Weblog

Nou nee, niet helemaal…
zaterdag 16 oktober 2010

Kees de Lange Kees de Lange

De pensioenwereld staat in brand en de sociale partners voeren hun achterkamertjesberaad over de verdere afbraak van ons eens zo fiere pensioenstelsel in Nederland. En als er af en toe iets naar buiten komt, houdt elke deelnemer in de pensioenfondsen zijn hart vast. Zoals nu weer, bij de laatste oprispingen om nu ook de verworven rechten van gepensioneerden aan te willen tasten. Zinnig idee toch? Nou nee, niet helemaal… Tijd voor een overzicht.

Peter Gortzak (FNV) treedt steeds meer op als de almachtige en onweersproken CEO van de bedrijfstakpensioenfondsen. We gebruiken de Engelse term CEO maar, want u weet dat mensen als hij Nederland een enorme dienst bewijzen door hier te blijven en niet tegen een tien maal hoger salaris naar de Londense City te verkassen. We zijn dus dankbaar, toch? Nou nee, niet helemaal….

Mooie zaak toch, dat de vakbonden als vertegenwoordigers van de deelnemers zo veel te zeggen hebben? Nou nee, niet helemaal… De FNV kan, samen met alle kleinere vakbonden, slechts spreken voor 18 % van de werkenden. En ondanks hun voortdurende beweringen van het tegendeel, vertegenwoordigen ze gepensioneerden nauwelijks. Ze spreken dus vooral voor zichzelf en hun eigen belangen.

We gaan eerst maar eens via Google op zoek naar de afkorting FNV. OK,…Financieel Niet Verstandig,…. Merkwaardige naam natuurlijk, maar dat is Google zelf ook. Laten we niet op de naam, maar op de prestaties afgaan. En die zijn natuurlijk uitstekend? Nou nee, niet helemaal…. De FNV bezat tot voor kort het slechtste pensioenfonds van Nederland dat alleen van een failliet gered kon worden door ongevraagd 30 miljoen van de ledencontributies aan te wenden om de grootste gaten te dichten. Alleen op die manier kon de zaak ondergebracht worden bij één van de werkmaatschappijen van de FNV, Zorg en Welzijn geheten.

Zorg en Welzijn, dat klinkt perfect. Het moet daar wel goed zitten toch? Nou nee, niet helemaal…. Ondanks het feit dat de spullenbaas daar als beloning voor zijn superieure beleid met 397000 euro per jaar naar huis gaat, staan de zaken voor de deelnemers er heel wat minder rooskleurig voor. Kortingen op de pensioenen van 10 à 15 % worden niet uitgesloten.

Maar met die andere werkmaatschappijen, zoals ABP, PMT, PME is het dan toch zeker veel beter gesteld? Nou nee, niet helemaal… Ondanks financiële genieën zoals Brinkman, Borghouts, Nijpels, die zich, met riante vergoedingen betaald door de deelnemers, over de situatie gebogen hebben, staan ook daar de zaken op springen.

Maar de nieuwe plannen van Gortzak gaan toch oplossingen brengen? Nou nee, niet helemaal… Ze betekenen namelijk het einde van ons pensioenstelsel door van de verplichte deelnemers aandeelhouders tegen wil en dank te maken. Uiteraard zonder iemand iets te vragen.

Maar aandeelhouders, dat is toch prachtig? Dat betekent toch een triomf van onze neoliberale samenleving? Dan doen gepensioneerden na jaren buitenspel te zijn gezet toch eindelijk weer echt mee? Nou nee, niet helemaal…. Want je pensioen hangt voortaan af van dagkoersen, en van een beleggingsbeleid waar je niets over te zeggen hebt, maar dat wel gokt met je uitgestelde loon waar je een leven lang voor hebt gespaard.

Maar daar wordt toch op toegezien? Die clubs hebben toch allemaal een deelnemersraad die toeziet op de belangen van de deelnemers? Nou nee, niet helemaal… Zo’n deelnemersraad bestaat uit vakbondsleden die door de vakbonden worden aangesteld met het duidelijke consigne niet te lastig te zijn. Want vervangers zijn snel gevonden. Ooit een standpunt van een deelnemersraad over uw pensioen gehoord? Ooit zo’n vertegenwoordiger van u allemaal in de media zien optreden?

Maar gelukkig is er een verantwoordingsorgaan, toch? Nou nee, niet helemaal… Want in de verantwoordingsorganen zitten dezelfde vakbondsleden als in de deelnemersraden. Houdt de boel lekker overzichtelijk, nietwaar?

Maar nu we dan allemaal aandeelhouders van ons pensioenfonds worden, krijgen we natuurlijk wel dezelfde rechten die aandeelhouders horen te krijgen? Zoals stemrecht op de aandeelhoudersvergadering, en de mogelijkheid onze aandelen te verkopen en die van een ander fonds te kopen? Nou nee, niet helemaal… Vakbonden en werkgevers geven geen millimeter van hun totalitaire beslissingsbevoegdheid uit handen. Het gaat nog steeds over u, maar zonder u.

Maar het zijn toch niet de vakbonden die in dit land de dienst uitmaken? De politiek gaat toch over de pensioenwet? Nou nee, niet helemaal… Al meer dan veertig jaar houden partijen als CDA en PvdA de vakbonden de hand boven het hoofd om hun onterechte machtspositie tegen alle maatschappelijke ontwikkelingen in te blijven garanderen. Want de belangen van ouderen zijn politiek niet erg interessant.

Maar… maar…er moeten toch een paar voordelen te ontdekken zijn aan de plannen van Gortzak? Nou nee, niet helemaal…. Tenzij u natuurlijk van mening bent dat het een goed idee is dat honderden bondsbonzen op uw kosten in de fondsen de dienst uitmaken. Zonder dat u ook maar iets heeft in te brengen behalve uw geld.

Maar kunnen ouderen dan niet in opstand komen en hun huid politiek duur verkopen? Moet die bevoogding door de vakbonden nog langer doorgaan? Moeten onze belangen nog langer ongevraagd door zelfbenoemde anderen behartigd worden? Het antwoord moge duidelijk zijn:
NOU NEE, HELEMAAL NIET!!

Rechtsom of linksom: ouderen zijn de klos
zondag 3 oktober 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Dat politiek Nederland weinig met ouderen in onze samenleving op heeft, weten we al geruime tijd. In de verkiezingsprogramma’s voor de Tweede Kamer verkiezingen van 9 juni 2010 was er bij vrijwel geen enkele partij iets te vinden over ouderenbeleid of over de toen al levensgrote pensioenproblematiek. Dat we voor het eerst in de geschiedenis te maken hebben met een generatie die in goede gezondheid oud kan worden, zou voor ieder normaal mens reden tot trots en tevredenheid moeten zijn. Zo niet voor de Nederlandse politiek, waar men uitsluitend de mond vol heeft van vergrijzing als een enorm maatschappelijk probleem, van zorgkosten voor ouderen die uit de hand zouden lopen, van te welvarende ouderen die de prijs van de crisis maar moeten betalen. Tegelijkertijd worden diezelfde ouderen zorgvuldig buiten het politieke debat gehouden. Er zit niemand ouder dan 65 jaar in de Tweede Kamer. Gepensioneerden hebben niets te zeggen over hun eigen uitgestelde loon. Werkgevers en niet representatieve vakbonden afficheren zichzelf als ‘sociale’ partners, uitsluitend met het doel de macht aan zich te houden. De politiek, ongeacht de kleur of ideologie, geeft deze zelfbenoemde monopolisten ruim baan. Een ‘asociaal’ pensioenakkoord is het droefgeestige resultaat.

Er woedt momenteel in Nederland een debat tussen links en rechts, langs scheidslijnen die alleen nog relevant zijn voor geschiedkundigen. De voornaamste maatschappelijke vraag schijnt te zijn of Wilders nu wel of niet mensen ‘uitsluit’. Dat verkettering van die kiezers die op de PVV gestemd hebben die categorie nooit zal overtuigen, lijkt nog niet tot de beperkte breinen van onze politieke wansmaakmakers te zijn doorgedrongen. Dat door deze aanpak Wilders blijvend het politieke debat beheerst, lijkt nauwelijks door te dringen. Het opiniestuk van Joost Zwagerman in de Volkskrant van 27 september 2010 zou voor iedereen verplichte kost moeten zijn. Het lijkt wel alsof er geen belangrijker problemen zijn, zoals de arbeidsdeelname van ouderen (en trouwens ook van starters op de arbeidsmarkt) die bewust door de werkgeverslobby gefrustreerd wordt. Door volkomen voorbij te gaan aan de rechtmatige belangen van ouderen, is er een ander soort tweedeling van de samenleving ontstaan waarover de politiek liever zwijgt.

Voor ouderen en gepensioneerden maakt het allemaal weinig uit. Of hun koopkracht nu linksom of rechtsom wordt ondermijnd, is tamelijk irrelevant. Want gezien de verkiezingsprogramma’s hebben onze ouderen niets te verwachten van het grote merendeel van de politieke partijen of de coalities die ze ten behoeve van hun politieke eigenbelang menen te moeten smeden. Ouderen in Nederland staan aan de kant, en tenzij zij zelf politieke actie ondernemen, zal dat zo blijven. Want wat is er politiek aantrekkelijker dan een grote groep mensen die, ook als ze met de financiële Zwarte Piet worden opgezadeld, toch hun stem niet verheffen?

