Archief van april 2012

Het Kunduzakkoord update

vrijdag 27 april 2012

Het akkoord tussen een deel van de oppositie en de regeringscoalitie dat gisteren tot stand kwam, heeft in hoofdlijnen het volgende opgeleverd (groen is tamelijk gunstig; rood is minder gewenst; zwart is voorlopig geen oordeel):

  • AOW-leeftijd gaat beginnende 2013 met 1 maand per jaar omhoog;
  • De geplande permanente verlaging van de overdrachtsbelasting tot 2 procent wordt gehandhaafd;
  • De hypotheekrente aftrek wordt beperkt;
  • Hoge Btw-tarief gaat van 19 naar 21 procent;
  • Reiskostenforfait wordt verlaagd (vervalt in veel gevallen);
  • Lonen collectieve sector (zorg uitgezonderd) op nullijn; uitkeringen worden gespaard;
  • Loonbelasting (IB) gaat omlaag;
  • Belastingschijven worden eenmalig niet geïndexeerd;
  • Verhoging accijns alcohol, tabak en frisdrank;
  • Eigen risico in de zorg wordt verhoogd; hogere zorgtoeslag voor lagere inkomens;
  • Eerste halfjaar WW-uitkering voor rekening werkgever;
  • Bezuiniging op zorgkosten van 1 miljard, nader te bepalen;
  • Bezuinigingen op persoonsgebonden budget gaat niet door;
  • Bezuinigen op passend onderwijs gaat niet door;
  • Geen verdere bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking (blijft 0,7 procent van bbp);
  • Verhoging griffierechten gaat niet door;
  • Bouw wordt met 200 miljoen gestimuleerd;

Vergeleken met de eerdere versie moet dit worden gezien als een verbetering, maar het CPB moet nog narekenen of met dit pakket de norm van een begrotingstekort van maximaal 3 procent wordt gehaald.

Het gehele pakket is dus evenwichtiger, maar de bezuinigingen overheersen en de stimulerende maatregelen zijn nog steeds te mager. De door Brussel opgelegde norm vertraagt het herstel van de economie.

Regeringscrisis: nationale ramp of toch niet?

woensdag 25 april 2012

Joop van Vliet

Je hoeft geen PVV-aanhanger te zijn om kritisch te zijn over het nu gesneuvelde ‘Catshuisakkoord’. Te veel van de ‘bezuinigingen’ zijn incidenteel en dus eenmalig. Wie echter de 3 procent-limiet voor het begrotingstekort serieus neemt, zal een meer structurele oplossing moeten vinden. Daarbij zal men toch moeten streven naar oplossingen waarbij de lasten niet onevenredig zwaar drukken op bevolkingsgroepen, die toch al moeite hebben het hoofd boven water te houden. Verder moet rekening worden gehouden met de voor 2013 geplande afstempeling van de pensioenrechten. Die kortingen zullen – tenzij er een wonder gebeurt – niet kunnen worden verhinderd.

Volgens de tabel worden vooral de lagere inkomens in 2013 ‘gepakt’. De werkende éénverdiener met minder dan 1¾ keer het wettelijk minimumloon (wml), levert 2¾ procent meer in dan iemand die 3½ of meer keren het wml. Op lagere uitkeringen wordt 2 procent meer ingeleverd dan op de hogere uitkeringen. Gepensioneerden leveren allemaal zo’n 3¾ procent in, maar die hebben toch al veel minder inkomen. Bedenkelijk dat juist de minima procentueel het meest inleveren, want gemiddeld levert Nederland ‘slechts’ 2½ procent in.

Goede maatregelen
De vraag of de voorgestelde maatregelen wel het beoogde effect hebben, laten ik even voor wat ze is. Eerst maar de goede kanten van het akkoord:

