Weblog

Europa laat de geldpersen draaien
vrijdag 14 mei 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Eén van de slechtst mogelijke scenario’s, een schrikbeeld dat jaren geleden nog niet voor mogelijk werd gehouden, is nu bezig zich te ontvouwen. De tot dusver tamelijk onafhankelijke Europese Centrale Bank (ECB) wordt voortaan door de politiek aangestuurd, en elementaire economische overwegingen worden op de tweede plaats gesteld. En als de politiek bepaalt, is het gezonde verstand doorgaans ver te zoeken. De ECB stelt de beslissing, die niet unaniem was, genomen te hebben in het vertrouwen dat ‘nationale overheden alles zullen doen om de tekorten weg te werken’. Daarmee heeft de ECB zijn lot en onafhankelijkheid in de handen gelegd van de regeringsleiders. Het is de vraag of de ECB die onafhankelijkheid weer terug kan krijgen. De ECB gaat nu waardeloos schuldpapier van failliete landen uit zuid-Europa opkopen. Om dat mogelijk te maken, gaan de geldpersen op volle toeren draaien en wordt het gevaar van een desastreuze inflatie bijna onafwendbaar. Een fatale ontwikkeling voor iedereen die besparingen heeft, en uiteraard voor de pensioenfondsen en hun verplichte deelnemers in Nederland.

Was dat allemaal nodig? Dat valt zeer te betwijfelen. Voor het creëren van de Eurozone was geen enkele economische noodzaak aanwezig, hoogstens was het een wens van politici. Binnen Europa zijn er diverse landen bewust niet toegetreden tot de Eurozone, en men kan onmogelijk betogen dat zij het slechter doen dan b.v. Nederland. Het argument dat de Euro tot elke prijs overeind gehouden moet worden, is dus een verhaal van politici en bijna alleen daardoor al ongeloofwaardig. Ons land is min of meer ongevraagd door de toenmalige regering de Eurozone binnengesjoemeld, tegen een wisselkoers voor de gulden die buitengewoon nadelig was. Tot op de dag van heden worden over dit zogenaamde wisselverlies nog processen gevoerd. Het gaat inderdaad om een miljardenverlies.

De politiek is ook buitengewoon lichtvaardig geweest om landen tot de Eurozone toe te laten waarvan een kind wist dat ze hun financiën niet op orde hadden of op redelijke termijn zouden krijgen. Dat mocht de pret niet drukken, want de internationale politieke klasse laat zich zelden door feiten, maar des te meer door eigenbelang leiden. En wat is er niet mooier dan leuke bijeenkomsten omgeven met de nodige publiciteit met gelijkgestemde zielen? Goed voor het prestige waar iedere ijdele politicus overmatig gevoelig voor is, natuurlijk. De vraag of het allemaal wel zo gunstig is voor de economische belangen van je eigen bevolking speelt al lang geen rol meer.

De gevaren van deze situatie, met name ook voor gepensioneerden, zijn al in ons Pensioenmanifest van mei 2009 gesignaleerd. Lees het hoofdstuk ‘Europese inflatie en Nederland’ er nog maar eens op na. En nu is die fatale voorspelling helaas bijna werkelijkheid geworden. In plaats van landen die de kluit belazeren uit de Euro te gooien, of er zelf met gelijkgestemden uit te stappen, mag de belastingbetaler opnieuw voor de kosten opdraaien. Maar we worden het bekende bos ingestuurd met het verhaal dat de ingrijpende maatregelen die Griekenland op papier neemt, afdoende zullen zijn. Gelooft u het? Een voorbeeld: de pensioenleeftijd in Griekenland wordt in één klap verhoogd van 53 (!!) naar 65 jaar. Klinkt prachtig, toch? Maar beseft dan niemand dat er voor die mensen helemaal geen banen zijn? Waar zijn immers al die vacatures die dan toch noodzakelijk zijn om de bevolking al die jaren door te kunnen laten werken?

Onlangs kwam het rapport van de commissie De Wit uit, over de kredietcrisis en de oorzaken daarvan. Weliswaar was op de dag van publicatie van het rapport de volgende crisis alweer hoog en breed begonnen, maar dat valt hen niet te verwijten. De bevindingen van de commissie zijn in feite verbijsterend. Bankiers, toezichthouders, politici, de Tweede Kamer, bestuurders van pensioenfondsen, allemaal hebben ze op hun eigen manier gefaald. Maar als iedereen schuldig is, is niemand verantwoordelijk. Bovendien bestaat er in deze kringen een enorme verwevenheid, met allerlei organisaties die er vooral op gericht schijnen te zijn hun leden lucratieve baantjes toe te schuiven. We mogen dus verwachten dat er niets verandert in financieel Nederland. Alle schuldigen hebben namelijk één gemeenschappelijk belang: de deksel erop houden en elkaar uit de wind houden. En zo is het offensief alweer losgebarsten om de bevolking, de belastingbetalers, de gepensioneerden, de slachtoffers kortom, met dure woorden, met ingewikkelde beschouwingen, met beloften tot verbetering zelfs, opnieuw een rad voor ogen te draaien.

Toch is voor veel mensen de maat echt vol. Waarom zou u uw belastinggeld nog laten gebruiken om incompetente en zelfs kwaadwillende figuren uit de financiële wereld aan een riant inkomen te helpen zonder dat er ook verder maar iets verandert? Waarom nog langer accepteren dat uw pensioenfonds zonder uw toestemming waardeloos financieel zwerfvuil aanschaft van uw uitgestelde loon en daarna zelfs de indexatie niet meer kan uitbetalen? Waarom nog uw vertrouwen geven aan of stemmen op politici en politieke partijen die bewezen hebben geen visie te hebben en alleen achteraf anderen napraten? De financiële waanzin moet gestopt worden. U kunt daarbij zelf een doorslaggevende rol spelen. Door uw stem te verheffen, door uw stem niet te geven aan die partijen die ruimschoots bewezen hebben hem niet waard te zijn door uw belangen te verkwanselen. ‘Let op uw saeck’ op 9 juni.

Het Europese Drama
dinsdag 11 mei 2010

Kees de Lange Joop van Vliet

Eigen schuld, dikke bult?

Pensioenbelangen schreef al enkele nummers over het Griekse drama, waarbij gewetenloze speculanten proberen veel geld te verdienen door de koersen en de rentepercentages van de zwakke Griekse staatsobligaties te beïnvloeden. Om de effectieve rente bijvoorbeeld van 4 naar 8 procent te krijgen, moet de koers gehalveerd worden. Goldman Sachs is een van die manipulators, maar wordt daarbij enthousiast geholpen door andere “nette” banken, hedge-fondsen en beleggerscombinaties. Het getraliepakte tuig beschikt over een magazijn verschillende trucs om geld te verdienen aan landen, institutionele beleggers als onze pensioenfondsen en gewone beleggers die dachten een appeltje voor de dorst te hebben.

