Berichten met het label ‘Euro’

Stuurloos

donderdag 22 november 2012

potamus Hippo Potamus

Volgens oud-voorzitter NBP en nu senator Kees de Lange OSF zwalkt het schip van Staat stuurloos over een zee van ongerief. Zijn Multatuliaanse toespraak tot de hoofden van Lebak tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen in de Eerste Kamer (AFBEK) is een sublieme vorm van afbekken. Zijn ergernis over het gestuntel met het regeerakkoord vat hij keurig samen in een algemene opmerking en een drietal vragen. Luie Potamus citeert graag:
Het verband tussen het huidige financiële beleid in Europa en de uiterst negatieve gevolgen voor onze pensioenen wordt zorgvuldig buiten beeld gehouden. Op een visie op Europa valt het kabinet in het regeerakkoord al helemaal niet te betrappen, behalve dan dat de Euro tot elke prijs behouden moet blijven” en bij de “zorg wordt deze regering meer gefascineerd door de verdeling van de alsmaar groeiende kosten dan door het beheersen ervan” Woorden die de nagel op de kop slaan.

Verder wil De Lange voor zijn Onafhankelijke Senaatsfractie minder macht voor de zorgverzekeraars, die steeds meer geld vragen voor steeds minder goed georganiseerde zorg. Maar hij breekt Potamus de bek pas goed open met:

1     Zijn bezuinigingen in de voorgestelde vorm en in het voorgestelde tempo nodig?
Het antwoord is natuurlijk NEE en dat had de regering ook moeten weten. De Lange: “Het heeft voor een kleine economie als de Nederlandse geen zin om te ver voor de muziek of te ver achter de muziek aan te lopen. Nederlands beleid kan alleen hopen succesvol te zijn als het grotendeels in de pas loopt met beleid elders in Europa.
Hoewel regeren ‘vooruitzien’ is, doen onze kabinetten daar niet aan. De Lange:
Toen in de Verenigde Staten de hypotheekcrisis uitbrak, betoogde onze regering dat dit (…) Europa niet raakte. En als het Europa al (…) zou raken, dan was Nederland toch in een dusdanig goede positie dat we er niets van zouden merken.“ Volgens De Lange is duidelijk “dat de introductie van de Euro en het creëren van een monetaire unie zonder de politieke middelen of zelfs de politieke wil om de nodige begrotingsdiscipline af te dwingen, het vragen om problemen was.
Vervolgens ontmaskert hij ex-minister De Jager die grote winsten voorspiegelde op het aan Griekenland geleende geld, vervolgens ‘quitte’ zou spelen, terwijl nu op de hulp aan Griekenland al 4 miljard euro moet worden afgeschreven.

2     Draagt het voorgestelde financieel-economische beleid bij aan het oplossen van de Eurocrisis?
Samengevat beantwoordt De Lange die vraag met NEE. Vooral omdat de ‘bezuinigingen’ alleen maar een verschuiving van de lasten naar de burger zijn. Erger nog is dat alternatieve scenario’s voor de deelname aan de euro “politiek irrelevant” zouden zijn en dus ook de door de Deutsche Bank bepleite ‘Parallelwährung’ wordt afgewezen.

3     Is er een betere aanpak?
Omdat er zo nodig een nivelleringsfeestje gevierd moest worden, is men van het ene onbekookte voorstel in het andere evenmin doordachte plan terecht gekomen. Het kabinet heeft niet gezocht naar een betere aanpak en dus krijgt “dit kwartetkabinet de rode kaart” van De Lange.

Tenslotte kapittelt De Lange de regeringsverklaring over zaken die door de commotie over de nivellering nauwelijks aandacht verkregen: “Toch valt op dit document veel af te dingen, omdat je er geen toekomstvisie voor Nederland in zult aantreffen”. Hij wijst er op dat enerzijds ouderen als rijk (en dus als melkkoe) worden afgeschilderd en anderzijds ook een goed pensioen voor jongeren door de regeringsplannen steeds verder uit het zicht raakt, want: “(…) een fundamentele discussie over hoe we met ons pensioenstelsel verder moeten zal naar het zich laat aanzien ook gedurende de zittingsperiode van dit kabinet op de lijst van gemiste kansen bijgeschreven kunnen worden”.

En nu gaat Potamus op de lauweren van De Lange rusten.

Betoog Kees de Lange, Eerste Kamer

donderdag 22 november 2012

Onderstaand betoog wordt door ons gepubliceerd met toestemming van senator Kees de Lange.

Betoog Kees de Lange, Algemene Financiële Beschouwingen
20 november 2012

Voorzitter.
Zoals zo velen maakt mijn fractie zich grote zorgen over de financiële situatie van ons land. In het debat van vandaag wil ik een aantal concrete problemen aan de orde stellen en ingaan op de politieke ontwikkelingen op financieel gebied. Die roepen namelijk bij mijn fractie zeer veel vragen op.

Voordat ik met de vragen aan de slag ga, wil ik beginnen met een aantal observaties over het regeerakkoord, of in elk geval over de eerste versie daarvan. Over het gênante gedoe dat een regering die nog met regeren moet beginnen al vanaf dag één in crisisberaad is, valt veel te zeggen. Ik zal die verleiding proberen te weerstaan. De geloofwaardigheid van deze coalitie is nog voordat men begonnen is al genoeg aangetast om nog verder zout in de wonden te willen wrijven. Dat zullen anderen nadrukkelijk doen. Liever richt ik me in mijn bijdrage op een aantal zaken die voor de toekomst van ons land van cruciaal belang zijn, maar waarover in het regeerakkoord niets of vrijwel niets te vinden is. Ik doel op de Eurocrisis, het verband tussen de Eurocrisis en de Nederlandse pensioenen, de visie op de toekomst van Europa en de rol van ons land daarin, en de regeringsvisie, of liever het ontbreken daarvan, op de zorg.

