Berichten met het label ‘Indexatie’

Hoe minister Kamp (VVD) de gepensioneerden verder uitkleedt

maandag 1 november 2010

Het kan altijd nog erger als het om onze pensioenen gaat. De nieuw benoemde minister Kamp (VVD) laat al kort naar zijn aantreden zien helemaal niets op te hebben met de belangen van miljoenen gepensioneerde Nederlanders. Zij zijn de klos, en zien zonder dat hen ook maar iets gevraagd wordt hun koopkracht verder verdampen. Leo van Heesch heeft er in zijn weblogHuilen met de wolven’ geen goed woord voor over.

Huilen met de wolven

maandag 1 november 2010

Leo van Heesch Leo van Heesch


Of: … wij gaan vrolijk door met onze stommiteiten.

Bijna opgewekt meldde de nieuwslezer op de eerste dag van november dat De Nederlandse Bank de pensioenfondsbesturen gaat toestaan noodzakelijke premieverhogingen niet door te voeren. Wie moeten die rekening betalen ? Zoals gebruikelijk de gepensioneerden en toekomstig gepensioneerden.

Eensgezind zijn overheid, werkgevers, vakbonden en pensioenfondsbesturen er de afgelopen decennia in geslaagd het “beste pensioenstelsel van de wereld” naar de afgrond te voeren. Eensgezind hebben zij een gezond pensioenstelsel met in 1990 een gemiddelde dekkingsgraad van 230 terug weten te brengen tot een zorgwekkende patiënt met een gemiddelde dekkingsgraad nu van 100.

Niet de internetcrisis, niet de kredietcrisis, niet de lage rente zijn de echte oorzaken van de huidige ellende. Zij hebben alleen maar geholpen het neerwaartse proces te versnellen.
Onverantwoord lage premies en, miljardengrepen in de pensioenkassen hebben het stelsel zodanig verzwakt dat tegenvallers in de markt fatale gevolgen hebben.

Indexaties van de pensioenen om de loonontwikkeling te volgen zijn verworden tot sprookjes uit het verleden, Indexaties die de koopkracht volgen zijn ook uit zicht verdwenen en zullen voor de meeste gepensioneerden ook niet meer worden hersteld. Korting van pensioenrechten komt voor veel gepensioneerden steeds dichter bij.

Maar beste mensen, het is nog niet genoeg. Kennelijk vormen fouten uit het verleden geen leerproces ter voorkoming van stommiteiten in de toekomst. Overheid en (a)sociale partners hebben het systeem niet alleen naar de afgrond gevoerd, zij willen het stelsel nu ook nog het laatste zetje geven. Wat is er aan de hand ?

“Zijn ze nu helemaal van de ratten besnuffeld” was mijn eerste reactie toen ik hoorde van het verzoek van de Stichting van de Arbeid (waarin vakbonden en werkgevers samen overleggen) aan minister Kamp. In de herstelplannen van veel pensioenfondsen staat dat als het herstel niet volgens plan verloopt er enige extra premie wordt geheven. Het verzoek aan minister Kamp was om daar van af te mogen zien. Daartoe moet het toezichtregime van De Nederlandse Bank worden versoepeld. In plaats dat de vermogenspositie van de noodlijdende fondsen wordt versterkt wordt ze juist verzwakt. Indexatie van gepensioneerden en toekomstige gepensioneerden verdwijnt nog verder uit het zicht, korting van pensioenen komt nog sneller dichterbij. De pensioenfondsbesturen die worden bevolkt door diezelfde werkgevers en vakbonden, blijven intussen maar met droge ogen beweren dat zij ook de belangen van gepensioneerden evenwichtig afwegen.

Waar minister Donner in zijn eerdere functie als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid er juist bij De Nederlandse Bank op aandrong haar toezichthoudende taak serieus te nemen, komt het hem nu als minister van Binnenlandse Zaken en werkgever van de ambtenaren goed uit als die opslagpremie komt te vervallen. Meehuilen met de wolven in het bos. Minister Kamp wil graag goede maatjes blijven met werkgevers en vakbeweging en hij stemde in met de maatregel. De Nederlandse Bank bleek eens te meer geen ruggengraat te hebben en zette haar toezichthoudende taak weer op een laag pitje. Want ach en wee , de premies zouden wel met meer dan 20% omhoog moeten en dat kan niet. Nou als de situatie zo ernstig is, dan kun je beginnen met de maximaal 3% die in de herstelplannen staat, die door de pensioenfondsen zelf zijn opgesteld. Maar nee de situatie is nog niet ernstig genoeg. Opnieuw wordt er een jaar uitstel verleend. Opnieuw krijgen de pensioenfondsen een jaar de tijd om met structurele maatregelen te komen. Het zou wel eens kunnen zijn dat de kortingen op de pensioenen structureel worden omdat de verantwoordelijken doorgaan met de zaak volledig uit de klauwen te laten lopen.

