Nieuws

Rekenrente en het nieuwe pensioencontract

dinsdag 10 april 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 9 april 2012

De Nederlandse Bank en de toekomst van ons pensioen
De Nederlandse Bank (DNB) heeft op 14 maart j.l. haar Statistisch Bulletin gepubliceerd (zie bijlage). Daarin is een opvallende grafiek opgenomen met de gemiddelde dekkingsgraad:

Hieruit blijkt wel dat de technische voorzieningen over ruim 2 jaar enorm fluctueren en dat komt in hoofdzaak door de berekeningsmethode van de rekenrente. Nu heeft minister Kamp toegezegd dat na het uitbrengen in mei van dit jaar van zijn hoofdlijnennota voor het nieuwe pensioencontract hij in overleg met de sociale partners en DNB vooruitlopende op nieuwe wetgeving een andere rekenrentemethode wil vaststellen. Het is afwachten of daar een stabielere rekenrente uitkomt en daarmee een meer realistische ‘nominale’ dekkingsgraad. Volgens het jaarverslag 2011 van DNB zou de ‘reële’ dekkingsgraad, dus inclusief de ambitie tot indexatie van de ‘nominale’ pensioenen, per ultimo 2011 slechts 73% hebben bedragen. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) bepleit in de Volkskrant van 4 april dat dit laatste percentage op het jaarlijkse pensioenoverzicht moet worden vermeld. Maar de mogelijkheid voor herstel met b.v. een verlaging van het opbouwpercentage in het huidige pensioencontract noemt DNB helaas niet; dat is onvolledige voorlichting. Wel wordt verwezen naar het Pensioenakkoord met het voorgestelde onzekere beleggingspensioen.

De verwachtingen van De Nederlandse Bank over het nieuwe pensioencontract
De Nederlandsche Bank is beducht voor de voetangels en klemmen van het collectief ‘invaren’ van bestaande pensioenrechten in een nieuw contract. “Een eenduidig en helder wettelijk kader is nodig voor een diepgaande afweging door alle betrokken partijen van de rechtvaardigheid van zo’n maatregel,” stelt de toezichthouder in zijn jaarverslag over 2011. “Maar zelfs dan zijn juridische procedures niet uit te sluiten met het risico dat zij de noodzakelijke stelselherziening nog lang zullen belasten,” schrijft DNB. Op dit moment bestuderen twee breed samengestelde werkgroepen voor het ministerie van Sociale Zaken de mogelijkheden van zowel collectief als individueel samenbrengen van oude en nieuwe pensioenrechten als uitvloeisel van het pensioenakkoord. DNB is ook een voorstander van een stabiele egalisatiereserve, omdat die zorgt voor een stabieler pensioen én voor een prudente benadering. Wat de toezichthouder betreft kan de buffer gefinancierd worden uit meevallend beleggingsrendement of met extra pensioenpremie, maar wel zouden de regels moeten worden gestandaardiseerd om uniformiteit in het toezicht te krijgen. Wijzigingen in de pensioen- opbouw zoals verlaging van het percentage worden (wederom) niet genoemd.

Om te voorkomen dat pensioenfondsen druk voelen om zo gunstig mogelijk te rekenen, moet de wetgever eenduidige voorschriften geven voor de waarden van de parameters voor rendementen, standaarddeviaties en correlaties, meent DNB. In het hoofdstuk Naar een nieuw toezichtkader voor pensioenfondsen van het jaarverslag 2011 zet DNB haar visie over de toekomst van ons pensioen-stelsel uitgebreid uiteen, maar daarover meer in de volgende nieuwsbrief.

Pensioenleeftijd

maandag 2 april 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 2 april 2012
De adviesorganisatie Capgemini heeft een onderzoek gedaan naar de toekomst van onze oude dag op basis van het Pensioenakkoord. De conclusie is volgens de Telegraaf van 26 maart dat de gemaakte afspraken onze oude dag niet kunnen redden door op 67 jaar met pensioen te gaan en een verhoging van de rekenrente. Dan is een pensioenleeftijd van 70 jaar zelfs niet voldoende om een structurele dekkingsgraad van meer dan 105% te bereiken uitgaande van een 3% rekenrente. En ook moet  vanwege een noodzakelijke jaarlijkse indexatie van de pensioenen de premie op 35% van de pensioengrondslag uitkomen, terwijl er nu maar gemiddeld 24% wordt betaald. Volgens de berekeningen van Capgemini is een verhoging van de pensioenleeftijd tot 70 jaar noodzakelijk en tevens een verhoging  van de participatiegraad van 60- tot 70-jarigen van nu bijna nul tot tenminste 8%. Maar de werkgevers voeren nu een zeer passief beleid op dat laatste punt, dus het invoeren van een verplichting voor het in dienst houden of nemen van deze categorie ouderen ligt voor de hand. Een pensioenpremie van 35% is daarbij ook nodig tot 2025, maar zal daarna toch weer kunnen dalen. Mocht de verhoging van de pensioenpremies tot 35% op problemen stuiten, dan zit er niets anders op dan de pensioenopbouw te verlagen. Wij pleiten al veel langer voor een kostendekkende premie.

GroenLinks heeft een andere visie
De Europarlementariër Marije Cornelissen van GroenLinks begint haar artikel Nederlandse ouderen de rijkste van EU in het blad Pensioen, Bestuur & Management van 29 maart met de verheugende constatering  dat de Nederlandse ouderen na hun pensioen bijna het volledige inkomen krijgen als dat zij tijdens hun werkzame leven hadden. Bedoeld zal zijn qua gemiddelde koopkracht. De armoede onder 65-plussers in de EU is gemiddeld bijna 18% en in Nederland 7%. Daar mogen we blij mee zijn. Maar de EU is ook bezig met een heffing op financiële transacties, strengere  regels voor het handelen in derivaten en een verplichting voor hogere kapitaaleisen voor pensioenfondsen. Zij denkt dat de invoering van deze maatregelen er toe kunnen bijdragen dat het risico op een nieuwe crisis vermindert en dat de financiële sector daardoor sterker kan worden. Dat deze maatregelen een directe crisis voor onze bestaande pensioenen betekent, doet zij af met de verwijzing dat de Nederlandse gepensioneerden toch tot de rijkste van Europa behoren en een veer mogen laten.

