Weblog

Belogen en bedrogen
donderdag 2 september 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Het ABP plaveit de weg om uw pensioen te gaan korten. De vice-voorzitters van het ABP bestuur, Xander den Uyl (vakbonden) en Joop van Lunteren (werkgevers), nemen in de media over de rug van de verplichte deelnemers alvast een voorschot op wat voor velen al lang duidelijk was. Het ABP gaat vrijwel zeker de nominale pensioenen verlagen. En 2,8 miljoen Nederlanders zijn het slachtoffer. Van een fatsoenlijke indexatie van pensioenen was al geruime tijd geen sprake meer. Maar een groter failliet van het ABP beleid dan het verlagen van de nominale pensioenen is nauwelijks denkbaar. Hoe heeft het zover kunnen komen?

Zoals altijd wanneer het ABP bestuur naar buiten treedt, zijn krampachtig vasthouden aan de macht, eigenbelang en schoonvegen van het eigen straatje de voornaamste drijfveren. Ook ditmaal is dat geen uitzondering. Natuurlijk komt het allemaal door de historisch lage lange rente. Natuurlijk kon niemand dit voorzien. Natuurlijk was het beleid van het ABP altijd boven alle twijfel verheven. Natuurlijk behartigt het ABP de belangen van alle verplichte deelnemers op evenwichtige wijze. Natuurlijk treft het ABP bestuur geen blaam. Genoeg van deze mantra’s die we al jaren horen. Wat presteert het ABP nu eigenlijk echt? We lopen puntsgewijs wat zaken van belang na.

1 De kwaliteit van het ABP bestuur
Het ABP als bedrijfstakpensioenfonds wordt paritair bestuurd door werkgevers en vakbonden. De rol van de werkgevers in dit bestuur is een overblijfsel uit vervlogen tijden, toen de overheid als werkgever nog financiële medeverantwoordelijkheid droeg voor het ABP. Die dagen zijn lang voorbij, en de invloed van de werkgevers op uw uitgestelde loon is een overblijfsel uit de middeleeuwen van ons pensioenstelsel. De rol van de overheid als werkgever kan niet beter geïllustreerd worden dan door het feit dat in 1995-6 een bedrag van 15 miljard euro door diezelfde overheid (de namen van Kok en Lubbers mogen hier niet ontbreken) uit het ABP gestolen is. Werkgevers en vakbonden zaten erbij en keken ernaar. De verplichte deelnemers waren het slachtoffer. Over de kwaliteit van het ABP bestuur is al veel gezegd. Wie gelooft dat figuren als Ed Nijpels, Harrie Borghouts en Xander den Uyl de mensen zijn die vertrouwen in één van de grootste pensioenfondsen ter wereld moeten bewerkstelligen, kan terecht als wereldvreemd beschouwd worden. En wie heeft er ooit van Joop van Lunteren gehoord?

2 De representativiteit van het ABP bestuur
De vakbonden vertegenwoordigen nog slechts 18 % van de werkenden en nauwelijks de gepensioneerden. Hun rol in onze samenleving is grotendeels uitgespeeld, maar dinosauriërs hebben slechts kleine breinen en leren langzaam. Te langzaam, want hun gebrek aan aanpassingsvermogen heeft tot hun uitsterven geleid. Toch houden zij met alle middelen aan de macht in de pensioenfondsen vast. Mooie baantjes en nog goed betaald ook. Zonder u of mij ooit iets te vragen. Ondanks dat het om ONS uitgestelde loon gaat. Ondanks de maatschappelijke onhoudbaarheid van deze situatie, doen de bonden nog hun uiterste best om een democratisch in de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel van Koser Kaya / Blok alsnog in de Eerste Kamer onder de tram te helpen. Uiteraard met steun van hun slippendragers CDA en PvdA.

3 Financieel risicomanagement bij het ABP
Het is geen geheim dat de kennis van financieel risicomanagement bij het ABP bestuur onder de maat is. Slechts twee van de dertien bestuursleden hebben enige kennis van zaken. Over een lange reeks van jaren heeft het ABP nagelaten om in goede tijden de buffers op te bouwen voor de slechte tijden die onvermijdelijk volgen. Premiekortingen in de jaren ’90, een ongerechtvaardigd optimisme zelfs tot november 2009 toen Xander den Uyl in Kassa nog beweerde dat er niets aan de hand was met het ABP, hebben het vertrouwen in het fonds gedecimeerd. Het ABP is het levende bewijs van een fonds dat uit zijn krachten gegroeid is, in moeilijke en snel wisselende economische omstandigheden niet meer snel en adequaat kan reageren, en dus de belangen van de verplichte deelnemers niet naar behoren kan behartigen.

4 Het beleggingsbeleid van het ABP
Over het beleggingsbeleid van het ABP bestaan bij experts zeer grote twijfels. Niettemin is het lastig harde gegevens boven tafel te krijgen over de echte risico’s die men verkozen heeft te lopen. Het niet afdekken van het renterisico wordt door velen gezien als een ernstige beleidsfout. Pogingen van onderzoeksjournalisten om relevante gegevens te verkrijgen zijn zelfs na een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur door het ABP gefrustreerd. Duidelijk is dat hier het laatste woord nog niet over is gesproken.

5 Het communicatiebeleid van het ABP
Het communicatiebeleid van het ABP is om te huilen. Doel is in elk geval niet om de verplichte deelnemers op de hoogte te stellen van de ontwikkelingen op pensioengebied, met name de minder aangename. In alle ABP publicaties, die vooral ‘advertorials’ van de FNV zijn, worden kritische geluiden uit alle macht geweerd, en wordt een weeë saus van braafheid en nietszeggendheid over de lezers uitgestort. Paginalange beschouwingen over de zeilboot van Ed Nijpels geven ongeveer het niveau van dit soort door de deelnemers tegen wil en dank bekostigde periodieken aan. Dit beleid voldoet niet aan de minimale eisen die aan iedere vorm van communicatiebeleid gesteld kunnen worden, en is tevens in veel gevallen bewust misleidend. Dat we hiermee in de buurt van verwijtbaar gedrag komen, moge duidelijk zijn.

6 Hoe nu verder?
Het ABP bestuur heerst, zonder zich te bekommeren om de belangen van de verplichte deelnemers die in veel gevallen een leven lang premie betaald hebben. Het pr beleid heeft vooral het onderstrepen van de eigen glorie van het ABP bestuur tot doel. Het communicatiebeleid is een slag in het gezicht van alle deelnemers in het fonds die als onwetende debielen behandeld worden. Het ABP in zijn huidige vorm heeft zijn uiterste houdbaarheidsdatum overschreden en ingrijpende maatregelen op korte termijn zijn vereist. In het belang van een ieder die zijn geloof in een goed collectief pensioenstelsel nog niet helemaal verloren heeft.

7 Gepensioneerden eisen
Vanuit het standpunt van gepensioneerden bezien dienen op de kortst mogelijke termijn de volgende maatregelen genomen te worden:

  1. Het per onmiddellijk afscheid nemen van een primitieve regenteske en arrogante bestuursstijl die het vertrouwen in het ABP in belangrijke mate door de jaren ondermijnd heeft. Alleen het werken met nieuwe mensen aan een bestuurlijke cultuur- en mentaliteitsverandering kan een wankelend ABP nog van de ondergang redden.
  2. Een geheel nieuwe bestuurssamenstelling tot stand brengen die gebaseerd is op kwaliteit, representativiteit, met uitsluiting van het old-boys-network, en met minimale werkgeversinvloed;
  3. Een transparante verslaggeving en een extern controleerbaar beleggingsbeleid implementeren;
  4. Een grondige onafhankelijke analyse van de kwaliteit van het functioneren van het ABP over een lange reeks van jaren laten uitvoeren;
  5. Een modernisering van het communicatiebeleid met spoed realiseren;
  6. De ABP periodieken open stellen voor mensen en organisaties met gefundeerde kritiek op het functioneren van het ABP;
  7. De verplichte deelnemers de keus te geven het ABP te verlaten en zich bij een ander fonds aan te sluiten.

Het is nu wel mooi geweest.

De hond die niet blafte
zondag 29 augustus 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Niet alleen uit het verleden valt veel te leren, dat geldt evenzeer voor de wereldliteratuur. Ik neem u daarom mee naar een beroemd verhaal waarin de onvolprezen Sherlock Holmes, geestelijk kind van de Engelse schrijver Sir Arthur Conan Doyle, figureert. Het mysterie waar het om gaat wordt opgelost omdat er iets niet gebeurt, omdat een hond waarvan je zou verwachten dat hij zou gaan blaffen, dat niet deed. Maar natuurlijk vraagt u zich af wat dat allemaal met pensioenen te maken heeft.

