Weblog

Nijpels weg, wie volgt?
zondag 21 februari 2010

Kees de Lange Kees de Lange

En toen was Nijpels ineens weg als bestuursvoorzitter van het ABP. Schreef hij in oktober nog een nogal onnozel open briefje dat hij het onderzoek van de commissie Scheltema over zijn DSB verleden ‘met vertrouwen’ tegemoet zag, ditmaal kon er alleen een brief aan het ABP bestuur af. Want verantwoording afleggen aan de deelnemers is natuurlijk een paar bruggen te ver. Zij mogen hun uitgestelde loon inleggen bij het ABP, een heel leven lang, maar medezeggenschap ho maar.

Al vanaf het moment van de benoeming van Nijpels bij het ABP heeft de NBP bezwaar aangetekend , en wel op drie gronden. Reeds in augustus 2009 was duidelijk dat DSB, waar Nijpels de langstzittende commissaris was, er dubieuze woekerpraktijken op na hield. Te naïeve en dikwijls matig opgeleide mensen werden in de financiële val gelokt en stelselmatig uitgekleed. Radar berichtte er meermalen over. De commissaris heeft het of niet geweten en dus zijn taak te lichtvaardig opgevat. Of de commissaris wist het wel en heeft zijn mond gehouden. In beide gevallen bepaald geen basis om zo iemand verantwoordelijkheid te geven over het uitgestelde loon van 2,8 miljoen verplichte deelnemers bij het ABP. Helaas is het vertrouwen in dit fonds even snel verdampt als een deel van de belegde miljarden. In zo’n situatie is een dergelijke benoeming een blunder van de eerste orde, en bepaald niet de manier om het geloof in het ABP te helpen herstellen. Ook ontbrak het Nijpels aan kennis van pensioenen, en gezien zijn tientallen bijbaantjes ook aan tijd om de functie als ABP voorzitter goed te vervullen. Alleen zijn blunders al in latere interviews waren afdoende bewijs dat hij ongeschikt was.

Door RTLZ werd onlangs ontdekt dat er een brief bestond van De Nederlandsche Bank (DNB) van 19 juni 2009 aan DSB waarin werd aangetoond dat de commissarissen waaronder Nijpels hadden gefaald. Natuurlijk kende Nijpels deze brief bij zijn aantreden bij het ABP, maar hij verkoos erover te zwijgen. In elk geval tegenover de verplichte deelnemers bij het fonds. Wel ging hij elke discussie over zijn DSB verleden stelselmatig uit de weg. Gelukkig heeft dit verleden hem nu ingehaald.

De conclusie kan niet anders luiden dan dat de ABP deelnemers willens en wetens misleid zijn. Als Nijpels zo weinig zelfkennis bezit om een benoeming bij het ABP te accepteren met een DSB affaire aan zijn broek, dan kan dit onmogelijk als een vergissinkje gekwalificeerd worden. Nijpels en het ABP bestuur hebben zich onherstelbaar geblameerd. Dat kon niet zonder gevolgen blijven.

En nu? Nijpels had geen andere keus dan af te treden, hoewel hij geheel in stijl nog wel probeert de zwarte piet elders te deponeren. Zo stelt hij dat het voor hem steeds moeilijker werd zijn functie bij ABP adequaat uit te oefenen door de ‘stroom al dan niet accurate berichten’ over het onderzoek naar de gang van zaken rond DSB. Helaas, het is het eigen falen dat Nijpels opbreekt, niets meer en niets minder.

En het ABP? Het ABP zegt het vertrek van Nijpels zeer te betreuren, maar heeft ‘begrip voor de afweging die hij heeft gemaakt’. Kortom, het ABP heeft met het ontstaan van dit debâcle niets van doen. Helaas is de werkelijkheid een andere. Ook merkt het ABP op ‘de komende weken op zoek te gaan naar een nieuwe voorzitter’. Blamages uit het verleden zijn echter geen garantie voor succes in de toekomst. Bepaald geen zinsnede dus die de verplichte deelnemers gerust zal stellen over hun toekomstige indexaties.

Een woord van advies voor het ABP. Zo hier en daar komen de sneeuwklokjes en de krokussen alweer boven het smeltende sneeuwdek uit. Voor wie het zien wil is het voorjaar in aantocht. Een prima tijd dus voor de in het verleden zo traditionele voorjaarsschoonmaak. Een uitgelezen moment ook om de bezem door het ABP bestuur te halen om verdere imagoschade te voorkomen. Wat dacht u van het onmiddellijk vervangen van types als Harry Borghouts en Xander den Uyl door deskundigen met enig benul van de economische risicoanalyse? Het is maar een ideetje, maar zou dat uw vertrouwen in het ABP niet die broodnodige opkikker geven? Eerst zien en dan geloven, dat wel natuurlijk.

De blunderbrigade
vrijdag 12 februari 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Bernard Wientjes (CDA) presenteert zich graag als de denker van de lage landen. Samen met zijn compaan Loek Hermans (VVD) runnen zij de werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland, respectievelijk. We horen met grote regelmaat van dit speciale komische duo in de pers. Hun boodschap is eigenlijk altijd voorspelbaar en eentonig: werknemers zijn teveel beschermd en moeten makkelijker ontslagen kunnen worden, met die pensioenen kan het best wat minder, en de risico’s van het pensioenstelsel moeten maar bij de werknemer neergelegd worden, en als de vrije jongens het niet helemaal kunnen redden op de vrije markt moet de belastingbetaler gewoon bijspringen. Marktwerking over de ruggen van diezelfde belastingbetaler dus. En over fraudeschandalen in ondernemend Nederland praten we maar niet. Dat bederft alleen de sfeer maar, en zou het klootjesvolk achterdochtig maken. Dat het denkniveau van ons duo zich het best laat omschrijven als beneden NAP, zal het vervolg leren.

Want van de week hebben deze originele denkers van formaat toch zichzelf overtroffen. In een brief aan de Eerste Kamer wordt betoogd dat het standpunt van de Tweede Kamer, namelijk dat het aantal nevenfuncties van bestuurders moet worden teruggebracht tot een maximum van 5, fataal zou uitpakken voor de toekomst van ons land. De supertalenten die nu in Nederland bijna alle commissariaten en bestuursbaantjes vervullen, doen dat dermate goed dat we daar beslist niet aan moeten tornen.

Even een terzijde, Hermans zit in diezelfde Eerste Kamer waaraan de brief gericht is, dus hij schrijft een brief aan zichzelf. En bij die supertalenten horen b.v. ook Elco Brinkman (CDA), pleitbezorger van Bouwfrauderend Nederland, en Ed Nijpels (VVD), ex DSB en helaas nu ABP. Zo, we weten weer waar we het over hebben.

Nu gelooft niemand die ook maar een beetje bij zijn verstand is dit soort preken voor eigen parochie. De belastingbetaler in Nederland heeft helaas wel leergeld betaald voor de falende bestuurskracht van ons ‘old boys network’. De kredietcrisis komt voor een niet gering gedeelte op het conto van deze types die, sigaren rokend en champagne drinkend, hun riante beloningen opstrijken, niet gehinderd door enige gêne ten aanzien van de slachtoffers van hun incompetente handelen. De lengte van de lijst van wanprestaties is zo ongeveer het enige waar deze talenten in uitblinken.