Dat kan overigens alleen maar als ze daartoe de kans geboden wordt, of zoals NBP-voorzitter De Lange het zegt: “Het begint met onverantwoordelijke overheden en politici die zich door eigenwaan en incompetentie inderdaad door de streepjespak maffia een oor laten aannaaien
In dit geval heeft een reeks van Griekse regeringen gezorgd dat Griekenland zwak en kwetsbaar werd en zij hebben door het vervalsen van begrotingscijfers en statistieken de deur wijd opengezet voor de dieven. Het gaat echter te ver om het alleen de Griekse regeringen te verwijten. Argumenten als “had ze maar niet ’s avonds laat in een kort rokje over straat moeten lopen” kunnen nooit een vergoelijking zijn voor een verkrachting. En de Griekse economie dreigt verkracht te worden door gewetenloze speculanten.

Getalm, verzwakking van de euro en vallende beurskoersen

Doordat Angela Merkel (CDU) tijd rekte wegens de verkiezingen in de belangrijke deelstaat Noordrijn-Westfalen, deed Europa (met steun van het IMF) pas na maanden iets om Griekenland te helpen en stemden de Grieken daar ongaarne – in verband met een dreigende volksopstand – mee in. Maar de getraliepakte gieren namen daarmee geen genoegen. Die vette kluif lieten zij (Goldman Sachs cs – GS2 dus), zich niet ontgaan. Dus werd prompt de euro verder onder druk gezet.
Het weinig slagvaardige Europa, samen met het ook niet overijverige IMF, lieten toe dat een wankelend Portugal, een door werkloosheid geteisterd Spanje, een de schijn ophoudend Italië en een steeds verder afzakkend Ierland steeds meer in de problemen kwamen. Daardoor nam de euro in waarde af tegen de ook niet al te sterke dollar. Gunstig voor de Europese export, maar daarvan zouden vooral Duitsland en Nederland profiteren. Bovendien hadden vooral de Duitse banken belegd in zwakke obligaties, waardoor verdere hulp aan banken niet viel uit te sluiten. En natuurlijk stortten de beurzen weer eens in. De AEX viel in een week tijd bijna 50 punten en andere beurzen deden het niet beter. Kortom tijd voor krachtiger maatregelen. Dit weekend (8-9 mei) kwam het er dus van.

Too little, too late

Het lijkt veel geld dat nu beschikbaar komt, als borgstelling voor in totaal 750 miljard euro (440 miljard van de Eurolanden, 60 miljard uit het EU-budget en 250 miljard aan IMF-leningen). In werkelijkheid is het, net als de hulp aan Griekenland, te weinig en vooral ook veel te laat. Het bedrag, ongeveer de Nederlandse begroting voor één jaar, stelt in Europees verband en op de langere termijn niets voor. In 2009 gaf minister Bos, zonder zware eisen te stellen, de Nederlandse banken al 220 miljard aan leningen en garanties. De vraag is of we dat geld inderdaad, zoals optimistisch beloofd, binnen afzienbare tijd terug krijgen. Die vraag is des te klemmender omdat de nu dreigende Europese crisis weer veel banken in de problemen zal brengen.
Omdat er heel grote winsten te behalen zijn door GS2 zal straks ongetwijfeld blijken dat het garantiebedrag niet toereikend is. Misschien ben ik wel een pessimist, maar gezien de commentaren van deskundigen op de radio en in de pers ben ik bepaald niet de enige.

Commissie De Wit vreest herhaling en “business as usual”

In ieder geval is de commissie De Wit, die gisteren haar rapport uitbracht over de Nederlandse kant van de crisis, ook pessimistisch en waarschuwt voor herhaling. Verder vind de commissie dat de hoofdrolspelers “in geringe mate blijk geven van een kritische kijk op hun eigen rol in het ontstaan van de problemen en op hun falen in het voorkomen ervan. Dat gebrek aan zelfreflectie verontrust de commissie.” De commissie vreest dat iedereen weer snel zal overgaan tot “business as usual”.

Nu hoeft de commissie daar niet voor te vrezen. Wie naar de bonussen bij Goldman Sachs kijkt, weet dat men daar al lang terug is bij de oude kwalijke praktijken. Het is ook maar zeer de vraag of de aanbevelingen die de commissie doet succes zullen hebben: “De kapitaaleisen bij banken moeten omhoog, de Code Banken moet aangescherpt, het toezicht moet verbeterd en in Europees verband worden georganiseerd. Ook moet er een muur komen tussen de gewone en de zakelijke activiteiten van een bank.

Het is allemaal symptoombestrijding en de gewone burgers mogen het allemaal betalen. Gepensioneerden mogen zelfs dubbel betalen, want in tegenstelling tot gewone werknemers, wordt hun pensioen niet geïndexeerd, terwijl de inflatie door al deze “reddingsacties” ook nog eens veel sterker zal zijn dan verwacht.

Ga direct naar de gevangenis, u ontvangt geen bonus

Wat wel helpt? Het probleem aanpakken waar het hoort – aan de bron. Pak de verantwoordelijke bankiers en hun handlangers aan, door ze hun onrechtmatig verkregen winsten en bonussen af te pakken. Stuur ze net als superfraudeur Madoff voor jaren naar de gevangenis en verhinder dat ze ergens op een subtropisch eiland genieten van hun kwalijk verkregen fortuin.

Moeilijk? Misschien, maar in sommige landen staat op economische problemen de doodstraf. Zover hoeven we in Europa niet te gaan, maar als we Europa populair willen maken, is wetgeving die het mogelijk maakt manipulerende illusionisten als GS2 achter de tralies te krijgen één van de maatregelen. Een Europese “Pluk-ze” wet krijgt ongetwijfeld in heel Europa een groot draagvlak.

Een schone droom!

Wat gepensioneerden ook helpt is het opzetten van een garantiefonds voor pensioenen. Dat fonds kan in eerste instantie worden gevuld met de verdwenen miljarden van het ABP. En voor de rest kan er een bonusbelasting komen waaraan de Rijkman Groeninks en zijn kornuiten minstens even royaal bijdragen, als ze vroeger incasseerden.

Het zou ook helpen als we straks, na 9 juni volksvertegenwoordigers krijgen, die minder luisteren naar het establishment van VNO/NCW en vakbonden en meer naar de gewone man in de straat. Echt luisteren dus, en niet zoals Balkenende IV een paar weken op straat rondhangen, het hoofd vol van voorgekookte meningen en zelfgenoegzaamheid.

Kabouter PLOP in Pensioenland
zaterdag 17 april 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Als u kleinkinderen heeft, zal Kabouter Plop geen onbekende zijn. Hij is de eigenaar van de Melkherberg, een plaats waar kabouters graag bijeenkomen om een glaasje Plopmelk met een Plopkoek te eten. Plopmelk en Plopkoeken maken kan Plop als de beste. Plop draagt een rode muts met een hartje en roept heel vaak “Plopperdeplopperdeplop!”. Dat deze kleine ondernemer ooit nog eens een rol zou spelen in Pensioenland, had niemand kunnen vermoeden. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Van de week stond in de Tweede Kamer dan eindelijk het debat over het initiatief wetsontwerp van Fatma Koser Kaya en Stef Blok op de rol. Dat wetsontwerp beoogt de gepensioneerden eindelijk een evenredige rol te geven in pensioenfondsbesturen, een rol die ze ongeveer veertig jaar hebben moeten ontberen. De hoogste tijd, zou je dus zeggen. Maar het liep heel anders. En dat kwam niet helemaal uit onverwachte hoek.

