Berichten met het label ‘DNB’

Lagere kortingen en vertraging van zeggenschap

maandag 28 januari 2013

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 28 januari 2013

Twee pensioenfondsen maakten bekend welke dekkingsgraad zij hadden eind 2012. Het KLM Pensioenfonds voor Cabinepersoneel had een nominale dekkingsgraad van 115,9% (dus alleen voor het nominale pensioen zónder indexering voor behoud van koopkracht) en een reële dekkingsgraad van 67% (voor nominaal pensioen mét indexering). Dat is een verschil van 48,9% aan dekkingsgraad. Indien het reële pensioencontract zou worden ingevoerd als een beschikbare premieregeling, dan betekent dat bij deze cijfers een directe afboeking van de dekkingsgraad van 48,9% die deels wordt gecompenseerd door een hogere rekenrente (niet meer met een ‘risicovrije’ rente). Vanaf dat lagere peil mag geen indexatie plaatsvinden totdat weer minstens een dekkingsgraad van 105% is bereikt. Bij reële pensioenen komen de beleggingsrisico’s en hogere levensverwachting voor rekening van de deelnemer en gepensioneerde, en niet meer voor het fonds. Willen we dat? Nee en het is ook niet nodig bij een realistischer rekenrente op basis van langjarig beleggingsrendement met een risico-afslag per fonds. Bij het Unilever pensioenfonds Progress lagen de percentages eind december op een nominale dekking van 133% en een reële dekking van 99,8%, een verschil van 33,2%.

DNB bericht over ‘Lagere kortingen pensioenfondsen’
De Nederlandsche Bank (DNB) heeft op 22 januari een persbericht uitgebracht waarin wordt medegedeeld dat circa 70 pensioenfondsen de komende periode een besluit tot het doorvoeren van een korting per 1 april 2013 zullen moeten aankondigen. Dat waren eerst wel 103 fondsen. Het betreft toch nog altijd naar schatting van DNB een 2 miljoen actieve deelnemers, 1,1 miljoen gepensioneerden en 2,5 miljoen ‘slapers’. De gewogen gemiddelde korting op basis van deze schatting bedraagt 1,9%, aldus DNB. Maar de metaalfondsen moeten al korten met 7% (PMT) en 6% (PME) met circa 185.000 gepensioneerden resp. 153.000 gepensioneerden die financieel de dupe zijn met hun veel forsere koopkrachtverlaging. De fondsen die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om de korting te maximeren op 7% moeten de resterende door te voeren kortingen volgend jaar toepassen. En dat komt allemaal bovenop de fiscale maatregelen van begin dit jaar die een aanzienlijke verlaging van het netto inkomen veroorzaken tot wel -6% .

Wet versterking bestuur pensioenfondsen voor medezeggenschap gepensioneerden
In januari 2012 heeft de Eerste Kamer het initiatiefwetsvoorstel Koser Kaya / Blok behandeld over het recht op deelname van gepensioneerden aan het bestuur van pensioenfondsen. Dat voorstel is toen met ruime meerderheid aangenomen en is daarna tot wet geworden. Het vorige kabinet verklaarde zich bij de behandeling bereid om de initiatiefwet geheel of grotendeels als onderdeel op te nemen in een nog in te dienen ruimer wetsvoorstel Versterking bestuur pensioenfondsen, het ‘structuurvoorstel’. Het streven was erop gericht dit nieuwe structuurvoorstel als wet op 1 januari 2013 te laten ingaan. Tussen het vorige kabinet, de beide initiatiefnemers en de fractiewoord-voerders in de Eerste Kamer is toen eveneens duidelijk afgesproken dat wanneer deze structuurwet niet op tijd in werking treedt, de initiatiefwet KKB per 1 januari 2013 toch in werking zal treden.

Op 21 december vorig jaar heeft het nieuwe kabinet het ingediende structuurvoorstel aangepast aan de initiatiefwet KKB, maar er blijven toch nog twee verschillen bestaan (zie www.nypels.nl). In afwijking van de initiatiefwet heeft het structuurvoorstel enkele bepalingen om het aantal bestuurs-zetels voor de gepensioneerden te maximeren. En in de initiatiefwet kennen de deelnemersraad en een minderheid van die raad een beroepsrecht. In het structuurvoorstel vervalt voor de opvolger van de deelnemersraad een soortgelijk beroepsrecht. Op 21 december van vorige jaar heeft de staats-secretaris voor SZW meegedeeld dat de streefdatum van 1 januari 2013 voor de afhandeling van het nieuwe structuurvoorstel niet wordt gehaald. In afwijking van de toezegging van het vorige kabinet kondigt het kabinet echter aan dat de inwerkingtreding van de initiatiefwet KKB een half jaar zal worden verschoven van 1 januari 2013 naar 1 juli 2013. Schandelijk dit niet nakomen van een bindend gemaakte afspraak hetgeen in strijd is met de beginselen van goed bestuur.

Daarom heeft Martin van Rooijen als voorzitter van de Koepel van Nederlandse Verenigingen van Gepensioneerden (KNVG) een pittige brief aan de Commissie van Sociale Zaken van de Tweede Kamer geschreven. Daarin wordt erop gewezen dat aan de naleving van de zorgplicht door de werkgevers te weinig aandacht wordt geschonken. Maar ook dat de zeggenschap van gepensioneerden in het reële contract en de machtsverhoudingen niet goed zijn geregeld.

Betoog Kees de Lange, Eerste Kamer

donderdag 22 november 2012

Onderstaand betoog wordt door ons gepubliceerd met toestemming van senator Kees de Lange.

Betoog Kees de Lange, Algemene Financiële Beschouwingen
20 november 2012

Voorzitter.
Zoals zo velen maakt mijn fractie zich grote zorgen over de financiële situatie van ons land. In het debat van vandaag wil ik een aantal concrete problemen aan de orde stellen en ingaan op de politieke ontwikkelingen op financieel gebied. Die roepen namelijk bij mijn fractie zeer veel vragen op.

Voordat ik met de vragen aan de slag ga, wil ik beginnen met een aantal observaties over het regeerakkoord, of in elk geval over de eerste versie daarvan. Over het gênante gedoe dat een regering die nog met regeren moet beginnen al vanaf dag één in crisisberaad is, valt veel te zeggen. Ik zal die verleiding proberen te weerstaan. De geloofwaardigheid van deze coalitie is nog voordat men begonnen is al genoeg aangetast om nog verder zout in de wonden te willen wrijven. Dat zullen anderen nadrukkelijk doen. Liever richt ik me in mijn bijdrage op een aantal zaken die voor de toekomst van ons land van cruciaal belang zijn, maar waarover in het regeerakkoord niets of vrijwel niets te vinden is. Ik doel op de Eurocrisis, het verband tussen de Eurocrisis en de Nederlandse pensioenen, de visie op de toekomst van Europa en de rol van ons land daarin, en de regeringsvisie, of liever het ontbreken daarvan, op de zorg.

