Berichten met het label ‘AOW’

Rekenrente en pensioenvermogen

maandag 29 april 2013

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 29 april 2013

Hoe gaat het verder met onze pensioenen?
Het kabinet en de sociale partners zijn het op 11 april eens geworden over de ‘sociale agenda voor de arbeidsmarkt van de 21e eeuw’, aldus het nieuwsbericht van de Rijksoverheid. En wat staat daarin over de pensioenen? “Het maximaal fiscaal gefaciliteerde percentage voor het opbouwen van de pensioenvoorziening wordt met 0,4% verlaagd. Bovendien vervalt de facilitering van pensioen boven een pensioengevend loon van € 100.000 per jaar. Het kabinet roept – ter ondersteuning van de koopkracht – sociale partners op pensioenpremies te verlagen, voor zover de financiële positie van het pensioenfonds dit toelaat.” Maar dat betekent een verdere uitholling van de pensioenfondsen waarin toch al te weinig premies binnenkomen en daarmee zullen de jongeren later de klos zijn. “Sociale partners hebben aangegeven hier alternatieven voor of aanvullingen op te willen bedenken. Het kabinet geeft voor de uitwerking tot eind mei 2013 de gelegenheid, met een maximaal budgettair beslag van structureel € 250 miljoen.” De sociale partners denken aan een opbouwpercentage van 2% p.j. voor het middelloon, zodat voor jongeren terecht een beter pensioen is te bereiken.

Op 1 januari van dit jaar is de AOW-leeftijd voor de eerste keer verhoogd, met een maand. Ter overbrugging voor mensen met een laag inkomen, die in een vut-regeling zitten en zich hier niet op hadden kunnen voorbereiden, wordt een overbruggingsregeling AOW-verhoging ingevoerd. In reactie op het verzoek van sociale partners om deze regeling uit te breiden, zal het kabinet het bereik van de overbruggingsregeling uitbreiden tot deelnemers met een inkomen tot 200% WML (300% WML voor paren).” Dus ook hier weer een onjuist inkomensbeleid via de pensioenen.

Het sociaal akkoord moet nog worden goedgekeurd door de achterbannen van de organisaties van werkgevers en werknemers. Er is op dit moment sprake van een ’onderhandelaarsakkoord’. Het kabinet gaat het parlement steun vragen voor de gemaakte afspraken. De voorstellen zullen daarna, in overleg met sociale partners en parlement, verder worden uitgewerkt in wetgeving.” Kortom, nog heel veel is onzeker en moet nog worden ingevuld. Wij zullen de Tweede Kamerleden informeren over onze visie.

Onderzoek van de commissie UFR naar de rekenrente
De pensioenfederatie heeft op 19 april in een brief aan deze onderzoekscommissie UFR over de rekenrente geschreven dat zij voorstander is van “een UFR-methodiek met een vaststelling op basis van een langjarig wereldwijd gewogen gemiddelde van de gerealiseerde reële rentes bij uitgifte van staatsobligaties, waarbij de waarnemingsperiode jaarlijks verschuift.” De bedoeling is een zeer geleidelijke aanpassing van de UFR op basis van marktomstandigheden, waardoor de invloed van de wijzigingen op de dekkingsgraad beperkt is. Ook over het nieuwe Financieel Toetsingskader (FTK) en de UFR wordt de voorkeur uitgesproken voor een 12-maands dekkingsgraadmiddeling.

Maar de Sociaal Economische Raad (SER) heeft een steen in de vijver van de rekenrente gegooid met haar advies over een alternatieve rekenrentemethode voor een stabielere rekenrente. De bedoeling is minder te korten in slechte tijden en minder uit te geven in goede tijden, aldus het FD van 26 april. Een van de bedenkers van dit advies is prof. Lans Bovenberg, kroonlid van de SER gesteund door de hoogleraren Arnoud Boot en Coen Teulings. Want de sociale partners verwachten dat de rekenrente die wordt vastgesteld door een commissie hoger wordt dan de huidige lage marktrente en dus een hogere dekkingsgraad geeft. Voor het Actuarieel Genootschap (AG) is belangrijk dat de UFR-methode als rentetermijnstructuur voldoet aan de principes van risicovrij, goed waarneembaar, robuust, verhandelbaar en valideerbaar.

Het hoogste netto vermogen en het hoogste inkomen in de eurozone
Een studie van de Europese Centrale Bank heeft aangetoond dat het hoogste netto vermogen (na aftrek van schulden) Luxemburg is met € 397.800 per huishouding en vervolgens Cyprus, Malta, België, Spanje, Italië, Frankrijk, Nederland (€ 103.600), Griekenland, Slovenië, Finland, Oostenrijk, Portugal, Slovakia en Duitsland (€ 51.400). De verklaring is dat zuidelijke landen een hoog percentage koophuizen en weinig schulden hebben. In Duitsland heeft maar 44% een koopwoning én weinig schulden. Nederland heeft 57% koopwoningen, maar is kampioen schulden maken. Wel hebben Nederland en Duitsland de hoogste inkomens in de Eurozone. Dit geeft een ander beeld.