Nu het debat over onze pensioenen volop woedt, en allerlei hotemetoten hun kijk op de werkelijkheid in de media ventileren, hoor je natuurlijk heel veel totaal tegengestelde geluiden. Wie moet je nu eigenlijk geloven? Als je ouder en cynischer bent geworden, heb je zo langzamerhand geleerd waar je op moet letten. Ik doe u kosteloos het recept aan de hand. Je moet jezelf altijd drie vragen stellen: (i) Welk belang heeft de spreker bij de situatie waarom het gaat?; (ii) Waarom begint zij / hij er op dit moment over?; en (iii) Waar gaat zijn bijdrage vooral niet over? Welke honden blaffen er niet?

Gewapend met deze nuttige kennis blijkt de wereld om ons heen opeens een stuk overzichtelijker. Nu opeens voor diverse pensioenfondsen het risico van afstempelen bestaat, verdringen de pensioenfondsbesturen die je voorheen nooit hoorde over de kwaliteit van hun fonds zich opeens om te melden dat zij niet tot de afstempelaars behoren. Timing en inhoud van de boodschap zijn duidelijk, en het feit dat je zoiets expliciet meldt, geeft impliciet aan dat het fonds in de gevarenzone verkeert. Een hond die niet blaft, ook dat is informatie.

Een echte hondenliefhebber is natuurlijk Xander den Uyl. Hij heeft een kennel vol, en het curieuze van deze dieren is dat ze letterlijk nooit blaffen. In Kassa van november 2009 was zijn enige reactie op de resultaten van de door de NBP uitgevoerde berekeningen over de herstelplannen (die voor het ABP desastreus uitpakten), dat zijn bestuur het echt echt echt prima gedaan had. Ook trok hij de uitkomsten in twijfel omdat die het gevolg zouden zijn van een veel te zwart scenario dat door de NBP gehanteerd was. Ondanks het feit dat de NBP expliciet was uitgegaan van de eigen ABP cijfers. We kunnen vaststellen dat het ABP er nu heel wat beroerder voorstaat dan in november 2009. Wat toen al opviel was dat de Uylse honden Transparantie, Medezeggenschap en Beleggingsbeleid alle gelegenheden om te blaffen aan zich voorbij lieten gaan.

Ook het voorbeeld van Dick Sluimers, opperhoofd van de APG die de pensioenen van het ABP beheert, is verhelderend. Onlangs klaagde hij in alle media over de naar zijn mening te hoge schatting van de verplichtingen van de pensioenfondsen. Hij hield een warm pleidooi voor het invoeren van een hogere rekenrente, omdat de marktrente voor een pensioenfonds niet realistisch zou zijn en zich op een historisch dieptepunt bevond. Nu stelt de NBP dat al geruime tijd. Wat we niet begrijpen is waarom Sluimers bij het invoeren van deze nieuwe waarderingsmethode enige jaren geleden er een warm pleitbezorger van was. Is dat niet wat gewone mensen opportunisme noemen? Ook de timing van zijn boodschap was natuurlijk opvallend. Op het moment dat voor een aantal fondsen afstempeling dreigt, allemaal fondsen die er nauwelijks slechter voorstaan dan het ABP, was zijn causerie over de rekenrente wel een erg geschikte afleidingsmethode. En dat we zijn honden Beleggingsbeleid en ABP Dekkingsgraad niet hoorden blaffen, daar kunnen we nu gelukkig de juiste conclusies aan verbinden.

Ik heb er genoeg van, ik ga mijn computer uitzetten. Ik houd namelijk niet van honden, ik ben een kattenmens. Iemand die mensen kat zei u? Dat zijn dan uw woorden. Maar waarom adviseert mijn Vista Operating System toch steeds het apparaat in de sluimerstand te zetten? Waar heb ik dat aan verdiend? Ik zal Sherlock Holmes maar eens bellen.

Het laatste pensioentaboe geslecht
vrijdag 20 augustus 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Het is zover. Wat iedereen die zijn ogen niet in zijn zak heeft al jaren heeft zien aankomen, gaat nu gebeuren. Na het jarenlang niet uitbetalen van indexatie aan gepensioneerden, waardoor zij steeds meer in koopkracht achter zijn gaan lopen op de werkende bevolking, gaan nu ook de nominale pensioenen daadwerkelijk gekort worden. Zodra dat laatste taboe echt doorbroken wordt, zullen de pensioenen van miljoenen Nederlanders in vrije val geraken en zijn hun financiële zekerheden volledig zoek. We zullen de situatie analyseren aan de hand van drie vragen:

  1. Hoe heeft deze onaanvaardbare situatie kunnen ontstaan?
  2. Wie zijn verantwoordelijk?
  3. Wat te doen?

1 Hoe heeft deze onaanvaardbare situatie kunnen ontstaan?

De huidige noodtoestand is niet van vandaag of gisteren. In de jaren ’90 waren de beleggingsresultaten van pensioenfondsen zodanig dat in veel gevallen jarenlang premies werden geheven die ver beneden het kostendekkend niveau lagen. Leuk natuurlijk voor werkenden en werkgevers, althans tijdelijk, maar uiteindelijk de bijl aan de wortel van het pensioensysteem. Door dit wanbeleid is nagelaten de zo noodzakelijke buffers voor slechte tijden op te bouwen. Waar de filosofie van de mier geboden was, hadden de krekels het voor het zeggen. Want nog steeds is het zo dat ons systeem van aanvullende pensioenen in principe behoorlijk ongevoelig is voor de vergrijzing. Als op ieder moment alle werkenden een kostendekkende premie betalen, en er een doordacht en realistisch financieel risicomanagement wordt gevoerd, is er weinig aan de hand en kunnen resterende schokken opgevangen worden. Overigens ligt in de voorgaande zin besloten wat er precies is misgegaan. Als er dan ook nog een overheid is die zonder scrupules haar eigen werknemers besteelt door (in geval van het ABP in 1995-1996) 15 miljard euro uit het fonds te roven, dan is duidelijk waar veel van de ellende vandaan komt.

Ook de wijze waarop de bedrijfstakpensioenfondsen bestuurd worden is vragen om moeilijkheden. En omdat zo’n 80% van de Nederlanders verplicht van die fondsen afhankelijk is, is dat een uitermate serieus probleem. Deze fondsen worden paritair bestuurd door werkgevers en vakbonden die tot elke prijs (proef deze woorden: tot elke prijs, en u betaalt die prijs) de macht aan zich wensen te houden. Dat de werkgevers nauwelijks risico lopen, en de vakbonden nauwelijks representatief zijn voor werkenden en zo mogelijk nog minder voor gepensioneerden (zie mijn artikel op FDSelections van 17 augustus) is niet alleen maatschappelijk onaanvaardbaar, maar ook levensgevaarlijk. Met name de vakbonden zijn organisaties die vastzitten in een soms rijk verleden, maar hun toekomstvisie bestaat helaas uit achterom kijken. Dat, en hun natuurlijke neiging andere belanghebbenden buiten te sluiten, heeft over een periode van vele jaren lang geleid tot een regenteske bestuursmentaliteit die ronduit schadelijk is voor de belangen van alle verplichte deelnemers. Die gedwongen winkelnering is overigens ook een belangrijke factor die bijdraagt aan de weinig alerte wijze waarop pensioenfondsbesturen op veranderingen reageren. Hun klanten kunnen immers toch geen kant op? Ook de periodieken waarmee de fondsen met hun deelnemers ‘communiceren’ geven blijk van een middeleeuwse taakopvatting. Dit soort publicaties zijn vooral advertorials waarin de vakbonden hun eigen lof zingen, en waaruit kritische geluiden krachtig geweerd worden. Zo zult u in ABP publicaties tevergeefs zoeken naar de NBP omdat onze naam geweerd wordt uit de ABP kolommen. We zijn te lastig. Hoe dat ook moge zijn, een eigentijdse organisatie wint aan kracht door kritiek serieus te nemen en bij de beschouwingen te betrekken, niet door hautain de andere kant op te kijken.

Natuurlijk speelt de crisis van 2008 ook een belangrijke rol. Echter, de fondsbesturen praten opvallend weinig over het feit dat al sinds de jaren 2000-2001 de fondsen in zwaar weer zijn beland, waarbij de buffers voor zover aanwezig al in belangrijke mate verdwenen waren. De crisis van 2008 en de zeer lage rente van dit moment komen slechts bovenop een trend die al verre van zonnig was. Het is daarbij curieus dat de politiek deze renteverlaging gestimuleerd heeft om, in combinatie met financiële miljardensteun, de banken te ‘redden’, zonder overigens de daar heersende fatale bestuurscultuur van graaien en woekeren overtuigend aan te pakken. Dat dit alles ten koste ging van de belangen van alle gepensioneerden, is toen wel betoogd (ondermeer door de NBP), maar vervolgens voor het gemak maar even vergeten.