De voornemens over Europa in het regeerakkoord kunnen op de achterkant van een postzegel die overigens steeds duurder wordt zonder dat er een verbeterde service tegenover staat. Pensioenen die toch voor zo’n drie miljoen gepensioneerden en vele miljoenen verplichte deelnemers in de pensioenfondsen hun oudedagsvoorziening vormen, worden uitgekleed, terwijl de mantra dat Nederland het beste pensioensysteem ter wereld zou hebben tot vervelens toe herhaald wordt. Het verband tussen het huidige financiële beleid in Europa en de uiterst negatieve gevolgen voor onze pensioenen wordt zorgvuldig buiten beeld gehouden. Op een visie op Europa valt het kabinet in het regeerakkoord al helemaal niet te betrappen, behalve dan dat de Euro tot elke prijs behouden moet blijven. Hoe hoog die prijs al is opgelopen, en hoe groot de waarschijnlijkheid is dat die prijs nog veel verder zal oplopen, is geen onderwerp waar deze coalitie de burger graag mee confronteert. Ook bij een zo belangrijk, kostbaar en in toenemende mate essentieel onderwerp als de zorg wordt deze regering meer gefascineerd door de verdeling van de alsmaar groeiende kosten dan door het beheersen ervan. Men hoeft geen ingewijde te zijn om te kunnen constateren dat er in de zorg fundamentele veranderingen tot stand gebracht moeten worden die nopen tot een nieuwe visie op onze samenleving. Naar de mening van mijn fractie kan de zorgproblematiek slechts opgelost worden door nieuwe vormen van leeftijdsbestendig bouwen en wonen, het bevorderen van nieuwe vormen van intermenselijke en intergenerationele hulp, en het overhevelen van minder macht naar zorgverzekeraars. Een regering met visie zou daar ook met een gevoel van grote urgentie naar handelen.
Maar genoeg hierover, vandaag richten we ons vooral op de financiële aspecten van het overheidsbeleid. Ook daar valt veel over te zeggen, en ik wil dat doen aan de hand van een aantal vragen. Hopelijk komen daarmee de diverse pijnpunten helder aan de orde.

1 Zijn bezuinigingen in de voorgestelde vorm en in het voorgestelde tempo nodig?
De Nederlandse regering betoogt voortdurend en nadrukkelijk dat bezuinigen de enige manier is om ons land uit het financiële moeras te halen. Tot elke prijs moet het financieringstekort zo snel als maar enigszins mogelijk is beneden de door Europa gehanteerde 3% norm gebracht worden. De enorme koopkrachtverliezen van grote groepen burgers, het verlies van werkgelegenheid en de historische afname in het vertrouwen van de burger in de economie worden daarbij voor lief genomen.

De Nederlandse economische situatie kan niet los gezien worden van de Europese. Het heeft voor een kleine economie als de Nederlandse geen zin om te ver voor de muziek of te ver achter de muziek aan te lopen. Nederlands beleid kan alleen hopen succesvol te zijn als het grotendeels in de pas loopt met beleid elders in Europa. Is dat het geval? En wat is het realiteitsgehalte van de wijze waarop in de afgelopen jaren over de Eurocrisis gecommuniceerd is? Laten we een stukje geschiedenis de revue laten passeren.

Toen in de Verenigde Staten de hypotheekcrisis uitbrak, betoogde onze regering dat dit een zuiver Amerikaans probleem was dat Europa niet raakte. En als het Europa al in geringe mate zou raken, dan was Nederland toch in een dusdanig goede positie dat we er niets van zouden merken. Tot de hypotheekcrisis een bankencrisis en vervolgens een landencrisis werd. En de werkelijkheid opeens een heel andere bleek dan ooit gesuggereerd was.

Om te beginnen werd pijnlijk duidelijk wat voor ingewijden allang bekend was, namelijk dat de introductie van de Euro en het creëren van een monetaire unie zonder de politieke middelen of zelfs de politieke wil om de nodige begrotingsdiscipline af te dwingen, het vragen om problemen was. Die problemen hebben we gekregen en hoe. Landen als Griekenland en Spanje, maar ook Portugal, Ierland, Cyprus, en binnenkort ook Frankrijk en Italië zijn inmiddels beland in een neerwaartse spiraal van bezuinigen en recessie die nog in geen jaren opgelost zal zijn. In Griekenland en Spanje is het echte probleem dat ondernemers in die landen, doordat men vastgeklonken zit aan een veel te harde Euro, de competitie met het buitenland onmogelijk aankunnen. Door jarenlange te goedkope leningen is dit centrale probleem onderbelicht gebleven. Inmiddels zit meer dan een kwart van de Grieken zonder werk; onder jongeren tot 25 jaar is dat zelfs 58 procent. Het land gaat binnenkort het zesde jaar van economische recessie in. Geld van vermogende Grieken is al lang in het buitenland geparkeerd. Jongeren die iets geleerd hebben verlaten het land in grote aantallen, om nooit meer terug te keren. Politiek neemt het extremisme onrustbarende vormen aan. Toenemende bezuinigingen leiden tot meer recessie en tot de noodzaak van meer bezuinigingen. Alleen een onder curatele stelling, en in de perceptie van de Grieken om het nog erger te maken nog wel door Duitsland, is het gevolg. In Spanje en diverse andere landen in de Eurozone is de situatie niet veel beter.

Ondanks de enorme financiële en sociale problemen waar deze landen mee worstelen, houdt de Europese Commissie de fictie overeind dat na de financiële nachtmerrie binnenkort het morgenrood gloort, om maar een socialistisch begrip uit vervlogen tijden aan te halen. Wie dat gelooft is naar de mening van mijn fractie toe aan langdurige verpleging in een omgeving geschilderd in rustgevende kleuren. Men schijnt niet te beseffen dat het enige dat gloort de Gouden Dageraad is, een onverdund fascistische politieke partij in Griekenland met een verontrustend grote en nog groeiende aanhang. Is het scheppen van een financiële transferunie, waarbij gedurende een onafzienbare reeks van jaren middelen van de rijkere naar de armere landen worden overgeheveld de oplossing? De vraag stellen is hem beantwoorden. Naar de mening van mijn fractie is de oogkleppenpolitiek die de euro tot elke prijs wil redden, gedoemd te falen en zal dit beleid de kosten voor de Nederlandse belastingbetaler alleen maar verder opjagen. Al vele miljarden zijn in een zwart gat verdwenen, en daar zal het niet bij blijven. Intussen wordt de Nederlandse economie, om maar niet te spreken over die van grote delen van Zuid-Europa, kapot bezuinigd.

Hoe kijkt Nederland aan tegen de Griekse problematiek? Onder de vorige regering beweerde onze Minister van Financiën dat financiële steun aan Griekenland een goede zaak was omdat Nederland daar door de hoge te vorderen rente grandioos aan zou verdienen. Een paar maanden later stelde hij dat er weliswaar geen winst gemaakt zou worden, maar dat we toch zeker quitte zouden spelen. Inmiddels dient een bedrag in de orde van vier miljard Euro als verloren te worden beschouwd, terwijl er garanties gegeven zijn ten bedrage van tientallen miljarden met onbekende of in elk geval verzwegen risico’s. De huidige Minister van Financiën stelt nu dat inderdaad miljardenbedragen als afgeschreven dienen te worden beschouwd. Hiermee wordt slechts bevestigd wat iedereen al wist, hoewel het niettemin een trendbreuk betekent met de communicatie uit een recent verleden. Echter, ook de huidige minister waagt zich niet aan kostenschattingen noch aan scenario’s. Toch wil ik hem daar hier en nu expliciet naar vragen.