Zoals u weet zijn de bedrijfstakpensioenfondsen gekaapt door werkgevers die geen risico lopen en zich toch met uw pensioen bemoeien, en vakbonden die nauwelijks voor werkenden representatief zijn en zeker niet voor gepensioneerden. Deze zelfbenoemde bestuurders zullen nooit vrijwillig de macht uit handen geven, zo leert een lange geschiedenis. Nu zou het bestuursmodel van de bedrijfstakpensioenfondsen al lang zijn bijgezet in de archieven van de politieke geschiedenis, als er geen partijen als CDA en PvdA in de Tweede Kamer zaten die tot elke prijs de vakbondsbelangen in het oog houden en beschermen. Tot in het belachelijke toe.

Vooral de vakbonden hebben zich met hand en tand verzet tegen het Koser Kaya – Blok initiatief. En niet tevergeefs. Hun spreekbuizen in de Tweede Kamer, Patricia Linhard van de PvdA en Pieter Omtzigt van het CDA, kwamen op de valreep met een amendement. Nu geldt natuurlijk ere wie ere toekomt, dus laten we de initialen van beide initiatiefnemers hun welverdiende plaats in de geschiedenis geven door te spreken van het PLOP amendement. En gezien de wijze waarop in dit amendement de gerechtvaardigde belangen van gepensioneerden tot dwergachtige proporties gereduceerd worden, van het Kabouter PLOP amendement. Dat de CU als spreekwoordelijke bijwagen ook een piepje aan dit valse koor mocht bijdragen, zullen we uit piëteit niet benadrukken.

Wat houdt dit amendement in? Wel, om de gerechtvaardigde belangen van gepensioneerden een plaats te geven, wordt voorgesteld de gepensioneerden maximaal één plaats toe te kennen in de besturen van de bedrijfstakpensioenfondsen. En inderdaad, op die manier stel je zeker dat de vakbondsbelangen minimaal geschaad worden en dat de mogelijke invloed van gepensioneerden op de voorhand tot kabouterachtige proporties wordt beperkt. In de hoop uiteraard dat gepensioneerden opnieuw veertig jaar hun mond zullen houden. Minister Donner speelde het spel bekwaam mee door naarmate het debat vorderde er steeds meer steun voor uit te spreken. Hoe komt het toch dat bij het voorspellen van het gedrag van deze partijen en hun vertegenwoordigers de grootste cynici het altijd bij het rechte eind hebben?

Hoe nu verder? Nu er zich een meerderheid voor het Kabouter PLOP amendement in de Kamer lijkt af te tekenen, hoop ik oprecht dat Koser Kaya en Blok hun initiatiefwetsontwerp zullen terugtrekken. Om een uitstekend initiatief dat zonder perfect te zijn toch een eerste stap in de juiste richting was te laten kapen door de BV van Kabouter PLOP met stille vennoten die schaamteloos aan de touwtjes trekken, dient geen enkel redelijk belang. Met een miserabele schaamlap moet je op geen enkele wijze geassocieerd willen worden. En de gepensioneerden? Laten zij vooral de plaatsten die hun door Kabouter PLOP gegund worden in de fondsbesturen niet gaan bezetten. Als blijvend signaal van walging tegen een politiek systeem dat grote groepen mensen die een leven lang voor hun pensioen gespaard hebben slechts een symbolische zeggenschap gunt. Verdere conclusies? Sinds vandaag staan Plopmelk en Plopkoek niet langer op mijn menu. Vooral ook op 9 juni 2010 zal ik me daar strikt aan houden.

ABP Blues
zondag 11 april 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Blues is een muziekstijl die ongeveer tussen 1860 en 1900 is ontstaan en zijn oorsprong vindt in de muziek die slaven (uit Afrika afkomstige negers) in het Zuiden van de Verenigde Staten – onder andere in de Mississippi-delta, tussen Memphis en New Orleans) – maakten. Muziek maken met elkaar of alleen, met of zonder instrumenten, was voor hen vaak de enige manier om hun lijden uit te drukken en te verzachten. De aanduiding ‘blue’ voor rouw is afkomstig uit de zeilscheepvaart. Omdat deze muziek een melancholische toon en inhoud had, werd ze ‘blues’ genoemd. Als een schip tijdens de reis zijn kapitein of een andere officier verloor, voerde het voor de rest van de reis een blauwe vlag en werd een blauwe band rond het hele schip geschilderd alvorens de thuishaven binnen te lopen. Waarom doen deze zinnen uit onze onvolprezen Wikipedia me onontkoombaar aan het ABP denken? Ik ga u vertellen waarom.

Slavernij is zo oud als de mensheid. Er is altijd wel een maatschappelijke elite die een groot economisch belang heeft gehad bij de totale fysieke en economische afhankelijkheid van velen. Nog steeds is slavernij wereldwijd een ernstig probleem, hoewel we dat in de westerse wereld maar liever niet onder ogen zien. Wij kennen immers geen slavernij meer? In 1863 werd in de Verenigde Staten officieel de slavernij afgeschaft. De slavenhouders in het zuiden betoogden generaties lang dat slavernij vooral goed was voor de slaven zelf en verandering van het systeem economisch noodlottig voor de hele samenleving zou zijn. Door hun grote politieke invloed werd deze redenering natuurlijk ook door de toenmalige overheid ondersteund. Pas toen morele en emancipatoire overwegingen een rol gingen spelen, begon er een kentering te komen in de eeuwenlang vastgeroeste standpunten. Maar in de Verenigde Staten was er wel een bloedige burgeroorlog voor nodig. In 1863 schafte ook Nederland, een natie die bij uitstek eeuwenlang geprofiteerd heeft van de slavenhandel, uiteindelijk schoorvoetend de slavernij af.

In ons land bestaat fysieke afhankelijkheid nauwelijks meer, maar hoe is het gesteld met economische afhankelijkheid? Hebben minderheden zeggenschap over hun eigen economisch lot, over de besteding van hun eigen inkomen, over hun eigen uitgestelde loon? Het antwoord is helaas een onbetwistbaar nee. Met name op pensioengebied leven we nog in de economische Middeleeuwen, met een zelfbenoemde elite van werkgevers en vakbonden die volledig de dienst uitmaken als het gaat om het uitgestelde loon van gepensioneerden. U ziet de parallellen met de eerste alinea’s. In de visie van de pensioenelite dienen de gepensioneerden om te beginnen te beseffen dat hun onmondigheid het beste is wat ze ooit is overkomen. Ook zou vergroting van hun invloed de bijl aan de wortels van ons unieke pensioenstelsel zetten. Tenslotte is er (nog) een meerderheid in de Tweede Kamer die deze drogredenen voor zoete koek slikt en de emancipatie van gepensioneerden al veertig jaar frustreert.