Het moment van verzenden van deze brief aan de Eerste Kamer had eigenlijk niet beroerder gekozen kunnen worden. De inkt was nog maar net droog, of RTL-Z Nieuws kwam op 10 februari met een brief gedateerd 19 juni 2009 van De Nederlandsche Bank (DNB), onder meer over het functioneren van Nijpels en Linschoten (beiden VVD) in hun rol als goedbetaalde maar voornamelijk afwezige commissarissen bij DSB. Ik wil u een tweetal passages uit de brief niet onthouden:

Alinea's uit brief DNB aan DSB

Een paar zaken zijn duidelijk. Allereerst natuurlijk dat de heren VVD-ers schromelijk gefaald hebben in hun rol als toezichthouder. Maar er is meer. Ed Nijpels is per 1 augustus 2009 aangesteld als bestuursvoorzitter bij het ABP, toen hij deze brief al hoog en breed kende. Kennelijk is dat voor hem geen aanleiding geweest zich niet als kandidaat beschikbaar te stellen. Alleen het ABP bestuur weet of deze kwestie aan de orde is geweest, maar zij zullen zwijgen als het graf. In elk geval zijn de verplichte deelnemers bij het ABP grotelijks belazerd door een voorzitter die nadien beweerde het onderzoek van de Commissie Scheltema met vertrouwen tegemoet te zien. Ondanks die brief. Is de man nu dom, naïef of doortrapt?

Waar brengt dit ons nu? Vooralsnog weigeren Nijpels en het ABP de enig mogelijke conclusie te trekken, namelijk dat Nijpels per onmiddellijk opstapt en een baan op zijn niveau gaat zoeken. Dat zal nog niet eens meevallen. In de financiële wereld heeft hij in elk geval niets meer te zoeken. Daarna kan de noodzakelijke grote schoonmaak bij het ABP bestuur pas echt van start, te beginnen met Borghouts (GroenLinks). En de heren Wientjes en Hermans? Ach, die kunnen de provincie in met een amusementsprogramma Op Zoek Naar Onbekend Talent. Dat is een gat in de markt, want op de vermeende bekende talenten die zij ons tot dusver onophoudelijk aanprezen, zijn we definitief uitgekeken.

De Tros los
zondag 7 februari 2010

Kees de Lange Kees de Lange

De Tros brengt regelmatig een buitengewoon nuttig consumentenprogramma uit onder de naam Radar. Onder de zeer competente leiding van Antoinette Hertsenberg worden misstanden in consumentenland aan de kaak gesteld, en wordt gedupeerden daadwerkelijk hulp geboden. Het is niet voor niets dat Antoinette Hertsenberg een grote populariteit geniet, ze verdient het ten volle.

De laatste jaren is in ons land de financiële sector regelmatig in opspraak. Het vertrouwen van de gemiddelde burger in banken en pensioenfondsen is op een historisch dieptepunt beland, en dat valt goed te begrijpen. Waar de politiek en de toezichthouders geacht worden de burger te beschermen tegen kwaadwillige of incompetente financiële instellingen, zien we in de huidige economische crisis een ontluisterend beeld oprijzen. De afgelopen weken hebben we de Commissie de Wit aan het werk kunnen zien. Mocht je als burger nog een greintje vertrouwen hebben in overheid, politiek en financiële instellingen, dan was je na een paar zittingen wel volledig genezen. Wat konden we namelijk zien? Mensen met zeer grote verantwoordelijkheden en riante beloningen bleken uitsluitend bezig met het schoonvegen van het eigen straatje. Altijd waren anderen de schuld, nooit was er reden het eigen functioneren eens van enige afstand te bezien. Geen woord van compassie voor diegenen op wie de financiële ellende wordt afgewenteld, het groeiende leger werklozen, de verplichte deelnemers bij pensioenfondsen die geen kant uitkunnen en hun verwachtingen gewekt door incompetente fondsbesturen in rook zien opgaan. Daar valt de zelfbenoemde elite van onze maatschappij niet op aan te spreken. Zij deden immers precies wat zij moesten doen? Zij hielden zich toch precies aan de regels?

Gelukkig worden consumentenorganisaties steeds mondiger en strijdbaarder, ook als het er om gaat misstanden bij banken en verzekeraars aan te pakken. Hier speelt Radar dikwijls een voortrekkersrol. Het was vooral Radar dat de misstanden bij de Dick Scheringa Bank (DSB) in diverse uitzendingen aan de orde stelde. Een goede zaak zou je zeggen, een zaak ook waaraan een bank die enig fatsoen bezit zou moeten meewerken. Was dat ook zo?

De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen verzet zich consequent en energiek tegen allerlei politieke baantjesstapelaars die, niet geremd door financiële kennis, dikwijls invloedrijke advies- of bestuursfuncties in de financiële wereld bekleden. Ja zeker, ik doel op Harry Borghouts, de Heintje Davids van het ABP bestuur. Ik doel ook op Ed Nijpels, tot 1 oktober 2009 toonaangevend en langst zittend lid van de Raad van Commissarissen van DSB, en nu helaas bestuursvoorzitter van het ABP.

Nu is Ed Nijpels al maanden lang onderwerp van onderzoek, en de kans is groot dat zijn DSB verleden hem uiteindelijk gaat opbreken. Laten we eens een voorbeeld van zijn handelen bekijken. Als DSB commissaris heb je natuurlijk geen volledige dagtaak, dus je kunt er best wat dingetjes bij doen. En dan is het maar goed dat je ook voorzitter van de Raad van Commissarissen van de Tros bent. Dat is een mooie taak, waar je een gezonde dosis idealisme in kwijt kunt. De media spelen een enorme rol in het aan het licht brengen van misstanden, in waarheidsvinding ook. Tros Radar is een uitstekend voorbeeld. Een schitterende uitdaging voor elke bestuurder om de minder bedeelden in onze samenleving enige steun te kunnen bieden. Zou je denken….

Toch, een probleempje. Transparantie en waarheidsvinding zijn natuurlijk mooie begrippen, maar soms is het maar beter als abstracte idealen ook heeeeeel erg abstract blijven. Als je je ziel aan DSB verkocht hebt, waar de klanten vooral gezien worden als klootjesvolk dat je moet proberen leeg te melken, dan komt het erg slecht uit dat Radar daar met veel energie en competentie tegenin gaat. Daar moet je als DSB commissaris iets aan doen, zoveel is duidelijk. En zo komt het dat we op de website van RTL Nieuws de volgende kop lezen: Problemen met Tros Radar? Ed Nijpels regelt het wel. Dit artikel spreekt zo zeer voor zichzelf dat mijn gedetailleerde commentaar erop volstrekt overbodig is. Lees het op onze website, en vorm uw eigen oordeel.

Welke conclusies kunnen getrokken worden? Doodsimpel: Nijpels is niet onafhankelijk en heeft een verborgen agenda. Moet een dergelijke baantjesjager, bij wiens integriteit grote vraagtekens te plaatsen zijn, de pensioenen van 2,7 miljoen verplichte deelnemers bij het ABP behartigen? Is dit de man die het vertrouwen in het ABP moet herstellen? Is dit de man die transparantie en vernieuwing moet bewerkstelligen binnen een verkalkte organisatie waar de belangen van de deelnemers ondergeschikt zijn aan de machtsbelustheid van de bestuurders? Wordt het sowieso geen tijd het baantjesjagen drastisch in te perken? Vragen, vragen. De antwoorden vult u zelf wel in.

Belubberd en bedonnerd
vrijdag 29 januari 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Rond 1995 kreeg een bedrag van 32 miljard gulden, overeenkomend met 15 miljard euro, uit de kas van het overheidspensioenfonds ABP, een andere bestemming. In gewone mensentaal, dit bedrag werd, onder goedkeurend geknik van het toenmalige bestuur bestaande uit pensioenillusionisten uit vakbonds- en werkgeverskring, gebruikt om de budgettaire problemen van de Staat der Nederlanden te verlichten. Er was immers sprake van overwinst in de pensioenfondsen, en dat zou maatschappelijk niet aanvaardbaar zijn. Woorden van het kabinet Lubbers (CDA) en Kok (PvdA). De verplichte deelnemers in het fonds werd uiteraard niet naar hun mening gevraagd.