Gepensioneerden en toekomstig gepensioneerden. Als uw koopkracht hollend terugloopt en u in de toekomst gekort gaat worden, weet dan wie daar voor verantwoordelijk is. Het is de overheid in het verleden en de overheid nu die goeie vriendjes wil blijven met Wientjes en Jongerius. Het zijn de werkgevers die geen enkel risico meer lopen maar toch de dienst uit blijven maken bij de pensioenfondsen. Het zijn de vakbonden die hebben toegestaan dat alle risico’s van beleggen, inflatie en langer leven bij de deelnemers, werkenden en gepensioneerden, komen te liggen. Het zijn de pensioenfondsbesturen, samengesteld uit diezelfde werkgevers en vakbonden, die telkens weer de belangen van de gepensioneerden en de toekomstig gepensioneerden ondergeschikt maken aan de deelbelangen van de partners in crime.

En de nieuwe regering ? Die huilt kennelijk mee met de wolven in het bos. Voor de gepensioneerden dreigt een lange strenge winter vol gevaar.

Voor Gepensioneerden geen KASSA

dinsdag 21 september 2010

Leo van Heesch Leo van Heesch

Ongeveer drie weken geleden hing de redactie van het programma ‘Kassa’ van de Vara weer aan de lijn. Ik heb ooit mijn televisievuurdoop bij dit programma gehad en als er op het gebied van pensioenen iets te berekenen valt, weten zij mij te vinden. Het vorige jaar had ik voor hen de gevolgen voor gepensioneerden en toekomstig gepensioneerden van de herstelplannen van de vijf grootste pensioenfondsen doorgerekend. Dat deed ik aan de hand van een voorbeeldpensioen van 10.000 euro.

De resultaten waren schrikbarend. Gepensioneerden verloren een half jaarinkomen tot ruim drie jaarinkomens binnen de komende vijftien jaar. De cijfers werden toegezonden aan de betreffende pensioenfondsen en zij hadden er eigenlijk weinig weerwoord op. Ook werden zij uitgenodigd om naar de studio te komen, maar twee fondsen vonden dat te veel moeite.
Drie pensioenfondsen stuurden wel één van hun bestuursleden. De voorzitter van pensioenfonds Zorg en Welzijn legde uit waarom pensioenfondsen gedwongen waren om te beleggen. De vice-voorzitter van het ABP relativeerde de cijfers en hoopte dat het herstelplan niet zou uitkomen. De vreemdste opmerking kwam van de werknemersvoorzitter van BPFbouw. Mijn cijfers klopten niet want een bouwvakker had helemaal geen € 10.000 pensioen maar slechts 6.100 euro waardoor het berekende verlies veel minder was. Zo doorrekenend zou een bouwvakker helemaal gelukkig zijn als hij totaal geen pensioen had, want dan merkt hij er ook niets van als dat pensioen achteruit gaat.

Achteraf was op de website van het ABP te vinden dat de cijfers van ‘Kassa’ niet reëel waren. Waarom dat dan niet vooraf of tijdens de uitzending gemeld. Helemaal bont maakte de voorlichtster van het ABP het toen zij journalisten die om opheldering vroegen over de cijfers vertelde dat er geen rekening was gehouden met indexatie in de toekomst. Deze mededeling was pertinent onjuist. Van tweeën één, of zij hebben met al hun deskundigheid de cijfers niet doorgerekend of zij liegen keihard.

Uitgangspunten
Het verzoek van het programma ‘Kassa’ was om op basis van de huidige dekkingsgraden opnieuw uit te rekenen wat pensioengerechtigden voor de toekomst kunnen verwachten. Omdat lieden die graag de cijfers in twijfel trekken over van alles en nog wat beginnen te zeveren, wil ik graag uitleggen hoe voorzichtig ik te werk ga. Ik ben uitgegaan van de dekkingsgraden van juli 2010. Er gingen al geruchten toen ik begon te rekenen dat de cijfers van augustus nog veel slechter zouden zijn (wat ook het geval blijkt). Ook was al bekend dat de dekkingsgraden nog dit jaar verder zullen dalen ten gevolge van het langer leven risico. Toch, om niet het zwartste scenario te kiezen heb ik vastgehouden aan de cijfers van juli. Op die dekkingsgraden heb ik het groeitempo van de dekkingsgraad losgelaten dat in de eigen herstelplannen vermeld staat. Verder ben ik er van uitgegaan dat de reële loonstijging in de komende 14 jaar slechts een half procent per jaar zal zijn, terwijl het Centraal Plan Bureau uitgaat van 1%. Als ik zou uitgaan van de aanname van het CPB, dan zouden de verschillen nog veel spectaculairder zijn. Ik heb voor 2009 en 2010 de werkelijke respectievelijk de nu verwachte inflatie toegepast in plaats van het inflatiecijfer dat het CPB hanteert. Ik heb geen rekening gehouden met een terugval van de economie, ik heb geen rekening gehouden met een korting op de pensioenen, ik heb geen rekening gehouden met een conjuncturele dip in de komende 14 jaar. Hoewel dat allemaal geen ondenkbare mogelijkheden zijn, zou het mijn berekeningen speculatief hebben gemaakt. Toekomstvoorspellingen zijn altijd moeilijk, kijk maar naar datzelfde Centraal Plan Bureau met al zijn kennis dat er toch regelmatig naast zit, maar niemand kan mij het verwijt maken dat ik de verschillen onnodig opblaas.

