Berichten met het label ‘ECB’

Rentetarief nog lager

zaterdag 4 mei 2013

Gisteren werd ook bekend dat de Europese Centrale Bank het belangrijkste rentetarief in de Eurozone heeft verlaagd tot een half procent. Deze verlaging zou de economie moeten stimuleren, maar zolang de banken die vooral baat hebben bij die verlaging geen geld willen lenen aan bijvoorbeeld het midden- en kleinbedrijf komt de gehoopte economische groei er niet. Terwijl de VS bijvoorbeeld de economie stimuleren door geldschepping, blijft de euro relatief duur en de Europese export naar de rest van de wereld dus ook. De Europese politiek van sterk bezuinigen, lage bancaire rentes en het niet toestaan van begrotingstekorten boven de 3 procent, werkt eerder remmend dan stimulerend. De crisis zal nog wel even door blijven duren.

Stuurloos

donderdag 22 november 2012

potamus Hippo Potamus

Volgens oud-voorzitter NBP en nu senator Kees de Lange OSF zwalkt het schip van Staat stuurloos over een zee van ongerief. Zijn Multatuliaanse toespraak tot de hoofden van Lebak tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen in de Eerste Kamer (AFBEK) is een sublieme vorm van afbekken. Zijn ergernis over het gestuntel met het regeerakkoord vat hij keurig samen in een algemene opmerking en een drietal vragen. Luie Potamus citeert graag:
Het verband tussen het huidige financiële beleid in Europa en de uiterst negatieve gevolgen voor onze pensioenen wordt zorgvuldig buiten beeld gehouden. Op een visie op Europa valt het kabinet in het regeerakkoord al helemaal niet te betrappen, behalve dan dat de Euro tot elke prijs behouden moet blijven” en bij de “zorg wordt deze regering meer gefascineerd door de verdeling van de alsmaar groeiende kosten dan door het beheersen ervan” Woorden die de nagel op de kop slaan.

Verder wil De Lange voor zijn Onafhankelijke Senaatsfractie minder macht voor de zorgverzekeraars, die steeds meer geld vragen voor steeds minder goed georganiseerde zorg. Maar hij breekt Potamus de bek pas goed open met:

1     Zijn bezuinigingen in de voorgestelde vorm en in het voorgestelde tempo nodig?
Het antwoord is natuurlijk NEE en dat had de regering ook moeten weten. De Lange: “Het heeft voor een kleine economie als de Nederlandse geen zin om te ver voor de muziek of te ver achter de muziek aan te lopen. Nederlands beleid kan alleen hopen succesvol te zijn als het grotendeels in de pas loopt met beleid elders in Europa.
Hoewel regeren ‘vooruitzien’ is, doen onze kabinetten daar niet aan. De Lange:
Toen in de Verenigde Staten de hypotheekcrisis uitbrak, betoogde onze regering dat dit (…) Europa niet raakte. En als het Europa al (…) zou raken, dan was Nederland toch in een dusdanig goede positie dat we er niets van zouden merken.“ Volgens De Lange is duidelijk “dat de introductie van de Euro en het creëren van een monetaire unie zonder de politieke middelen of zelfs de politieke wil om de nodige begrotingsdiscipline af te dwingen, het vragen om problemen was.
Vervolgens ontmaskert hij ex-minister De Jager die grote winsten voorspiegelde op het aan Griekenland geleende geld, vervolgens ‘quitte’ zou spelen, terwijl nu op de hulp aan Griekenland al 4 miljard euro moet worden afgeschreven.

2     Draagt het voorgestelde financieel-economische beleid bij aan het oplossen van de Eurocrisis?
Samengevat beantwoordt De Lange die vraag met NEE. Vooral omdat de ‘bezuinigingen’ alleen maar een verschuiving van de lasten naar de burger zijn. Erger nog is dat alternatieve scenario’s voor de deelname aan de euro “politiek irrelevant” zouden zijn en dus ook de door de Deutsche Bank bepleite ‘Parallelwährung’ wordt afgewezen.

3     Is er een betere aanpak?
Omdat er zo nodig een nivelleringsfeestje gevierd moest worden, is men van het ene onbekookte voorstel in het andere evenmin doordachte plan terecht gekomen. Het kabinet heeft niet gezocht naar een betere aanpak en dus krijgt “dit kwartetkabinet de rode kaart” van De Lange.

Tenslotte kapittelt De Lange de regeringsverklaring over zaken die door de commotie over de nivellering nauwelijks aandacht verkregen: “Toch valt op dit document veel af te dingen, omdat je er geen toekomstvisie voor Nederland in zult aantreffen”. Hij wijst er op dat enerzijds ouderen als rijk (en dus als melkkoe) worden afgeschilderd en anderzijds ook een goed pensioen voor jongeren door de regeringsplannen steeds verder uit het zicht raakt, want: “(…) een fundamentele discussie over hoe we met ons pensioenstelsel verder moeten zal naar het zich laat aanzien ook gedurende de zittingsperiode van dit kabinet op de lijst van gemiste kansen bijgeschreven kunnen worden”.

En nu gaat Potamus op de lauweren van De Lange rusten.

Betoog Kees de Lange, Eerste Kamer

donderdag 22 november 2012

Onderstaand betoog wordt door ons gepubliceerd met toestemming van senator Kees de Lange.

Betoog Kees de Lange, Algemene Financiële Beschouwingen
20 november 2012

Voorzitter.
Zoals zo velen maakt mijn fractie zich grote zorgen over de financiële situatie van ons land. In het debat van vandaag wil ik een aantal concrete problemen aan de orde stellen en ingaan op de politieke ontwikkelingen op financieel gebied. Die roepen namelijk bij mijn fractie zeer veel vragen op.

Voordat ik met de vragen aan de slag ga, wil ik beginnen met een aantal observaties over het regeerakkoord, of in elk geval over de eerste versie daarvan. Over het gênante gedoe dat een regering die nog met regeren moet beginnen al vanaf dag één in crisisberaad is, valt veel te zeggen. Ik zal die verleiding proberen te weerstaan. De geloofwaardigheid van deze coalitie is nog voordat men begonnen is al genoeg aangetast om nog verder zout in de wonden te willen wrijven. Dat zullen anderen nadrukkelijk doen. Liever richt ik me in mijn bijdrage op een aantal zaken die voor de toekomst van ons land van cruciaal belang zijn, maar waarover in het regeerakkoord niets of vrijwel niets te vinden is. Ik doel op de Eurocrisis, het verband tussen de Eurocrisis en de Nederlandse pensioenen, de visie op de toekomst van Europa en de rol van ons land daarin, en de regeringsvisie, of liever het ontbreken daarvan, op de zorg.