Ouderen dragen in belangrijke mate bij aan het in stand houden van onze samenleving. De huidige generatie ouderen is in de unieke positie niet alleen veel zorg voor kinderen en kleinkinderen op zich te nemen, maar tegelijkertijd ook die voor zeer oude ouders. Als we voor de mantelzorg, de kinderopvang, de financiële steun aan kinderen, en het in stand houden van een bloeiend verenigingsleven, de kosten aan ouderen zouden moeten uitbetalen voor al dat werk dat zij belangeloos en liefdevol verrichten, dan praten we over zo’n 10 à 12 miljard euro op jaarbasis. Maar hoewel ouderen uitgebreid bijdragen aan de vorming van nieuwe generaties, worden zij door de sociale partners onbevoegd geacht tot zeggenschap over hun eigen uitgestelde loon. Een leven lang sparen en betalen, maar verder buitenspel. Begrijpt u het nog?

Intussen gaat de sloop van de financieel-economische belangen van ouderen gewoon door. De AOW, die toch al decennia lang de inflatie niet bijhield, wordt verder aangetast. De partnertoeslag wordt versneld verlaagd, en de Bos-belasting voor al die steenrijke bejaarden met een zeer modaal inkomen ingevoerd. De aanvullende pensioenen worden voor het merendeel van de gepensioneerde Nederlanders niet of nauwelijks meer geïndexeerd. In Kassa heeft de NBP onlangs becijferd dat dit voor gepensioneerden over een periode van 15 jaar leidt tot koopkrachtverliezen die kunnen oplopen tot 25 procent. Mogelijke kortingen op de pensioenen zijn hier nog niet eens in meegenomen. Gepensioneerden zijn hiermee verworden tot het melkvee van onze samenleving. Over ons maar zonder ons.

Het zou voor ouderen zo langzamerhand duidelijk moeten zijn dat het vertrouwen in de almachtige overheid waarmee onze generatie is opgegroeid volkomen misplaatst is gebleken. Het wordt de hoogste tijd om onze eigen belangen te gaan verdedigen, en dit niet langer aan mooi pratende machthebbers en plucheplakkers over te laten. Het wordt de hoogste tijd dat ouderen gaan beseffen hoe groot hun politieke macht kan zijn. Laten we de verkiezingen voor de Provinciale Staten op 2 maart 2011 tot één groot referendum maken over de uitsluiting van ouderen in de Nederlandse samenleving. We hebben die macht, laten we hem gaan gebruiken. Want alleen dáár heeft men in Den Haag ontzag voor.

Voor Gepensioneerden geen KASSA
dinsdag 21 september 2010

Leo van Heesch Leo van Heesch

Ongeveer drie weken geleden hing de redactie van het programma ‘Kassa’ van de Vara weer aan de lijn. Ik heb ooit mijn televisievuurdoop bij dit programma gehad en als er op het gebied van pensioenen iets te berekenen valt, weten zij mij te vinden. Het vorige jaar had ik voor hen de gevolgen voor gepensioneerden en toekomstig gepensioneerden van de herstelplannen van de vijf grootste pensioenfondsen doorgerekend. Dat deed ik aan de hand van een voorbeeldpensioen van 10.000 euro.

De resultaten waren schrikbarend. Gepensioneerden verloren een half jaarinkomen tot ruim drie jaarinkomens binnen de komende vijftien jaar. De cijfers werden toegezonden aan de betreffende pensioenfondsen en zij hadden er eigenlijk weinig weerwoord op. Ook werden zij uitgenodigd om naar de studio te komen, maar twee fondsen vonden dat te veel moeite.
Drie pensioenfondsen stuurden wel één van hun bestuursleden. De voorzitter van pensioenfonds Zorg en Welzijn legde uit waarom pensioenfondsen gedwongen waren om te beleggen. De vice-voorzitter van het ABP relativeerde de cijfers en hoopte dat het herstelplan niet zou uitkomen. De vreemdste opmerking kwam van de werknemersvoorzitter van BPFbouw. Mijn cijfers klopten niet want een bouwvakker had helemaal geen € 10.000 pensioen maar slechts 6.100 euro waardoor het berekende verlies veel minder was. Zo doorrekenend zou een bouwvakker helemaal gelukkig zijn als hij totaal geen pensioen had, want dan merkt hij er ook niets van als dat pensioen achteruit gaat.

Achteraf was op de website van het ABP te vinden dat de cijfers van ‘Kassa’ niet reëel waren. Waarom dat dan niet vooraf of tijdens de uitzending gemeld. Helemaal bont maakte de voorlichtster van het ABP het toen zij journalisten die om opheldering vroegen over de cijfers vertelde dat er geen rekening was gehouden met indexatie in de toekomst. Deze mededeling was pertinent onjuist. Van tweeën één, of zij hebben met al hun deskundigheid de cijfers niet doorgerekend of zij liegen keihard.

Uitgangspunten
Het verzoek van het programma ‘Kassa’ was om op basis van de huidige dekkingsgraden opnieuw uit te rekenen wat pensioengerechtigden voor de toekomst kunnen verwachten. Omdat lieden die graag de cijfers in twijfel trekken over van alles en nog wat beginnen te zeveren, wil ik graag uitleggen hoe voorzichtig ik te werk ga. Ik ben uitgegaan van de dekkingsgraden van juli 2010. Er gingen al geruchten toen ik begon te rekenen dat de cijfers van augustus nog veel slechter zouden zijn (wat ook het geval blijkt). Ook was al bekend dat de dekkingsgraden nog dit jaar verder zullen dalen ten gevolge van het langer leven risico. Toch, om niet het zwartste scenario te kiezen heb ik vastgehouden aan de cijfers van juli. Op die dekkingsgraden heb ik het groeitempo van de dekkingsgraad losgelaten dat in de eigen herstelplannen vermeld staat. Verder ben ik er van uitgegaan dat de reële loonstijging in de komende 14 jaar slechts een half procent per jaar zal zijn, terwijl het Centraal Plan Bureau uitgaat van 1%. Als ik zou uitgaan van de aanname van het CPB, dan zouden de verschillen nog veel spectaculairder zijn. Ik heb voor 2009 en 2010 de werkelijke respectievelijk de nu verwachte inflatie toegepast in plaats van het inflatiecijfer dat het CPB hanteert. Ik heb geen rekening gehouden met een terugval van de economie, ik heb geen rekening gehouden met een korting op de pensioenen, ik heb geen rekening gehouden met een conjuncturele dip in de komende 14 jaar. Hoewel dat allemaal geen ondenkbare mogelijkheden zijn, zou het mijn berekeningen speculatief hebben gemaakt. Toekomstvoorspellingen zijn altijd moeilijk, kijk maar naar datzelfde Centraal Plan Bureau met al zijn kennis dat er toch regelmatig naast zit, maar niemand kan mij het verwijt maken dat ik de verschillen onnodig opblaas.

Nieuwe berekeningen
Ondanks het feit dat ik het vorige jaar het verwijt kreeg dat ik een veel te somber beeld had geschetst, waren de resultaten nu nog veel ernstiger dan het vorig jaar. Dat verbaasde mij niet. Want ik had uiteraard al lang in de gaten dat de ontwikkelingen van de dekkingsgraad veel slechter waren dan de veronderstelling van het vorige jaar. Omdat sommige pensioenfondsen niet de ambitie hebben om de loonontwikkeling te volgen koos ik een wat voorzichtigere terminologie. In plaats van te zeggen ‘de gepensioneerden komen 35.000 euro te kort’ zei ik steeds ‘in vergelijking met de ontwikkeling van de lonen komen gepensioneerden 35.000 euro te kort’. In het programma kwam uiteindelijk die nuance te vervallen. Daarnaast rekende ik ook, net als het vorig jaar, het verlies aan koopkracht uit, omdat dat een objectievere maatstaf is voor de onderlinge vergelijking van de pensioenfondsen. Ook dat haalde uiteindelijk het programma niet omdat zij de kijkers niet willen overvoeren met cijfers.

Ik heb van beide ontwikkelingen een samenvatting gemaakt die u via onze rubriek Nieuws kunt bekijken. Nog korter samengevat komt het op het volgende neer voor de komende 14 jaar:

BPFbouw: Koopkrachtverlies ruim 1 jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling ruim twee jaarinkomens.
Zorg en Welzijn: Koopkrachtverlies ruim anderhalf jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling ruim twee en een half jaarinkomen
PMT, Metaal en Techniek: Koopkrachtverlies twee en een half jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling drie en een half jaarinkomen.
ABP: Koopkrachtverlies ruim twee en een half jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling ruim drie en een half jaarinkomen.
PME, Grootmetaal: Dit pensioenfonds komt er van de onderzochte fondsen het slechtste uit, koopkrachtverlies meer dan ruim twee en een half jaarinkomen en in vergelijking met de loonontwikkeling meer dan ruim drie en een half jaarinkomen.

