Weblog

Verspeeld vertrouwen
vrijdag 23 juli 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Zo’n tien jaar geleden stonden de media nog niet vol van het woord ‘vertrouwen’. Nu is er nauwelijks nog een onderwerp te bedenken, zoals de financiële wereld, de zakenwereld, de politiek, ons pensioenstelsel, of het woord ‘vertrouwen’ is niet van de lucht. Het gaat dan altijd om het ‘verder versterken van het vertrouwen’. De redenen zijn natuurlijk duidelijk. Als vertrouwen vanzelf spreekt, hoef je er niet over te praten. Als je tien jaar geleden een willekeurige Nederlander vroeg hoeveel vertrouwen hij in zijn bank of in zijn pensioenfonds had, dan werd je vreemd aangekeken. Je moest uitgebreid zoeken naar mensen die er geen vertrouwen in hadden. Dat beeld is sinds een aantal jaren grondig veranderd. Juist doordat het woord vertrouwen nu te pas en vooral te onpas wordt gebruikt, moeten we constateren dat er met datzelfde vertrouwen iets fundamenteel mis is. Want hoe vaker een woord wordt gebruikt, des te meer problemen er mee zijn. Laten we eens nagaan hoe dat zo is gekomen.

Natuurlijk zitten we midden in een grote financiële crisis. Onverantwoordelijk gedrag van bankiers, ontoereikend risicomanagement, en een stuitende bonusgraaicultuur zijn de hoofdoorzaken van deze crisis. De gemiddelde Nederlander wordt gezien als pion in een verdienmodel die je kunt proberen woekerpolissen en andere criminele financiële producten door de strot te duwen. Waar in redelijkheid de consument mag verwachten dat de financiële toezichthouders bescherming bieden tegen financieel wanbeleid van banken en verzekeraars, is voor iedereen behalve Nout Wellink duidelijk dat men hier enorme steken heeft laten vallen. Even duidelijk is dat in veel gevallen ook de Raden van Commissarissen, veel te vaak gedomineerd door leden van het old boys network die het vooral moeten hebben van hun kennissen en niet van hun kennis, al dan niet bewust hebben zitten slapen. Al met al een treurig beeld. Geen wonder dat de gemiddelde Nederlander uitermate cynisch is geworden over de hele financiële sector.

Ook de wijze waarop tot dusver is geprobeerd de gevolgen van de crisis te bestrijden, heeft het cynisme onder de bevolking slechts versterkt. Banken die door eigen toedoen in ernstige problemen zijn geraakt, zijn door enorme kapitaalinjecties van de overheid en op kosten van de belastingbetaler ‘gered’. De situatie in Nederland is niet zo heel verschillend van die in IJsland, waar een te grote financiële sector als een molensteen om de nek van de burger hangt. De verantwoordelijke bankiers hebben niets van hun arrogantie en graaizucht verloren, en blijven gewoon op hun post. Met hulp van de politiek zijn immers de risico’s mooi afgewenteld op de burger. En om het allemaal nog erger te maken, er is geen enkele garantie dat de kosten voor de belastingbetaler eenmalig zijn. Want er is ongetwijfeld meer economisch zwaar weer op komst.

Ook een nadere beschouwing van het bedrijfsleven leidt niet tot veel vrolijkheid. Mensen als Wientjes van VNO-NCW zingen graag de lof van het vrije ondernemerschap zonder overheidsinterventie op het gebied van arbeidsvoorwaarden, maar voor het geval de vrije jongens wat risico gaan lopen, moet toch de rekening bij voorkeur bij de belastingbetaler worden gelegd. En als de ondernemer met de vingers in de suikerpot wordt betrapt, zoals bij de bouwfraude of de vastgoedfraude, dan wordt snel een financiële schikking getroffen zonder dat de schuldvraag wordt onderzocht, laat staan beantwoord. Wie gelooft dat het bedrag van een dergelijke schikking hoger is dan de door fraude en bedrog verkregen opbrengsten, is aan deskundige hulp toe. Leg dat allemaal maar eens uit aan de burger die zijn belasting iets te laat betaalt en het volle overheidsgeweld over zich heen krijgt.

Ook voor de politiek geldt dat het vertrouwen van de kiezer zelden zo laag was. Ook dat is geen wonder. De politiek stoort zich nauwelijks aan de mening van de kiezer, komt beloften niet na, en laat na in de Eurozone bindende afspraken te maken. Zo blijken onze burgers financieel niet beschermd te zijn tegen frauderende en niet functionerende lidstaten. Uiteraard gaat de rekening voor dit debacle naar de belastingbetaler die via ongeëvenaarde bezuinigingen opnieuw voor de kosten mag opdraaien. Maar over hun eigen riante wachtgelden hoor je politici zelden. Ook de uitverkoop van essentiële Nederlandse belangen, als uitvloeisel van een pervers neoliberalisme, heeft in brede kring kwaad bloed gezet. Daarnaast is de dolgedraaide privatisering van overheidsfuncties met excessieve salarissen voor weinigen en aanzienlijk verslechterde werkomstandigheden voor velen een belangrijke steen des aanstoots. Het totaal ontbreken van ouderenbeleid en het behandelen van ouderen als de jojo’s van onze samenleving heeft miljoenen mensen van de politiek vervreemd. Wel weet de politiek met zeer grote regelmaar te melden hoezeer men zich bezig houdt met het ‘landsbelang’ en met ‘innovatie’. Maar zo langzamerhand begrijpt u dat hoe meer deze woorden worden genoemd, des te minder er van wordt waar gemaakt. De treurige werkelijkheid is dat ons land al jaren lang bezig is af te glijden op allerlei internationale ranglijsten.

De pensioenfondsen dan? Deze fossielen uit een grijs verleden hebben kans gezien het vertrouwen dat de grote meerderheid van de deelnemers eens heeft gehad in deze instellingen, volledig te verspelen. Het voornaamste kenmerk van de bedrijfstakpensioenfondsen, waar zo’n 80% van de Nederlanders verplicht bij is aangesloten, is helaas een volkomen gebrek aan modern maatschappelijk besef. Het is in deze tijd namelijk voor bijna iedereen vanzelfsprekend dat de deelnemers die alle risico’s lopen zonder bevoogding van bonden en werkgevers zeggenschap over hun eigen uitgestelde loon hebben. In feite zijn de fondsen gekaapt door vakbonden en werkgevers die tegen beter weten in een verkalkte bestuursstructuur in stand houden en de competentie missen de financiële belangen van de deelnemers naar behoren te behartigen. Deze onaanvaardbare aanpak wordt bovendien nog eens gecombineerd met een arrogantie en een neerbuigendheid in de richting van met name de gepensioneerden. Dat draagt bij deze categorie alleen maar bij aan de woede over wat zich momenteel omtrent hun uitgestelde loon afspeelt.

Het ABP als grootste pensioenfonds van Nederland zou een voorbeeldfunctie moeten vervullen, en doet dat ook, zij het in uiterst negatieve zin. Een sprekend voorbeeld. Op 4 oktober 2010 organiseert het ABP op kosten van de deelnemers een zogenaamd Rendez-Vous in Den Haag. Deze oefening in public relations wordt als volgt aangekondigd:

Samen werken aan een robuust pensioen
Bouwen aan (nieuw) vertrouwen van deelnemers, gepensioneerden en werkgevers in hun pensioenfonds is hierin de gezamenlijke uitdaging.

En de sprekers bij deze fraaie voornemens? Wel, houd u vast:

Cees Oudshoorn van VNO-NCW, Peter Gortzak van FNV, en Angelien Kemna van de raad van Bestuur van de APG Groep.

Kennelijk gaat het ABP werken aan het al dan niet nieuwe vertrouwen van onder meer gepensioneerden in hun fonds die al jaren lang bij werkenden in koopkracht achterblijven, zonder die gepensioneerden zelf aan het woord te laten over hun eigen uitgestelde loon. Erger nog, het is een regelrechte slag in het gezicht van alle gepensioneerden dat juist Peter Gortzak hier het woord gaat voeren. Deze bondsbons par excellence is, in kongsi met de werkgevers, de voornaamste architect van jarenlange hardnekkige pogingen van de FNV de gepensioneerden buiten spel te houden. Dat een ABP bestuur met open ogen durft te kiezen voor een dergelijke charade is het zoveelste bewijs van hun disfunctioneren.