De voornemens over Europa in het regeerakkoord kunnen op de achterkant van een postzegel die overigens steeds duurder wordt zonder dat er een verbeterde service tegenover staat. Pensioenen die toch voor zo’n drie miljoen gepensioneerden en vele miljoenen verplichte deelnemers in de pensioenfondsen hun oudedagsvoorziening vormen, worden uitgekleed, terwijl de mantra dat Nederland het beste pensioensysteem ter wereld zou hebben tot vervelens toe herhaald wordt. Het verband tussen het huidige financiële beleid in Europa en de uiterst negatieve gevolgen voor onze pensioenen wordt zorgvuldig buiten beeld gehouden. Op een visie op Europa valt het kabinet in het regeerakkoord al helemaal niet te betrappen, behalve dan dat de Euro tot elke prijs behouden moet blijven. Hoe hoog die prijs al is opgelopen, en hoe groot de waarschijnlijkheid is dat die prijs nog veel verder zal oplopen, is geen onderwerp waar deze coalitie de burger graag mee confronteert. Ook bij een zo belangrijk, kostbaar en in toenemende mate essentieel onderwerp als de zorg wordt deze regering meer gefascineerd door de verdeling van de alsmaar groeiende kosten dan door het beheersen ervan. Men hoeft geen ingewijde te zijn om te kunnen constateren dat er in de zorg fundamentele veranderingen tot stand gebracht moeten worden die nopen tot een nieuwe visie op onze samenleving. Naar de mening van mijn fractie kan de zorgproblematiek slechts opgelost worden door nieuwe vormen van leeftijdsbestendig bouwen en wonen, het bevorderen van nieuwe vormen van intermenselijke en intergenerationele hulp, en het overhevelen van minder macht naar zorgverzekeraars. Een regering met visie zou daar ook met een gevoel van grote urgentie naar handelen.
Maar genoeg hierover, vandaag richten we ons vooral op de financiële aspecten van het overheidsbeleid. Ook daar valt veel over te zeggen, en ik wil dat doen aan de hand van een aantal vragen. Hopelijk komen daarmee de diverse pijnpunten helder aan de orde.

1 Zijn bezuinigingen in de voorgestelde vorm en in het voorgestelde tempo nodig?
De Nederlandse regering betoogt voortdurend en nadrukkelijk dat bezuinigen de enige manier is om ons land uit het financiële moeras te halen. Tot elke prijs moet het financieringstekort zo snel als maar enigszins mogelijk is beneden de door Europa gehanteerde 3% norm gebracht worden. De enorme koopkrachtverliezen van grote groepen burgers, het verlies van werkgelegenheid en de historische afname in het vertrouwen van de burger in de economie worden daarbij voor lief genomen.

De Nederlandse economische situatie kan niet los gezien worden van de Europese. Het heeft voor een kleine economie als de Nederlandse geen zin om te ver voor de muziek of te ver achter de muziek aan te lopen. Nederlands beleid kan alleen hopen succesvol te zijn als het grotendeels in de pas loopt met beleid elders in Europa. Is dat het geval? En wat is het realiteitsgehalte van de wijze waarop in de afgelopen jaren over de Eurocrisis gecommuniceerd is? Laten we een stukje geschiedenis de revue laten passeren.

Toen in de Verenigde Staten de hypotheekcrisis uitbrak, betoogde onze regering dat dit een zuiver Amerikaans probleem was dat Europa niet raakte. En als het Europa al in geringe mate zou raken, dan was Nederland toch in een dusdanig goede positie dat we er niets van zouden merken. Tot de hypotheekcrisis een bankencrisis en vervolgens een landencrisis werd. En de werkelijkheid opeens een heel andere bleek dan ooit gesuggereerd was.

Om te beginnen werd pijnlijk duidelijk wat voor ingewijden allang bekend was, namelijk dat de introductie van de Euro en het creëren van een monetaire unie zonder de politieke middelen of zelfs de politieke wil om de nodige begrotingsdiscipline af te dwingen, het vragen om problemen was. Die problemen hebben we gekregen en hoe. Landen als Griekenland en Spanje, maar ook Portugal, Ierland, Cyprus, en binnenkort ook Frankrijk en Italië zijn inmiddels beland in een neerwaartse spiraal van bezuinigen en recessie die nog in geen jaren opgelost zal zijn. In Griekenland en Spanje is het echte probleem dat ondernemers in die landen, doordat men vastgeklonken zit aan een veel te harde Euro, de competitie met het buitenland onmogelijk aankunnen. Door jarenlange te goedkope leningen is dit centrale probleem onderbelicht gebleven. Inmiddels zit meer dan een kwart van de Grieken zonder werk; onder jongeren tot 25 jaar is dat zelfs 58 procent. Het land gaat binnenkort het zesde jaar van economische recessie in. Geld van vermogende Grieken is al lang in het buitenland geparkeerd. Jongeren die iets geleerd hebben verlaten het land in grote aantallen, om nooit meer terug te keren. Politiek neemt het extremisme onrustbarende vormen aan. Toenemende bezuinigingen leiden tot meer recessie en tot de noodzaak van meer bezuinigingen. Alleen een onder curatele stelling, en in de perceptie van de Grieken om het nog erger te maken nog wel door Duitsland, is het gevolg. In Spanje en diverse andere landen in de Eurozone is de situatie niet veel beter.

Ondanks de enorme financiële en sociale problemen waar deze landen mee worstelen, houdt de Europese Commissie de fictie overeind dat na de financiële nachtmerrie binnenkort het morgenrood gloort, om maar een socialistisch begrip uit vervlogen tijden aan te halen. Wie dat gelooft is naar de mening van mijn fractie toe aan langdurige verpleging in een omgeving geschilderd in rustgevende kleuren. Men schijnt niet te beseffen dat het enige dat gloort de Gouden Dageraad is, een onverdund fascistische politieke partij in Griekenland met een verontrustend grote en nog groeiende aanhang. Is het scheppen van een financiële transferunie, waarbij gedurende een onafzienbare reeks van jaren middelen van de rijkere naar de armere landen worden overgeheveld de oplossing? De vraag stellen is hem beantwoorden. Naar de mening van mijn fractie is de oogkleppenpolitiek die de euro tot elke prijs wil redden, gedoemd te falen en zal dit beleid de kosten voor de Nederlandse belastingbetaler alleen maar verder opjagen. Al vele miljarden zijn in een zwart gat verdwenen, en daar zal het niet bij blijven. Intussen wordt de Nederlandse economie, om maar niet te spreken over die van grote delen van Zuid-Europa, kapot bezuinigd.