Commentaar pensioenfondsen
BPFbouw stuurde een keurig mailtje naar de redactie van Kassa om uit te leggen hoe de verslechtering van de situatie tot stand is gekomen. Wel denken zij, net als het vorige jaar, nog steeds dat wij uit zijn gegaan van het zwartste scenario. Zoals hierboven uitgelegd is dat niet het geval.
Zorg en Welzijn had graag telefonisch contact, dus heb ik hen gebeld. Zij hadden de zaak ook doorgerekend en kwamen tot ongeveer dezelfde uitkomsten. Zij hadden met name vragen over de verschillen met de cijfers van het vorige jaar.
PMT: Zij wijzen er op dat een gepensioneerde bij hen slechts een gemiddeld pensioen van 5.650 euro heeft, zij indexeren volgens de prijsindex en ik zou geen rekening hebben gehouden met de inhaalindexatie. Voorts stuurden zij een eigen berekening waarbij het koopkrachtverlies zou uitkomen op ruim een jaarinkomen in plaats van de door mij berekende twee en een half jaarinkomens. Ik heb wel degelijk rekening gehouden met eventuele inhaalindexaties. Bij de analyse van hun berekening heb ik gezien dat zij vanaf 2013 de dekkingsgraad veel sneller laten stijgen dan in hun herstelplan waar ik van ben uit gegaan.
ABP weet niets anders te produceren dan wat open deuren en schampere opmerkingen.
PME: Net als PMT wijzen zij er op dat een gepensioneerde bij hen geen 10.000 euro heeft maar slechts gemiddeld 6.161 euro. Ook wijzen zij er op dat zij alleen maar indexeren voor de gestegen prijzen. Zij laten voorts weten dat om het echte koopkrachtverlies te berekenen je het pensioen in samenhang moet zien met de AOW. Tenslotte sturen zij ook een eigen berekening waarbij het koopkrachtverlies uitkomt op ruim anderhalf jaarinkomen in plaats van de door mij berekende twee en een half jaarinkomens. Wat betreft hun berekening, hier doet zich net als bij PMT een veel snellere groei van de dekkingsgraad in de beginjaren voor dan in hun dekkingsplan. Wat hun opmerking over de AOW betreft, die klopt, maar ik heb in mijn berekeningen alleen rekening gehouden met de pensioeninkomens, omdat de samenhang met de AOW voor elke inkomenscategorie anders uitpakt.

Conclusie
Net als het vorige jaar zijn er, ondanks de enorme professionele deskundigheid die er (op onze kosten) bij deze miljardenfondsen aanwezig is, geen gaten geschoten in de berekeningen die een eenvoudige vrijwilliger met een laptop en een excelprogramma heeft gemaakt….. Zoals ik ook al in de uitzending zei, ik zal het met mijn 75 jaar niet meer meemaken dat deze pensioenfondsen de koopkracht hebben hersteld, laat staan dat zij de loonontwikkeling weer kunnen volgen Het wordt tijd dat de pensioenfondsbesturen hun kop uit het zand halen en nagaan wat er in de afgelopen 20 jaar fout is gegaan en hoe zij in deze uitzichtloze situatie terecht zijn gekomen waarvan de deelnemers de rekening gepresenteerd krijgen.

Belogen en bedrogen
donderdag 2 september 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Het ABP plaveit de weg om uw pensioen te gaan korten. De vice-voorzitters van het ABP bestuur, Xander den Uyl (vakbonden) en Joop van Lunteren (werkgevers), nemen in de media over de rug van de verplichte deelnemers alvast een voorschot op wat voor velen al lang duidelijk was. Het ABP gaat vrijwel zeker de nominale pensioenen verlagen. En 2,8 miljoen Nederlanders zijn het slachtoffer. Van een fatsoenlijke indexatie van pensioenen was al geruime tijd geen sprake meer. Maar een groter failliet van het ABP beleid dan het verlagen van de nominale pensioenen is nauwelijks denkbaar. Hoe heeft het zover kunnen komen?

Zoals altijd wanneer het ABP bestuur naar buiten treedt, zijn krampachtig vasthouden aan de macht, eigenbelang en schoonvegen van het eigen straatje de voornaamste drijfveren. Ook ditmaal is dat geen uitzondering. Natuurlijk komt het allemaal door de historisch lage lange rente. Natuurlijk kon niemand dit voorzien. Natuurlijk was het beleid van het ABP altijd boven alle twijfel verheven. Natuurlijk behartigt het ABP de belangen van alle verplichte deelnemers op evenwichtige wijze. Natuurlijk treft het ABP bestuur geen blaam. Genoeg van deze mantra’s die we al jaren horen. Wat presteert het ABP nu eigenlijk echt? We lopen puntsgewijs wat zaken van belang na.

1 De kwaliteit van het ABP bestuur
Het ABP als bedrijfstakpensioenfonds wordt paritair bestuurd door werkgevers en vakbonden. De rol van de werkgevers in dit bestuur is een overblijfsel uit vervlogen tijden, toen de overheid als werkgever nog financiële medeverantwoordelijkheid droeg voor het ABP. Die dagen zijn lang voorbij, en de invloed van de werkgevers op uw uitgestelde loon is een overblijfsel uit de middeleeuwen van ons pensioenstelsel. De rol van de overheid als werkgever kan niet beter geïllustreerd worden dan door het feit dat in 1995-6 een bedrag van 15 miljard euro door diezelfde overheid (de namen van Kok en Lubbers mogen hier niet ontbreken) uit het ABP gestolen is. Werkgevers en vakbonden zaten erbij en keken ernaar. De verplichte deelnemers waren het slachtoffer. Over de kwaliteit van het ABP bestuur is al veel gezegd. Wie gelooft dat figuren als Ed Nijpels, Harrie Borghouts en Xander den Uyl de mensen zijn die vertrouwen in één van de grootste pensioenfondsen ter wereld moeten bewerkstelligen, kan terecht als wereldvreemd beschouwd worden. En wie heeft er ooit van Joop van Lunteren gehoord?

2 De representativiteit van het ABP bestuur
De vakbonden vertegenwoordigen nog slechts 18 % van de werkenden en nauwelijks de gepensioneerden. Hun rol in onze samenleving is grotendeels uitgespeeld, maar dinosauriërs hebben slechts kleine breinen en leren langzaam. Te langzaam, want hun gebrek aan aanpassingsvermogen heeft tot hun uitsterven geleid. Toch houden zij met alle middelen aan de macht in de pensioenfondsen vast. Mooie baantjes en nog goed betaald ook. Zonder u of mij ooit iets te vragen. Ondanks dat het om ONS uitgestelde loon gaat. Ondanks de maatschappelijke onhoudbaarheid van deze situatie, doen de bonden nog hun uiterste best om een democratisch in de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel van Koser Kaya / Blok alsnog in de Eerste Kamer onder de tram te helpen. Uiteraard met steun van hun slippendragers CDA en PvdA.

3 Financieel risicomanagement bij het ABP
Het is geen geheim dat de kennis van financieel risicomanagement bij het ABP bestuur onder de maat is. Slechts twee van de dertien bestuursleden hebben enige kennis van zaken. Over een lange reeks van jaren heeft het ABP nagelaten om in goede tijden de buffers op te bouwen voor de slechte tijden die onvermijdelijk volgen. Premiekortingen in de jaren ’90, een ongerechtvaardigd optimisme zelfs tot november 2009 toen Xander den Uyl in Kassa nog beweerde dat er niets aan de hand was met het ABP, hebben het vertrouwen in het fonds gedecimeerd. Het ABP is het levende bewijs van een fonds dat uit zijn krachten gegroeid is, in moeilijke en snel wisselende economische omstandigheden niet meer snel en adequaat kan reageren, en dus de belangen van de verplichte deelnemers niet naar behoren kan behartigen.

4 Het beleggingsbeleid van het ABP
Over het beleggingsbeleid van het ABP bestaan bij experts zeer grote twijfels. Niettemin is het lastig harde gegevens boven tafel te krijgen over de echte risico’s die men verkozen heeft te lopen. Het niet afdekken van het renterisico wordt door velen gezien als een ernstige beleidsfout. Pogingen van onderzoeksjournalisten om relevante gegevens te verkrijgen zijn zelfs na een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur door het ABP gefrustreerd. Duidelijk is dat hier het laatste woord nog niet over is gesproken.

5 Het communicatiebeleid van het ABP
Het communicatiebeleid van het ABP is om te huilen. Doel is in elk geval niet om de verplichte deelnemers op de hoogte te stellen van de ontwikkelingen op pensioengebied, met name de minder aangename. In alle ABP publicaties, die vooral ‘advertorials’ van de FNV zijn, worden kritische geluiden uit alle macht geweerd, en wordt een weeë saus van braafheid en nietszeggendheid over de lezers uitgestort. Paginalange beschouwingen over de zeilboot van Ed Nijpels geven ongeveer het niveau van dit soort door de deelnemers tegen wil en dank bekostigde periodieken aan. Dit beleid voldoet niet aan de minimale eisen die aan iedere vorm van communicatiebeleid gesteld kunnen worden, en is tevens in veel gevallen bewust misleidend. Dat we hiermee in de buurt van verwijtbaar gedrag komen, moge duidelijk zijn.