Terug naar ons thema, het vertrouwen. Nederland staat op een belangrijk kruispunt. Te lang is onze samenleving onder de controle geweest van een zelfbenoemde elite die helaas niet in staat bleek of wilde zijn de belangen van de bevolking als geheel op voldoende niveau te behandelen. Het old boys network is er nadrukkelijk in geslaagd het vertrouwen van de gemiddelde Nederlander volledig te verspelen. Men hoeft geen futuroloog te zijn om te kunnen voorspellen dat dit vertrouwen nooit meer terug komt tenzij er ingrijpende maatregelen worden genomen in de financiële sector, in de politiek, in het bedrijfsleven, of bij de pensioenfondsen. Alleen een volledige cultuuromslag, met het verwijderen uit verantwoordelijke functies van al diegenen die zich incompetent of regelrecht frauduleus betoond hebben, kan helpen het inderdaad broodnodige vertrouwen in ons maatschappelijk en economisch systeem te herwinnen. Met minder nemen burgers van jong tot oud zo langzamerhand geen genoegen meer. De maat is vol.

Het ABP moddert door
zaterdag 17 juli 2010

Kees de Lange Kees de Lange

Het ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, komt in steeds grotere problemen. De dekkingsgraad is gezakt naar een miserabele 95, waardoor het fonds niet aan zijn verplichtingen kan voldoen en in principe de uitbetaling van de pensioenen niet langer gegarandeerd is. Dat is op zichzelf niet nieuw, want reeds in 2009 werd het ABP door De Nederlandsche Bank (DNB) gedwongen een herstelplan in te dienen. De bedoeling van een herstelplan is natuurlijk de opgelopen schade te herstellen. Bij het ABP is echter van herstel geen sprake, omdat het fonds steeds dieper in het zelf aangelegde moeras van een middeleeuwse bestuurscultuur en een dubieus financieel beleid belandt.

In november 2009 werden in een programma van Kassa, dat in nauwe samenwerking met de NBP tot stand was gekomen, de herstelplannen van een vijftal bedrijfstakpensioenfondsen doorgerekend. Deze pensioenfondsen worden geacht de belangen van 80% van de verplichte deelnemers te behartigen. Ook het herstelplan van het ABP werd doorgelicht. De resultaten van dit onderzoek logen er niet om. Geen van de onderzochte fondsen zou binnen afzienbare tijd uit de financiële problemen komen, met ernstige gevolgen vooral voor gepensioneerden. Indexatie van pensioenen is immers voor de grote meerderheid van de gepensioneerden voor een lange reeks van jaren uit het zicht geraakt, en de koopkrachtverliezen voor deze kwetsbare groep lopen jaar na jaar op. Bij dit onderzoek behoorde het ABP tot de hekkensluiters. Xander den Uyl, vice-voorzitter, probeerde het publiek tevergeefs gerust te stellen door te roepen dat er niks aan de hand was, dat het ABP het uitstekend deed, en dat de NBP bij de berekeningen (waarvan de resultaten overigens niet bestreden werden) veel te zwarte uitgangspunten gehanteerd zou hebben. Met de kennelijke bedoeling om de kijker een rad voor ogen te draaien, en ongetwijfeld gesouffleerd door het ABP bestuurslid met het dikste bord voor zijn kop, Harry Borghouts, vertelde onze incompetente bestuurder er maar niet bij dat de uitgangspunten voor de berekening die van het herstelplan van het ABP zelf waren.

Nu leven we in juli 2010, en we kunnen helaas alleen maar constateren dat de NBP in haar conclusies nog veel te optimistisch is geweest. Het ABP staat er namelijk nu aanzienlijk slechter voor dan in november 2009, met zo langzamerhand dramatische gevolgen voor alle fondsdeelnemers, maar zeker ook de gepensioneerden. Waar de werkende deelnemers bij de pensioenfondsen de mogelijkheid hebben hun inkomenspositie via CAO onderhandelingen te verdedigen, is dat natuurlijk voor gepensioneerden niet weggelegd. Waar de koopkracht van werkenden in 2009 er nog behoorlijk op vooruit is gegaan, geldt voor gepensioneerden het volstrekte tegendeel. Zij zijn in de afgelopen periode de onmiddellijke slachtoffers geweest van wat het ABP met een mooi woord zijn ‘beleid’ verkiest te noemen. De politiek kijkt hierbij opvallend de andere kant op. Zo gaan we in Nederland met onze ouderen om.

Hoe nu verder? Om te beginnen dienen de deelnemers in het ABP zich te ontdoen van ongewenste bestuurders als Den Uyl en Borghouts, wegens bewezen financiële incompetentie. Dat de dezelfde Den Uyl niet herkozen is in zijn bestuursfunctie bij de ABVA-KABO, zou toch een teken aan de wand voor de FNV moeten zijn. Voorts moet de hele bestuursstructuur grondig op de schop en de exclusieve macht van werkgevers en vakbonden definitief gebroken worden en hun verwerpelijke ‘pensioenakkoord’ bijgezet op de begraafplaats der geschiedenis. In een volwassen samenleving is democratisering en keuzevrijheid zo vanzelfsprekend, dat het een raadsel mag heten waarom zij die zo duidelijk alle risico’s lopen bij de pensioenfondsen niets te zeggen hebben over hun eigen uitgestelde loon.

Het is in feite lachwekkend dat de commissie Scheltema na maanden navelstaren tot de conclusie kwam dat DSB nooit een bankvergunning had moeten krijgen en dat DNB zijn toezichthoudende taak wel erg luchtigjes had opgevat. Zoveel energie gestoken in een bankje waar slechts een paar miljard omging, en waarvan iedereen met enig gezond boerenverstand al tijden wist dat de zaak niet deugde. Zo maar eens een vraagje. Zou het niet beter zijn geweest eens daadwerkelijk toezicht te houden op de pensioensector waar de zoveel grotere financiële problemen buitengewoon ernstige gevolgen hebben voor het merendeel van de Nederlanders die een leven lang verplicht hun premies betalen aan een fonds dat ze nooit gekozen hebben? Zou het geen goed idee zijn als DNB zich eindelijk eens met de belangen van al die gewone Nederlanders ging bemoeien, liever dan met juridische haarkloverijen ons uit te leggen dat zij het ook niet kunnen helpen? Zou een beetje daadkracht eindelijk niet eens een goed idee zijn?

Het woord is helaas aan de politiek, een politiek die zich niets gelegen laat liggen aan ouderen in onze samenleving, een politiek die met de mond belijdt dat Nederland zo snel mogelijk weer eens bestuurd moet worden, maar in werkelijkheid slechts met de eigen partijbelangen en de verdeling van lucratieve baantjes onder de eigen partijleden bezig is. Want dat gaat gewoon door, of we nu een regering hebben of niet. Met zoveel aandacht voor het eigenbelang hoeft het niet te verbazen dat men geen tijd over heeft voor overleg met partijen als SP en PVV waarop zo’n tweeënhalf miljoen burgers gestemd hebben. En dan verbazing veinzen als het vertrouwen in de politiek nog verder daalt dan zelfs de meest cynische toeschouwer vermoed zou hebben. Waarom zou het trouwens voor de hand liggen dat alle functies van enig belang toegeschoven worden aan leden van een paar politieke partijen die slechts ongeveer één procent van alle Nederlanders tot hun leden kunnen rekenen? Zouden er onder de overige 99% geen competente burgers zijn? Met deze treurige houding en een unieke interpretatie van de leus ‘eigen volk eerst’ is de bestuurlijke kwaliteit van Nederland bepaald niet gediend.

Terug naar het ABP. Hoe ver moet de dekkingsgraad zakken, hoe lang moet de indexatie van weerloze gepensioneerden bevroren worden voordat de goed bezoldigde ABP-elite (uiteraard, op uw kosten) beseft dat veranderingen essentieel zijn? Hoe lang accepteren de verplichte deelnemers bij dit kreupelende fonds nog dat hun uitgestelde loon door werkgevers en vakbonden ‘beheerd’ wordt zonder dat ze enige invloed op het resultaat hebben? Hoe lang accepteren ouderen nog de bevoogding die partijen als CDA en PvdA, als slaafse verlengstukken van de vakbonden, hen al meer dan veertig jaar door de strot duwen? Er zijn revoluties om minder begonnen.