Hoe kijkt Nederland aan tegen de Griekse problematiek? Onder de vorige regering beweerde onze Minister van Financiën dat financiële steun aan Griekenland een goede zaak was omdat Nederland daar door de hoge te vorderen rente grandioos aan zou verdienen. Een paar maanden later stelde hij dat er weliswaar geen winst gemaakt zou worden, maar dat we toch zeker quitte zouden spelen. Inmiddels dient een bedrag in de orde van vier miljard Euro als verloren te worden beschouwd, terwijl er garanties gegeven zijn ten bedrage van tientallen miljarden met onbekende of in elk geval verzwegen risico’s. De huidige Minister van Financiën stelt nu dat inderdaad miljardenbedragen als afgeschreven dienen te worden beschouwd. Hiermee wordt slechts bevestigd wat iedereen al wist, hoewel het niettemin een trendbreuk betekent met de communicatie uit een recent verleden. Echter, ook de huidige minister waagt zich niet aan kostenschattingen noch aan scenario’s. Toch wil ik hem daar hier en nu expliciet naar vragen.

Dat de economie te belangrijk was om aan economen over te laten was al lang genoegzaam bekend. Dat Europa te belangrijk is om aan de pro-Europese elitaire lobby over te laten, is een harde les die we momenteel aan het leren zijn. Harrie Verbon en David Hollanders uit Tilburg becijferen in de Volkskrant van 18 april 2012 dat als Griekenland, Portugal en Ierland echt failliet gaan, dit ons 12 miljard per jaar zal gaan kosten. We laten dan voor onze gemoedsrust onze gerechtvaardigde zorgen over Spanje, Italië en Frankrijk maar even buiten beschouwing. Daarmee vergeleken zijn de afgelopen en aangekondigde bezuinigingen waar Nederland onder zucht klein bier. Het is bizar dat de Nederlandse regering deze problematiek hardnekkig buiten beeld probeert te houden. Zijn de dagen van Colijn wellicht weergekeerd?

Terug naar onze vraag: Zijn bezuinigingen in de voorgestelde vorm en in het voorgestelde tempo nodig? Laten we die vraag vanuit een aantal gezichthoeken belichten. Is het zinvol om als we Europa uit het economische slop willen halen om zowel in de armere als in de rijkere landen een rigoureus bezuinigingsbeleid te voeren? Is dat de manier om het Nederlandse en Europese investeringsklimaat te verbeteren en het vertrouwen van de burger terug te winnen? Anderzijds, als we dan toch bezuinigen, heeft het dan zin om meer en sneller te bezuinigen dan de omliggende landen? Valt in redelijkheid te verwachten dat landen als Italië, Frankrijk, Spanje, of zelfs Duitsland dezelfde route zullen kiezen? Het zijn in het verleden juist Frankrijk en Duitsland geweest die de begrotingsdiscipline aan hun laars gelapt hebben. Heeft het zin dat Nederland weer eens het braafste jongetje van de klas is, de gekke Henkie van Europa, door te kiezen voor deze neoliberale vorm van begrotingsmasochisme? Mij dunkt dat de tijd is aangebroken voor een grondige analyse die te lang door allerlei verkiezingsretoriek overschaduwd is.

2 Draagt het voorgestelde financieel-economische beleid bij aan het oplossen van de Eurocrisis?
Financiële problemen zijn niet voorbehouden aan Europa. In de Verenigde Staten kan men er ook iets van. De snel toenemende staatsschuld daar bereikt binnenkort zijn bij wet voorgeschreven maximum, en dan zijn harde maatregelen onvermijdelijk. De kans om over de rand van de ‘’fiscal cliff’’ te rollen is daarbij niet denkbeeldig. Dat een dergelijke situatie de oplossing van de Europese crisis nu niet bepaald dichterbij zal brengen, moge duidelijk zijn. Maar hoe dient Europa de eigen winkel op orde te brengen? Eerst maar weer een uitstapje naar hoe de zaak tot dusver in Nederland is aangepakt.

De wijze waarop in Nederland de discussie over de Eurocrisis gevoerd wordt, heeft alle voordelen van simpelheid en voltrekt zich vooral langs de lijnen van extreme standpunten die als een religie beleden worden. Er is een duidelijk minderheidsstroming die betoogt dat er geen cent meer naar Europa moet, dat Grieken lui, corrupt en onbetrouwbaar zijn en geen enkele financiële steun meer verdienen, en dat elk land maar beter terug kan gaan naar zijn oorspronkelijke munt. Nu denkt mijn fractie niet dat het wegduiken achter verhoogde dijken een erg goed idee is. Vergaande economische samenwerking in Europa is een bron van een flink deel van onze welvaart, en het lijkt verstandig dat te beseffen. Dat is overigens iets anders dan een pleidooi voor het handhaven van de monetaire unie in de huidige vorm en tot elke prijs. Tot elke prijs, het klinkt iets te omineus allemaal. Want dat is het probleem met de aanhangers van de meerderheidsstroming in de discussie. Het behoud van de Euro in zijn huidige vorm gaat boven alles. Overdracht van nationale soevereiniteit aan Brussel wordt enerzijds ontkend of gebagatelliseerd, of anderzijds zelfs als wenselijk afgeschilderd. Een begrotingstekort van maximaal 3% is tot heilige graal verheven, terwijl niet overwogen wordt dat de economie van bezuinigen, van austerity, ons gemakkelijk als lemmingen over de ‘’austerity cliff’’ kan storten. Dat is dan erger dan de gevreesde spiraal omlaag, omdat het meer lijkt op een vrije val. En dan zijn we veel verder van huis. Bij lemmingen dient de collectieve zelfmoord nog een biologisch doel. Datzelfde kan waarschijnlijk niet gezegd worden van het economisch verderf dat steeds meer op de loer ligt. Dit speelt des te meer omdat de voorgestelde bezuinigingen vooral ten laste van de koopkracht van de burger komen, en niet bijvoorbeeld gevonden worden in het afstoten van overheidstaken.