Dat de economie te belangrijk was om aan economen over te laten was al lang genoegzaam bekend. Dat Europa te belangrijk is om aan de pro-Europese elitaire lobby over te laten, is een harde les die we momenteel aan het leren zijn. Harrie Verbon en David Hollanders uit Tilburg becijferen in de Volkskrant van 18 april 2012 dat als Griekenland, Portugal en Ierland echt failliet gaan, dit ons 12 miljard per jaar zal gaan kosten. We laten dan voor onze gemoedsrust onze gerechtvaardigde zorgen over Spanje, Italië en Frankrijk maar even buiten beschouwing. Daarmee vergeleken zijn de afgelopen en aangekondigde bezuinigingen waar Nederland onder zucht klein bier. Het is bizar dat de Nederlandse regering deze problematiek hardnekkig buiten beeld probeert te houden. Zijn de dagen van Colijn wellicht weergekeerd?

Terug naar onze vraag: Zijn bezuinigingen in de voorgestelde vorm en in het voorgestelde tempo nodig? Laten we die vraag vanuit een aantal gezichthoeken belichten. Is het zinvol om als we Europa uit het economische slop willen halen om zowel in de armere als in de rijkere landen een rigoureus bezuinigingsbeleid te voeren? Is dat de manier om het Nederlandse en Europese investeringsklimaat te verbeteren en het vertrouwen van de burger terug te winnen? Anderzijds, als we dan toch bezuinigen, heeft het dan zin om meer en sneller te bezuinigen dan de omliggende landen? Valt in redelijkheid te verwachten dat landen als Italië, Frankrijk, Spanje, of zelfs Duitsland dezelfde route zullen kiezen? Het zijn in het verleden juist Frankrijk en Duitsland geweest die de begrotingsdiscipline aan hun laars gelapt hebben. Heeft het zin dat Nederland weer eens het braafste jongetje van de klas is, de gekke Henkie van Europa, door te kiezen voor deze neoliberale vorm van begrotingsmasochisme? Mij dunkt dat de tijd is aangebroken voor een grondige analyse die te lang door allerlei verkiezingsretoriek overschaduwd is.

2 Draagt het voorgestelde financieel-economische beleid bij aan het oplossen van de Eurocrisis?
Financiële problemen zijn niet voorbehouden aan Europa. In de Verenigde Staten kan men er ook iets van. De snel toenemende staatsschuld daar bereikt binnenkort zijn bij wet voorgeschreven maximum, en dan zijn harde maatregelen onvermijdelijk. De kans om over de rand van de ‘’fiscal cliff’’ te rollen is daarbij niet denkbeeldig. Dat een dergelijke situatie de oplossing van de Europese crisis nu niet bepaald dichterbij zal brengen, moge duidelijk zijn. Maar hoe dient Europa de eigen winkel op orde te brengen? Eerst maar weer een uitstapje naar hoe de zaak tot dusver in Nederland is aangepakt.

De wijze waarop in Nederland de discussie over de Eurocrisis gevoerd wordt, heeft alle voordelen van simpelheid en voltrekt zich vooral langs de lijnen van extreme standpunten die als een religie beleden worden. Er is een duidelijk minderheidsstroming die betoogt dat er geen cent meer naar Europa moet, dat Grieken lui, corrupt en onbetrouwbaar zijn en geen enkele financiële steun meer verdienen, en dat elk land maar beter terug kan gaan naar zijn oorspronkelijke munt. Nu denkt mijn fractie niet dat het wegduiken achter verhoogde dijken een erg goed idee is. Vergaande economische samenwerking in Europa is een bron van een flink deel van onze welvaart, en het lijkt verstandig dat te beseffen. Dat is overigens iets anders dan een pleidooi voor het handhaven van de monetaire unie in de huidige vorm en tot elke prijs. Tot elke prijs, het klinkt iets te omineus allemaal. Want dat is het probleem met de aanhangers van de meerderheidsstroming in de discussie. Het behoud van de Euro in zijn huidige vorm gaat boven alles. Overdracht van nationale soevereiniteit aan Brussel wordt enerzijds ontkend of gebagatelliseerd, of anderzijds zelfs als wenselijk afgeschilderd. Een begrotingstekort van maximaal 3% is tot heilige graal verheven, terwijl niet overwogen wordt dat de economie van bezuinigen, van austerity, ons gemakkelijk als lemmingen over de ‘’austerity cliff’’ kan storten. Dat is dan erger dan de gevreesde spiraal omlaag, omdat het meer lijkt op een vrije val. En dan zijn we veel verder van huis. Bij lemmingen dient de collectieve zelfmoord nog een biologisch doel. Datzelfde kan waarschijnlijk niet gezegd worden van het economisch verderf dat steeds meer op de loer ligt. Dit speelt des te meer omdat de voorgestelde bezuinigingen vooral ten laste van de koopkracht van de burger komen, en niet bijvoorbeeld gevonden worden in het afstoten van overheidstaken.

Wat mijn fractie node mist, is een grondige rationele discussie over alternatieve scenario’s. Die zijn er natuurlijk wel degelijk, zoals het regelmatig kennis nemen van de berichtgeving in toonaangevende kranten in Duitsland leert. Bij een recente commissievergadering in de Eerste kamer waarbij minister Rosenthal en staatssecretaris Knapen aanwezig waren, heb ik gevraagd naar waar de toenmalige regering stond op het punt van alternatieve scenario’s. Het antwoord was ronduit ontluisterend. Alternatieve scenario’s mochten wellicht intellectueel bevredigend zijn, maar waren politiek irrelevant. Ik ben bijzonder benieuwd te vernemen of ook de huidige minister voorstander is van een dergelijk ontmoedigingsbeleid ten aanzien van creatief nadenken.

Al veel eerder en bij meerdere gelegenheden heeft mijn fractie in de Eerste Kamer gepleit voor het bestuderen van alternatieve scenario’s. Ik denk dan met name aan het principe van Parallelwährung zoals dat onder meer door de Deutsche Bank bepleit wordt. Dit idee is overigens een variant van de Matheo Solution zoals die door de Nederlander André ten Dam al jaren geleden is voorgesteld. Is het nu echt nodig dat de wal het schip keert voordat de politiek bereid is om het geringe prestigeverlies voor lief te nemen dat nu eenmaal hoort bij het verlaten van eerder ten onrechte ingenomen standpunten? Mijn fractie hoort graag de mening van de minister op dit punt.

Inmiddels is de rol van de Europese Centrale Bank, de ECB, een heel andere geworden zonder dat van enige democratische controle sprake is. Waren de vroegere presidenten Duisenberg en Trichet nog zeer terughoudend om het beleid van de ECB door politieke overwegingen te laten leiden of bepalen, onder de nieuwe man Draghi waait er een totaal andere wind. Niet alleen heeft hij zijn functie als president ten opzichte van de overige ‘’board members’’ aanzienlijk versterkt, bovendien is het mandaat van de ECB opgerekt tot proporties die met niet al te veel fantasie zorgwekkend genoemd kunnen worden. Het democratisch tekort en het ontbreken van ‘’checks and balances’’ wreekt zich hier in volle omvang.

Terug naar onze vraag: Draagt het voorgestelde financieel-economische beleid bij aan het oplossen van de Eurocrisis? Naar de overtuiging van mijn fractie is het voor de volksvertegenwoordiging op deze manier onvoldoende mogelijk om zich over dit cruciale onderwerp een afgewogen oordeel te vormen, terwijl de potentiële gevolgen hoogstwaarschijnlijk zeer ingrijpend zijn. De reden is dat de regering buitengewoon geheimzinnig omgaat met het verstrekken van scenario’s die de risico’s van allerhande gegeven garanties zouden dienen te kwantificeren. Bovendien wordt het nadenken over alternatieven bepaald niet aangemoedigd. Dat de rol van de volksvertegenwoordiging op deze manier wordt uitgehold, zou geen enkele partij zich vanuit democratisch oogpunt moeten laten aanleunen.