CDA-senatoren hinten op snellere AOW-ingrepen
De Eerste Kamerfractie van het CDA heeft de minister van SZW Kamp gevraagd hoeveel het oplevert als de AOW-leeftijd al vanaf 2013 met 3 maanden per jaar wordt verhoogd tot 70 jaar in plaats van vanaf 2020, aldus het Reformatorisch Dagblad van 29 maart. Het plan van minister Kamp is nu gebaseerd op een verhoging in 2020 tot 66 jaar en daarna koppelen aan de levensverwachting. Dit plan moet op termijn  0,7% van het bruto binnenlands product oftewel 4 miljard euro opleveren. Volgens minister Kamp komt de houdbaarheidswinst dan 0,6% hoger uit. Dat levert dus ruim 3,4 miljard op. Wij bepleiten in ons voorstel voor verbetering van ons huidige pensioenstelsel deze aanpak ook.1

Vertraging in hoofdlijnennota Financieel Toetsingskader (FTK)
De door minister Kamp voor april 2012 aangekondigde Hoofdlijnennota FTK is uitgesteld tot mei 2012 volgens een brief van de minister aan de Tweede Kamer van 30 maart (zie bijlage). Als reden voor de vertraging wordt opgegeven de CPB-berekeningen en de juridische toetsing met betrekking tot de mogelijkheid om reeds opgebouwde rechten onder te brengen in het nieuwe pensioen-contract, ook wel ‘invaren’ van bestaande rechten genoemd. Vermoedelijk zijn er intern menings-verschillen of is er nu een voor SZW ongewenste uitkomst.

 

1) Het betreft hier St. Pensioenbehoud.

Rondetafelgesprek

maandag 26 maart 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 26 maart 2012

Rondetafelgesprek in de Tweede Kamer
Er is in oktober 2010 een onderzoek naar de pensioenstelsels in 20 ontwikkelde landen gedaan door het Center for Strategic & International Studies (CSIS). Deze Global Aging Preparedness Index oftewel GAP Index geeft een verontrustend beeld van ons pensioenstelsel voor de periode 2007 tot 2050. Bij de Fiscal Sustainability Index (fiscale houdbaarheid) kwam Nederland uit op de 19e plaats. Maar bij de Income Adequacy Index (inkomenstoereikendheid) kwam Nederland op de eerste plaats. De GAP Index Reform Strategy Guide vermeldt als verbeteradviezen voor Nederland een hoge prioriteit voor vermindering van de groei in kosten voor de gezondheidszorg evenals prioriteit voor verlaging van publieke uitgaven, verlenging van aantal arbeidsjaren e.d. De problemen zitten dus in de AOW en niet in de pensioenen van de tweede pijler. En dat moeten we ook zo houden.

Rondetafelgesprek met Commissie SZW van Tweede Kamer
Op 22 maart j.l. hield de Vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid een rondetafel-gesprek over het wetsvoorstel van minister Kamp Versterking bestuur pensioenfondsen met diverse organisaties en deskundigen (zie bijlage). De Stichting Pensioenbehoud was uitgenodigd bij de groep Organisaties voor Gepensioneerden naar aanleiding van haar commentaar van 12 maart 2012 (zie vorige nieuwsbrief). Na ons had de VNO-NCW spreker Ab Fraterman, gesteund door de FNV vice-voorzitter Peter Gortzak, grote kritiek op het voorstel. Zij vonden dat vanwege het minder aantal zetels voor de werkgever in het paritaire bestuur bij de voorgestelde premiestabilisatie de sociale partners niet “adequaat” zijn vertegenwoordigd in het bestuur. Er werd zelfs gesteld dat bij het doorgaan van het voorstel het risico bestaat dat cao-partijen hun handen aftrekken van de arbeidsvoorwaarde pensioen. Want “de macht van de sociale partners wordt verder ingeperkt”, aldus het IPN. Het werd expliciet ontkend dat hier sprake was van chantage, maar wat was het dan? Als een werkgever een pensioenregeling vaststelt, dan kan een andere organisatie deze regeling toch uitvoeren conform de gemaakte afspraken? Geen verantwoordelijkheid willen voor het pensioen en wel zeggenschap? De Pensioen Federatie heeft ook een verslag gemaakt (zie bijlage).

CBS onderzoek naar AOW en pensioen
Het CBS heeft haar onderzoek over pensioenen over 2010 gepubliceerd (zie bijlage). Daarin wordt vastgesteld dat vrijwel iedereen in Nederland aanvullende inkomsten heeft boven de AOW. Bij ruim 9% van de huishoudens was dat inkomen wel minder dan € 250,- per maand (€ 12.000,- p.j.). De alleenstaande 65+ vrouwen waren het slechtste af. Bij alle huishoudens bedraagt de AOW gemiddeld bijna 40% van het bruto inkomen en het aanvullend pensioen 35%. Opvallend is het overig aanvullend inkomen (huur- en zorgtoeslag e.d.) van ruim 20%, terwijl de inkomsten uit vermogen (spaargeld) slechts 6% bedroeg. Het belang van een goed en zeker aanvullend pensioen is dus nog steeds groot om armoede bij ouderen te voorkomen.