En de gepensioneerden zelf? Als verplichte deelnemers in de bedrijfstakpensioenfondsen waartoe de grote meerderheid behoort, kunnen zij slechts kennis nemen van het ondeskundige beleggingsbeleid, van een inadequate bestuurssamenstelling, van een arrogante bestuurscultuur, van een medezeggenschap die niet meer dan een parodie op dit begrip is, van een ons-kent-ons cultuur zonder weerga. De gepensioneerden horen en zien Xander den Uyl van het ABP (of liever de spreekbuis van de FNV) die het niet begrepen heeft en het nooit zal begrijpen, ergeren zich blue aan schnabbelaars als Borghouts en Nijpels die ondanks bewezen incompetentie hun zakken vullen op kosten van het fonds. En wat doen de gepensioneerden? Hun rest weinig anders dan het sublimeren van hun frustraties op een wijze die door vele eeuwen van slavernij beproefd is. Zij zingen de ABP blues.

Gekke Henkie
zaterdag 3 april 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Ik ben gekke Henkie niet! Een uitdrukking die iedereen kent, maar wat is de geschiedenis ervan? Dat blijkt lastig te achterhalen. Wel staat vast dat Jan Marijnissen (SP) zich in mei 2005 hardop afvroeg of Nederland de gekke Henkie van Europa was, omdat wij in vergelijking met andere landen veel te veel aan Europa betalen. Een stelling overigens die nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. De uitdrukking is populair gebleven en komt bij allerlei gelegenheden terug. Zo ook vandaag hier.

In Nederland gebeuren allerhande vreemde dingen waar de burgers een uitgesproken mening over hebben, maar waar ze zich tegelijkertijd vreselijk machteloos over voelen. Vanzelfsprekend leidt dit tot grote frustratie, en uiteindelijk tot onvoorspelbaar kiezersgedrag. Niettemin blijft de politiek zich erover verbazen, zonder de hand in eigen boezem te steken. Wat weer leidt tot een verdere verslechtering van de situatie. Wilt u voorbeelden? Daar gaan we.

Iedereen herinnert zich het Icesave debâcle. Een IJslandse bank voerde een wanbeleid waarvan iedereen kon begrijpen dat zoiets geen stand kon houden. Mensen die zich bankier noemden maar natuurlijk ordinaire zakkenvullers waren, lieten vervolgens de 300 000 inwoners van IJsland met de zwarte Piet zitten. Die kregen een miljardenrekening gepresenteerd zonder zich ooit bewust te zijn geweest voor de financiële risico’s van de lokale maffia te moeten opdraaien. Uiteindelijk sprak de gemiddelde IJslander zich in een referendum onomwonden uit geen boodschap te hebben aan het falen van een zelfbenoemde elite. We zijn gekke Henkie niet!

Terug naar Nederland. Te weinig mensen beseffen dat we hier in feite een groot IJsland zijn. Ja, we hebben veel meer dan 300 000 inwoners, dat zijn er wel 16 miljoen. Maar onze bankensector is zeer veel groter dan die in IJsland en eveneens een molensteen om de nek van de Nederlandse belastingbetaler. Het vorige CDA/PvdA kabinet heeft op kosten van diezelfde belastingbetaler vele miljarden in het bankwezen (ING, ABN-AMRO) gestoken zonder spijkerharde garanties te bedingen over terugbetaling en sanering van de betrokken organisaties. Dus zonder de onderliggende redenen van de financiële ellende onder ogen te willen zien. En wat is het gevolg? Terugbetaling wordt steeds dubieuzer, en aan het wangedrag van de bestuurders in de financiële sector is nog steeds geen paal en perk gesteld. ‘Business as usual’, voor onze zakkenvullers in krijtstreep. Want leuker kunnen we het niet maken: je bonussen komen als vanouds binnen en Jan met de Pet draait op voor de risico’s. Enorme bezuinigingsvoorstellen dreigen nu de samenleving te ontwrichten, terwijl de verantwoordelijken buiten schot blijven. Hoe lang zijn we nog bereid gekke Henkie te blijven?

En dan de politiek. Partijen als CDA en PvdA hebben voortdurend de mond vol over hun zware verantwoordelijkheden en hun zorg voor de bevolking. Maar als het puntje bij het paaltje komt, wordt het kabinet in crisistijd opgeblazen omdat een aantal egootjes het eigen gelijk veel belangrijker vindt dan een normale taakopvatting. Met een premier die geen idee heeft wat leiding geven betekent, en een vice-premier die voortdurend dubbel spel speelt, loopt het je als burger zo langzamerhand wel over de schoenen. Helaas moet geconstateerd worden dat deze partijen niets anders zijn dan baantjesmachines voor hun eigen beperkte clubjes van niet al te competente leden. De dans om de commissariaten en burgemeesterschappen kan weer beginnen, een dans waarbij de echte deskundigen slechts als muurbloempjes mogen fungeren en het partijkader met de hoofdprijzen gaat strijken. Een curieuze vorm van ‘eigen volk eerst’. Partijpolitiek van de ergste soort, gefaciliteerd door het feit dat politici kunnen rekenen op riante wachtgelden van zes jaar. Leg dat eens uit aan het toenemende leger werklozen in Nederland. Een PvdA die alles al ruim voor de kabinetscrisis bekokstoofd had, met een dubieuze Bos/Cohen/Asscher alliantie en een pr machine die het volk moest overtuigen van de kindvriendelijkheid van de vice-premier. Met als resultaat een PvdA lijsttrekker die het Amsterdamse bestuurlijke falen nu naar het hele land mag exporteren, en ongetwijfeld een positief effect zal hebben op de import van thee. Hoe lang laten we ons als kiezers nog als gekke Henkie behandelen?

Internationaal blijft het ook lachen, of huilen zo u wilt. Dat allerlei landen in Europa met economieën die zich kenmerkten door dubieuze cijfers en zelfs regelrechte zwendel toch tot de Eurozone konden toetreden, daar is door verstandige mensen indertijd uitgebreid tegen gewaarschuwd. Tevergeefs natuurlijk, want politici zijn zelden bezig met de belangen van de eigen samenleving, maar des te meer met de eigen machtspositie. Dat die aanpak mis zou gaan, kon een kind zien aankomen. Griekenland is het eerste en bepaald niet het laatste voorbeeld. Een land dat systematisch jarenlang de statistieken vervalst heeft, dat na heel veel weerstand eindelijk voorstelt aan het werk te gaan door de pensioenleeftijd van 58 naar 62 te verhogen. Een dergelijk land moet nu ondermeer door de Nederlandse belastingbetaler gesteund worden. Om dat te bekostigen moet wel eerst de Nederlandse pensioenleeftijd naar 67 gebracht. Hoe lang laten we ons nog als gekke Henkie behandelen?