2 Wie zijn verantwoordelijk?

Uit bovenstaande is duidelijk dat werkgevers en vakbonden over een lange reeks van jaren niet de juiste mentaliteit aan de dag gelegd hebben om de belangen van alle verplichte deelnemers in de fondsen behoorlijk te behartigen. Dit heeft geleid tot een beleid dat op hoofdpunten ernstig tekort geschoten is, niet in het minst door het totaal verlies van vertrouwen bij de mensen waar de fondsen geacht worden voor te werken. Ook de politieke meerderheden uit het verleden, die belang hadden bij handhaving van de status quo in pensioenland, hebben bewust nagelaten de broodnodige veranderingen in de pensioenwet door te voeren. Zelfs nu nog blijkt uit het optreden van minister Donner dat hij het nog steeds niet begrepen heeft. De politiek heeft zitten slapen, het gesnurk van De Nederlandsche Bank (DNB) is al jaren oorverdovend, en hun enige belang lijkt te zijn om te betogen dat zij het allemaal ook niet weten en niet kunnen helpen. Dit wegvluchten in juridische schuilhoeken is een stuitend bewijs dat het niet de slachtoffers van het systeem zijn die centraal staan, maar de schijnbelangen van incompetente bestuurders. Het is toch niet te geloven dat miljoenen gepensioneerden de stuipen op het lijf gejaagd krijgen door wel te roepen dat het allemaal mis gaat met hun inkomen, maar geen gegevens te verstrekken over welke fondsen het betreft? Is er een groter failliet van het systeem denkbaar?

Wat de fondsen betreft, reeds de commissie Frijns heeft klip en klaar aangegeven dat er middels een slecht beleggingsbeleid miljarden van uw en mijn geld letterlijk vergokt zijn. Hoeveel fondsbestuurders werden gedwongen om af te treden? Juist, geen enkele. Pensioenfondsen zijn uitermate terughoudend met het verstrekken van gegevens over hun eigen beleggingsbeleid. En mocht u overwegen de bestuurders van uw fonds wegens wanprestatie voor de rechter te dagen, dan moet u weten dat volgens de statuten van bijvoorbeeld het ABP het pensioenfonds in zo’n geval de kosten van de procedure van de bestuurder betaalt. Op die manier betaalt u dubbel om het wanbeleid van hen die uw geld verjubelen aan de kaak te stellen. Een leuke wereld waarin wij leven.

3 Wat te doen?

Uit bovenstaande is duidelijk dat er een totale cultuuromslag nodig is om te komen tot een pensioenstelsel dat recht doet aan de belangen van al die Nederlanders die verplicht een leven lang sparen en in slaap zijn gesust met eindeloze mededelingen dat het allemaal wel goed zit. Misleiding en bedrog is het laatste dat zij verdienen. Dat het de hoogste tijd is om met de stofkam door de fondsbesturen te gaan en de Xander den Uyl en Harry Borghouts types met spoed te verwijderen, behoeft nauwelijks betoog. Alleen met dat soort maatregelen kan met de hoognodige cultuuromslag een begin gemaakt worden. Fondsbesturen dienen representatief te zijn voor allen die de risico’s lopen. Dat zijn dus de verplichte deelnemers. Daar is echt geen ontkomen meer aan.

En financieel? De belangen met name van oudere gepensioneerden dienen beschermd te worden. Zij zijn degenen die onder grote opofferingen dit land na de Tweede Wereldoorlog hebben opgebouwd. Zij zijn degenen die lage salarissen geaccepteerd hebben in ruil voor de toezegging van een waardevast pensioen. Zij zijn degenen die recht hebben op een betrouwbare overheid. Zij zijn de zwakken in onze samenleving waarvoor een fatsoenlijke overheid garant dient te staan. Zij hebben heel wat beter verdiend dan de huidige onzekerheid waarin zij door politiek en sociale partners gemanoeuvreerd worden.

Waar denken wij aan? De overheid dient tijdelijke garanties te geven aan de fondsen in nood, en tegelijkertijd deze fondsen onder curatele te stellen. Zij hebben bewezen hun taak niet aan te kunnen. Vervolgens dient er een reddingsplan geformuleerd te worden waarbij de verplichte deelnemers een uitgebreide stem in het kapittel krijgen. Ook dienen kleine fondsen gedwongen worden om te fuseren. Er is nu wel genoeg knoeiwerk geleverd.

Samenvattend….

Ik hoop van harte dat ouderen lering trekken uit wat zich er momenteel in pensioenland afspeelt. Uw belangen zijn bij de huidige overheid en bij uw pensioenfondsbesturen niet in goede handen. Er zijn fundamentele veranderingen nodig. Samen bent u een politieke macht van belang. Zodra u zich verenigt en politiek assertief voor uw belangen opkomt, kan niemand meer om u heen. Eerder dan u denkt krijgt u daartoe een uitgelezen mogelijkheid. Maar dat is een punt waar ik in september op terug kom.

FNV wringt zich in onmogelijke bochten
vrijdag 6 augustus 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Al eerder op deze website en in ons blad Pensioenbelangen is uitgebreid geageerd tegen het treurige ‘pensioenakkoord’ dat onlangs gesloten is tussen werkgevers en vakbonden. Uitgebreid is ingegaan op het feit dat de gezamenlijke bonden slechts minder dan 20% van alle werkenden vertegenwoordigen en dus voor deze groep niet representatief zijn. In nog veel mindere mate kunnen zij aanspraak maken op een rol waarin zij gepensioneerden zouden kunnen vertegenwoordigen. Eenvoudige feiten die door iedereen te controleren zijn. Niettemin worden de bedrijfstakpensioenfondsen bestuurd door vertegenwoordigers uitsluitend uit de kring van werkgevers en vakbonden. Een eigentijds schandaal waaraan in juni 2010 door de Tweede Kamer een halt is toegeroepen door het aannemen van het initiatiefwetsvoorstel Koser Kaya/Blok waarin ook voor gepensioneerden plaatsen worden ingeruimd in de besturen van bedrijfstakpensioenfondsen. Nu de Eerste Kamer nog, waar de vakbondsvazallen van PvdA en CDA alsnog roet in het eten kunnen gooien.

Als er dan een ‘pensioenakkoord’ zou bestaan, tussen wie en wie is dat ‘akkoord’ dan gesloten? Tussen werkgevers en vakbonden, laat men ons graag geloven. Laten we eens wat nauwkeuriger kijken naar hoe de vakbondsleden, met name die van het FNV, erover denken. Toen de hele zaak in een referendum aan de FNV leden werd voorgelegd, bracht slechts een zeer ondergeschikt deel van deze leden zijn stem uit, weliswaar met een meerderheid vóór. Echter, zoals onlangs bleek, het hoogste orgaan van de FNV, de bondsraad, verklaarde zich met 32 tegen 22 stemmen tegen. In zijn wijsheid en met de curieuze opvattingen over democratie die het FNV bestuur zo eigen zijn, werd deze uitspraak echter niet opgevolgd. Er is dus een akkoord dat door het hoogst verantwoordelijke orgaan binnen de FNV verworpen is, maar dat toch nog steeds als zodanig gepresenteerd wordt. Ondanks de woordbrij die het FNV zo kenmerkt in moeilijke dagen, is volstrekt duidelijk dat als er al een akkoord ligt, dit uitsluitend een zaakje is van wat bondsbobo’s, onderschreven door een zeer gering deel van de leden. En niet een erg fris zaakje bovendien. Immers, het feit dat de overgrote meerderheid van de verplichte deelnemers (actieven en gepensioneerden) in de bedrijfstakpensioenfondsen nooit naar een mening gevraagd is, maakt dit geheel tot een volstrekt lachwekkende exercitie.

Dat binnen de FNV een nieuwe wind is opgestoken, mag blijken uit het feit dat Xander den Uyl, vakbondsfossiel uit betere dagen, samen met enige anderen uit hun bestuursfuncties van de ABVA-KABO gezet zijn. Dat dezelfde Den Uyl nog steeds als vice-voorzitter van het ABP hetzelfde eentonige hoogste woord heeft als altijd, mag daarom misplaatst heten. Maar bij de FNV leert men slechts langzaam, heel langzaam.

De besturen van de bedrijfstakpensioenfondsen, met het ABP als grootste representant, en dikwijls riant bekostigd uit de bijdragen van de verplichte deelnemers, kreupelen voort. De dekkingsgraden van de vijf grootste fondsen zijn miserabel laag, en de besturen lijken alle zicht op hun eigen beleggingsbeleid verloren te hebben. Ook de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen, eveneens betaald door u en mij zonder dat ons ooit iets gevraagd is, houdt zich nog steeds bezig met navelstaren, met middeleeuwse geschiedenis en met achterhoedegevechten tegen de wet Koser Kaya/ Blok.