3 Is er een betere aanpak?
Een valsere start dan die van het VVD-PvdA kabinet is niet denkbaar. Het ‘feest van de nivellering’ via de inkomensafhankelijke zorgpremie van PvdA partijvoorzitter Spekman ontaardde binnen de kortste keren in een afterparty die een wel erg katterig gevoel achterliet. Bij alle discussie over bezuinigingen gold dat zeker niet voor het inktbudget van De Telegraaf die in letters van ongekend formaat zichzelf tot verdediger van de middengroepen uitriep. Toen vervolgens het ene onbekookte voorstel vervangen werd door een ander, was de emotie al weer zover afgedempt dat het nieuwe plan wel bekritiseerd maar niet afgeschoten werd. Wat de afgelopen weken betreft verdient dit kwartetkabinet de rode kaart.

Gevolg van alle commotie was helaas wel dat andere onderdelen van de regeringsverklaring ternauwernood aandacht kregen. Toch valt op dit document veel af te dingen, omdat je er geen toekomstvisie voor Nederland in zult aantreffen. Noch nivellering via een inkomensafhankelijke ziektekostenpremie, noch verhoging van belastingen zal de oplossing van de crisis ook maar een millimeter dichterbij brengen, eigenlijk integendeel. De kosten van de crisis worden vooral bij de burger gedeponeerd en nivellering heeft slechts herverdeling tot doel. Alleen de ideologen zijn tevreden. Hadden we in het verleden een minister die als tamelijk onschuldig tijdverdrijf het fokken van ponies beoefende, nu moeten we helaas constateren dat het berijden van allerlei politieke hobbyponies is uitgegroeid tot een wijd verbreid fenomeen.

Zaken die voor miljoenen Nederlanders van elementair belang zijn – zoals de toekomst van onze pensioenen- komen niet of nauwelijks aan de orde. Bij alle discussies over koopkracht moet nadrukkelijk gesteld worden dat alleen gesproken wordt over zeer aanzienlijke koopkrachtverliezen die voortvloeien uit het voorgenomen regeringsbeleid. Voor de gewone burger komen die natuurlijk gewoon bovenop de grote koopkrachtverliezen die ze in de afgelopen paar jaar al ervaren hebben. Of je nu door de hond of de kat gebeten wordt maakt voor diezelfde burger weinig uit. De drie miljoen gepensioneerden die ons land telt en die door opeenvolgende regeringen consequent als rijk worden afgeschilderd behoren in elk geval tot de groepen waar de klappen vallen. Niet uitgekeerde indexatie uit het verleden, de te verwachten kortingen voor zeer velen op hun nominale pensioenen, en de groeiende inflatie hebben wel degelijk grote koopkrachteffecten maar worden in de huidige discussie voor het gemak niet meegenomen. Overigens valt ouderen zelf zeer veel te verwijten doordat men heeft nagelaten zich te organiseren in een krachtige eenstemmige lobby of in een politieke partij die op basis van kennis van zaken en een evenwichtige benadering van de problemen respect afdwingt.

Het is in Den Haag een goed bewaard geheim dat alle pogingen om de Euro te behouden en de steun voor het rentebeleid van de ECB van de afgelopen jaren desastreus zijn voor de Nederlandse pensioensituatie. De zorgwekkende toestand van de meerderheid van onze pensioenfondsen is deels te verklaren als resultante van het gevoerde overheidsbeleid. Niettemin kampen we ondanks alle retoriek die graag het tegendeel beweert met een pensioenstelsel dat met de beste wil niet meer als eigentijds beschreven kan worden. Met name op het gebied van de ‘governance’ en de leeftijdsbestendigheid liggen de problemen hoog opgetast zonder dat verbeteringen in zicht zijn. Want ook voor jongeren zijn de vooruitzichten op een goed pensioen verder over de horizon dan ooit. In plaats van het voeren van een uitzichtloze discussie over welke generatie de slechtste pensioendeal krijgt, zouden generaties hun gemeenschappelijke belangen voorop moeten stellen. Aan politieke lapmiddelen is geen gebrek, maar een fundamentele discussie over hoe we met ons pensioenstelsel verder moeten zal naar het zich laat aanzien ook gedurende de zittingsperiode van dit kabinet op de lijst van gemiste kansen bijgeschreven kunnen worden. Het vertrouwen van miljoenen Nederlanders in hun overheid zal er niet door groeien.

Samenvattend, laat me komen tot een afronding van mijn eerste termijn. Als we de retoriek van de regeringsverklaring en de met de mond beleden ambitie afzetten tegen het gebrek aan visie op uitermate belangrijke financieel-economische vraagstukken, dan maakt mijn fractie zich grote zorgen. De mantra dat we sterker en socialer uit de crisis gaan komen wordt zo vaak herhaald dat je gaat vermoeden dat deze regering snakt naar het uitbreken van de volgende crisis, bij voorkeur nog wat dieper dan de huidige. Om daar vervolgens nog veel veel sterker en nog veel veel socialer uit te gaan komen. De ambities van mijn fractie zijn wat meer met beide benen op de grond. Laten we eerst maar eens proberen de huidige crisis te overleven, zonder onherstelbare schade aan de broodnodige koopkracht van veel weerloze burgers en aan het broodnodige vertrouwen van grote delen van onze samenleving in de economie en in een overheid die geacht mag worden voor de fundamentele belangen van iedere burger op de bres te staan. Daar zullen we de handen meer dan vol aan hebben.

En om ten slotte mijn vraag of er een betere aanpak is maar zelf te beantwoorden: het antwoord is ja. Namelijk door te luisteren naar de burgers in dit land die zich nu eens niet verenigd hebben in extern gefinancierde organisaties die lobbyen voor deelbelangen, en door te kijken en te luisteren naar mensen die door hun eigen vrijwillige inzet deze samenleving ondanks alle opgeworpen barrières draaiend proberen te houden. Laat de regering op basis daarvan daadwerkelijk een visie ontwikkelen om juist dat soort processen die de burger direct aangaan te versterken. Dan is er hoop voor dit land.

Jongeren, babyboomers en gepensioneerden

maandag 29 oktober 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 29 oktober 2012

Onterechte kritiek op babyboomers en gepensioneerden
De uitgelekte plannen van de VVD en PvdA voor een nieuw regeerakkoord zullen een sterke nivellering tot gevolg hebben. De voorzitter Martin van Rooijen van de Koepel van Nederlandse Verenigingen van Gepensioneerden KNVG laat aan de informateurs duidelijk weten dat deze plannen een ramp voor de pensioneerden zullen zijn en daarom onacceptabel (zie bijlage).