In die tijd dacht men dat privatisering van het ABP in 1996 en uitgebreid beleggen op de aandelenmarkten de ontvreemde 15 miljard ruimschoots zou compenseren. We hebben het geweten. De toen ingezette aanval op het pensioenstelsel werkt door tot op de dag van vandaag. Als dat bedrag toen was weggezet tegen 7%, een rendement dat voor het ABP, zo verklaart men graag, zeer goed haalbaar is, dan zou dat in 15 jaar zijn aangegroeid tot ongeveer 39 miljard. De huidige miserabele dekkingsgraad van niet eens 105 zou dan opeens op 123 komen. Een ander verhaal, een andere wereld, een wereld waarin om de onvergetelijke woorden van Marcel van Dam te gebruiken alle ABP deelnemers niet zouden zijn belubberd.

Het mocht niet zo zijn. Nu, 15 jaar later, is de mentaliteit van de pensioenbeheerders nauwelijks veranderd. Als Gerard Riemen, directeur van de vereniging van bedrijfstakpensioenfondsen (VB) zijn obligate nietszeggendheden debiteert, dan dringt zich onontkoombaar het beeld op van de hoofdopzichter in Jurassic Park. Achter hekken zo hoog dat een buitenstaander onmogelijk naar binnen kan kijken, laat staan invloed kan uitoefenen, bevinden zich dinosaurussen. Dat de grootsten onder hen de herseninhoud van een walnoot hebben, moet in dit verband maar niet teveel benadrukt worden. Die opzichter is zo vervreemd van de normale samenleving, dat hij niet beseft dat de diersoorten die hij in zijn park onder zijn hoede heeft, daarbuiten al lang zijn uitgestorven. Hij heeft ook niet door dat zijn manege bij slecht beheer een gevaar en een bedreiging vormt voor de echte wereld buiten de hekken.

Door het miserabele beheer konden de gevolgen van de huidige en eerdere financiële crises niet adequaat worden aangepakt en kraakt het pensioenstelsel nu in zijn voegen. Nog steeds maken dezelfde vakbonden en werkgevers, ondanks gebleken ongeschiktheid, de dienst uit. Nog steeds wordt tot elke prijs en met alle middelen geprobeerd buitenstaanders medezeggenschap te onthouden. Nog steeds probeert men de fictie op te houden dat alles wel is in pensioenland. Nog steeds rekruteert men oppassers en fondsbestuurders uit een wereld die op uitsterven na dood is. Ondanks de feiten.

Wat zijn die feiten? Een commissie van De Nederlandsche Bank (DNB) heeft vastgesteld dat bij veel pensioenfondsen veel te grote beleggingsrisico’s zijn genomen. De commissie Frijns (tot juli 2005 was Frijns directeur beleggingen van het ABP) heeft in een nog recenter rapport gesteld dat de kennis van zaken over economisch risicomanagement binnen veel pensioenfondsbesturen ondermaats is, waardoor vele miljarden verspeeld zijn. Slachtoffers zijn – natuurlijk – niet de vakbonds- en werkgeversbestuurders die voor hun gebrek aan kennis en verantwoordelijkheidsgevoel nog steeds beloond worden met plaatsen op het pluche en navenante riante salarissen, uiteraard op onze kosten. Slachtoffers zijn de gepensioneerden die opdraaien voor de gevolgen van dit wanbeleid door het uitblijven van indexatie en dus het achterblijven van de koopkracht. Ook actieven, ook al merken zij er op dit moment qua koopkracht nog niets van moeten zich zorgen maken want hun vooruitzichten op een goed pensioen nemen bijna dagelijks verder af. Time for change, ben je geneigd met Obama te roepen. Maar komt die change er ook? Dat valt te betwijfelen.

Nu ook de commissie Goudswaard haar advies heeft uitgebracht aan minister Donner, wordt er steeds meer duidelijk. Deze commissie onderzocht niet hoe het Nederlandse pensioenstelsel in zwaar weer raakte en welke rol wanbestuur en wanbeleid daarin speelden en nog spelen. De commissie Goudswaard gaat domweg uit van de huidige situatie en kijkt wie men de zwarte piet kan toespelen. Dat zijn – het was te voorspellen – de verplichte deelnemers van de bedrijfstakpensioenfondsen voor wie het allemaal volgens Goudswaard best wat minder kan.

Dat pensioenpremies jarenlang veel te laag zijn vastgesteld en het consequent hanteren van een kostendekkende premie in principe het stelsel van aanvullende pensioenen bestand tegen vergrijzing maakt, geen woord erover. Men stelt simpelweg dat de premies niet omhoog kunnen – dat zou slecht zijn voor de economie. Maar wiens economie dan? Je zou toch zeggen dat de economie er voor de mensen is, in plaats van omgekeerd. Volgens Goudswaard redenering is sparen dan ook slecht voor de economie.

Dit rapport is een onverdunde illustratie van het huidige werkgeversdenken waarin de werknemer, en zeker de gepensioneerde, een kostenpost betekent waarop tot elke prijs bespaard moet worden. Ongeacht eerdere toezeggingen, ongeacht gewekte verwachtingen en vooral ongeacht het wanbeleid, de oorzaak van de huidige wantoestand. Want niet de veroorzaker van de ellende, maar het slachtoffer mag de prijs betalen. En hij moet daarbij vooral ook zijn mond houden over zijn eigen uitgestelde loon.

Minister Donner (CDA) is als aartsconservatief al jaren een verlengstuk van Wientjes van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Ach, u kent hun standpunten wel. Het ontslagrecht versoepelen om ouderen te lozen. Deelname van ouderen in het arbeidsproces frustreren en blokkeren. Ouderen uit het arbeidsproces verwijderen tegen zo laag mogelijke kosten. De oudedagsvoorziening beperken onder het mom van efficiency. En natuurlijk zwijgen over schandalen in eigen kring. Bagatelliseren wat er echt speelt en de schuldvraag uit de weg gaan.

En zonder enige gêne de hand ophouden bij de overheid, dus bij de belastingbetaler, als het eigen vrije jongens ondernemerschap in zwaar weer komt. Want hoewel werknemers en gepensioneerden voor Wientjes vooral een kostenpost zijn, is het toch wel prettig als hun slinkende koopkracht kan dienen om zijn eigen achterban financieel uit de zelfbereide puree te halen. En minister Donner? Die voert met steun van zijn partij deze werkgeversagenda stap voor stap uit. Hij heeft de conclusies van het rapport Goudswaard nog nauwelijks kunnen lezen (waarschijnlijk wist hij vooral al wat er uit zou komen) of hij spoort de sociale partners al aan om het pensioenstelsel naar de ideeën van Goudswaard op de schop te nemen. Uiteraard alweer zonder daar de verplichte deelnemers in de fondsen bij te betrekken. Die zijn er om rekeningen te voldoen, niet om mee te praten over hun uitgestelde loon dat ze gedurende een leven van vaak zeer hard werken opgebouwd hebben. Na eerst belubberd te zijn worden we dan nu bedonnerd.

Verplichte deelname aan pensioenfondsen heeft een aantal niet te onderschatten voordelen. Zo behoedt het ons voor het feit dat het heel menselijk is reserveringen voor de toekomst uit te stellen tot het te laat is. Verplichtstelling voorkomt dus veel ellende in de toekomst. Steeds meer blijkt er echter een keerzijde aan die gedwongen winkelnering te zijn. Die situatie leidt immers tot onaanvaardbare arrogantie en regentesk gedrag bij pensioenfondsbestuurders. Zij kunnen zich alles veroorloven, de deelnemer kan geen kant op. Al veertig jaar wordt gestreden voor medezeggenschap, voor een stem in het beheer van het eigen uitgestelde loon.

Met politieke steun van PvdA en CDA wordt dit volstrekt redelijke verlangen echter al decennia lang gefrustreerd en geblokkeerd. Het is genoeg geweest. Het wordt de hoogste tijd, niet om de verplichtstelling helemaal over boord te gooien, maar wel om deelnemers keuzevrijheid te geven bij welk pensioenfonds men zich wil aansluiten. Als deelnemers kunnen stemmen met de voeten, zou, denk ik, het ABP dat zich zo graag bestuurlijk tooit met financiële potsenmakers, brokkenmakers en baantjesjagers als Borghouts en Nijpels, binnen een paar jaar de helft van zijn bestand verliezen, als het op de oude weg doorgaat. De door sommigen bepleite noodzaak om deze moloch op te splitsen in kleinere hanteerbaarder eenheden zou daarmee in één klap gerealiseerd zijn. Als we toch over veranderingen spreken, ligt deze wel erg voor de hand.