De voornemens over Europa in het regeerakkoord kunnen op de achterkant van een postzegel die overigens steeds duurder wordt zonder dat er een verbeterde service tegenover staat. Pensioenen die toch voor zo’n drie miljoen gepensioneerden en vele miljoenen verplichte deelnemers in de pensioenfondsen hun oudedagsvoorziening vormen, worden uitgekleed, terwijl de mantra dat Nederland het beste pensioensysteem ter wereld zou hebben tot vervelens toe herhaald wordt. Het verband tussen het huidige financiële beleid in Europa en de uiterst negatieve gevolgen voor onze pensioenen wordt zorgvuldig buiten beeld gehouden. Op een visie op Europa valt het kabinet in het regeerakkoord al helemaal niet te betrappen, behalve dan dat de Euro tot elke prijs behouden moet blijven. Hoe hoog die prijs al is opgelopen, en hoe groot de waarschijnlijkheid is dat die prijs nog veel verder zal oplopen, is geen onderwerp waar deze coalitie de burger graag mee confronteert. Ook bij een zo belangrijk, kostbaar en in toenemende mate essentieel onderwerp als de zorg wordt deze regering meer gefascineerd door de verdeling van de alsmaar groeiende kosten dan door het beheersen ervan. Men hoeft geen ingewijde te zijn om te kunnen constateren dat er in de zorg fundamentele veranderingen tot stand gebracht moeten worden die nopen tot een nieuwe visie op onze samenleving. Naar de mening van mijn fractie kan de zorgproblematiek slechts opgelost worden door nieuwe vormen van leeftijdsbestendig bouwen en wonen, het bevorderen van nieuwe vormen van intermenselijke en intergenerationele hulp, en het overhevelen van minder macht naar zorgverzekeraars. Een regering met visie zou daar ook met een gevoel van grote urgentie naar handelen.
Maar genoeg hierover, vandaag richten we ons vooral op de financiële aspecten van het overheidsbeleid. Ook daar valt veel over te zeggen, en ik wil dat doen aan de hand van een aantal vragen. Hopelijk komen daarmee de diverse pijnpunten helder aan de orde.

1 Zijn bezuinigingen in de voorgestelde vorm en in het voorgestelde tempo nodig?
De Nederlandse regering betoogt voortdurend en nadrukkelijk dat bezuinigen de enige manier is om ons land uit het financiële moeras te halen. Tot elke prijs moet het financieringstekort zo snel als maar enigszins mogelijk is beneden de door Europa gehanteerde 3% norm gebracht worden. De enorme koopkrachtverliezen van grote groepen burgers, het verlies van werkgelegenheid en de historische afname in het vertrouwen van de burger in de economie worden daarbij voor lief genomen.

De Nederlandse economische situatie kan niet los gezien worden van de Europese. Het heeft voor een kleine economie als de Nederlandse geen zin om te ver voor de muziek of te ver achter de muziek aan te lopen. Nederlands beleid kan alleen hopen succesvol te zijn als het grotendeels in de pas loopt met beleid elders in Europa. Is dat het geval? En wat is het realiteitsgehalte van de wijze waarop in de afgelopen jaren over de Eurocrisis gecommuniceerd is? Laten we een stukje geschiedenis de revue laten passeren.

Toen in de Verenigde Staten de hypotheekcrisis uitbrak, betoogde onze regering dat dit een zuiver Amerikaans probleem was dat Europa niet raakte. En als het Europa al in geringe mate zou raken, dan was Nederland toch in een dusdanig goede positie dat we er niets van zouden merken. Tot de hypotheekcrisis een bankencrisis en vervolgens een landencrisis werd. En de werkelijkheid opeens een heel andere bleek dan ooit gesuggereerd was.

Om te beginnen werd pijnlijk duidelijk wat voor ingewijden allang bekend was, namelijk dat de introductie van de Euro en het creëren van een monetaire unie zonder de politieke middelen of zelfs de politieke wil om de nodige begrotingsdiscipline af te dwingen, het vragen om problemen was. Die problemen hebben we gekregen en hoe. Landen als Griekenland en Spanje, maar ook Portugal, Ierland, Cyprus, en binnenkort ook Frankrijk en Italië zijn inmiddels beland in een neerwaartse spiraal van bezuinigen en recessie die nog in geen jaren opgelost zal zijn. In Griekenland en Spanje is het echte probleem dat ondernemers in die landen, doordat men vastgeklonken zit aan een veel te harde Euro, de competitie met het buitenland onmogelijk aankunnen. Door jarenlange te goedkope leningen is dit centrale probleem onderbelicht gebleven. Inmiddels zit meer dan een kwart van de Grieken zonder werk; onder jongeren tot 25 jaar is dat zelfs 58 procent. Het land gaat binnenkort het zesde jaar van economische recessie in. Geld van vermogende Grieken is al lang in het buitenland geparkeerd. Jongeren die iets geleerd hebben verlaten het land in grote aantallen, om nooit meer terug te keren. Politiek neemt het extremisme onrustbarende vormen aan. Toenemende bezuinigingen leiden tot meer recessie en tot de noodzaak van meer bezuinigingen. Alleen een onder curatele stelling, en in de perceptie van de Grieken om het nog erger te maken nog wel door Duitsland, is het gevolg. In Spanje en diverse andere landen in de Eurozone is de situatie niet veel beter.

Ondanks de enorme financiële en sociale problemen waar deze landen mee worstelen, houdt de Europese Commissie de fictie overeind dat na de financiële nachtmerrie binnenkort het morgenrood gloort, om maar een socialistisch begrip uit vervlogen tijden aan te halen. Wie dat gelooft is naar de mening van mijn fractie toe aan langdurige verpleging in een omgeving geschilderd in rustgevende kleuren. Men schijnt niet te beseffen dat het enige dat gloort de Gouden Dageraad is, een onverdund fascistische politieke partij in Griekenland met een verontrustend grote en nog groeiende aanhang. Is het scheppen van een financiële transferunie, waarbij gedurende een onafzienbare reeks van jaren middelen van de rijkere naar de armere landen worden overgeheveld de oplossing? De vraag stellen is hem beantwoorden. Naar de mening van mijn fractie is de oogkleppenpolitiek die de euro tot elke prijs wil redden, gedoemd te falen en zal dit beleid de kosten voor de Nederlandse belastingbetaler alleen maar verder opjagen. Al vele miljarden zijn in een zwart gat verdwenen, en daar zal het niet bij blijven. Intussen wordt de Nederlandse economie, om maar niet te spreken over die van grote delen van Zuid-Europa, kapot bezuinigd.

Hoe kijkt Nederland aan tegen de Griekse problematiek? Onder de vorige regering beweerde onze Minister van Financiën dat financiële steun aan Griekenland een goede zaak was omdat Nederland daar door de hoge te vorderen rente grandioos aan zou verdienen. Een paar maanden later stelde hij dat er weliswaar geen winst gemaakt zou worden, maar dat we toch zeker quitte zouden spelen. Inmiddels dient een bedrag in de orde van vier miljard Euro als verloren te worden beschouwd, terwijl er garanties gegeven zijn ten bedrage van tientallen miljarden met onbekende of in elk geval verzwegen risico’s. De huidige Minister van Financiën stelt nu dat inderdaad miljardenbedragen als afgeschreven dienen te worden beschouwd. Hiermee wordt slechts bevestigd wat iedereen al wist, hoewel het niettemin een trendbreuk betekent met de communicatie uit een recent verleden. Echter, ook de huidige minister waagt zich niet aan kostenschattingen noch aan scenario’s. Toch wil ik hem daar hier en nu expliciet naar vragen.