Kritiek op het vermogen van babyboomers en gepensioneerden
Daarnaast neemt in de media de kritiek op ouderen en gepensioneerden hand over hand toe omdat zij niet een deel van hun vermogen (en inkomen) zouden willen overdragen aan de jongeren. De Nederlandsche Bank bericht in haar bulletin De vermogens van jong en oud van 25 oktober (zie bijlage): “Uit figuur 2 blijkt dat jongere huishoudens gemiddeld een hogere hypotheekschuld hebben dan oudere huishoudens. Gedurende het werkzame leven verbetert de netto vermogenspositie. Oudere huishoudens hebben een groter opgebouwd pensioenvermogen, een lagere hypotheek-schuld en meer overige financiële bezittingen, waaronder spaartegoeden, aandelen en obligaties. Na het werkzame leven gebruiken oudere huishoudens het opgebouwde vermogen om in hun levensonderhoud te voorzien, waardoor het vermogen weer slinkt. Ten opzichte van 1993 zijn de netto vermogens van de oudere huishoudens met betrekking tot het inkomen weliswaar sterk gegroeid, maar de netto vermogens van jongere huishoudens blijken juist te zijn afgenomen.”

Die afname van netto vermogens van jongeren is niet goed. Dat ligt voor de hand voor een jongere generatie die een veel hoger consumptiepeil kent dan de ouderen toentertijd en veel op de pof koopt. Want in de tijd dat de ouderen jong waren, spaarden zij relatief veel meer ondanks hun weinig luxueuze jeugd. Als oudere heb je een hoger inkomen en meer vermogen opgebouwd ten opzichte van een jongere. Maar dat kan niet de morele basis vormen voor nog meer gedwongen vermogensoverheveling. Dat doet de erfbelasting al meer dan genoeg.

Kritiek op het inkomen van babyboomers en gepensioneerden
In het artikel Afrekening tussen de generaties van prof. Paul Schnabel in de NRC van 27 oktober stelt hij dat de dertigers de zwaarste lasten hebben. Zijn argument daarvoor is dat slechts 3% van de 65+’ers een inkomen onder de armoedegrens heeft zonder te vermelden dat deze ‘lage-inkomensgrens’ (CBS) ongeveer gelijk is aan de AOW. Schnabel stelt verder in zijn artikel dat ondanks een bescheiden aanvullend pensioen van een paar honderd euro het gemiddelde inkomen van de ouderen “toch duidelijk boven dat van de leeftijdsgroep van 25 tot 45 jaar ligt.” Kennelijk doelt hij op de groep 45-65 jaar, maar die groep werkt nog aan de carrière met een stijgend inkomen. Zijn retorische vraag aan het eind van het artikel is of zestigers niet nog meer zouden moeten zorgen voor de dertigers gezien hun benarde financiële positie.

Deze financiële zorgen voor de dertigers zijn er vanwege de mindere sociale voorzieningen voor de jongeren in de toekomst. Zoals prof. Henry Beunders in dezelfde NRC schrijft in zijn artikel Nieuwe zondebok: de babyboomers met als ondertitel: Vroeger stonden de babyboomers voor groei en de opbouwjaren. Nu krijgen ze de schuld van de crisis in plaats van de ‘bonusgraaiers’. Hij is van mening dat bij de huidige financieel-economische angst de politiek en de media de jongeren als reddings-boei zien voor eigen overleven door een hele bevolkingsgroep tot zondebok te maken: de baby-boomers. “Deze tactiek lijkt voor politici die moeten bezuinigen, logisch. Als er moet worden bezuinigd, pak dan de gepensioneerden met een goed pensioen. En verlaag daarmee de beloftes aan alle nieuwere generaties”. Het heeft geen nut om een bepaalde generatie die er niets aan kan doen dat ze toen geboren werd, aansprakelijk te stellen voor de financiële problemen van heden ten dage.

Laten we zorgen voor een hoger inkomen van deze middeninkomens door de abnormale bonussen en topinkomens van bankiers, leiders van (semi-)publieke instellingen e.d. aan te pakken. En dat behalve bij de AOW elke generatie zijn eigen kosten betaald.

Staatsschuld en bezuinigingen

maandag 17 september 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 17 september 2012

Geeft onze staatsschuld wel reden voor bezuinigingen?
De verkiezingen zijn achter rug met verassende uitslagen per politieke partij. De ‘verkenner’ Henk Kamp is nu aan het werk en hij komt op 19 september met zijn advies aan de Tweede Kamer over de benoeming van een of meer (in)formateurs die moeten zorgen voor een regeringscoalitie. Hoe lang dat gaat duren, valt niet te voorspellen. Maar laten we hopen dat er snel een nieuwe regering komt, want er moet veel werk worden gedaan. Als demissionair minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat Kamp intussen door met de pensioenproblematiek. Kamp heeft de verwachting uitgesproken dat hij nog deze maand september met voorstellen zal komen waaronder de rekenrente. We zullen zien wat daarvan komt. De nieuwe samenstelling van de Tweede Kamer wordt op 20 september geïnstalleerd en het is afwachten wie de pensioenwoordvoerders van de partijen zullen worden en met welke standpunten.

Staatsschuld de reden voor bezuinigingen?
Daar onze overheid geen zaken in economische zin produceert en dus geen winst kan maken om haar investeringen te financieren, leent de overheid om o.a. de aanleg van infrastructuur te betalen. Dit in tegenstelling tot bedrijven en huishoudens. Maar er moet niet teveel worden geleend in verhouding tot het inkomen (bij de overheid belastingen e.d.) en dat geldt voor beide categorieën. De nominale staatsschuld is momenteel wel hoog, maar niet in de verhouding tot ons Bruto Binnenlands Product (bbp, ons nationale inkomen) zoals onderstaande grafiek van het CPB laat zien.

Gedurende bijna de gehele 19e eeuw was de staatsschuld meer dan 100% van het bbp. In slechts 31 van de afgelopen 198 jaar zou Nederland aan de Maastricht norm van 60% voldoen. Waarom de huidige paniek bij de Minister van Financiën? Dat leidt tot onacceptabel korten op de pensioenen.

Systeemfout in ons pensioenstelsel
Daarnaast heeft Arnoud Bosch van de VDAB een fout ontdekt in ons pensioensysteem. Door een systeemfout van opbouwrechten van pensioenfondsen worden pensioengerechtigden gedupeerd. De lage dekkingsgraad waardoor pensioenfondsen nu moeten korten op de uitkering is een gevolg van de invoering van de middelloonregeling. Met het omstreeks 2004 invoeren van de middelloonregeling voor het opbouwen van pensioenen, werd besloten het opbouwpercentage te verhogen van standaard 1,75 naar 2,25 procent. Dat was bedoeld om ervoor te zorgen dat op de pensioendatum alsnog structurele- en loonschaalverhogingen zouden worden gecompenseerd. Zie de uitleg hierover in de bijlage. Het bericht is wijd verspreid en opgenomen. Hopelijk gaan de pensioenfondsen de opbouwpercentages voor de pensioenen dan ook verlagen. Ook De Nederlandse Bank heeft onlangs daarop aangedrongen met haar oproep tot versobering van de pensioenen.