Ouderen zijn van een generatie die overwegend is opgegroeid met een groot vertrouwen in de overheid. Het geven van vertrouwen impliceert dat degene die het vertrouwen krijgt dat ook verdient, dus betrouwbaar is. In de afgelopen decennia hebben steeds meer ouderen gemerkt dat die overheid hun vertrouwen niet waard was. Ouderen roeren zich dan ook steeds meer. De ouderenorganisaties, verenigd in de Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties (CSO) komen steeds harder op voor hun financieel-economische belangen en voor betekenisvolle medezeggenschap.

Een goede zaak. Het wordt de hoogste tijd dat met name ouderen die zich op de arbeidsmarkt niet kunnen verdedigen bij de komende verkiezingen eens goed kijken welke partijen hun belangen geschaad en verkwanseld hebben. We zijn nu wel genoeg belubberd en bedonnerd.

Pensioenfondsen gokken, jokken en maken brokken!
zaterdag 23 januari 2010

Kees de Lange Kees de Lange

De commissie Frijns is met haar rapport gekomen en de inhoud verbaast eigenlijk niemand die de pensioenwereld een beetje volgt. Tegelijk is het rapport ontluisterend, en het is daarom nuttig de hoofdpunten de revue te laten passeren. Het zal daarbij de oplettende lezer opvallen dat zeer veel van de kritiek van de commissie Frijns in feite al heel lang op deze website te lezen is.

disc_1 Besturen van pensioenfondsen moeten zich veel meer naar buiten richten en veel beter met de deelnemers communiceren.
Wat het rapport Frijns niet vermeldt, waarschijnlijk omdat men denkt dat het een open deur is, is dat de deelnemers niet misleid moeten worden. Helaas gebeurt dat in de prakrijk wel. In het pensioenoverzicht dat het ABP in januari 2010 aan alle deelnemers toezond, worden verhullende opmerkingen gemaakt over na-indexatie, terwijl de werkelijkheid is dat mensen die vanaf 1 januari 2004 gepensioneerd zijn, ongeveer twee pensioenmaanden aan achterstallige indexatie niet uitbetaald hebben gekregen. Hierdoor worden gepensioneerden ten opzichte van werkenden op grote achterstand gezet. Bovendien zal deze achterstand alleen maar snel toenemen. Ook vergelijkt het ABP de ontwikkeling van de pensioenen in dit bericht niet met de looninflatie, maar met de prijsinflatie. Nu staat uitermate duidelijk in de missie van het ABP dat men de looninflatie wil bijhouden. De vergelijking met de prijsinflatie is dus in feite irrelevant en dient alleen om de deelnemer in slaap te sussen. Natuurlijk vermeldt het ABP bij de genoemde prijsinflatie ook niet wat de betekenis van die cijfers is. Zo wordt geen rekening gehouden met de dikwijls grote toename in de kosten van gemeentelijke belastingen, de sociale verzekeringen en – niet te vergeten – de zorg. Ook het feit dat de cijfers berekend worden voor de bevolking als geheel zonder rekening te houden met de speciale omstandigheden van gepensioneerden helpt hierbij niet.

disc_1 Pensioenfondsbesturen, vooral die van bedrijfstakpensoenfondsen, zijn paternalistisch en weinig democratisch.
De stuitende taferelen die we meemaken met wat bijvoorbeeld het ABP medezeggenschap noemt, en de minachting voor al diegenen die de moed hebben kritiek te hebben, onderstrepen deze stelling van de commissie Frijns helaas meer dan ons lief is.

disc_1 De commissie Frijns stelt vast dat de risico’s voor pensioenfondsdeelnemers groter zijn dan ooit tevoren.
Gepensioneerden weten dat uit eigen pijnlijke ervaring. Het is daarom bizar dat het bestuur van het ABP nog steeds van mening is dat men gepensioneerden en andere thans niet vertegenwoordigde belangengroeperingen buitenspel kan zetten. Bij het programma Kassa heeft de NBP de herstelplannen van de vijf grootste bedrijfstakpensioenfondsen doorgerekend. Daarbij bevond het ABP zich in de achterhoede. Zolang het ABP de cijfers en consequenties van het eigen herstelplan bagatelliseert en blijft stellen dat men alles uitstekend gedaan heeft, moet gevreesd worden dat er nog wel een paar commissies Frijns nodig zullen zijn om dit soort arrogantie uit de wereld te helpen.

disc_1 Het beleggingsbeleid van veel pensioenfondsen is gebrekkig, mede omdat in de besturen professionele kennis omtrent beleggen en economisch risicobeleid grotendeels ontbreekt.
Opnieuw iets wat we als NBP al tijden beweren. In het Financieel Economisch Magazine (FEM) van 22 augustus 2009 wordt aangegeven dat slecht twee leden van het ABP bestuur kennis van economisch risicomanagement bezitten. Helaas kiest het ABP tot op de dag van vandaag voor financiële brekebenen als Borghouts en Nijpels in bestuurlijke topfuncties. Wanneer daarop aangesproken door critici is de verdediging dat het bestuur geen zeggenschap heeft over dit soort benoemingen. Men geeft dus openlijk toe dat het zelfreinigend vermogen van het eigen bestuur nihil is.

Duidelijk is dat op hoofdpunten de commissie Frijns de vinger op diverse zere plekken legt. De bedrijfstakpensioenfondsen riepen natuurlijk meteen dat ze eigenlijk al geruime tijd bezig waren om allerlei verbeteringen aan te brengen. Deze retoriek valt slecht bij gepensioneerden die als ervaringsdeskundigen precies weten wat er aan de hand is.

Aangezien het ABP door eigen toedoen regelmatig negatief in de publiciteit is, probeert men nu in de media wat tegenspel te bieden. De opmerkingen van het ABP zouden aan overtuigingskracht winnen, als men de feiten als uitgangspunt zou nemen, en niet een eigen verwrongen versie van de werkelijkheid. Zo maar wat voorbeelden. De NBP beklaagt zich in de tweede Open Brief dat het ABP nooit antwoord heeft gegeven op de eerste Open Brief. Het ABP ontkent dit, en laten we kijken hoe:

Op 2 oktober 2009 verzonden we onze eerste Open Brief aan het ABP. Op 7 oktober 2009 lazen we in het Financieele Dagblad (FD) als reactie van het ABP naar aanleiding van deze eerste Open Brief:

ABP: ‘We nemen klachten serieus’

ABP zegt dat het ‘alle klachten serieus neemt, of ze nu van een individuele deelnemer of van een organisatie komen. Daarmee proberen wij onze service en klanttevredenheid verder te verbeteren. Want we hebben een groot gezamenlijk belang en dat is het behoud van het collectieve pensioenstelsel.’

Recent heeft De Lange overleg gevoerd met het voltallige ABP-bestuur, zo geeft de woordvoerder aan. ‘Op basis daarvan weten we dat ook hij het pensioenstelsel een warm hart toedraagt. Overigens zal ABP de heer de Lange, zoals gebruikelijk bij alle brieven die het pensioenfonds ontvangt, een persoonlijk antwoord sturen.’