Dat de economie te belangrijk was om aan economen over te laten was al lang genoegzaam bekend. Dat Europa te belangrijk is om aan de pro-Europese elitaire lobby over te laten, is een harde les die we momenteel aan het leren zijn. Harrie Verbon en David Hollanders uit Tilburg becijferen in de Volkskrant van 18 april 2012 dat als Griekenland, Portugal en Ierland echt failliet gaan, dit ons 12 miljard per jaar zal gaan kosten. We laten dan voor onze gemoedsrust onze gerechtvaardigde zorgen over Spanje, Italië en Frankrijk maar even buiten beschouwing. Daarmee vergeleken zijn de afgelopen en aangekondigde bezuinigingen waar Nederland onder zucht klein bier. Het is bizar dat de Nederlandse regering deze problematiek hardnekkig buiten beeld probeert te houden. Zijn de dagen van Colijn wellicht weergekeerd?

Terug naar onze vraag: Zijn bezuinigingen in de voorgestelde vorm en in het voorgestelde tempo nodig? Laten we die vraag vanuit een aantal gezichthoeken belichten. Is het zinvol om als we Europa uit het economische slop willen halen om zowel in de armere als in de rijkere landen een rigoureus bezuinigingsbeleid te voeren? Is dat de manier om het Nederlandse en Europese investeringsklimaat te verbeteren en het vertrouwen van de burger terug te winnen? Anderzijds, als we dan toch bezuinigen, heeft het dan zin om meer en sneller te bezuinigen dan de omliggende landen? Valt in redelijkheid te verwachten dat landen als Italië, Frankrijk, Spanje, of zelfs Duitsland dezelfde route zullen kiezen? Het zijn in het verleden juist Frankrijk en Duitsland geweest die de begrotingsdiscipline aan hun laars gelapt hebben. Heeft het zin dat Nederland weer eens het braafste jongetje van de klas is, de gekke Henkie van Europa, door te kiezen voor deze neoliberale vorm van begrotingsmasochisme? Mij dunkt dat de tijd is aangebroken voor een grondige analyse die te lang door allerlei verkiezingsretoriek overschaduwd is.

2 Draagt het voorgestelde financieel-economische beleid bij aan het oplossen van de Eurocrisis?
Financiële problemen zijn niet voorbehouden aan Europa. In de Verenigde Staten kan men er ook iets van. De snel toenemende staatsschuld daar bereikt binnenkort zijn bij wet voorgeschreven maximum, en dan zijn harde maatregelen onvermijdelijk. De kans om over de rand van de ‘’fiscal cliff’’ te rollen is daarbij niet denkbeeldig. Dat een dergelijke situatie de oplossing van de Europese crisis nu niet bepaald dichterbij zal brengen, moge duidelijk zijn. Maar hoe dient Europa de eigen winkel op orde te brengen? Eerst maar weer een uitstapje naar hoe de zaak tot dusver in Nederland is aangepakt.

De wijze waarop in Nederland de discussie over de Eurocrisis gevoerd wordt, heeft alle voordelen van simpelheid en voltrekt zich vooral langs de lijnen van extreme standpunten die als een religie beleden worden. Er is een duidelijk minderheidsstroming die betoogt dat er geen cent meer naar Europa moet, dat Grieken lui, corrupt en onbetrouwbaar zijn en geen enkele financiële steun meer verdienen, en dat elk land maar beter terug kan gaan naar zijn oorspronkelijke munt. Nu denkt mijn fractie niet dat het wegduiken achter verhoogde dijken een erg goed idee is. Vergaande economische samenwerking in Europa is een bron van een flink deel van onze welvaart, en het lijkt verstandig dat te beseffen. Dat is overigens iets anders dan een pleidooi voor het handhaven van de monetaire unie in de huidige vorm en tot elke prijs. Tot elke prijs, het klinkt iets te omineus allemaal. Want dat is het probleem met de aanhangers van de meerderheidsstroming in de discussie. Het behoud van de Euro in zijn huidige vorm gaat boven alles. Overdracht van nationale soevereiniteit aan Brussel wordt enerzijds ontkend of gebagatelliseerd, of anderzijds zelfs als wenselijk afgeschilderd. Een begrotingstekort van maximaal 3% is tot heilige graal verheven, terwijl niet overwogen wordt dat de economie van bezuinigen, van austerity, ons gemakkelijk als lemmingen over de ‘’austerity cliff’’ kan storten. Dat is dan erger dan de gevreesde spiraal omlaag, omdat het meer lijkt op een vrije val. En dan zijn we veel verder van huis. Bij lemmingen dient de collectieve zelfmoord nog een biologisch doel. Datzelfde kan waarschijnlijk niet gezegd worden van het economisch verderf dat steeds meer op de loer ligt. Dit speelt des te meer omdat de voorgestelde bezuinigingen vooral ten laste van de koopkracht van de burger komen, en niet bijvoorbeeld gevonden worden in het afstoten van overheidstaken.

Wat mijn fractie node mist, is een grondige rationele discussie over alternatieve scenario’s. Die zijn er natuurlijk wel degelijk, zoals het regelmatig kennis nemen van de berichtgeving in toonaangevende kranten in Duitsland leert. Bij een recente commissievergadering in de Eerste kamer waarbij minister Rosenthal en staatssecretaris Knapen aanwezig waren, heb ik gevraagd naar waar de toenmalige regering stond op het punt van alternatieve scenario’s. Het antwoord was ronduit ontluisterend. Alternatieve scenario’s mochten wellicht intellectueel bevredigend zijn, maar waren politiek irrelevant. Ik ben bijzonder benieuwd te vernemen of ook de huidige minister voorstander is van een dergelijk ontmoedigingsbeleid ten aanzien van creatief nadenken.

Al veel eerder en bij meerdere gelegenheden heeft mijn fractie in de Eerste Kamer gepleit voor het bestuderen van alternatieve scenario’s. Ik denk dan met name aan het principe van Parallelwährung zoals dat onder meer door de Deutsche Bank bepleit wordt. Dit idee is overigens een variant van de Matheo Solution zoals die door de Nederlander André ten Dam al jaren geleden is voorgesteld. Is het nu echt nodig dat de wal het schip keert voordat de politiek bereid is om het geringe prestigeverlies voor lief te nemen dat nu eenmaal hoort bij het verlaten van eerder ten onrechte ingenomen standpunten? Mijn fractie hoort graag de mening van de minister op dit punt.