Deze gênante vertoning wordt zo mogelijk nog overtroffen door het ABP. In zijn jaarlijkse Rendez-Vous (ditmaal op 4 oktober in Den Haag), een pr aangelegenheid die alweer betaald wordt uit de zakken van de deelnemers, wordt het programma uitsluitend gewijd aan het verwerpelijke ‘pensioenakkoord’. Met FNV onderhandelaar Peter Gortzak als spreker weten we op de voorhand wat ons te wachten staat, met de democratie in de pensioenwereld als grootste maar niet enige slachtoffer. Opnieuw wordt het uitgestelde loon van gepensioneerden misbruikt om hun belangen te verkwanselen en hen op hun eigen kosten te schofferen. Opnieuw geeft het ABP bestuur er blijk van er he-le-maal NIETS van begrepen te hebben. Die vierde oktober kunt u daarom beter aan iets leuks besteden. De toekomstige gepensioneerden in het ABP bestuur kunnen hun tuingereedschap alvast aanschaffen, want te schoffelen, te wieden en te vegen valt er binnenkort genoeg.

Verspeeld vertrouwen
vrijdag 23 juli 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Zo’n tien jaar geleden stonden de media nog niet vol van het woord ‘vertrouwen’. Nu is er nauwelijks nog een onderwerp te bedenken, zoals de financiële wereld, de zakenwereld, de politiek, ons pensioenstelsel, of het woord ‘vertrouwen’ is niet van de lucht. Het gaat dan altijd om het ‘verder versterken van het vertrouwen’. De redenen zijn natuurlijk duidelijk. Als vertrouwen vanzelf spreekt, hoef je er niet over te praten. Als je tien jaar geleden een willekeurige Nederlander vroeg hoeveel vertrouwen hij in zijn bank of in zijn pensioenfonds had, dan werd je vreemd aangekeken. Je moest uitgebreid zoeken naar mensen die er geen vertrouwen in hadden. Dat beeld is sinds een aantal jaren grondig veranderd. Juist doordat het woord vertrouwen nu te pas en vooral te onpas wordt gebruikt, moeten we constateren dat er met datzelfde vertrouwen iets fundamenteel mis is. Want hoe vaker een woord wordt gebruikt, des te meer problemen er mee zijn. Laten we eens nagaan hoe dat zo is gekomen.

Natuurlijk zitten we midden in een grote financiële crisis. Onverantwoordelijk gedrag van bankiers, ontoereikend risicomanagement, en een stuitende bonusgraaicultuur zijn de hoofdoorzaken van deze crisis. De gemiddelde Nederlander wordt gezien als pion in een verdienmodel die je kunt proberen woekerpolissen en andere criminele financiële producten door de strot te duwen. Waar in redelijkheid de consument mag verwachten dat de financiële toezichthouders bescherming bieden tegen financieel wanbeleid van banken en verzekeraars, is voor iedereen behalve Nout Wellink duidelijk dat men hier enorme steken heeft laten vallen. Even duidelijk is dat in veel gevallen ook de Raden van Commissarissen, veel te vaak gedomineerd door leden van het old boys network die het vooral moeten hebben van hun kennissen en niet van hun kennis, al dan niet bewust hebben zitten slapen. Al met al een treurig beeld. Geen wonder dat de gemiddelde Nederlander uitermate cynisch is geworden over de hele financiële sector.

Ook de wijze waarop tot dusver is geprobeerd de gevolgen van de crisis te bestrijden, heeft het cynisme onder de bevolking slechts versterkt. Banken die door eigen toedoen in ernstige problemen zijn geraakt, zijn door enorme kapitaalinjecties van de overheid en op kosten van de belastingbetaler ‘gered’. De situatie in Nederland is niet zo heel verschillend van die in IJsland, waar een te grote financiële sector als een molensteen om de nek van de burger hangt. De verantwoordelijke bankiers hebben niets van hun arrogantie en graaizucht verloren, en blijven gewoon op hun post. Met hulp van de politiek zijn immers de risico’s mooi afgewenteld op de burger. En om het allemaal nog erger te maken, er is geen enkele garantie dat de kosten voor de belastingbetaler eenmalig zijn. Want er is ongetwijfeld meer economisch zwaar weer op komst.

Ook een nadere beschouwing van het bedrijfsleven leidt niet tot veel vrolijkheid. Mensen als Wientjes van VNO-NCW zingen graag de lof van het vrije ondernemerschap zonder overheidsinterventie op het gebied van arbeidsvoorwaarden, maar voor het geval de vrije jongens wat risico gaan lopen, moet toch de rekening bij voorkeur bij de belastingbetaler worden gelegd. En als de ondernemer met de vingers in de suikerpot wordt betrapt, zoals bij de bouwfraude of de vastgoedfraude, dan wordt snel een financiële schikking getroffen zonder dat de schuldvraag wordt onderzocht, laat staan beantwoord. Wie gelooft dat het bedrag van een dergelijke schikking hoger is dan de door fraude en bedrog verkregen opbrengsten, is aan deskundige hulp toe. Leg dat allemaal maar eens uit aan de burger die zijn belasting iets te laat betaalt en het volle overheidsgeweld over zich heen krijgt.

Ook voor de politiek geldt dat het vertrouwen van de kiezer zelden zo laag was. Ook dat is geen wonder. De politiek stoort zich nauwelijks aan de mening van de kiezer, komt beloften niet na, en laat na in de Eurozone bindende afspraken te maken. Zo blijken onze burgers financieel niet beschermd te zijn tegen frauderende en niet functionerende lidstaten. Uiteraard gaat de rekening voor dit debacle naar de belastingbetaler die via ongeëvenaarde bezuinigingen opnieuw voor de kosten mag opdraaien. Maar over hun eigen riante wachtgelden hoor je politici zelden. Ook de uitverkoop van essentiële Nederlandse belangen, als uitvloeisel van een pervers neoliberalisme, heeft in brede kring kwaad bloed gezet. Daarnaast is de dolgedraaide privatisering van overheidsfuncties met excessieve salarissen voor weinigen en aanzienlijk verslechterde werkomstandigheden voor velen een belangrijke steen des aanstoots. Het totaal ontbreken van ouderenbeleid en het behandelen van ouderen als de jojo’s van onze samenleving heeft miljoenen mensen van de politiek vervreemd. Wel weet de politiek met zeer grote regelmaar te melden hoezeer men zich bezig houdt met het ‘landsbelang’ en met ‘innovatie’. Maar zo langzamerhand begrijpt u dat hoe meer deze woorden worden genoemd, des te minder er van wordt waar gemaakt. De treurige werkelijkheid is dat ons land al jaren lang bezig is af te glijden op allerlei internationale ranglijsten.

De pensioenfondsen dan? Deze fossielen uit een grijs verleden hebben kans gezien het vertrouwen dat de grote meerderheid van de deelnemers eens heeft gehad in deze instellingen, volledig te verspelen. Het voornaamste kenmerk van de bedrijfstakpensioenfondsen, waar zo’n 80% van de Nederlanders verplicht bij is aangesloten, is helaas een volkomen gebrek aan modern maatschappelijk besef. Het is in deze tijd namelijk voor bijna iedereen vanzelfsprekend dat de deelnemers die alle risico’s lopen zonder bevoogding van bonden en werkgevers zeggenschap over hun eigen uitgestelde loon hebben. In feite zijn de fondsen gekaapt door vakbonden en werkgevers die tegen beter weten in een verkalkte bestuursstructuur in stand houden en de competentie missen de financiële belangen van de deelnemers naar behoren te behartigen. Deze onaanvaardbare aanpak wordt bovendien nog eens gecombineerd met een arrogantie en een neerbuigendheid in de richting van met name de gepensioneerden. Dat draagt bij deze categorie alleen maar bij aan de woede over wat zich momenteel omtrent hun uitgestelde loon afspeelt.

Het ABP als grootste pensioenfonds van Nederland zou een voorbeeldfunctie moeten vervullen, en doet dat ook, zij het in uiterst negatieve zin. Een sprekend voorbeeld. Op 4 oktober 2010 organiseert het ABP op kosten van de deelnemers een zogenaamd Rendez-Vous in Den Haag. Deze oefening in public relations wordt als volgt aangekondigd:

Samen werken aan een robuust pensioen
Bouwen aan (nieuw) vertrouwen van deelnemers, gepensioneerden en werkgevers in hun pensioenfonds is hierin de gezamenlijke uitdaging.

En de sprekers bij deze fraaie voornemens? Wel, houd u vast:

Cees Oudshoorn van VNO-NCW, Peter Gortzak van FNV, en Angelien Kemna van de raad van Bestuur van de APG Groep.

Kennelijk gaat het ABP werken aan het al dan niet nieuwe vertrouwen van onder meer gepensioneerden in hun fonds die al jaren lang bij werkenden in koopkracht achterblijven, zonder die gepensioneerden zelf aan het woord te laten over hun eigen uitgestelde loon. Erger nog, het is een regelrechte slag in het gezicht van alle gepensioneerden dat juist Peter Gortzak hier het woord gaat voeren. Deze bondsbons par excellence is, in kongsi met de werkgevers, de voornaamste architect van jarenlange hardnekkige pogingen van de FNV de gepensioneerden buiten spel te houden. Dat een ABP bestuur met open ogen durft te kiezen voor een dergelijke charade is het zoveelste bewijs van hun disfunctioneren.