Het sociaal overleg

maandag 15 april 2013

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 15 april 2013

Wordt het ‘sociaal overleg’ ook een ‘sociaal akkoord’?
Op 11 april hield het kabinet een ‘sociaal overleg’ met de voormannen van de werkgevers en de werknemers, en de resultaten daarvan werden met tromgeroffel wereldkundig gemaakt. Pas na goedkeuring van de Tweede en Eerste Kamer resp. de Federatieraad van de FNV en het VNO bestuur kan het een ‘sociaal akkoord’ worden genoemd, ook wel het Mondriaan-akkoord naar de school waarin het overleg plaatsvond. Voor de sociale partners zal goedkeuring een fluitje van een cent zijn gezien de vele punten die zij hebben binnengehaald, maar de oppositie in het parlement kan het kabinet het nog flink lastig maken vanwege het afzien van ruim 4 miljard aan bezuinigingen voor 2014 en geen nullijn voor de zorg. Want wie betaalt het akkoord van 600 miljoen dan eigenlijk? Er wordt gerekend met een ‘inverdieneffect’ van de verwachte groei van de economie, terwijl de pensioenen dalen en de prijzen en belastingen flink stijgen. Blijkt die groei in augustus tegen te vallen, dan volgen deze bezuinigingen alsnog. Maar hoop doet leven.

Over de volgende punten werden afspraken gemaakt: de WW, het ontslagrecht, de flexarbeid, de arbeidsgehandicapten, een uitbreiding van de overbruggingsregeling AOW-leeftijdsverhoging en de pensioenen. Voor de pensioenen zijn de volgende punten het meest van belang:

  • Er is een overbruggingsregeling AOW, die gaat gelden voor personen die op 1 januari 2013 reeds deelnemen aan een VUT- en prepensioenregeling en zich niet hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW leeftijd. Deze regeling wordt verruimd naar deelnemers met een inkomen tot 200% van het wettelijk minimum loon (WML) voor alleenstaanden en 300% WML voor paren. De regeling werkt terug tot 1 januari 2013.
  • Vanaf 2015 kan voor het inkomensniveau boven 100.000 euro niet langer belastingvrij) voor een aanvullend pensioen worden gespaard. Dit geldt zowel voor pensioenopbouw in de tweede pijler (collectief) als de derde pijler (individueel). Het maximale opbouwpercentage voor nieuwe pensioenopbouw wordt per 2015 verlaagd met 0,4%, hetgeen door vele organisaties zoals de ondernemingsraden van 20 grote bedrijven als onrechtvaardig voor jongeren wordt gezien, evenals door de Stichting Pensioenbehoud.
  • Het kabinet geeft de sociale partners tot 1 juni 2013 de gelegenheid een alternatief voor of aanvulling op bovenstaande maatregelen uit te werken met een maximaal budgettair beslag oplopend tot structureel 250 miljoen euro. Ten behoeve van deze uitwerking wordt een werkgroep opgestart waarin het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Financiën zullen participeren. Bijvoorbeeld wordt gedacht aan collectief netto sparen met een vrijstelling van vermogensrendementsheffing in box 3 en/of het schrappen van de omkeerregel (verschuiving belastingheffing en geen vermogensrendementsheffing).
  • De sociale partners pleiten voor een (wettelijk) verplicht invaren van de bestaande pensioenrechten om een splitsing te voorkomen tussen het reële (nieuwe zachte) en het nominale (huidige harde) pensioencontract, waarbij ook voor een andere indexatie kan worden gekozen dan het volgen van de prijsontwikkeling.
  • De rekenrente (discontovoet) met de onlangs aangevulde Ultimate Forward Rate (UFR) wordt ter discussie gesteld en het onderzoek wordt opnieuw gestart naar een andere (macrostabiele) discontovoet dus een hogere rekenrente in slechte tijden en een lagere rekenrente in betere tijden. De Stichting Pensioenbehoud en de Tweede Kamer hebben datzelfde verzoek aan de staatssecretaris SZW Klijnma gedaan, maar zij is de aan de Tweede Kamer toegezegde uitbreiding van de taakopdracht van de commissie UFR niet nagekomen. Nu moet ze wel een goed en breed onderzoek laten uitvoeren op basis van deze afspraken.
  • De sociale partners in de Stichting voor de Arbeid pleiten voor een overgangsjaar 2014 waarbij al rekening wordt gehouden met het nieuwe financiële toetsingskader (met vaste premie) om afstempelingen en bijbetalingen zoveel mogelijk te voorkomen.

Het worden de komende maanden weer spannende tijden. We zullen de politiek benaderen met onze verbetervoorstellen samen met andere organisaties voor ouderen zoals de KNVG en NBP.