6 Hoe nu verder?
Het ABP bestuur heerst, zonder zich te bekommeren om de belangen van de verplichte deelnemers die in veel gevallen een leven lang premie betaald hebben. Het pr beleid heeft vooral het onderstrepen van de eigen glorie van het ABP bestuur tot doel. Het communicatiebeleid is een slag in het gezicht van alle deelnemers in het fonds die als onwetende debielen behandeld worden. Het ABP in zijn huidige vorm heeft zijn uiterste houdbaarheidsdatum overschreden en ingrijpende maatregelen op korte termijn zijn vereist. In het belang van een ieder die zijn geloof in een goed collectief pensioenstelsel nog niet helemaal verloren heeft.

7 Gepensioneerden eisen
Vanuit het standpunt van gepensioneerden bezien dienen op de kortst mogelijke termijn de volgende maatregelen genomen te worden:

  1. Het per onmiddellijk afscheid nemen van een primitieve regenteske en arrogante bestuursstijl die het vertrouwen in het ABP in belangrijke mate door de jaren ondermijnd heeft. Alleen het werken met nieuwe mensen aan een bestuurlijke cultuur- en mentaliteitsverandering kan een wankelend ABP nog van de ondergang redden.
  2. Een geheel nieuwe bestuurssamenstelling tot stand brengen die gebaseerd is op kwaliteit, representativiteit, met uitsluiting van het old-boys-network, en met minimale werkgeversinvloed;
  3. Een transparante verslaggeving en een extern controleerbaar beleggingsbeleid implementeren;
  4. Een grondige onafhankelijke analyse van de kwaliteit van het functioneren van het ABP over een lange reeks van jaren laten uitvoeren;
  5. Een modernisering van het communicatiebeleid met spoed realiseren;
  6. De ABP periodieken open stellen voor mensen en organisaties met gefundeerde kritiek op het functioneren van het ABP;
  7. De verplichte deelnemers de keus te geven het ABP te verlaten en zich bij een ander fonds aan te sluiten.

Het is nu wel mooi geweest.

De hond die niet blafte
zondag 29 augustus 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Niet alleen uit het verleden valt veel te leren, dat geldt evenzeer voor de wereldliteratuur. Ik neem u daarom mee naar een beroemd verhaal waarin de onvolprezen Sherlock Holmes, geestelijk kind van de Engelse schrijver Sir Arthur Conan Doyle, figureert. Het mysterie waar het om gaat wordt opgelost omdat er iets niet gebeurt, omdat een hond waarvan je zou verwachten dat hij zou gaan blaffen, dat niet deed. Maar natuurlijk vraagt u zich af wat dat allemaal met pensioenen te maken heeft.

Nu het debat over onze pensioenen volop woedt, en allerlei hotemetoten hun kijk op de werkelijkheid in de media ventileren, hoor je natuurlijk heel veel totaal tegengestelde geluiden. Wie moet je nu eigenlijk geloven? Als je ouder en cynischer bent geworden, heb je zo langzamerhand geleerd waar je op moet letten. Ik doe u kosteloos het recept aan de hand. Je moet jezelf altijd drie vragen stellen: (i) Welk belang heeft de spreker bij de situatie waarom het gaat?; (ii) Waarom begint zij / hij er op dit moment over?; en (iii) Waar gaat zijn bijdrage vooral niet over? Welke honden blaffen er niet?

Gewapend met deze nuttige kennis blijkt de wereld om ons heen opeens een stuk overzichtelijker. Nu opeens voor diverse pensioenfondsen het risico van afstempelen bestaat, verdringen de pensioenfondsbesturen die je voorheen nooit hoorde over de kwaliteit van hun fonds zich opeens om te melden dat zij niet tot de afstempelaars behoren. Timing en inhoud van de boodschap zijn duidelijk, en het feit dat je zoiets expliciet meldt, geeft impliciet aan dat het fonds in de gevarenzone verkeert. Een hond die niet blaft, ook dat is informatie.

Een echte hondenliefhebber is natuurlijk Xander den Uyl. Hij heeft een kennel vol, en het curieuze van deze dieren is dat ze letterlijk nooit blaffen. In Kassa van november 2009 was zijn enige reactie op de resultaten van de door de NBP uitgevoerde berekeningen over de herstelplannen (die voor het ABP desastreus uitpakten), dat zijn bestuur het echt echt echt prima gedaan had. Ook trok hij de uitkomsten in twijfel omdat die het gevolg zouden zijn van een veel te zwart scenario dat door de NBP gehanteerd was. Ondanks het feit dat de NBP expliciet was uitgegaan van de eigen ABP cijfers. We kunnen vaststellen dat het ABP er nu heel wat beroerder voorstaat dan in november 2009. Wat toen al opviel was dat de Uylse honden Transparantie, Medezeggenschap en Beleggingsbeleid alle gelegenheden om te blaffen aan zich voorbij lieten gaan.

Ook het voorbeeld van Dick Sluimers, opperhoofd van de APG die de pensioenen van het ABP beheert, is verhelderend. Onlangs klaagde hij in alle media over de naar zijn mening te hoge schatting van de verplichtingen van de pensioenfondsen. Hij hield een warm pleidooi voor het invoeren van een hogere rekenrente, omdat de marktrente voor een pensioenfonds niet realistisch zou zijn en zich op een historisch dieptepunt bevond. Nu stelt de NBP dat al geruime tijd. Wat we niet begrijpen is waarom Sluimers bij het invoeren van deze nieuwe waarderingsmethode enige jaren geleden er een warm pleitbezorger van was. Is dat niet wat gewone mensen opportunisme noemen? Ook de timing van zijn boodschap was natuurlijk opvallend. Op het moment dat voor een aantal fondsen afstempeling dreigt, allemaal fondsen die er nauwelijks slechter voorstaan dan het ABP, was zijn causerie over de rekenrente wel een erg geschikte afleidingsmethode. En dat we zijn honden Beleggingsbeleid en ABP Dekkingsgraad niet hoorden blaffen, daar kunnen we nu gelukkig de juiste conclusies aan verbinden.

Ik heb er genoeg van, ik ga mijn computer uitzetten. Ik houd namelijk niet van honden, ik ben een kattenmens. Iemand die mensen kat zei u? Dat zijn dan uw woorden. Maar waarom adviseert mijn Vista Operating System toch steeds het apparaat in de sluimerstand te zetten? Waar heb ik dat aan verdiend? Ik zal Sherlock Holmes maar eens bellen.

Het laatste pensioentaboe geslecht
vrijdag 20 augustus 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Het is zover. Wat iedereen die zijn ogen niet in zijn zak heeft al jaren heeft zien aankomen, gaat nu gebeuren. Na het jarenlang niet uitbetalen van indexatie aan gepensioneerden, waardoor zij steeds meer in koopkracht achter zijn gaan lopen op de werkende bevolking, gaan nu ook de nominale pensioenen daadwerkelijk gekort worden. Zodra dat laatste taboe echt doorbroken wordt, zullen de pensioenen van miljoenen Nederlanders in vrije val geraken en zijn hun financiële zekerheden volledig zoek. We zullen de situatie analyseren aan de hand van drie vragen:

  1. Hoe heeft deze onaanvaardbare situatie kunnen ontstaan?
  2. Wie zijn verantwoordelijk?
  3. Wat te doen?

1 Hoe heeft deze onaanvaardbare situatie kunnen ontstaan?

De huidige noodtoestand is niet van vandaag of gisteren. In de jaren ’90 waren de beleggingsresultaten van pensioenfondsen zodanig dat in veel gevallen jarenlang premies werden geheven die ver beneden het kostendekkend niveau lagen. Leuk natuurlijk voor werkenden en werkgevers, althans tijdelijk, maar uiteindelijk de bijl aan de wortel van het pensioensysteem. Door dit wanbeleid is nagelaten de zo noodzakelijke buffers voor slechte tijden op te bouwen. Waar de filosofie van de mier geboden was, hadden de krekels het voor het zeggen. Want nog steeds is het zo dat ons systeem van aanvullende pensioenen in principe behoorlijk ongevoelig is voor de vergrijzing. Als op ieder moment alle werkenden een kostendekkende premie betalen, en er een doordacht en realistisch financieel risicomanagement wordt gevoerd, is er weinig aan de hand en kunnen resterende schokken opgevangen worden. Overigens ligt in de voorgaande zin besloten wat er precies is misgegaan. Als er dan ook nog een overheid is die zonder scrupules haar eigen werknemers besteelt door (in geval van het ABP in 1995-1996) 15 miljard euro uit het fonds te roven, dan is duidelijk waar veel van de ellende vandaan komt.