En natuurlijk de pensioenen. Een pensioensysteem dat gekaapt is door werkgevers en vakbonden, dat naar iedere redelijke maatstaf slecht functioneert, maar zelf blijft roepen hoe goed het allemaal gaat. Met een pr machine die op kosten van de gedwongen deelnemers in de fondsen probeert diezelfde deelnemers een rad voor ogen te draaien. Ach, de achtergronden zijn zonneklaar. Werkgevers die de zegeningen van de vrije markt met de mond belijden, maar bij tegenwind de rekening bij de belastingbetaler leggen. Vakbonden die representatief zijn, ja, voor wie eigenlijk nog? Doordat ze nog maar een gering deel van de werkende bevolking van Nederland vertegenwoordigen, doordat ze al tientallen jaren lang de tekenen des tijds niet wilden verstaan, hebben zij hun knellende greep op de samenleving gelukkig grotendeels verloren. Alleen in de bedrijfstakpensioenfondsen, via besturen en deelnemersraden, hebben de bonden nog het hoogste woord. In dat laatste bastion houden zij nog krampachtig vast aan de macht. Met desastreuze gevolgen voor de deelnemers in de fondsen, jongeren en gepensioneerden. Een bestuurlijk Jurassic Park, belabberde beleggingsresultaten, een rampzalig indexatiebeleid, de transparantie van een moddersloot, een structuur uit de oude doos waarin niemand meer vertrouwen in heeft. Een structuur ook waar met spoed de bezem door moet. Hoe lang laten de deelnemers in de pensioenfondsen zich nog als gekke Henkie behandelen?

Pensioenpoppenkast
donderdag 25 maart 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Als klein jongetje was ik gefascineerd door de poppenkast. Regelmatig verscheen er één in het dorp waar ik opgroeide, en binnen de kortste keren had zich er dan een grote groep kinderen omheen verzameld. De belevenissen van Jan Klaassen en Katrijn, en hun confrontaties met het gezag werden hartstochtelijk door de plaatselijke jeugd van commentaar voorzien, en poppenkastvoorstellingen waren een hoogtepunt in het normaal nogal rustige dorpsleven. En hoewel het leek alsof de poppen een geheel eigen leven leidden, had je toch je twijfels. Als je na de voorstelling nog wat rondhing, kon het gebeuren dat je een man van achter uit de poppenkast zag komen die achteloos Jan Klaassen, Katrijn en allerlei andere attributen onder zijn arm had. Ik wil niet beweren dat de teleurstelling hierover even groot was als het latere besef dat Sinterklaas niet bestond, maar toch. Ouder worden is illusies verliezen.

Waarom dit verhaal uit vroegere tijden? Wel, omdat we er veel over het heden van kunnen leren. En lessen over met name ons pensioensysteem zijn natuurlijk nooit weg. Terug naar de actualiteit dus, waar het ABP van de week met een plan kwam om wat tegenwicht te bieden tegen de maatschappelijke storm die opgestoken is over het wel zeer matige functioneren van deze organisatie op allerlei terreinen. Zo staan beleggingsbeleid en strategie, alsmede de kwaliteit van het bestuur en het ontbreken van zeggenschap van de meerderheid van de deelnemers openlijk ter discussie. Niet zo vreemd, gezien de miljardenverliezen die op kosten van de deelnemers geleden zijn. Wat houdt dit nieuwe ABP plan in? Wel, de deelnemersraad (DNR) moet de bevoegdheid krijgen om bestuursleden van het fonds zo nodig naar huis te sturen. Voorwaar, een revolutie, zou je op het eerste gezicht zeggen.

Zoals u weet is het bestuur van het ABP gekaapt door vakbonden en werkgevers die gezamenlijk volledig de dienst uitmaken. In een voorbij verleden was het eventueel nog te billijken dat het uitgestelde loon van het merendeel van de bevolking op deze wijze beheerd werd. In de huidige tijd is dit nog slechts een relikwie uit een vorige eeuw, omdat de vakbonden nauwelijks meer representatief zijn, zeker niet voor het gepensioneerde deel van de Nederlanders, en de werkgevers in de bedrijfstakpensioenfondsen geen enkel risico meer lopen. Maar niets sta je zo moeilijk af als macht.

Sinds enige tijd heeft het ABP een DNR, maar hoe wordt die samengesteld? Wel, de vakorganisaties die het bestuur van het fonds gemonopoliseerd hebben, stellen uit hun eigen ledenbestand mensen aan die het bestuursbeleid moeten ‘controleren’. Bevoegdheden heeft die DNR niet, behalve dan het verstrekken van vrijblijvende adviezen. Let wel, die DNR is dus niet onafhankelijk, de leden zitten er met last en ruggespraak, en zij worden bij het uiten van geluiden die de vakbond niet welgevallig zijn onmiddellijk door inschikkelijker exemplaren vervangen. En zo is Xander den Uyl, vice-voorzitter van het ABP bestuur, de poppenspeler die zijn nummer opvoert door in de relatieve bescherming van de pensioenpoppenkast aan de diverse touwtjes te trekken en de Jan Klaassens en Katrijnen van de DNR naar zijn pijpen te laten dansen. Dat is dus de DNR die in de visie van het ABP bestuur in de toekomst de bevoegdheid krijgt het bestuur naar huis te sturen. Alsof Katrijn de poppenspeler controleert in plaats van omgekeerd.

De bedrijfstakpensioenfondsen zijn trouwens een breed lobby-offensief begonnen tegen medebestuur en zeggenschap van jongeren en gepensioneerden in de fondsen. En zo zien we opeens Peter Gortzak (FNV) en Gerard Verheij (VNO-NCW) weer hun standaard-riedels weggeven ‘dat vertegenwoordigers van deelbelangen niet in de besturen van de fondsen thuishoren’. En dat uit de mond van lobbyisten die het met hand en tand verdedigen van hun eigen deelbelangen tot hun beroep gemaakt hebben. Wist u overigens dat Gortzak en Verheij niet echt bestaan? Zij leven in een soort mausoleum, worden zo nodig te voorschijn gehaald en voor hun optreden opgewonden, en leveren dan hun grijsgedraaide commentaar. Robotisering van het publieke debat.

Toch nog even terug naar het bestuur van het ABP. Die zo geprezen DNR heeft natuurlijk in de korte tijd van zijn bestaan al een reputatie van scherpzinnigheid en pensioenkennis opgebouwd, dacht u niet? Nou, dat valt een beetje tegen. Tot op de huidige dag betreurt deze club het heengaan van Nijpels als bestuursvoorzitter, en tekent geen verzet aan tegen incompetente bestuurleden als Harry Borghouts en Xander den Uyl. Integendeel, de touwtjes en manipulaties van onze poppenspelers doen hun werk als nooit te voren. Bij de NBP zijn we benaderd door mensen die brieven hebben geschreven aan die DNR die volgens Xander den Uyl de belangen van alle ABP deelnemers behartigt. Wellicht doen ze dat, we zullen het nooit weten, want brieven aan deze club worden niet beantwoord.

Nog een laatste gotspe. Volgens Peter Gortzak is het denkbaar dat jongeren wel eens zouden kunnen afhaken als gepensioneerden een stuk zeggenschap over hun eigen uitgestelde loon krijgen. Zelf vermoed ik dat als gepensioneerden de vrijheid hadden het ABP te verlaten, uiteraard met meenemen van hun gespaarde geld, de samenstelling en grootte van het ABP voor het eerst echt representatief voor de FNV zouden worden. Maar dan wel vijf maal zo klein als nu.

Onverantwoord dat zoiets gemakkelijk beïnvloedbaars als de dekkingsgraad de basis vormt voor het pensioenuitkeringssysteem
vrijdag 19 maart 2010

John de Vries Prof. Dr. John de Vries

Onverantwoord dat zoiets gemakkelijk beïnvloedbaars als de dekkingsgraad de basis vormt voor het pensioenuitkeringssysteem

Om vast te kunnen stellen, of er een indexatie mag worden gegeven, m.a.w. of en in welke mate de pensioenuitkeringen en de pensioenafspraken mee mogen stijgen met de gemiddelde loonontwikkeling, wordt de dekkingsgraad gehanteerd. De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen van een pensioenfonds en de pensioenen die het fonds nu en in de toekomst moet uitbetalen.