Principiële doorbraak
donderdag 8 juli 2010

Tweede Kamer aanvaardt wetsvoorstel medezeggenschap in pensioenfondsbesturen!

Erwin Nypels Erwin Nypels, oud-voorzitter NBP

Donderdagavond 1 juli 2010 heeft de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel van de Kamerleden Fatma Koser Kaya (D66) en Stef Blok (VVD) met name over de medezeggenschap van gepensioneerden in de besturen van pensioenfondsen aanvaard. Een doorbraak in de medezeggenschapsverhoudingen! Voor stemden de fracties van VVD, PVV, D66, GroenLinks, SGP en Partij voor de Dieren. Tegen de fracties van PvdA, CDA, SP en ChristenUnie. Daaraan voorafgaand was het sterk beperkende en negatieve amendement van de fracties van CDA, PvdA en ChristenUnie door een grote meerderheid verworpen. Eenzelfde lot onderging het amendement van de SP-fractie om te komen tot een zetelverdeling binnen de besturen van pensioenfondsen van 1/3, 1/3 en 1/3 voor zowel werkgevers en werknemers als gepensioneerden. De hoofdstrekking van het wetsvoorstel is door de langdurige Kamerbehandeling en de pogingen tot amendering uiteindelijk niet aangetast. Integendeel de betekenis van het wetsvoorstel is zelfs toegenomen doordat als gevolg van de pleidooien van de fracties van CDA, PvdA, GroenLinks en D66 in het wetsvoorstel een wettelijke grondslag is opgenomen voor het streven naar meer diversiteit in de samenstelling van de fondsbesturen. Het gaat daarbij speciaal om jongeren en vrouwen. De initiatiefnemers hebben verder ook één voorstel uit het amendement van fracties van CDA, PvdA en ChristenUnie in een nota van wijziging overgenomen. De drie fracties hadden voorgesteld om te regelen dat de benoeming van de vertegenwoordigers van de gepensioneerden in het bestuur van een ondernemings- of bedrijfstakpensioenfonds plaats vindt na verkiezing waarbij de gepensioneerden ook externe deskundigen als kandidaten kunnen stellen. De nota van wijziging legt dit vast.

Momenteel is 70% van de gepensioneerden, voornamelijk in bedrijfstakpensioenfondsen, niet in het bestuur van hun pensioenfondsen vertegenwoordigd. Het initiatiefwetsvoorstel wil aan deze voorwereldlijke toestand een einde maken. De NBP heeft als eerst bond in ons land 42 jaar geleden de kat de bel aangebonden door een vertegenwoordiging van de gepensioneerden te vragen in de toenmalige raad van toezicht van pensioenfonds ABP. Sindsdien heeft de bond, eerst vrijwel alleen, en later met een groeiende steun van de andere ouderen- en gepensioneerdenorganisaties, consequent voor structurele wetgeving op dit gebied gepleit. Door de aanneming van het initiatiefwetsvoorstel door de Tweede Kamer op 1 juli 2010 is dus ook voor de NBP een mijlpaal bereikt! Dit werd overigens mogelijk door de nieuwe krachtsverhoudingen in dit college, hetgeen het nut van verkiezingen aantoont!

Hieronder volgt een samenvatting van het initiatiefwetsvoorstel Koser Kaya / Blok zoals dit door de Tweede Kamer is aangenomen:

  • De gepensioneerden van zowel bedrijfstakpensioenfondsen als ondernemingspensioenfondsen krijgen, evenals de werknemers, een wettelijk afdwingbaar recht op vertegenwoordiging in de besturen van hun fondsen. De gepensioneerden en de werknemers zijn daarbij vertegenwoordigd evenredig aan hun aantallen binnen het fonds. Wanneer de betrokken partijen bij het fonds het daarover eens zijn, kan een ander verdelingscriterium gekozen worden (regelend recht). In samenhang met de wijziging van de pariteitsbepalingen (zie hieronder) wordt het daardoor ook mogelijk een zetelverdeling in een bestuur af te spreken tussen werkgevers, werknemers en gepensioneerden van 1/3, 1/3 en 1/3.
  • Het recht op vertegenwoordiging in het bestuur van hun fonds wordt voor de gepensioneerden gerealiseerd, hetzij doordat het fondsbestuur op eigen initiatief hiertoe een besluit neemt, hetzij doordat een meerderheid van de gepensioneerden zich daarvoor uitspreekt in een schriftelijke raadpleging met een respons van ten minste 10%. De wet bevat criteria die aangegeven wanneer een dergelijke raadpleging gehouden moet worden. De uitslag van de raadpleging heeft geen gevolgen voor het al dan niet voortbestaan van de deelnemersraad bij het pensioenfonds.
  • De benoeming van de vertegenwoordigers van de gepensioneerden in het bestuur van een ondernemings- of bedrijfstakpensioenfonds vindt plaats na een verkiezing waarbij de gepensioneerden ook externe deskundigen van buiten hun eigen kring kandidaat mogen stellen. Het wetsvoorstel opent tevens voor de werknemers van ondernemingspensioenfondsen de mogelijkheid om bij bestuursverkiezingen externe kandidaten te stellen. (Voor de werknemers van bedrijfstakpensioenfondsen bevat de Pensioenwet hiervoor momenteel geen belemmeringen.)
  • De pariteitsbepalingen voor de besturen van de bedrijfstakfondsen worden gelijkgetrokken met de pariteitsbepalingen uit de oude en nieuwe wetgeving voor de besturen van de ondernemingspensioenfondsen. Dit houdt in dat de vertegenwoordigers van de werknemers en van de gepensioneerden tezamen recht hebben op ten minste evenveel zetels als de vertegenwoordigers van de werkgevers (regelend recht). Hierdoor is het mogelijk dat de betrokken partijen in een pensioenfonds afspreken dat de nieuwe vertegenwoordigers van de gepensioneerden niet in de plaats van, maar naast die van de werknemers komen. Tevens kan hierdoor woorden afgesproken dat in het bestuur van een fonds het aantal vertegenwoordigers van de werkgever(s) wordt vastgesteld op minder dan de helft wanneer bij voorbeeld de risico’s van de werkgever(s) in de pensioenregeling belangrijk zijn beperkt.
  • Het streven naar meer diversiteit bij de pensioenfondsbesturen, met name ten aanzien van vrouwen en jongeren, krijgt een wettelijke grondslag. Daartoe wordt bepaald dat in de besturen van bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen de belanghebbenden op een evenwichtige wijze vertegenwoordigd dienen te zijn. Onder een evenwichtige vertegenwoordiging van de belanghebbenden wordt verstaan dat het bestuur van een pensioenfonds wat betreft de samenstelling moet aansluiten bij de diversiteit van het verzekerdenbestand. Er wordt van uit gegaan dat voor de uitwerking hiervan een convenant wordt gesloten tussen de betrokken centrale belangenorganisaties.
  • Bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen worden verplicht om op verzoek van werknemers of een vereniging van werknemers mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de werknemers van het fonds over het voornemen tot oprichting of over het bestaan van een vereniging van werknemers. Eenzelfde verplichting bestaat voor deze fondsen bij een verzoek van gepensioneerden of een vereniging van gepensioneerden mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de gepensioneerden van het fonds over het voornemen tot oprichting of over het bestaan van een vereniging van gepensioneerden.
  • Een minderheid van 30% van de leden van de deelnemersraad krijgt een recht van beroep bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam om te laten toetsen of door het bestuur de wettelijke verplichting tot evenwichtige belangenbehartiging voldoende inhoud is gegeven. Dit kan van betekenis zijn voor een minderheid zoals gepensioneerden, werknemers bij inkrimpende fondsen, jongeren en vrouwen.  Een kleine minderheid zal dan om de vereiste 30% te halen enige steun moeten verkrijgen vanuit andere groepen.

    Het wetsvoorstel moet uiteraard nog door de Eerste Kamer behandeld worden. Deze Kamer kan de inhoud echter niet meer veranderen. Uit de aanneming van het voorstel blijkt in ieder geval dat tij ten gunste aan het keren is. De achterstelling van de gepensioneerden op het gebied van de medezeggenschap in hun eigen pensioenfondsen begon het karakter van discriminatie te krijgen. De samenleving laat nu blijken daar geen genoegen meer mee te nemen. Maar het motto blijft voorlopig nog: Laat Fatma en Stef hun karwei afmaken! Op naar de Eerste Kamer!