Risicovrije swaprente als discontovoet voor FTK 1 én 2
Op een pensioencongres afgelopen week heeft Maarten Camps, Directeur-Generaal Werk van het ministerie van SZW verklaard dat in de in april uit te brengen hoofdlijnennotitie van minister Kamp de risicovrije swaprente zal worden gebruikt in zowel het bestaande Financieel Toetsingskader (FTK1) als het nieuwe van het pensioenakkoord met voorwaardelijk pensioen (FTK2). En dat de buffereisen uit het huidige FTK1 ‘waarschijnlijk’ met 5% zullen worden verhoogd. Dat betekent meteen een forse daling van de dekkingsgraad. Ook wordt gedacht aan de ‘ultimate forward rate’ als discontovoet (rekenrente). Tevens stelde Camps dat “de overheid geen enkele deelnemer zal dwingen om zijn oude pensioenrechten te laten opgaan in een nieuw pensioencontract. Een dergelijke beslissing is aan de sociale partners en dat niet-overgedragen pensioenrechten in een apart pensioenfonds zullen blijven”. Dat is onacceptabel vanwege de breuk met de solidariteit tussen generaties.

Zomaar wat financieel nieuws

maandag 19 maart 2012

Lees hier waaraan Potamus zich ergert als hij de krant leest.

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 19 maart 2012

Gepensioneerden mogen gaan meebesturen, eindelijk
31 januari 2012 was een belangrijke dag voor ouderen toen de Eerste Kamer eindelijk instemde met het initiatiefwetsvoorstel Koser Kaya Blok (KKB)over de verplichte medezeggenschap van gepensioneerden in de besturen van (ook) bedrijfstakpensioenfondsen. Voor stemden de fracties van VVD, CDA, PVV, D66, GL, CU, SGP, PvdD, OSF en 50plus (53 zetels) en tegen de PvdA en SP (22 zetels). De PvdA volgde het afwijzende standpunt van de FNV (en werkgevers) en de SP vond het voorstel niet ver genoeg gaan. De basis voor dit succes was de actieve Nederlandse Bond voor Pensioen-belangen (NBP) die in 1968 drie organisaties van gepensioneerden steunde die een eigen vertegenwoordiging in de raad van toezicht van het ABP wilden krijgen. Ondanks de vele inspanningen in de Tweede Kamer werd door overheid, werkgevers en werknemers dit voorstel steeds afgewezen. Maar door de jarenlange inspanningen van het Tweede Kamerlid Erwin Nypels (www.nypels.nl ) kon uiteindelijk een meerderheid worden overtuigd van de redelijkheid van deze wens. Wij mogen de NBP en de heer Nypels zeer dankbaar zijn voor deze wet die uiterlijk op 1 januari 2013 in werking zal treden (zie hierna).

Wetsvoorstel Versterking bestuur pensioenfondsen
Intussen had op 31 oktober 2011 minister Kamp het wetsvoorstel Versterking bestuur pensioenfondsen (VBP) naar de Raad van State gestuurd. Het advies van de RvS over dit wetsvoorstel is op 25 januari 2012 uitgebracht (zie bijlage) met enige kritische adviezen. Bij de behandeling van het bovengenoemde initiatiefwetsvoorstel KKB in de Eerste Kamer heeft minister Kamp toegezegd om deze regeling integraal op te nemen in deze nieuwe wet VBP. In dit wetsvoorstel zullen de gepensioneerden zelfs automatisch, dus zonder de raadpleging volgens de initiatiefwet KBB, in het bestuur komen, een verbetering. Het wetsvoorstel is nu aangeboden aan de Tweede Kamer.

Op 22 maart a.s. houdt de Vaste commissie voor SZW van de Tweede Kamer een Rondetafelgesprek over dit wetsvoorstel Wet Versterking bestuur pensioenfondsen zoals ingediend door minister Kamp als integrale regeling. De Stichting Pensioenbehoud heeft haar kritische visie op dit wetsvoorstel VBP aan de commissie medegedeeld in haar brief van 12 maart 2012 (zie bijlage). En wij zijn tevens uitgenodigd om in de groep “Gepensioneerden” een toelichting te geven, waarin ook de CSO en de NVOG en de ANBO zitten. We houden u op de hoogte van het verloop.

Stijging pensioenvermogen, maar grotere stijging pensioenverplichtingen
RTLZ kopte in een artikel op haar website Pensioenfondsen verdienen 45 miljard euro aan lage rente. Volgens hun berekeningen zou het pensioenvermogen momenteel 875 miljard euro bedragen bij een rekenrente van 2,74%. Volgens DNB blijkt op 31 december 2011 het totale pensioenvermogen 871 miljard euro te zijn. Zonder aanpassing door DNB van de methode voor berekening van de rekenrente (3-maands in plaats van maand) zouden de fondsen hebben moeten rekenen met slechts 2,54% rendement. Deze rekenrente daalde in januari 2012 zelfs tot 2,35%.

Nu afstempelen oftewel korten van onze pensioenen dreigt in 2013 is het goed dat de motie van de Tweede Kamerleden Schouten (CU) en Vermeij (PvdA) is aangenomen (zie bijlage) met steun van de SP, PvdD, PvdA, D’66, CU en CDA. Daarbij stemden de VVD en PVV tegen de motie! Deze motie vraagt aan minister Kamp “om actief het gesprek aan te gaan met de pensioenfondsen om te komen tot de afspraak dat indien er gekort moet worden op de pensioenuitkeringen, bij meevallende resultaten de pensioenuitkeringen ook worden verhoogd.” Het is in ieder geval een verbetering waarin de Tweede Kamer zich kon vinden. Maar het zou beter zijn geweest indien de Tweede Kamer minister Kamp had opgedragen om de Pensioenwet te wijzigen in bovengenoemde zin. Bijstempelen zou verplicht moeten worden na afstempelen alvorens te kunnen indexeren, vinden wij.