  1. Permanent verlagen van de overdrachtsbelasting
    Kosten 1,2 miljard per jaar; volledige gecompenseerd door afschaffing van de reiskostenvergoeding. Het afschaffen van de vergoeding voor leaseauto’s zou op den duur 225 miljoen opleveren. Zinnig is ook invoering van een hypotheekaflossing op basis van annuïteiten binnen 35 jaar. Structureel moet dat ruim 3,8 miljard opleveren (na 35 jaar dus). Ingrijpen op de woningmarkt is nodig, maar levert pas in 2015 echt een redelijke bijdrage op (van 75 miljoen in 2013 tot 225 miljoen in 2025). Niet in het akkoord staat een maatregel die ‘rijken raakt en starters spaart’ door de hypotheekrenteaftrek niet via de belastingschijven te laten verlopen, maar daarvoor vast 42 procent te kiezen;
  2. Verlaging van de taakstelling passend onderwijs
    Dat kost geld maar wordt gecompenseerd door het schrappen van de gratis schoolboeken. Wie in het onderwijs zit of heeft gezeten, weet hoe boeken worden behandeld – vooral als ze gratis zijn;
  3. Afschaffen van de rode diesel
    Schadelijk voor de landbouw? Helpt wel een bron van fraude uit de wereld;
  4. Versobering van het gevangeniswezen
    Wat mij betreft tot aan het peil van de ouderenzorg in verpleeg- en verzorgingshuizen;
  5. Verhoging tabaksaccijns
  6. Greep uit het infrafonds
    Gezien het recente treinongeluk en de noodzaak tot invoering van een beter beveiligingssysteem, lijkt dat op dit moment minder goed te verdedigen, maar betere planning en meer efficiëntie kan geld besparen;
  7. Korten op ontwikkelingshulp
    Dat lijkt bij velen een populaire maatregel te zijn, maar is gezien de internationale verplichtingen moeilijk door te voeren. Overigens heeft SER-lid Louise Fresco ernstige bedenkingen ten aanzien van de doelmatigheid van ontwikkelingshulp. De honorering bij sommige van die ‘clubjes’ is, zeker gezien de doelstelling, dubieus hoog.

Twijfelachtige maatregelen
Twijfelachtig en vaak ‘te laat en te weinig’ zijn maatregelen als het bezuinigen op de publieke omroep, het korten op de departementen of het gemeente en provinciefonds. De verdubbeling van de bankbelasting lijkt aantrekkelijk, maar zal uiteindelijk wel weer worden gedragen door burgers en kleine ondernemers – in het afwentelen van lasten blijken zelfs zwakke banken sterk te zijn.
De ingrepen in de lonen, leveren volgens het Catshuis forse bedragen op. Helaas treffen ze vooral de onderkant van de maatschappij, zoals ook al uit de tabel bleek. Een gerichte aanpak van de hogere inkomens ontbreekt, behalve de beperking van de fiscale aftrekmogelijkheden voor echt hoge pensioenen.

Slechte maatregelen
Ronduit slecht vind ik de volgende maatregelen:

  1. AOW-leeftijd naar 66 jaar in 2015
    Dat levert minder op dan het werknemers mogelijk te maken na het 50e levensjaar een baan te vinden. Het schrappen van de doorwerkbonus op zichzelf is slecht, tenzij het vrijkomende bedrag wordt gebruikt om werkgevers te stimuleren meer ouderen in dienst te nemen en te houden;
  2. De medicijnbijdrage van 9 euro (per recept)
    Die treft chronisch zieken en ouderen en draagt bij tot verspilling. De hoeveelheid medicijnen per recept neemt toe en dus worden er meer vernietigd als het gebruik stopt wegens bijwerkingen of het overlijden van de patiënt;
  3. Verhoging van de zorgnorm AWBZ
    Als de zorgnorm van 60 naar 90 minuten per dag gaat, wordt de taak van de mantelzorger verzwaard. Verwacht mag worden dat daardoor veel van de oudere mantelzorgers, door overbelasting, ook zorgbehoevend worden. Het is twijfelachtig of er uiteindelijk wel 600 miljoen euro bezuinigd wordt;
  4. Verhoging van het lage Btw-tarief
    Het lage tarief van 6 naar 7 procent zou ca. 700 miljoen moeten opleveren. Dat is een aanslag op de beurs van ouderen en minima. In 2013 wordt die verhoging elk geval niet gecompenseerd door het verlagen van de eerste schijf belasting;

Nationale ramp ?
Vanuit het oogpunt van een doorsnee gepensioneerde heb ik de besproken maatregelen goed, slecht en twijfelachtig genoemd. Maar omdat de situatie voor iedereen anders zal zijn, hoeft u dat standpunt niet te delen. Niemand zal overigens betwisten dat Nederland op korte termijn iets en liever nog veel moet doen om de crisis aan te pakken. Als Europa ons dwingt de 3 procent-limiet aan te houden voor ons begrotingstekort moet er fors worden bezuinigd. Het Catshuispakket bezuinigt weliswaar fors, maar is te eenzijdig en vermoedelijk onvoldoende effectief. Bovendien zorgen de bezuinigingen ook voor een verhoging van de werkloosheid met bijbehorende uitkeringskosten.
Het zou daarom geen nationale ramp zijn als, in afwachting van nieuwe verkiezingen, sommige maatregelen wat vertraging opliepen. Zeker niet als die vertraging leidt tot een evenwichtig pakket van bezuinigingen, dat kan steunen op een breed maatschappelijk draagvlak.