Het AOW-gat

vrijdag 8 februari 2013

De stand van zaken op 7 februari 2013.
Al verschillende keren hebben wij op onze website aandacht besteed aan de gevolgen van de verhoging van de AOW leeftijd voor vroeggepensioneerden. Voor 2013 bedraagt dit nadeel € 1.023 voor een alleenstaande en € 708 voor een gehuwde, worden beide echtgenoten 65 in 2013 dan is het nadeel € 1.416 Voor degenen die in 2014 hun 65e verjaardag vieren kunnen bovenstaande bedragen worden verdubbeld en in 2015 verdrievoudigd. Daarna gaat het hard. Het nadeel loopt in 2016 al op tot 6 maanden ofwel in bedragen van de huidige AOW € 6.138 voor een alleenstaande, € 4.248 voor een gehuwde en € 8.496 voor gehuwden die dan allebei 65 worden. In 2021 gaat het dan nog eens om bedragen die vier keer zo hoog zijn dan de laatst genoemde getallen.

Een ander nadeel dat onderbelicht is gebleven is dat u, na uw 65e verjaardag tot u de AOW-leeftijd heeft bereikt, in plaats van het lagere belasting- en premietarief over de eerste schijf, het hogere tarief inclusief AOW-premie blijft betalen.

Wie zijn de dupe ?
De mensen die al op de een of andere manier gebruik maken van een prépensioenregeling. Zij hebben zich niet op deze gevolgen waarmee ze nu plotseling worden geconfronteerd kunnen voorbereiden. De mensen die nog moeten kiezen of ze gebruik gaan maken van zo’n regeling zullen zich nog wel eens twee keer bedenken over de keuze stoppen of doorwerken. Maar er zijn categorieën die geen keus hebben. Op de eerste plaats zijn dat de mensen die met functioneel leeftijdsontslag moeten. Denk hierbij aan defensie, brandweer en ambulancepersoneel. Ook bij de spoorwegen bestaan er regelingen na 40 dienstjaren waarbij er weinig sprake is van kiezen. Daarnaast zijn er nog tal van andere mensen die door deze maatregel worden getroffen. Zo meldden wij al eerder het verhaal van een 56-jarige weduwe die een private nabestaandenuitkering heeft, die natuurlijk ook stopt op de dag dat zij 65 wordt. Zij kan dan 2 jaar op een houtje gaan zitten bijten. Denk ook aan zelfstandigen met een lopende arbeidsongeschiktheidsuitkering, mensen met een lopende lijfrente-uitkering etc. Al deze regelingen houden met 65 jaar op terwijl de AOW op zich laat wachten.

De overgangsregelingen.
Oorspronkelijk was minister Kamp de verantwoordelijke minister en hij had laten onderzoeken dat de meeste 65-jarigen wel een spaarcentje hadden waarmee ze dat gat konden opvullen. Voor de mensen die dat niet hadden had hij een voorschotregeling maar dat geld moest wel binnen de kortste keren worden terugbetaald. In het regeerakkoord van het VVD-PvdA-kabinet werd een andere regeling aangekondigd. Tot de tijd dat die van kracht zou worden zou de voorschotregeling blijven bestaan. Inmiddels heeft staatssecretaris Jetta Klijnsma de contouren van de nieuwe regeling bekend gemaakt. Het gedachtengoed van Kamp wordt niet verlaten waar zij schrijft: “Voor de mensen die pas over een aantal jaren met de AOW-leeftijdsverhoging worden geconfronteerd geldt dat zij meer tijd hebben om zich hier op voor te bereiden. Een deel van de ouderen heeft financiële reserves om de gevolgen van de maatregel te kunnen opvangen. Voor de mensen die dat niet kunnen, geldt dat zij mogelijk het inkomen kunnen aanvullen door al dan niet voltijds te (blijven) werken of het aanvullend pensioen naar voren halen.”
Dus als je je hele leven spaarzaam bent geweest om wat extra’s te hebben voor je oude dag, dan kun je dat gelijk opsouperen voordat je AOW ontvangt of je kunt je aanvullend pensioen naar voren halen, waardoor de uitkering die toch al geleden heeft door jarenlang niet indexeren en zelfs kortingen, nog drastischer wordt verlaagd. Soms is het zelfs onmogelijk om deze sigaar uit eigen doos naar voren te halen. Ex-militairen kunnen bijvoorbeeld geen gebruik maken van een keuzepensioen.

De overbruggingsregeling.
Alleen voor gedupeerden zoals hierboven omschreven, met een laag inkomen wordt een overbruggingsregeling tot 2018 voorgesteld, want ook zij kunnen dan het grote AOW-gat na dat jaartal tijdig zien aankomen om dat zelf te overbruggen. Hoe dat moet met een laag inkomen is onduidelijk, sparen van dat lage inkomen ? Langer doorwerken terwijl dit mensen zijn die meestal toch al fysiek zware arbeid hebben verricht ? De ambtenaren en politici die dit met droge ogen achter hun bureau opschrijven hebben geen benul. De overbruggingsregeling gaat gelden voor mensen met een inkomen van maximaal 1½ keer het minimumloon. Let wel, het gaat om het inkomen voordat u 65 wordt en niet nadat u in het AOIW-gat bent gevallen. Bij de beoordeling of je voor de regeling in aanmerking komt wordt het inkomen van de partner ook meegeteld.