Terug naar ons thema, het vertrouwen. Nederland staat op een belangrijk kruispunt. Te lang is onze samenleving onder de controle geweest van een zelfbenoemde elite die helaas niet in staat bleek of wilde zijn de belangen van de bevolking als geheel op voldoende niveau te behandelen. Het old boys network is er nadrukkelijk in geslaagd het vertrouwen van de gemiddelde Nederlander volledig te verspelen. Men hoeft geen futuroloog te zijn om te kunnen voorspellen dat dit vertrouwen nooit meer terug komt tenzij er ingrijpende maatregelen worden genomen in de financiële sector, in de politiek, in het bedrijfsleven, of bij de pensioenfondsen. Alleen een volledige cultuuromslag, met het verwijderen uit verantwoordelijke functies van al diegenen die zich incompetent of regelrecht frauduleus betoond hebben, kan helpen het inderdaad broodnodige vertrouwen in ons maatschappelijk en economisch systeem te herwinnen. Met minder nemen burgers van jong tot oud zo langzamerhand geen genoegen meer. De maat is vol.

Het ABP moddert door
zaterdag 17 juli 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Het ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, komt in steeds grotere problemen. De dekkingsgraad is gezakt naar een miserabele 95, waardoor het fonds niet aan zijn verplichtingen kan voldoen en in principe de uitbetaling van de pensioenen niet langer gegarandeerd is. Dat is op zichzelf niet nieuw, want reeds in 2009 werd het ABP door De Nederlandsche Bank (DNB) gedwongen een herstelplan in te dienen. De bedoeling van een herstelplan is natuurlijk de opgelopen schade te herstellen. Bij het ABP is echter van herstel geen sprake, omdat het fonds steeds dieper in het zelf aangelegde moeras van een middeleeuwse bestuurscultuur en een dubieus financieel beleid belandt.

In november 2009 werden in een programma van Kassa, dat in nauwe samenwerking met de NBP tot stand was gekomen, de herstelplannen van een vijftal bedrijfstakpensioenfondsen doorgerekend. Deze pensioenfondsen worden geacht de belangen van 80% van de verplichte deelnemers te behartigen. Ook het herstelplan van het ABP werd doorgelicht. De resultaten van dit onderzoek logen er niet om. Geen van de onderzochte fondsen zou binnen afzienbare tijd uit de financiële problemen komen, met ernstige gevolgen vooral voor gepensioneerden. Indexatie van pensioenen is immers voor de grote meerderheid van de gepensioneerden voor een lange reeks van jaren uit het zicht geraakt, en de koopkrachtverliezen voor deze kwetsbare groep lopen jaar na jaar op. Bij dit onderzoek behoorde het ABP tot de hekkensluiters. Xander den Uyl, vice-voorzitter, probeerde het publiek tevergeefs gerust te stellen door te roepen dat er niks aan de hand was, dat het ABP het uitstekend deed, en dat de NBP bij de berekeningen (waarvan de resultaten overigens niet bestreden werden) veel te zwarte uitgangspunten gehanteerd zou hebben. Met de kennelijke bedoeling om de kijker een rad voor ogen te draaien, en ongetwijfeld gesouffleerd door het ABP bestuurslid met het dikste bord voor zijn kop, Harry Borghouts, vertelde onze incompetente bestuurder er maar niet bij dat de uitgangspunten voor de berekening die van het herstelplan van het ABP zelf waren.

Nu leven we in juli 2010, en we kunnen helaas alleen maar constateren dat de NBP in haar conclusies nog veel te optimistisch is geweest. Het ABP staat er namelijk nu aanzienlijk slechter voor dan in november 2009, met zo langzamerhand dramatische gevolgen voor alle fondsdeelnemers, maar zeker ook de gepensioneerden. Waar de werkende deelnemers bij de pensioenfondsen de mogelijkheid hebben hun inkomenspositie via CAO onderhandelingen te verdedigen, is dat natuurlijk voor gepensioneerden niet weggelegd. Waar de koopkracht van werkenden in 2009 er nog behoorlijk op vooruit is gegaan, geldt voor gepensioneerden het volstrekte tegendeel. Zij zijn in de afgelopen periode de onmiddellijke slachtoffers geweest van wat het ABP met een mooi woord zijn ‘beleid’ verkiest te noemen. De politiek kijkt hierbij opvallend de andere kant op. Zo gaan we in Nederland met onze ouderen om.

Hoe nu verder? Om te beginnen dienen de deelnemers in het ABP zich te ontdoen van ongewenste bestuurders als Den Uyl en Borghouts, wegens bewezen financiële incompetentie. Dat de dezelfde Den Uyl niet herkozen is in zijn bestuursfunctie bij de ABVA-KABO, zou toch een teken aan de wand voor de FNV moeten zijn. Voorts moet de hele bestuursstructuur grondig op de schop en de exclusieve macht van werkgevers en vakbonden definitief gebroken worden en hun verwerpelijke ‘pensioenakkoord’ bijgezet op de begraafplaats der geschiedenis. In een volwassen samenleving is democratisering en keuzevrijheid zo vanzelfsprekend, dat het een raadsel mag heten waarom zij die zo duidelijk alle risico’s lopen bij de pensioenfondsen niets te zeggen hebben over hun eigen uitgestelde loon.

Het is in feite lachwekkend dat de commissie Scheltema na maanden navelstaren tot de conclusie kwam dat DSB nooit een bankvergunning had moeten krijgen en dat DNB zijn toezichthoudende taak wel erg luchtigjes had opgevat. Zoveel energie gestoken in een bankje waar slechts een paar miljard omging, en waarvan iedereen met enig gezond boerenverstand al tijden wist dat de zaak niet deugde. Zo maar eens een vraagje. Zou het niet beter zijn geweest eens daadwerkelijk toezicht te houden op de pensioensector waar de zoveel grotere financiële problemen buitengewoon ernstige gevolgen hebben voor het merendeel van de Nederlanders die een leven lang verplicht hun premies betalen aan een fonds dat ze nooit gekozen hebben? Zou het geen goed idee zijn als DNB zich eindelijk eens met de belangen van al die gewone Nederlanders ging bemoeien, liever dan met juridische haarkloverijen ons uit te leggen dat zij het ook niet kunnen helpen? Zou een beetje daadkracht eindelijk niet eens een goed idee zijn?

Het woord is helaas aan de politiek, een politiek die zich niets gelegen laat liggen aan ouderen in onze samenleving, een politiek die met de mond belijdt dat Nederland zo snel mogelijk weer eens bestuurd moet worden, maar in werkelijkheid slechts met de eigen partijbelangen en de verdeling van lucratieve baantjes onder de eigen partijleden bezig is. Want dat gaat gewoon door, of we nu een regering hebben of niet. Met zoveel aandacht voor het eigenbelang hoeft het niet te verbazen dat men geen tijd over heeft voor overleg met partijen als SP en PVV waarop zo’n tweeënhalf miljoen burgers gestemd hebben. En dan verbazing veinzen als het vertrouwen in de politiek nog verder daalt dan zelfs de meest cynische toeschouwer vermoed zou hebben. Waarom zou het trouwens voor de hand liggen dat alle functies van enig belang toegeschoven worden aan leden van een paar politieke partijen die slechts ongeveer één procent van alle Nederlanders tot hun leden kunnen rekenen? Zouden er onder de overige 99% geen competente burgers zijn? Met deze treurige houding en een unieke interpretatie van de leus ‘eigen volk eerst’ is de bestuurlijke kwaliteit van Nederland bepaald niet gediend.

Terug naar het ABP. Hoe ver moet de dekkingsgraad zakken, hoe lang moet de indexatie van weerloze gepensioneerden bevroren worden voordat de goed bezoldigde ABP-elite (uiteraard, op uw kosten) beseft dat veranderingen essentieel zijn? Hoe lang accepteren de verplichte deelnemers bij dit kreupelende fonds nog dat hun uitgestelde loon door werkgevers en vakbonden ‘beheerd’ wordt zonder dat ze enige invloed op het resultaat hebben? Hoe lang accepteren ouderen nog de bevoogding die partijen als CDA en PvdA, als slaafse verlengstukken van de vakbonden, hen al meer dan veertig jaar door de strot duwen? Er zijn revoluties om minder begonnen.

Principiële doorbraak
donderdag 8 juli 2010

Tweede Kamer aanvaardt wetsvoorstel medezeggenschap in pensioenfondsbesturen!

