Berichten met het label ‘Indexatie’

De diverse discussies over de pensioenpot

maandag 10 december 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 10 december 2012

Pensioenfonds Zorg en Welzijn zorgt slecht voor ons pensioen
In de NRC, het Financieel Dagblad en de Telegraaf van 4 december wordt vermeld “In de plannen van Zorg & Welzijn, het pensioenfonds van twee miljoen werknemers en oud-werknemers uit de zorg, is er geen sprake meer van een gegarandeerd pensioen. Volgens Peter Borgdorff, directeur van het fonds, blijkt uit de verlagingen van pensioenen de afgelopen jaren dat deze garantie sowieso niet waar te maken is.” Inderdaad kent de Pensioenwet de mogelijkheid van het korten van een pensioen dat is opgebouwd op basis van een uitkeringsovereenkomst, dus een onvoorwaardelijk toegezegd ‘nominaal’ pensioen met de ambitie om te indexeren voor koopkrachtverlies. Maar dan moeten wel eerst alle andere mogelijkheden van bijsturing toegepast zijn om de dekkingsraad weer op peil te krijgen. Dat kan zijn een hogere premie, meer opbouwjaren, een versoberde regeling of een lager opbouwpercentage zoals dit kabinet heeft voorgesteld. Of een combinatie van deze mogelijkheden.

Maar het is de taak van de besturen van de fondsen om te zorgen dat deze mogelijkheid van korten niet hoeft te worden gebruikt. En dat is vele tientallen jaren ook gelukt, maar nu gooien de besturen het bijltje erbij neer. Werkgevers en werknemers hebben in het Pensioenakkoord in 2010 voorgesteld om het huidige ‘nominaal’ pensioencontract met vaste bedragen om te bouwen naar een ‘reëel’ pensioen inclusief indexatie met een uitkering op basis van jaarlijkse beleggingsresultaten. Maar wat Borgdorff er niet bij vertelt, is dat de overgang naar zo’n pensioen een directe korting van gemiddeld maar liefst 30 (dertig) procent (!) betekent. Tegen dat verlies wegen een flink aantal jaren indexatieverlies van 1% of 2% wel op voor de ouderen en is het nog afwachten wat de fondsbesturen zullen presteren. Het is dan een lange weg om weer op de nominale 100% van het huidige pensioen-contract te komen. Schandelijk dat zo’n belangrijk punt niet wordt verteld.

De misleidende discussies over de pensioenpot bij Pauw en Witteman op 4 en 5 december
Leo Witkamp, directeur bij Media Pensioen Diensten vermeldt op zijn weblogs van 5 en 6 december dat hij de volgende onjuiste uitspraken heeft genoteerd:

  1. Uit het rapport Frijns blijkt dat binnen 10 à 15 jaar de pensioenpot voor de helft leeg is aan uitkeringen door gepensioneerden en mensen die binnen 10 jaar met pensioen zullen gaan.
  2. Bij ongewijzigd beleid moet er tegen de jongeren worden gezegd: sorry de pot is leeg.
  3. De levensverwachting die in 1950 nog 72 was, is nu 80/82 en voor die 10 jaar langere uitkering is niet betaald.
  4. Als je voor alle gepensioneerden hun potje bij een verzekeraar zet, dan is de pot bijna leeg. Ja, dit is ook geen vrolijk verhaal, we zijn in de maling genomen door de pensioenbesturen.
  5. Waar het hier omgaat, is dat op dit moment de oudere wordt betaald door de jongere.
  6. Niet collectief maar iedereen voor zich sparen: niet voldoende, dan gewoon pech gehad; je zult het er mee moeten doen. Pensioenpotje gaat mee fluctueren met de beurzen.
  7. De jongeren moeten er voor zorgen dat pensioenen worden gekort om de pot in stand te houden.

De reactie van Witkamp hierop is o.a. het volgende.
De omvang van de pensioenpot is feitelijk niet relevant. Wat wel belangrijk is, is dat er voldoende in kas zit om alle pensioenverplichtingen na te kunnen komen. De pot zelf is na de crisis van 2008 met ruim 10% per jaar gegroeid. Net niet voldoende om de door de gedaalde rente (en in mindere mate door de gestegen levensverwachting) gestegen pensioenverplichtingen te kunnen dekken. Op dit moment zijn er fondsen waarbij de balans niet in evenwicht is. Daar worden dan ook maatregelen (zoals korten) genomen om dit evenwicht te herstellen. Het (Nederlandse) beleid is er zelfs op gericht om aanzienlijke buffers op te bouwen om toekomstige schommelingen op te vangen. Dit gaat grotendeels ten laste van toekomstige indexeringen. Gepensioneerden dragen dus ook bij aan de opbouw van de buffers. Witkamp berekende dat over 10 jaar de totale pensioenpot van nu 1000 mrd zal zijn gegroeid naar 1507 mrd euro bij een gelijkblijvende premie van 28 mrd en een uitkerings-niveau van 25 mrd dat jaarlijks met 6% stijgt bij een 4,5% rendement. Hoezo een halvering?

De dekkingsgraad, de kortingen en de desastreuse belastingplannen

vrijdag 19 oktober 2012

Dekkingsgraden september 2012
De dekkingsgraden van de pensioenfondsen hebben zich over het algemeen positief ontwikkeld en te hopen valt dat die ontwikkeling zich de komende maanden zal voortzetten. Het pensioenfonds Zorg en Welzijn komt op dit moment op 99 % en heeft nog maar weinig stijging nodig om het komende jaar niet te hoeven korten. Het BPF Bouw heeft zelfs een dekkingsgraad van 104,7 % en heeft daarmee nog wel een reservetekort maar geen dekkingstekort meer. Somberder ziet het er uit voor de beide metaalfondsen. PME komt nu uit op 93 % en PMT op 91,2 %. De kortingen op die pensioenen voor 6 % tot 7 % zullen in april 2013 daarom waarschijnlijk gewoon doorgaan. Bij het grootste pensioenfonds ABP is de situatie ook stevig verbeterd en de dekkingsgraad komt nu uit op 97 %. Zeer waarschijnlijk zal de aangekondigde korting van een ½ % doorgaan, maar als de gunstige ontwikkeling doorzet, zijn er mogelijk in 2014 geen nieuwe kortingen noodzakelijk.