De maximale uitkering bedraagt het sociaal minimum volgens de AOW systematiek (70% voor alleenstaanden,; 90% voor alleenstaanden met een inwonend minderjarig kind; gehuwden 50% per persoon) De uitkering kan nooit hoger zijn dan de tot 65 jaar bestaande prepensioenuitkering. Sociale uitkeringen inclusief aanvullend pensioen worden volledig op de uitkering in mindering gebracht. Inkomen uit arbeid wordt voor een deel vrijgelaten om te stimuleren dat mensen aan het werk blijven of zich nog een baantje zoeken.

Naast de inkomenstoets is er ook een vermogenstoets. Heeft een eenpersoonshuishouden meer dan € 21.139 en een tweepersoonshuishouden meer dan € 42.278 dan is het jammer maar helaas.

Het is met al die voorwaarden te begrijpen dat slechts een klein deel van de 65-jarigen voor deze regeling in aanmerking komt, de rest moet het dus in de opvattingen van dit kabinet zelf zien te rooien.

Protest.
Het is begrijpelijk dat de mensen die niet het “geluk” hebben dat ze voor de overbruggingsregeling in aanmerking komen zich stevig overvallen voelen door zo’n maatregel waarop zij zich niet hebben kunnen voorbereiden.

Er is een comité “Dicht het 65 plusgat” met als website www.65plusgat.nl. Op deze website kunt u verdere informatie vinden over gesprekken met politici, een oproep om op 14 februari om 15 uur de commissievergadering in de Klompézaal van de Tweede Kamer bij te wonen omdat er dan overleg is met staatssecretaris Klijnsma, aanwijzingen om zelf een brief te schrijven aan de politici en nog veel meer informatie.

Juridische actie.
De Abvakabo gaat samen met andere FNV-bonden en een aantal andere organisaties een civiele procedure voeren tegen de Nederlandse Staat. Zij vinden het verhogen van de AOW-leeftijd zonder deugdelijke overgangsregeling in strijd het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens. Omdat dit waarschijnlijk een lange procedure gaat worden raden zij betrokkenen aan om hun rechten veilig te stellen. En wel op de volgende manier. Vraag AOW aan met de uitdrukkelijke vermelding van de 65e verjaardag als datum van ingang. Hierop zal een beslissing komen van de Sociale Verzekeringbank (SVB) met een andere datum van ingang. Teken hier bezwaar tegen aan. Op de website van de Avakabo is een standaard bezwaarschrift te vinden.

Actualiteit.
Het bovenstaande is de stand van zaken op dit moment. Zo gauw als er nieuwe ontwikkelingen zijn zullen wij dit op onze website melden onder nieuws.

Leo van Heesch

Risicovrij?

maandag 14 januari 2013

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 14 januari 2013

Risicovrije rente en risicovrije pensioenen bestaan niet
De Staatssecretaris van SZW Jetta Klijnsma heeft op 7 januari 2013 haar instellingsbesluit voor de Commissie UFR in de Staatscourant gepubliceerd (zie bijlage). Deze commissie heeft tot taak om “te bezien of de Ultimate Forward Rate (UFR) methode zoals met ingang van 30 september 2012 wordt toegepast op de rentetermijnstructuur voor pensioenfondsen aanpassing verdient met het oog op de structurele toepassing na 2013, waarbij uitgangspunten zijn een UFR die een zo goed mogelijke benadering vormt van de risicovrije rente die op lange termijn mag worden verwacht, en een toepassing van de UFR waardoor de rentetermijnstructuur in zijn geheel een zo goed mogelijke benadering vormt van de risicovrije rente.” Deze zogenaamde ‘risicovrije’ rente moet worden gebruikt door de pensioenfondsen om hun pensioenverplichtingen te berekenen en is de oorzaak van veelal onnodig korten van de pensioenen. Zo wordt het uitgestelde loon van de werkenden en gepensioneerden door de overheid benadeeld met onjuiste regelgeving die juist bedoeld is om de belanghebbenden te beschermen tegen financiële risico’s zodat een goed leven na de pensionering mogelijk is. Hoezo beschermen? Deze foute regelgeving kan misbruik van overheidsmacht worden genoemd en is onnodig en immoreel. Dit punt heeft dus niets te maken met het verwachte circa 8 jaar langer leven van de huidige jongeren ten opzichte van ouderen die toen net zo oud waren. Die moeten gewoon meer premie betalen of later met pensioen of een versoberde regeling accepteren voor het veel langer genieten van hun pensioen.

Zoals de praktijk (weer) heeft aangetoond, bestaat er géén ‘risicovrije’ rente. De euro-obligaties van b.v. Griekenland waarin banken, verzekeraars en pensioenfondsen hadden belegd, zijn zelfs afgewaardeerd en hebben een groot deel van hun waarde verloren. Hoezo risicovrij? Beleggingen buiten de eurozone hebben altijd valutarisico. Hoezo risicovrij? De waarde van een goed of dienst is alleen gebaseerd op vertrouwen. Om die reden hebben wij op 3 januari 2013 in een brief aan Staatssecretaris Klijnsma (zie bijlage) gevraagd om de juistheid van de huidige principes van de rentetermijnstructuur oftewel de rekenrente in zijn algemeenheid (en niet alleen van de UFR) door een team van deskundigen te laten onderzoeken, bij voorkeur door buitenlanders vanwege hun onafhankelijkheid van de regering, politiek en sociale partners. De huidige rekenrente op basis van de Europese interbancaire swaps is namelijk zes jaar geleden vastgesteld door de toenmalige minister van SZW De Geus zonder een solide wetenschappelijk onderzoek en verdient daarom een herbeoordeling op juistheid, zeker gezien de constatering dat ‘risicovrij’ niet bestaat.