Wat mijn fractie node mist, is een grondige rationele discussie over alternatieve scenario’s. Die zijn er natuurlijk wel degelijk, zoals het regelmatig kennis nemen van de berichtgeving in toonaangevende kranten in Duitsland leert. Bij een recente commissievergadering in de Eerste kamer waarbij minister Rosenthal en staatssecretaris Knapen aanwezig waren, heb ik gevraagd naar waar de toenmalige regering stond op het punt van alternatieve scenario’s. Het antwoord was ronduit ontluisterend. Alternatieve scenario’s mochten wellicht intellectueel bevredigend zijn, maar waren politiek irrelevant. Ik ben bijzonder benieuwd te vernemen of ook de huidige minister voorstander is van een dergelijk ontmoedigingsbeleid ten aanzien van creatief nadenken.

Al veel eerder en bij meerdere gelegenheden heeft mijn fractie in de Eerste Kamer gepleit voor het bestuderen van alternatieve scenario’s. Ik denk dan met name aan het principe van Parallelwährung zoals dat onder meer door de Deutsche Bank bepleit wordt. Dit idee is overigens een variant van de Matheo Solution zoals die door de Nederlander André ten Dam al jaren geleden is voorgesteld. Is het nu echt nodig dat de wal het schip keert voordat de politiek bereid is om het geringe prestigeverlies voor lief te nemen dat nu eenmaal hoort bij het verlaten van eerder ten onrechte ingenomen standpunten? Mijn fractie hoort graag de mening van de minister op dit punt.

Inmiddels is de rol van de Europese Centrale Bank, de ECB, een heel andere geworden zonder dat van enige democratische controle sprake is. Waren de vroegere presidenten Duisenberg en Trichet nog zeer terughoudend om het beleid van de ECB door politieke overwegingen te laten leiden of bepalen, onder de nieuwe man Draghi waait er een totaal andere wind. Niet alleen heeft hij zijn functie als president ten opzichte van de overige ‘’board members’’ aanzienlijk versterkt, bovendien is het mandaat van de ECB opgerekt tot proporties die met niet al te veel fantasie zorgwekkend genoemd kunnen worden. Het democratisch tekort en het ontbreken van ‘’checks and balances’’ wreekt zich hier in volle omvang.

Terug naar onze vraag: Draagt het voorgestelde financieel-economische beleid bij aan het oplossen van de Eurocrisis? Naar de overtuiging van mijn fractie is het voor de volksvertegenwoordiging op deze manier onvoldoende mogelijk om zich over dit cruciale onderwerp een afgewogen oordeel te vormen, terwijl de potentiële gevolgen hoogstwaarschijnlijk zeer ingrijpend zijn. De reden is dat de regering buitengewoon geheimzinnig omgaat met het verstrekken van scenario’s die de risico’s van allerhande gegeven garanties zouden dienen te kwantificeren. Bovendien wordt het nadenken over alternatieven bepaald niet aangemoedigd. Dat de rol van de volksvertegenwoordiging op deze manier wordt uitgehold, zou geen enkele partij zich vanuit democratisch oogpunt moeten laten aanleunen.

3 Is er een betere aanpak?
Een valsere start dan die van het VVD-PvdA kabinet is niet denkbaar. Het ‘feest van de nivellering’ via de inkomensafhankelijke zorgpremie van PvdA partijvoorzitter Spekman ontaardde binnen de kortste keren in een afterparty die een wel erg katterig gevoel achterliet. Bij alle discussie over bezuinigingen gold dat zeker niet voor het inktbudget van De Telegraaf die in letters van ongekend formaat zichzelf tot verdediger van de middengroepen uitriep. Toen vervolgens het ene onbekookte voorstel vervangen werd door een ander, was de emotie al weer zover afgedempt dat het nieuwe plan wel bekritiseerd maar niet afgeschoten werd. Wat de afgelopen weken betreft verdient dit kwartetkabinet de rode kaart.

Gevolg van alle commotie was helaas wel dat andere onderdelen van de regeringsverklaring ternauwernood aandacht kregen. Toch valt op dit document veel af te dingen, omdat je er geen toekomstvisie voor Nederland in zult aantreffen. Noch nivellering via een inkomensafhankelijke ziektekostenpremie, noch verhoging van belastingen zal de oplossing van de crisis ook maar een millimeter dichterbij brengen, eigenlijk integendeel. De kosten van de crisis worden vooral bij de burger gedeponeerd en nivellering heeft slechts herverdeling tot doel. Alleen de ideologen zijn tevreden. Hadden we in het verleden een minister die als tamelijk onschuldig tijdverdrijf het fokken van ponies beoefende, nu moeten we helaas constateren dat het berijden van allerlei politieke hobbyponies is uitgegroeid tot een wijd verbreid fenomeen.

Zaken die voor miljoenen Nederlanders van elementair belang zijn – zoals de toekomst van onze pensioenen- komen niet of nauwelijks aan de orde. Bij alle discussies over koopkracht moet nadrukkelijk gesteld worden dat alleen gesproken wordt over zeer aanzienlijke koopkrachtverliezen die voortvloeien uit het voorgenomen regeringsbeleid. Voor de gewone burger komen die natuurlijk gewoon bovenop de grote koopkrachtverliezen die ze in de afgelopen paar jaar al ervaren hebben. Of je nu door de hond of de kat gebeten wordt maakt voor diezelfde burger weinig uit. De drie miljoen gepensioneerden die ons land telt en die door opeenvolgende regeringen consequent als rijk worden afgeschilderd behoren in elk geval tot de groepen waar de klappen vallen. Niet uitgekeerde indexatie uit het verleden, de te verwachten kortingen voor zeer velen op hun nominale pensioenen, en de groeiende inflatie hebben wel degelijk grote koopkrachteffecten maar worden in de huidige discussie voor het gemak niet meegenomen. Overigens valt ouderen zelf zeer veel te verwijten doordat men heeft nagelaten zich te organiseren in een krachtige eenstemmige lobby of in een politieke partij die op basis van kennis van zaken en een evenwichtige benadering van de problemen respect afdwingt.