Wat is de oorzaak van deze positieve ontwikkeling. Wij kunnen dit het beste uitleggen aan de hand van de cijfers van het ABP. Door goede rendementen steeg het vermogen van het ABP van 235 miljard in het 3e kwartaal van 2011 naar 274 miljard in het 3e kwartaal 2012 (Hoezo leegeten van de pensioenpotten door de gepensioneerden !) Ook steeg de marktrente licht en tenslotte was er de nieuwe berekening van de rente. Daardoor steeg de dekkingsgraad niet spectaculair met 2,7 % . Het effect van de nieuwe renteberekening is dus beperkt. Dat is ook logisch want de verplichtingen voor de komende 20 jaar blijven berekend worden met de oude SWAP-rente en slechts de verplichtingen tussen de komende 21 jaar tot 60 jaar worden met de nieuwe UFR-rente berekend. Maximaal kan die UFR-rente oplopen tot 4,2 % maar voor zover wij weten is die op dit moment 3,3 %.

Effect kortingen
Het Nibud heeft een model ontwikkeld waarmee u kunt uitrekenen, wat het netto effect zal zijn als uw pensioenfonds in het komende jaar gaat korten. Om bij dat rekenmodel te komen, kunt u deze link aanklikken, die wij met toestemming van het Nibud hebben geplaatst. Van de grote pensioenfondsen moet u in april 2013 bij het ABP rekening houden met een korting van 0,5 % en bij de beide metaalfondsen met een korting van 7 %. Het pensioenfonds Zorg en Welzijn en het pensioenfonds Bouw hoeven waarschijnlijk niet te korten.

Houdt er wel rekening mee, dat de uitkomst alleen iets zegt over de hoeveelheid euro’s die u minder op uw bankrekening zult ontvangen. Het zegt nog niets over het verlies aan koopkracht. De inflatie zal volgens onze voorzichtige inschatting dit jaar minimaal uitkomen op 3 % en dat komt bovenop de gemiddeld ruim 8 % koopkrachtverlies die u de afgelopen jaren al op pensioenen heeft ingeleverd. Waar de overheid op de 0-lijn zit, is het waarschijnlijk dat ook de AOW het komende jaar niet wordt verhoogd. Als u in de metaalsector zit zal dat een verlies aan koopkracht betekenen van zo’n 6 %.

Desastreuse belastingplannen
Het houdt maar niet op. Na jarenlang niet indexeren van de (toekomstige) pensioenen waardoor de koopkracht ervan gemiddeld met 8 % is afgenomen, na de invoering van de houdbaarheidsbijdrage waardoor gepensioneerden met een iets meer dan modaal inkomen meer belasting gaan betalen, na de verhoging van de AOW-leeftijd waarbij de mensen met een prepensioen maar moeten zien hoe ze het AOW-gat dat daardoor is ontstaan moeten opvullen, na het aankondigen van soms aanzienlijke kortingen op de pensioenen, heeft nu de commissie Dijkhuizen plannen ter vereenvoudiging van het belastingstelsel gepresenteerd waarbij opnieuw de (toekomstige) gepensioneerden het kind van de rekening zijn. Waar gepensioneerden tot nu toe binnen de eerste belastingschijf zo’n 20 % belasting betaalden, stelt de commissie voor om dat percentage van jaar tot jaar met 1% te verhogen tot een tarief van 37 % is bereikt. Voor iemand met een AOW + pensioen-inkomen van € 25.000 betekent dat, dat hij of zij in de loop van de jaren € 4.500 extra aan belasting gaat betalen. Dat is zo’n € 375,- per maand.

De voorstellen van de commissie Dijkhuizen zijn budgettair neutraal, dat wil zeggen dat de minister van Financiën daardoor niets extra’s binnenkrijgt. Wat door de (toekomstige) gepensioneerden moet worden opgebracht komt dus ten goede aan andere groepen in de samenleving. Dat heeft niets meer te maken met het eerlijk verdelen van de lasten. Overbodig te zeggen dat de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen zich met hand en tand zal verzetten tegen deze plannen.

Potamus observeert
Hoewel zelf ook niet meer een van de jongsten, vindt Potamus dat veel oudere nijlhengsten en nijlmerries zich niet gedragen zoals bij hun leeftijd past, zie ‘Gepensioneerden worden steeds brutaler ‘.