Nieuwe berekeningen
Ondanks het feit dat ik het vorige jaar het verwijt kreeg dat ik een veel te somber beeld had geschetst, waren de resultaten nu nog veel ernstiger dan het vorig jaar. Dat verbaasde mij niet. Want ik had uiteraard al lang in de gaten dat de ontwikkelingen van de dekkingsgraad veel slechter waren dan de veronderstelling van het vorige jaar. Omdat sommige pensioenfondsen niet de ambitie hebben om de loonontwikkeling te volgen koos ik een wat voorzichtigere terminologie. In plaats van te zeggen ‘de gepensioneerden komen 35.000 euro te kort’ zei ik steeds ‘in vergelijking met de ontwikkeling van de lonen komen gepensioneerden 35.000 euro te kort’. In het programma kwam uiteindelijk die nuance te vervallen. Daarnaast rekende ik ook, net als het vorig jaar, het verlies aan koopkracht uit, omdat dat een objectievere maatstaf is voor de onderlinge vergelijking van de pensioenfondsen. Ook dat haalde uiteindelijk het programma niet omdat zij de kijkers niet willen overvoeren met cijfers.

Ik heb van beide ontwikkelingen een samenvatting gemaakt die u via onze rubriek Nieuws kunt bekijken. Nog korter samengevat komt het op het volgende neer voor de komende 14 jaar:

BPFbouw: Koopkrachtverlies ruim 1 jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling ruim twee jaarinkomens.
Zorg en Welzijn: Koopkrachtverlies ruim anderhalf jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling ruim twee en een half jaarinkomen
PMT, Metaal en Techniek: Koopkrachtverlies twee en een half jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling drie en een half jaarinkomen.
ABP: Koopkrachtverlies ruim twee en een half jaarinkomen, in vergelijking met de loonontwikkeling ruim drie en een half jaarinkomen.
PME, Grootmetaal: Dit pensioenfonds komt er van de onderzochte fondsen het slechtste uit, koopkrachtverlies meer dan ruim twee en een half jaarinkomen en in vergelijking met de loonontwikkeling meer dan ruim drie en een half jaarinkomen.

Commentaar pensioenfondsen
BPFbouw stuurde een keurig mailtje naar de redactie van Kassa om uit te leggen hoe de verslechtering van de situatie tot stand is gekomen. Wel denken zij, net als het vorige jaar, nog steeds dat wij uit zijn gegaan van het zwartste scenario. Zoals hierboven uitgelegd is dat niet het geval.
Zorg en Welzijn had graag telefonisch contact, dus heb ik hen gebeld. Zij hadden de zaak ook doorgerekend en kwamen tot ongeveer dezelfde uitkomsten. Zij hadden met name vragen over de verschillen met de cijfers van het vorige jaar.
PMT: Zij wijzen er op dat een gepensioneerde bij hen slechts een gemiddeld pensioen van 5.650 euro heeft, zij indexeren volgens de prijsindex en ik zou geen rekening hebben gehouden met de inhaalindexatie. Voorts stuurden zij een eigen berekening waarbij het koopkrachtverlies zou uitkomen op ruim een jaarinkomen in plaats van de door mij berekende twee en een half jaarinkomens. Ik heb wel degelijk rekening gehouden met eventuele inhaalindexaties. Bij de analyse van hun berekening heb ik gezien dat zij vanaf 2013 de dekkingsgraad veel sneller laten stijgen dan in hun herstelplan waar ik van ben uit gegaan.
ABP weet niets anders te produceren dan wat open deuren en schampere opmerkingen.
PME: Net als PMT wijzen zij er op dat een gepensioneerde bij hen geen 10.000 euro heeft maar slechts gemiddeld 6.161 euro. Ook wijzen zij er op dat zij alleen maar indexeren voor de gestegen prijzen. Zij laten voorts weten dat om het echte koopkrachtverlies te berekenen je het pensioen in samenhang moet zien met de AOW. Tenslotte sturen zij ook een eigen berekening waarbij het koopkrachtverlies uitkomt op ruim anderhalf jaarinkomen in plaats van de door mij berekende twee en een half jaarinkomens. Wat betreft hun berekening, hier doet zich net als bij PMT een veel snellere groei van de dekkingsgraad in de beginjaren voor dan in hun dekkingsplan. Wat hun opmerking over de AOW betreft, die klopt, maar ik heb in mijn berekeningen alleen rekening gehouden met de pensioeninkomens, omdat de samenhang met de AOW voor elke inkomenscategorie anders uitpakt.