Wel een ramp, die onze toch al wankele positie in Europa extra verzwakt, is het niet tijdig inleveren van de ‘sluitende’ begroting, die Brussel uiterlijk 30 april van Nederland wil zien. Nederland kan dat niet maken na een groot aantal keren andere landen bezwerend te hebben terechtgewezen. Wie, zoals minister De Jager een aantal keren deed de ‘knoflooklanden’ tot de orde riep, heeft veel krediet verspeeld en moet daarvan de consequenties dragen. Het is mede daarom dringend noodzakelijk dat er weer echt geregeerd gaat worden in plaats van gedoogd. Nieuwe verkiezingen op korte termijn zijn dus nodig.

De val van het kabinet en het pensioenakkoord

maandag 23 april 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 23 april 2012

Kabinet gevallen, maar wat nu met het Pensioenakkoord?
Uit de media krijg je de indruk dat grote ego’s en eigenbelang en dus niet het landsbelang de voornaamste redenen zijn geweest om het Catshuis-overleg te laten stuklopen, waardoor de huidige regeringsconstructie uit elkaar is gevallen en er nieuwe verkiezingen noodzakelijk zijn geworden. Maar hoe zagen de gemaakte plannen in het Catshuis er eigenlijk uit en welke economische gevolgen zouden deze plannen hebben volgens het CPB?

Plannen van coalitie
De plannen waren volgens de media de volgende. Het lage btw-tarief van 6% naar 7% en het hoge van 19% naar 21%. Verhoging van de AOW-leeftijd naar 66 jaar reeds in 2015. Bevriezing van de lonen en uitkeringen m.u.v. van AOW. Bezuinigingen in de zorg van € 1,8 miljard met o.a. € 9,- eigen bijdrage per recept. Verlaging in 2013 van de ontwikkelingshulp met € 0,5 miljard en het jaar daarop met € 0,75 miljard. Geen aftrek van hypotheekrente meer voor nieuwe aflossingsvrije hypotheken. Huren worden marktconform. Bezuinigen op publieke omroep oplopend tot € 75 miljoen. Invoering van sociaal leenstelsel ter vervanging van de studiebeurs. Ouderbijdrage voor schoolboekenfonds. Vervallen van onbelaste kilometervergoeding. Daarbij zou aan het ontslagrecht en de duur van WW-uitkering niet worden getornd. Maar wel een verlaging van de inkomstenbelasting in 2014 en 2015 vanwege reparatie koopkracht. Het resultaat zou dan een begrotingstekort in 2013 zijn van 2,8%.

Berekeningen van CPB
Het CPB rekende uit dat het nationale begrotingstekort in 2012 dan wel zou oplopen naar -4,2% (zie bijlage). Het financiële plaatje voor de 65-plusser met jaarlijks minder resp. meer dan 120% van de AOW (€ 10.972,-) als inkomen per persoon ziet er de komende jaren slecht uit met ook nog het veelal ontbreken van de pensioenindexatie:

Hoogleraar Harrie Verbon meldt in de Volkskrant van 21 april dat hij het logisch vindt dat de PVV deze plannen heeft verworpen. Want volgens hem zal bij een ongewijzigd beleid (dus zonder extra bezuinigingen) het overheidstekort van -4,5% nu in 2015 dalen naar -3,3%. En met slechts 3 miljard extra bezuinigen komen we dan zelfs onder de 3% zoals de EU eist, aldus Verbon en dat bedrag moet toch eenvoudig zijn te vinden. Dan zijn die draconische bezuinigingen van € 14 miljard door de coalitie helemaal niet nodig. Dat komt doordat de helft van deze extra bezuinigingen weer weglekt. Dan bereiken we in 2015 een begrotingstekort van -2,8%, terwijl met de Catshuis-bezuinigingen we op -2,4% uitkomen. Een winst van € 2,5 miljard, maar daar moet dan wel € 11 miljard extra voor worden bezuinigd, aldus Verbon.
Van het mogelijke EU verwijt dat we dan volgend jaar niet op 3% zitten, moeten we ons niets aantrekken, vindt hij. “Want geen enkel land in de EU hoeft de eerst komende 20 jaar garanties uit te schrijven voor de Nederlandse overheidsschuld. Tenzij onze garanties voor Zuid-Europese landen worden ingeroepen wegens faillissement van die landen. “ Hoogleraar Sweder van Wijnbergen is het helemaal eens met zijn collega: “Dit is het beste dat kon gebeuren.” Het Pensioenakkoord blijft onuitgewerkt liggen waar het ligt; een volgende coalitie mag zijn tanden erop stuk bijten.