Inmiddels is de rol van de Europese Centrale Bank, de ECB, een heel andere geworden zonder dat van enige democratische controle sprake is. Waren de vroegere presidenten Duisenberg en Trichet nog zeer terughoudend om het beleid van de ECB door politieke overwegingen te laten leiden of bepalen, onder de nieuwe man Draghi waait er een totaal andere wind. Niet alleen heeft hij zijn functie als president ten opzichte van de overige ‘’board members’’ aanzienlijk versterkt, bovendien is het mandaat van de ECB opgerekt tot proporties die met niet al te veel fantasie zorgwekkend genoemd kunnen worden. Het democratisch tekort en het ontbreken van ‘’checks and balances’’ wreekt zich hier in volle omvang.

Terug naar onze vraag: Draagt het voorgestelde financieel-economische beleid bij aan het oplossen van de Eurocrisis? Naar de overtuiging van mijn fractie is het voor de volksvertegenwoordiging op deze manier onvoldoende mogelijk om zich over dit cruciale onderwerp een afgewogen oordeel te vormen, terwijl de potentiële gevolgen hoogstwaarschijnlijk zeer ingrijpend zijn. De reden is dat de regering buitengewoon geheimzinnig omgaat met het verstrekken van scenario’s die de risico’s van allerhande gegeven garanties zouden dienen te kwantificeren. Bovendien wordt het nadenken over alternatieven bepaald niet aangemoedigd. Dat de rol van de volksvertegenwoordiging op deze manier wordt uitgehold, zou geen enkele partij zich vanuit democratisch oogpunt moeten laten aanleunen.

3 Is er een betere aanpak?
Een valsere start dan die van het VVD-PvdA kabinet is niet denkbaar. Het ‘feest van de nivellering’ via de inkomensafhankelijke zorgpremie van PvdA partijvoorzitter Spekman ontaardde binnen de kortste keren in een afterparty die een wel erg katterig gevoel achterliet. Bij alle discussie over bezuinigingen gold dat zeker niet voor het inktbudget van De Telegraaf die in letters van ongekend formaat zichzelf tot verdediger van de middengroepen uitriep. Toen vervolgens het ene onbekookte voorstel vervangen werd door een ander, was de emotie al weer zover afgedempt dat het nieuwe plan wel bekritiseerd maar niet afgeschoten werd. Wat de afgelopen weken betreft verdient dit kwartetkabinet de rode kaart.

Gevolg van alle commotie was helaas wel dat andere onderdelen van de regeringsverklaring ternauwernood aandacht kregen. Toch valt op dit document veel af te dingen, omdat je er geen toekomstvisie voor Nederland in zult aantreffen. Noch nivellering via een inkomensafhankelijke ziektekostenpremie, noch verhoging van belastingen zal de oplossing van de crisis ook maar een millimeter dichterbij brengen, eigenlijk integendeel. De kosten van de crisis worden vooral bij de burger gedeponeerd en nivellering heeft slechts herverdeling tot doel. Alleen de ideologen zijn tevreden. Hadden we in het verleden een minister die als tamelijk onschuldig tijdverdrijf het fokken van ponies beoefende, nu moeten we helaas constateren dat het berijden van allerlei politieke hobbyponies is uitgegroeid tot een wijd verbreid fenomeen.

Zaken die voor miljoenen Nederlanders van elementair belang zijn – zoals de toekomst van onze pensioenen- komen niet of nauwelijks aan de orde. Bij alle discussies over koopkracht moet nadrukkelijk gesteld worden dat alleen gesproken wordt over zeer aanzienlijke koopkrachtverliezen die voortvloeien uit het voorgenomen regeringsbeleid. Voor de gewone burger komen die natuurlijk gewoon bovenop de grote koopkrachtverliezen die ze in de afgelopen paar jaar al ervaren hebben. Of je nu door de hond of de kat gebeten wordt maakt voor diezelfde burger weinig uit. De drie miljoen gepensioneerden die ons land telt en die door opeenvolgende regeringen consequent als rijk worden afgeschilderd behoren in elk geval tot de groepen waar de klappen vallen. Niet uitgekeerde indexatie uit het verleden, de te verwachten kortingen voor zeer velen op hun nominale pensioenen, en de groeiende inflatie hebben wel degelijk grote koopkrachteffecten maar worden in de huidige discussie voor het gemak niet meegenomen. Overigens valt ouderen zelf zeer veel te verwijten doordat men heeft nagelaten zich te organiseren in een krachtige eenstemmige lobby of in een politieke partij die op basis van kennis van zaken en een evenwichtige benadering van de problemen respect afdwingt.

Het is in Den Haag een goed bewaard geheim dat alle pogingen om de Euro te behouden en de steun voor het rentebeleid van de ECB van de afgelopen jaren desastreus zijn voor de Nederlandse pensioensituatie. De zorgwekkende toestand van de meerderheid van onze pensioenfondsen is deels te verklaren als resultante van het gevoerde overheidsbeleid. Niettemin kampen we ondanks alle retoriek die graag het tegendeel beweert met een pensioenstelsel dat met de beste wil niet meer als eigentijds beschreven kan worden. Met name op het gebied van de ‘governance’ en de leeftijdsbestendigheid liggen de problemen hoog opgetast zonder dat verbeteringen in zicht zijn. Want ook voor jongeren zijn de vooruitzichten op een goed pensioen verder over de horizon dan ooit. In plaats van het voeren van een uitzichtloze discussie over welke generatie de slechtste pensioendeal krijgt, zouden generaties hun gemeenschappelijke belangen voorop moeten stellen. Aan politieke lapmiddelen is geen gebrek, maar een fundamentele discussie over hoe we met ons pensioenstelsel verder moeten zal naar het zich laat aanzien ook gedurende de zittingsperiode van dit kabinet op de lijst van gemiste kansen bijgeschreven kunnen worden. Het vertrouwen van miljoenen Nederlanders in hun overheid zal er niet door groeien.

Samenvattend, laat me komen tot een afronding van mijn eerste termijn. Als we de retoriek van de regeringsverklaring en de met de mond beleden ambitie afzetten tegen het gebrek aan visie op uitermate belangrijke financieel-economische vraagstukken, dan maakt mijn fractie zich grote zorgen. De mantra dat we sterker en socialer uit de crisis gaan komen wordt zo vaak herhaald dat je gaat vermoeden dat deze regering snakt naar het uitbreken van de volgende crisis, bij voorkeur nog wat dieper dan de huidige. Om daar vervolgens nog veel veel sterker en nog veel veel socialer uit te gaan komen. De ambities van mijn fractie zijn wat meer met beide benen op de grond. Laten we eerst maar eens proberen de huidige crisis te overleven, zonder onherstelbare schade aan de broodnodige koopkracht van veel weerloze burgers en aan het broodnodige vertrouwen van grote delen van onze samenleving in de economie en in een overheid die geacht mag worden voor de fundamentele belangen van iedere burger op de bres te staan. Daar zullen we de handen meer dan vol aan hebben.

En om ten slotte mijn vraag of er een betere aanpak is maar zelf te beantwoorden: het antwoord is ja. Namelijk door te luisteren naar de burgers in dit land die zich nu eens niet verenigd hebben in extern gefinancierde organisaties die lobbyen voor deelbelangen, en door te kijken en te luisteren naar mensen die door hun eigen vrijwillige inzet deze samenleving ondanks alle opgeworpen barrières draaiend proberen te houden. Laat de regering op basis daarvan daadwerkelijk een visie ontwikkelen om juist dat soort processen die de burger direct aangaan te versterken. Dan is er hoop voor dit land.

Algemene Financiële Beschouwingen van de Eerste Kamer

donderdag 22 november 2012

Lees hoe Potamus de bijdrage van senator Kees de Lange aan de Algemene Financiële Beschouwingen van de Eerste Kamer analyseert in zijn weblog ‘stuurloos‘.

Wilt u nu zelf de oorspronkelijke bijdrage van Kees de Lange aan de Algemene Financiële Beschouwingen van de Eerste Kamer lezen dan kunt u dat hier doen.

De financiële markten maken de dienst uit

maandag 20 augustus 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 20 augustus 2012

Wie bepaalt wat er gebeurt in onze economie?
In het artikel Liborgate schaadt ook de pensioenfondsen in het Financieel Dagblad van 13 augustus schrijft Rik Albrecht als lid van de commissie beroepsethiek van het Chartered Financial Analyst (CFA) Institute dat het manipuleren van de interbancaire rente (LIBOR) waarop ook de renteswaps van pensioenfondsen zijn gebaseerd “een flagrante schending van de ethische code en gedragsregels van het CFA Institute is.” Ook bij de Rabobank wordt hiernaar onderzoek gedaan. Maar zou zo’n manipulatie door banken niet ook een strafrechtelijke overtreding moeten zijn? Een scheiding in nutsbanken en zakenbanken blijft de voorkeur verdienen.
Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) bejubelt de oplossing van de financiële crisis in IJsland. Na het failliet gaan van de drie grootste banken van IJsland zijn strenge bezuinigingen doorgevoerd en leningen van het IMF ontvangen. Weer waren de banken de oorzaak van economische ellende. Daarbij heeft de regering de verliezen laten neerdalen bij de aandeel- en obligatiehouders van de getroffen banken in plaats van bij de belastingbetaler, aldus de Telegraaf van 14 augustus. Zo kon de sociale zekerheid in stand blijven, mede door een groei van de economie met 2,4%. De devaluatie van de IJslandse kroon met 80% heeft daarbij geholpen. Maar dat kan Griekenland met zijn euro niet.

Wat betekent deze monetaire economie voor ons?
De reële economie betreft het verhandelen van goederen en diensten. Banken maken ook deel uit van de monetaire economie. De Europese Centrale Bank (ECB) maakt daar deel van uit evenals de nationale centrale banken. Landen lenen geld door uitgifte van staatsleningen en de ECB koopt die leningen van economisch zwakke euro-landen met teveel schulden soms weer op. De ECB kan geld bijdrukken en in de economie pompen tegen een heel lage rente. Dat heeft weer zijn invloed op de rekenrente die pensioenfondsen moeten gebruiken en die daardoor heel laag is. Maar risicovrije rente bestaat helemaal niet zoals betoogd in de voorgaande nieuwsbrief. Dus de banken bepalen wat er gebeurt in onze economie? Inderdaad, het zijn de financiële markten. Overheden proberen van alles om de economie te sturen, maar de financiële markten maken uit welk (euro-) land vertrouwd wordt, zie onderstaande tabel. En welke bijbehorende rente voor schulden moet worden betaald.

Meldpunt Pensioenkorting
Op het digitale Meldpunt Pensioenkorting, www.meldpuntpensioenkorting.nl kan iedereen die een korting op zijn pensioen te horen heeft gekregen, zich aanmelden en de petitie ondertekenen Ik wil niet worden gekort op mijn pensioen! Deze petitie zal worden aangeboden aan Minister Kamp en alle pensioenwoordvoerders van de politieke partijen in de Tweede Kamer vóór de verkiezingen op 12 september. De gepensioneerden kunnen hun stem zo laten horen bij de politiek. Ook kan iedereen een email sturen naar pensioenkorting@gmail.com om zijn of haar visie te geven over deze pensioenkortingen. Deze visies zullen ook worden verspreid.

Pensioenvertrouwen en pensioenvermogen (2)

maandag 2 juli 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 2 juli 2012

Het lage vertrouwen in onze pensioenfondsen (vervolg)
Het lage vertrouwen van deelnemers in pensioenfondsen was te verwachten zoals bleek uit het eerdere onderzoek van De Nederlandse Bank (DNB). Want nu stond weer in het Algemeen Dagblad van 26 juni een groot artikel van directeur mevrouw Kellermann van DNB met als kop: Bereid je voor op financiële onzekerheid. Lagere pensioenen en stijgende zorgkosten. Dat is een onverwachte oproep, want deze toezichthouder is aangesteld om te zorgen dat onze pensioenfondsen nu juist hun verplichtingen aan de deelnemers kunnen nakomen. DNB is niet voor consumentenvoorlichting; daar zijn andere instanties voor. Maar als DNB toch de consument wil voorlichten, dan mag worden verwacht dat DNB meedeelt zich te zullen inspannen om alsnog te zorgen dat de opgebouwde pensioenen intact blijven. Te zorgen dat de verwachte kortingen zullen worden ingehaald en dat er zo spoedig mogelijk weer zal worden geïndexeerd voor inflatie. Dus een DNB die meedeelt daar alles voor te zullen doen. En dat de problemen tijdelijk zijn en dat we erop kunnen vertrouwen dat DNB zich daarvoor inspant. Niets van dat alles. Het advies is “Wie kan sparen of aflossen op zijn hypotheek, moet dat vooral doen.” Maar dat levert niet meer inkomen op, want met de rente op spaargeld krijg je ook inkomen. Maar de economie lijdt wel onder minder consumentenaankopen. Het is dan niet vreemd dat het groeiend wantrouwen van consumenten in financiële instellingen dan nog groter wordt met deze oproep.