Conclusie
Net als het vorige jaar zijn er, ondanks de enorme professionele deskundigheid die er (op onze kosten) bij deze miljardenfondsen aanwezig is, geen gaten geschoten in de berekeningen die een eenvoudige vrijwilliger met een laptop en een excelprogramma heeft gemaakt….. Zoals ik ook al in de uitzending zei, ik zal het met mijn 75 jaar niet meer meemaken dat deze pensioenfondsen de koopkracht hebben hersteld, laat staan dat zij de loonontwikkeling weer kunnen volgen Het wordt tijd dat de pensioenfondsbesturen hun kop uit het zand halen en nagaan wat er in de afgelopen 20 jaar fout is gegaan en hoe zij in deze uitzichtloze situatie terecht zijn gekomen waarvan de deelnemers de rekening gepresenteerd krijgen.

Alarmklok luidt voor veel gepensioneerden

maandag 16 augustus 2010

De situatie rond de pensioenen verslechtert met de week en het nieuws wordt steeds grimmiger. Verplichte deelnemers in de pensioenfondsen, en met name de gepensioneerden dreigen het kind van de rekening te worden. Na de indexatie die door veel slecht functionerende en ondermaats presterende fondsen al geruime tijd niet of nauwelijks meer wordt uitgekeerd, zijn nu de nominale pensioenen in de gevarenzone beland. Ondanks de stelselmatige ontkenningen van pensioenfondsbestuurders zoals Xander den Uyl dat er niets aan de hand is, wordt de NBP die al jaren waarschuwingen laat horen, uiteindelijk in het gelijk gesteld. Of je met dit gelijk blij moet zijn, is overigens een andere zaak.

In de landelijke pers verschijnen berichten dat De Nederlandsche Bank (DNB) afkoerst op het korten van pensioenen. De metaalfondsen PMT en PME worden als zeer zwak bestempeld, geheel in lijn met wat de NBP al in de Kassa uitzending van november 2009 op basis van harde cijfers beweerde. Naast de metaalfondsen worden ook expliciet het pensioenfonds voor notarissen en PNO Media genoemd. Het wanbeleid van dit laatste fonds is al veel eerder door de NBP in de publiciteit gebracht.

Natuurlijk komt deze ellende niet zomaar uit de lucht vallen. De kwaliteit van het toezicht door DNB op ondermeer de pensioenfondsen is al veel langer onderwerp van verhitte discussie, en duidelijk is dat daar zeer veel aan schort. Van een cultuuromslag die bewerkstelligd moet worden door dezelfde ‘leiders’ die jarenlang op hun handen gezeten hebben, valt niets te verwachten.

De NBP betoogt ook al geruime tijd dat de financiële sector in Nederland te groot voor het land is. In ‘VS: Nederland niet crisisbestendig’ van 13 augustus 2010 gaat Jan Kleinnijenhuis in Trouw op dit probleem in, (Lees hier het volledige artikel). Als het mis gaat zijn de risico’s voor de belastingbetaler enorm. Dit hebben we kunnen ervaren bij de miljardensteun die door de Nederlandse Staat verleend is aan ABN AMRO, ING, en SNS Reaal, overigens zonder al te harde voorwaarden te stellen aan het beleid dat tot de rampspoed geleid heeft. Is het overigens niet curieus dat hetzelfde drietal banken er bij de recente stresstests redelijk goed uitkwam? De vraag rijst natuurlijk waarom er staatssteun nodig was, als deze banken hun zaakjes zo goed voor elkaar hadden. Of is het de Nederlandse belastingbetaler die de stresstest redelijk goed doorstaan heeft?

Nederland verarmt, ouderen in de knel.

woensdag 26 mei 2010

Nederland bevindt zich in een financiële crisis. Politieke ‘leiders’ buitelen over elkaar heen met ongeloofwaardige verhalen. Liever dan naar hun programma’s voor de toekomst te kijken, is het verhelderend hun ‘prestaties’ uit het verleden tegen het licht te houden. Daar wordt een mens niet vrolijk van. Bewezen incompetentie uit het verleden is immers geen garantie voor succes in de toekomst. Met name ouderen en gepensioneerden lijden al jaren achtereen koopkrachtverlies. Ouderen worden uitsluitend beschouwd als probleem. Politici mogen dan wel roepen dat ‘iedere stem telt’, maar het uitrangeren van ouderen in de Nederlandse samenleving gaat onverminderd door. Zeggenschap over de eigen toekomst is ouderen niet gegund. Over ‘de boel bij elkaar houden’ gesproken, ouderen kunnen straffeloos buiten de samenleving geplaatst worden. Lees de weblog over verarming in Nederland van Prof. Dr. Geert Braam.