Wat is het belang van het gedwongen gebruik van een ‘risicovrije’ rente? Het gebruik van de zogenaamde (niet bestaande) ‘risicovrije’ rente wordt door de overheid zelf gemotiveerd met de reden dat de opgebouwde pensioenaanspraken (van de werkende) evenals de pensioenrechten (van de gepensioneerde) zogenaamd gegarandeerd dus zeker zouden zijn oftewel ‘risicovrij’. Maar onder de oude Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW) was er al geen garantie of zekerheid voor de opgebouwde pensioenen. En volgens de nieuwe Pensioenwet (PW) sinds 1 januari 2007 ook niet vanwege de uitdrukkelijke kortingsmogelijkheid van het pensioen in artikel 134 PW en zijn dus juridisch niet ‘risicovrij’. In de PW wordt gesproken van een zekerheid van 97,5%; dat is toch niet ‘risicovrij’? Maar daarop hebben de pensioenfondsen in de praktijk niet gewezen en dat is hen aan te rekenen.

Het korten kan wel meer dan 5 miljoen gepensioneerden treffen en is dus rampzalig van omvang. Het is te verwachten dat niet iedereen zich bij de verwachte forse kortingen in april zal neerleggen maar naar de rechter zal stappen. Daarom is de Stichting Pensioenbehoud voorstander van het uitgangspunt dat ‘risicovrij’ niet bestaat voor de rekenrente en evenmin voor het pensioen. Daarom kan volgens ons alleen een realistische rekenrente worden gebruikt door het langdurig gemaakte rendement van ieder fonds te hanteren minus een risico-afslag per fonds. Daarvan proberen wij de politiek te overtuigen en hopelijk zal een onafhankelijke onderzoekscommissie van (buitenlandse) deskundigen hetzelfde standpunt innemen. Dan kan de nieuwe rekenrente veel onnodige kortingen voorkomen en die kortingen zijn dus niet onontkoombaar zoals vaak wordt gesteld.

Om te zien hoe solide ons huidige pensioenstelsel is, zie “mijn herberekeningen” op de website michielverbeek.nl/. Zijn conclusie: de AOW wordt een probleem, niet de bedrijfspensioenen. En als de kortingsbrief van uw pensioenfonds onverhoopt op de deurmat valt, kunt u dit melden via e-mail aan de journalist Sameer van Alfen op svalfen@telegraaf.nl.

Pensioen en generaties

maandag 7 januari 2013

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 7 januari 2013

De ouderen eten NIET het pensioen op van de jongeren
De bewering dat de babyboomers hun kinderen zouden bestelen door de pensioenpotten op te maken, mist elke grond en is onjuist. Maar die stelling is wel de basis van de eis van sommige activistische jongeren die stellen dat een individualisering van de pensioenen noodzakelijk is, iedereen zijn eigen potje. Stoppen met de solidariteit tussen jong en oud.

AOW
Bij de AOW neemt de vergrijzing flink toe. Volgens de CBS Kerncijfers van de bevolkings-prognose 2010-2060 (zie bijlage) waren er in 2010 nog vier werkenden op elke gepensioneerde, in 2040 is dat ongeveer twee werkenden op elke gepensioneerde. Dus moet er wat veranderen om de kosten voor de overheid beheersbaar te houden. En dat gebeurt nu al. AOW-ers met een wat groter pensioen betalen sinds 2011 mee aan de AOW via de ‘houdbaarheidsbijdrage’ die tot 2030 steeds verder zal stijgen. Daarnaast gaat de AOW-leeftijd omhoog. Vanaf 2013 wordt niet alleen gekeken naar het inkomen bij het bepalen van de eigen bijdrage voor verzorgingshuizen, maar ook naar het vermogen. De babyboomers en de generatie daar net onder betalen dus in toenemende mate hun eigen zorg en AOW.

