle bestaande gepensioneerden?

Uit deze cijfers blijkt dat in de periode 2001-2010 de alleenstaande gepensioneerden en echtparen met een aanvullend pensioen van € 10.000 of meer al flink hebben ingeleverd. En in 2012 leveren beide groepen met een aanvullend pensioen vanaf € 20.000 weer flink in qua koopkracht, vooral door de verhoogde inkomensafhankelijke bijdrage van de zorgverzekeringwet. Zie vooral de periode 2001-2012 met de grote daling van de koopkracht vanaf € 20.000 en dan is er ook nog de veelal achterblijvende indexatie van de pensioenen. Een zorgelijke ontwikkeling die helaas weinig of geen politieke aandacht krijgt.