Omdat het al of niet laten meestijgen van de pensioenen met de gemiddelde loonstijging van grote invloed is op de koopkracht van de pensioenen, is het van wezenlijk belang welke grootheid als graadmeter voor de indexatie wordt gehanteerd. Die grootheid, i.c. de dekkingsgraad, vormt de basis van het pensioenuitkeringssysteem.

In het geval van het ABP heeft de dekkingsgraad in de jaren 2008 en 2009 zo’n hoge mate van instabiliteit getoond dat het je doet afvragen, of de dekkingsgraad wel een betrouwbare graadmeter is. De dekkingsgraad daalde en steeg sterk binnen periodes van slechts een halfjaar, en was in tegenstelling daarmee gedurende een aantal maanden constant:

  • van 132 procent medio 2008 naar 89,5 procent eind 2008;
  • van 89 procent eind januari 2009 via een minimum van 83 procent eind februari 2009 naar 98 procent eind juni 2009;
  • van 100 procent eind juli 2009 via een plateau van 105 procent gedurende de maanden september, oktober en november 2009 naar 109 procent eind december 2009. Opmerkelijk in dit verband is dat de dekkingsgraad al in de maanden juli en augustus 2009 leek af te buigen naar een plateau. De stijging was in die maanden duidelijk minder sterk dan in de maanden ervoor: van maart tot en met mei 2009 met gemiddeld 4,67% per maand en van juni tot en met september 2009 met gemiddeld slechts 2% per maand (dat doet ‘sturing’ van de dekkingsgraad vermoeden).

Het harlekijnachtige, instabiele gedrag is op zich wel voorstelbaar, gezien de afhankelijkheid van een groot aantal factoren:

  • premieopbrengst;
  • opbrengsten van beleggingen;
  • rente-opbrengsten (dus, indirect van de vigerende rente. Alleen deze factor is maanden nauwelijks gewijzigd);
  • totaal aan pensioenuitkeringen;
  • totaal aan pensioenafspraken.

Daarnaast kunnen aan deze factoren ook nog gewichtsfactoren zijn toegekend: constanten of variabelen?

Het gedurende drie maanden constant-zijn blijft een raadsel. Omdat ik mij niet kon voorstellen, hoe het ABP na het sterke dalen en stijgen en het gedurende drie maanden constant-zijn van de dekkingsgraad voor het vaststellen van de indexatie 2010 een dekkingsgraad van 105 procent heeft kunnen hanteren, heb ik getracht mij te laten informeren over de wijze waarop de dekkingsgraad wordt vastgesteld, door aan het Bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP de volgende vragen voor te leggen:

  • waarom is voor het vaststellen van de indexatie 2010 een lage dekkingsgraad , i.c. 105 procent, gehanteerd, terwijl het pensioenvermogen in de loop van 2009 tot € 210 miljard was gestegen, dus, slechts 4,5 procent onder het maximum van vóór de crisis, € 220 miljard;
  • hoe kan de dekkingsgraad gedurende een aantal maanden – september, oktober en november 2009 – constant zijn gebleven op 105 procent?

Het Bestuursbureau ABP heeft mij als volgt geantwoord: “Het constante dekkingsgraad-percentage van 105 betreft een afgerond percentage. Het is het resultaat van de dekkingsgraden die variëren tussen 104,6% en 105,4%.”

Omdat mijn vragen daarmee niet beantwoord waren, heb ik de vragen vervolgens aan De Nederlandsche Bank (DNB) voorgelegd, en er nog aan toegevoegd: “Controleert DNB de pensioenfondsen op het berekenen van de dekkingsgraden, zo niet, welke instantie moet dat dan doen of wordt dat helemaal niet gecontroleerd, en mag, wat DNB betreft, het naar willekeur omgaan met de dekkingsgraden blijven voortduren?” De (heer R. Evers van de) Afdeling Communicatie van DNB heeft mij inmiddels laten weten dat DNB vanwege een geheimhoudingsplicht niet op mijn vragen kan ingaan.

Waarom zouden de gepensioneerden en de toekomstig gepensioneerden (premiebetalers) niet mogen weten, hoe de dekkingsgraad wordt berekend? Zij moeten toch inzage kunnen krijgen in de wijze waarop het inkomen tot stand komt, waarvoor zij jaren premie hebben betaald. Doen de instabiliteit van de dekkingsgraad en het uitblijven van antwoorden van de zijde van ABP en DNB de betrouwbaarheid van de dekkingsgraad als graadmeter al in twijfel trekken, het ‘gedrag’ van de dekkingsgraad in de maanden december 2009 en januari 2010 doet dat nog verder. Eerst leidde een door ABP uitgevoerde herberekening van de dekkingsgraad, waarin rekening werd gehouden met de gestegen levensverwachting (waarom daar niet eerder rekening mee gehouden? Gebrek aan deskundigheid?), ertoe dat de aan het einde van 2009 berekende dekkingsgraad van 109 procent moest worden ‘bijgesteld’ naar 104 procent, om vervolgens eind januari 2010 nog lager uit te komen op 101 procent. Dat betekent over vijf maanden een terugval naar ongeveer het niveau van eind juli 2009: 100 procent. De verleiding is toch niet weer te groot geweest om opnieuw op een risicovolle manier te beleggen, zodat er weer pensioengeld kon verdampen? Of zijn de pensioenfondsen onder druk van de financiële crisis geruisloos aan het overgaan van instanties die als primaire taak hebben het verzorgen van een volwaardig inkomen, i.c. het pensioen, in louter financiële instellingen? Zeer recent nog heeft de heer Wijers van AKZO Nobel er nadrukkelijk voor gepleit een deel van het pensioenkapitaal te gebruiken voor investeringen in de grootindustrie. Dat wekt sterk de indruk dat de dekkingsgraad er zich toe laat lenen om pensioengelden te reserveren voor andere doeleinden dan het uitbetalen van pensioenen en het nakomen van pensioenafspraken. Heeft ABP dan soms ook de dekkingsgraad opgeschroefd naar 105 procent om met het geven van een indexatie voor 2010, ook al was die nog zo laag, een mooie sier te kunnen maken?

Een eerlijk pensioenuitkeringssysteem valt of staat met een betrouwbare graadmeter. Het bovenstaande laat duidelijk zien dat het met het oog daarop de hoogste tijd is om het berekenen en hanteren van de dekkingsgraad aan wettelijke regels te binden. Een onafhankelijke instantie zou dat moeten voorbereiden. Er worden steeds meer redenen bedacht om de pensioenen laag te houden of verder te verlagen. Voor het vaststellen van de hoogte van de pensioenen bestaan er helemaal geen regels. Dat verklaart waarschijnlijk ook, waarom toezichthouders, zoals DNB, het ondoorzichtige, ieder willekeurig moment maar weer veranderen van de dekkingsgraden geen halt toeroepen. Immers, waar geen regels zijn, kunnen ze ook niet worden overtreden.