Erwin Nypels Erwin Nypels, oud-voorzitter NBP

Donderdagavond 1 juli 2010 heeft de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel van de Kamerleden Fatma Koser Kaya (D66) en Stef Blok (VVD) met name over de medezeggenschap van gepensioneerden in de besturen van pensioenfondsen aanvaard. Een doorbraak in de medezeggenschapsverhoudingen! Voor stemden de fracties van VVD, PVV, D66, GroenLinks, SGP en Partij voor de Dieren. Tegen de fracties van PvdA, CDA, SP en ChristenUnie. Daaraan voorafgaand was het sterk beperkende en negatieve amendement van de fracties van CDA, PvdA en ChristenUnie door een grote meerderheid verworpen. Eenzelfde lot onderging het amendement van de SP-fractie om te komen tot een zetelverdeling binnen de besturen van pensioenfondsen van 1/3, 1/3 en 1/3 voor zowel werkgevers en werknemers als gepensioneerden. De hoofdstrekking van het wetsvoorstel is door de langdurige Kamerbehandeling en de pogingen tot amendering uiteindelijk niet aangetast. Integendeel de betekenis van het wetsvoorstel is zelfs toegenomen doordat als gevolg van de pleidooien van de fracties van CDA, PvdA, GroenLinks en D66 in het wetsvoorstel een wettelijke grondslag is opgenomen voor het streven naar meer diversiteit in de samenstelling van de fondsbesturen. Het gaat daarbij speciaal om jongeren en vrouwen. De initiatiefnemers hebben verder ook één voorstel uit het amendement van fracties van CDA, PvdA en ChristenUnie in een nota van wijziging overgenomen. De drie fracties hadden voorgesteld om te regelen dat de benoeming van de vertegenwoordigers van de gepensioneerden in het bestuur van een ondernemings- of bedrijfstakpensioenfonds plaats vindt na verkiezing waarbij de gepensioneerden ook externe deskundigen als kandidaten kunnen stellen. De nota van wijziging legt dit vast.

Momenteel is 70% van de gepensioneerden, voornamelijk in bedrijfstakpensioenfondsen, niet in het bestuur van hun pensioenfondsen vertegenwoordigd. Het initiatiefwetsvoorstel wil aan deze voorwereldlijke toestand een einde maken. De NBP heeft als eerst bond in ons land 42 jaar geleden de kat de bel aangebonden door een vertegenwoordiging van de gepensioneerden te vragen in de toenmalige raad van toezicht van pensioenfonds ABP. Sindsdien heeft de bond, eerst vrijwel alleen, en later met een groeiende steun van de andere ouderen- en gepensioneerdenorganisaties, consequent voor structurele wetgeving op dit gebied gepleit. Door de aanneming van het initiatiefwetsvoorstel door de Tweede Kamer op 1 juli 2010 is dus ook voor de NBP een mijlpaal bereikt! Dit werd overigens mogelijk door de nieuwe krachtsverhoudingen in dit college, hetgeen het nut van verkiezingen aantoont!

Hieronder volgt een samenvatting van het initiatiefwetsvoorstel Koser Kaya / Blok zoals dit door de Tweede Kamer is aangenomen:

  • De gepensioneerden van zowel bedrijfstakpensioenfondsen als ondernemingspensioenfondsen krijgen, evenals de werknemers, een wettelijk afdwingbaar recht op vertegenwoordiging in de besturen van hun fondsen. De gepensioneerden en de werknemers zijn daarbij vertegenwoordigd evenredig aan hun aantallen binnen het fonds. Wanneer de betrokken partijen bij het fonds het daarover eens zijn, kan een ander verdelingscriterium gekozen worden (regelend recht). In samenhang met de wijziging van de pariteitsbepalingen (zie hieronder) wordt het daardoor ook mogelijk een zetelverdeling in een bestuur af te spreken tussen werkgevers, werknemers en gepensioneerden van 1/3, 1/3 en 1/3.
  • Het recht op vertegenwoordiging in het bestuur van hun fonds wordt voor de gepensioneerden gerealiseerd, hetzij doordat het fondsbestuur op eigen initiatief hiertoe een besluit neemt, hetzij doordat een meerderheid van de gepensioneerden zich daarvoor uitspreekt in een schriftelijke raadpleging met een respons van ten minste 10%. De wet bevat criteria die aangegeven wanneer een dergelijke raadpleging gehouden moet worden. De uitslag van de raadpleging heeft geen gevolgen voor het al dan niet voortbestaan van de deelnemersraad bij het pensioenfonds.
  • De benoeming van de vertegenwoordigers van de gepensioneerden in het bestuur van een ondernemings- of bedrijfstakpensioenfonds vindt plaats na een verkiezing waarbij de gepensioneerden ook externe deskundigen van buiten hun eigen kring kandidaat mogen stellen. Het wetsvoorstel opent tevens voor de werknemers van ondernemingspensioenfondsen de mogelijkheid om bij bestuursverkiezingen externe kandidaten te stellen. (Voor de werknemers van bedrijfstakpensioenfondsen bevat de Pensioenwet hiervoor momenteel geen belemmeringen.)
  • De pariteitsbepalingen voor de besturen van de bedrijfstakfondsen worden gelijkgetrokken met de pariteitsbepalingen uit de oude en nieuwe wetgeving voor de besturen van de ondernemingspensioenfondsen. Dit houdt in dat de vertegenwoordigers van de werknemers en van de gepensioneerden tezamen recht hebben op ten minste evenveel zetels als de vertegenwoordigers van de werkgevers (regelend recht). Hierdoor is het mogelijk dat de betrokken partijen in een pensioenfonds afspreken dat de nieuwe vertegenwoordigers van de gepensioneerden niet in de plaats van, maar naast die van de werknemers komen. Tevens kan hierdoor woorden afgesproken dat in het bestuur van een fonds het aantal vertegenwoordigers van de werkgever(s) wordt vastgesteld op minder dan de helft wanneer bij voorbeeld de risico’s van de werkgever(s) in de pensioenregeling belangrijk zijn beperkt.
  • Het streven naar meer diversiteit bij de pensioenfondsbesturen, met name ten aanzien van vrouwen en jongeren, krijgt een wettelijke grondslag. Daartoe wordt bepaald dat in de besturen van bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen de belanghebbenden op een evenwichtige wijze vertegenwoordigd dienen te zijn. Onder een evenwichtige vertegenwoordiging van de belanghebbenden wordt verstaan dat het bestuur van een pensioenfonds wat betreft de samenstelling moet aansluiten bij de diversiteit van het verzekerdenbestand. Er wordt van uit gegaan dat voor de uitwerking hiervan een convenant wordt gesloten tussen de betrokken centrale belangenorganisaties.
  • Bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen worden verplicht om op verzoek van werknemers of een vereniging van werknemers mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de werknemers van het fonds over het voornemen tot oprichting of over het bestaan van een vereniging van werknemers. Eenzelfde verplichting bestaat voor deze fondsen bij een verzoek van gepensioneerden of een vereniging van gepensioneerden mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de gepensioneerden van het fonds over het voornemen tot oprichting of over het bestaan van een vereniging van gepensioneerden.
  • Een minderheid van 30% van de leden van de deelnemersraad krijgt een recht van beroep bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam om te laten toetsen of door het bestuur de wettelijke verplichting tot evenwichtige belangenbehartiging voldoende inhoud is gegeven. Dit kan van betekenis zijn voor een minderheid zoals gepensioneerden, werknemers bij inkrimpende fondsen, jongeren en vrouwen.  Een kleine minderheid zal dan om de vereiste 30% te halen enige steun moeten verkrijgen vanuit andere groepen.

    Het wetsvoorstel moet uiteraard nog door de Eerste Kamer behandeld worden. Deze Kamer kan de inhoud echter niet meer veranderen. Uit de aanneming van het voorstel blijkt in ieder geval dat tij ten gunste aan het keren is. De achterstelling van de gepensioneerden op het gebied van de medezeggenschap in hun eigen pensioenfondsen begon het karakter van discriminatie te krijgen. De samenleving laat nu blijken daar geen genoegen meer mee te nemen. Maar het motto blijft voorlopig nog: Laat Fatma en Stef hun karwei afmaken! Op naar de Eerste Kamer!

    Pensioenverraad
    woensdag 30 juni 2010

    Kees de Lange Kees de Lange

    Door vakbonden en werkgevers is onlangs een zogenaamd pensioenakkoord gesloten dat het veelgeprezen pensioenstelsel dat we in Nederland kennen definitief naar de schroothoop verwijst. Voor jongeren, ouderen en gepensioneerden is sprake van een desastreuze ontwikkeling. Dit akkoord kan niet anders gezien worden dan als schandelijk machtsmisbruik van de sociale partners, en betekent in feite het einde van zowel ons pensioenstelsel zoals we het tot nu toe kenden, als ook van het breed gesteunde poldermodel.