President-directeur van De Nederlandse Bank Klaas Knot
In een paginagroot interview in de Telegraaf van 30 juni gooit onze centrale bankier Klaas Knot er nog een schepje bovenop. Hij stelt daarin dat “Over dat aanvullende pensioen bestaan de nodige misverstanden. Zelfs in het slechtste scenario blijven onze pensioenen de beste ter wereld. Ons pensioenprobleem is vooral veroorzaakt door het overdreven ambitieniveau. We hebben onvoldoende duidelijk gemaakt dat het ook wel eens wat minder zou worden. Het is vooral een kwestie van te ver opgeblazen verwachtingen.” Hebben de pensioenfondsen, de politiek en de toezichthouder dan alles prima gedaan? Geen enkele zelfkritiek is te lezen over het onheil met onze pensioenen. Dus niets over het toestaan van niet-kostendekkende premies, premievakanties en premiekortingen voor werkgevers of terugstortingen van premie. Alleen dat wij als deelnemers en gepensioneerden veel te hoge verwachtingen hadden van ons pensioen. Dus we moeten het kennelijk gewoon vinden dat na jarenlang uitblijven van indexering voor inflatie tot wel 10%, nu ook jaren van pensioenkortingen van soms wel 14% of meer in twee jaar voor onze kiezen te krijgen. Hoezo afspraak is afspraak. En dan nog onze pensioenen het beste ter wereld durven te blijven noemen. Gelukkig komt er nog steeds veel meer premie binnen dan er aan uitkeringen worden betaald, maar die verhouding wordt wel steeds slechter. Dus er moet wel wat gebeuren. Maar niet hetgeen de Jonge Democraten van D’66 bepleiten: een individueel afgesproken premiestelsel, zonder enige solidariteit en collectiviteit. Laten de jongeren gewoon een hogere premie betalen vanwege hun hogere levensverwachting of langer blijven werken dan wel een versobering van hun pensioen accepteren.

Voorstel voor een combinatie van oud en nieuw stelsel
De hoogleraren Frijns, Boender en Kocken hebben onlangs hun voorstel gelanceerd waarbij de goede punten van het Pensioenakkoord worden gecombineerd met de voorstellen van minister Kamp. Want zij vinden twee pensioenstelsels naast elkaar veel te complex. Dus een nominaal stelsel met voorwaardelijke indexatie voor inflatie naast een reëel stelsel met indexatie maar zonder garanties op basis van beleggingsresultaat. In het voorstel van minister Kamp wordt in het nominale stelsel bij tekorten direct gekort en pas heel langzaam worden kortingen ingehaald en wordt geïndexeerd voor inflatie. Dat gaat in het reële stelsel juist andersom. Waarom niet de beide spreidingsmethoden voor tekorten op dezelfde wijze in beide stelsels toegepast, vragen de voorstellers zich af. Dan kan het huidige stelsel worden gehandhaafd met een aangepast financieel toetsingskader (rekenregels) als één stelsel voor alle aanvullende pensioenen. Een voorstel om verder te onderzoeken.

Economische Ontwikkelingen en Vooruitzichten juni 2012

maandag 18 juni 2012

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 18 juni 2012 die deze keer bestaat uit het persbericht van de Nederlandsche Bank van 11 juni 2012.

Ramingen DNB voor de Nederlandse economie: eerst krimp, dan langzaam herstel
De Nederlandse economie krimpt dit jaar met 0,6%, waarmee de dubbele dip een feit is. Vervolgens treedt langzaam herstel op. In 2013 is de groei nog een bescheiden 0,6%, in 2014 klimt deze op tot 1,2%. De werkloosheid stijgt tot 6,4% in 2014. Hogere economische groei vergt breed vertrouwensherstel in Nederland en Europa, hiertoe zijn overtuigende beleidsmaatregelen gericht op de lange termijn noodzakelijk. Dat blijkt uit de nieuwe halfjaarlijkse raming van DNB, die vandaag is gepubliceerd.

Door tegenvallende ontwikkelingen in de internationale economie en de aanhoudende inzinking op de Nederlandse huizenmarkt komt de economische groei dit jaar en komend jaar lager uit dan een half jaar geleden nog werd verwacht. Verondersteld is dat de Europese schuldencrisis – de voornaamste bron van de vigerende onzekerheid en het beperkte vertrouwen van dit moment – geleidelijk en zonder grote schokken tot een oplossing komt. Voor 2013 speelt ook mee dat in de raming zoveel mogelijk rekening is gehouden met het Begrotingsakkoord, waardoor de groei van het bruto binnenlands product (bbp) in 2013 en 2014 vermindert met respectievelijk 0,5 en 0,3 procentpunt. Door deze maatregelen daalt het EMU-tekort in 2013 tot 2,9% van het bbp. Ondanks de aantrekkende economische groei loopt het begrotingstekort in 2014 weer wat op, tot 3,1% van het bbp. Dit geeft duidelijk aan dat de overheid ook na 2013 nog voor een flinke uitdaging staat om haar financiën op orde te krijgen.

De matige groeivooruitzichten van de Nederlandse economie komen volledig voor rekening van de ongunstige ontwikkeling van de binnenlandse bestedingen van gezinnen, bedrijven en de overheid. De bijdrage van de uitvoer aan de economische groei bedraagt in de ramingsperiode ongeveer 1 procentpunt per jaar. Daarmee blijft de uitvoer net als in het verleden onontbeerlijk voor de groei van de Nederlandse economie.

Door de kredietcrisis zijn de balansen van de financiële sector en de overheid in snel tempo verslechterd. Gecombineeerd met de aanhoudende malaise op de huizenmarkt heeft dit bijgedragen aan een fors vertrouwensverlies bij consumenten en producenten. Hiervan gaat een sterk negatief effect op de binnenlandse bestedingen uit, waardoor het noodzakelijke balansherstel wordt bemoeilijkt. Om aan deze neerwaartse spiraal te ontsnappen, zijn meerdere jaren van hogere economische groei nodig. Een impuls hiertoe kan uit het buitenland komen – via een hogere groei van de wereldhandel – maar daarnaast is ook een binnenlandse vertrouwensimpuls zeer welkom. Uit variantenanalyses blijkt dat voor significant betere groeiprestaties van de Nederlandse economie forse impulsen nodig zijn. Dit vereist in elk geval dat Europese beleidsmakers snel met overtuigende maatregelen komen om de schuldencrisis het hoofd te bieden en de monetaire unie institutioneel te versterken. Voor Nederland is cruciaal dat huishoudens en bedrijven zo gauw mogelijk bevrijd worden van de onzekerheid over de op stapel staande veranderingen ter zake van de arbeidsmarkt, de woningmarkt, het inkomensbeleid en de pensioenen.

De rijken worden nog rijker

maandag 4 juni 2012

Financiële crisis

Joop van Vliet

Een simpele vraag aan de voorlichter van het CBS (“Hoeveel ingezetenen hadden in 2010 een inkomen uit arbeid van meer dan 100.000 euro”, leverde een verwijzing op naar een tabel, die ik niet eerder op de CBS-site ‘statline’ had kunnen vinden. Deze tabel bevat een schat aan informatie, waaraan ik onder meer de gegevens ontleen, die hieronder zijn gebruikt.
Het CBS is geen saaie cijferfabriek maar een – voor ingewijden in de statistiek althans – schatkamer vol informatie over de Nederlandse samenleving. We realiseren ons vaak onvoldoende hoe belangrijk het werk van het CBS is voor sociologen, economen, politici en journalisten. Dat mag ook wel eens gezegd worden.