Oh wat zijn wij heden blij………….
zondag 14 maart 2010

Leo van Heesch Leo van Heesch

ABP scoort goed?

Triomfantelijk meldt de website van het ABP dat volgens de Geldgids van de Consumentenbond (februari-maart 2010) het fonds de afgelopen jaren wel 80 procent van de prijsstijgingen wist te compenseren. Dat betekent dus dat het ABP al blij is als hun gepensioneerden een verlies lijden op de gestegen prijzen van 20%. Terwijl het fonds de indexatie-ambitie heeft om de loonontwikkeling te volgen. Dat streven is over de afgelopen jaren nog niet voor 50% geslaagd. Waar je al niet blij mee kunt zijn.

De blijdschap kan niet op. De directeur van het bestuursbureau van het ABP stuurde ook nog een mail met het goede nieuws naar de voorzitters en leden van de Deelnemersraad, de Werkgeversraad en het Verantwoordingsorgaan. Het onderwerp was: ‘Ander beeld dan Kassa’. Kennelijk steken de berekeningen over het ABP door Kassa hen nog als een graat dwars door de keel. Omdat ik verantwoordelijk was voor die berekeningen ben ik opnieuw gedwongen hier iets over te zeggen.

Ik heb die berekeningen voor het eerst gepresenteerd in een Rendez Vous met het ABP op 13 oktober 2009 waarbij ook de directeur Fondsrelaties van de APG aanwezig was. Er kwam toen geen commentaar. Vervolgens zijn die berekeningen door de redactie van Kassa enkele dagen vóór de uitzending toegezonden aan het ABP, wederom geen commentaar. Tijdens de uitzending was Xander de Uyl namens het bestuur van het ABP aanwezig, ook hij kon de cijfers niet ontkennen. Bij drie gelegenheden heeft men tweemaal stilzwijgend en één keer in persoon de NBP-cijfers niet aangevochten

Ander beeld dan Kassa ? !

Ja, natuurlijk als je appels met peren vergelijkt, krijg je vanzelf een totaal ander beeld.

De berekeningen bij Kassa gaan over de toekomst met alle onzekerheden die daar bij horen. Maar er is geprobeerd zo dicht mogelijk bij de waarschijnlijke ontwikkelingen te blijven. Rekening werd gehouden met de gunstige beursontwikkeling in 2009, met een voorzichtige verdere ontwikkeling van de dekkingsgraad, met de proportionele indexatie tot een dekkingsgraad van 135 en met na-indexatie boven die dekkingsgraad. Geen rekening werd gehouden met echt speculatieve zaken als een terugval van de economie als het stimuleringsbeleid vermindert en conjuncturele dips in de komende 15 jaar. Ondanks die voorzichtigheid ontstond toch het sombere beeld, dat de koopkracht van gepensioneerden van het ABP over 15 jaar nog niet volledig is hersteld, laat staan dat de ambitie van het volgen van de loonontwikkeling enigermate wordt gerealiseerd.

De berekeningen van de Consumentenbond gaan over het verleden en wel de indexaties van het ABP over de laatste zes jaar in vergelijking met de prijsontwikkeling. De indexatie is 20% achtergebleven bij die prijsontwikkeling. Geen reden om te juichen zou ik denken.

Voorlichting wordt propaganda’ liet de oud directeur voorlichting van het ministerie van Landbouw weten naar aanleiding van de soap rond de “Gerda” Bij het ABP is het niet anders. Als je na de Kassa-uitzending een vraag stelt over de cijfers zoals gepresenteerd in Kassa krijg je een digitale juffrouw genaamd Astrid die vertelt dat de veronderstellingen in die berekeningen niet overeenkomen met de realiteit. Waarom is er dan vóór en tijdens de uitzending niets over gezegd, dan hadden wij met elkaar het debat kunnen aangaan. Maar de voorlichter van het ABP maakt het nog bonter. Zij beweert tot op de dag van vandaag aan journalisten die om opheldering vragen, dat de berekeningen in Kassa geen rekening houden met indexatie en na-indexatie. Dat is echt in strijd met de waarheid. Als ze dat niet weet is zij onnozel, als ze het wel weet belazert zij de kluit.

Het ABP duikt in navolging van hun vertrokken voorzitter weg zo gauw je het debat wil aangaan. Discussieprogramma’s in de Media laten ons weten dat er niemand van het ABP beschikbaar is om ons weerwoord te geven. Voelt het ABP zich soms niet zeker of zijn de personeelsleden niet langer bereid om tegen beter weten in voor het bestuur te liegen? Wij, als NBP, met onze bescheiden middelen, staan voor wat wij beweren. Het ABP, met zijn hele uitgebreide organisatie, beperkt zich tot propaganda en durft kennelijk de echte discussie niet aan.

Leo van Heesch
Vice-voorzitter NBP

Nijpels weg, wie volgt?
zondag 21 februari 2010

Kees de Lange Kees de Lange

En toen was Nijpels ineens weg als bestuursvoorzitter van het ABP. Schreef hij in oktober nog een nogal onnozel open briefje dat hij het onderzoek van de commissie Scheltema over zijn DSB verleden ‘met vertrouwen’ tegemoet zag, ditmaal kon er alleen een brief aan het ABP bestuur af. Want verantwoording afleggen aan de deelnemers is natuurlijk een paar bruggen te ver. Zij mogen hun uitgestelde loon inleggen bij het ABP, een heel leven lang, maar medezeggenschap ho maar.

Al vanaf het moment van de benoeming van Nijpels bij het ABP heeft de NBP bezwaar aangetekend , en wel op drie gronden. Reeds in augustus 2009 was duidelijk dat DSB, waar Nijpels de langstzittende commissaris was, er dubieuze woekerpraktijken op na hield. Te naïeve en dikwijls matig opgeleide mensen werden in de financiële val gelokt en stelselmatig uitgekleed. Radar berichtte er meermalen over. De commissaris heeft het of niet geweten en dus zijn taak te lichtvaardig opgevat. Of de commissaris wist het wel en heeft zijn mond gehouden. In beide gevallen bepaald geen basis om zo iemand verantwoordelijkheid te geven over het uitgestelde loon van 2,8 miljoen verplichte deelnemers bij het ABP. Helaas is het vertrouwen in dit fonds even snel verdampt als een deel van de belegde miljarden. In zo’n situatie is een dergelijke benoeming een blunder van de eerste orde, en bepaald niet de manier om het geloof in het ABP te helpen herstellen. Ook ontbrak het Nijpels aan kennis van pensioenen, en gezien zijn tientallen bijbaantjes ook aan tijd om de functie als ABP voorzitter goed te vervullen. Alleen zijn blunders al in latere interviews waren afdoende bewijs dat hij ongeschikt was.

Door RTLZ werd onlangs ontdekt dat er een brief bestond van De Nederlandsche Bank (DNB) van 19 juni 2009 aan DSB waarin werd aangetoond dat de commissarissen waaronder Nijpels hadden gefaald. Natuurlijk kende Nijpels deze brief bij zijn aantreden bij het ABP, maar hij verkoos erover te zwijgen. In elk geval tegenover de verplichte deelnemers bij het fonds. Wel ging hij elke discussie over zijn DSB verleden stelselmatig uit de weg. Gelukkig heeft dit verleden hem nu ingehaald.