Ongelofelijk

donderdag 19 april 2012

Lees in het weblog waarom Potamus bijna van zijn stoel viel toen hij gisteren de krant las, ‘Twee berichtjes om wakker te schrikken‘.

Twee berichtjes om wakker te schrikken

donderdag 19 april 2012

potamus Hippo Potamus

Op 18 april om 8 uur ’s morgens was Potamus nog in een prima humeur. Verse koffie, verse krant, natte haartjes laten drogen en met een half oor luisterend naar het dagelijkse fileleed, las hij:
Topman Vestia in watten gelegd”. Geen echt nieuws dus, dat ging natuurlijk over Erik Staal met zijn half miljoen euro per jaar, die wegens enorme teleurstelling ook nog een oprotpremie van 4,5 miljoen euro kreeg, zodat Vestia nu vrijwel failliet is?

Maar het betrof levensgenieter Marcel de V. de Treasury & Controlmanager van Vestia. Toch niet dè Marcel de Vries die volgens de “Verantwoording van Vestia” over 2009 een stabiel financieel fundament legde en goede afspraken maakte met financiële instellingen, waardoor de gemiddelde rente voor Vestia maar 3,4 procent was tegen landelijk gemiddeld 4,6 procent. Dat bleek helaas een nadeel want daardoor overschreed het vermogen van Vestia de door het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) vastgestelde bovengrens en dat leidde tot een continuïteitsoordeel op grond waarvan Vestia werd aanbevolen meer te investeren in volkshuisvestingsactiviteiten. Het resultaat is bekend en de twijfel die Potamus koestert over het nut en de effectiviteit van toezichthouders groeit.

Snel terug naar het altijd sappige nieuws dat zo’n vroege Telegraaf altijd weer weet te brengen. Marcel en zijn gezelschap waaronder gretige meisjes, zouden zich uitstekend hebben vermaakt in het prestigieuze Nobu restaurant, onderdeel van het vijf sterren Metropolitan Hotel aan Old Parklane in Londen. Het kostte Vestia niets want: “Op kosten van de banken die de corporatie zo’n 10 miljard euro aan renteverzekeringen verkochten, genoot hij daar van de duurste hotels en restaurants, in aanwezigheid van gewillige, ingehuurde dames. (…)” een ooggetuige stelt dat ‘De V’ onder meer door Deutsche Bank en ABN-AMRO zou zijn ingevlogen naar de Britse hoofdstad, om daar regelmatig en op diverse manieren verwend te worden.

„The London way heet dat. Dan ga je eerst wat eten met je relaties, en dan mogen zij een, of meerdere van de aanwezige meisjes meenemen naar hun hotelkamer. Dat is goed voor de business”, grinnikt een ingewijde. Van die Deutsche Bank wilde Potamus dat best geloven, maar van de met zijn geld overeind gehouden staatsbank? Zou hoogste ABN-AMRO-baas Gerrit Zalm daarvan wel afweten, of was die misschien zelf de grinnikende ingewijde?

Het kostte Vestia uiteindelijk toch geld, want de krant bericht dat Marcel bij Vestia een stuk geslotener was en ‘vergat’ te melden dat die miljardencontracten met de banken vrijwel allemaal liepen via FiFa Finance uit Laren dat hem – volgens justitie – in 5 jaar tijd 9,4 miljoen aan steekpenningen betaalde. Maar Potamus, die toch al gauw op zijn teentjes is getrapt, ergert zich nog het meest aan het feit dat banken gewoon doorgaan met ‘grote’ klanten te fêteren en vooral dat het ze niet schijnt te interesseren waar het geld vandaan komt … geld blijkt nog steeds niet te stinken. Terwijl je als kleine ondernemer van diezelfde banken nauwelijks een cent kunt lenen of als particulier kapitalen kwijt bent als je iedere week een ‘dagafschrift’ wilt hebben.