Ouderdomspensioen
Bij de pensioenen is iets soortgelijks te zien. Door de vergrijzing zijn er steeds minder premiebetalers en meer pensioenuitkeringen. Volgens de CBS tabel Pensioenfondsen; deelnemers en premies 2006-2011 (zie bijlage) is deze verhouding nu nog ongeveer 6:3, naar verwachting verslechtert deze naar 6:5 rond 2040. De komende jaren groeit de pensioenpot echter nog zoals door het ABP is aangetoond (zie de nieuwsbrief van 17 december 2012) hetgeen ook door prof. Frijns in een interview bij RTLZ op 10 december 2012 werd bevestigd. Volgens de CBS tabel Pensioenfondsen; deelnemers en premies 2011 (zie bijlage) bedragen de pensioenpremies nu circa 30 miljard en volgens CBS tabel Pensioenfondsen, pensioenuitkeringen 2008-2010 (zie bijlage) zijn de pensioen-uitkeringen in 2011 circa 25 miljard. Elk jaar komt er dus exclusief beleggingsrendement nog zo’n 5 miljard bij. Het omslagpunt is te verwachten vanaf ongeveer 2020. Het beleggings-rendement kan dan ook worden gebruikt voor indexering van de pensioenen, maar vanwege het wel 8 jaar langer leven van de huidige jongeren moeten er dan wel aanpassingen in het pensioencontract plaatsvinden zoals een hogere premie of lagere aanspraken.

De pensioenpositie van de jongeren is daarbij relatief sterk. Volgens de CBS tabel Pensioenaanspraken van personen, kerncijfers 2008 (zie bijlage) zijn de te bereiken pensioen-uitkeringen van jongeren hoger dan die van ouderen. Dit komt mede door de toegenomen aantallen tweeverdieners en het hogere gemiddelde opleidingsniveau van jongeren en de daaraan gekoppelde hogere inkomens. De CBS cijfers houden echter geen rekening met het middelloon principe en zijn dus te optimistisch. Maar ook prof. Goudswaard heeft in het WRR rapport De toereikendheid van pensioeninkomens in Nederland van 28.9.12 (zie bijlage) geconstateerd dat de bruto pensioenaanspraken van jongeren gemiddeld hoger zijn dan van ouderen. Zo zijn de jongeren van nu rijker dan hun ouders waren op die leeftijd.

De huidige pensioenproblematiek wordt vooral veroorzaakt door een combinatie van een stijgende levensverwachting en een extreem lage rekenrente. De berekeningsmethode daarvan dient o.i. te worden aangepast op basis van langdurig rendement minus een afslag per fonds. Dan wordt het vele korten overbodig. Met een dekkingsgraad van rond de 100% kan niet worden gesteld dat de oudere generaties in het verleden te weinig premie hebben betaald. Zij hebben een reserve opgebouwd die we nu in deze crisistijden ook inzetten waarvoor die is bedoeld, tegenvallers opvangen. Jongere generaties hebben een moreel recht op een dekkingsgraad van 100%, het surplus is bedoeld om tegenvallers op te vangen.

Vroeggepensioneerden dubbel de klos

vrijdag 21 december 2012

Wij hebben al enkele keren aandacht besteed aan het pensioen-gat dat vroeggepensioneerden treft. Omdat hun prepensioen op 65-jarige leeftijd ophoudt en zij dan door de verhoging van de AOW-leeftijd nog geen AOW ontvangen, ontvangen zij over die periode alleen het aanvullend pensioen. In de loop van de komende jaren kan dat nadeel van het niet ontvangen van AOW oplopen tot vele duizenden euro’s.

Maar ze worden ook nog dubbel gepakt. In de nieuwe belastingtabellen die wij van het ministerie van financiën hebben ontvangen is het begrip 65-jarige leeftijd vervangen door het begrip AOW-leeftijd. Dat betekent dat over de periode dat men alleen aanvullend pensioen ontvangt geen 19% belasting betaalt maar 37%.

Dit verklaart waarom het Nibud verwacht dat naast de gepensioneerden die het zwaarst van alle inkomens moeten inleveren, de vroeggepensioneerden nog erger de klos zijn en de komende 5 jaar 13% tot 15% aan koopkracht zien verdampen.

Groei Pensioenvermogens van 838 miljard naar 981 miljard
In één jaar tijd zijn de pensioenvermogens met maar liefst 143 miljard gestegen. Dat is met name te danken aan de zeer goede rendementen die de pensioenfondsen hebben gemaakt. Het water klotst in de pensioenfondsen tegen de plinten maar toch mag er niet geïndexeerd worden en moet er zelfs gekort worden, terwijl tegelijkertijd de premies voor de werkenden omhoog moeten. Dat komt omdat de verplichtingen van de pensioenfondsen tegen een onzinnig lage rente berekend moeten worden terwijl het rendement drie tot vier keer zo hoog is.

Jan Willem Dieten, pensioenfondsbestuurder schreef er een column over op de website Republic van jonge ambtenaren. In deze column gaat hij met name in op de premieverhoging en het streven van de werkgevers en vooral ook de overheid als werkgever, om de pensioenopbouw drastisch te verlagen. Dat betekent lagere premies en dat komt de werkgevers erg goed uit, maar gaat wel ten koste van met name jonge ambtenaren en andere werknemers die aanzienlijk lagere pensioenrechten opbouwen.