Het is in Den Haag een goed bewaard geheim dat alle pogingen om de Euro te behouden en de steun voor het rentebeleid van de ECB van de afgelopen jaren desastreus zijn voor de Nederlandse pensioensituatie. De zorgwekkende toestand van de meerderheid van onze pensioenfondsen is deels te verklaren als resultante van het gevoerde overheidsbeleid. Niettemin kampen we ondanks alle retoriek die graag het tegendeel beweert met een pensioenstelsel dat met de beste wil niet meer als eigentijds beschreven kan worden. Met name op het gebied van de ‘governance’ en de leeftijdsbestendigheid liggen de problemen hoog opgetast zonder dat verbeteringen in zicht zijn. Want ook voor jongeren zijn de vooruitzichten op een goed pensioen verder over de horizon dan ooit. In plaats van het voeren van een uitzichtloze discussie over welke generatie de slechtste pensioendeal krijgt, zouden generaties hun gemeenschappelijke belangen voorop moeten stellen. Aan politieke lapmiddelen is geen gebrek, maar een fundamentele discussie over hoe we met ons pensioenstelsel verder moeten zal naar het zich laat aanzien ook gedurende de zittingsperiode van dit kabinet op de lijst van gemiste kansen bijgeschreven kunnen worden. Het vertrouwen van miljoenen Nederlanders in hun overheid zal er niet door groeien.

Samenvattend, laat me komen tot een afronding van mijn eerste termijn. Als we de retoriek van de regeringsverklaring en de met de mond beleden ambitie afzetten tegen het gebrek aan visie op uitermate belangrijke financieel-economische vraagstukken, dan maakt mijn fractie zich grote zorgen. De mantra dat we sterker en socialer uit de crisis gaan komen wordt zo vaak herhaald dat je gaat vermoeden dat deze regering snakt naar het uitbreken van de volgende crisis, bij voorkeur nog wat dieper dan de huidige. Om daar vervolgens nog veel veel sterker en nog veel veel socialer uit te gaan komen. De ambities van mijn fractie zijn wat meer met beide benen op de grond. Laten we eerst maar eens proberen de huidige crisis te overleven, zonder onherstelbare schade aan de broodnodige koopkracht van veel weerloze burgers en aan het broodnodige vertrouwen van grote delen van onze samenleving in de economie en in een overheid die geacht mag worden voor de fundamentele belangen van iedere burger op de bres te staan. Daar zullen we de handen meer dan vol aan hebben.

En om ten slotte mijn vraag of er een betere aanpak is maar zelf te beantwoorden: het antwoord is ja. Namelijk door te luisteren naar de burgers in dit land die zich nu eens niet verenigd hebben in extern gefinancierde organisaties die lobbyen voor deelbelangen, en door te kijken en te luisteren naar mensen die door hun eigen vrijwillige inzet deze samenleving ondanks alle opgeworpen barrières draaiend proberen te houden. Laat de regering op basis daarvan daadwerkelijk een visie ontwikkelen om juist dat soort processen die de burger direct aangaan te versterken. Dan is er hoop voor dit land.

De financiële markten maken de dienst uit

maandag 20 augustus 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 20 augustus 2012

Wie bepaalt wat er gebeurt in onze economie?
In het artikel Liborgate schaadt ook de pensioenfondsen in het Financieel Dagblad van 13 augustus schrijft Rik Albrecht als lid van de commissie beroepsethiek van het Chartered Financial Analyst (CFA) Institute dat het manipuleren van de interbancaire rente (LIBOR) waarop ook de renteswaps van pensioenfondsen zijn gebaseerd “een flagrante schending van de ethische code en gedragsregels van het CFA Institute is.” Ook bij de Rabobank wordt hiernaar onderzoek gedaan. Maar zou zo’n manipulatie door banken niet ook een strafrechtelijke overtreding moeten zijn? Een scheiding in nutsbanken en zakenbanken blijft de voorkeur verdienen.
Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) bejubelt de oplossing van de financiële crisis in IJsland. Na het failliet gaan van de drie grootste banken van IJsland zijn strenge bezuinigingen doorgevoerd en leningen van het IMF ontvangen. Weer waren de banken de oorzaak van economische ellende. Daarbij heeft de regering de verliezen laten neerdalen bij de aandeel- en obligatiehouders van de getroffen banken in plaats van bij de belastingbetaler, aldus de Telegraaf van 14 augustus. Zo kon de sociale zekerheid in stand blijven, mede door een groei van de economie met 2,4%. De devaluatie van de IJslandse kroon met 80% heeft daarbij geholpen. Maar dat kan Griekenland met zijn euro niet.

Wat betekent deze monetaire economie voor ons?
De reële economie betreft het verhandelen van goederen en diensten. Banken maken ook deel uit van de monetaire economie. De Europese Centrale Bank (ECB) maakt daar deel van uit evenals de nationale centrale banken. Landen lenen geld door uitgifte van staatsleningen en de ECB koopt die leningen van economisch zwakke euro-landen met teveel schulden soms weer op. De ECB kan geld bijdrukken en in de economie pompen tegen een heel lage rente. Dat heeft weer zijn invloed op de rekenrente die pensioenfondsen moeten gebruiken en die daardoor heel laag is. Maar risicovrije rente bestaat helemaal niet zoals betoogd in de voorgaande nieuwsbrief. Dus de banken bepalen wat er gebeurt in onze economie? Inderdaad, het zijn de financiële markten. Overheden proberen van alles om de economie te sturen, maar de financiële markten maken uit welk (euro-) land vertrouwd wordt, zie onderstaande tabel. En welke bijbehorende rente voor schulden moet worden betaald.

Meldpunt Pensioenkorting
Op het digitale Meldpunt Pensioenkorting, www.meldpuntpensioenkorting.nl kan iedereen die een korting op zijn pensioen te horen heeft gekregen, zich aanmelden en de petitie ondertekenen Ik wil niet worden gekort op mijn pensioen! Deze petitie zal worden aangeboden aan Minister Kamp en alle pensioenwoordvoerders van de politieke partijen in de Tweede Kamer vóór de verkiezingen op 12 september. De gepensioneerden kunnen hun stem zo laten horen bij de politiek. Ook kan iedereen een email sturen naar pensioenkorting@gmail.com om zijn of haar visie te geven over deze pensioenkortingen. Deze visies zullen ook worden verspreid.