Potamus sloeg de pagina om, las: “Oudere mag elke dag douchen” en donderde bijna van zijn stoel. Was dat nieuws? Waarom zou het niet mogen? Maar toen bedacht hij dat al die mensen, die na jaren hard werken in bejaarden- en verpleeghuizen waren opgesloten al heel erg blij waren als ze eens in de veertien dagen kort mochten douchen zonder levend te verbranden. Heet water kostte geld en toezicht nog meer en die oudjes zweetten toch niet, want ze voerden de hele dag geen slag uit.

Jaarverslag DNB over het nieuwe pensioencontract

maandag 16 april 2012

Visie van De Nederlandse Bank over nieuw toezichtkader
In het jaarverslag 2011 van De Nederlandse Bank (DNB) is een hoofdstuk gewijd aan de visie van DNB hoe het nieuwe toetsingskader voor het nieuwe pensioencontract eruit gaat zien (zie bijlage). Dat zijn de nieuwe spelregels die gaan gelden voor pensioenfondsen en de toezichthouder. Het stuk leest als een proefballon van minister Kamp om de reacties in de pensioenwereld te peilen. Na vermelding van de oorzaken begint de visie met de mogelijke oplossingen van de huidige problemen: “Om het pensioenstelsel een duurzame financiële basis te geven, zullen we uiteindelijk langer moeten doorwerken, meer moeten sparen of een lager dan wel minder zeker pensioen accepteren.”  Dat is correct geformuleerd. Vervolgens wordt meteen de stap genomen naar het Pensioenakkoord met als voordeel een koppeling van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting, maar die koppeling kan toch ook in het huidige pensioenstelsel worden gemaakt? Een koppeling is wel noodzakelijk, want in de laatste 55 jaar is de levensverwachting voor zowel mannen als vrouwen met 8 jaar toegenomen. En tot 2050 neemt deze nog eens met 6 jaar toe, aldus prof. Lex Burdorf en Mikkel Hofstee in de Telegraaf van 14 april. En de zeer noodzakelijke verhoging van de AOW- tevens pensioenleeftijd kan toch ook snel worden ingevoerd in het huidige pensioenstelsel?

Duidelijkheid
De huidige tekorten moeten nog wel worden weggewerkt en dat moet uiteraard door ze op een evenwichtige manier te verdelen over de deelnemers. Maar ook daar zijn betere methoden voor dan hetgeen wordt vermeld in het Pensioenakkoord en die zullen het maatschappelijk draagvlak niet aantasten zoals nu wel het geval dreigt te worden. DNB stelt verder: “Het is verder zaak de pensioenregelingen zo eenvoudig en helder mogelijk te houden. Het communiceren van slechts één cijfer (alleen het verwachte pensioen) suggereert te veel zekerheid.” Maar één cijfer maakt het pensioen nu juist eenvoudig en helder. Terwijl DNB zelf vermeldt dat “Uit enquetes komt echter duidelijk naar voren dat deelnemers veel belang hechten aan pensioenzekerheid.”

Zekerheid
Wel stelt DNB duidelijk: “In het nieuwe pensioencontract zijn de uitkeringen, via het aanpassingsmechanisme, direct afhankelijk van beleggingsrendementen en de verandering van levensverwachting. Verderop wordt echter vermeld: “Het verwerken van een stijgende levensverwachting staat los van de financiële positie van het fonds en wordt verwerkt via een aanpassing van de pensioenopbouw en de pensioenleeftijd.” Deze fluctuaties worden in het huidige stelsel echter opgevangen door de aanwezige buffers, voor zover nog aanwezig.  DNB verklaart verderop niettemin voorstander te zijn van een verplichte egalisatiereserve, te financieren uit meevallende beleggingsopbrengsten en/of een premieopslag. De aanpassingen van de levensverwachting kunnen echter ook in het huidige stelsel worden gerealiseerd door het invoeren van leeftijdscohorten (zie ons voorstel op de website). Al met al alleen maar meer onzekerheid, maar onbegrijpelijk noemt DNB dat een verbetering ten opzichte van het huidige stelsel.