    Pensioenverraad
    woensdag 30 juni 2010

    Kees de Lange Kees de Lange

    Door vakbonden en werkgevers is onlangs een zogenaamd pensioenakkoord gesloten dat het veelgeprezen pensioenstelsel dat we in Nederland kennen definitief naar de schroothoop verwijst. Voor jongeren, ouderen en gepensioneerden is sprake van een desastreuze ontwikkeling. Dit akkoord kan niet anders gezien worden dan als schandelijk machtsmisbruik van de sociale partners, en betekent in feite het einde van zowel ons pensioenstelsel zoals we het tot nu toe kenden, als ook van het breed gesteunde poldermodel.

    Waar gaat het om? Het FNV onder Agnes Jongerius en de VNO-NCW onder Bernard Wientjes hebben een akkoord gesloten dat bestaat uit twee delen. Onze zelfbenoemde koningin van de minderbedeelden en de schaamteloze lobbyist voor deelbelangen van werkgevers zijn het eens geworden, met geen ander doel dan hun afkalvende positie in polderend Nederland nog enige tijd op krampachtige wijze veilig te stellen. Allereerst doet men voorstellen over de AOW-leeftijd die in hun visie verhoogd moet worden, en in het verlengde daarvan ook over de aanvullende pensioenen. Hun voorstellen over de AOW zijn ronduit aanmatigend. De AOW is een volksverzekering waarover uitsluitend onze volksvertegenwoordiging zeggenschap heeft. De sociale partners trekken dus wel een erg grote broek aan door op de stoel van de politiek te gaan zitten. Iedere politicus met minimaal verstand van politieke verhoudingen zou dit onacceptabel moeten vinden. Helaas zijn partijen als CDA, PvdA en GL niet veel meer dan slippendragers van de vakbonden, dus het akkoord werd al omarmd voordat de inkt ervan droog was.

    Deze koersverandering van de vakbonden is uiterst merkwaardig. Hoe kort is het nog geleden dat de bonden zich uit alle macht verzet hebben tegen verhoging van de AOW-leeftijd? Dat verzet was overigens begrijpelijk. Want voor ouderen zijn er simpelweg onvoldoende banen beschikbaar. Het verhogen van de AOW-leeftijd leidt dus vooral tot een veel groter beroep op WW- en WAO-regelingen. Als we beseffen dat van de 61- en 62-jarigen 76 % niet meer werkt, en van de 63- en 64-jarigen al 85 % niet meer (CBS-cijfers van 2008), dan zouden de sociale partners pas echt hun verantwoordelijkheid nemen door het werkgelegenheidsprobleem onder ouderen onder ogen te zien en waar mogelijk op te lossen. Maar daar voelen vooral de werkgevers niets voor. Met de werkgelegenheid onder jongeren is het overigens ook zeer matig gesteld. Maar die problematiek komt in het akkoord helemaal niet aan de orde. Hoe asociaal kun je zijn en jezelf toch ‘sociale partners’ noemen? Zelden zijn er in economisch Nederland zoveel paarden achter dezelfde wagen gespannen.

    Weliswaar vallen de aanvullende pensioenen traditioneel onder verantwoordelijkheid van de sociale partners, maar het huidige akkoord is van een arrogantie die zijn weerga niet kent. Aanvullend pensioen is uitgesteld loon, en wie dient daarover te beslissen? Juist, al diegenen die direct belanghebbenden zijn, en alle risico’s lopen, de verplichte deelnemers dus. Dat zijn bij de bedrijfstakpensioenfondsen waarbij ruim 80% van de Nederlanders zijn aangesloten dus niet de werkgevers. Zij betalen hun in de CAO overeengekomen premieaandeel, en daar houdt het mee op. De vakbonden dan? Zij vertegenwoordigen slechts 20% van alle werknemers, en slechts 8% van de jongeren. Dat zij pretenderen te spreken voor alle werkenden, is een volstrekte gotspe. Hun bewering ook de gepensioneerden adequaat te vertegenwoordigen, is zelfs een absolute leugen. Zij zijn dus evenmin op enigerlei wijze representatief voor de deelnemers in de pensioenfondsen.

    In dit verwerpelijke akkoord worden alle risico’s bij de verplichte deelnemers in de pensioenfondsen gedeponeerd. De premie wordt gemaximaliseerd, de verantwoordelijkheid van werkgevers wordt bijna tot nul gereduceerd, en voor gepensioneerden wordt indexatie een begrip uit de geschiedenisboekjes. Niettemin houden bondsbonzen en werkgeversafgevaardigden alle macht. Het gaat over u, maar gebeurt vooral ook zonder u. Uw eigen uitgestelde loon, waar u een leven lang voor hebt gewerkt, is de speelbal van anderen. Over hun representativiteit en hun competentie heeft u niets te zeggen. Als het aan de sociale partners ligt, duren de sociale middeleeuwen nog heel wat jaren voort.

    Zelfs de FNV voelt nattigheid. In een recent artikel in NRC-Handelsblad beweert FNV-coryfee Van der Kolk dat als de politiek dit akkoord niet overneemt, dat het einde van het poldermodel betekent. Hoewel natuurlijk bedoeld als een plat dreigement, is deze zinsnede eigenlijk het enige onderdeel van de huidige ellende waaraan jongeren, werkenden en gepensioneerden enige hoop kunnen ontlenen. Als we deze als dreigement bedoelde opmerking zien in de juiste context, namelijk als een belofte die het nabije einde van het poldermodel aankondigt, dan valt er enige hoop uit te putten. Waar de verplichte deelnemers in de pensioenfondsen zeker niet op zitten te wachten, is een situatie die het slechtste van twee werelden biedt: het leggen van alle risico’s bij de verplichte deelnemers, en het kapen van alle macht door werkgevers en vakbonden. Zoals Johan Schaberg op 26 juni 2010 in NRC/Handelsblad in zijn uitstekende column zo treffend opmerkte: ‘de gevangenen betalen hun eigen cipier’.

    Wat te doen? Het wordt de hoogste tijd voor een revolutie van allen die door het voorgestelde pensioenakkoord gepiepeld worden. Zeg uw lidmaatschap van vakbonden en ANBO per direct op. Kies bij de volgende verkiezingen, die heus geen vier jaar op zich laten wachten, voor partijen die in werkelijke democratie in plaats van in ongegeneerd eigenbelang geloven. Zet u in voor zeggenschap over uw eigen economische situatie. Laat u niet langer met een kluitje in het riet sturen door werkgevers en vakbonden die in hun eigen belang uw belangen verraden.

    9 Juni – Ouderen krijgen niet eens verkiezingsbeloften!
    vrijdag 28 mei 2010

    Leo van Heesch Leo van Heesch

    Het leek zo simpel, gewoon wat concrete vragen stellen aan de fracties in de Tweede Kamer. Vragen over wat voor onze lezers van belang is, opdat ze goed geïnformeerd konden bepalen op wie ze 9 juni zouden stemmen. Het bleek een te simpele gedachte. Want slechts enkele kleinere fracties beantwoordden trouw alle vragen – de rest bleef in gebreke. Dat is aangegeven met V respectievelijk X Wilde men zich niet politiek vastleggen en de handen vrij houden voor een nieuw regeerprogramma? Vond men het te gevaarlijk om duidelijk te zijn ondanks het vermeende verlangen naar heldere communicatie en vereiste transparantie? Of interesseerden de 2,5 miljoen oudere kiezers de grote partijen niet? Verwachtte men dat die toch wel loyaal op de gevestigde orde zouden stemmen? Desondanks heeft de redactie geprobeerd antwoord te vinden op onze vragen. Hieronder vindt u in volgorde van grootte de partijstandpunten die wij konden achterhalen. Als men voor verhoging van de AOW-leeftijd is, hebben alle partijen andere denkbeelden over het tempo waarin dat moet gebeuren. Omwille van de ruimte hebben wij die niet of heel summier in het overzicht weergegeven.