Iedereen mag meepraten

maandag 12 maart 2012

We geven u met plezier een voorproefje uit het nieuwe nummer van ons magazine Pensioenbelangen, ‘Grieken en gepensioneerden zijn perfecte zondebokken‘.

Verder vragen we uw aandacht voor:

Een opmerkelijk initiatief
Via e-mail kreeg de NBP een bericht, dat we hier onder maar integraal hebben overgenomen:

De commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer organiseert donderdagochtend 22 maart 2012 een rondetafelgesprek over het wetsvoorstel Wet versterking bestuur pensioenfondsen. Het rondetafelgesprek is ter voorbereiding op de behandeling van het wetsvoorstel. Na het te organiseren rondetafelgesprek zal de commissie SZW de schriftelijke procedure over het wetsvoorstel starten. Naar verwachting zal een debat over het wetsvoorstel in het tweede of derde kwartaal van dit jaar plaatsvinden. Voorafgaand aan het rondetafelgesprek worden geïnteresseerde partijen opgeroepen om hun mening over het wetsvoorstel kenbaar te maken. “Op initiatief van het CDA is besloten dat iedereen input kan leveren,” verklaarde Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt tegenover IPNederland. “Dit staat nu ook op de voorpagina van de website www.tweedekamer.nl.”

Onze voorzitter Simon van der Schoot heeft daarop onmiddellijk gereageerd en de belangrijkste zaken uit die reactie zijn hieronder puntsgewijze samengevat:

  1. Adequate vertegenwoordiging van alle risicodragers, is het uitgangspunt in de ontwerptekst. Maar waarom kunnen werkgevers in de bestuursmodellen 50% van de zetels bezetten, terwijl alle verdere risico’s worden afgewenteld op de werkenden en de gepensioneerden;
  2. De deelnemers en de pensioengerechtigden zullen met dit wetsvoorstel de adviesrechten meteen verliezen. Vreemd en uiterst kwalijk dat versterking van een bestuur moet worden bewerkstelligd door belanghebbenden monddood te maken
  3. De conclusie dat dit wetsvoorstel m.b.t. governance niet volledig is uitgewerkt, is mij veel te soft. Dit voorstel is onzorgvuldig, houdt geen rekening met alle belanghebbenden en zeker niet op een evenwichtige manier. ( zie ook opmerking 1.)
  4. Art. 100 lid 1b. Bij gemaximeerde werkgeverspremie blijven de werkgevers evenveel zetels bezetten als de weknemersvertegenwoordiging. Dit is ondemocratisch en ook manipulatief. De werkgevers, zeker in VNO-NCW-verband hebben het solidaire pensioenstelsel verlaten en dat MOET gevolgen hebben voor de mate van hun invloed. Het ten koste van alles willen voorkomen dat de werkgevers een minderheid krijgen in de besturen is een onbegrijpelijke gedachtenkronkel.
  5. Art. 100 lid 4. De statuten van een pensioenfonds, meestal ondemocratisch, zeker als het stichtingen betreft hebben onevenredig veel invloed hetgeen tot coöptatiegedrag kan leiden (en de praktijk leert dat het vrijwel zeker daartoe zal leiden).
  6. Art. 100 lid 7. Het bestuur stelt een profielschets op voor (nieuwe) leden van het bestuur. Juist nu er nadrukkelijk wordt gesleuteld (en ernstig getwijfeld) aan de deskundigheid van de (huidige) bestuurders is het uit den boze dat dát de bron gaat vormen voor profielschetsen. Kijk ook hier weer uit voor vriendjespolitiek met aangepaste profielschetsen.
  7. Art. 102 lid 1. Het lijkt alsof dit artikelonderdeel is geschreven om het aangenomen wetsvoorstel van KKB ( en ” architect “NYPELS ) te muilkorven.
  8. Art. 104 lid 7. In de Raad van Toezicht dezelfde waanzin m.b.t. de regie van profielschetsen.
  9. Art. 105 lid 2. Dit artikel buigt zich over de belangen van de werkgevers. Waarom toch? Die belangen zijn beperkt tot een gemaximaliseerde premie. Diezelfde werkgevers willen loonsverhoging ten gevolge van promotie buiten de pensioengrondslag houden. Met die mentaliteit tegenover de medewerkenden die een bedrijf of instelling groot gemaakt hebben, is de geringe affiniteit toch voldoende bewezen?
  10. Art. 115 lid 2 en 3. De tekst van dit artikel is verwarrend. Deelnemers en pensioengerechtigden zijn evenredig op basis van onderlinge getalsverhoudingen vertegenwoordigd. Dat kan niet als we ons realiseren dat slechts 5 % van de 3 miljoen gepensioneerden lid zijn van een vakbond.

Tot zover het commentaar van onze voorzitter. Om aan te tonen hoezeer deze Wet vooral een pro werkgeversstandpunt uitdraagt en vooral ook een onjuiste voorstelling van de huidige crisis bij de pensioenfondsen geeft, enkele citaten uit de MEMORIE VAN TOELICHTING.

De financiële crisis in 2008 leidde tot een forse daling van de dekkingsgraden van de meeste pensioenfondsen.” (1. Inleiding) – geen woord dus over de greep uit de kassen van de pensioenfondsen, de terugstortingen (die zogenaamd niet meer te achterhalen zijn) en het jarenlang (in strijd met zowel de oude Pensioen- en Spaarfondsen wet als de Pensioenwet 2007) niet heffen van kostendekkende premies.