    Waar gaat het om? Het FNV onder Agnes Jongerius en de VNO-NCW onder Bernard Wientjes hebben een akkoord gesloten dat bestaat uit twee delen. Onze zelfbenoemde koningin van de minderbedeelden en de schaamteloze lobbyist voor deelbelangen van werkgevers zijn het eens geworden, met geen ander doel dan hun afkalvende positie in polderend Nederland nog enige tijd op krampachtige wijze veilig te stellen. Allereerst doet men voorstellen over de AOW-leeftijd die in hun visie verhoogd moet worden, en in het verlengde daarvan ook over de aanvullende pensioenen. Hun voorstellen over de AOW zijn ronduit aanmatigend. De AOW is een volksverzekering waarover uitsluitend onze volksvertegenwoordiging zeggenschap heeft. De sociale partners trekken dus wel een erg grote broek aan door op de stoel van de politiek te gaan zitten. Iedere politicus met minimaal verstand van politieke verhoudingen zou dit onacceptabel moeten vinden. Helaas zijn partijen als CDA, PvdA en GL niet veel meer dan slippendragers van de vakbonden, dus het akkoord werd al omarmd voordat de inkt ervan droog was.

    Deze koersverandering van de vakbonden is uiterst merkwaardig. Hoe kort is het nog geleden dat de bonden zich uit alle macht verzet hebben tegen verhoging van de AOW-leeftijd? Dat verzet was overigens begrijpelijk. Want voor ouderen zijn er simpelweg onvoldoende banen beschikbaar. Het verhogen van de AOW-leeftijd leidt dus vooral tot een veel groter beroep op WW- en WAO-regelingen. Als we beseffen dat van de 61- en 62-jarigen 76 % niet meer werkt, en van de 63- en 64-jarigen al 85 % niet meer (CBS-cijfers van 2008), dan zouden de sociale partners pas echt hun verantwoordelijkheid nemen door het werkgelegenheidsprobleem onder ouderen onder ogen te zien en waar mogelijk op te lossen. Maar daar voelen vooral de werkgevers niets voor. Met de werkgelegenheid onder jongeren is het overigens ook zeer matig gesteld. Maar die problematiek komt in het akkoord helemaal niet aan de orde. Hoe asociaal kun je zijn en jezelf toch ‘sociale partners’ noemen? Zelden zijn er in economisch Nederland zoveel paarden achter dezelfde wagen gespannen.

    Weliswaar vallen de aanvullende pensioenen traditioneel onder verantwoordelijkheid van de sociale partners, maar het huidige akkoord is van een arrogantie die zijn weerga niet kent. Aanvullend pensioen is uitgesteld loon, en wie dient daarover te beslissen? Juist, al diegenen die direct belanghebbenden zijn, en alle risico’s lopen, de verplichte deelnemers dus. Dat zijn bij de bedrijfstakpensioenfondsen waarbij ruim 80% van de Nederlanders zijn aangesloten dus niet de werkgevers. Zij betalen hun in de CAO overeengekomen premieaandeel, en daar houdt het mee op. De vakbonden dan? Zij vertegenwoordigen slechts 20% van alle werknemers, en slechts 8% van de jongeren. Dat zij pretenderen te spreken voor alle werkenden, is een volstrekte gotspe. Hun bewering ook de gepensioneerden adequaat te vertegenwoordigen, is zelfs een absolute leugen. Zij zijn dus evenmin op enigerlei wijze representatief voor de deelnemers in de pensioenfondsen.

    In dit verwerpelijke akkoord worden alle risico’s bij de verplichte deelnemers in de pensioenfondsen gedeponeerd. De premie wordt gemaximaliseerd, de verantwoordelijkheid van werkgevers wordt bijna tot nul gereduceerd, en voor gepensioneerden wordt indexatie een begrip uit de geschiedenisboekjes. Niettemin houden bondsbonzen en werkgeversafgevaardigden alle macht. Het gaat over u, maar gebeurt vooral ook zonder u. Uw eigen uitgestelde loon, waar u een leven lang voor hebt gewerkt, is de speelbal van anderen. Over hun representativiteit en hun competentie heeft u niets te zeggen. Als het aan de sociale partners ligt, duren de sociale middeleeuwen nog heel wat jaren voort.

    Zelfs de FNV voelt nattigheid. In een recent artikel in NRC-Handelsblad beweert FNV-coryfee Van der Kolk dat als de politiek dit akkoord niet overneemt, dat het einde van het poldermodel betekent. Hoewel natuurlijk bedoeld als een plat dreigement, is deze zinsnede eigenlijk het enige onderdeel van de huidige ellende waaraan jongeren, werkenden en gepensioneerden enige hoop kunnen ontlenen. Als we deze als dreigement bedoelde opmerking zien in de juiste context, namelijk als een belofte die het nabije einde van het poldermodel aankondigt, dan valt er enige hoop uit te putten. Waar de verplichte deelnemers in de pensioenfondsen zeker niet op zitten te wachten, is een situatie die het slechtste van twee werelden biedt: het leggen van alle risico’s bij de verplichte deelnemers, en het kapen van alle macht door werkgevers en vakbonden. Zoals Johan Schaberg op 26 juni 2010 in NRC/Handelsblad in zijn uitstekende column zo treffend opmerkte: ‘de gevangenen betalen hun eigen cipier’.

    Wat te doen? Het wordt de hoogste tijd voor een revolutie van allen die door het voorgestelde pensioenakkoord gepiepeld worden. Zeg uw lidmaatschap van vakbonden en ANBO per direct op. Kies bij de volgende verkiezingen, die heus geen vier jaar op zich laten wachten, voor partijen die in werkelijke democratie in plaats van in ongegeneerd eigenbelang geloven. Zet u in voor zeggenschap over uw eigen economische situatie. Laat u niet langer met een kluitje in het riet sturen door werkgevers en vakbonden die in hun eigen belang uw belangen verraden.

    9 Juni – Ouderen krijgen niet eens verkiezingsbeloften!
    vrijdag 28 mei 2010

    Leo van Heesch Leo van Heesch

    Het leek zo simpel, gewoon wat concrete vragen stellen aan de fracties in de Tweede Kamer. Vragen over wat voor onze lezers van belang is, opdat ze goed geïnformeerd konden bepalen op wie ze 9 juni zouden stemmen. Het bleek een te simpele gedachte. Want slechts enkele kleinere fracties beantwoordden trouw alle vragen – de rest bleef in gebreke. Dat is aangegeven met V respectievelijk X Wilde men zich niet politiek vastleggen en de handen vrij houden voor een nieuw regeerprogramma? Vond men het te gevaarlijk om duidelijk te zijn ondanks het vermeende verlangen naar heldere communicatie en vereiste transparantie? Of interesseerden de 2,5 miljoen oudere kiezers de grote partijen niet? Verwachtte men dat die toch wel loyaal op de gevestigde orde zouden stemmen? Desondanks heeft de redactie geprobeerd antwoord te vinden op onze vragen. Hieronder vindt u in volgorde van grootte de partijstandpunten die wij konden achterhalen. Als men voor verhoging van de AOW-leeftijd is, hebben alle partijen andere denkbeelden over het tempo waarin dat moet gebeuren. Omwille van de ruimte hebben wij die niet of heel summier in het overzicht weergegeven.

    X Het CDA plaatste de verhoging van de AOW-leeftijd van 65 jaar naar 67 jaar het meest uitgesproken op de agenda en wil die verhoging zo snel mogelijk realiseren. De partij vindt het voor de hand liggen dat ook de pensioenleeftijd naar 67 jaar gaat. Het CDA is tegen bestuurlijke invloed van de gepensioneerden in de pensioenfondsen en houdt medezeggenschap van gepensioneerden al decennia tegen. Nu door het initiatiefvoorstel van Koser Kaya/Blok gepensioneerden iets te zeggen dreigen te krijgen, probeert het CDA door het PLOP-amendement die invloed van gepensioneerden tot het uiterste minimum te beperken. De gepensioneerden lopen al jaren grote risico’s en leveren al jaren koopkracht in door het achterblijven van de indexatie. Toch staat in het CDA-verkiezingsprogramma huichelachtig: “Daarnaast moet de positie en invloed van gepensioneerden op de besluitvorming anders en sterker, naar mate zij geconfronteerd worden met risico’s in de uitvoering van pensioenregelingen”. Daarmee verdient het CDA een prijs voor de meest hypocriete tekst.

    X Ook de PvdA wil de AOW-leeftijd naar 67 jaar brengen, maar iets langzamer dan het CDA. De pensioenleeftijd wordt ook gekoppeld aan de AOW-leeftijd. Over zeggenschap van gepensioneerden zwijgt het verkiezingsprogramma, maar het is bekend dat de PvdAfractie gekant is tegen echte invloed van gepensioneerden in de pensioenfondsen. Het PLOP-amendement is mede door de PvdA ondertekend. Het verkiezingsprogramma spreekt wel uitdrukkelijk uit dat de uitkeringen en dus ook de AOW gekoppeld moeten zijn aan de loonontwikkeling.