De financiële markten maken de dienst uit

maandag 20 augustus 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 20 augustus 2012

Wie bepaalt wat er gebeurt in onze economie?
In het artikel Liborgate schaadt ook de pensioenfondsen in het Financieel Dagblad van 13 augustus schrijft Rik Albrecht als lid van de commissie beroepsethiek van het Chartered Financial Analyst (CFA) Institute dat het manipuleren van de interbancaire rente (LIBOR) waarop ook de renteswaps van pensioenfondsen zijn gebaseerd “een flagrante schending van de ethische code en gedragsregels van het CFA Institute is.” Ook bij de Rabobank wordt hiernaar onderzoek gedaan. Maar zou zo’n manipulatie door banken niet ook een strafrechtelijke overtreding moeten zijn? Een scheiding in nutsbanken en zakenbanken blijft de voorkeur verdienen.
Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) bejubelt de oplossing van de financiële crisis in IJsland. Na het failliet gaan van de drie grootste banken van IJsland zijn strenge bezuinigingen doorgevoerd en leningen van het IMF ontvangen. Weer waren de banken de oorzaak van economische ellende. Daarbij heeft de regering de verliezen laten neerdalen bij de aandeel- en obligatiehouders van de getroffen banken in plaats van bij de belastingbetaler, aldus de Telegraaf van 14 augustus. Zo kon de sociale zekerheid in stand blijven, mede door een groei van de economie met 2,4%. De devaluatie van de IJslandse kroon met 80% heeft daarbij geholpen. Maar dat kan Griekenland met zijn euro niet.

Wat betekent deze monetaire economie voor ons?
De reële economie betreft het verhandelen van goederen en diensten. Banken maken ook deel uit van de monetaire economie. De Europese Centrale Bank (ECB) maakt daar deel van uit evenals de nationale centrale banken. Landen lenen geld door uitgifte van staatsleningen en de ECB koopt die leningen van economisch zwakke euro-landen met teveel schulden soms weer op. De ECB kan geld bijdrukken en in de economie pompen tegen een heel lage rente. Dat heeft weer zijn invloed op de rekenrente die pensioenfondsen moeten gebruiken en die daardoor heel laag is. Maar risicovrije rente bestaat helemaal niet zoals betoogd in de voorgaande nieuwsbrief. Dus de banken bepalen wat er gebeurt in onze economie? Inderdaad, het zijn de financiële markten. Overheden proberen van alles om de economie te sturen, maar de financiële markten maken uit welk (euro-) land vertrouwd wordt, zie onderstaande tabel. En welke bijbehorende rente voor schulden moet worden betaald.

Meldpunt Pensioenkorting
Op het digitale Meldpunt Pensioenkorting, www.meldpuntpensioenkorting.nl kan iedereen die een korting op zijn pensioen te horen heeft gekregen, zich aanmelden en de petitie ondertekenen Ik wil niet worden gekort op mijn pensioen! Deze petitie zal worden aangeboden aan Minister Kamp en alle pensioenwoordvoerders van de politieke partijen in de Tweede Kamer vóór de verkiezingen op 12 september. De gepensioneerden kunnen hun stem zo laten horen bij de politiek. Ook kan iedereen een email sturen naar pensioenkorting@gmail.com om zijn of haar visie te geven over deze pensioenkortingen. Deze visies zullen ook worden verspreid.

Financiële positie pensioenfondsen verslechtert verder

zondag 5 augustus 2012

Joop van Vliet

In het nieuwsbulletin van De Nederlandsche Bank van 2 augustus wordt gemeld dat in 2012 de meeste pensioenaanspraken niet zijn aangepast aan de inflatie waardoor een verlies aan koopkracht is ontstaan. De pensioenpremies daarentegen stegen van gemiddeld 16,9 procent naar 17,4 procent van het salaris (dus niet van de pensioengrondslag – dat percentage is uiteraard hoger). Dit is een uitkomst van een enquête van DNB onder 25 grote pensioenfondsen.

In 2011 verslechterde de financiële positie van de pensioenfondsen ernstig en daalde de gemiddelde dekkingsgraad van 107 naar 98 procent, waarbij de daling van de ‘lange’ rente door DNB als belangrijkste oorzaak wordt genoemd. Voor veel pensioenfondsen resulteerde dat in een dekkingsgraad beneden de 105 en beneden die grens mag volgens de wet niet worden geïndexeerd en moeten de premies worden verhoogd om de financiële positie te verbeteren.

Het bulletin geeft onderstaande grafiek, waaruit blijkt dat het lang leven-effect (licht-gekleurde kolommen) na 2010 al geen rol meer speelt (er is volledig voor gecorrigeerd) en dat de fluctuaties in de beurskoersen (blauwe kolommen) in 2011 ook nog maar weinig invloed hadden op de dekkingsgraad. Zeer duidelijk echter is de wat na-ijlende invloed van het rente-effect (rode kolommen) op de dekkingsgraad te zien.

DNB constateert verder dat door het niet indexeren de deelnemers in de periode 2007-2012 een forse achterstand hebben opgelopen van ca. 7 procentpunten, al geldt dat niet voor een deel van de ondernemingspensioenfondsen die wel geheel of gedeeltelijk indexeren.

Tot slot geeft DNB de volgende tabel, die door ons iets is aangepast om de verschillen tussen actieve deelnemers en pensioengerechtigden wat duidelijker te presenteren:

Onder ‘Ambitie’ verstaat men in de pensioenwereld de nagestreefde (overeengekomen) compensatie van de looninflatie dan wel prijsinflatie. Om de steeds groeiende achterstand te meten wordt ieder jaar het nieuwe verschil bij het eerder opgelopen verschil opgeteld en weergegeven als cumulatief verschil. Die gecumuleerde verschillen geven de in een periode totaal opgelopen achterstanden. Op basis van deze tabel lijken de gepensioneerden er beter af te komen dan de nog actieve deelnemers, maar dat is slechts schijn. In de eerste plaats is er verschil in de totale ‘Ambitie’ die opgeteld voor actieven 12,5 procent bedraagt en voor gepensioneerden 12,1 procent, alsof ouderen minder last van de inflatie zouden hebben dan werkenden. In de tweede plaats wegen juist voor ouderen de niet-gecompenseerde (en niet in de prijsindexen meetellende) stijgingen van de zorgkosten zwaarder. Ook missen ouderen de compensaties voor zorgkosten die de actieven via hun werkgever ontvangen.

Verder kan in betere tijden de opgelopen achterstand in de pensioenopbouw voor actieve deelnemers worden gecorrigeerd en weer op het oorspronkelijk afgesproken niveau worden gebracht. Maar het belangrijkste is dat veel van de voor 2007 gepensioneerden al eerder (velen al sinds 2000) een indexatieachterstand hebben opgelopen. De cumulatieve achterstand van 6,5 is dus niet alleen vertekend, maar slechts een tipje van de ijsberg. De werkelijke achterstand bedraagt in veel gevallen ruim 20 procent en soms zelfs 25 procent of meer.

Tenslotte doet een correctie in enig jaar weinig aan de eerder misgelopen uitkeringsbedragen. Wie drie jaar achtereen 8 procent minder in handen krijgt dan met indexatie het geval zou zijn geweest, heeft in totaal al bijna 3 maanden pensioenuitkering misgelopen. Er is namelijk een groot verschil tussen na-indexatie en een echte herstel-indexatie waarbij ook eerder opgelopen indexatieachterstanden worden gecompenseerd.