Ook in barre tijden is er soms goed nieuws. De behandeling van het Koser Kaya / Blok initiatiefwetsontwerp en het op de valreep ingediende Kabouter PLOP amendement wordt uitgesteld tot na de verkiezingen. De doorzichtige truc van CDA en PvdA om nog vóór de verkiezingen de belangen van gepensioneerden opnieuw voor vele jaren te frustreren, is daarmee voorlopig mislukt. En met een beetje geluk komen de indieners van dit schandalige amendement niet meer terug in de Tweede Kamer.

Minder goed nieuws is dat de werkgevers en vakbonden beweren een akkoord te hebben gesloten over uw aanvullende pensioenen. Gepensioneerden hebben van deze regenten niets te verwachten, en de eerste tekenen bedriegen niet. We komen uitgebreid op deze materie terug. Bereid u alvast maar voor op een verdere verslechtering van de positie van gepensioneerden. Indexatie dreigt een woord uit de geschiedenisboekjes te worden.

Vakbonden en werkgevers vrezen machtsverlies bij pensioenfondsen

zondag 11 april 2010

De vakorganisatie FNV wil de pensioenpremies niet verder verhogen om de werkgevers tegemoet te komen. Dit is de opmaat naar een enorme verslechtering van ons pensioenstelsel. Gevreesd moet worden dat werkenden met veel lagere pensioentoezeggingen genoegen zullen moeten nemen, en dat gepensioneerden met een toenemend verlies van koopkracht moeten rekenen omdat de indexatie jarenlang niet of onvolledig zal worden uitgekeerd. Hier wreekt zich het feit dat de pensioenfondsen gekaapt zijn door de deelbelangen van vakbonden en werkgevers.

Minister Donner begint in te zien dat de ontwikkelingen rond de pensioenen dramatisch zijn. Hij beseft nu dat de overspannen verwachtingen van de pensioenfondsbesturen over beleggingsrendementen niet realistisch zijn, dat premieverhoging niet uit te sluiten valt, dat de fondsen verplicht moeten worden hogere buffers aan te houden, en dat voortaan maar over reële pensioenen gesproken moet worden omdat nominale pensioenen een bedenksel zijn dat gepensioneerden alleen maar schijnzekerheid biedt. Ook eist de minister van de fondsen veel meer duidelijkheid in de richting van de verplichte deelnemers. Het werd een keer tijd allemaal. Tegelijk is de minister uitermate schimmig over de noodzaak gepensioneerden en jongeren die alle risico’s lopen eindelijk zeggenschap over hun eigen uitgestelde loon te geven. Lees de brief van 7 april 2010 van Donner aan de Tweede Kamer.

Tenslotte schrijft Kees de Lange zijn ergernis van zich af in een weblog getiteld ‘ABP Blues‘.

Commissie Frijns kritisch over pensioenfondsen, en meer perikelen

zaterdag 23 januari 2010

Het rapport van de commissie Frijns is uit, en is uitermate kritisch over de wijze waarop veel pensioenfondsen bestuurd worden: paternalistisch, met onvoldoende kennis van zaken, en slecht communicerend. De lezers van deze website zullen niet verbaasd zijn.  Kees de Lange wijdt er een kritisch weblog aan.

De rol van de banken en hun verantwoordelijkheid voor het ontstaan van de crisis, het obscene bonusjagen,en het ontoereikende toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB) kwamen de afgelopen week uitgebreid in het nieuws. In De Pers van 20 januari lezen we een kritisch artikel, ‘Ontken, schuif af en bagatelliseer’.

Doordat de gemiddelde leeftijd toeneemt, moeten pensioenfondsen grotere reserves aanhouden. Hierdoor zakt de dekkingsgraad van het ABP opnieuw onder de kritische waarde van 105.
Op diverse niveaus wordt al geprobeerd de geesten rijp te maken voor grote verslechteringen in ons pensioenstelsel. Het wordt dan wel gepresenteerd als het vergroten van de houdbaarheid van het stelsel, maar is natuurlijk gewoon afbraak van een verworvenheid van tientallen jaren. In het FD van 22 januari wordt door de commissie Goudswaard een uitermate zorgelijk beeld geschilderd. Verhullend spraakgebruik is bij pensioenen helaas normaal, en het ABP doet er hard aan mee. Lees wat men de deelnemers te melden heeft, en lees het weblog van Kees de Lange hierover.

Het feit dat een aantal pensioenfondsen het ondanks de crisis relatief goed doen en een groot aantal andere slecht, doet de vraag rijzen of de verplichte winkelnering die geldt bij de meeste bedrijfstakpensioenfondsen nog wel zo’n goed idee is. Naar de mening van de NBP is verplichtstelling weliswaar nodig, maar keuzevrijheid van deelnemers over bij welk fonds zij zich willen aansluiten zou slecht functionerende fondsen met hun neus op de feiten drukken. Als mensen met de voeten kunnen stemmen, zal dit heel snel sanerend werken op regentesk bestuurlijk gedrag. Op 14 januari denkt Marcel Tak in ‘Stop de pensioendwang’ op de website van IEX, langs vergelijkbare lijnen.