    X De SP wil de AOW-leeftijd handhaven op 65 jaar. De SP wil de ontslagbescherming handhaven (en voorkomt zo ook dat werkgevers oudere werknemers gemakkelijk kunnen lozen). De SP wil van alle partijen de meeste zeggenschap voor gepensioneerden, met in de pensioenfondsbesturen een verdeling van 1/3 werkgevers, 1/3 werknemers en 1/3 vertegenwoordigers van gepensioneerden. Ofschoon niet expliciet in het programma vermeld, wil de SP dat de AOW-uitkering minstens de loonontwikkeling volgt.

    X De VVD wil ook een AOW-leeftijd van 67 jaar, met een uitzondering voor hen die 45 jaar of langer hebben gewerkt. De pensioenleeftijd volgt de AOW-leeftijd. Dat moet resulteren in lagere loonkosten (werkgever) en meer koopkracht (werknemers). Over het versterken van de pensioenfondsen wordt niet gepraat. Wat zeggenschap betreft, als een van de indieners van het wetsontwerp Koser Kaya/Blok wil de VVD gepensioneerden de invloed te geven die hen toekomt.

    X De PVV wil de AOW-leeftijd en daarmee ook de pensioenleeftijd handhaven op 65 jaar. Over een groot aantal onderwerpen spreekt de PVV zich niet uit. De PVV is tegen verhoging van het eigen risico in de gezondheidszorg.

    V Groen Links wil een stelselwijziging, waarbij de AOW-opbouw afhankelijk wordt van het arbeidsverleden. Dit geldt ook voor partners. Iemand die 45 jaar of langer heeft gewerkt kan tussen de 63 jaar en 67 jaar met pensioen. Het langer premie betalen dient ter versterking van de vermogens van de pensioenfondsen. GroenLinks wil dat de AOW-uitkering de loonontwikkeling volgt. Over de zeggenschap voor gepensioneerden is men niet helder; men lijkt het PLOP-amendement te willen steunen. Groen Links is tegen verhoging van het eigen risico in de zorg.

    X De Christen Unie wil de AOW-leeftijd zeer geleidelijk verhogen naar 67 jaar. De partij is medeondertekenaar van het PLOP-amendement dat de zeggenschap van gepensioneerden terugbrengt tot een fopspeen. De Christen Unie wil zowel de ziektekostenverzekering inkomensafhankelijk maken als het eigen risico. 200 euro voor de laagste inkomen, 400 euro voor de middeninkomens en 600 euro voor de hoge inkomens.

    X D66 wil de AOW-leeftijd eerst naar 67 jaar verhogen en deze daarna koppelen aan de levensverwachting. D66 wil hervorming van het ontslagrecht en modernisering van de arbeidsmarkt voor ouderen. Verder moet terugschakeling van loon en uren van ouderen bespreekbaar zijn. Dat zijn dus eufemismen voor de verslechtering van de positie van werkende ouderen. D66 pleit al 41 jaar voor zeggenschap van gepensioneerden in pensioenfondsbesturen en is mede-indiener van het wetsontwerp Koser Kaya/Blok. De besturen van de pensioenfondsen moeten een afspiegeling zijn van de deelnemers. Het eigen risico in de zorg moet verdwijnen, maar iedereen moet 10% van de zorgrekeningen zelf betalen met een inkomensafhankelijk maximum.

    X De Partij voor de Dieren wil de AOW naar 67 jaar brengen, maar wel heel geleidelijk in 34 jaar. Pas vanaf 2020 wordt met een maand per jaar de leeftijd verhoogd. Dus totaal 34 jaar. De Partij voor de Dieren is tegen verhoging van het eigen risico in de gezondheidszorg.

    V De SGP wil de AOW-leeftijd geleidelijk verhogen naar 67 jaar, mits ouderen een eerlijke kans op werk hebben. De AOW-uitkering is gekoppeld aan de loonontwikkeling en moet, als dat tijdelijk niet kan, minimaal de inflatie volgen. Langer betalen van pensioenpremies dient allereerst ter versterking van de vermogens van de pensioenfondsen. De SGP steunt Koser Kaya/Blok. Voor de laagste inkomens moet het eigen risico in de zorg omlaag naar 150 euro en is verder inkomensafhankelijk tot 600 euro maximaal.

    V Trots op Nederland wil geen verhoging van de AOW-leeftijd en de AOW-uitkering koppelen aan de loonontwikkeling. Over de zeggenschap stelt TON zeer duidelijk: “De pensioenfondsen en daarmee de besturen zijn er voor de gepensioneerden en voor de premiebetalers. Zij MOETEN zeggenschap krijgen. Het is immers hun geld en hun pensioen”. TON is tegen verhoging van het eigen risico in de gezondheidszorg. TON wil senioren beschermen: “Wij zijn van mening dat deze generatie, die hard heeft moeten werken voor hun oude dag, onnodig op de proef wordt gesteld omdat het huidige kabinet blijft tornen aan hun verworven rechten.”

    Conclusie
    We zijn vooral teleurgesteld dat partijen die jarenlang regeringsverantwoordelijkheid droegen, ouderen niet serieus nemen. Het gaat wel om, zoals TON stelt, een “generatie, die hard heeft moeten werken voor hun oude dag” en een generatie die Nederland na de Tweede Wereldoorlog met veel inspanning en moeite weer heeft opgebouwd. Van die inspanningen zoals de deltawerken en de Flevopolder profiteren de jongere generaties nog dagelijks. Van enige waardering daarvoor is in de meeste verkiezingsprogramma’s niets terug te vinden, om van enig respect voor ouderen maar te zwijgen. Onze Kieswijzer zal in de meeste gevallen leiden tot de conclusie: “Op die partij en die en die kan ik maar beter NIET stemmen”. Maar toch doet u er beter aan om toch te gaan stemmen.
    NIET STEMMEN IS ERGER.

    Veel lagere inkomens bij ouderen, verdere verarming dreigt.
    woensdag 26 mei 2010

    Geert Braam Geert Braam

    Ze loopt moeizaam en kan niet veel verder dan de voordeur, die alleenstaande vrouw van 73 jaar Ze heeft een klein pensioentje, maar al met al is haar inkomen slechts weinig meer dan de AOW. Op het eerste gezicht ziet haar flat er keurig verzorgd uit, maar als we doorvragen blijkt haar leven moeilijk. Al haar dagelijkse benodigdheden tot en met schoeisel toe, zijn heel sober. Voor vervoer om de wekelijkse inkopen te kunnen doen, moet ze aankloppen bij kennissen. Dat lukt niet altijd. Vakantie bestaat hoogstens uit een weekje logeren bij kinderen die ver weg wonen. Zoals we zodadelijk zullen zien, zijn er vele ouderen in een zelfde situatie. Ondertussen verschijnt er bijna iedere dag een kop in de krant over de vergrijzing, over pensioenen die versoberd zouden moeten worden. Vooral door gerenommeerde economen als Bovenberg en Wolfson wordt de vergrijzing als een spook afgebeeld. Vergeten wordt dat die vergrijzing al vele jaren aan de gang is en dat die tot dusverre weinig problemen heeft opgeleverd. Weliswaar wordt die vergrijzing nog iets sterker, maar daar kan zeker wat minder drammerig op ingespeeld worden. Ook bijna alle politieke partijen maken het tot een thema, zodat er een groot koor is ontstaan waarin men elkaar napraat. Dat vergrijzingsspook levert echter voor de ouderen grote gevaren op en bedreigt de aandacht voor hun inkomen en de zorg.

    Hoeveel lagere inkomens zijn er bij de ouderen? Het CBS verschaft de gegevens over 2008, het laatste jaar waarover cijfers beschikbaar zijn. We gaan uit van de AOW plus een klein pensioentje. De grens is dan 16.000 euro per jaar. Per maand is dat ruim 1300 (dat komt overeen met de AOW plus ruim 300 euro), Dat is volgens het CBS ongeveer 30 procent boven de armoedegrens. Er zijn meer dan een half miljoen ouderen die minder ontvangen dan dit bedrag. Dat is bijna een kwart van alle 2,4 miljoen 65plussers. Van dat kwart zijn er 260.000 alleenstaande vrouwen. Zie ook de rode balken in de grafiek. Vergelijken we vervolgens met 40- 50 jarigen. Dan blijken er bij ouderen veel meer mensen met een laag inkomen te zijn en veel minder met een wat hoger inkomen (de gele balken).

    Ondertussen blijven pensioenen achter, ook de kleinere. Vele fondsen houden de inflatie niet bij. Waarschijnlijk zullen over enige tijd de pensioenen vele procenten lager worden. Dat is bitter voor vele mensen die een leven lang premie hebben betaald. De vraag is of de gevolgen van de huidige crises niet onevenredig zwaar zullen worden afgewenteld op ouderen.

    Prof. Dr. G.P.A. Braam is emeritus hoogleraar sociologie aan de Universiteit Twente en mede redacteur van het Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie.