Joop van Vliet
Het kabinet Rutte voorziet voor 2014 extra bezuinigingen, vooral ook omdat in 2013 de 3 procentgrens, die Europa stelt zeer waarschijnlijk wordt overschreden. Voor 2013 is dat minder erg dan het lijkt, want er zal vrijwel geen enkele EU-staat zijn, die 2013 afsluit met een lager begrotingstekort dan 3 procent. Maar voor 2014 moet opnieuw ernstig worden gepoogd de gestelde norm te halen.
Maar het is natuurlijk de grote vraag of het ‘bezuinigingsbeleid’ van Rutte II tot het gewenste resultaat zal leiden. Veel economen van naam, zowel theoretici (hoogleraren) als praktijkmensen uit het bedrijfsleven, verwachten dat wat Rutte II wil, zal mislukken, vooral ook omdat die ‘bezuinigingen’ vooral neerkomen op lastenverzwaringen wat het probleem op het bordje van de gewone burger legt.
Natuurlijk vallen de jongste cijfers van het CPB erg tegen, vooral de toenemende werkloosheid baart zorgen, maar – zoals Silvester Eijffinger (Tilburg) zegt – “Extra bezuinigen betekent dat je het laatste restje bestedingen uit de economie haalt. Dat is op dit moment rampzalig”. Hij krijgt bijval van onder meer Sweder van Wijnbergen (UvA), Roel Beetsma (UvA), David Hollanders (UvA) en Rabo-econome Ruth van de Belt, die allemaal in hun eigen woorden ongeveer hetzelfde zeggen: “Rem de economie niet verder af, bezuinig op een betere manier, wentel problemen niet af op de burger en probeer de juiste sectoren van de economie te stimuleren en zo de werkloosheid te bestrijden”.
Je kunt een euro maar een keer uitgeven!
Politiek gelooft teveel aan de grote leugen: ‘Je kunt een euro maar een keer uitgeven’. Onlangs trapte Henk Krol (50plus) ook nog in de valkuil om in te stemmen met deze voor particulieren en bedrijven geldende waarheid als een koe, terwijl het toch om de financiën van het Rijk ging.
Een heel simpel voorbeeld laat zien hoe het werkt. Ik haal uit mijn spaarpot 100 euro en koop daarvoor iets bij een detailhandelaar W, zeg een elektrisch apparaat met 21% BTW. Wat doet W met dat geld? Hij betaalt zijn personeel P, zijn leverancier L, spaart wat voor zichzelf S en draagt o.m. de BTW af aan de fiscus F.

Volgens dit simpele schema komen mijn 100 euro’s dus in de kassa van de winkelier terecht, die de helft gebruikt om de lonen van zijn personeel (en zichzelf) te betalen, de rekening zijn leverancier te voldoen, een kleinigheid voor zijn pensioen te sparen en aan de fiscus 21 procent BTW af te dragen.
Het personeel gaat met de ontvangen 50 euro winkelen en besteedt 20 euro bij allerlei leveranciers, spaart verplicht 10 euro (20 procent) pensioenpremie, draagt aan de fiscus gemiddeld 40 procent belasting af en geeft zo de laatste 20 euro uit, voor een totaal van 50 euro.
De leveranciers L hebben in eerste instantie 45 euro ontvangen (25+20) geven daarvan weer 40 procent of 18 euro uit betalen hetzelfde bedrag aan de fiscus en leggen 9 euro op zij voor hun pensioen. In tweede instantie ontvangen de leveranciers nog eens 18 euro waarvan er 4 naar andere leveranciers gaan, 7 naar de fiscus en 7 worden gespaard. Van de laatste 4 euro wordt er 1 gespaard en ontvangt de fiscus de rest (of dat nu rechtstreeks of via omwegen is, maakt weinig uit).
Houdt de economie op gang!
Niet alle stappen zijn consequent voortgezet, want ook de leveranciers zelf hebben personeel, maar het gaat ook maar om een illustratie van een oneindig proces. We hebben door 100 euro uit te geven dus 217 euro in de economie gepompt, waarvan 69 in de schatkist terecht kwamen. Dat is iets meer dan 21 procent. Dat komt vooral omdat het “spaargeld” grotendeels onbelast bleef, anders was het ruim 31,5 procent geweest.
Overigens hangen die percentages natuurlijk af van de aard van de bestedingen.
Kopen we voedsel i.p.v. “luxe” goederen dan betalen we maar 6% BTW en 0% als we het aan medicijnen voor mensen uitgeven (voor diergeneesmiddelen is het ook 21%). Geven we het uit aan energie dan komt er nog energiebelasting bij en kopen we er een auto voor dan zorgt de BPM voor extra inkomsten voor de fiscus. Ook accijns op tabak, drank of benzine zorgt voor hogere belastingopbrengsten.
De essentie van het voorbeeld is echter duidelijk … als u en ik die 100 euro niet uitgeven, betekent het dat de economie langzamerhand stopt. Zolang er nog opdrachten in de opdrachtenportefeuille zitten, gaan bedrijven door, maar op een bepaald moment houdt het op.
Bezuinigen of afwentelen
Een andere zaak is dat politici in het algemeen het verschil niet weten tussen bezuinigen en afwentelen. U als particulier wel, want u kunt u met uw geld maar twee dingen doen: uitgeven of niet uitgeven. De politiek kan zonder ook maar een cent te besparen een begroting kloppend maken (op papier en dan nog maar heel eventjes) door bijvoorbeeld de BTW te verhogen, huursubsidies te verlagen, minder zorgkosten te vergoeden, de OZB en de waterschapslasten te verhogen, de gemeentelijke en rijksleges te verhogen (bouwvergunningen en erfpacht resp. paspoorten) en nog veel meer, maar ik wil ze in Den Haag niet op ideeën brengen.
Het nadeel hiervan is dat daardoor vaak minder geld binnenkomt dan gepland. Nu al is het voordeliger als je 50 km van de grens woont om in Duitsland of België de boodschappen te doen (sigaretten en drank) en en passant goedkope brandstof te tanken. Maar als men meer de fiets en minder de auto pakt, tikt het ook hard aan. Minder accijns en de fietser leeft ook langer, dus dat kost de pensioenfondsen extra geld. Minder roken en drinken betekent ook minder accijns en langer leven.
Echt bezuinigen is minder uitgeven aan nutteloze zaken (Betuwelijn, Fyra, Noord-Zuidlijn, brug bij Vleuten, windmolenparken ter land en ter zee) en vooral het beperken van de salarissen van een groot deel van het management in het onderwijs, de gezondheidszorg en woningcorporaties. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de bankenbonussen en die 2000 ambtenaren die meer verdienen dan de minister-president.
Zinvol investeren
Dat geld dat bespaard wordt op zinloze zaken, kan beter worden geïnvesteerd in kennis, echte innovaties, onderwijs en onderzoek. Een voorbeeld van zo’n zinvolle investering in innovaties is ASML, eerst een half mislukte Philipsdochter, nu een van de grootste producenten van chipmachines (elektronica) ter wereld, die meer bijdraagt aan de Nederlandse economie dan Philips zelf. ASML zit in Veghel, maar kan slechts 1/6 van de benodigde techneuten uit Nederland halen. De overigen komen uit de hele wereld naar Brabant. Het zou een ramp zijn als ASML zich elders ging vestigen. De goede connecties met de TU Eindhoven moeten daarom in stand blijven.
John Maynard Keynes (rijmt op brains) zei al “geld moet rollen”, maar moderne economen weten dat het gecontroleerd de goede kant op moet rollen. Nu nog de politici daarvan weten te doordringen.