Hoe zit het echt? Het NBP sprak op 8 september 2009 met de directeur van het ABP bureau (Nicole Beuken) en de directeur Fondsrelaties van de APG (Marjo Pluijmaekers – niet van het ABP dus). Deze dames zitten niet in het ABP bestuur en hebben geen beleidsbepalende functie. We stelden een aantal problemen aan de orde, maar beide dames hadden en hebben geen mandaat om voor het bestuur te spreken. Na het gesprek bleef enige terugkoppeling van de zijde van het ABP bestuur uit. Nog los van het feit dat er nooit overleg heeft plaatsgevonden met het voltallige ABP bestuur, of zelfs maar met enig lid van het ABP bestuur (waarom wordt dit soort onjuistheden gedebiteerd?), wordt in het FD toch een antwoord beloofd.

Nu, na onze tweede Open Brief van 11 januari 2010 lezen we op 13 januari iets heel anders op de website van FDSelections:

“De eerdere open brief is alleen niet beantwoord, omdat er geen nieuwe punten in stonden en de brief, in de ogen van het bestuur een ander doel diende dan het gesprek met ABP aan te gaan. Andere brieven zijn wel beantwoord. “

Opnieuw, verdraaiing van de feiten. Bij de NBP zijn overigens geen andere brieven bekend die in de afgelopen maanden door onze organisatie verstuurd en door het ABP beantwoord zijn. Ondanks het, uitermate schamele, verweer van het ABP blijft onze kritiek op alle punten overeind. Ik nodig het ABP-bestuur uit gedocumenteerd en publiekelijk de hier genoemde feiten te weerspreken, danwel er verder het zwijgen toe te doen. Het vervuilen van de discussie met verwarrende of onjuiste berichtgeving is een organisatie als het ABP onwaardig. Of speelt het gebrek aan zelfreinigend vermogen het ABP bestuur opnieuw parten?

Samenvattend, hoewel de conclusies van de commissie Frijns nauwelijks opzienbarend te noemen zijn, is het te hopen dat de politiek nu eindelijk de enorme problemen in de pensioenwereld serieus neemt en adequate maatregelen treft. Voor zowel ouderen als jongeren is het verstandig zich bij de komende verkiezingen te laten leiden door hoe de diverse politieke partijen zich in het pensioendebat opstellen. Uw financiële toekomst is meer dan ooit in het geding, en uw eigen invloed daarop essentieel.

NBP rekent uitstekend
zondag 17 januari 2010

Kees de Lange Kees de Lange

In een reactie van het ABP in het Parool van 14 januari 2010 heeft het ABP vergaande kritiek op de berekeningen van de NBP, vermeld in de Open Brief van 11 januari, en samengevat in het Parool van 13 januari 2010. De kritiek van het ABP luidt als volgt: “De optelsom die de NBP maakt geeft helaas een vertekend beeld. Indien de pensioenen sinds 2004 altijd volledig zouden zijn geïndexeerd, zouden zij nu 6,65% hoger zijn.” Geen 16,2% dus.

Toch maar weer eens de controleerbare feiten. De tabel die de NBP geeft in de Open Brief is als volgt:

Tabel ontwikkeling indexatie bij het ABP

Om de zaak niet nodeloos te compliceren zijn relatief kleine effecten zoals renteverlies over niet betaalde indexatie, en het doorrekenen van niet uitbetaalde indexaties in enig jaar over die in voorgaande jaren buiten beschouwing gelaten. Wel meenemen van deze effecten zou de eindcijfers nog enigszins verhogen.

De ambitie van het ABP is om voor gepensioneerden de looninflatie (niet de prijsinflatie) bij te houden. Met andere woorden, de inkomensontwikkeling van gepensioneerden mag niet achterblijven bij die van werkenden, en dus is het de bedoeling om de loonontwikkeling in de sectoren onderwijs en overheid te volgen. Die loonontwikkeling wordt elk jaar vastgesteld, en deze getallen komen voor in de tweede kolom “Te indexeren”.

Het ABP betaalt al dan niet volledige indexatie op 1 januari van het jaar daarop volgend. Dit zijn de getallen in de derde kolom “Indexatie”. Vaak was de indexatie onvolledig, en dan wordt er af en toe wat “Ingehaald” (vierde kolom). Tot dusver geen conflict met het ABP, over al deze cijfers zijn we het eens. Dat kan ook moeilijk anders, want zij worden jaarlijks door het ABP gepubliceerd en door ons overgenomen.

In de vijfde kolom geeft de NBP aan wat elk jaar het tekort (verschillen tussen kolommen twee en drie) is. Ook de kolom “Cumulatief” zal geen problemen opleveren; de daarin gegeven cijfers zijn de voortgezette optelling van de waarden uit de kolom “Tekort”. Dit telt vanaf 1 januari 2004 t/m 1 januari 2010 op tot 6,65%, precies het bedrag dus dat het ABP noemt in het Parool artikel.

In de laatste kolom “Ingeleverd” worden de bedragen vermeld, die gepensioneerden totaal niet ontvangen hebben. Hoe komt die kolom tot stand?

Tabel ontwikkeling indexatie bij het ABP

Samenvattend, het is maar een deel van de waarheid (en dus misleiding) om alleen te melden, zoals het ABP doet, hoeveel het pensioen over de periode 2004-2010 is uitgehold door het niet volledig uitkeren van de indexatie. Die manier van presenteren verhult namelijk hoeveel gepensioneerden concreet hebben ingeleverd. Veel beter is, en dat is precies wat de NBP doet, om cumulatief uit te rekenen wat iedereen die vanaf 2004 gepensioneerd was bij het ABP tekort is gekomen. De trieste werkelijkheid is dat dit bedrag over de periode van 1.1.2004 tot 1.1.2010 al zo’n twee maandpensioenen bedraagt en per jaar snel oploopt. Dit is wat de NBP beweert. Als het ABP inderdaad zo gesteld is op transparantie als het in al zijn publicaties claimt te zijn, zou het de NBP-cijfers ten voorbeeld moeten nemen in plaats van deze te bestrijden.

Het is waarachtig te wensen dat de actuarissen bij het ABP meer elementaire rekenkennis in huis hebben dan het bestuur van deze organisatie. Het is beschamend dat een organisatie van vrijwilligers als de NBP deze zogenaamde professionals rekenkundig moet corrigeren op pensioengebied. Zou het verwijt dat de ABP bewust de cijfers presenteert op een wijze die zo weinig mogelijk commotie en protest uitlokt dan toch kloppen?

Prof. Dr. C.A. de Lange
Voorzitter NBP

Klopjacht op senioren
dinsdag 22 december 2009

Kees de Lange Kees de Lange

Dat oudere werknemers al jarenlang de jojo’s van de Nederlandse samenleving zijn, is geen nieuws. Het is nog niet erg lang geleden dat het officiële overheidsbeleid er op gericht was oudere werknemers plaats te laten maken voor jongeren. Door middel van grootschalige reorganisaties werden ouderen geloosd, waarbij de door hen zelf bijeen gespaarde VUT-gelden werden ingezet en de werkgever nog slechts een geringe eigen bijdrage hoefde te leveren. Zo kom je natuurlijk lekker goedkoop van je overtollige personeel af. Dat op elke vier uit het arbeidsproces verwijderde oudere slechts één jongere werd aangesteld, geeft beter dan wat ook het failliet van dit beleid aan. Dat deze ervaringen het wantrouwen van oudere werknemers in werkgevers en overheid grondig hebben aangetast, mag dan ook geen verrassing heten.

Hoe is de situatie nu, slechts zo’n tien jaar later? Als je dit kabinet mag geloven, zijn ouderen opeens onmisbaar geworden in het arbeidsproces. Zelfs zo onmisbaar dat de AOW leeftijd verhoogd moet worden naar 67. Helaas gaat het voorlopig alleen nog maar om een illusie. Het aantal 60 plussers dat nog werkt, is zo’n 28%. Peilingen onder werkgevers geven met grote regelmaat aan dat naar hun mening de crisis het beste opgelost kan worden door juist ouderen te ontslaan. Want ze zouden te vaak ziek, te eigenwijs en te duur zijn. Geen wonder dat versoepeling van het ontslagrecht DE grote wens van de werkgeversorganisaties is. Geen wonder ook dat minister Donner, de ‘sociale’ spreekbuis van dit werkgeverskabinet, hierover al de nodige proefballonnetjes heeft opgelaten. Dat werkgevers weinig tot niets doen aan het up-to-date houden van de vaardigheden van oudere werknemers, wordt daarbij het liefst verzwegen.

Dat de verhoging van de AOW leeftijd naar 67 niets anders dan een botte belastingmaatregel is die met name lager betaalde ouderen in groten getale de WIA en de bijstand zal indrijven, is voldoende aangetoond. Deze aanslag op de positie van ouderen werd niettemin in de Tweede Kamer breed gesteund. Dat de uitvoering van één en ander problematisch zal blijken te zijn, zal de reeds zeer grote weerstand onder met name ouderen alleen nog maar aanwakkeren.

Voor minister Donner is hiermee de klopjacht op senioren pas goed begonnen. Op de voor hem kenmerkende wijze laat hij regelmatig een proefballonnetje op om te kijken hoe daarop gereageerd wordt. Van zijn ideeën over het beperken van pensioenen mochten we al eerder kennisnemen. Laten we ook de laatste zielenroerselen van deze minister van sociale zaken maar eens de revue laten passeren, en van passend commentaar voorzien. U zult er niet vrolijk van worden.

Op zondag 6 december 2009 trad Donner op in Buitenhof. Daar werd terloops gemeld dat oudere werknemers maar een verlaging in hun salaris moesten accepteren. Dat zou goed zijn voor de financiële positie van de werkgevers, en de werkgevers motiveren meer ouderen in dienst te houden. Nu kun je natuurlijk bij alle automatische salarisverhogingen zonder dat daar een aantoonbare toename in vaardigheden tegenover staat vraagtekens zetten. Maar dat is een probleem dat voor alle werknemers geldt, ongeacht hun leeftijd. Om dit juist op ouderen toe te spitsen, is een nieuwe buiging van deze minister in de richting van de toch al veel te invloedrijke werkgeverslobby.

In het algemeen is het verstandig niet op proefballonnetjes te reageren, maar niet iedereen brengt dat op. Op 16 december trapte Bernard van Praag in het valletje door zijn steun voor Donner’s eenzijdige uitspraken. Merkwaardige genoeg gaf hij tegelijk toe dat er nauwelijks wetenschappelijk onderzoek bestaat over dit heikele onderwerp. Nu is een gedegen discussie doorgaans zinvol, maar of de politiek daar in dit geval op zit te wachten is twijfelachtig. Wat overblijft is dat de bijdrage van Van Praag slecht ‘getimed’ is. Te vrezen valt dat zijn standpunt vooral misbruikt zal worden om als ‘wetenschappelijke’ dekmantel te dienen voor een verdere verslechtering van de inkomenspositie van ouderen.

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft onlangs eindelijk duidelijk uitgesproken wat iedereen al wist, namelijk dat veel pensioenfondsen onverantwoordelijke beleggingsrisico’s hebben genomen. Ook begint langzaam door te dringen dat veel bestuurders van pensioenfondsen de competentie missen om deze functies behoorlijk te kunnen uitoefenen. Dat met name ook gepensioneerden slachtoffer van deze situatie zijn, is alom bekend. Wanneer komt minister Donner met voorstellen om deze misstanden aan te pakken? Iedereen kan zien dat dit kabinet tientallen miljarden euro’s investeert in banken die door eigen incompetentie en hebzucht aan de rand van de afgrond zijn beland, zonder harde eisen te stellen aan een beloningsbeleid dat nog steeds excessief mag heten. Dit staat wel in erg schril contrast tot de wijze waarop met ouderen in onze samenleving wordt omgegaan. Die blijven slachtoffer van een financiële klopjacht die sinds de economische crisis alleen maar aan intensiteit gewonnen heeft. Met minister Donner als zelfbenoemd jachtopziener.

Zo zijn onze manieren, manieren…
maandag 30 november 2009

Kees de Lange Kees de Lange

Het ABP, wat moet je ermee? Het zal u niet onbekend zijn dat we ons als NBP ernstige zorgen maken over het ABP. Onze kritiek is fundamenteel, en wordt maatschappelijk gelukkig steeds breder gedragen. Steeds meer is het ABP bezig met het voeren van achterhoedegevechten, al beseft men het zelf nog niet. Laten we ter verhoging van de druk weer eens een aantal van onze bezwaren de revue laten passeren.

Helaas moeten we allereerst concluderen dat de oudedagsvoorziening van de deelnemers in het ABP, die verplicht zijn maandelijks aan het fonds af te dragen of gepensioneerd zijn, gekaapt is door een heilloze coalitie van vakbonden en werkgevers. Zij beslissen over de premies, zij beslissen over hoe uw kostbare centjes op ondoorzichtige wijze belegd worden, zij beslissen over uw indexatie. U heeft daar helemaal niets over te zeggen. En dat wil het ABP bestuur graag zo houden. Tot elke prijs. Alles gebeurt immers op uw kosten, en niets werkt zo verslavend als macht. Zeker als er nog een mooi salaris bij hoort ook.

Vergeleken met de andere grote Nederlandse pensioenfondsen presteert het ABP zeer matig, met een gênante plek in de achterhoede. Bij Kassa op 7 november 2009 heeft u kunnen zien wat de herstelplannen van het ABP met name voor gepensioneerden betekenen. Hoewel onze berekeningen ruim voor de uitzending aan het ABP zijn toegestuurd en het ABP heeft aangegeven dat onze becijfering correct is, verscheen toch vice-voorzitter Xander den Uyl op de buis om het volk te melden dat de berekeningen van het zwartste scenario uitgingen en dat men het als ABP fantastisch deed. Laten we nog maar eens benadrukken dat het om de eigen cijfers van het ABP ging die als uitgangspunt gebruikt zijn. De oogkleppen van de macht, het negeren van de feiten, het misleiden van de kijkers. Maar wie gelooft tegenwoordig de ABP bestuurders nog?

De bestuurscultuur bij het ABP is er één uit een voorbije periode. Bestuursleden worden niet gekozen, maar op uiterst ondoorzichtige wijze naar voren geschoven waarbij relevante capaciteiten, als ze al aanwezig zijn, op effectieve wijze verborgen worden gehouden. Het gaat om parttime bestuurders die naar de maatstaven van de gemiddelde werkende of gepensioneerde excessief betaald worden. Een anachronisme van de eerste orde, dat alleen via een keiharde publicitaire campagne aangepakt en veranderd kan worden. Want geloof maar niet dat het ABP bestuur ooit vrijwillig zijn riante machtspositie ter discussie zal stellen.

Over die bestuurssamenstelling valt op zichzelf al veel te zeggen. Het old-boys-network etaleert hier ten overvloede dat het hebben van kennissen veel belangrijker is dan kennis. Brinkman, Borghouts, Nijpels, Borghouts opnieuw….Maar gelukkig worden nu toch in de Tweede Kamer de juiste vragen gesteld en door een meerderheid de juiste conclusies getrokken. Eindelijk ligt dit soort figuren nu onder vuur. Je zou haast gaan terugverlangen naar de klassieke dorpse aanpak waarbij dit soort lieden overgoten met pek en veren over de gemeentegrens wordt gezet. De woede onder gepensioneerden is er groot genoeg voor.

Tja, en dan de indexatie… In Kassa heeft u kunnen zien wat de lange termijn vooruitzichten bij het ABP voor gepensioneerden zijn. Daar word je niet vrolijk van. En zeer onlangs heeft het ABP de jaarlijkse indexatiebeslissing genomen. Dat komt voor 2009 neer op 0,45 %, waarvan 0,28% structureel en 0,17 % incidenteel. In het licht van de loonontwikkeling van 2,20% is dit natuurlijk een schijntje. Overigens staan bij een dekkingsgraad van 105 de eigen regels die het ABP jarenlang gehanteerd hebben niet toe dat er sowieso over 2009 indexatie zou worden uitgekeerd. Waarom doet het ABP dan toch een poging, zij het van een grote bescheidenheid? De reden is duidelijk. Doordat men heeft besloten, ongetwijfeld onder druk van de overheid als werkgever, de pensioenpremies toch maar niet te verhogen, en gezien alle negatieve publiciteit die het ABP over zichzelf heeft afgeroepen, werd een klein pr gebaar nodig geacht om iets van de heersende ontevredenheid, met name onder gepensioneerden, te sussen.