Uit dezelfde inleiding van de MVT: “De regering vindt aanpassing van het governancemodel voor pensioenfondsen noodzakelijk om dit vertrouwen te borgen. Dit wetsvoorstel bevat maatregelen gericht op versterking van deskundigheid en het intern toezicht en op een adequate vertegenwoordiging van alle risicodragers binnen de organisatie van het pensioenfonds. Verder worden taken en organen gestroomlijnd”.
De discrepantie tussen deze tekst ’versterking van deskundigheid en intern toezicht’ (zie punt 6 hierboven) en ‘adequate vertegenwoordiging van alle risicodragers’ (zie punt 1 hierboven) en de wettekst zelf is opmerkelijk.

Merkwaardig is ook dat in de MvT het rapport van de Commissie Goudswaard wordt geciteerd en daaruit terecht de juiste conclusie wordt getrokken, maar het eigenlijke wetsvoorstel daarmee in strijd is. De MvT zegt: “Verschuiving risicodragerschap richting deelnemers en pensioengerechtigden Een tweede aanleiding voor de herziening is de verschuiving van het risicodragerschap richting deelnemers, pensioengerechtigden en andere aanspraakgerechtigden. De Commissie Goudswaard (Commissie Toekomstbestendigheid Aanvullende Pensioenregelingen, 27 januari 2010, Kamerstukken II, 2009/10, 30 413, nr. 139) concludeert dat werknemers en pensioengerechtigden nu al risico’s lopen ten aanzien van hun pensioen-aanspraken en -rechten. In de nieuwe contracten uit hoofde van het pensioenakkoord zullen deze risico’s verder worden geëxpliciteerd. De geleidelijke verschuiving van het risicodragerschap richting deelnemers en pensioengerechtigden kan uiteindelijk niet zonder gevolgen blijven voor de rol van de betreffende partijen in de governance en de medezeggenschap”. En even verder:
Een tweede uitgangspunt voor de herziening van de wettelijke regels over governance en medezeggenschap is dan ook een adequate vertegenwoordiging van alle risicodragers”.
Maar die bewering is weer volledig in tegenspraak met het gestelde onder 1.3 van de MvT (onderstreping onzerzijds – redactie Pensioenbelangen):
In dit voorstel wordt gekozen voor een integrale aanpak van de governance en medezeggenschap. Het onderhavige wetsvoorstel wijkt op enkele punten af van het voorstel van Koser Kaya en Blok, juist vanwege de integrale aanpak en de noodzaak de bestuurbaarheid te garanderen. Zo is in het onderhavige wetsvoorstel het aantal zetels voor pensioengerechtigden gemaximeerd om te voorkomen dat werkgevers in de minderheid kunnen komen. Hier staat tegenover dat de werkgever zijn positie in het verantwoordingsorgaan verliest, omdat dit orgaan wordt opgeheven en de verantwoordingstaken worden overgebracht naar de deelnemers- en pensioengerechtigdenraad. Ook is de raadpleging onder pensioengerechtigden vervangen door een automatische deelname van deze geleding aan het paritaire bestuur. Dit leidt tot een vermindering van administratieve lasten. Verder vervallen de adviesrechten van de deelnemers- en pensioenge-rechtigdenraad. Op het moment dat alle geledingen (werkgevers, werknemers en pensioengerechtigden) zitting hebben in het bestuur, kan overlap van zeggenschap en medezeggenschap worden opgeheven”.

Zo zijn er nog heel wat meer opmerkelijke zaken, de een wat meer en de ander wat minder belangrijk, maar de tendens blijft steeds: de werkgever moet ondanks het feit dat hij veel minder (soms geen enkel) risico loopt toch wel kunnen blijven meespreken. Een merkwaardig staaltje gedachtenkronkelarij is het volgende:
Hoewel er sprake is van meer risicoverschuiving van de werkgever naar deelnemers en pensioengerechtigden, zijn er voldoende redenen voor betrokkenheid van de werkgever in het bestuur van het pensioenfonds naast deelnemers en pensioengerechtigden. Zo kan de werkgever risico’s tijdens de contractperiode alsnog via een omweg voor zijn rekening krijgen”.
Deze zinsnede is kennelijk ingegeven doordat sommige werkgevers risico’s ontliepen (door de bestuurders van het pensioenfonds geaccordeerd) maar later toch door de rechter werden veroordeeld om alsnog mee te delen in die financiële risico’s. Vermoedelijk heeft minister Kamp gedacht dat dan nu maar wettelijk moet worden geregeld dat die onafhankelijke rechter niet te zeer in het nadeel van de werkgever oordeelt. Daarmee voorkomen we dus dat die arme werkgever alsnog die risico’s moet dragen.
Dus wordt nu eventjes per wet geregeld dat de onafhankelijke rechter (toch een van de drie pijlers van onze rechtsstaat) wordt ontmand. De rechterlijke macht wordt door Kamp tot rechterlijke ONmacht gedegradeerd.

Pensioenen en Europa

maandag 12 maart 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 12 maart 2012

Griekse steunverlening bedreigt onze pensioenen
In de media wordt positief gereageerd op het afwaarderen van de Griekse staatsschuld. Maar er blijken ook Griekse bedrijfsleningen met Griekse overheidsgarantie te moeten worden afgeboekt, zoals de ING heeft gemeld. Dat afgeboekte geld was wel eigendom van de uitlenende banken en van de pensioenfondsen die nu een deel van hun bezit zijn kwijt geraakt. Dat gaat ten koste van onze pensioenen. Ook kunnen de banken nu minder uitlenen aan bedrijven en particulieren. Hoewel hoogleraar Dorien Pessers ons wijst op ‘het oermechanisme van de wederkerigheid’ in haar boekje Rechtstaat voor beginners heb ik nog nergens iets gelezen over dankbaarheid van de Grieken voor onze hulp. Ondanks de onderlinge verwevenheid van de euro-landen met toch hun verschillende economische en sociale kracht lenen zij elkaar geen geld meer uit, hetgeen in feite een vertrouwenscrisis is. Daardoor moest de Europese Centrale Bank (ECB) haar rente abnormaal laag houden om meer liquiditeit als smeerolie in de economie te pompen. Ook de rekenrente voor de pensioenen is abnormaal laag en dat leidt weer tot onnodige kortingen op pensioenen (voor een overzicht zie bijlage). De rekenrente is gebaseerd op de interbancaire swaprente in opdracht van de vorige minister van SZW De Geus. Gebleken is dat vrijwel alleen onze pensioenfondsen verplicht op die swapmarkt opereren en daardoor zelf het probleem van de lage swaprente schijnen te creëren.