Mogelijkheden
Dus behalve langer doorwerken en later met pensioen zouden de deelnemers ook meer kunnen sparen en wel zelf via het pensioenfonds of privé in de derde pijler (volgens een poll van Aegon 61% van de deelnemers). Maar ook kan worden besloten om het opbouwpercentage te verlagen zoals sommige pensioenfondsen nu al doen. Dan bouwt men weliswaar minder pensioen op, maar met o.a. langer werken kan dat (deels) worden gecompenseerd. Door pensionering te koppelen aan b.v. 45 arbeidsjaren in plaats van leeftijd zoals vermeld in ons voorstel, maakt dat een individuele invulling mogelijk. Dat is juist goed van toepassing voor de hoogopgeleiden die langer leven dan de laagopgeleiden en die ook later beginnen met werken dan de laagopgeleiden. Maar de grote vraag is of we daarbij onze bestaande rechten verliezen door collectief ‘invaren’ in het nieuwe contract.

Nieuwsbrief van de Stichting Pensioenbehoud van 16 april 2012

 

Rekenrente en het nieuwe pensioencontract

dinsdag 10 april 2012

De Nederlandse Bank en de toekomst van ons pensioen
De Nederlandse Bank (DNB) heeft op 14 maart j.l. haar Statistisch Bulletin gepubliceerd (zie bijlage). Daarin is een opvallende grafiek opgenomen met de gemiddelde dekkingsgraad:

Hieruit blijkt wel dat de technische voorzieningen over ruim 2 jaar enorm fluctueren en dat komt in hoofdzaak door de berekeningsmethode van de rekenrente. Nu heeft minister Kamp toegezegd dat na het uitbrengen in mei van dit jaar van zijn hoofdlijnennota voor het nieuwe pensioencontract hij in overleg met de sociale partners en DNB vooruitlopende op nieuwe wetgeving een andere rekenrentemethode wil vaststellen. Het is afwachten of daar een stabielere rekenrente uitkomt en daarmee een meer realistische ‘nominale’ dekkingsgraad. Volgens het jaarverslag 2011 van DNB zou de ‘reële’ dekkingsgraad, dus inclusief de ambitie tot indexatie van de ‘nominale’ pensioenen, per ultimo 2011 slechts 73% hebben bedragen. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) bepleit in de Volkskrant van 4 april dat dit laatste percentage op het jaarlijkse pensioenoverzicht moet worden vermeld. Maar de mogelijkheid voor herstel met b.v. een verlaging van het opbouwpercentage in het huidige pensioencontract noemt DNB helaas niet; dat is onvolledige voorlichting. Wel wordt verwezen naar het Pensioenakkoord met het voorgestelde onzekere beleggingspensioen.

De verwachtingen van De Nederlandse Bank over het nieuwe pensioencontract
De Nederlandsche Bank is beducht voor de voetangels en klemmen van het collectief ‘invaren’ van bestaande pensioenrechten in een nieuw contract. “Een eenduidig en helder wettelijk kader is nodig voor een diepgaande afweging door alle betrokken partijen van de rechtvaardigheid van zo’n maatregel,” stelt de toezichthouder in zijn jaarverslag over 2011. “Maar zelfs dan zijn juridische procedures niet uit te sluiten met het risico dat zij de noodzakelijke stelselherziening nog lang zullen belasten,” schrijft DNB. Op dit moment bestuderen twee breed samengestelde werkgroepen voor het ministerie van Sociale Zaken de mogelijkheden van zowel collectief als individueel samenbrengen van oude en nieuwe pensioenrechten als uitvloeisel van het pensioenakkoord. DNB is ook een voorstander van een stabiele egalisatiereserve, omdat die zorgt voor een stabieler pensioen én voor een prudente benadering. Wat de toezichthouder betreft kan de buffer gefinancierd worden uit meevallend beleggingsrendement of met extra pensioenpremie, maar wel zouden de regels moeten worden gestandaardiseerd om uniformiteit in het toezicht te krijgen. Wijzigingen in de pensioen- opbouw zoals verlaging van het percentage worden (wederom) niet genoemd.

Om te voorkomen dat pensioenfondsen druk voelen om zo gunstig mogelijk te rekenen, moet de wetgever eenduidige voorschriften geven voor de waarden van de parameters voor rendementen, standaarddeviaties en correlaties, meent DNB. In het hoofdstuk Naar een nieuw toezichtkader voor pensioenfondsen van het jaarverslag 2011 zet DNB haar visie over de toekomst van ons pensioen-stelsel uitgebreid uiteen, maar daarover meer in de volgende nieuwsbrief.