Risicovrije rekenrente?

maandag 6 augustus 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 6 augustus 2012

Contant maken verplichtingen met risicovrije rente onjuist
De bekende ‘senior editorial writer and columnist’ John Plender van de Financial Times schreef onlangs dat ‘No asset is risk-free, nor does it make much sense to talk of the risk-free rate when referring to the yield on top quality sovereign debt’. In gewoon Nederlands wil dat zeggen dat er geen risicovrije beleggingen bestaan, óók staatsleningen niet. Ik ben het daar geheel mee eens en dat hebben we ook gemerkt in de eurozone. Daarom kan het contant maken van pensioenverplichtingen op basis van een risicovrije rente helemaal niet, omdat een risicovrije rente nu eenmaal niet bestaat. Maar welke verklaring is daarvoor te vinden?
Wij kennen al vele eeuwen de reële economie waarin producten en diensten worden verhandeld. Het daarvoor noodzakelijke traditionele bankieren betekent geld uitlenen aan particulieren en bedrijven. Daarmee was volgens de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) in 2011 wereldwijd een bedrag van 22 biljoen dollar gemoeid. Maar sinds de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw ontstond er een virtuele economie met de door zakenbanken bedachte bijproducten bij de ‘echte’ transacties. Deze bijproducten worden ‘derivaten’ genoemd en zijn later een eigen leven gaan leiden zoals o.a. swaps en futures. In de eerste helft van 2011 stond er volgens de BIB maar liefst 554 biljoen dollar aan deze rentederivaten uit, een 25-voud van de reële economie. Met deze derivaten proberen o.a. pensioenfondsen rente-ontwikkelingen af te dekken. Dit betreft dus geen echt geld uit de reële economie, maar wordt mogelijk gemaakt door o.a. de Europese Centrale Bank (ECB). Onlangs bleek ook de fraude met de interbancaire rente (Libor en Euribor) die ook de basis vormen voor deze rentederivaten. Waarom zouden we nog vertrouwen hebben in banken?

Maar rentederivaten hebben nog meer effecten
De bezittingen en verplichtingen van pensioenfondsen moeten op basis van internationale afspraken op ‘marktwaarde’ worden gewaardeerd om de dekkingsgraad te kunnen berekenen. Voor de bezittingen bestaat vaak een markt waar een dagelijkse prijs voor die bezittingen wordt bepaald, behalve bij incourante beleggingen zoals een teakbomenplantage.
Maar pensioenverplichtingen worden niet verhandeld en daarom bestaat daar géén marktprijs voor. Daarom werd bedacht om de waarde van de verplichtingen te baseren op het contant maken van de huidige en toekomstige verplichtingen (‘disconteren’) tegen het rendement van zogenaamd ‘risicovrije’ staatsleningen met looptijden die overeenkomen met de verplichtingen. Met de gedachte dat een dergelijk rendement altijd wel kan worden gemaakt. Maar helaas, de rente voor staatsleningen is voor AAA-landen als Nederland zeer laag door toedoen van de ECB en niet zonder risico qua waarde. Bovendien geeft Nederland (te) weinig staatsleningen uit die langer lopen dan 20 jaar en tevens verhandelbaar zijn. Daar is wel veel vraag naar bij de Nederlandse pensioenfondsen, tot een looptijd van zelfs 100 jaar zoals in andere landen.

Oplossing van minister Kamp
Om de pensioenverplichtingen langer dan 20 jaar te kunnen disconteren voor de berekening van de dekkingsgraad heeft minister Kamp voorgesteld om een rentederivaat als de Ultimate Forward Rate (UFR) te laten gebruiken. Diverse deskundigen hebben daar grote bezwaren tegen. Zelf pleit ik voor de erkenning dat er géén risicovrij disconto (rekenrente) bestaat en de bestaande marktfluctuaties worden geaccepteerd. En dat bij de discontering van de verplichtingen wordt uitgegaan van een prudentieel gerealiseerd rendement met een verlaging van de zekerheidsmaatstaf van 97,5% in de Pensioenwet. Dan kan er gewoon worden belegd met de bestaande risico’s en onzekerheden met een kans op een goed rendement (belangrijk voor jongeren) en minder kans op (tijdelijk) korten evenals met meer kans op compensatie voor inflatie (goed voor ouderen). Oud-minister Hoogervorst, nu voorzitter van de International Accounting Standards Boards (IASB) in Londen, adviseert in een interview in het blad NPN over de rekenrente ‘Minister Kamp zou er wel goed aan doen om met een schuin oog naar onze standaard te kijken’. Want: ‘Accounting is geen exacte wetenschap’.

Gelijk krijgen doet pijn

dinsdag 7 februari 2012

potamus Hippo Potamus

Precies twee jaar geleden schreef Potamus over de Mexicaanse “piñata“ waarbij kinderen tegen een papieren zak met snoepgoed slaan tot die scheurt en het lekkers ten prooi valt aan hun graaiende handen. “Bij de banken gaat het vrijwel hetzelfde. De piñata heet Griekenland, de stok waarmee men slaat, is de financiële onrust door het verstoren van de markt voor Griekse staatsobligaties. Dat verergert de situatie voor Griekenland. Als dat land zijn schulden niet langer kan betalen, is de piñata kapot en de banken en hun vazallen hebben de lekkere brokjes voor het oprapen. De Grieken zijn het grootste slachtoffer maar ook Europa krijgt een forse tik mee. Zo dreigt Europa aan graaizucht ten onder te gaan.” .

Inmiddels zijn we twee jaar verder, nu ja verder … we zitten nog dieper in de ellende. Slechts met bijna bovenmenselijke inspanning is Griekenland nog te ‘redden’. De gewone Europeanen mogen daarvoor betalen, veel betalen. Gelukkig herinneren vooraanstaande politici ons er aan dat de euro gunstig is voor ons, voor onze export en enorm bijdraagt aan ons en het Duitse bruto nationaal product (BNP) en ook nog eens veel wisselkosten bespaart tijdens de vakantie. Geen woord over de problemen van Ierland (dat in stilte lijdt en enorm bezuinigt).

Nee, eerst moet Griekenland voor een faillissement worden ‘behoed’ en daarna de ‘staatsleningen’ van Spanje, Portugal, Italië en Frankrijk. Eurofiele politici juichen zelfs als Italië maar 6 tot 6,5 procent rente moet betalen voor de 7,5 miljard euro die daarmee is ‘binnengesleept’.  Dat is maar liefst anderhalf procent van het geld nodig voor het steunfonds van het EMS (Europese Monetaire Stelsel). Maar gelukkig hoeven u en ik die 500 miljard niet alleen te betalen (via hogere hypotheekrentes en gemeentebelastingen of minder koopkracht van uw pensioen) maar doen ook het IMF (Internationaal Monetair Fonds) en zelfs China mee. Waarom dat allemaal nodig is? Niet om uw en mijn pensioenfonds te redden, maar om de banken te redden, die anders bijna allemaal omvallen, waardoor het financiële stelsel in de hele wereld ontwricht zou worden.

Ontwrichting? Klopt dat wel? In Nederland bijvoorbeeld gingen deze eeuw al Van der Hoop Bankiers (2006), Indover Bank (2008) en DSB Bank (2009) failliet. ABN-AMRO, FORTIS en ING werden met moeite door onze schatkist (uw en mijn geld dus) gered. Icesave bleek niet te redden. In Amerika kon zakenbank Bear Sterns nipt en Lehman Brothers niet worden gered.  Maar het stelsel bleef, zelfs nadat het in gevaar kwam doordat banken weer zo nodig bijzonder gevaarlijke (voor u en uw pensioenfonds) en lucratieve (voor de bank en haar bobo’s) ingewikkelde financiële producten op de markt hadden gebracht.

Maar ja die dreiging hè … Stel dat al die bankiers gaan emigreren naar Hongkong of de Kaaimaneilanden (wat een toepasselijke naam) omdat ze hun onmisbare bonus niet krijgen. Wat dan…? Dan kon er wel eens een eind komen aan de groei van het aantal miljonairs (sinds 2000 bijna verdubbeld) en dat is een ramp voor de fiscus, die de derving van de miljonairsbelasting vanzelfsprekend op ons verhaalt.

Kortom, niet alleen Europa maar zelfs de hele wereld dreigt aan graaizucht ten onder te gaan. En Potamus heeft dat allemaal voorspeld – een heerlijk bezit, zo’n visionaire blik. “Visionaire blik?” zei zijn vegetarische nijlmerrie schamper: “Waarom korten je pensioenfondsen dan? En waarom ben je geen bankier geworden? Een visionair die zich door zijn pensioenfonds laat korten!!” en ze stampte de kamer uit. Potamus die graaibankiers veracht, in verwarring achterlatend.

Potamus wilde ook wel weg … naar een warmer deel van Europa om daar zonder wisselkosten te betalen met zijn vakantie-euro’s. Maar helaas, het potje met vakantiegeld was leeg … het was opgegaan aan de indexatie van het huishoudgeld.

Huidige berekeningsmethode rekenrente onredelijk

maandag 23 januari 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 23 januari 2012
Wel hulp naar Griekenland maar niet voor pensioenfondsen?
Onze regering denkt niet consequent nu de onrechtvaardigheid van het korten van veel pensioenen is aangekondigd na jaren van geen indexatie voor velen. De ouderen hebben voor de huidige welvaart gezorgd door spaarzaam te zijn geweest en door hard resp. lang te werken, waarvan de jongeren nu profiteren. Maar wie op de pof heeft geleefd en teveel schulden heeft gemaakt, wordt wel geholpen zoals Griekenland, banken en verzekeraars als het economisch tegenzit. Er is veel pensioenvermogen in Nederland en daar komt bijna ieder jaar weer meer bij. Er komt ook gemiddeld circa een vijfde meer geld binnen dan er nu wordt uitgekeerd, alleen worden de toekomstige rendementen (rekenrente) veel te laag ingeschat met 2,4% door de toezichthouder DNB in opdracht van minister Kamp. Bij het fonds PME (grootmetaal) betekende dat bijvoorbeeld 20% hogere pensioenverplichtingen vergeleken met vorig jaar. We hadden 50 jaar lang een vaste rekenrente van 4% en de jaarlijkse rendementen lagen in die periode daar gemiddeld flink boven. De PVV van Geert Wilders pleit in de Volkskrant dan ook voor terugkeer naar de vaste rekenrente van 4% zolang de eurocrisis duurt. Ook de bestuursvoorzitter van de Delta Lloyd Groep Niek Hoek bepleit in de nieuwsbrief Eufin van 17 januari voor een meer realistische rentevoet om het aangetaste vertrouwen in de financiële sector terug te krijgen. De econoom Prof. Dr. Eduard Bomhoff verklaarde zich zondag op TV eveneens tegen het korten van pensioenen vanwege de onrealistische rekenrente en de negatieve gevolgen voor de economie.

Is de rekenrente het enige probleem?
Ook de Pensioen Federatie vind de huidige berekeningsmethode van de rekenrente onredelijk evenals de meeste vakbonden, het VNO-NCW, de nieuwe voorzitter van het ABP Henk Brouwer en andere critici. Over de laatste 10 jaar behaalden de pensioenfondsen volgens DNB jaarlijks gemiddeld 4,8% rendement en het pensioenfonds Zorg en Welzijn haalde over de afgelopen 30 jaar zelfs een 8% jaarlijks gemiddeld rendement. Alleen als de Westerse economie structureel zou zijn verslechterd, dan kan daar wellicht niet meer op worden gerekend. Of zoals Gerwin Griffioen in het FD van 18 oktober 2011 stelde: “Het echte rendement komt uit de economie en niet uit beurskoersen”. Het aantal pensioenjaren van een 65-jarige (m/v) is nu 17,8 rep. 20,9 jaar en zal in 2040 stijgen naar 20,4 resp. 23 jaar, aldus het CBS. Voor het fonds PME betekende dat 7% meer verplichtingen. Het langer leven risico geldt in veel mindere mate ook voor gepensioneerden. Daarvoor wordt echter geen premie betaald en dat was ook zo in de afgelopen 50 jaar voor de steeds stijgende levensverwachting van gepensioneerden. Daar zit een financieel probleem, maar we kennen toch solidariteit van jongeren met ouderen net zoals toen die zelf ook eens jong waren? Niet mogelijk? Dan maar minder indexatie of desnoods een weinig korten met een verplicht recht van bijstempelen zodra het weer beter gaat het fonds, aldus het NVOG. Maar de huidige jongeren zullen meer premie moeten betalen of anders een lager pensioen, omdat ze veel ouder worden dan twee en drie generaties terug. De werkgevers moeten daarbij wel blijven delen in het beleggingsrisico van de fondsen met een variabele kostendekkende premie.

Is het pensioenakkoord het middel voor alle pensioenkwalen?
Werkgevers, vakbonden en politiek denken van wel. Maar zoals een ingezonden briefschrijver als gepensioneerd actuaris in de NRC van 17 januari het uitdrukt: “Juist door het accepteren van onzekerheid wordt het pensioen zeker gesteld, maar het risico neemt toe naarmate het moment van uitkering verder in de toekomst ligt. Dit is de clou van het pensioenakkoord. Jongeren die vrijwillig aan dit piramidespel meedoen, zijn niet wijs”. Want ook het pensioenstelsel zelf heeft wijzigingen nodig b.v. zoals verplichte kostendekkende premies, een lager opbouwpercentage, een latere en flexibele pensioenleeftijd, een lagere zekerheidsmaatstaf, nabestaandenpensioen wijzigen en dergelijke om de kosten redelijk betaalbaar te houden voor een langer leven tijdens het pensioen.

Beleggen met pensioengelden en het pensioenakkoord

maandag 12 december 2011

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 11 december 2011
Vorige maand verscheen het boek van de Nobelprijswinnaar voor gedragseconomie Daniel Kahneman getiteld Ons feilbare denken. De recensent in de Volkskrant van 30 november begint met de vaststelling ‘Mensen zijn bar slechte beslissers. Het individu dat nuchter in zijn eigen belang handelt, bestaat niet. We lijden aan chronische zelfoverschatting en pikken alleen op wat in ons straatje past.’ Ons denkproces wordt uitgelegd door Kahneman aan de hand van twee denkbeeldige systemen en wel het dominante, snelle, irrationele denken en het langzame rationele denken. Op basis van zijn theorie is te begrijpen waarom ons pensioenstelsel in de problemen zit. Professionele beleggers zijn geen haar beter dan de grillige, manipuleerbare, modegevoelige kleine beleggers. De beleggingsindustrie, stelt Kahneman, is gebouwd op een ‘illusie van vakmanschap’. Maar al die competenties blijken geen enkele voorspellende waarde te hebben voor de beleggingsresultaten. Dat is een somber beeld voor de toekomst hetgeen Kahneman schetst.

In dat licht gezien is de brief van minister Kamp aan de Tweede Kamer van 29 november over de beleggingsresultaten van de pensioenfondsen over de jaren 2000 t/m 2010 opvallend. De toezichthouder DNB rapporteert een gezamenlijk gemiddeld beleggingsrendement van (maar) 4,8% p.j. voor 168 pensioenfondsen die gemiddeld 83% van het totaal belegd pensioenvermogen vertegenwoordigen. Het rendement van de benchmark over die periode bedraagt gemiddeld 4,6% p.j. Maar er is geen inzicht in de benchmarks van de pensioenfondsen die zij zelf vaststellen. Of dit beleggingsresultaat is bereikt door kundig beleggen (zie Kahneman hierboven) of door meer risico te hebben genomen dan de benchmark, kan DNB niet vaststellen. Ik vermoed het laatste.

Het voorstel van Mensonides en Frijns van 24 november Hoe de waardering van fondsverplichtingen voor minder paniek kan zorgen zoals is gepubliceerd in Mejudice kan een nuttige bijdrage aan de verbetering van het Pensioenakkoord leveren. De vraagstelling was “Hoe kunnen pensioenverplichtingen het beste gewaardeerd worden? Pensioendeskundigen Mensonides en Frijns bepleiten dat de risicovrije rente het uitgangspunt blijft. Maar er kan een opslag berekend worden waarvan de hoogte afhankelijk is van de risicogevoeligheid van pensioendeelnemers. Daarnaast kan voor de langere termijn rente een aanpassing worden gevonden zodat een anomalie in de rentetermijnstructuur kan worden opgelost.” Dat kan door de Ultimate Forward Rate te gaan gebruiken voor looptijden langer dan 20 jaar in de voorgeschreven rentetermijnstructuur.

Deze maand is er het boek gepubliceerd De (on)houdbaarheid van het Pensioenakkoord geschreven door de promovendus Mark Heemskerk. Hij stelt dat de huidige wetgeving niet toestaat om bestaande pensioenuitkeringen voorwaardelijk te maken, “omdat de uitkering moet vaststaan op de pensioenleeftijd.” Maar welke wetswijzigingen zijn dan nodig om het pensioenakkoord werkbaar te maken? Volgens de jurist Heemskerk zou dat kunnen door het vetorecht bij (collectieve) waardeoverdracht uit de Pensioenwet te schappen dan wel het huidige verbod op het wijzigen van pensioenrechten aan te passen. De vereiste intergenerationele solidariteit tussen jong en oud kan de uitvoering van deze wetswijziging echter belemmeren met een beroep op het verbod van leeftijdsdiscriminatie. Maar ook de definitie van ‘pensioen’ in de Pensioenwet zou moeten worden aangepast om ingegane pensioenen voorwaardelijk te kunnen maken, aldus Heemskerk in zijn Conclusies en aanbevelingen (aan te vragen per email). En dan het Europees rechtelijke aspect. Een inbreuk op het eigendomsrecht bij wet is mogelijk volgens Heemskerk indien gerechtvaardigd door het algemeen belang en het geen excessief nadeel oplevert. Naar zijn mening valt uit de rechtspraak van het EHRM af te leiden dat hiervan niet snel sprake is.