Pensioenen en Europa

maandag 12 maart 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 12 maart 2012

Griekse steunverlening bedreigt onze pensioenen
In de media wordt positief gereageerd op het afwaarderen van de Griekse staatsschuld. Maar er blijken ook Griekse bedrijfsleningen met Griekse overheidsgarantie te moeten worden afgeboekt, zoals de ING heeft gemeld. Dat afgeboekte geld was wel eigendom van de uitlenende banken en van de pensioenfondsen die nu een deel van hun bezit zijn kwijt geraakt. Dat gaat ten koste van onze pensioenen. Ook kunnen de banken nu minder uitlenen aan bedrijven en particulieren. Hoewel hoogleraar Dorien Pessers ons wijst op ‘het oermechanisme van de wederkerigheid’ in haar boekje Rechtstaat voor beginners heb ik nog nergens iets gelezen over dankbaarheid van de Grieken voor onze hulp. Ondanks de onderlinge verwevenheid van de euro-landen met toch hun verschillende economische en sociale kracht lenen zij elkaar geen geld meer uit, hetgeen in feite een vertrouwenscrisis is. Daardoor moest de Europese Centrale Bank (ECB) haar rente abnormaal laag houden om meer liquiditeit als smeerolie in de economie te pompen. Ook de rekenrente voor de pensioenen is abnormaal laag en dat leidt weer tot onnodige kortingen op pensioenen (voor een overzicht zie bijlage). De rekenrente is gebaseerd op de interbancaire swaprente in opdracht van de vorige minister van SZW De Geus. Gebleken is dat vrijwel alleen onze pensioenfondsen verplicht op die swapmarkt opereren en daardoor zelf het probleem van de lage swaprente schijnen te creëren.

Europese Commissie
In de Vaste Commissie SZW van de Tweede Kamer heeft minister Kamp op 15 februari uitgelegd waar volgens hem de pijn zit in de voorstellen van de Europese Commissie (het Witboek met daarin de IORP-richtlijn over pensioenen): Die richtlijn houdt in dat de Europese Commissie van mening is dat er vergelijkbare eisen moeten worden gesteld aan verzekeraars en pensioenfondsen. De regering is het daar zeer mee oneens, omdat verzekeraars vaste contracten afsluiten en daardoor verplicht zijn om een bepaald pensioen uit te keren. Pensioenfondsen doen daarentegen hun best om een zo goed mogelijk pensioen te betalen. Als dat niet lukt, wordt er niet geïndexeerd en moet er soms worden gekort. De derde zin van dit citaat is volgens de formulering van de huidige Pensioenwet onjuist. Beide soorten pensioencontracten zeggen nu een pensioenbedrag toe, alleen de zekerheidsmaatstaf om dat te bereiken is verschillend. Wel mogen pensioenfondsen korten als noodmaatregel en pensioenverzekeraars mogen dat niet en daarom o.a. liggen de premies bij verzekeraars op een veelvoud van die van een pensioenfonds. Volgens het Pensioenakkoord zou het alleen ‘hun best doen’ wel standaard worden met het voorziene beleggingspensioen. Maar pensioenfondsen en verzekeraars moeten hun verschillende regime houden in de richtlijn, aldus minister Kamp.

Vergeten aanmelding bij pensioenfonds
Een ander interessant onderwerp heeft kamerlid Omtzigt aan de orde gesteld met zijn vragen aan minister Kamp op 7 maart 2012 (zie bijlage). Dat betreft de vraag of een deelnemer recht heeft op zijn afgesproken pensioen indien de werkgever vergeten is de aanmelding voor pensioen door te geven aan het pensioenfonds. Het blijkt dat de deelnemer toch een pensioenaanspraak opbouwt, tenzij het zijn schuld is. Bovendien heeft de Hoge Raad onlangs vastgesteld dat pensioenrechten niet verjaren, dus kijk uw oude arbeidsovereenkomsten na. Maar hoe valt de beslissing uit indien in een pensioenreglement staat vermeld dat niet-aangemelde deelnemers geen pensioen opbouwen? Sommige advocaten zien een golf van pensioenclaims, aldus het Financieel Dagblad van 8 maart.

Volgens het laatste nieuws kunnen we pas op zijn vroegst in april de uitkomsten verwachten van de verschillende onderzoeken naar het Pensioenakkoord die minister Kamp laat doen. Dat betreffen de onderwerpen: kunnen de bestaande rechten op collectief of individueel niveau worden ingebracht in het Pensioenakkoord, is het Pensioenakkoord in lijn met Europees recht en is de solidariteit tussen jong en oud in het Pensioenakkoord gewaarborgd.

Premiestijging geen effect?

zondag 6 november 2011

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 6 november 2011
In de uitgave ABP Wereld 2011/3 (activeer de link wegens te groot bestand: http://abp.turnpages.nl/DS2/public/slot005/pdf/compleet.pdf) staan een aantal wetenswaardige zaken die vermoedelijk niet veel anders zullen zijn bij de andere pensioenfondsen, daar het ABP ongeveer een derde van alle pensioenen in Nederland beheert.

In het artikel Van de Bestuurstafel wordt vermeld dat op dit moment ongeveer de helft van het pensioenvermogen van 237 miljard euro (eind 2010, eind september 235 miljard euro) toebehoort aan de werkende deelnemers en de andere helft aan de niet-actieve deelnemers. ABP verwacht dat in 2019 twee derde van het pensioenvermogen zal toebehoren aan de niet-actieven. En dat na 2020 dat deel van het pensioenvermogen zelfs zal oplopen tot drie kwart. Dit geeft de mate van vergrijzing wel duidelijk aan. Daar hebben wij rekening mee gehouden in ons voorstel voor een gewijzigd pensioenstelsel.

In het artikel Van goed informeren moeten we naar heel goed communiceren wordt vermeld dat uit recent ABP onderzoek is gebleken dat van het totale pensioen dat iemand ontvangt, 37% betaald wordt uit beleggingsopbrengsten verdiend tijdens de opbouwfase en 43% uit beleggingsrendement terwijl iemand al met pensioen is. Het ABP heeft in het verleden becijferd dat een gemiddeld ABP pensioen voor ongeveer één vijfde deel wordt gefinancierd door betaalde premies en vier vijfde uit beleggingsopbrengsten.