Hoe verhoudt nu deze indexatie over 2009 zich met de werkelijkheid van de laatste jaren? Zoals u weet is het de missie van het ABP om met de pensioenen de loonontwikkeling in de sector te volgen. De partijen in het ABP bestuur hebben jarenlang gekozen voor een ontoereikende premieheffing. Om toch deze missie te vervullen, wordt er al jaren een uiterst risicovol beleggingsbeleid gevoerd. De gevolgen kent u. In de volgende tabel geven wij aan wat de loonontwikkeling sinds 2004 is geweest, en welk deel er via indexatiebetaling gecompenseerd is. We komen tot de voor velen schrikbarende conclusie dat gepensioneerden cumulatief ruim 16% van een jaarpensioen, dus ongeveer twee maanden pensioenbetaling, nooit ontvangen hebben. Dat is andere koek dan een zoethoudertje van 0,45%. Let wel, deze getallen worden door het ABP niet bestreden.

Tabel ontwikkeling indexatie bij het ABP

Het ABP misleidt regelmatig zijn deelnemers, en doet dat waarschijnlijk bewust. Misleiding betekent dat alleen die gegevens die een vooropgezet belang dienen naar buiten gebracht worden, terwijl andere even relevante informatie verzwegen wordt. Dat is precies wat er bij het ABP gebeurt. In een reactie op Kassa op de ABP website glorieert Xander den Uyl in het feit dat er in 2007 inhaalindexatie betaald is. Dat is correct, maar wat hij niet noemt zijn de jaren waarin dat niet gebeurd is. Kennelijk vindt het ABP het niet opportuun die informatie helder naar buiten te brengen. U snapt nu waarom: uit bovenstaande tabel ziet u wat de werkelijke situatie is. En dat is toch een ander verhaal dan het zonnige maar in essentie onjuiste beeld dat onze Xander graag ophangt. ‘An inconvenient truth’, om met Al Gore te spreken.

Tenslotte de medezeggenschap. Of wat daar voor doorgaat bij het ABP. Het ABP kent een deelnemersraad (DNR) met totaal 36 leden. De grootste fractie is die van de ACOP, zeg maar FNV, met 18 leden. Daarna, de CCOOP met 8 leden, het Ambtenarencentrum met 4, de CMHF met 4, en de NVOG met 2 leden. Al deze mensen (behalve de NVOG-leden) worden benoemd met last en ruggespraak door dezelfde vakbonden die ook de bestuursleden benoemen. Dat zijn dus 34 leden van de 36 van de deelnemersraad, die niet geacht worden daar hun eigen mening te uiten. Met andere woorden, zelfstandig denken wordt niet op prijs gesteld en komt ook zelden voor. Ook de rechten van de DNR zijn minimaal, men mag wat betekenisloze adviezen uitbrengen waar het bestuur naar eigen goeddunken mee omspringt. Is de DNR een nuttig orgaan? Nauwelijks. De deelnemersraad is in feite een marionettentheater waarbij Xander den Uyl en de zijnen ijverig aan de touwtjes trekken.

De kosten van dit circus, uiteraard weer opgebracht door de verplichte deelnemers, zijn hoog, en de effectiviteit is gering. Kort samengevat is er sprake van een intellectuele woestijn waar onderdanigheid aan het ABP bestuur, het verstrekken van krachteloze bureaucratische adviezen, het ontbreken van maatschappelijk besef en een griezelige vestingmentaliteit om de voorrang strijden. De enige gunstige uitzondering op dit sombere beeld wordt gevormd door de twee vertegenwoordigers van de NVOG, die daar wel als onafhankelijk denkende, kritische deelnemers zitten.

De positiebepaling van de DNR wil ik u niet onthouden. Het feit dat het ABP twee pensioenclowns in de gelederen heeft opgenomen, brengt bepaald geen stralende lach op de gezichten van de gepensioneerden te weeg. Men hoeft de media maar te volgen om te weten dat de aanstellingen van Borghouts, de Heintje Davids van het ABP, en Nijpels ongelooflijk veel kwaad bloed gezet hebben bij de grote meerderheid van de Nederlanders, en het toch al tanende vertrouwen in het ABP verder ondermijnd hebben. Met dat soort overwegingen hoef je bij de DNR niet aan te komen. Van de DNR heeft 94,4 % van de leden geen aanleiding gezien zich te verzetten tegen de benoemingen van beide functionarissen. Dat feit alleen al is het beste bewijs dat er iets grondig mis is met de representativiteit van deze club. Normaliter moet je voor dit soort uitslagen afreizen naar medezeggenschapsparadijzen als Iran, China of Zimbabwe. Het ontbrekende percentage? U raadt het goed, dat waren de NVOG vertegenwoordigers.

Hoe moet nu de conclusie luiden over het functioneren van het ABP? Niet voor niets kan men in kringen van gepensioneerden regelmatig de term Algemeen Blunderend Pensioenfonds beluisteren. Dat is een ander verhaal dan de term Ons ABP die het bestuur graag hanteert. Want er is, behalve ons uitgestelde loon, niets van ons bij. Dat is verontrustend. Nog veel verontrustender is dat, ondanks de crisis, ondanks de publieke opinie, ondanks het geslonken vertrouwen onder alle categorieën deelnemers, het staren naar de eigen navel voor ABP bestuurders en hun claque nog steeds topprioriteit geniet. Men heeft nog steeds niets geleerd.

In antwoord op een open brief van de CMHF….
vrijdag 13 november 2009

Simon van der Schoot Simon van der Schoot

In het blaadje Perspectief van de CMHF verscheen onlangs het volgende berichtje:
perspectief_nbp
In deze open brief constateert u dat ondergetekende een andere invalshoek zou hebben in zijn opstelling dan het bestuur van de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP). Het verheugt mij dat u zo “meeleeft ” hieromtrent……

Allereerst een correctie die u al na minimale research zelf had kunnen aanbrengen. Het bestuur van de NBP heeft nooit met bestuursleden van het ABP gesproken en heeft ook nimmer een uitnodiging daartoe ontvangen. Wel is onlangs gesproken met de directeur van het ABP bureau en de directeur Fondsrelaties van de APG. De woordvoerder van het ABP, of hoe deze slecht geïnformeerde functionaris ook mag heten, heeft ongetwijfeld een levendige fantasie, maar kent de feiten slecht.

Het formuleren van adviezen in de ABP Deelnemersraad (DNR) kent helaas qua invloed forse beperkingen en is niet hetzelfde als het uiten van welgemeende maatschappelijke onvrede en wantrouwen jegens de financiële wereld die velen in de samenleving thans bezig houden en die door het bestuur van de NBP worden gesignaleerd, geregistreerd, en geuit.