    X Het CDA plaatste de verhoging van de AOW-leeftijd van 65 jaar naar 67 jaar het meest uitgesproken op de agenda en wil die verhoging zo snel mogelijk realiseren. De partij vindt het voor de hand liggen dat ook de pensioenleeftijd naar 67 jaar gaat. Het CDA is tegen bestuurlijke invloed van de gepensioneerden in de pensioenfondsen en houdt medezeggenschap van gepensioneerden al decennia tegen. Nu door het initiatiefvoorstel van Koser Kaya/Blok gepensioneerden iets te zeggen dreigen te krijgen, probeert het CDA door het PLOP-amendement die invloed van gepensioneerden tot het uiterste minimum te beperken. De gepensioneerden lopen al jaren grote risico’s en leveren al jaren koopkracht in door het achterblijven van de indexatie. Toch staat in het CDA-verkiezingsprogramma huichelachtig: “Daarnaast moet de positie en invloed van gepensioneerden op de besluitvorming anders en sterker, naar mate zij geconfronteerd worden met risico’s in de uitvoering van pensioenregelingen”. Daarmee verdient het CDA een prijs voor de meest hypocriete tekst.

    X Ook de PvdA wil de AOW-leeftijd naar 67 jaar brengen, maar iets langzamer dan het CDA. De pensioenleeftijd wordt ook gekoppeld aan de AOW-leeftijd. Over zeggenschap van gepensioneerden zwijgt het verkiezingsprogramma, maar het is bekend dat de PvdAfractie gekant is tegen echte invloed van gepensioneerden in de pensioenfondsen. Het PLOP-amendement is mede door de PvdA ondertekend. Het verkiezingsprogramma spreekt wel uitdrukkelijk uit dat de uitkeringen en dus ook de AOW gekoppeld moeten zijn aan de loonontwikkeling.

    X De SP wil de AOW-leeftijd handhaven op 65 jaar. De SP wil de ontslagbescherming handhaven (en voorkomt zo ook dat werkgevers oudere werknemers gemakkelijk kunnen lozen). De SP wil van alle partijen de meeste zeggenschap voor gepensioneerden, met in de pensioenfondsbesturen een verdeling van 1/3 werkgevers, 1/3 werknemers en 1/3 vertegenwoordigers van gepensioneerden. Ofschoon niet expliciet in het programma vermeld, wil de SP dat de AOW-uitkering minstens de loonontwikkeling volgt.

    X De VVD wil ook een AOW-leeftijd van 67 jaar, met een uitzondering voor hen die 45 jaar of langer hebben gewerkt. De pensioenleeftijd volgt de AOW-leeftijd. Dat moet resulteren in lagere loonkosten (werkgever) en meer koopkracht (werknemers). Over het versterken van de pensioenfondsen wordt niet gepraat. Wat zeggenschap betreft, als een van de indieners van het wetsontwerp Koser Kaya/Blok wil de VVD gepensioneerden de invloed te geven die hen toekomt.

    X De PVV wil de AOW-leeftijd en daarmee ook de pensioenleeftijd handhaven op 65 jaar. Over een groot aantal onderwerpen spreekt de PVV zich niet uit. De PVV is tegen verhoging van het eigen risico in de gezondheidszorg.

    V Groen Links wil een stelselwijziging, waarbij de AOW-opbouw afhankelijk wordt van het arbeidsverleden. Dit geldt ook voor partners. Iemand die 45 jaar of langer heeft gewerkt kan tussen de 63 jaar en 67 jaar met pensioen. Het langer premie betalen dient ter versterking van de vermogens van de pensioenfondsen. GroenLinks wil dat de AOW-uitkering de loonontwikkeling volgt. Over de zeggenschap voor gepensioneerden is men niet helder; men lijkt het PLOP-amendement te willen steunen. Groen Links is tegen verhoging van het eigen risico in de zorg.

    X De Christen Unie wil de AOW-leeftijd zeer geleidelijk verhogen naar 67 jaar. De partij is medeondertekenaar van het PLOP-amendement dat de zeggenschap van gepensioneerden terugbrengt tot een fopspeen. De Christen Unie wil zowel de ziektekostenverzekering inkomensafhankelijk maken als het eigen risico. 200 euro voor de laagste inkomen, 400 euro voor de middeninkomens en 600 euro voor de hoge inkomens.

    X D66 wil de AOW-leeftijd eerst naar 67 jaar verhogen en deze daarna koppelen aan de levensverwachting. D66 wil hervorming van het ontslagrecht en modernisering van de arbeidsmarkt voor ouderen. Verder moet terugschakeling van loon en uren van ouderen bespreekbaar zijn. Dat zijn dus eufemismen voor de verslechtering van de positie van werkende ouderen. D66 pleit al 41 jaar voor zeggenschap van gepensioneerden in pensioenfondsbesturen en is mede-indiener van het wetsontwerp Koser Kaya/Blok. De besturen van de pensioenfondsen moeten een afspiegeling zijn van de deelnemers. Het eigen risico in de zorg moet verdwijnen, maar iedereen moet 10% van de zorgrekeningen zelf betalen met een inkomensafhankelijk maximum.

    X De Partij voor de Dieren wil de AOW naar 67 jaar brengen, maar wel heel geleidelijk in 34 jaar. Pas vanaf 2020 wordt met een maand per jaar de leeftijd verhoogd. Dus totaal 34 jaar. De Partij voor de Dieren is tegen verhoging van het eigen risico in de gezondheidszorg.

    V De SGP wil de AOW-leeftijd geleidelijk verhogen naar 67 jaar, mits ouderen een eerlijke kans op werk hebben. De AOW-uitkering is gekoppeld aan de loonontwikkeling en moet, als dat tijdelijk niet kan, minimaal de inflatie volgen. Langer betalen van pensioenpremies dient allereerst ter versterking van de vermogens van de pensioenfondsen. De SGP steunt Koser Kaya/Blok. Voor de laagste inkomens moet het eigen risico in de zorg omlaag naar 150 euro en is verder inkomensafhankelijk tot 600 euro maximaal.

    V Trots op Nederland wil geen verhoging van de AOW-leeftijd en de AOW-uitkering koppelen aan de loonontwikkeling. Over de zeggenschap stelt TON zeer duidelijk: “De pensioenfondsen en daarmee de besturen zijn er voor de gepensioneerden en voor de premiebetalers. Zij MOETEN zeggenschap krijgen. Het is immers hun geld en hun pensioen”. TON is tegen verhoging van het eigen risico in de gezondheidszorg. TON wil senioren beschermen: “Wij zijn van mening dat deze generatie, die hard heeft moeten werken voor hun oude dag, onnodig op de proef wordt gesteld omdat het huidige kabinet blijft tornen aan hun verworven rechten.”

    Conclusie
    We zijn vooral teleurgesteld dat partijen die jarenlang regeringsverantwoordelijkheid droegen, ouderen niet serieus nemen. Het gaat wel om, zoals TON stelt, een “generatie, die hard heeft moeten werken voor hun oude dag” en een generatie die Nederland na de Tweede Wereldoorlog met veel inspanning en moeite weer heeft opgebouwd. Van die inspanningen zoals de deltawerken en de Flevopolder profiteren de jongere generaties nog dagelijks. Van enige waardering daarvoor is in de meeste verkiezingsprogramma’s niets terug te vinden, om van enig respect voor ouderen maar te zwijgen. Onze Kieswijzer zal in de meeste gevallen leiden tot de conclusie: “Op die partij en die en die kan ik maar beter NIET stemmen”. Maar toch doet u er beter aan om toch te gaan stemmen.
    NIET STEMMEN IS ERGER.