Solidariteit in ons pensioenstelsel

maandag 5 december 2011

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 4 december 2011
Het is opvallend hoe slecht de media met het begrip ‘solidariteit’ omgaan. De journaliste Mirella van Markus sprak tijdens een TV uitzending met een goed opgeleide werkende jongeman die voorstander is van individuele pensioenopbouw en als oudere zelf zijn zorg wil regelen. Zij confronteerde hem niet met zijn niet-solidair willen zijn met een zwakzinnige zoon van een vader naast hem die nooit zal werken of pensioen opbouwen en alleen maar zorg moet krijgen. Maar deze jongeman had geen idee wat een pensioen aan opbouw kost. Het bij het gesprek aanwezige Hoofd financiële zaken van PGGM gaf als voorbeeld iemand met een gewenst pensioen van € 30.000 en daar heeft hij op zijn pensioendatum € 1 miljoen kapitaal voor nodig. Aan premie kost dat € 350.000 en het resterende bedrag van € 650.000 moet uit de beleggingsopbrengst komen. Dat bedrag werd toen uitgebreid besproken en niet hoe belangrijk het is om de grote risico’s in het leven met elkaar te delen.

Van de NVOG mocht ik de volgende informatie overnemen. Dat zijn de rapporten van het Nederlands Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) Koopkracht 2001-2010 (zie bijlage) en Koopkracht van 65-plussers 2011-2012 (zie bijlage). Want het blijkt dat het in de vorige nieuwsbrief geciteerde rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau alleen de koopkracht van de aanvullende pensioenen tot € 10.000 p.j. is onderzocht voor nieuwe gepensioneerden en alleen voor die groep was de ontwikkeling van de koopkracht positief. En ook het ministerie van SZW kijkt alleen maar naar nieuwe aanvullende pensioenen tot € 10.000 p.j. Maar hoe heeft de koopkracht zich ontwikkeld voor alle bestaande gepensioneerden?

Uit deze cijfers blijkt dat in de periode 2001-2010 de alleenstaande gepensioneerden en echtparen met een aanvullend pensioen van € 10.000 of meer al flink hebben ingeleverd. En in 2012 leveren beide groepen met een aanvullend pensioen vanaf € 20.000 weer flink in qua koopkracht, vooral door de verhoogde inkomensafhankelijke bijdrage van de zorgverzekeringwet. Zie vooral de periode 2001-2012 met de grote daling van de koopkracht vanaf € 20.000 en dan is er ook nog de veelal achterblijvende indexatie van de pensioenen. Een zorgelijke ontwikkeling die helaas weinig of geen politieke aandacht krijgt.

Invaart of uitvaart? – De sfeer was somber en zwaar

dinsdag 22 november 2011

Hier kunt u een nieuw weblog ‘Even afrekenen alstublieft! ‘ van Potamus lezen.

Hieronder een nieuwsartikel geschreven door Kees de Vries.

Invaart of uitvaart? – De sfeer was somber en zwaar
Nadat het gejuich van ‘sociale’ partners en regering over de ‘goedkeuring’ van ‘hèt pensioenakkoord’ door de bonden en de aanvaarding van het nieuwe pensioenstelsel in de Tweede Kamer, verstomd was, kwam de ontnuchtering. De confrontatie met de rauwe werkelijkheid omtrent de uitvoeringsproblemen van het nog niet uitgewerkte ‘akkoord’ vond plaats tijdens een recente hoorzitting van de Tweede Kamer. “Pensioenakkoord kan in een nachtmerrie uitmonden “, luidde de veelzeggende kop in het Economiekatern van NRC / Handelsblad van vrijdag 4 november.
Al gedurende de langdurige onderhandelingen waren er felle debatten en het definitieve besluit over ‘hèt pensioenakkoord’ is zwaar omstreden, maar het kan altijd nog erger. De moeizame voorgeschiedenis is slechts de opmaat naar een lijdensweg gedurende de komende uitvoeringspraktijk volgens Gerard Riemen, directeur van de brancheorganisatie van de pensioenfondsen. Die zei over het akkoord en de daaraan verbonden problemen:
Het is uitvoeringstechnisch bijna niet mogelijk en aan de pensioendeelnemers nauwelijks uit te leggen”.

Een omineuze uitspraak, vooral voor de pensioengerechtigden die gedurende het hele onderhandelingsproces door de ‘sociale’ partners angstvallig buiten de deur werden gehouden. Zogenaamd vóór ons, zeker over ons en gegarandeerd zonder ons! Uit de hoorzitting bleek dat het grote knelpunt het overhevelen van de bestaande pensioenrechten was, aangegeven met de verhullende term ‘invaren’ van de bestaande rechten in het nieuwe stelsel. Die rechten zijn namelijk gebaseerd op de contractueel vastgelegde ambitie een structurele prijsindexatie mogelijk te maken. Maar ‘hèt pensioenakkoord’ gaat uit van een voorwaardelijke prijsindexatie gekoppeld aan de beleggingsresultaten van het pensioenfonds. Daarbij zijn zelfs de nominale aanspraken niet zeker. Dat verstaan Wientjes en de zijnen dus onder een ‘schokbestendig’ pensioen!