Ook de wijze waarop de bedrijfstakpensioenfondsen bestuurd worden is vragen om moeilijkheden. En omdat zo’n 80% van de Nederlanders verplicht van die fondsen afhankelijk is, is dat een uitermate serieus probleem. Deze fondsen worden paritair bestuurd door werkgevers en vakbonden die tot elke prijs (proef deze woorden: tot elke prijs, en u betaalt die prijs) de macht aan zich wensen te houden. Dat de werkgevers nauwelijks risico lopen, en de vakbonden nauwelijks representatief zijn voor werkenden en zo mogelijk nog minder voor gepensioneerden (zie mijn artikel op FDSelections van 17 augustus) is niet alleen maatschappelijk onaanvaardbaar, maar ook levensgevaarlijk. Met name de vakbonden zijn organisaties die vastzitten in een soms rijk verleden, maar hun toekomstvisie bestaat helaas uit achterom kijken. Dat, en hun natuurlijke neiging andere belanghebbenden buiten te sluiten, heeft over een periode van vele jaren lang geleid tot een regenteske bestuursmentaliteit die ronduit schadelijk is voor de belangen van alle verplichte deelnemers. Die gedwongen winkelnering is overigens ook een belangrijke factor die bijdraagt aan de weinig alerte wijze waarop pensioenfondsbesturen op veranderingen reageren. Hun klanten kunnen immers toch geen kant op? Ook de periodieken waarmee de fondsen met hun deelnemers ‘communiceren’ geven blijk van een middeleeuwse taakopvatting. Dit soort publicaties zijn vooral advertorials waarin de vakbonden hun eigen lof zingen, en waaruit kritische geluiden krachtig geweerd worden. Zo zult u in ABP publicaties tevergeefs zoeken naar de NBP omdat onze naam geweerd wordt uit de ABP kolommen. We zijn te lastig. Hoe dat ook moge zijn, een eigentijdse organisatie wint aan kracht door kritiek serieus te nemen en bij de beschouwingen te betrekken, niet door hautain de andere kant op te kijken.

Natuurlijk speelt de crisis van 2008 ook een belangrijke rol. Echter, de fondsbesturen praten opvallend weinig over het feit dat al sinds de jaren 2000-2001 de fondsen in zwaar weer zijn beland, waarbij de buffers voor zover aanwezig al in belangrijke mate verdwenen waren. De crisis van 2008 en de zeer lage rente van dit moment komen slechts bovenop een trend die al verre van zonnig was. Het is daarbij curieus dat de politiek deze renteverlaging gestimuleerd heeft om, in combinatie met financiële miljardensteun, de banken te ‘redden’, zonder overigens de daar heersende fatale bestuurscultuur van graaien en woekeren overtuigend aan te pakken. Dat dit alles ten koste ging van de belangen van alle gepensioneerden, is toen wel betoogd (ondermeer door de NBP), maar vervolgens voor het gemak maar even vergeten.

2 Wie zijn verantwoordelijk?

Uit bovenstaande is duidelijk dat werkgevers en vakbonden over een lange reeks van jaren niet de juiste mentaliteit aan de dag gelegd hebben om de belangen van alle verplichte deelnemers in de fondsen behoorlijk te behartigen. Dit heeft geleid tot een beleid dat op hoofdpunten ernstig tekort geschoten is, niet in het minst door het totaal verlies van vertrouwen bij de mensen waar de fondsen geacht worden voor te werken. Ook de politieke meerderheden uit het verleden, die belang hadden bij handhaving van de status quo in pensioenland, hebben bewust nagelaten de broodnodige veranderingen in de pensioenwet door te voeren. Zelfs nu nog blijkt uit het optreden van minister Donner dat hij het nog steeds niet begrepen heeft. De politiek heeft zitten slapen, het gesnurk van De Nederlandsche Bank (DNB) is al jaren oorverdovend, en hun enige belang lijkt te zijn om te betogen dat zij het allemaal ook niet weten en niet kunnen helpen. Dit wegvluchten in juridische schuilhoeken is een stuitend bewijs dat het niet de slachtoffers van het systeem zijn die centraal staan, maar de schijnbelangen van incompetente bestuurders. Het is toch niet te geloven dat miljoenen gepensioneerden de stuipen op het lijf gejaagd krijgen door wel te roepen dat het allemaal mis gaat met hun inkomen, maar geen gegevens te verstrekken over welke fondsen het betreft? Is er een groter failliet van het systeem denkbaar?

Wat de fondsen betreft, reeds de commissie Frijns heeft klip en klaar aangegeven dat er middels een slecht beleggingsbeleid miljarden van uw en mijn geld letterlijk vergokt zijn. Hoeveel fondsbestuurders werden gedwongen om af te treden? Juist, geen enkele. Pensioenfondsen zijn uitermate terughoudend met het verstrekken van gegevens over hun eigen beleggingsbeleid. En mocht u overwegen de bestuurders van uw fonds wegens wanprestatie voor de rechter te dagen, dan moet u weten dat volgens de statuten van bijvoorbeeld het ABP het pensioenfonds in zo’n geval de kosten van de procedure van de bestuurder betaalt. Op die manier betaalt u dubbel om het wanbeleid van hen die uw geld verjubelen aan de kaak te stellen. Een leuke wereld waarin wij leven.

3 Wat te doen?

Uit bovenstaande is duidelijk dat er een totale cultuuromslag nodig is om te komen tot een pensioenstelsel dat recht doet aan de belangen van al die Nederlanders die verplicht een leven lang sparen en in slaap zijn gesust met eindeloze mededelingen dat het allemaal wel goed zit. Misleiding en bedrog is het laatste dat zij verdienen. Dat het de hoogste tijd is om met de stofkam door de fondsbesturen te gaan en de Xander den Uyl en Harry Borghouts types met spoed te verwijderen, behoeft nauwelijks betoog. Alleen met dat soort maatregelen kan met de hoognodige cultuuromslag een begin gemaakt worden. Fondsbesturen dienen representatief te zijn voor allen die de risico’s lopen. Dat zijn dus de verplichte deelnemers. Daar is echt geen ontkomen meer aan.

En financieel? De belangen met name van oudere gepensioneerden dienen beschermd te worden. Zij zijn degenen die onder grote opofferingen dit land na de Tweede Wereldoorlog hebben opgebouwd. Zij zijn degenen die lage salarissen geaccepteerd hebben in ruil voor de toezegging van een waardevast pensioen. Zij zijn degenen die recht hebben op een betrouwbare overheid. Zij zijn de zwakken in onze samenleving waarvoor een fatsoenlijke overheid garant dient te staan. Zij hebben heel wat beter verdiend dan de huidige onzekerheid waarin zij door politiek en sociale partners gemanoeuvreerd worden.

Waar denken wij aan? De overheid dient tijdelijke garanties te geven aan de fondsen in nood, en tegelijkertijd deze fondsen onder curatele te stellen. Zij hebben bewezen hun taak niet aan te kunnen. Vervolgens dient er een reddingsplan geformuleerd te worden waarbij de verplichte deelnemers een uitgebreide stem in het kapittel krijgen. Ook dienen kleine fondsen gedwongen worden om te fuseren. Er is nu wel genoeg knoeiwerk geleverd.

Samenvattend….

Ik hoop van harte dat ouderen lering trekken uit wat zich er momenteel in pensioenland afspeelt. Uw belangen zijn bij de huidige overheid en bij uw pensioenfondsbesturen niet in goede handen. Er zijn fundamentele veranderingen nodig. Samen bent u een politieke macht van belang. Zodra u zich verenigt en politiek assertief voor uw belangen opkomt, kan niemand meer om u heen. Eerder dan u denkt krijgt u daartoe een uitgelezen mogelijkheid. Maar dat is een punt waar ik in september op terug kom.

FNV wringt zich in onmogelijke bochten
vrijdag 6 augustus 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Al eerder op deze website en in ons blad Pensioenbelangen is uitgebreid geageerd tegen het treurige ‘pensioenakkoord’ dat onlangs gesloten is tussen werkgevers en vakbonden. Uitgebreid is ingegaan op het feit dat de gezamenlijke bonden slechts minder dan 20% van alle werkenden vertegenwoordigen en dus voor deze groep niet representatief zijn. In nog veel mindere mate kunnen zij aanspraak maken op een rol waarin zij gepensioneerden zouden kunnen vertegenwoordigen. Eenvoudige feiten die door iedereen te controleren zijn. Niettemin worden de bedrijfstakpensioenfondsen bestuurd door vertegenwoordigers uitsluitend uit de kring van werkgevers en vakbonden. Een eigentijds schandaal waaraan in juni 2010 door de Tweede Kamer een halt is toegeroepen door het aannemen van het initiatiefwetsvoorstel Koser Kaya/Blok waarin ook voor gepensioneerden plaatsen worden ingeruimd in de besturen van bedrijfstakpensioenfondsen. Nu de Eerste Kamer nog, waar de vakbondsvazallen van PvdA en CDA alsnog roet in het eten kunnen gooien.

Als er dan een ‘pensioenakkoord’ zou bestaan, tussen wie en wie is dat ‘akkoord’ dan gesloten? Tussen werkgevers en vakbonden, laat men ons graag geloven. Laten we eens wat nauwkeuriger kijken naar hoe de vakbondsleden, met name die van het FNV, erover denken. Toen de hele zaak in een referendum aan de FNV leden werd voorgelegd, bracht slechts een zeer ondergeschikt deel van deze leden zijn stem uit, weliswaar met een meerderheid vóór. Echter, zoals onlangs bleek, het hoogste orgaan van de FNV, de bondsraad, verklaarde zich met 32 tegen 22 stemmen tegen. In zijn wijsheid en met de curieuze opvattingen over democratie die het FNV bestuur zo eigen zijn, werd deze uitspraak echter niet opgevolgd. Er is dus een akkoord dat door het hoogst verantwoordelijke orgaan binnen de FNV verworpen is, maar dat toch nog steeds als zodanig gepresenteerd wordt. Ondanks de woordbrij die het FNV zo kenmerkt in moeilijke dagen, is volstrekt duidelijk dat als er al een akkoord ligt, dit uitsluitend een zaakje is van wat bondsbobo’s, onderschreven door een zeer gering deel van de leden. En niet een erg fris zaakje bovendien. Immers, het feit dat de overgrote meerderheid van de verplichte deelnemers (actieven en gepensioneerden) in de bedrijfstakpensioenfondsen nooit naar een mening gevraagd is, maakt dit geheel tot een volstrekt lachwekkende exercitie.