Sluipmoord op het welvaartsvaste pensioen

maandag 10 december 2012

De Volkskrant had geen betere kop kunnen bedenken voor hun artikel over twee pagina’s in de krant van 8 december over wat er met de pensioenen aan de hand is. Het is voor zover wij weten de eerste keer dat een krant een poging doet om een volledig en evenwichtig verhaal te vertellen. Natuurlijk zijn er wat kanttekeningen bij te plaatsen. Zo wordt de suggestie gewekt dat de huidige gepensioneerden geweldige pensioenen hebben, terwijl die in feite gemiddeld niet boven de € 750 per maand uitkomen. Met name de oudere gepensioneerden hebben tot hun 35e nog zegeltjes geplakt om als ze 65 waren het duizelingwekkende bedrag van ƒ 10,93 per maand meer te krijgen dan de Aow.

Maar de kanttekeningen die te maken zijn doen niet af aan onze waardering dat hier nu eens eindelijk een compleet verhaal wordt verteld over de oorzaken waardoor ons pensioenstelsel steeds verder wordt aangetast. De sluipmoord geeft een goed beeld, omdat mensen pas met die achteruitgang worden geconfronteerd op het moment dat ze pensioen gaan ontvangen. Velen denken nog steeds dat dit ongeveer 70% van hun eindloon zal zijn maar constateren dan tot hun verbijstering dat het veel minder is.

De oorzaken worden in het betreffende artikel allemaal genoemd, van het gegraai van de werkgevers in de pensioenpotten in de jaren ’90 van de vorige eeuw, via de internetzeepbel in 2001 tot de crisissen vanaf het jaar 2008, de verschraling van de eindloonregeling naar de middenloonregeling, het jarenlang achterblijven van de indexatie (er is een bezopen pensioenfonds voor de drankenindustrie waar de gepensioneerden al 19% van hun koopkracht hebben ingeleverd), de via het herstelplan noodzakelijke verhogingen van de pensioenpremies, het later ingaan van het pensioen en de AOW, het korten op de pensioenen en tot slot de nieuwe regeringsmaatregel om de pensioenopbouw in te perken.

Met name dit laatste aspect gaat ten koste van de jonge werknemers, een voorzichtige schatting is dat zij nog eens een kwart van hun pensioen daardoor kwijt raken. Het is dan ook dit aspect dat de Deelnemersraad van het ABP er toe heeft gebracht om een persbericht te doen uitgaan om hier tegen stelling te nemen. Dit persbericht had de unanieme steun van jongeren, ouderen en gepensioneerden in de Deelnemersraad. Na alle negatieve ontwikkelingen is dit regeringsvoornemen de genadeslag voor de pensioenrechten van de jongeren.

Pensioenfondsen en hypotheken II

donderdag 6 december 2012

In eerdere berichten hebben wij onze bezorgdheid geuit over de plannen van APG en PGGM om te beleggen in Nederlandse hypotheken. Wij schreven in ons laatste bericht dat als deze beleggingen zouden gelden voor veilige hypotheken en binnen de bandbreedte van het huidige beleggingsbeleid voor vastrentende waarden, er niets aan de hand zou zijn. Welnu de voorzitter van het ABP Henk Brouwer heeft zowel in de Deelnemersraad van het ABP alsook bij andere gelegenheden verzekerd, dat als het ABP in hypotheken stapt, dit onder de genoemde voorwaarden zal gebeuren. Wat het ABP betreft zijn wij dus gerustgesteld, als ook andere pensioenfondsen soortgelijke verklaringen afgeven, is er geen vuiltje aan de lucht.

Nogmaals het AOW-gat
Wij schreven al eerder over de gevolgen van de AOW-leeftijd voor mensen die al met prepensioen zijn of gedwongen met functioneel leeftijdsontslag moeten. In de Telegraaf van enkele dagen geleden stond wel een heel schrijnend geval van een weduwe van 56 jaar wier echtgenoot ten gevolge van asbest is overleden. Omdat zij na 1950 is geboren heeft zij geen recht op ANW. Daarom had zij een nabestaandenverzekering bij een particuliere verzekeraar en krijgt zij nu een uitkering tot ze 65 jaar is. Tegen die tijd is de AOW-leeftijd verhoogd naar 67 jaar, wat betekent dat zij dan twee jaar lang geen AOW ontvangt en ook niet op een andere wijze wordt gecompenseerd. Dit zijn toch zaken waar de politiek niet om heen kan en die op de een of andere manier opgelost moeten worden.

Schitterende ergernis
Lees ook het weblog ‘Het onbenul van Pauw en Witteman‘.

Koopkrachtberekeningen

maandag 12 november 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 12 november 2012

De gepresenteerde koopkrachtberekeningen blijken onjuist
Uit de brief van minister SZW Asscher van 7 november blijken volgens de berekeningen in diverse media enorme kortingen bij de ouderen. Voor hele groepen Nederlanders zelfs veel meer dan -4% zoals genoemd in het Regeerakkoord en wel juist voor de middengroepen. Volgens het Financieel Dagblad van 9 november bleek uit de koopkrachtcijfers van Sociale Zaken dat 1,1 miljoen huishoudens er bruto 5 à 10% op achteruitgaan in deze regeerperiode. Die koopkrachtdaling treft 2,7 miljoen Nederlanders. Voor 3% van de huishoudens komt de daling boven de 10% uit.