Pensioenvertrouwen en pensioenvermogen (2)

maandag 2 juli 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 2 juli 2012

Het lage vertrouwen in onze pensioenfondsen (vervolg)
Het lage vertrouwen van deelnemers in pensioenfondsen was te verwachten zoals bleek uit het eerdere onderzoek van De Nederlandse Bank (DNB). Want nu stond weer in het Algemeen Dagblad van 26 juni een groot artikel van directeur mevrouw Kellermann van DNB met als kop: Bereid je voor op financiële onzekerheid. Lagere pensioenen en stijgende zorgkosten. Dat is een onverwachte oproep, want deze toezichthouder is aangesteld om te zorgen dat onze pensioenfondsen nu juist hun verplichtingen aan de deelnemers kunnen nakomen. DNB is niet voor consumentenvoorlichting; daar zijn andere instanties voor. Maar als DNB toch de consument wil voorlichten, dan mag worden verwacht dat DNB meedeelt zich te zullen inspannen om alsnog te zorgen dat de opgebouwde pensioenen intact blijven. Te zorgen dat de verwachte kortingen zullen worden ingehaald en dat er zo spoedig mogelijk weer zal worden geïndexeerd voor inflatie. Dus een DNB die meedeelt daar alles voor te zullen doen. En dat de problemen tijdelijk zijn en dat we erop kunnen vertrouwen dat DNB zich daarvoor inspant. Niets van dat alles. Het advies is “Wie kan sparen of aflossen op zijn hypotheek, moet dat vooral doen.” Maar dat levert niet meer inkomen op, want met de rente op spaargeld krijg je ook inkomen. Maar de economie lijdt wel onder minder consumentenaankopen. Het is dan niet vreemd dat het groeiend wantrouwen van consumenten in financiële instellingen dan nog groter wordt met deze oproep.

President-directeur van De Nederlandse Bank Klaas Knot
In een paginagroot interview in de Telegraaf van 30 juni gooit onze centrale bankier Klaas Knot er nog een schepje bovenop. Hij stelt daarin dat “Over dat aanvullende pensioen bestaan de nodige misverstanden. Zelfs in het slechtste scenario blijven onze pensioenen de beste ter wereld. Ons pensioenprobleem is vooral veroorzaakt door het overdreven ambitieniveau. We hebben onvoldoende duidelijk gemaakt dat het ook wel eens wat minder zou worden. Het is vooral een kwestie van te ver opgeblazen verwachtingen.” Hebben de pensioenfondsen, de politiek en de toezichthouder dan alles prima gedaan? Geen enkele zelfkritiek is te lezen over het onheil met onze pensioenen. Dus niets over het toestaan van niet-kostendekkende premies, premievakanties en premiekortingen voor werkgevers of terugstortingen van premie. Alleen dat wij als deelnemers en gepensioneerden veel te hoge verwachtingen hadden van ons pensioen. Dus we moeten het kennelijk gewoon vinden dat na jarenlang uitblijven van indexering voor inflatie tot wel 10%, nu ook jaren van pensioenkortingen van soms wel 14% of meer in twee jaar voor onze kiezen te krijgen. Hoezo afspraak is afspraak. En dan nog onze pensioenen het beste ter wereld durven te blijven noemen. Gelukkig komt er nog steeds veel meer premie binnen dan er aan uitkeringen worden betaald, maar die verhouding wordt wel steeds slechter. Dus er moet wel wat gebeuren. Maar niet hetgeen de Jonge Democraten van D’66 bepleiten: een individueel afgesproken premiestelsel, zonder enige solidariteit en collectiviteit. Laten de jongeren gewoon een hogere premie betalen vanwege hun hogere levensverwachting of langer blijven werken dan wel een versobering van hun pensioen accepteren.

Voorstel voor een combinatie van oud en nieuw stelsel
De hoogleraren Frijns, Boender en Kocken hebben onlangs hun voorstel gelanceerd waarbij de goede punten van het Pensioenakkoord worden gecombineerd met de voorstellen van minister Kamp. Want zij vinden twee pensioenstelsels naast elkaar veel te complex. Dus een nominaal stelsel met voorwaardelijke indexatie voor inflatie naast een reëel stelsel met indexatie maar zonder garanties op basis van beleggingsresultaat. In het voorstel van minister Kamp wordt in het nominale stelsel bij tekorten direct gekort en pas heel langzaam worden kortingen ingehaald en wordt geïndexeerd voor inflatie. Dat gaat in het reële stelsel juist andersom. Waarom niet de beide spreidingsmethoden voor tekorten op dezelfde wijze in beide stelsels toegepast, vragen de voorstellers zich af. Dan kan het huidige stelsel worden gehandhaafd met een aangepast financieel toetsingskader (rekenregels) als één stelsel voor alle aanvullende pensioenen. Een voorstel om verder te onderzoeken.

Pensioenvertrouwen en pensioenvermogen

maandag 25 juni 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 25 juni 2012

Het lage vertrouwen in onze pensioenfondsen
De Nederlandse Bank heeft eind maart 2012 een enquête gehouden onder een representatief deel van de Nederlandse bevolking over het vertrouwen in de financiële sector.

De uitkomst is verontrustend en verbazingwekkend dat banken hoger scoren dan pensioenfondsen: “Het publieke vertrouwen in het eigen pensioenfonds daalde van 62% in 2011 naar 55% dit jaar op de vraag: “Hebt u er vertrouwen in dat het pensioenfonds (de pensioenfondsen) waarbij uw pensioen is ondergebracht in staat zal (zullen) zijn te zijner tijd uw pensioen uit te betalen?” Dit is 30 procentpunt lager dan in 2007. Deze score ligt ook beduidend lager dan de scores voor banken en verzekeraars. Dit houdt vermoedelijk verband met de aangekondigde kortingen op pensioenaanspraken, de aanhoudende discussie over de toekomst van het pensioenstelsel en de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd.” En dat dankzij de sociale partners en de politici.

Waardering pensioenvermogen is kortzichtig
Dat schreef Dr. A.J. Vermaat, oud-voorzitter van de Pensioen- en Verzekeringskamer (nu onderdeel van DNB) in het Financieel Dagblad van 21 juni. “Dit komt door de gekozen regel dat de toekomstige verplichtingen contant moeten worden gemaakt tegen de actuele risicovrije 10-jaarsrente (op Nederlandse staatsobligaties)”. Hij noemt dit “een foute hypothese”. Want hij vraagt zich af waarom zou de lange nominale rente na de komende 10 jaar nog zo’n 30 à 40 jaar op rond de 2% blijven staan? “Historisch een belachelijke hypothese”. En dat maakt veel uit, want een 1% hogere of lagere rekenrente maakt een verschil in dekkingsgraad van circa 10%. Volgens de wetenschap bestaat een normale rente in de markt uit een reële rente als uitleenvergoeding en de verwachte inflatie in de uitleenperiode. Daarop is de vroeger veel gebruikte rekenrente van 4% gebaseerd. Tenzij overheden zelf een kunstmatig lage rente vaststellen.

Pensioencongres van Investments and Pensions Nederland
Ook daar werd door jongeren gewezen op het mogelijk leegeten van de pensioenpotten door de ouderen vanwege de pas uitgekomen ‘Hoofdlijnennota’ van minister Kamp. Dat willen ouderen niet voor hun kinderen en kleinkinderen. Ouderen willen echter geen lagere pensioenen krijgen omdat de jongeren met hun veel hogere levensverwachting dan de huidige ouderen geen hogere premie wensen te betalen, niet langer willen werken en geen afgeslankt pensioensysteem willen.

Economische Ontwikkelingen en Vooruitzichten juni 2012

maandag 18 juni 2012

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 18 juni 2012 die deze keer bestaat uit het persbericht van de Nederlandsche Bank van 11 juni 2012.