Dat binnen de FNV een nieuwe wind is opgestoken, mag blijken uit het feit dat Xander den Uyl, vakbondsfossiel uit betere dagen, samen met enige anderen uit hun bestuursfuncties van de ABVA-KABO gezet zijn. Dat dezelfde Den Uyl nog steeds als vice-voorzitter van het ABP hetzelfde eentonige hoogste woord heeft als altijd, mag daarom misplaatst heten. Maar bij de FNV leert men slechts langzaam, heel langzaam.

De besturen van de bedrijfstakpensioenfondsen, met het ABP als grootste representant, en dikwijls riant bekostigd uit de bijdragen van de verplichte deelnemers, kreupelen voort. De dekkingsgraden van de vijf grootste fondsen zijn miserabel laag, en de besturen lijken alle zicht op hun eigen beleggingsbeleid verloren te hebben. Ook de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen, eveneens betaald door u en mij zonder dat ons ooit iets gevraagd is, houdt zich nog steeds bezig met navelstaren, met middeleeuwse geschiedenis en met achterhoedegevechten tegen de wet Koser Kaya/ Blok.

Deze gênante vertoning wordt zo mogelijk nog overtroffen door het ABP. In zijn jaarlijkse Rendez-Vous (ditmaal op 4 oktober in Den Haag), een pr aangelegenheid die alweer betaald wordt uit de zakken van de deelnemers, wordt het programma uitsluitend gewijd aan het verwerpelijke ‘pensioenakkoord’. Met FNV onderhandelaar Peter Gortzak als spreker weten we op de voorhand wat ons te wachten staat, met de democratie in de pensioenwereld als grootste maar niet enige slachtoffer. Opnieuw wordt het uitgestelde loon van gepensioneerden misbruikt om hun belangen te verkwanselen en hen op hun eigen kosten te schofferen. Opnieuw geeft het ABP bestuur er blijk van er he-le-maal NIETS van begrepen te hebben. Die vierde oktober kunt u daarom beter aan iets leuks besteden. De toekomstige gepensioneerden in het ABP bestuur kunnen hun tuingereedschap alvast aanschaffen, want te schoffelen, te wieden en te vegen valt er binnenkort genoeg.

Verspeeld vertrouwen
vrijdag 23 juli 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Zo’n tien jaar geleden stonden de media nog niet vol van het woord ‘vertrouwen’. Nu is er nauwelijks nog een onderwerp te bedenken, zoals de financiële wereld, de zakenwereld, de politiek, ons pensioenstelsel, of het woord ‘vertrouwen’ is niet van de lucht. Het gaat dan altijd om het ‘verder versterken van het vertrouwen’. De redenen zijn natuurlijk duidelijk. Als vertrouwen vanzelf spreekt, hoef je er niet over te praten. Als je tien jaar geleden een willekeurige Nederlander vroeg hoeveel vertrouwen hij in zijn bank of in zijn pensioenfonds had, dan werd je vreemd aangekeken. Je moest uitgebreid zoeken naar mensen die er geen vertrouwen in hadden. Dat beeld is sinds een aantal jaren grondig veranderd. Juist doordat het woord vertrouwen nu te pas en vooral te onpas wordt gebruikt, moeten we constateren dat er met datzelfde vertrouwen iets fundamenteel mis is. Want hoe vaker een woord wordt gebruikt, des te meer problemen er mee zijn. Laten we eens nagaan hoe dat zo is gekomen.

Natuurlijk zitten we midden in een grote financiële crisis. Onverantwoordelijk gedrag van bankiers, ontoereikend risicomanagement, en een stuitende bonusgraaicultuur zijn de hoofdoorzaken van deze crisis. De gemiddelde Nederlander wordt gezien als pion in een verdienmodel die je kunt proberen woekerpolissen en andere criminele financiële producten door de strot te duwen. Waar in redelijkheid de consument mag verwachten dat de financiële toezichthouders bescherming bieden tegen financieel wanbeleid van banken en verzekeraars, is voor iedereen behalve Nout Wellink duidelijk dat men hier enorme steken heeft laten vallen. Even duidelijk is dat in veel gevallen ook de Raden van Commissarissen, veel te vaak gedomineerd door leden van het old boys network die het vooral moeten hebben van hun kennissen en niet van hun kennis, al dan niet bewust hebben zitten slapen. Al met al een treurig beeld. Geen wonder dat de gemiddelde Nederlander uitermate cynisch is geworden over de hele financiële sector.

Ook de wijze waarop tot dusver is geprobeerd de gevolgen van de crisis te bestrijden, heeft het cynisme onder de bevolking slechts versterkt. Banken die door eigen toedoen in ernstige problemen zijn geraakt, zijn door enorme kapitaalinjecties van de overheid en op kosten van de belastingbetaler ‘gered’. De situatie in Nederland is niet zo heel verschillend van die in IJsland, waar een te grote financiële sector als een molensteen om de nek van de burger hangt. De verantwoordelijke bankiers hebben niets van hun arrogantie en graaizucht verloren, en blijven gewoon op hun post. Met hulp van de politiek zijn immers de risico’s mooi afgewenteld op de burger. En om het allemaal nog erger te maken, er is geen enkele garantie dat de kosten voor de belastingbetaler eenmalig zijn. Want er is ongetwijfeld meer economisch zwaar weer op komst.

Ook een nadere beschouwing van het bedrijfsleven leidt niet tot veel vrolijkheid. Mensen als Wientjes van VNO-NCW zingen graag de lof van het vrije ondernemerschap zonder overheidsinterventie op het gebied van arbeidsvoorwaarden, maar voor het geval de vrije jongens wat risico gaan lopen, moet toch de rekening bij voorkeur bij de belastingbetaler worden gelegd. En als de ondernemer met de vingers in de suikerpot wordt betrapt, zoals bij de bouwfraude of de vastgoedfraude, dan wordt snel een financiële schikking getroffen zonder dat de schuldvraag wordt onderzocht, laat staan beantwoord. Wie gelooft dat het bedrag van een dergelijke schikking hoger is dan de door fraude en bedrog verkregen opbrengsten, is aan deskundige hulp toe. Leg dat allemaal maar eens uit aan de burger die zijn belasting iets te laat betaalt en het volle overheidsgeweld over zich heen krijgt.

Ook voor de politiek geldt dat het vertrouwen van de kiezer zelden zo laag was. Ook dat is geen wonder. De politiek stoort zich nauwelijks aan de mening van de kiezer, komt beloften niet na, en laat na in de Eurozone bindende afspraken te maken. Zo blijken onze burgers financieel niet beschermd te zijn tegen frauderende en niet functionerende lidstaten. Uiteraard gaat de rekening voor dit debacle naar de belastingbetaler die via ongeëvenaarde bezuinigingen opnieuw voor de kosten mag opdraaien. Maar over hun eigen riante wachtgelden hoor je politici zelden. Ook de uitverkoop van essentiële Nederlandse belangen, als uitvloeisel van een pervers neoliberalisme, heeft in brede kring kwaad bloed gezet. Daarnaast is de dolgedraaide privatisering van overheidsfuncties met excessieve salarissen voor weinigen en aanzienlijk verslechterde werkomstandigheden voor velen een belangrijke steen des aanstoots. Het totaal ontbreken van ouderenbeleid en het behandelen van ouderen als de jojo’s van onze samenleving heeft miljoenen mensen van de politiek vervreemd. Wel weet de politiek met zeer grote regelmaar te melden hoezeer men zich bezig houdt met het ‘landsbelang’ en met ‘innovatie’. Maar zo langzamerhand begrijpt u dat hoe meer deze woorden worden genoemd, des te minder er van wordt waar gemaakt. De treurige werkelijkheid is dat ons land al jaren lang bezig is af te glijden op allerlei internationale ranglijsten.

De pensioenfondsen dan? Deze fossielen uit een grijs verleden hebben kans gezien het vertrouwen dat de grote meerderheid van de deelnemers eens heeft gehad in deze instellingen, volledig te verspelen. Het voornaamste kenmerk van de bedrijfstakpensioenfondsen, waar zo’n 80% van de Nederlanders verplicht bij is aangesloten, is helaas een volkomen gebrek aan modern maatschappelijk besef. Het is in deze tijd namelijk voor bijna iedereen vanzelfsprekend dat de deelnemers die alle risico’s lopen zonder bevoogding van bonden en werkgevers zeggenschap over hun eigen uitgestelde loon hebben. In feite zijn de fondsen gekaapt door vakbonden en werkgevers die tegen beter weten in een verkalkte bestuursstructuur in stand houden en de competentie missen de financiële belangen van de deelnemers naar behoren te behartigen. Deze onaanvaardbare aanpak wordt bovendien nog eens gecombineerd met een arrogantie en een neerbuigendheid in de richting van met name de gepensioneerden. Dat draagt bij deze categorie alleen maar bij aan de woede over wat zich momenteel omtrent hun uitgestelde loon afspeelt.