Tenslotte medezeggenschap. Lees hier de toelichtingen van Fatma Koser Kaja (D66) en Stef Blok (VVD) op hun initiatiefwetsvoorstel, en neem kennis van de weerstanden die bij bepaalde politieke partijen leven om u inspraak in uw eigen pensioensituatie te geven.

Pensioenfondsen gokken, jokken en maken brokken!

zaterdag 23 januari 2010

Kees de Lange Kees de Lange

De commissie Frijns is met haar rapport gekomen en de inhoud verbaast eigenlijk niemand die de pensioenwereld een beetje volgt. Tegelijk is het rapport ontluisterend, en het is daarom nuttig de hoofdpunten de revue te laten passeren. Het zal daarbij de oplettende lezer opvallen dat zeer veel van de kritiek van de commissie Frijns in feite al heel lang op deze website te lezen is.

disc_1 Besturen van pensioenfondsen moeten zich veel meer naar buiten richten en veel beter met de deelnemers communiceren.
Wat het rapport Frijns niet vermeldt, waarschijnlijk omdat men denkt dat het een open deur is, is dat de deelnemers niet misleid moeten worden. Helaas gebeurt dat in de prakrijk wel. In het pensioenoverzicht dat het ABP in januari 2010 aan alle deelnemers toezond, worden verhullende opmerkingen gemaakt over na-indexatie, terwijl de werkelijkheid is dat mensen die vanaf 1 januari 2004 gepensioneerd zijn, ongeveer twee pensioenmaanden aan achterstallige indexatie niet uitbetaald hebben gekregen. Hierdoor worden gepensioneerden ten opzichte van werkenden op grote achterstand gezet. Bovendien zal deze achterstand alleen maar snel toenemen. Ook vergelijkt het ABP de ontwikkeling van de pensioenen in dit bericht niet met de looninflatie, maar met de prijsinflatie. Nu staat uitermate duidelijk in de missie van het ABP dat men de looninflatie wil bijhouden. De vergelijking met de prijsinflatie is dus in feite irrelevant en dient alleen om de deelnemer in slaap te sussen. Natuurlijk vermeldt het ABP bij de genoemde prijsinflatie ook niet wat de betekenis van die cijfers is. Zo wordt geen rekening gehouden met de dikwijls grote toename in de kosten van gemeentelijke belastingen, de sociale verzekeringen en – niet te vergeten – de zorg. Ook het feit dat de cijfers berekend worden voor de bevolking als geheel zonder rekening te houden met de speciale omstandigheden van gepensioneerden helpt hierbij niet.

disc_1 Pensioenfondsbesturen, vooral die van bedrijfstakpensoenfondsen, zijn paternalistisch en weinig democratisch.
De stuitende taferelen die we meemaken met wat bijvoorbeeld het ABP medezeggenschap noemt, en de minachting voor al diegenen die de moed hebben kritiek te hebben, onderstrepen deze stelling van de commissie Frijns helaas meer dan ons lief is.

disc_1 De commissie Frijns stelt vast dat de risico’s voor pensioenfondsdeelnemers groter zijn dan ooit tevoren.
Gepensioneerden weten dat uit eigen pijnlijke ervaring. Het is daarom bizar dat het bestuur van het ABP nog steeds van mening is dat men gepensioneerden en andere thans niet vertegenwoordigde belangengroeperingen buitenspel kan zetten. Bij het programma Kassa heeft de NBP de herstelplannen van de vijf grootste bedrijfstakpensioenfondsen doorgerekend. Daarbij bevond het ABP zich in de achterhoede. Zolang het ABP de cijfers en consequenties van het eigen herstelplan bagatelliseert en blijft stellen dat men alles uitstekend gedaan heeft, moet gevreesd worden dat er nog wel een paar commissies Frijns nodig zullen zijn om dit soort arrogantie uit de wereld te helpen.

disc_1 Het beleggingsbeleid van veel pensioenfondsen is gebrekkig, mede omdat in de besturen professionele kennis omtrent beleggen en economisch risicobeleid grotendeels ontbreekt.
Opnieuw iets wat we als NBP al tijden beweren. In het Financieel Economisch Magazine (FEM) van 22 augustus 2009 wordt aangegeven dat slecht twee leden van het ABP bestuur kennis van economisch risicomanagement bezitten. Helaas kiest het ABP tot op de dag van vandaag voor financiële brekebenen als Borghouts en Nijpels in bestuurlijke topfuncties. Wanneer daarop aangesproken door critici is de verdediging dat het bestuur geen zeggenschap heeft over dit soort benoemingen. Men geeft dus openlijk toe dat het zelfreinigend vermogen van het eigen bestuur nihil is.

Duidelijk is dat op hoofdpunten de commissie Frijns de vinger op diverse zere plekken legt. De bedrijfstakpensioenfondsen riepen natuurlijk meteen dat ze eigenlijk al geruime tijd bezig waren om allerlei verbeteringen aan te brengen. Deze retoriek valt slecht bij gepensioneerden die als ervaringsdeskundigen precies weten wat er aan de hand is.