    Veel lagere inkomens bij ouderen, verdere verarming dreigt.
    woensdag 26 mei 2010

    Geert Braam Geert Braam

    Ze loopt moeizaam en kan niet veel verder dan de voordeur, die alleenstaande vrouw van 73 jaar Ze heeft een klein pensioentje, maar al met al is haar inkomen slechts weinig meer dan de AOW. Op het eerste gezicht ziet haar flat er keurig verzorgd uit, maar als we doorvragen blijkt haar leven moeilijk. Al haar dagelijkse benodigdheden tot en met schoeisel toe, zijn heel sober. Voor vervoer om de wekelijkse inkopen te kunnen doen, moet ze aankloppen bij kennissen. Dat lukt niet altijd. Vakantie bestaat hoogstens uit een weekje logeren bij kinderen die ver weg wonen. Zoals we zodadelijk zullen zien, zijn er vele ouderen in een zelfde situatie. Ondertussen verschijnt er bijna iedere dag een kop in de krant over de vergrijzing, over pensioenen die versoberd zouden moeten worden. Vooral door gerenommeerde economen als Bovenberg en Wolfson wordt de vergrijzing als een spook afgebeeld. Vergeten wordt dat die vergrijzing al vele jaren aan de gang is en dat die tot dusverre weinig problemen heeft opgeleverd. Weliswaar wordt die vergrijzing nog iets sterker, maar daar kan zeker wat minder drammerig op ingespeeld worden. Ook bijna alle politieke partijen maken het tot een thema, zodat er een groot koor is ontstaan waarin men elkaar napraat. Dat vergrijzingsspook levert echter voor de ouderen grote gevaren op en bedreigt de aandacht voor hun inkomen en de zorg.

    Hoeveel lagere inkomens zijn er bij de ouderen? Het CBS verschaft de gegevens over 2008, het laatste jaar waarover cijfers beschikbaar zijn. We gaan uit van de AOW plus een klein pensioentje. De grens is dan 16.000 euro per jaar. Per maand is dat ruim 1300 (dat komt overeen met de AOW plus ruim 300 euro), Dat is volgens het CBS ongeveer 30 procent boven de armoedegrens. Er zijn meer dan een half miljoen ouderen die minder ontvangen dan dit bedrag. Dat is bijna een kwart van alle 2,4 miljoen 65plussers. Van dat kwart zijn er 260.000 alleenstaande vrouwen. Zie ook de rode balken in de grafiek. Vergelijken we vervolgens met 40- 50 jarigen. Dan blijken er bij ouderen veel meer mensen met een laag inkomen te zijn en veel minder met een wat hoger inkomen (de gele balken).

    Ondertussen blijven pensioenen achter, ook de kleinere. Vele fondsen houden de inflatie niet bij. Waarschijnlijk zullen over enige tijd de pensioenen vele procenten lager worden. Dat is bitter voor vele mensen die een leven lang premie hebben betaald. De vraag is of de gevolgen van de huidige crises niet onevenredig zwaar zullen worden afgewenteld op ouderen.

    Prof. Dr. G.P.A. Braam is emeritus hoogleraar sociologie aan de Universiteit Twente en mede redacteur van het Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie.

    Europa laat de geldpersen draaien
    vrijdag 14 mei 2010

    Kees de Lange Kees de Lange

    Eén van de slechtst mogelijke scenario’s, een schrikbeeld dat jaren geleden nog niet voor mogelijk werd gehouden, is nu bezig zich te ontvouwen. De tot dusver tamelijk onafhankelijke Europese Centrale Bank (ECB) wordt voortaan door de politiek aangestuurd, en elementaire economische overwegingen worden op de tweede plaats gesteld. En als de politiek bepaalt, is het gezonde verstand doorgaans ver te zoeken. De ECB stelt de beslissing, die niet unaniem was, genomen te hebben in het vertrouwen dat ‘nationale overheden alles zullen doen om de tekorten weg te werken’. Daarmee heeft de ECB zijn lot en onafhankelijkheid in de handen gelegd van de regeringsleiders. Het is de vraag of de ECB die onafhankelijkheid weer terug kan krijgen. De ECB gaat nu waardeloos schuldpapier van failliete landen uit zuid-Europa opkopen. Om dat mogelijk te maken, gaan de geldpersen op volle toeren draaien en wordt het gevaar van een desastreuze inflatie bijna onafwendbaar. Een fatale ontwikkeling voor iedereen die besparingen heeft, en uiteraard voor de pensioenfondsen en hun verplichte deelnemers in Nederland.

    Was dat allemaal nodig? Dat valt zeer te betwijfelen. Voor het creëren van de Eurozone was geen enkele economische noodzaak aanwezig, hoogstens was het een wens van politici. Binnen Europa zijn er diverse landen bewust niet toegetreden tot de Eurozone, en men kan onmogelijk betogen dat zij het slechter doen dan b.v. Nederland. Het argument dat de Euro tot elke prijs overeind gehouden moet worden, is dus een verhaal van politici en bijna alleen daardoor al ongeloofwaardig. Ons land is min of meer ongevraagd door de toenmalige regering de Eurozone binnengesjoemeld, tegen een wisselkoers voor de gulden die buitengewoon nadelig was. Tot op de dag van heden worden over dit zogenaamde wisselverlies nog processen gevoerd. Het gaat inderdaad om een miljardenverlies.

    De politiek is ook buitengewoon lichtvaardig geweest om landen tot de Eurozone toe te laten waarvan een kind wist dat ze hun financiën niet op orde hadden of op redelijke termijn zouden krijgen. Dat mocht de pret niet drukken, want de internationale politieke klasse laat zich zelden door feiten, maar des te meer door eigenbelang leiden. En wat is er niet mooier dan leuke bijeenkomsten omgeven met de nodige publiciteit met gelijkgestemde zielen? Goed voor het prestige waar iedere ijdele politicus overmatig gevoelig voor is, natuurlijk. De vraag of het allemaal wel zo gunstig is voor de economische belangen van je eigen bevolking speelt al lang geen rol meer.

    De gevaren van deze situatie, met name ook voor gepensioneerden, zijn al in ons Pensioenmanifest van mei 2009 gesignaleerd. Lees het hoofdstuk ‘Europese inflatie en Nederland’ er nog maar eens op na. En nu is die fatale voorspelling helaas bijna werkelijkheid geworden. In plaats van landen die de kluit belazeren uit de Euro te gooien, of er zelf met gelijkgestemden uit te stappen, mag de belastingbetaler opnieuw voor de kosten opdraaien. Maar we worden het bekende bos ingestuurd met het verhaal dat de ingrijpende maatregelen die Griekenland op papier neemt, afdoende zullen zijn. Gelooft u het? Een voorbeeld: de pensioenleeftijd in Griekenland wordt in één klap verhoogd van 53 (!!) naar 65 jaar. Klinkt prachtig, toch? Maar beseft dan niemand dat er voor die mensen helemaal geen banen zijn? Waar zijn immers al die vacatures die dan toch noodzakelijk zijn om de bevolking al die jaren door te kunnen laten werken?

    Onlangs kwam het rapport van de commissie De Wit uit, over de kredietcrisis en de oorzaken daarvan. Weliswaar was op de dag van publicatie van het rapport de volgende crisis alweer hoog en breed begonnen, maar dat valt hen niet te verwijten. De bevindingen van de commissie zijn in feite verbijsterend. Bankiers, toezichthouders, politici, de Tweede Kamer, bestuurders van pensioenfondsen, allemaal hebben ze op hun eigen manier gefaald. Maar als iedereen schuldig is, is niemand verantwoordelijk. Bovendien bestaat er in deze kringen een enorme verwevenheid, met allerlei organisaties die er vooral op gericht schijnen te zijn hun leden lucratieve baantjes toe te schuiven. We mogen dus verwachten dat er niets verandert in financieel Nederland. Alle schuldigen hebben namelijk één gemeenschappelijk belang: de deksel erop houden en elkaar uit de wind houden. En zo is het offensief alweer losgebarsten om de bevolking, de belastingbetalers, de gepensioneerden, de slachtoffers kortom, met dure woorden, met ingewikkelde beschouwingen, met beloften tot verbetering zelfs, opnieuw een rad voor ogen te draaien.

    Toch is voor veel mensen de maat echt vol. Waarom zou u uw belastinggeld nog laten gebruiken om incompetente en zelfs kwaadwillende figuren uit de financiële wereld aan een riant inkomen te helpen zonder dat er ook verder maar iets verandert? Waarom nog langer accepteren dat uw pensioenfonds zonder uw toestemming waardeloos financieel zwerfvuil aanschaft van uw uitgestelde loon en daarna zelfs de indexatie niet meer kan uitbetalen? Waarom nog uw vertrouwen geven aan of stemmen op politici en politieke partijen die bewezen hebben geen visie te hebben en alleen achteraf anderen napraten? De financiële waanzin moet gestopt worden. U kunt daarbij zelf een doorslaggevende rol spelen. Door uw stem te verheffen, door uw stem niet te geven aan die partijen die ruimschoots bewezen hebben hem niet waard te zijn door uw belangen te verkwanselen. ‘Let op uw saeck’ op 9 juni.