Bovenstaande verklaart:

  1. Mijn woordkeus, de toon en de omvang van mijn betoog in de Deelnemersraad (DNR) van het ABP.
  2. Uw opmerkelijke (!) denkfout dat ik namens de NBP in de DNR/ABP actief zou zijn, is zorgwekkend. Graag stel ik mij nog even aan u voor, ondanks het feit dat we elkaar al jaren ontmoeten: Ik ben voorzitter van de Gepensioneerdenfractie van de Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden (NVOG). Deze NVOG is een koepelorganisatie van zeer uiteenlopende organisaties voor belangenbehartiging voor gepensioneerden. Namens deze koepel voer ik het woord, en dus niet alleen voor de NBP waar ik lid van ben.
  3. Dat ik in tegenstelling tot uw fractie kan en mag handelen zonder last (lees: opdracht) en ruggespraak (lees: beïnvloeding). Immers, in uw fractie vergadert u in tegenwoordigheid van een bestuurslid van de CMHF die tevens bestuurslid is van het ABP. Dit gebrek aan onafhankelijke meningsvorming is voor onze gepensioneerdenfractie NVOG een ondenkbare en absoluut ongewenste constructie.
  4. Dat de NBP ten volle mijn optreden en timing van het signaleren van maatschappelijke onvrede respecteert binnen de beperkingen die het adviesrecht met zich meebrengt. Dat respect geldt omgekeerd ook.
  5. Dat ik met het bovenstaande hoop uw ongetwijfeld welgemeende “zorgen” over de Gepensioneerdenfractie NVOG te hebben teruggebracht tot het goede contact dat u zegt met deze fractie te hebben.

Als u meent wat u daarover zegt in uw open brief, dan had u deze open brief niet behoeven te schrijven. Dan was de koninklijke weg van elkaar persoonlijk informeren en bevragen veel logischer geweest. Nu lijkt het dat u op tweespalt uit bent….

Hoogachtend,

Simon van der Schoot (Fractievoorzitter Gepensioneerdenfractie NVOG).

Kassa !!!, maar niet voor de gepensioneerden
zaterdag 7 november 2009

Leo van Heesch Leo van Heesch

Soms heb je de keus tussen aardig zijn of eerlijk en vervelend, illusies doorprikken, boodschapper zijn van slecht nieuws. De afgelopen maanden vertellen kennissen mij blij dat de dekkingsgraad van hun pensioenfonds weer boven de 100 of de 105 ligt en dat dus de problemen voorbij zijn. Ik vind het beroerd om hun plezier te bederven maar wij zijn er nog lang niet, sterker nog, ik denk het niet meer mee te maken, dat ons pensioen volledig op orde is. Het enige positieve dat er te melden valt is, dat het gevaar van permanente vermindering of afstempeling van de pensioenen niet meer acuut is.

Een snelle blik op een aantal herstelplannen van pensioenenfondsen had mij al tot dat inzicht gebracht. Een verzoek van het programma Kassa aan de NBP om mee te werken aan een uitzending over de herstelplannen van de pensioenfondsen dwong mij om die herstelplannen echt door te rekenen.

Dan dien je een aantal keuzes te maken.

De dekkingsgraden zijn de afgelopen 8 maanden inderdaad veel sterker gestegen, dan in de herstelplannen voorzien. Het is dus reëel om van die sterk verbeterde situatie uit te gaan. De meeste herstelplannen gaan uit van een gemiddelde loonstijging van 3% en een inflatie van 2% dus een reële stijging van 1%. Nu is de reële loonstijging de afgelopen 20 jaar nog geen ½% geweest. Het ligt daarom voor de hand om toch maar uit te gaan van een loonstijging van 2½% in plaats van 3% waar de meeste herstelplannen op rekenen. Dat levert weliswaar wat minder spectaculaire verschillen op, maar is wel dichter bij de waarheid. Wat te doen met de door veel economen verwachte terugval van de economie en de waarschijnlijke conjuncturele dips in de komende 15 jaar. Daarmee rekening houden maakt de uitkomsten wel erg speculatief. Bovendien is het groeitempo van de dekkingsgraden in de herstelplannen aan de voorzichtige kant. Die voorzichtigheid en de kans op dips in de economie streep ik tegen elkaar weg.

Op basis van bovengenoemde vooronderstellingen reken ik het herstelplan van het pensioenfonds “Zorg en Welzijn” (vroeger PGGM) door. Ondanks mijn aanvankelijke pessimisme, schrik ik toch van de uitkomsten. Het duurt 11 jaar voordat de koopkracht van het pensioen weer op peil is en het duurt 16 jaar eer het pensioen weer op het niveau is dat overeenkomt met de verwachtingen die een gepensioneerde ten aanzien van zijn pensioen mag hebben. In die zestien jaar is iemand met een pensioen in 2008 van € 10.000 een bedrag van in totaal € 13.000 tekort gekomen.

De redactie van Kassa reageert positief op deze opzet en vraagt eenzelfde berekening te maken voor een aantal grote pensioenfondsen. Bij de selectie van de pensioenfondsen wordt de keuze bepaald door het aantal deelnemers, slapers (mensen die pensioenrechten hebben maar op dit moment geen premie betalen aan het betreffende pensioenfonds) en gepensioneerden. Op die basis worden geselecteerd: het ABP, Zorg en Welzijn, Metaal en Techniek, BPFbouw, PME (Metalelektro), Horeca en Catering. Voor de aardigheid reken ik ook PNOMedia door, een klein pensioenfonds maar het pensioenfonds van de omroepmedewerkers. Totaal zijn meer dan 8,3 miljoen mensen pensioengerechtigd bij bovengenoemde pensioenfondsen.

De uitkomsten voor sommige pensioenfondsen zijn uitzichtloos. Als beste van de onderzochte fondsen komt BPFbouw er uit, waar binnen 8 jaar de koopkracht van het pensioen weer op peil is en na 16 jaar ook het pensioen weer de loonontwikkelingen volgt. In de tussentijd heeft iemand met een pensioen van € 10.000 wel in totaal € 6.700 te weinig ontvangen. Het slechtste scoort PNOMedia. Een gepensioneerde met een pensioen van € 10.000 komt over 15 jaar per jaar nog € 3.500 te kort en het totale tekort in de loop van die 15 jaar is dan opgelopen tot € 36.000. Ook qua koopkracht heeft die gepensioneerde dan nog een jaarlijks tekort van ruim € 2.400.

Schokkende cijfers die duidelijk maken hoezeer ons mooie pensioenstelsel in de loop van de jaren verkwanseld is aan het gegraai van de werkgevers en het korte termijn denken van de vakbonden.

Tot de jaren ’90 van de vorige eeuw waren de pensioenpremies vrij hoog. De pensioenfondsen belegden in risicomijdende producten met een niet zo hoog rendement. Ondanks dat waren de reserves goed. Te goed, vonden veel werkgevers die enthousiast begonnen te graaien. Alleen de rijksoverheid haalde al meer dan 30 miljard gulden uit het ABP, andere werkgevers lieten zich ook niet onbetuigd. Het waardevaste en welvaartsvaste pensioen dat ABP-pensioengerechtigden hun hele werkzame leven was voorgespiegeld, was inmiddels al lang tussen wal en schip verdwenen. De pensioenfondsen mochten wel in risicovolle producten beleggen. Van jaar tot jaar werden de premies onverantwoord laag vastgesteld. Maar, de beurs zou wel goed maken waar de premies tekort schoten. Dat ging inderdaad goed totdat Nina Brink met de scherpe nagels van haar beide duimen de internetzeepbel doorprikte.

Toen was Leiden in last. Veel pensioenfondsen konden niet meer indexeren, De Nederlandse Bank greep in met zwaardere eisen. De pensioenregelingen werden versoberd. Van het eindloonstelsel gingen veel fondsen over naar het middenloonstelsel en ook het nabestaandenpensioen werd in veel gevallen gehalveerd. De meeste pensioenfondsen waren ten gevolge van deze maatregelen na een jaar of zes weer redelijk opgekrabbeld toen de kredietcrisis een nog groter gat sloeg. Zoals uit de berekeningen blijkt, een niet te verantwoorden aanslag op het vertrouwen dat veel werknemers mochten hebben in hun pensioenregeling.

Degenen die ons pensioenstelsel zo hebben laten versloffen hebben de dure plicht om de zaak weer te repareren. Dat zal voor veel gepensioneerden te laat komen, maar is voor de werkenden van nu absoluut noodzakelijk om hen weer te laten vertrouwen op een fatsoenlijke oudedagsvoorziening.

Leo van Heesch