Europese Commissie
In de Vaste Commissie SZW van de Tweede Kamer heeft minister Kamp op 15 februari uitgelegd waar volgens hem de pijn zit in de voorstellen van de Europese Commissie (het Witboek met daarin de IORP-richtlijn over pensioenen): Die richtlijn houdt in dat de Europese Commissie van mening is dat er vergelijkbare eisen moeten worden gesteld aan verzekeraars en pensioenfondsen. De regering is het daar zeer mee oneens, omdat verzekeraars vaste contracten afsluiten en daardoor verplicht zijn om een bepaald pensioen uit te keren. Pensioenfondsen doen daarentegen hun best om een zo goed mogelijk pensioen te betalen. Als dat niet lukt, wordt er niet geïndexeerd en moet er soms worden gekort. De derde zin van dit citaat is volgens de formulering van de huidige Pensioenwet onjuist. Beide soorten pensioencontracten zeggen nu een pensioenbedrag toe, alleen de zekerheidsmaatstaf om dat te bereiken is verschillend. Wel mogen pensioenfondsen korten als noodmaatregel en pensioenverzekeraars mogen dat niet en daarom o.a. liggen de premies bij verzekeraars op een veelvoud van die van een pensioenfonds. Volgens het Pensioenakkoord zou het alleen ‘hun best doen’ wel standaard worden met het voorziene beleggingspensioen. Maar pensioenfondsen en verzekeraars moeten hun verschillende regime houden in de richtlijn, aldus minister Kamp.

Vergeten aanmelding bij pensioenfonds
Een ander interessant onderwerp heeft kamerlid Omtzigt aan de orde gesteld met zijn vragen aan minister Kamp op 7 maart 2012 (zie bijlage). Dat betreft de vraag of een deelnemer recht heeft op zijn afgesproken pensioen indien de werkgever vergeten is de aanmelding voor pensioen door te geven aan het pensioenfonds. Het blijkt dat de deelnemer toch een pensioenaanspraak opbouwt, tenzij het zijn schuld is. Bovendien heeft de Hoge Raad onlangs vastgesteld dat pensioenrechten niet verjaren, dus kijk uw oude arbeidsovereenkomsten na. Maar hoe valt de beslissing uit indien in een pensioenreglement staat vermeld dat niet-aangemelde deelnemers geen pensioen opbouwen? Sommige advocaten zien een golf van pensioenclaims, aldus het Financieel Dagblad van 8 maart.

Volgens het laatste nieuws kunnen we pas op zijn vroegst in april de uitkomsten verwachten van de verschillende onderzoeken naar het Pensioenakkoord die minister Kamp laat doen. Dat betreffen de onderwerpen: kunnen de bestaande rechten op collectief of individueel niveau worden ingebracht in het Pensioenakkoord, is het Pensioenakkoord in lijn met Europees recht en is de solidariteit tussen jong en oud in het Pensioenakkoord gewaarborgd.

Nog maar eens de dekkingsgraad en Griekenland

maandag 5 maart 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 5 maart 2012

De discussie over de te lage dekkingsgraad gaat door
In de NRC van 3 maart citeert prof. dr. Eduard Bomhoff in zijn artikel Om die banken te redden gaan we leraren ontslaan de uitspraak van Eurocommissaris Neelie Kroes dat “de euro best kan overleven zonder Griekenland”. En dat werd bevestigd door de Duitse minister Friedrich die zei “Geen twijfel dat Griekenland meer kans heeft om weer concurrerend te worden als het uit de euro gaat”. Bomhoff vervolgt met “Een grote meerderheid van de Nederlandse (en Duitse) kiezers is het daarmee eens. Waarom onderwijzers ontslaan en de zorg voor ouderen nog gehaaster en onmenselijker maken, maar intussen schenkingen doen aan de Grieken? Waarom onzekerheid scheppen voor miljoenen Nederlandse gepensioneerden over afstempelen van hun pensioen omdat de Haagse elite kennelijk Griekenland belangrijker vindt? Grieken hebben recht op onze solidariteit bij een natuurramp, niet bij het repareren van het eigen wanbeleid”. Trefzekere woorden die de kern van het huidige probleem met het mogelijk korten van de pensioenen goed weergeeft. Een overheid die niet de juiste keuzes maakt, maar hopelijk breekt het inzicht nog door.

Voortgang werkzaamheden ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Minister Kamp heeft de Tweede Kamer geïnformeerd in zijn brief van 27 februari 2012 (zie bijlage) over zijn plannen. Zijn aanpak bestaat uit de volgende prioritaire trajecten:

  1. Uitwerking pensioenakkoord; in april 2012 komt een hoofdlijnennotitie over het Financieel Toetsingskader uit en daarna een brief over de communicatie van pensioenfondsen.
  2. Versterking van de governance van pensioenfondsen; op 24 februari 2012 is het wetsontwerp tot wijziging van de Pensioenwet “Wet versterking bestuur pensioenfondsen” reeds ingediend bij de Tweede Kamer. Daarbij kan worden gekozen voor het huidige bestuursmodel van sociale partners en gepensioneerden of uit een bestuur van louter externe beroepsbestuurders. Voor het persbericht van 24 februari, zie bijlage.
  3. Zorgen voor Europese regelgeving waarin het Nederlandse pensioenstelsel optimaal kan functioneren; hier gaat het om de zogenaamde IORP-richtlijn die een Europese harmonisatie van nationale pensioenregelingen beoogt te bewerkstelligen.