Aangezien het ABP door eigen toedoen regelmatig negatief in de publiciteit is, probeert men nu in de media wat tegenspel te bieden. De opmerkingen van het ABP zouden aan overtuigingskracht winnen, als men de feiten als uitgangspunt zou nemen, en niet een eigen verwrongen versie van de werkelijkheid. Zo maar wat voorbeelden. De NBP beklaagt zich in de tweede Open Brief dat het ABP nooit antwoord heeft gegeven op de eerste Open Brief. Het ABP ontkent dit, en laten we kijken hoe:

Op 2 oktober 2009 verzonden we onze eerste Open Brief aan het ABP. Op 7 oktober 2009 lazen we in het Financieele Dagblad (FD) als reactie van het ABP naar aanleiding van deze eerste Open Brief:

ABP: ‘We nemen klachten serieus’

ABP zegt dat het ‘alle klachten serieus neemt, of ze nu van een individuele deelnemer of van een organisatie komen. Daarmee proberen wij onze service en klanttevredenheid verder te verbeteren. Want we hebben een groot gezamenlijk belang en dat is het behoud van het collectieve pensioenstelsel.’

Recent heeft De Lange overleg gevoerd met het voltallige ABP-bestuur, zo geeft de woordvoerder aan. ‘Op basis daarvan weten we dat ook hij het pensioenstelsel een warm hart toedraagt. Overigens zal ABP de heer de Lange, zoals gebruikelijk bij alle brieven die het pensioenfonds ontvangt, een persoonlijk antwoord sturen.’

Hoe zit het echt? Het NBP sprak op 8 september 2009 met de directeur van het ABP bureau (Nicole Beuken) en de directeur Fondsrelaties van de APG (Marjo Pluijmaekers – niet van het ABP dus). Deze dames zitten niet in het ABP bestuur en hebben geen beleidsbepalende functie. We stelden een aantal problemen aan de orde, maar beide dames hadden en hebben geen mandaat om voor het bestuur te spreken. Na het gesprek bleef enige terugkoppeling van de zijde van het ABP bestuur uit. Nog los van het feit dat er nooit overleg heeft plaatsgevonden met het voltallige ABP bestuur, of zelfs maar met enig lid van het ABP bestuur (waarom wordt dit soort onjuistheden gedebiteerd?), wordt in het FD toch een antwoord beloofd.

Nu, na onze tweede Open Brief van 11 januari 2010 lezen we op 13 januari iets heel anders op de website van FDSelections:

“De eerdere open brief is alleen niet beantwoord, omdat er geen nieuwe punten in stonden en de brief, in de ogen van het bestuur een ander doel diende dan het gesprek met ABP aan te gaan. Andere brieven zijn wel beantwoord. “

Opnieuw, verdraaiing van de feiten. Bij de NBP zijn overigens geen andere brieven bekend die in de afgelopen maanden door onze organisatie verstuurd en door het ABP beantwoord zijn. Ondanks het, uitermate schamele, verweer van het ABP blijft onze kritiek op alle punten overeind. Ik nodig het ABP-bestuur uit gedocumenteerd en publiekelijk de hier genoemde feiten te weerspreken, danwel er verder het zwijgen toe te doen. Het vervuilen van de discussie met verwarrende of onjuiste berichtgeving is een organisatie als het ABP onwaardig. Of speelt het gebrek aan zelfreinigend vermogen het ABP bestuur opnieuw parten?

Samenvattend, hoewel de conclusies van de commissie Frijns nauwelijks opzienbarend te noemen zijn, is het te hopen dat de politiek nu eindelijk de enorme problemen in de pensioenwereld serieus neemt en adequate maatregelen treft. Voor zowel ouderen als jongeren is het verstandig zich bij de komende verkiezingen te laten leiden door hoe de diverse politieke partijen zich in het pensioendebat opstellen. Uw financiële toekomst is meer dan ooit in het geding, en uw eigen invloed daarop essentieel.

Open brief, publiciteit en reactie ABP

zondag 17 januari 2010

De tweede Open Brief aan het ABP heeft weer het nodige losgemaakt. In de Volkskrant van 13 januari werd aandacht besteed aan de Open Brief, terwijl ook in regionale bladen onze brief uitgebreid in het nieuws kwam. Zeer veel publiciteit dus al met al. In het Parool van 14 januari kwam het ABP vervolgens met een reactie waarin de NBP onder meer het verwijt krijgt verkeerde cijfers te presenteren. In zijn weblog zet Kees de Lange onder de titel “NBP rekent uitstekend” daarom maar weer eens een aantal zaken recht.

In het Financieele Dagblad van 11 januari 2010 verscheen een commentaar over het feit dat pensioenfondsen nauwelijks meer het vertrouwen van de burger genieten. Geen nieuws voor lezers van deze website natuurlijk. Waar in het artikel aan voorbij wordt gegaan is dat veel van de ellende is toe te schrijven aan slecht beleggingsbeleid bij diverse fondsen. Helaas wordt transparantie regelmatig met de mond beleden, maar zelden in de praktijk gebracht.