Het ABP als grootste pensioenfonds van Nederland zou een voorbeeldfunctie moeten vervullen, en doet dat ook, zij het in uiterst negatieve zin. Een sprekend voorbeeld. Op 4 oktober 2010 organiseert het ABP op kosten van de deelnemers een zogenaamd Rendez-Vous in Den Haag. Deze oefening in public relations wordt als volgt aangekondigd:

Samen werken aan een robuust pensioen
Bouwen aan (nieuw) vertrouwen van deelnemers, gepensioneerden en werkgevers in hun pensioenfonds is hierin de gezamenlijke uitdaging.

En de sprekers bij deze fraaie voornemens? Wel, houd u vast:

Cees Oudshoorn van VNO-NCW, Peter Gortzak van FNV, en Angelien Kemna van de raad van Bestuur van de APG Groep.

Kennelijk gaat het ABP werken aan het al dan niet nieuwe vertrouwen van onder meer gepensioneerden in hun fonds die al jaren lang bij werkenden in koopkracht achterblijven, zonder die gepensioneerden zelf aan het woord te laten over hun eigen uitgestelde loon. Erger nog, het is een regelrechte slag in het gezicht van alle gepensioneerden dat juist Peter Gortzak hier het woord gaat voeren. Deze bondsbons par excellence is, in kongsi met de werkgevers, de voornaamste architect van jarenlange hardnekkige pogingen van de FNV de gepensioneerden buiten spel te houden. Dat een ABP bestuur met open ogen durft te kiezen voor een dergelijke charade is het zoveelste bewijs van hun disfunctioneren.

Terug naar ons thema, het vertrouwen. Nederland staat op een belangrijk kruispunt. Te lang is onze samenleving onder de controle geweest van een zelfbenoemde elite die helaas niet in staat bleek of wilde zijn de belangen van de bevolking als geheel op voldoende niveau te behandelen. Het old boys network is er nadrukkelijk in geslaagd het vertrouwen van de gemiddelde Nederlander volledig te verspelen. Men hoeft geen futuroloog te zijn om te kunnen voorspellen dat dit vertrouwen nooit meer terug komt tenzij er ingrijpende maatregelen worden genomen in de financiële sector, in de politiek, in het bedrijfsleven, of bij de pensioenfondsen. Alleen een volledige cultuuromslag, met het verwijderen uit verantwoordelijke functies van al diegenen die zich incompetent of regelrecht frauduleus betoond hebben, kan helpen het inderdaad broodnodige vertrouwen in ons maatschappelijk en economisch systeem te herwinnen. Met minder nemen burgers van jong tot oud zo langzamerhand geen genoegen meer. De maat is vol.

Het ABP moddert door
zaterdag 17 juli 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Het ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, komt in steeds grotere problemen. De dekkingsgraad is gezakt naar een miserabele 95, waardoor het fonds niet aan zijn verplichtingen kan voldoen en in principe de uitbetaling van de pensioenen niet langer gegarandeerd is. Dat is op zichzelf niet nieuw, want reeds in 2009 werd het ABP door De Nederlandsche Bank (DNB) gedwongen een herstelplan in te dienen. De bedoeling van een herstelplan is natuurlijk de opgelopen schade te herstellen. Bij het ABP is echter van herstel geen sprake, omdat het fonds steeds dieper in het zelf aangelegde moeras van een middeleeuwse bestuurscultuur en een dubieus financieel beleid belandt.

In november 2009 werden in een programma van Kassa, dat in nauwe samenwerking met de NBP tot stand was gekomen, de herstelplannen van een vijftal bedrijfstakpensioenfondsen doorgerekend. Deze pensioenfondsen worden geacht de belangen van 80% van de verplichte deelnemers te behartigen. Ook het herstelplan van het ABP werd doorgelicht. De resultaten van dit onderzoek logen er niet om. Geen van de onderzochte fondsen zou binnen afzienbare tijd uit de financiële problemen komen, met ernstige gevolgen vooral voor gepensioneerden. Indexatie van pensioenen is immers voor de grote meerderheid van de gepensioneerden voor een lange reeks van jaren uit het zicht geraakt, en de koopkrachtverliezen voor deze kwetsbare groep lopen jaar na jaar op. Bij dit onderzoek behoorde het ABP tot de hekkensluiters. Xander den Uyl, vice-voorzitter, probeerde het publiek tevergeefs gerust te stellen door te roepen dat er niks aan de hand was, dat het ABP het uitstekend deed, en dat de NBP bij de berekeningen (waarvan de resultaten overigens niet bestreden werden) veel te zwarte uitgangspunten gehanteerd zou hebben. Met de kennelijke bedoeling om de kijker een rad voor ogen te draaien, en ongetwijfeld gesouffleerd door het ABP bestuurslid met het dikste bord voor zijn kop, Harry Borghouts, vertelde onze incompetente bestuurder er maar niet bij dat de uitgangspunten voor de berekening die van het herstelplan van het ABP zelf waren.

Nu leven we in juli 2010, en we kunnen helaas alleen maar constateren dat de NBP in haar conclusies nog veel te optimistisch is geweest. Het ABP staat er namelijk nu aanzienlijk slechter voor dan in november 2009, met zo langzamerhand dramatische gevolgen voor alle fondsdeelnemers, maar zeker ook de gepensioneerden. Waar de werkende deelnemers bij de pensioenfondsen de mogelijkheid hebben hun inkomenspositie via CAO onderhandelingen te verdedigen, is dat natuurlijk voor gepensioneerden niet weggelegd. Waar de koopkracht van werkenden in 2009 er nog behoorlijk op vooruit is gegaan, geldt voor gepensioneerden het volstrekte tegendeel. Zij zijn in de afgelopen periode de onmiddellijke slachtoffers geweest van wat het ABP met een mooi woord zijn ‘beleid’ verkiest te noemen. De politiek kijkt hierbij opvallend de andere kant op. Zo gaan we in Nederland met onze ouderen om.

Hoe nu verder? Om te beginnen dienen de deelnemers in het ABP zich te ontdoen van ongewenste bestuurders als Den Uyl en Borghouts, wegens bewezen financiële incompetentie. Dat de dezelfde Den Uyl niet herkozen is in zijn bestuursfunctie bij de ABVA-KABO, zou toch een teken aan de wand voor de FNV moeten zijn. Voorts moet de hele bestuursstructuur grondig op de schop en de exclusieve macht van werkgevers en vakbonden definitief gebroken worden en hun verwerpelijke ‘pensioenakkoord’ bijgezet op de begraafplaats der geschiedenis. In een volwassen samenleving is democratisering en keuzevrijheid zo vanzelfsprekend, dat het een raadsel mag heten waarom zij die zo duidelijk alle risico’s lopen bij de pensioenfondsen niets te zeggen hebben over hun eigen uitgestelde loon.

Het is in feite lachwekkend dat de commissie Scheltema na maanden navelstaren tot de conclusie kwam dat DSB nooit een bankvergunning had moeten krijgen en dat DNB zijn toezichthoudende taak wel erg luchtigjes had opgevat. Zoveel energie gestoken in een bankje waar slechts een paar miljard omging, en waarvan iedereen met enig gezond boerenverstand al tijden wist dat de zaak niet deugde. Zo maar eens een vraagje. Zou het niet beter zijn geweest eens daadwerkelijk toezicht te houden op de pensioensector waar de zoveel grotere financiële problemen buitengewoon ernstige gevolgen hebben voor het merendeel van de Nederlanders die een leven lang verplicht hun premies betalen aan een fonds dat ze nooit gekozen hebben? Zou het geen goed idee zijn als DNB zich eindelijk eens met de belangen van al die gewone Nederlanders ging bemoeien, liever dan met juridische haarkloverijen ons uit te leggen dat zij het ook niet kunnen helpen? Zou een beetje daadkracht eindelijk niet eens een goed idee zijn?

Het woord is helaas aan de politiek, een politiek die zich niets gelegen laat liggen aan ouderen in onze samenleving, een politiek die met de mond belijdt dat Nederland zo snel mogelijk weer eens bestuurd moet worden, maar in werkelijkheid slechts met de eigen partijbelangen en de verdeling van lucratieve baantjes onder de eigen partijleden bezig is. Want dat gaat gewoon door, of we nu een regering hebben of niet. Met zoveel aandacht voor het eigenbelang hoeft het niet te verbazen dat men geen tijd over heeft voor overleg met partijen als SP en PVV waarop zo’n tweeënhalf miljoen burgers gestemd hebben. En dan verbazing veinzen als het vertrouwen in de politiek nog verder daalt dan zelfs de meest cynische toeschouwer vermoed zou hebben. Waarom zou het trouwens voor de hand liggen dat alle functies van enig belang toegeschoven worden aan leden van een paar politieke partijen die slechts ongeveer één procent van alle Nederlanders tot hun leden kunnen rekenen? Zouden er onder de overige 99% geen competente burgers zijn? Met deze treurige houding en een unieke interpretatie van de leus ‘eigen volk eerst’ is de bestuurlijke kwaliteit van Nederland bepaald niet gediend.