De conclusie kan niet anders luiden dan dat de ABP deelnemers willens en wetens misleid zijn. Als Nijpels zo weinig zelfkennis bezit om een benoeming bij het ABP te accepteren met een DSB affaire aan zijn broek, dan kan dit onmogelijk als een vergissinkje gekwalificeerd worden. Nijpels en het ABP bestuur hebben zich onherstelbaar geblameerd. Dat kon niet zonder gevolgen blijven.

En nu? Nijpels had geen andere keus dan af te treden, hoewel hij geheel in stijl nog wel probeert de zwarte piet elders te deponeren. Zo stelt hij dat het voor hem steeds moeilijker werd zijn functie bij ABP adequaat uit te oefenen door de ‘stroom al dan niet accurate berichten’ over het onderzoek naar de gang van zaken rond DSB. Helaas, het is het eigen falen dat Nijpels opbreekt, niets meer en niets minder.

En het ABP? Het ABP zegt het vertrek van Nijpels zeer te betreuren, maar heeft ‘begrip voor de afweging die hij heeft gemaakt’. Kortom, het ABP heeft met het ontstaan van dit debâcle niets van doen. Helaas is de werkelijkheid een andere. Ook merkt het ABP op ‘de komende weken op zoek te gaan naar een nieuwe voorzitter’. Blamages uit het verleden zijn echter geen garantie voor succes in de toekomst. Bepaald geen zinsnede dus die de verplichte deelnemers gerust zal stellen over hun toekomstige indexaties.

Een woord van advies voor het ABP. Zo hier en daar komen de sneeuwklokjes en de krokussen alweer boven het smeltende sneeuwdek uit. Voor wie het zien wil is het voorjaar in aantocht. Een prima tijd dus voor de in het verleden zo traditionele voorjaarsschoonmaak. Een uitgelezen moment ook om de bezem door het ABP bestuur te halen om verdere imagoschade te voorkomen. Wat dacht u van het onmiddellijk vervangen van types als Harry Borghouts en Xander den Uyl door deskundigen met enig benul van de economische risicoanalyse? Het is maar een ideetje, maar zou dat uw vertrouwen in het ABP niet die broodnodige opkikker geven? Eerst zien en dan geloven, dat wel natuurlijk.

De blunderbrigade
vrijdag 12 februari 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Bernard Wientjes (CDA) presenteert zich graag als de denker van de lage landen. Samen met zijn compaan Loek Hermans (VVD) runnen zij de werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland, respectievelijk. We horen met grote regelmaat van dit speciale komische duo in de pers. Hun boodschap is eigenlijk altijd voorspelbaar en eentonig: werknemers zijn teveel beschermd en moeten makkelijker ontslagen kunnen worden, met die pensioenen kan het best wat minder, en de risico’s van het pensioenstelsel moeten maar bij de werknemer neergelegd worden, en als de vrije jongens het niet helemaal kunnen redden op de vrije markt moet de belastingbetaler gewoon bijspringen. Marktwerking over de ruggen van diezelfde belastingbetaler dus. En over fraudeschandalen in ondernemend Nederland praten we maar niet. Dat bederft alleen de sfeer maar, en zou het klootjesvolk achterdochtig maken. Dat het denkniveau van ons duo zich het best laat omschrijven als beneden NAP, zal het vervolg leren.

Want van de week hebben deze originele denkers van formaat toch zichzelf overtroffen. In een brief aan de Eerste Kamer wordt betoogd dat het standpunt van de Tweede Kamer, namelijk dat het aantal nevenfuncties van bestuurders moet worden teruggebracht tot een maximum van 5, fataal zou uitpakken voor de toekomst van ons land. De supertalenten die nu in Nederland bijna alle commissariaten en bestuursbaantjes vervullen, doen dat dermate goed dat we daar beslist niet aan moeten tornen.

Even een terzijde, Hermans zit in diezelfde Eerste Kamer waaraan de brief gericht is, dus hij schrijft een brief aan zichzelf. En bij die supertalenten horen b.v. ook Elco Brinkman (CDA), pleitbezorger van Bouwfrauderend Nederland, en Ed Nijpels (VVD), ex DSB en helaas nu ABP. Zo, we weten weer waar we het over hebben.

Nu gelooft niemand die ook maar een beetje bij zijn verstand is dit soort preken voor eigen parochie. De belastingbetaler in Nederland heeft helaas wel leergeld betaald voor de falende bestuurskracht van ons ‘old boys network’. De kredietcrisis komt voor een niet gering gedeelte op het conto van deze types die, sigaren rokend en champagne drinkend, hun riante beloningen opstrijken, niet gehinderd door enige gêne ten aanzien van de slachtoffers van hun incompetente handelen. De lengte van de lijst van wanprestaties is zo ongeveer het enige waar deze talenten in uitblinken.

Het moment van verzenden van deze brief aan de Eerste Kamer had eigenlijk niet beroerder gekozen kunnen worden. De inkt was nog maar net droog, of RTL-Z Nieuws kwam op 10 februari met een brief gedateerd 19 juni 2009 van De Nederlandsche Bank (DNB), onder meer over het functioneren van Nijpels en Linschoten (beiden VVD) in hun rol als goedbetaalde maar voornamelijk afwezige commissarissen bij DSB. Ik wil u een tweetal passages uit de brief niet onthouden:

Alinea's uit brief DNB aan DSB

Een paar zaken zijn duidelijk. Allereerst natuurlijk dat de heren VVD-ers schromelijk gefaald hebben in hun rol als toezichthouder. Maar er is meer. Ed Nijpels is per 1 augustus 2009 aangesteld als bestuursvoorzitter bij het ABP, toen hij deze brief al hoog en breed kende. Kennelijk is dat voor hem geen aanleiding geweest zich niet als kandidaat beschikbaar te stellen. Alleen het ABP bestuur weet of deze kwestie aan de orde is geweest, maar zij zullen zwijgen als het graf. In elk geval zijn de verplichte deelnemers bij het ABP grotelijks belazerd door een voorzitter die nadien beweerde het onderzoek van de Commissie Scheltema met vertrouwen tegemoet te zien. Ondanks die brief. Is de man nu dom, naïef of doortrapt?

Waar brengt dit ons nu? Vooralsnog weigeren Nijpels en het ABP de enig mogelijke conclusie te trekken, namelijk dat Nijpels per onmiddellijk opstapt en een baan op zijn niveau gaat zoeken. Dat zal nog niet eens meevallen. In de financiële wereld heeft hij in elk geval niets meer te zoeken. Daarna kan de noodzakelijke grote schoonmaak bij het ABP bestuur pas echt van start, te beginnen met Borghouts (GroenLinks). En de heren Wientjes en Hermans? Ach, die kunnen de provincie in met een amusementsprogramma Op Zoek Naar Onbekend Talent. Dat is een gat in de markt, want op de vermeende bekende talenten die zij ons tot dusver onophoudelijk aanprezen, zijn we definitief uitgekeken.