    Het Europese Drama
    dinsdag 11 mei 2010

    Kees de Lange Joop van Vliet

    Eigen schuld, dikke bult?

    Pensioenbelangen schreef al enkele nummers over het Griekse drama, waarbij gewetenloze speculanten proberen veel geld te verdienen door de koersen en de rentepercentages van de zwakke Griekse staatsobligaties te beïnvloeden. Om de effectieve rente bijvoorbeeld van 4 naar 8 procent te krijgen, moet de koers gehalveerd worden. Goldman Sachs is een van die manipulators, maar wordt daarbij enthousiast geholpen door andere “nette” banken, hedge-fondsen en beleggerscombinaties. Het getraliepakte tuig beschikt over een magazijn verschillende trucs om geld te verdienen aan landen, institutionele beleggers als onze pensioenfondsen en gewone beleggers die dachten een appeltje voor de dorst te hebben.

    Dat kan overigens alleen maar als ze daartoe de kans geboden wordt, of zoals NBP-voorzitter De Lange het zegt: “Het begint met onverantwoordelijke overheden en politici die zich door eigenwaan en incompetentie inderdaad door de streepjespak maffia een oor laten aannaaien
    In dit geval heeft een reeks van Griekse regeringen gezorgd dat Griekenland zwak en kwetsbaar werd en zij hebben door het vervalsen van begrotingscijfers en statistieken de deur wijd opengezet voor de dieven. Het gaat echter te ver om het alleen de Griekse regeringen te verwijten. Argumenten als “had ze maar niet ‘s avonds laat in een kort rokje over straat moeten lopen” kunnen nooit een vergoelijking zijn voor een verkrachting. En de Griekse economie dreigt verkracht te worden door gewetenloze speculanten.

    Getalm, verzwakking van de euro en vallende beurskoersen

    Doordat Angela Merkel (CDU) tijd rekte wegens de verkiezingen in de belangrijke deelstaat Noordrijn-Westfalen, deed Europa (met steun van het IMF) pas na maanden iets om Griekenland te helpen en stemden de Grieken daar ongaarne – in verband met een dreigende volksopstand – mee in. Maar de getraliepakte gieren namen daarmee geen genoegen. Die vette kluif lieten zij (Goldman Sachs cs – GS2 dus), zich niet ontgaan. Dus werd prompt de euro verder onder druk gezet.
    Het weinig slagvaardige Europa, samen met het ook niet overijverige IMF, lieten toe dat een wankelend Portugal, een door werkloosheid geteisterd Spanje, een de schijn ophoudend Italië en een steeds verder afzakkend Ierland steeds meer in de problemen kwamen. Daardoor nam de euro in waarde af tegen de ook niet al te sterke dollar. Gunstig voor de Europese export, maar daarvan zouden vooral Duitsland en Nederland profiteren. Bovendien hadden vooral de Duitse banken belegd in zwakke obligaties, waardoor verdere hulp aan banken niet viel uit te sluiten. En natuurlijk stortten de beurzen weer eens in. De AEX viel in een week tijd bijna 50 punten en andere beurzen deden het niet beter. Kortom tijd voor krachtiger maatregelen. Dit weekend (8-9 mei) kwam het er dus van.

    Too little, too late

    Het lijkt veel geld dat nu beschikbaar komt, als borgstelling voor in totaal 750 miljard euro (440 miljard van de Eurolanden, 60 miljard uit het EU-budget en 250 miljard aan IMF-leningen). In werkelijkheid is het, net als de hulp aan Griekenland, te weinig en vooral ook veel te laat. Het bedrag, ongeveer de Nederlandse begroting voor één jaar, stelt in Europees verband en op de langere termijn niets voor. In 2009 gaf minister Bos, zonder zware eisen te stellen, de Nederlandse banken al 220 miljard aan leningen en garanties. De vraag is of we dat geld inderdaad, zoals optimistisch beloofd, binnen afzienbare tijd terug krijgen. Die vraag is des te klemmender omdat de nu dreigende Europese crisis weer veel banken in de problemen zal brengen.
    Omdat er heel grote winsten te behalen zijn door GS2 zal straks ongetwijfeld blijken dat het garantiebedrag niet toereikend is. Misschien ben ik wel een pessimist, maar gezien de commentaren van deskundigen op de radio en in de pers ben ik bepaald niet de enige.

    Commissie De Wit vreest herhaling en “business as usual”

    In ieder geval is de commissie De Wit, die gisteren haar rapport uitbracht over de Nederlandse kant van de crisis, ook pessimistisch en waarschuwt voor herhaling. Verder vind de commissie dat de hoofdrolspelers “in geringe mate blijk geven van een kritische kijk op hun eigen rol in het ontstaan van de problemen en op hun falen in het voorkomen ervan. Dat gebrek aan zelfreflectie verontrust de commissie.” De commissie vreest dat iedereen weer snel zal overgaan tot “business as usual”.

    Nu hoeft de commissie daar niet voor te vrezen. Wie naar de bonussen bij Goldman Sachs kijkt, weet dat men daar al lang terug is bij de oude kwalijke praktijken. Het is ook maar zeer de vraag of de aanbevelingen die de commissie doet succes zullen hebben: “De kapitaaleisen bij banken moeten omhoog, de Code Banken moet aangescherpt, het toezicht moet verbeterd en in Europees verband worden georganiseerd. Ook moet er een muur komen tussen de gewone en de zakelijke activiteiten van een bank.

    Het is allemaal symptoombestrijding en de gewone burgers mogen het allemaal betalen. Gepensioneerden mogen zelfs dubbel betalen, want in tegenstelling tot gewone werknemers, wordt hun pensioen niet geïndexeerd, terwijl de inflatie door al deze “reddingsacties” ook nog eens veel sterker zal zijn dan verwacht.

    Ga direct naar de gevangenis, u ontvangt geen bonus

    Wat wel helpt? Het probleem aanpakken waar het hoort – aan de bron. Pak de verantwoordelijke bankiers en hun handlangers aan, door ze hun onrechtmatig verkregen winsten en bonussen af te pakken. Stuur ze net als superfraudeur Madoff voor jaren naar de gevangenis en verhinder dat ze ergens op een subtropisch eiland genieten van hun kwalijk verkregen fortuin.

    Moeilijk? Misschien, maar in sommige landen staat op economische problemen de doodstraf. Zover hoeven we in Europa niet te gaan, maar als we Europa populair willen maken, is wetgeving die het mogelijk maakt manipulerende illusionisten als GS2 achter de tralies te krijgen één van de maatregelen. Een Europese “Pluk-ze” wet krijgt ongetwijfeld in heel Europa een groot draagvlak.

    Een schone droom!

    Wat gepensioneerden ook helpt is het opzetten van een garantiefonds voor pensioenen. Dat fonds kan in eerste instantie worden gevuld met de verdwenen miljarden van het ABP. En voor de rest kan er een bonusbelasting komen waaraan de Rijkman Groeninks en zijn kornuiten minstens even royaal bijdragen, als ze vroeger incasseerden.

    Het zou ook helpen als we straks, na 9 juni volksvertegenwoordigers krijgen, die minder luisteren naar het establishment van VNO/NCW en vakbonden en meer naar de gewone man in de straat. Echt luisteren dus, en niet zoals Balkenende IV een paar weken op straat rondhangen, het hoofd vol van voorgekookte meningen en zelfgenoegzaamheid.

    Kabouter PLOP in Pensioenland
    zaterdag 17 april 2010

    Kees de Lange Kees de Lange

    Als u kleinkinderen heeft, zal Kabouter Plop geen onbekende zijn. Hij is de eigenaar van de Melkherberg, een plaats waar kabouters graag bijeenkomen om een glaasje Plopmelk met een Plopkoek te eten. Plopmelk en Plopkoeken maken kan Plop als de beste. Plop draagt een rode muts met een hartje en roept heel vaak “Plopperdeplopperdeplop!”. Dat deze kleine ondernemer ooit nog eens een rol zou spelen in Pensioenland, had niemand kunnen vermoeden. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

    Van de week stond in de Tweede Kamer dan eindelijk het debat over het initiatief wetsontwerp van Fatma Koser Kaya en Stef Blok op de rol. Dat wetsontwerp beoogt de gepensioneerden eindelijk een evenredige rol te geven in pensioenfondsbesturen, een rol die ze ongeveer veertig jaar hebben moeten ontberen. De hoogste tijd, zou je dus zeggen. Maar het liep heel anders. En dat kwam niet helemaal uit onverwachte hoek.