In 11 jaar nam het aantal Nederlandse ingezetenen met een persoonlijk inkomen van 100.000 euro of meer fors toe. Niet onlogisch, want alleen al door de gemiddelde inflatie daalde de euro van 2000 (toen als giraal geld) in waarde met 18 procent. Dat betekent dat de 100.000 euro van 2000 nu ongeveer 82.000 zijn. Op basis van die cijfers en 9 procent bevolkingsgroei kunnen we een geschatte groei van het aantal topinkomens verwachten van zo’n 50 procent.

In werkelijkheid waren het echter veel meer en daarvan profiteerden vooral de actieven; de werknemers in loondienst, de ambtenaren en de lagere overheden, de zelfstandigen en de DGA (directeuren/grootaandeelhouders). Opmerkelijk is ook dat het aantal gepensioneerden met meer dan 100.000 euro inkomen relatief sterk toenam.

Rijke werknemers
In de eerste grafiek zien we dat bij de topinkomens vooral het aantal werknemers sterk steeg. In de eerste tabel vinden we (dat het) een stijging (is) met 147.000 (van 70.000 tot 217.000) personen. Bij de overige groepen gaat het om een (in absolute zin) geringe stijging en bij de zelfstandigen zelfs om een vrij forse daling.

Ambtenaren spekkopers
Kijken we echter naar de relatieve groei (de grafiek met de indexcijfers) dan zien we dat de groep (hoogste) ambtenaren het sterkst groeide; die groep werd 6,6 keer zo groot. Direct daarop volgen gepensioneerden met het befaamde ‘Zwitserleven’ gevoel, waardoor gepensioneerden als uitbuiters worden gezien.

Meeste niet-actieven gingen er op achteruit
Het is duidelijk dat de meeste niet-actieven (behalve een klein groepje bevoorrechte gepensioneerden) moesten inleveren en de werkelijk inflatie niet hebben kunnen bijhouden. De twee tabellen tonen de situatie in 2000 vergeleken met ‘nu’ (2010 is het laatste jaar waarover al voldoende belastinggegevens beschikbaar zijn).
In bijgaande tabellen zijn de actieven en inactieven ieder verdeeld in vier groepen met een restgroep.
De afname van de aantallen in de laagste inkomensklassen en de toename van de aantallen in de hoogste inkomensklassen is grotendeels toe te schrijven aan de inflatie. Voor de andere inkomensklassen geldt dat minder. Uit de lagere klasse(n) komt er bij en er verdwijnt naar de hogere klasse(n). Wie een globale tweedeling maakt, ziet bij de actieven een duidelijke verschuiving van laag naar hoog.
Gezien de huidige crisis is de afname van het aantal werknemers en de toename van het aantal zelfstandigen (veel zzp-ers ofwel zelfstandigen zonder personeel) waaronder ook DGA’s normaal. De door alle kabinetten beloofde afname van het aantal ambtenaren blijkt niet te zijn ingelost.

Bij de niet-actieven, vallen onder de groep pensioen ook nog niet 65-plussers. Opmerkelijk is de afname van het aantal niet actieve arbeidsongeschikten – vermoedelijk door verandering van de wettelijke criteria.


Conclusie
De crisis heeft diepe sporen getrokken. Tot nu toe konden de lasten van de Amerikaanse hypotheekcrisis, de wereldwijde financiële crisis en de Eurocrisis nog worden afgewenteld op niet-actieven. De Gini-coëfficiënt, een ongelijkheidsmaat, steeg bijvoorbeeld van 0,24 tot boven de 0,30 (0 = volkomen gelijkheid); de ongelijkheid nam dus toe. Maar die lastenverschuiving helpt na 2010 niet langer. In toenemende mate zullen ook actieven de lasten moeten dragen. Hopelijk houdt men daar (in Nederland èn in Europa) rekening mee

Pensioenfondsen, beleggingsvisie en rekenrente

maandag 21 mei 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 21 mei 2012

De visie van Larry Fink (VS) op pensioenen in Europa
Larry Fink, oprichter en eigenaar van de grootste vermogensbeheerder ter wereld Blackrock, zegt in een interview in de NRC van 12 mei dat een zwakke euro kan bijdragen aan een sterker zuidelijk Europa. Het kan wel een oververhit Noord-Europa creëren, maar daar zullen we dan mee moeten leven. Volgens Fink hebben de VS het bankenprobleem veel directer en sneller aangepakt dan Europa, heeft de VS nog wel bevolkingsgroei en Europa nauwelijks, en daarom gaat het ook beter in de VS dan in Europa mede vanwege een door de financiële crisis verzwakte dollar bij een relatief sterk gebleven euro. De kern van zijn beleggingsvisie is helder. Van het doorsnee Westerse getrouwde echtpaar van 60 jaar wordt één van de twee 92 jaar. De gemiddelde familie zet niet genoeg geld opzij voor zijn pensioen, hetgeen o.a. prof. Bernard van Praag ook heeft aangetoond in zijn artikelen. En als men zijn kapitaal dan ook nog in obligaties stopt die maar 2% opleveren, dan zal men nooit geld genoeg hebben voor zijn pensioen. Daarom zegt Fink dat mensen (meer) in aandelen zouden moeten beleggen en zich niet te veel concentreren op de grilligheid van de rendementen op de korte termijn. Tenslotte stelt Fink dat “Het probleem van het Nederlandse systeem is dat als iedereen zo oud wordt als voorspeld, en de pensioenfondsen beleggen in staatsleningen, dan gaan de pensioenfondsen failliet. Dan is op een gegeven moment het geld op. Als je niet genoeg rendement haalt, dan wordt het een vloek.”

Welke conclusies volgen hieruit?
Deze ontwikkeling is niet alleen desastreus voor jongeren maar net zo goed voor ouderen met het huidige beleid van DNB om vroegtijdig te laten korten bij te lage dekkingsgraden en te dwingen om risicoloos te beleggen dan wel te dwingen om de risico’s af te dekken. Het huidige pensioenstelsel is nog niet zo slecht, alleen moeten de rendementen omhoog met beleggen in aandelen om daarmee weer buffers cq reserves op te bouwen om de grilligheid van de beleggingen op te vangen. En de huidige zekerheidsmaatstaf van 97,5% volgens de Pensioenwet kan worden verlaagd naar b.v. 95% bij het uitgangspunt van beleggen met risico’s. Want nu is wel gebleken dat ook staatsleningen van EU-landen verre van risicoloos zijn bij een laag rendement. Uitgaande van de visie van Fink lijkt het beter dat pensioenfondsen gaan kiezen voor (voornamelijk) aandelen en de risico’s accepteren door deze maar beperkt af te dekken en tevens flinke buffers te vormen zoals in de jaren ‘80 en ‘90. Het rendement op het pensioenvermogen moet dan weer centraal komen staan met kostendekkende premies en op te bouwen reserves om het geslonken vertrouwen te herstellen.