Binnen het Nederlandse recht kan dat echter niet zomaar. Kort geleden heeft het Amsterdamse Gerechtshof in de procedure tussen ECN en OMEN (Energieonderzoekscentrum Nederland en de oud-medewerkers daarvan) de uitspraak gedaan: “De werkgever kan de onvoorwaardelijke indexatieregeling niet eenzijdig aanpassen ten aanzien van slapers en gepensioneerden.” Heel duidelijk lijkt het, maar er zit nog een addertje onder het gras, want het Hof vervolgt met: “Het zijn echter wel hele bijzondere omstandigheden, waaruit geen algemene conclusies kunnen worden getrokken.” En daarop: “het Hof overweegt uitdrukkelijk dat het niet onmogelijk is de pensioenregeling voor de slapers en pensioengerechtigden aan te passen”. Niets is dus zeker, want in het betreffende geval waren er zeer bijzondere omstandigheden. Maar behalve het Nederlandse Recht is er ook nog Europees Recht dat zwaar(der) telt.

Het laat zich aanzien dat binnen het Europees Recht pensioenrechten als eigendomsrechten zijn te beschouwen en die zijn binnen het Europees Recht zwaar verankerd. Als dus de voorgenomen overheveling getoetst wordt aan het Europees Recht, valt ernstig te betwijfelen of die overheveling legitiem wordt bevonden! Gedurende het onderhandelingsproces over het akkoord is daar al door meerdere partijen op gewezen. Sterker nog, de landsadvocaat heeft hierover negatief geadviseerd. Om te voorkomen dat dit advies met verwijzing naar de Wet openbaarheid van bestuur (WOB)1 kon worden opgevraagd heeft het de status van concept-advies gekregen! Met deze juridische spitsvondigheid wordt de transparantie van onze democratie weer eens op de proef gesteld. Helaas moet voor een procedure bij het Europese Hof eerst de Nederlandse rechtsgang worden doorlopen, waardoor het een kwestie van meerdere jaren zal worden en waarbij Wientjes c.s. alle mogelijke vertragingstactieken uit de kast zullen toveren.

De Stichting Pensioenfatsoen heeft overigens al aangekondigd door te procederen tot en met het Europese Hof. Stichting Pensioenfatsoen is een initiatief van de NVOG, de koepel van pensioenbelangenverenigingen, financieel ondersteund door alle lidorganisaties waaronder de NBP.2
Op de hoorzitting is zo’n rechtsgang als ‘nachtmerriescenario’ gekarakteriseerd, want hoe moet men verder als men tijdens of na de invoering van het nieuwe stelsel wordt geconfronteerd met een verbod op deze overheveling van opgebouwde rechten.
De droom van Wientjes en de zijnen is dan wel uitgekomen, maar let wel:
“Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren!”

1 In Pensioenbelangen nr. 6 van 2011 schreef Potamus, dat die wet volgens minister Donner “Wet Onzichtbaarheid Bestuurlijke dwalingen” zou moeten heten.

2 Als u aan dit initiatief wilt meedoen dan kunt u hierover meer lezen op onze actiepagina.

Mag onvoorwaardelijk voorwaardelijk worden?

dinsdag 22 november 2011

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 20 november 2011
Op het recente congres van de Pensioen Federatie deed de nieuwe DNB-president Klaas Knot volgens het Reformatorisch Dagblad de uitspraak “dat er meer op zekerheid gespeeld moet worden bij het beheer van pensioengelden”. Dat spreekt de gepensioneerden natuurlijk aan en ons voorstel voor een gewijzigd pensioenstelsel is daarom ook op zekerheid afgestemd (zie onze website). Nu moet er alleen nog naar gehandeld worden. Vervolgens meldde Knot dat “de tweede weg naar vertrouwensherstel is meer transparantie over de pensioenrechten”. Daaronder kun je veel verstaan, maar duidelijkheid over rechten en plichten is altijd goed. Dus geen opzienbarende nieuwe gedachten over pensioenen van onze DNB-president Knot.

Wel gaf het artikel over de gepensioneerden van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN)  in de NRC van 12 november j.l. veel ophef met de kop Tien jaar strijd voor gerechtigheid en meer pensioen. Dit interview is gebaseerd op de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (zie bijlage) dat ECN verloor over een gewijzigd pensioenreglement waarin de afgesproken onvoorwaardelijk toeslagen (indexatie) voor ex-werknemers en gepensioneerden, voorwaardelijk werden gemaakt. Het Hof besliste dat zij als gepensioneerden recht houden op de eerder afgesproken indexatie. Het is  een verheugende vaststelling dat bestaande pensioenrechten niet met terugwerkende kracht door een bedrijf kunnen worden afgenomen.

Bij het ABP is hetzelfde gebeurd bij de privatisering in 1996: de wettelijke indexatie werd voorwaardelijk bij de overgang per wet naar de Stichting ABP ondanks een negatief advies hierover van de Raad van State. Er wordt momenteel onderzoek gedaan of hieraan nog iets valt te doen na jarenlang geen indexatie te hebben ontvangen en nu dreigt korten op de pensioenen ook nog. De Nederlandse Bond van Pensioenbelangen (NBP) peilt momenteel de interesse in een collectieve actie voor compensatie van dit verlies aan onvoorwaardelijke indexatie voor de ABP pensioenen opgebouwd vóór 1996. Klik hier voor meer informatie.  Velen hebben zich al aangemeld.