De vakcentrale Middelbaar en Hoger Personeel (MHP) heeft de bekende gegevens in een heel slim rekenmodel in de computer verwerkt (zie bijlage) en daar kwam de volgende grafiek uit met de daling van de koopkracht in 4 jaar afhankelijk van het pensioen van de gepensioneerden (tweeverdieners hebben samen een pensioeninkomen in de verhouding van 2/3 en 1/3 plus AOW):

Bovenop deze algemene nivellering komt het koopkrachtverlies door de effecten van specifieke maatregelen zoals berekend door de MHP (zie het rapport van de MHP als bijlage):

  • Eigen woning: max. – 1,6%
  • Huurwoning : max. – 4,3%
  • Inkomensafhankelijk eigen risico zorg: max. – 0,9%
  • Pensioenkortingen: max. – 2,9% bij 5% pensioenkorting.

Daarnaast zijn er nog andere dalingen aan koopkracht door het vervallen van de compensatie eigen risico (max. – 0,3%), afschaffing algemene tegemoetkoming Wtcg (max. – 2,1%) en de afschaffing korting eigen bijdrage extramurale hulp (max. – 4,9%). En dat bovenop het niet indexeren van de pensioenen tijdens de afgelopen jaren die ook al een koopkracht verlies van circa – 8% heeft opgeleverd. Nu schijnt de inkomensafhankelijke zorgpremie te worden vervangen door nivellering via de belastingen, hetgeen volgens het CPB een verlies van circa 60.000 arbeidsplaatsen zal opleveren.

Eerste indruk regeerakkoord

maandag 29 oktober 2012

Sneller dan verwacht kwam het bericht dat VVD en PvdA er in de afgelopen weken in zijn geslaagd een brug te bouwen over het ravijn van hun opvattingen, die stevig genoeg lijkt om een aantal zeer ingrijpende maatregelen in de komende tijd door te voeren. Kennelijk is dat bouwen aan een brug hen zo goed bevallen dat zij dat als motto voor hun regering hebben gekozen en aankondigen van plan te zijn om overal in het land nog veel meer bruggen te bouwen.

Omdat de tekst van het regeerakkoord een document is van 80 pagina’s kan er zo snel nog geen afgewogen oordeel worden gegeven.

Bij de presentatie van het regeerakkoord deelden de informateurs mede, dat naast de werkgevers en vakbonden ook met een aantal anderen was overlegd. Met name werd genoemd, de heer Dijkhuizen, voorzitter van de commissie belastingen en toeslagen. De voorstellen van deze commissie ter verlaging van tarieven zijn gedeeltelijk in het regeerakkoord opgenomen. Het is niet te hopen dat andere adviezen ook worden opgevolgd. (Zie hiervoor “desastreuse belastingplannen” in ons nieuws van 19 oktober) Ofschoon hierover voor zover ik nu kan overzien geen concrete voornemens worden gepresenteerd, staat de passage over de houdbaarheid van de AOW zodanig geformuleerd dat in de toekomst ingrijpende maatregelen à la Dijkhuizen niet zijn uitgesloten. In elk geval is er slecht nieuws voor de nabestaanden. De uitkering van de Anw wordt beperkt tot 1 jaar. Opvallend was verder dat in de presentatie van Rutte en Samsom het woord “pensioenen” en “gepensioneerden” geen enkele keer viel.

In het deelakkoord van september werd al aangekondigd dat de verhoging van de AOW-leeftijd versneld zou worden ingevoerd, waardoor de leeftijd van 67 jaar al in 2021 wordt bereikt in plaats van in 2023. De toegezegde voorschotregeling van minister Kamp voor de mensen die als gevolg van de verhoging van de AOW-leeftijd in een inkomens-gat gaan vallen werd teruggedraaid en daarvoor in de plaats kwam een overbruggingsregeling maar dan alleen voor mensen met een inkomen tot maximaal 1½ keer het wettelijk minimumloon. Iedereen met een inkomen boven de € 2184 bruto per maand had pech, jammer maar helaas.

Naast de maatregelen die al bekend waren uit het deelakkoord in september valt vooral op dat er zeer fors wordt gekort op de zorg. Met name de langdurige zorg wordt flink versoberd. De ziekenfondspremie en het eigen risico bij de zorg worden inkomensafhankelijk, maar daar staat tegenover dat de zorgtoeslag wordt afgeschaft. Opvallend is ook, dat naast een verlaging van de tarieven van de inkomstenbelasting, de werkenden een cadeautje krijgen van € 500 per jaar omdat de arbeidskorting wordt verhoogd. Dit cadeautje dat toch ergens weer teruggehaald moet worden kost structureel meer dan 3 miljard per jaar. Gepensioneerden zijn van dit voordeeltje uitgesloten.

Laten wij niet alleen kijken naar de gevolgen voor de gepensioneerden. De eerste indruk is dat gezinnen met studerende kinderen het zwaar voor de kiezen krijgen.

Het is een raadsel hoe het Centraal Planbureau heeft berekend dat de lagere inkomens er jaarlijks nog iets op vooruit gaan en alleen de hogere inkomens inleveren. Reden te meer om deze berekeningen straks met de nodige scepsis te bestuderen.