Over deze plannen van de Europese Commissie (EC) moeten wij ons zorgen maken, want de nieuwe solvabiliteitsrichtlijn Solvency II voor (pensioen)verzekeraars zou de EC ook geheel of gedeeltelijk van toepassing willen laten zijn op onze pensioenfondsen. Deze Solvency II regels kennen de hogere zekerheidseis van 99,5% en die is bij de Pensioenwet een ‘slechts’ 97,5%. Indien pensioenfondsen zouden moeten voldoen aan de zekerheidseis van 99,5% dan vereist die hogere eis extra buffers van 11% bij pensioenfondsen, aldus minister Kamp. Oftewel in de huidige situatie een verlaging van de dekkingsgraad bij alle pensioenfondsen van 11%, dus nog meer korten. Maar onze regering heeft onder druk van de Tweede Kamer verklaard zich hard te maken om onze huidige zekerheidseis van 97,5% in Brussel te verdedigen. Daarnaast komen er nog voorstellen van minister Kamp over waardeoverdracht, doorsneepremie, pensioen voor zelfstandigen, de Algemene Pensioeninstelling (voor pensioenverzekeraars) en over pensioenuitvoeringsorganisaties evenals nabestaandenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen. Ook heeft minister Kamp de Tweede Kamer onlangs toegezegd om een proefonderzoek te laten doen bij 5 fondsen naar de terugstortingen in het verleden van premiegelden naar werkgevers.

De oplossingen voor pensioenbehoud zijn aanwezig

dinsdag 28 februari 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 27 februari 2012

Er zijn vele vragen en opmerkingen ontvangen over de rekenrente. Waar is vastgelegd hoe die rekenrente ofwel de discontovoet om de pensioenverplichtingen in de toekomst te kunnen berekenen, eruit moet zien? Op 28 december 2006 is het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen gepubliceerd in het Staatsblad 710 van 2006 getekend door Koningin Beatrix en minister Hirsch Ballin. Bij dat besluit hoort een Nota van toelichting die als ministeriële regeling alleen is getekend door de vorige minister van SZW De Geus. Op pagina 22 van de Nota wordt bij de toelichting op artikel 2 van het Besluit o.a. vermeld: “Ten behoeve van de berekening van de technische voorzieningen voor een onvoorwaardelijke pensioentoezegging zal De Nederlandsche Bank (verder DNB) een rentetermijnstructuur publiceren, die gebaseerd is op de swapcurve in de markt voor Europese interbancaire swaps.” De huidige minister van SZW Kamp kan dus met een pennenstreek een andere rentetermijnstructuur vaststellen, maar dat wil hij tot op heden niet doen ondanks de aandrang van vele partijen om een betere rekenrente vast te stellen. Dat is politieke onwil die verplicht wordt uitgevoerd door DNB die daardoor in opdracht het dreigende, massale en onnodige korten van pensioenen veroorzaakt. Daarom is de petitie Ik wil niet worden gekort! opgezet (tekenen op: http://pensioenbehoud.petities.nl ).

Een opvallend praktische oplossing wordt voorgesteld door dr Gerwin Griffioen in het F.D. van 13 februari : “Als een pensioenfonds in lijn presteert met zijn eigen beleggingsdoelstelling, dan is het te prefereren dat het de verplichtingen mag waarderen op basis van het verwachte rendement.” Hij laat in zijn artikel zien “dat als een pensioenfonds langdurig teleurstellende beleggingsresultaten realiseert er een tekort ontstaat, ongeacht welke methode van het waarderen van de verplichtingen wordt gebruikt. Pensioen moet linksom of rechtsom bij elkaar worden gespaard.” Dat betekent ook kostendekkende premies met een bijbehorend (lager) opbouwpercentage. De grote invloed van een te hoog opbouwpercentage op de hoogte van de kostendekkende premie heeft Arnoud Bosch van de VDAB aangetoond in zijn artikel van 24 februari 2012 DNB hoort aan pensioenpremies minimum eis te stellen. Maar ook prof. Bernard van Praag en Ekko Smith hebben in hun interessante artikel van 21 februari op Me Judice Het pensioengat van Nederland: een poging tot verklaring de vinger gelegd op het feilen van de toezichthouder cq de politiek vanwege het toelaten van te lage pensioenpremies ondanks de wettelijke verplichting van kostendekkendheid. Deze tekorten zouden moeten worden hersteld door de betreffende werkgevers.

Maar niet iedereen wil geloven dat ons pensioen bestaat uit een vijfde premie en vier vijfde beleggingsopbrengst. Peter Borgdorff van pensioenfonds Zorg en Welzijn legt dat nog eens uit in zijn blog van 17 februari Een pensioensprookje? Hij laat zien dat de jongeren van nu ondanks de veel hogere levensverwachting over 40 jaar nog altijd circa 3,5 keer de inleg terugkrijgen tegen 5 keer de inleg nu. Een hogere premie en/of zelf meer sparen helpt de oude dag dan verbeteren.