En de rekenrente dan?
In de nieuwsbrief van IPN van 15 mei worden de uitspraken van principal Dennis van Ek van Mercer Investment Consulting vermeld onder de alarmerende kop “Mercer: Herstelplannen dreigen niet te herstellen.” Als de opnieuw tot 2,2% gedaalde 30-jaarsswaprente (rekenrente) op hetzelfde niveau blijft en de aandelenmarkten evenmin stijgen, dan zullen de huidige herstelplannen de dekkings-graad niet meer herstellen en komt zowel de gemiddelde als de actuele dekkingsgraad over 3 maanden uit op 92%, aldus Van Ek. Ook RTLZ meldt op 15 mei de lage swaprente. Als de actuele dekkingsgraad van 93% van het ABP ultimo 2013 niet stijgt, dan zou een afstempeling van in totaal 12% nodig zou zijn om te voldoen aan de wettelijke eis van 105%, aldus RTLZ.
De Mercer Pensioen Update van 15 mei vermeldt dat: “Met hoge waarschijnlijkheid gaat op termijn een aanpassing op de rentetermijnstructuur plaatsvinden. De introductie van de ‘Ultimate Forward Rate’(UFR) wordt zowel binnen het Pensioenakkoord als Solvency II (toetsingskader voor verzekeraars) besproken.” De bijbehorende Mercer publicatie Ultimate Forward Rate: implicaties voor Nederlandse pensioenfondsen vermeldt in haar conclusie dat “een introductie van de UFR op korte termijn een voordeel kan hebben op de dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen. Dit effect is groter naar mate het pensioenfonds een jonge rijpingsgraad kent. En dat er geen eenduidig antwoord mogelijk is op de vraag of de introductie van de UFR ten koste zou gaan van het pensioenvermogen van jongere generaties.” Want daarbij spelen ook andere aspecten een rol.

Ongelofelijk

donderdag 19 april 2012

Lees in het weblog waarom Potamus bijna van zijn stoel viel toen hij gisteren de krant las, ‘Twee berichtjes om wakker te schrikken‘.

Twee berichtjes om wakker te schrikken

donderdag 19 april 2012

potamus Hippo Potamus

Op 18 april om 8 uur ’s morgens was Potamus nog in een prima humeur. Verse koffie, verse krant, natte haartjes laten drogen en met een half oor luisterend naar het dagelijkse fileleed, las hij:
Topman Vestia in watten gelegd”. Geen echt nieuws dus, dat ging natuurlijk over Erik Staal met zijn half miljoen euro per jaar, die wegens enorme teleurstelling ook nog een oprotpremie van 4,5 miljoen euro kreeg, zodat Vestia nu vrijwel failliet is?

Maar het betrof levensgenieter Marcel de V. de Treasury & Controlmanager van Vestia. Toch niet dè Marcel de Vries die volgens de “Verantwoording van Vestia” over 2009 een stabiel financieel fundament legde en goede afspraken maakte met financiële instellingen, waardoor de gemiddelde rente voor Vestia maar 3,4 procent was tegen landelijk gemiddeld 4,6 procent. Dat bleek helaas een nadeel want daardoor overschreed het vermogen van Vestia de door het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) vastgestelde bovengrens en dat leidde tot een continuïteitsoordeel op grond waarvan Vestia werd aanbevolen meer te investeren in volkshuisvestingsactiviteiten. Het resultaat is bekend en de twijfel die Potamus koestert over het nut en de effectiviteit van toezichthouders groeit.

Snel terug naar het altijd sappige nieuws dat zo’n vroege Telegraaf altijd weer weet te brengen. Marcel en zijn gezelschap waaronder gretige meisjes, zouden zich uitstekend hebben vermaakt in het prestigieuze Nobu restaurant, onderdeel van het vijf sterren Metropolitan Hotel aan Old Parklane in Londen. Het kostte Vestia niets want: “Op kosten van de banken die de corporatie zo’n 10 miljard euro aan renteverzekeringen verkochten, genoot hij daar van de duurste hotels en restaurants, in aanwezigheid van gewillige, ingehuurde dames. (…)” een ooggetuige stelt dat ‘De V’ onder meer door Deutsche Bank en ABN-AMRO zou zijn ingevlogen naar de Britse hoofdstad, om daar regelmatig en op diverse manieren verwend te worden.

„The London way heet dat. Dan ga je eerst wat eten met je relaties, en dan mogen zij een, of meerdere van de aanwezige meisjes meenemen naar hun hotelkamer. Dat is goed voor de business”, grinnikt een ingewijde. Van die Deutsche Bank wilde Potamus dat best geloven, maar van de met zijn geld overeind gehouden staatsbank? Zou hoogste ABN-AMRO-baas Gerrit Zalm daarvan wel afweten, of was die misschien zelf de grinnikende ingewijde?

Het kostte Vestia uiteindelijk toch geld, want de krant bericht dat Marcel bij Vestia een stuk geslotener was en ‘vergat’ te melden dat die miljardencontracten met de banken vrijwel allemaal liepen via FiFa Finance uit Laren dat hem – volgens justitie – in 5 jaar tijd 9,4 miljoen aan steekpenningen betaalde. Maar Potamus, die toch al gauw op zijn teentjes is getrapt, ergert zich nog het meest aan het feit dat banken gewoon doorgaan met ‘grote’ klanten te fêteren en vooral dat het ze niet schijnt te interesseren waar het geld vandaan komt … geld blijkt nog steeds niet te stinken. Terwijl je als kleine ondernemer van diezelfde banken nauwelijks een cent kunt lenen of als particulier kapitalen kwijt bent als je iedere week een ‘dagafschrift’ wilt hebben.

Potamus sloeg de pagina om, las: “Oudere mag elke dag douchen” en donderde bijna van zijn stoel. Was dat nieuws? Waarom zou het niet mogen? Maar toen bedacht hij dat al die mensen, die na jaren hard werken in bejaarden- en verpleeghuizen waren opgesloten al heel erg blij waren als ze eens in de veertien dagen kort mochten douchen zonder levend te verbranden. Heet water kostte geld en toezicht nog meer en die oudjes zweetten toch niet, want ze voerden de hele dag geen slag uit.