In de NRC van 15 januari verscheen een artikel waarin minister Donner betoogt haast te willen maken met een verbetering van de medezeggenschap van gepensioneerden. In eerste instantie wilde hij dat doen uitsluitend in overleg met vakbonden en werkgevers. Dat is alsof je de slager vraagt vegetarische producten te gaan verkopen. Pas na aandringen van anderen is besloten ook de koepel van ouderenorganisaties, de CSO, bij het overleg te betrekken. We wachten af.

NBP rekent uitstekend

zondag 17 januari 2010

Kees de Lange Kees de Lange

In een reactie van het ABP in het Parool van 14 januari 2010 heeft het ABP vergaande kritiek op de berekeningen van de NBP, vermeld in de Open Brief van 11 januari, en samengevat in het Parool van 13 januari 2010. De kritiek van het ABP luidt als volgt: “De optelsom die de NBP maakt geeft helaas een vertekend beeld. Indien de pensioenen sinds 2004 altijd volledig zouden zijn geïndexeerd, zouden zij nu 6,65% hoger zijn.” Geen 16,2% dus.

Toch maar weer eens de controleerbare feiten. De tabel die de NBP geeft in de Open Brief is als volgt:

Tabel ontwikkeling indexatie bij het ABP

Om de zaak niet nodeloos te compliceren zijn relatief kleine effecten zoals renteverlies over niet betaalde indexatie, en het doorrekenen van niet uitbetaalde indexaties in enig jaar over die in voorgaande jaren buiten beschouwing gelaten. Wel meenemen van deze effecten zou de eindcijfers nog enigszins verhogen.

De ambitie van het ABP is om voor gepensioneerden de looninflatie (niet de prijsinflatie) bij te houden. Met andere woorden, de inkomensontwikkeling van gepensioneerden mag niet achterblijven bij die van werkenden, en dus is het de bedoeling om de loonontwikkeling in de sectoren onderwijs en overheid te volgen. Die loonontwikkeling wordt elk jaar vastgesteld, en deze getallen komen voor in de tweede kolom “Te indexeren”.

Het ABP betaalt al dan niet volledige indexatie op 1 januari van het jaar daarop volgend. Dit zijn de getallen in de derde kolom “Indexatie”. Vaak was de indexatie onvolledig, en dan wordt er af en toe wat “Ingehaald” (vierde kolom). Tot dusver geen conflict met het ABP, over al deze cijfers zijn we het eens. Dat kan ook moeilijk anders, want zij worden jaarlijks door het ABP gepubliceerd en door ons overgenomen.

In de vijfde kolom geeft de NBP aan wat elk jaar het tekort (verschillen tussen kolommen twee en drie) is. Ook de kolom “Cumulatief” zal geen problemen opleveren; de daarin gegeven cijfers zijn de voortgezette optelling van de waarden uit de kolom “Tekort”. Dit telt vanaf 1 januari 2004 t/m 1 januari 2010 op tot 6,65%, precies het bedrag dus dat het ABP noemt in het Parool artikel.

In de laatste kolom “Ingeleverd” worden de bedragen vermeld, die gepensioneerden totaal niet ontvangen hebben. Hoe komt die kolom tot stand?

Tabel ontwikkeling indexatie bij het ABP

Samenvattend, het is maar een deel van de waarheid (en dus misleiding) om alleen te melden, zoals het ABP doet, hoeveel het pensioen over de periode 2004-2010 is uitgehold door het niet volledig uitkeren van de indexatie. Die manier van presenteren verhult namelijk hoeveel gepensioneerden concreet hebben ingeleverd. Veel beter is, en dat is precies wat de NBP doet, om cumulatief uit te rekenen wat iedereen die vanaf 2004 gepensioneerd was bij het ABP tekort is gekomen. De trieste werkelijkheid is dat dit bedrag over de periode van 1.1.2004 tot 1.1.2010 al zo’n twee maandpensioenen bedraagt en per jaar snel oploopt. Dit is wat de NBP beweert. Als het ABP inderdaad zo gesteld is op transparantie als het in al zijn publicaties claimt te zijn, zou het de NBP-cijfers ten voorbeeld moeten nemen in plaats van deze te bestrijden.

Het is waarachtig te wensen dat de actuarissen bij het ABP meer elementaire rekenkennis in huis hebben dan het bestuur van deze organisatie. Het is beschamend dat een organisatie van vrijwilligers als de NBP deze zogenaamde professionals rekenkundig moet corrigeren op pensioengebied. Zou het verwijt dat de ABP bewust de cijfers presenteert op een wijze die zo weinig mogelijk commotie en protest uitlokt dan toch kloppen?

Prof. Dr. C.A. de Lange
Voorzitter NBP