Ramingen DNB voor de Nederlandse economie: eerst krimp, dan langzaam herstel
De Nederlandse economie krimpt dit jaar met 0,6%, waarmee de dubbele dip een feit is. Vervolgens treedt langzaam herstel op. In 2013 is de groei nog een bescheiden 0,6%, in 2014 klimt deze op tot 1,2%. De werkloosheid stijgt tot 6,4% in 2014. Hogere economische groei vergt breed vertrouwensherstel in Nederland en Europa, hiertoe zijn overtuigende beleidsmaatregelen gericht op de lange termijn noodzakelijk. Dat blijkt uit de nieuwe halfjaarlijkse raming van DNB, die vandaag is gepubliceerd.

Door tegenvallende ontwikkelingen in de internationale economie en de aanhoudende inzinking op de Nederlandse huizenmarkt komt de economische groei dit jaar en komend jaar lager uit dan een half jaar geleden nog werd verwacht. Verondersteld is dat de Europese schuldencrisis – de voornaamste bron van de vigerende onzekerheid en het beperkte vertrouwen van dit moment – geleidelijk en zonder grote schokken tot een oplossing komt. Voor 2013 speelt ook mee dat in de raming zoveel mogelijk rekening is gehouden met het Begrotingsakkoord, waardoor de groei van het bruto binnenlands product (bbp) in 2013 en 2014 vermindert met respectievelijk 0,5 en 0,3 procentpunt. Door deze maatregelen daalt het EMU-tekort in 2013 tot 2,9% van het bbp. Ondanks de aantrekkende economische groei loopt het begrotingstekort in 2014 weer wat op, tot 3,1% van het bbp. Dit geeft duidelijk aan dat de overheid ook na 2013 nog voor een flinke uitdaging staat om haar financiën op orde te krijgen.

De matige groeivooruitzichten van de Nederlandse economie komen volledig voor rekening van de ongunstige ontwikkeling van de binnenlandse bestedingen van gezinnen, bedrijven en de overheid. De bijdrage van de uitvoer aan de economische groei bedraagt in de ramingsperiode ongeveer 1 procentpunt per jaar. Daarmee blijft de uitvoer net als in het verleden onontbeerlijk voor de groei van de Nederlandse economie.

Door de kredietcrisis zijn de balansen van de financiële sector en de overheid in snel tempo verslechterd. Gecombineeerd met de aanhoudende malaise op de huizenmarkt heeft dit bijgedragen aan een fors vertrouwensverlies bij consumenten en producenten. Hiervan gaat een sterk negatief effect op de binnenlandse bestedingen uit, waardoor het noodzakelijke balansherstel wordt bemoeilijkt. Om aan deze neerwaartse spiraal te ontsnappen, zijn meerdere jaren van hogere economische groei nodig. Een impuls hiertoe kan uit het buitenland komen – via een hogere groei van de wereldhandel – maar daarnaast is ook een binnenlandse vertrouwensimpuls zeer welkom. Uit variantenanalyses blijkt dat voor significant betere groeiprestaties van de Nederlandse economie forse impulsen nodig zijn. Dit vereist in elk geval dat Europese beleidsmakers snel met overtuigende maatregelen komen om de schuldencrisis het hoofd te bieden en de monetaire unie institutioneel te versterken. Voor Nederland is cruciaal dat huishoudens en bedrijven zo gauw mogelijk bevrijd worden van de onzekerheid over de op stapel staande veranderingen ter zake van de arbeidsmarkt, de woningmarkt, het inkomensbeleid en de pensioenen.

Koopkracht gepensioneerden onder druk

woensdag 30 mei 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 28 mei 2012

Dreigend fors koopkrachtverlies voor gepensioneerden
Nadat op 8 mei de Eerste Kamer besloten had geen enkel wetsvoorstel van de agenda af te halen, lijkt het erop dat ook de Tweede Kamer aarzelt om onderwerpen controversieel te verklaren. Daar de begroting op Prinsjesdag moet worden ingediend bij de Tweede Kamer, is het overleg over de uitwerking van het “lente-akkoord” snel afgerond. Het CPB zal de komende weken de financiële consequenties incl. de koopkracht-plaatjes doorrekenen. Volgens de media zal voor werkenden max. 2% koopkrachtverlies ontstaan, maar voor AOW-ers met een aanvullend pensioen maar liefst 3,25%! Na vele jaren van achterblijvende indexatie van de pensioenen en de dreiging van kortingen op de pensioenen van velen is dit een zeer somber vooruitzicht. Maar misschien dat de uitslag van de verkiezingen op 12 september dusdanig uitpakt, dat er nog reparaties en compensaties mogelijk zijn. Alle reden dus voor de 2,5 miljoen gepensioneerden om hun stem duidelijk te laten horen.

Het pensioenakkoord eindelijk van de baan.
Uit alles blijkt dat het pensioenakkoord door de eerdere verhoging van de AOW leeftijd als onderdeel van het “ lente-akkoord” is opgeblazen. Toch nog een lichtpuntje in deze sombere tijden. Wellicht zal de nieuwe Tweede Kamer de kans aangrijpen om nog veranderingen/verbeteringen aan te brengen. Ook is het te verwachten, dat de sociale partners op decentraal niveau in hun CAO-onderhandelingen afwijkingen zullen afspreken. Duidelijk is in elk geval, dat de langdurige behandeling van de nieuwe Pensioenwetsvoorstellen van Minister Kamp in de Tweede en Eerste Kamer de implementatie datum van 1 januari 2014 verdere vertraging kan oplopen. Immers, de eerder toegezegde Hoofdlijnennota van Kamp is nog altijd niet aan de Tweede Kamer aangeboden, dus is het nu zeer de vraag of de parlementaire behandeling nog wel voor het zomerreces of zelfs voor de verkiezingen zal starten.

Bevestiging dat meer dan honderd pensioenfondsen in 2013 moeten gaan korten.
De Nederlandse Bank concludeert na een evaluatie van zo’n 300 ingediende herstelplannen, gebaseerd op de financiële situatie van eind 2011, dat in totaal 103 pensioenfondsen voor de opgaaf staan om in 2013 een korting van pensioenrechten door te voeren om op tijd de vereiste min. dekkingsgraad van 105% te bereiken. De korting komt neer op een gemiddelde van 2,2% per fonds. Van de fondsen die een korting wacht, moeten er 34 de pensioenrechten waarschijnlijk met méér dan 7% verlagen, voorziet DNB. 24 fondsen hebben er echter voor gekozen om per 1 april 2013 niet verder te gaan dan de toegestane max. korting van 7% en een eventuele aanvullende korting later door te voeren.

Aanvullende pensioenkorting door ABP in 2014.
Het ambtenarenpensioenfonds ABP moet wellicht in 2014 een aanvullende rechtenkorting doorvoeren, als de financiële positie dit jaar niet verbetert. Dat maakte voorzitter Henk Brouwer op 23 mei jl duidelijk tijdens de presentatie van het jaarverslag. Volgens hem is zijn zorg over korten gestegen nu de dekkingsgraad van het fonds in april naar 94% is gedaald. Om te kunnen herstellen tot de min. vereiste dekkingsgraad van 105%, besloot ABP al tot een rechtenkorting van 0,5% per 1 april 2013. “Het is dweilen met de kraan open”, zo omschreef Brouwer het voortdurende proces van een groeiend pensioenvermogen (inmiddels 260 miljard euro) dat steeds wordt ingehaald door nog sterker stijgende verplichtingen. Volgens hem zullen eventuele aanvullende maatregelen vooral afhangen van de ontwikkelingen op de financiële markten en de nieuwe rekenrente, die door minister Kamp bekend wordt gemaakt als onderdeel van de verdere uitwerking van het Pensioenakkoord.