Dat betekent dat als het aandeel aan betaalde premies tijdens de loopbaan in het opgebouwde pensioen gaat van een vijfde deel (20%) naar b.v. 22% daar een pensioenstijging van 8% tegenover staat bij gelijke beleggingsopbrengsten. Een relatief kleine premiestijging levert een grote hefboomwerking op in het opgebouwde pensioen. Daarom zijn volgens ons – en vele anderen – de kostendekkende premies van zo groot belang. Het argument dat een premiestijging nauwelijks effect zou hebben om de toegezegde pensioenen op peil te houden, wordt hiermede behoorlijk ontkracht. Wel moet er door het langer leven meer pensioen worden uitbetaald, maar dat komt voor tenminste 43% uit de beleggingsopbrengst van dat langer leven.

Indien het ABP zonder risico zou beleggen dan zou de bovengenoemde verhouding van 20%-37%-43% verschuiven naar 31%-34%-35% of het pensioen gaat met 40% omlaag of een combinatie van beiden. Hierbij zijn de van invloed zijnde kosten en verzekeringselementen in de premie buiten beschouwing gelaten. Dus beleggen in aandelen is noodzakelijk volgens het ABP. “We moeten het dus niet zoeken in geen risico’s lopen, maar in het beheersen van risico’s”, aldus de beide bestuursleden met de erkenning achteraf dat er beter had moeten worden gecommuniceerd over de onzekerheden.

In het artikel Vele mogelijke oorzaken wijziging pensioenhoogte wordt echter de Business Consultant bij Informatie Management Pensioenen van het ABP Nico Reuleaux geciteerd over de omzetting van eindloon naar middelloon met “Dat is logisch, want dat zijn je verworven rechten en die houd je”. Het is te hopen dat het ABP zich zal houden aan deze uitspraak bij het ‘invaren’ van de bestaande rechten in het nieuwe contract volgens het Pensioenakkoord. Want volgens het Rapport Vermeend van de Commissie Nationaal Pensioendebat Zorgen over morgen (zie bijlage) vormt onze AOW slechts 31% van ons gemiddeld eindloon in Nederland, terwijl in Griekenland dat percentage maar liefst 71,2% bedraagt en in Spanje zelfs 76,3%.

Europese perikelen

zondag 6 november 2011

H. Potamus heeft een weblog ‘Heilige verontwaardiging’ geschreven waarin hij zijn licht laat schijnen over Papandreou’s referendum en de reacties uit €uropa.

Heilige verontwaardiging

zondag 6 november 2011

potamus Hippo Potamus

Natuurlijk hadden Frau Merkel en Monsieur Sarkozy volkomen gelijk toen zij in heilige verontwaardiging ontstaken over het gedrag van Papa Ndreou. Hoe kwam Papa erbij om die gewone Grieken te vragen wat ze over de eisen van de Europese Unie dachten? En hoe schandalig van die uitvretende Grieken om die uit Duitse koker komende eisen te durven vergelijken met de maatregelen van de Duitse bezetter in de tweede wereldoorlog. Monsieur Sarkozy had toch zelf ook achter die eisen gestaan en dat is heel moedig als je bedenkt dat hij toch ook boter op zijn hoofd had.

Schandalig ook dat sommige Griekse commentatoren fijntjes hadden gewezen op het feit dat Duitsland en Frankrijk in 2003 het stabiliteitsplan aan hun ‘Schachtstiefel’ respectievelijk ‘bottine’ hadden gelapt. Daar was onze Gerrit Zalm toen al zeer verontwaardig over geweest, totdat het Centraal Planbureau hem vertelde, dat ook Nederland de grens van drie procent begrotingstekort dreigde te overschrijden.

Maar gelukkig schaarde de rest van Europa, op die eigenwijze Engelsen na natuurlijk, zich eensgezind achter Frau Angela en gelukkige jonge vader Nicolas. Alleen Silvio moest even slikken, want hij begreep ook wel dat zijn Italië straks vermoedelijk ook onder het juk van de Merkozy’s door moest. Maar na een nachtelijk beraad met, zoals Fokke en Sukke dat noemden, “twintig minderjarige meisjes” vond hij toch ook dat zo’n referendum een provocatie was. Ook de Nederlandse regering vond het maar treurig dat de Grieken er met een van de kroonjuwelen van onze D66 vandoor wilden gaan.

En in heel Europa bloeide de schijnheilige en vooral selectieve verontwaardiging over het drieste voornemen van de Grieken op. Hoe durfden ze ! Begrepen ze niet dat ze daarmee weer een precedent zouden scheppen. Wisten ze niet dat de Nederlandse stemmen tegen de Europese Grondwet in 2005 nu nog nadreunden in de wandelgangen van Brussel en Straatsburg?

Stel je voor dat we voor ieder wissewasje zo’n volksraadpleging zouden houden. Als we bijvoorbeeld in 1998 aan de Nederlanders en Duitsers hadden gevraagd of ze akkoord konden gaan met de wisselkoersen voor de Euro (definitief vastgesteld op 31 december 1998) hadden we nu geen Euro gehad. En als we de bevolking van de EU toen hadden gevraagd akkoord te gaan met de hoogte van de salarissen van de Europese ambtenaren, was het nu 39 weken van het jaar in Brussel en 13 weken in Straatsburg een sombere boel geweest. En ook waren dan al die lucratieve vergoedingen voor het zetten van je handtekening op de presentielijst, met de bijbehorende hotel- en reisvergoeding, door je neus geboord.

Bovendien was het veel te ingewikkeld voor het gewone volk om te begrijpen wat zich in het zenuwcentrum van Europa allemaal afspeelde. En die lastige journalisten snapten het ook al niet en verwaarloosden de grote voordelen van Europa. Maar ze maakten zich wel druk om kleine incidenten, als er een spiegelruit sneuvelde door een uit de hand gelopen asbak, bijvoorbeeld.

Nee, het was maar goed dat ze indertijd in meerderheid de bevolking van de EU-landen in het algemeen en van de EU-zone in het bijzonder, buiten spel hadden gezet, niet met zo’n moeilijke keuze hadden belast. En de meeste landen hadden hun lesje geleerd. Europa was Europa en daar heeft noch u, bevolking, noch wij, regering, iets over te zeggen. Dat is een boven ons gesteld gezag, dat het beste met ons voor heeft. De offers die Europa van u vraagt, zijn goed voor u en in het belang van ons u.