Pensioenleeftijd

maandag 2 april 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 2 april 2012
De adviesorganisatie Capgemini heeft een onderzoek gedaan naar de toekomst van onze oude dag op basis van het Pensioenakkoord. De conclusie is volgens de Telegraaf van 26 maart dat de gemaakte afspraken onze oude dag niet kunnen redden door op 67 jaar met pensioen te gaan en een verhoging van de rekenrente. Dan is een pensioenleeftijd van 70 jaar zelfs niet voldoende om een structurele dekkingsgraad van meer dan 105% te bereiken uitgaande van een 3% rekenrente. En ook moet  vanwege een noodzakelijke jaarlijkse indexatie van de pensioenen de premie op 35% van de pensioengrondslag uitkomen, terwijl er nu maar gemiddeld 24% wordt betaald. Volgens de berekeningen van Capgemini is een verhoging van de pensioenleeftijd tot 70 jaar noodzakelijk en tevens een verhoging  van de participatiegraad van 60- tot 70-jarigen van nu bijna nul tot tenminste 8%. Maar de werkgevers voeren nu een zeer passief beleid op dat laatste punt, dus het invoeren van een verplichting voor het in dienst houden of nemen van deze categorie ouderen ligt voor de hand. Een pensioenpremie van 35% is daarbij ook nodig tot 2025, maar zal daarna toch weer kunnen dalen. Mocht de verhoging van de pensioenpremies tot 35% op problemen stuiten, dan zit er niets anders op dan de pensioenopbouw te verlagen. Wij pleiten al veel langer voor een kostendekkende premie.

GroenLinks heeft een andere visie
De Europarlementariër Marije Cornelissen van GroenLinks begint haar artikel Nederlandse ouderen de rijkste van EU in het blad Pensioen, Bestuur & Management van 29 maart met de verheugende constatering  dat de Nederlandse ouderen na hun pensioen bijna het volledige inkomen krijgen als dat zij tijdens hun werkzame leven hadden. Bedoeld zal zijn qua gemiddelde koopkracht. De armoede onder 65-plussers in de EU is gemiddeld bijna 18% en in Nederland 7%. Daar mogen we blij mee zijn. Maar de EU is ook bezig met een heffing op financiële transacties, strengere  regels voor het handelen in derivaten en een verplichting voor hogere kapitaaleisen voor pensioenfondsen. Zij denkt dat de invoering van deze maatregelen er toe kunnen bijdragen dat het risico op een nieuwe crisis vermindert en dat de financiële sector daardoor sterker kan worden. Dat deze maatregelen een directe crisis voor onze bestaande pensioenen betekent, doet zij af met de verwijzing dat de Nederlandse gepensioneerden toch tot de rijkste van Europa behoren en een veer mogen laten.

CDA-senatoren hinten op snellere AOW-ingrepen
De Eerste Kamerfractie van het CDA heeft de minister van SZW Kamp gevraagd hoeveel het oplevert als de AOW-leeftijd al vanaf 2013 met 3 maanden per jaar wordt verhoogd tot 70 jaar in plaats van vanaf 2020, aldus het Reformatorisch Dagblad van 29 maart. Het plan van minister Kamp is nu gebaseerd op een verhoging in 2020 tot 66 jaar en daarna koppelen aan de levensverwachting. Dit plan moet op termijn  0,7% van het bruto binnenlands product oftewel 4 miljard euro opleveren. Volgens minister Kamp komt de houdbaarheidswinst dan 0,6% hoger uit. Dat levert dus ruim 3,4 miljard op. Wij bepleiten in ons voorstel voor verbetering van ons huidige pensioenstelsel deze aanpak ook.1

Vertraging in hoofdlijnennota Financieel Toetsingskader (FTK)
De door minister Kamp voor april 2012 aangekondigde Hoofdlijnennota FTK is uitgesteld tot mei 2012 volgens een brief van de minister aan de Tweede Kamer van 30 maart (zie bijlage). Als reden voor de vertraging wordt opgegeven de CPB-berekeningen en de juridische toetsing met betrekking tot de mogelijkheid om reeds opgebouwde rechten onder te brengen in het nieuwe pensioen-contract, ook wel ‘invaren’ van bestaande rechten genoemd. Vermoedelijk zijn er intern menings-verschillen of is er nu een voor SZW ongewenste uitkomst.

 

1) Het betreft hier St. Pensioenbehoud.