Terug naar het ABP. Hoe ver moet de dekkingsgraad zakken, hoe lang moet de indexatie van weerloze gepensioneerden bevroren worden voordat de goed bezoldigde ABP-elite (uiteraard, op uw kosten) beseft dat veranderingen essentieel zijn? Hoe lang accepteren de verplichte deelnemers bij dit kreupelende fonds nog dat hun uitgestelde loon door werkgevers en vakbonden ‘beheerd’ wordt zonder dat ze enige invloed op het resultaat hebben? Hoe lang accepteren ouderen nog de bevoogding die partijen als CDA en PvdA, als slaafse verlengstukken van de vakbonden, hen al meer dan veertig jaar door de strot duwen? Er zijn revoluties om minder begonnen.

Principiële doorbraak
donderdag 8 juli 2010

Tweede Kamer aanvaardt wetsvoorstel medezeggenschap in pensioenfondsbesturen!

Erwin Nypels Erwin Nypels, oud-voorzitter NBP

Donderdagavond 1 juli 2010 heeft de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel van de Kamerleden Fatma Koser Kaya (D66) en Stef Blok (VVD) met name over de medezeggenschap van gepensioneerden in de besturen van pensioenfondsen aanvaard. Een doorbraak in de medezeggenschapsverhoudingen! Voor stemden de fracties van VVD, PVV, D66, GroenLinks, SGP en Partij voor de Dieren. Tegen de fracties van PvdA, CDA, SP en ChristenUnie. Daaraan voorafgaand was het sterk beperkende en negatieve amendement van de fracties van CDA, PvdA en ChristenUnie door een grote meerderheid verworpen. Eenzelfde lot onderging het amendement van de SP-fractie om te komen tot een zetelverdeling binnen de besturen van pensioenfondsen van 1/3, 1/3 en 1/3 voor zowel werkgevers en werknemers als gepensioneerden. De hoofdstrekking van het wetsvoorstel is door de langdurige Kamerbehandeling en de pogingen tot amendering uiteindelijk niet aangetast. Integendeel de betekenis van het wetsvoorstel is zelfs toegenomen doordat als gevolg van de pleidooien van de fracties van CDA, PvdA, GroenLinks en D66 in het wetsvoorstel een wettelijke grondslag is opgenomen voor het streven naar meer diversiteit in de samenstelling van de fondsbesturen. Het gaat daarbij speciaal om jongeren en vrouwen. De initiatiefnemers hebben verder ook één voorstel uit het amendement van fracties van CDA, PvdA en ChristenUnie in een nota van wijziging overgenomen. De drie fracties hadden voorgesteld om te regelen dat de benoeming van de vertegenwoordigers van de gepensioneerden in het bestuur van een ondernemings- of bedrijfstakpensioenfonds plaats vindt na verkiezing waarbij de gepensioneerden ook externe deskundigen als kandidaten kunnen stellen. De nota van wijziging legt dit vast.

Momenteel is 70% van de gepensioneerden, voornamelijk in bedrijfstakpensioenfondsen, niet in het bestuur van hun pensioenfondsen vertegenwoordigd. Het initiatiefwetsvoorstel wil aan deze voorwereldlijke toestand een einde maken. De NBP heeft als eerst bond in ons land 42 jaar geleden de kat de bel aangebonden door een vertegenwoordiging van de gepensioneerden te vragen in de toenmalige raad van toezicht van pensioenfonds ABP. Sindsdien heeft de bond, eerst vrijwel alleen, en later met een groeiende steun van de andere ouderen- en gepensioneerdenorganisaties, consequent voor structurele wetgeving op dit gebied gepleit. Door de aanneming van het initiatiefwetsvoorstel door de Tweede Kamer op 1 juli 2010 is dus ook voor de NBP een mijlpaal bereikt! Dit werd overigens mogelijk door de nieuwe krachtsverhoudingen in dit college, hetgeen het nut van verkiezingen aantoont!

Hieronder volgt een samenvatting van het initiatiefwetsvoorstel Koser Kaya / Blok zoals dit door de Tweede Kamer is aangenomen:

  • De gepensioneerden van zowel bedrijfstakpensioenfondsen als ondernemingspensioenfondsen krijgen, evenals de werknemers, een wettelijk afdwingbaar recht op vertegenwoordiging in de besturen van hun fondsen. De gepensioneerden en de werknemers zijn daarbij vertegenwoordigd evenredig aan hun aantallen binnen het fonds. Wanneer de betrokken partijen bij het fonds het daarover eens zijn, kan een ander verdelingscriterium gekozen worden (regelend recht). In samenhang met de wijziging van de pariteitsbepalingen (zie hieronder) wordt het daardoor ook mogelijk een zetelverdeling in een bestuur af te spreken tussen werkgevers, werknemers en gepensioneerden van 1/3, 1/3 en 1/3.
  • Het recht op vertegenwoordiging in het bestuur van hun fonds wordt voor de gepensioneerden gerealiseerd, hetzij doordat het fondsbestuur op eigen initiatief hiertoe een besluit neemt, hetzij doordat een meerderheid van de gepensioneerden zich daarvoor uitspreekt in een schriftelijke raadpleging met een respons van ten minste 10%. De wet bevat criteria die aangegeven wanneer een dergelijke raadpleging gehouden moet worden. De uitslag van de raadpleging heeft geen gevolgen voor het al dan niet voortbestaan van de deelnemersraad bij het pensioenfonds.
  • De benoeming van de vertegenwoordigers van de gepensioneerden in het bestuur van een ondernemings- of bedrijfstakpensioenfonds vindt plaats na een verkiezing waarbij de gepensioneerden ook externe deskundigen van buiten hun eigen kring kandidaat mogen stellen. Het wetsvoorstel opent tevens voor de werknemers van ondernemingspensioenfondsen de mogelijkheid om bij bestuursverkiezingen externe kandidaten te stellen. (Voor de werknemers van bedrijfstakpensioenfondsen bevat de Pensioenwet hiervoor momenteel geen belemmeringen.)
  • De pariteitsbepalingen voor de besturen van de bedrijfstakfondsen worden gelijkgetrokken met de pariteitsbepalingen uit de oude en nieuwe wetgeving voor de besturen van de ondernemingspensioenfondsen. Dit houdt in dat de vertegenwoordigers van de werknemers en van de gepensioneerden tezamen recht hebben op ten minste evenveel zetels als de vertegenwoordigers van de werkgevers (regelend recht). Hierdoor is het mogelijk dat de betrokken partijen in een pensioenfonds afspreken dat de nieuwe vertegenwoordigers van de gepensioneerden niet in de plaats van, maar naast die van de werknemers komen. Tevens kan hierdoor woorden afgesproken dat in het bestuur van een fonds het aantal vertegenwoordigers van de werkgever(s) wordt vastgesteld op minder dan de helft wanneer bij voorbeeld de risico’s van de werkgever(s) in de pensioenregeling belangrijk zijn beperkt.
  • Het streven naar meer diversiteit bij de pensioenfondsbesturen, met name ten aanzien van vrouwen en jongeren, krijgt een wettelijke grondslag. Daartoe wordt bepaald dat in de besturen van bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen de belanghebbenden op een evenwichtige wijze vertegenwoordigd dienen te zijn. Onder een evenwichtige vertegenwoordiging van de belanghebbenden wordt verstaan dat het bestuur van een pensioenfonds wat betreft de samenstelling moet aansluiten bij de diversiteit van het verzekerdenbestand. Er wordt van uit gegaan dat voor de uitwerking hiervan een convenant wordt gesloten tussen de betrokken centrale belangenorganisaties.
  • Bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen worden verplicht om op verzoek van werknemers of een vereniging van werknemers mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de werknemers van het fonds over het voornemen tot oprichting of over het bestaan van een vereniging van werknemers. Eenzelfde verplichting bestaat voor deze fondsen bij een verzoek van gepensioneerden of een vereniging van gepensioneerden mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de gepensioneerden van het fonds over het voornemen tot oprichting of over het bestaan van een vereniging van gepensioneerden.
  • Een minderheid van 30% van de leden van de deelnemersraad krijgt een recht van beroep bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam om te laten toetsen of door het bestuur de wettelijke verplichting tot evenwichtige belangenbehartiging voldoende inhoud is gegeven. Dit kan van betekenis zijn voor een minderheid zoals gepensioneerden, werknemers bij inkrimpende fondsen, jongeren en vrouwen.  Een kleine minderheid zal dan om de vereiste 30% te halen enige steun moeten verkrijgen vanuit andere groepen.

    Het wetsvoorstel moet uiteraard nog door de Eerste Kamer behandeld worden. Deze Kamer kan de inhoud echter niet meer veranderen. Uit de aanneming van het voorstel blijkt in ieder geval dat tij ten gunste aan het keren is. De achterstelling van de gepensioneerden op het gebied van de medezeggenschap in hun eigen pensioenfondsen begon het karakter van discriminatie te krijgen. De samenleving laat nu blijken daar geen genoegen meer mee te nemen. Maar het motto blijft voorlopig nog: Laat Fatma en Stef hun karwei afmaken! Op naar de Eerste Kamer!