    Zoals u weet zijn de bedrijfstakpensioenfondsen gekaapt door werkgevers die geen risico lopen en zich toch met uw pensioen bemoeien, en vakbonden die nauwelijks voor werkenden representatief zijn en zeker niet voor gepensioneerden. Deze zelfbenoemde bestuurders zullen nooit vrijwillig de macht uit handen geven, zo leert een lange geschiedenis. Nu zou het bestuursmodel van de bedrijfstakpensioenfondsen al lang zijn bijgezet in de archieven van de politieke geschiedenis, als er geen partijen als CDA en PvdA in de Tweede Kamer zaten die tot elke prijs de vakbondsbelangen in het oog houden en beschermen. Tot in het belachelijke toe.

    Vooral de vakbonden hebben zich met hand en tand verzet tegen het Koser Kaya – Blok initiatief. En niet tevergeefs. Hun spreekbuizen in de Tweede Kamer, Patricia Linhard van de PvdA en Pieter Omtzigt van het CDA, kwamen op de valreep met een amendement. Nu geldt natuurlijk ere wie ere toekomt, dus laten we de initialen van beide initiatiefnemers hun welverdiende plaats in de geschiedenis geven door te spreken van het PLOP amendement. En gezien de wijze waarop in dit amendement de gerechtvaardigde belangen van gepensioneerden tot dwergachtige proporties gereduceerd worden, van het Kabouter PLOP amendement. Dat de CU als spreekwoordelijke bijwagen ook een piepje aan dit valse koor mocht bijdragen, zullen we uit piëteit niet benadrukken.

    Wat houdt dit amendement in? Wel, om de gerechtvaardigde belangen van gepensioneerden een plaats te geven, wordt voorgesteld de gepensioneerden maximaal één plaats toe te kennen in de besturen van de bedrijfstakpensioenfondsen. En inderdaad, op die manier stel je zeker dat de vakbondsbelangen minimaal geschaad worden en dat de mogelijke invloed van gepensioneerden op de voorhand tot kabouterachtige proporties wordt beperkt. In de hoop uiteraard dat gepensioneerden opnieuw veertig jaar hun mond zullen houden. Minister Donner speelde het spel bekwaam mee door naarmate het debat vorderde er steeds meer steun voor uit te spreken. Hoe komt het toch dat bij het voorspellen van het gedrag van deze partijen en hun vertegenwoordigers de grootste cynici het altijd bij het rechte eind hebben?

    Hoe nu verder? Nu er zich een meerderheid voor het Kabouter PLOP amendement in de Kamer lijkt af te tekenen, hoop ik oprecht dat Koser Kaya en Blok hun initiatiefwetsontwerp zullen terugtrekken. Om een uitstekend initiatief dat zonder perfect te zijn toch een eerste stap in de juiste richting was te laten kapen door de BV van Kabouter PLOP met stille vennoten die schaamteloos aan de touwtjes trekken, dient geen enkel redelijk belang. Met een miserabele schaamlap moet je op geen enkele wijze geassocieerd willen worden. En de gepensioneerden? Laten zij vooral de plaatsten die hun door Kabouter PLOP gegund worden in de fondsbesturen niet gaan bezetten. Als blijvend signaal van walging tegen een politiek systeem dat grote groepen mensen die een leven lang voor hun pensioen gespaard hebben slechts een symbolische zeggenschap gunt. Verdere conclusies? Sinds vandaag staan Plopmelk en Plopkoek niet langer op mijn menu. Vooral ook op 9 juni 2010 zal ik me daar strikt aan houden.

    ABP Blues
    zondag 11 april 2010

    Kees de Lange Kees de Lange

    Blues is een muziekstijl die ongeveer tussen 1860 en 1900 is ontstaan en zijn oorsprong vindt in de muziek die slaven (uit Afrika afkomstige negers) in het Zuiden van de Verenigde Staten – onder andere in de Mississippi-delta, tussen Memphis en New Orleans) – maakten. Muziek maken met elkaar of alleen, met of zonder instrumenten, was voor hen vaak de enige manier om hun lijden uit te drukken en te verzachten. De aanduiding ‘blue’ voor rouw is afkomstig uit de zeilscheepvaart. Omdat deze muziek een melancholische toon en inhoud had, werd ze ‘blues’ genoemd. Als een schip tijdens de reis zijn kapitein of een andere officier verloor, voerde het voor de rest van de reis een blauwe vlag en werd een blauwe band rond het hele schip geschilderd alvorens de thuishaven binnen te lopen. Waarom doen deze zinnen uit onze onvolprezen Wikipedia me onontkoombaar aan het ABP denken? Ik ga u vertellen waarom.

    Slavernij is zo oud als de mensheid. Er is altijd wel een maatschappelijke elite die een groot economisch belang heeft gehad bij de totale fysieke en economische afhankelijkheid van velen. Nog steeds is slavernij wereldwijd een ernstig probleem, hoewel we dat in de westerse wereld maar liever niet onder ogen zien. Wij kennen immers geen slavernij meer? In 1863 werd in de Verenigde Staten officieel de slavernij afgeschaft. De slavenhouders in het zuiden betoogden generaties lang dat slavernij vooral goed was voor de slaven zelf en verandering van het systeem economisch noodlottig voor de hele samenleving zou zijn. Door hun grote politieke invloed werd deze redenering natuurlijk ook door de toenmalige overheid ondersteund. Pas toen morele en emancipatoire overwegingen een rol gingen spelen, begon er een kentering te komen in de eeuwenlang vastgeroeste standpunten. Maar in de Verenigde Staten was er wel een bloedige burgeroorlog voor nodig. In 1863 schafte ook Nederland, een natie die bij uitstek eeuwenlang geprofiteerd heeft van de slavenhandel, uiteindelijk schoorvoetend de slavernij af.

    In ons land bestaat fysieke afhankelijkheid nauwelijks meer, maar hoe is het gesteld met economische afhankelijkheid? Hebben minderheden zeggenschap over hun eigen economisch lot, over de besteding van hun eigen inkomen, over hun eigen uitgestelde loon? Het antwoord is helaas een onbetwistbaar nee. Met name op pensioengebied leven we nog in de economische Middeleeuwen, met een zelfbenoemde elite van werkgevers en vakbonden die volledig de dienst uitmaken als het gaat om het uitgestelde loon van gepensioneerden. U ziet de parallellen met de eerste alinea’s. In de visie van de pensioenelite dienen de gepensioneerden om te beginnen te beseffen dat hun onmondigheid het beste is wat ze ooit is overkomen. Ook zou vergroting van hun invloed de bijl aan de wortels van ons unieke pensioenstelsel zetten. Tenslotte is er (nog) een meerderheid in de Tweede Kamer die deze drogredenen voor zoete koek slikt en de emancipatie van gepensioneerden al veertig jaar frustreert.

    En de gepensioneerden zelf? Als verplichte deelnemers in de bedrijfstakpensioenfondsen waartoe de grote meerderheid behoort, kunnen zij slechts kennis nemen van het ondeskundige beleggingsbeleid, van een inadequate bestuurssamenstelling, van een arrogante bestuurscultuur, van een medezeggenschap die niet meer dan een parodie op dit begrip is, van een ons-kent-ons cultuur zonder weerga. De gepensioneerden horen en zien Xander den Uyl van het ABP (of liever de spreekbuis van de FNV) die het niet begrepen heeft en het nooit zal begrijpen, ergeren zich blue aan schnabbelaars als Borghouts en Nijpels die ondanks bewezen incompetentie hun zakken vullen op kosten van het fonds. En wat doen de gepensioneerden? Hun rest weinig anders dan het sublimeren van hun frustraties op een wijze die door vele eeuwen van slavernij beproefd is. Zij zingen de ABP blues.