En nu wilde die zot van een Papandreou de zaak komen verpesten. Maar gelukkig ging dat dus niet door. En alle Europese regeringsl(ij/ei)ders en ook de l(ij/ei)ders van de G20-tob haalden opgelucht adem. Die crisis hadden ze weer overwonnen, nu die Euro-crisis nog.

Beurs in mineur maar geen black Monday

maandag 8 augustus 2011

Na de afwaardering van de rating van de Verenigde Staten en de al bestaande problemen met Spanje en Italië werd met angst en beven uitgekeken naar de opening van de beurzen. Het werd tot het moment dat dit wordt geschreven geen “Black Monday” maar niettemin zakten de koersen nog verder weg met alle gevolgen ook voor de pensioenfondsen.

Hippo Potamus vindt inspiratie bij Johan Cruijff en vraagt zich af of al die economische rampen die ons de laatste jaren treffen niet veel minder hard waren aangekomen als de verantwoordelijken die de signalen zagen, de solidariteit van het gesloten front van hun club hadden doorbroken en tijdig hun twijfels hadden gemeld. Zie zijn weblog met de titel ‘Johan Cruijff, de verlosser, als lid van de RVC’ draagt.

Een goed voorbeeld van zo’n gesloten front was te vinden in het FD van de afgelopen week. waarin verteld wordt over het ontstaan begin jaren ’90 van de Europese  Monetaire Unie, het voortraject van de Euro. De deskundigen zagen dat alleen een monetaire unie van Duitsland, de Benelux, Frankrijk en Denemarken kans van slagen had en dat de rest van de lidstaten later zou kunnen aansluiten als ze er klaar voor waren. De Duitse minister van Financiën vergeleek het met een groep bergbeklimmers die aan hetzelfde touw vastzitten en die niemand kunnen gebruiken die ook de rest in het ravijn kan laten storten. Jammer genoeg blijft dit plan binnenskamers want de top in Maastricht moest een succes worden.

Landen als Griekenland, Italië, Spanje en Portugal hadden pas tot de eurozone mogen worden toegelaten nadat ze bewezen hadden dat zij konden voldoen aan de strenge eisen. De reddingsoperaties van Griekenland en Ierland hebben wij al gehad. Naast het al bestaande rampenfonds moet de Europese Centrale Bank nu staatsobligaties van Italie en Spanje gaan opkopen om het schip drijvende te houden. Allemaal noodgrepen om te voorkomen dat wij na de uitglijders van de zwakke landen allemaal het ravijn instorten.

Als politieke leiders geen leiderschap tonen en zich laten leiden door partijpolitieke motieven en als dat ook nog gebeurt in het machtigste land van de wereld, dan loopt het echt slecht af. De afwaardering van de triple A status van de V.S. is niet zozeer het gevolg van de financiële problemen want die zijn bij eensgezindheid van Democraten en Republikeinen om de zaak goed aan te pakken, oplosbaar. De afwaardering heeft te maken met het wantrouwen of de politiek in de V.S. dat leiderschap kan opbrengen. Daar is weinig zicht op als je ziet hoe men toch weer elkaar de zwarte piet probeert toe te schuiven.

Dit alles blijft niet zonder gevolgen voor de koersen. De AEX staat weer eens op een dieptepunt, de vrees voor een dubbele dip is weer volop aanwezig. Een aantal pensioenfondsen heeft zich de afgelopen week al moeten melden bij De Nederlandsche Bank omdat de dekkingsgraad weer gedaald is tot beneden de 105%. De dekkingsgraden van het ABP en Zorg en Welzijn zijn op dit moment niet bekend, maar het ABP zit voor bijna 11 miljard in Italiaanse staatsobligaties en Zorg en Welzijn voor bijna 2 miljard. En dan maar vasthouden in het zogenaamde pensioenakkoord aan een maximale premie van 20%. Prof. Dr. Bernard van Praag heeft daar in het FD van vrijdag 5 augustus een uitstekend artikel over geschreven, waarin hij aantoont dat de premie helemaal niet historisch hoog is en dat een hogere premie onze concurrentiepositie niet zal verslechteren, omdat andere landen op het terrein van de pensioenen nog met veel grotere problemen zitten.

Aanvulling op 10 augustus 2011:
Inmiddels is bekend geworden dat de twee grootste pensioenfondsen, ABP en Zorg en Welzijn met hun dekingsgraad weer onder de 100 zijn gezakt, de metaalfondsen PME en PMT zelfs onder de 95. De indexatie voor de gestegen prijzen is verder weg dan ooit.

Loopt de Euro op zijn laatste benen?

vrijdag 14 mei 2010

De gevolgen van de ingrijpende financiële crisis van 2008 zijn nog niet verwerkt of een nieuw financieel debacle heeft zich al aangediend. Dit keer betaalt u als belastingbetaler de prijs voor jarenlange onrealistische politiek ten aanzien van Europa. Het uitbreiden van de Eurozone met landen die nauwelijks financiële discipline kennen en vervalsing van hun statistieken niet schuwen, zonder van te voren duidelijke sancties af te spreken, blijkt een politieke blunder met enorme economische gevolgen. De paniekerige reddingsoperatie op uw kosten levert de Europese Centrale Bank uit aan politici. De geldpersen draaien, de inflatie rijst de pan uit, en gepensioneerden die naar hun indexatie kunnen fluiten en hun koopkracht zien verdampen zijn de eerste slachtoffers. Kees de Lange schrijft er een weblog over onder de titel ‘Europa laat de geldpersen draaien’.

Al bij de introductie was de Euro zeer omstreden. Dat verbaast niet als men beseft dat het ging om een politiek project, waaraan harde economische overwegingen ondergeschikt waren. Hoewel dat natuurlijk ontkend wordt door de verantwoordelijke politici, is onze Nederlandse gulden tegen zeer ongunstige voorwaarden ingeruild tegen de Euro. Op 11 september 2009 publiceren Harry Geels en André ten Dam een artikel in Me Judice over deze zaak. Alsof dat niet erg genoeg was, worden nu de toch al ontoereikende regels van het stabiliteitspact verder opgerekt om het Griekse wanbeleid door landen die hun zaken beter op orde hebben te laten subsidiëren. André ten Dam betoogt op 18 april 2010 dat het hier om verdragsschending gaat. In een speciaal voor deze website geschreven beschouwing van 7 mei 2010 betoogt André ten Dam dat de Eurozone aan een grondige herstructurering toe is.