Minister Kamp schreef op 14 november j.l. aan de Tweede Kamer dat het niet mogelijk is om een overzicht met terugstortingen door pensioenfondsen op te stellen. Volgens RTL Nieuws op 16 november j.l. laat de minister ook de effecten van de doorsneepremie onderzoeken, maar “hij heeft op dit moment geen voornemen om te tornen aan de doorsneepremie”. Zijn antwoord op de vragen van Tweede Kamerlid Klaver van 18 november j.l. (zie bijlage) zijn informatief.  Daarin wordt erkend dat een 1% wijziging van de rentetermijnstructuur (RTS) van DNB de zgn. rekenrente, een wijziging van de dekkingsgraad van circa 15% betekent al kan met renteafdekking het effect worden beperkt. Ook wordt het indirecte verband erkend dat “de RTS de ontwikkeling van de rentes op staatsleningen van landen met een hoge kredietwaardigheid volgt”. Die lage rente  is momenteel zeer slecht voor de pensioenfondsen en niet logisch gezien de eis van waardering van de verplichtingen op marktwaarde. Het (hogere) rendement op hoogwaardige ondernemingsobligaties nemen is juister zoals beursgenoteerde bedrijven mogen gebruiken voor hun verplichtingen aan hun ondernemingspensioenfonds volgens de IAS 19.

Pensioenfonds van het jaar

woensdag 16 november 2011

potamus Hippo Potamus

PNO Media, volgens Potamus al jaren het slechtste pensioenfonds van Nederland, heeft alweer een NPN-prijs gewonnen. NPN is een tijdschrift voor de pensioensector (onderdeel van de prestigieuze Financial Times) dat ieder jaar prijzen uitdeelt. Al viel het in 2011 tegen: “De jury erkende dat de omstandigheden van het moment alle reden geven voor terughoudendheid: in beide categorieën die het beleggingsbeleid van pensioenfondsen eren, werden om die reden dit jaar geen prijzen toegekend.

Maar die terughoudendheid gold kennelijk niet voor de prijs Pensioenfonds van het jaar. Die was voor PNO Media waarover de juryleden (waarvan ik de namen niet noem omdat ze kennelijk te goed van vertrouwen zijn geweest) oordeelden: De jury heeft respect voor de manier waarop PNO Media de mening van haar achterban glashelder laat doorklinken in haar beleid. De commissie-Frijns publiceerde vorig jaar het rapport ‘Onzekere Zekerheid’ waarin pensioenfondsen werd geadviseerd het beleggingsbeleid duidelijker te enten op de risicobereidheid en het risicodraagvlak van deelnemers. PNO Media heeft dat met beide handen aangegrepen en serieus werk gemaakt van deze oproep de achterban centraal te stelen (sic Potamus). De jury prijst de proactieve aanpak van het fonds om een beter inzicht te krijgen in de manier waarop de achterban ‘zekerheid’ en ‘pensioen’ beleeft. Ook vindt ze het bemoedigend dat deze feedback de input zal vormen voor de invulling die het mediafonds straks geeft aan het nieuwe pensioencontract. PNO media stelt de deelnemers, maar ook de gepensioneerden en aangesloten werkgevers centraal in de beslissingen die ze neemt. Weten wat je achterban wil en daarnaar handelen, getuigt van goede communicatie en good governance, en de jury zet PNO Media dan ook graag in het zonnetje als npn prijswinnaar in de categorie Pensioenfonds van het Jaar.

PNO Media kreeg ook nog een eervolle vermelding voor: “(…) onderzoek gedaan naar de risicobereidheid van deelnemers, pensioengerechtigden en aangesloten werkgevers. Het fonds hield groepsdiscussies met dezelfde stakeholders en maakte er een filmcompilatie van. Ook werd de effectiviteit van de communicatie gemeten door de ene helft van een onderzoeksgroep een voorlichtingsfilmpje te tonen en de andere helft niet. De resultaten worden gebruikt voor een aangepast communicatiebeleid. PNO Media heeft duidelijk de doelgroep gepolst en daarmee een brug geslagen naar het bestuur. Ook heeft het in bestaande expertise getapt door de samenwerking aan te gaan met PGGM en de onderzoeksresultaten uit te wisselen. Dat is de toekomst van pensioencommunicatie”.

Vreemd overigens dat notoire critici/gepensioneerden van het fonds niet werden uitgenodigd voor deze groepsdiscussies en pas later hoorden dat er een onderzoek was geweest. Ook het ‘voorlichtings’orgaan PNO Actueel zweeg. Het neemt overigens nooit kritische stukken op van deelnemers of die nu gepensioneerd zijn of actief. Die brug naar het bestuur is overigens hard nodig want het bestuur laat het beleid al decennia helemaal over aan de directie van PNO Media.

Het fonds, geleid door de altijd lachende Leo Witkamp (voortdurend denkend aan zijn inderdaad belachelijke dubbele Balkenendenorm-salaris), indexeert al jaren niet. In 1997 ontkende Witkamp overigens het vergrijzingsprobleem in een interview in De Telegraaf en beweerde dat juist de vele gepensioneerden zorgden dat de premies laag bleven. Kort na dat interview verdween de toch niet onaanzienlijke buffer van ruim 40 procent snel en bereikte een – voorlopig – dieptepunt in december 2008 toen de dekkingsgraad tot 88,0 procent daalde. Per oktober 2011 was het 90,2 en een klein wonder is nodig om per ultimo 2011 geen nieuw diepterecord te boeken. Wat zal onze Picard van de pensioenwereld daarmee blij zijn.1

En ook Potamus zal blij zijn, want misschien schrikt het bestuur van PNO Media eindelijk eens wakker en worden de pensioenpremies fors verhoogd tot minimaal kostendekkend niveau. Anders gaat straks voor al die noeste omroepmedewerkers het pensioenloket op rood en voor alle andere Nederlanders het televisiebeeld op zwart.

1 En met het lijstje van dekkingsgraden in De Volkskrant van 15 november, waar PNO als op zes na slechtste fonds staat genoteerd.