Van de 103 pensioenfondsen zijn er een aantal die het (nog veel) slechter doen dan de meeste andere fondsen over de periode 2011 t/m 2013. Voorbeelden daarvan zijn Royal Leerdam (-21,7%), Openbare Apothekers (-18,8%), Tandartsen en tandspecialisten (-15,5%), Ballast Nedam (-13,0%), Vlakglas en verf (-12,0%), ISS (-11,6%), Verf- en drukinktindustrie (-11,4%) en Medewerkers Notariaat (-10,3%). En daarbij komt ook nog de gemiste indexatie over een aantal jaren. Wie van de begunstigers van de Stichting Pensioenbehoud die bij een van deze pensioenfondsen is aangesloten, is bereid om zijn of haar pensioenverhaal te vertellen bij de Omroep MAX? Zelfs het pensioenfonds van het personeel van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zit in de problemen met een dekkingsgraad van 85% eind 2011; zouden de kortingen elders daardoor (ook) minder worden?

103 pensioenfondsen gaan mogelijk korten op pensioenen!

dinsdag 21 februari 2012

Het persbericht van de Pensioen Federatie evenals het overzicht van pensioenfondsen die gaan korten, beiden gepubliceerd op 20 februari 2012. Kijk in het overzicht of uw pensioen wordt bedreigd. Zo ja, schrijf desgewenst een brief aan dat pensioenfonds dat u een korting op uw nominale pensioen niet kan accepteren en stel het pensioenfonds evenals haar bestuur in gebreke voor de wanprestatie die wordt geleverd op basis van de pensioenuitkeringsovereenkomst. En dat u heeft geconstateerd dat niet alle middelen door het bestuur zijn aangewend om het laatste redmiddel van het korten te voorkomen. Want het bestuur heeft nog diverse ongebruikte aanpassingen binnen de bestaande wettelijke regeling als mogelijkheid om de dekkingsgraad weer in orde te krijgen. Het bestuur van het pensioenfonds heeft die wijzingen tot dusverre niet of onvoldoende uitgevoerd (zie de genoemde mogelijkheden voor aanpassing in het persbericht van De Nederlandse Bank van 20 februari 2012) en dat die aanpassingen nu wel in 2013 moeten gebeuren. Uit dit persbericht blijkt ook dat het om circa 7,5 miljoen pensioenuitkeringsovereenkomsten gaat!

Daarnaast heeft Stichting Pensioenbehoud de petitie Ik wil niet gekort worden op mijn pensioen opgenomen op de website http://pensioenbehoud.petities.nl om te laten ondertekenen door een ieder die deze boodschap aan de politiek wil ondersteunen. De petitie zal over enige tijd officieel worden aangeboden aan minister Kamp van SZW. U wordt verzocht om ook de petitie onder de aandacht van familie, vrienden en bekenden te brengen. Heeft u de petitie zelf al ondertekend?

Het niet aanpassen van ons pensioenstelsel leidt tot korten

maandag 20 februari 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 20 februari 2012
Het wordt steeds meer mensen duidelijk dat er niet aan valt te ontkomen om het huidige pensioenstelsel te versoberen. Maar dan niet door het korten van de bestaande pensioenen, maar door b.v. een verlaging van het opbouwpercentage. Dat percentage bedraagt nu vaak 2,25% per jaar, dus na 40 jaar een pensioen van 90% (!)van het middelloon. Ook het onderbrengen van het nóg langer leven risico bij beleggers zoals verzekeraar Aegon onlangs heeft gedaan, is een goede mogelijkheid voor pensioenfondsen.
De Telegraaf publiceerde afgelopen zaterdag na onderzoek het onderstaande overzicht van de pensioenfondsen die hebben aangekondigd om in april 2013 de opgebouwde pensioenen te moeten gaan korten indien de situatie met de dekkingsgraad niet is verbeterd. Alleen al ABP, PMT en PME hebben samen 4,7 miljoen deelnemers. Maandag a.s. maakt de Pensioen Federatie haar lijst van de waarschijnlijk kortende pensioenfondsen openbaar.

De grootste fondsen die een korting (‘afstempeling’) hebben aangekondigd:
- Pensioenfonds ABP: 0,5%
- Pensioenfonds PMT (kleinmetaal): 6-7%
- Pensioenfonds PME (grootmetaal): 6%
- Pensioenfonds Dierenartsen: circa 6%
- Pensioenfonds PNO Media: circa 6%
- Pensioenfonds Bakkersbedrijf: percentage nog onbekend
- Pensioenfonds Schoonmakers en Glazenwassers: 1,2%
- Pensioenfonds Wonen: 2,4%
- Pensioenfondsen Tandartsen en Tandartspecialisten: 3,2%
- Pensioenfonds Mode, Interieur, Tapijt en Textiel (MITT): 4,6%
- Pensioenfonds Vlees, Vleeswarenindustrie: (VLEP) 7%
- Pensioenfonds Openbare Apothekers: 6,8%
- Notarieel Pensioenfonds: 5,8%
- Pensioenfonds Thales Nederland: 4,1%
- Pensioenfonds Océ: 4% (definitieve besluit 30 juni)

De kleinere fondsen die alleen hun deelnemers hebben geïnformeerd over korting:
- Pensioenfonds Holland Casino: 4-6%
- Pensioenfonds Medewerkers in het Notariaat: 7%
- Pensioenfonds Elsevier-Ondernemingen: 3,3%
- Pensioenfonds Ten Cate: 2%
- Pensioenfonds Rijn en Binnenvaart: 1,5%
- Pensioenfonds ANWB: 1,1%
- Pensioenfonds Architecten: 2,6%
- Super de Boer Pensioenfonds: 7%
- Pensioenfonds GITP: 7%
- Philips Pensioenfonds: beslissing nog onbekend.
Bent u het niet eens met het mogelijk korten op uw pensioen, teken dan de petitie Ik wil niet gekort worden op mijn pensioen!
Deze petitie zal over enige tijd worden aangeboden aan minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.