Berichten met het label ‘Pensioendebat’

De werkgeverskongsi!

donderdag 27 september 2012

Op 26 augustus berichten wij over de oproep van Bernard Wientjes, voorzitter van VNO-NCW om de pensioenfondsen op te zadelen met de hypotheken van de banken, zodat de banken weer ruimte zouden hebben om leningen te verstrekken aan het bedrijfsleven. Deze oproep werd een dag later ondersteund door Piet Moerland, bestuursvoorzitter van Rabobank Nederland.

Uitdrukkelijk hebben wij toen stelling genomen. De taak van pensioenfondsen is om de hen toevertrouwde vermogens zo goed mogelijk te beleggen ten behoeve van de deelnemers. Het is niet de taak van pensioenfondsbesturen (die voor de helft uit werkgevers bestaan) om de problemen van overheden, banken of werkgevers op te lossen.

In de uitzending van de rubriek “Nieuwsuur” van 26 september kwam Elco Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland pleiten dat de pensioenfondsen hypotheken moesten gaan verstrekken om de bouw weer op gang te helpen.

Het is goed om te weten dat deze zelfde Elco Brinkman tot 2008 voorzitter was van het bestuur van het veruit grootste pensioenfonds van Nederland, het ABP; per 2008 voorzitter werd van de Raad van Commissarissen van de pensioenuitvoerder APG die als de belangrijkste klant het ABP heeft; hij is verder vice-voorzitter van VNO-NCW waar Bernard Wientjes voorzitter van is; Ook is hij President Commissaris van Rabo Vastgoed een functie waar hij Piet Moerland wel eens tegen het lijf zal lopen.

Het is ons een raadsel hoe Elco Brinkman, bij de verstrengeling van zoveel belangen, al die petten uit elkaar weet te houden.

Weinig reden voor pensioenpaniek

vrijdag 7 september 2012

Uit de jongste (6 september) rapportage van het CBS
Uit de cijfers van de jongste rapportage van het CBS over de financiële toestand van Nederland hebben wij de volgende tabel samengesteld waarbij met uitzondering van het bruto binnenlands product (bbp) alle bedragen zijn afgerond op 10 miljard euro.
De hypotheekschuld is overigens vrij exact bekend en kan alleen maar veranderen door afsluiting van nieuwe hypotheken (of verhoging van oude) dan wel aflossingen. De woningwaarde daarentegen kan wel veranderen. Die bedroeg in 2005 nog 1.225 miljard euro, steeg tot 1.450 miljard euro in 2008 en was gedaald tot net onder de 1.400 miljard in 2011. Normaliter mag echter niet worden verwacht dat op de termijn van 5 jaar de woningwaarde afneemt tot 80 procent van de huidige waarde, dus met 280 miljard euro.

De buffer van 330 miljoen euro van ons gezamenlijke spaargeld is dus ruim voldoende om een eventuele sterke daling in woningwaarde op te vangen. Verder beschikt Nederland nog over een groot opgebouwd pensioenvermogen van 1.140 miljard euro waarvan ruim 80 procent bij pensioenfondsen en de rest bij pensioenverzekeraars zit.

Al met al is er dus een grote financiële buffer van 2.200 miljard euro of 3,65 keer de waarde van het bruto binnenlands product per jaar.

De conclusie kan alleen maar zijn dat Nederland er macro-economisch zeer goed voorstaat. Bij de totale buffer van 2200 miljard euro stelt het over 2012 verwachte begrotingstekort van 16,4 miljard euro maar weinig voor. Het bedraagt maar ¾ procent van de buffer.

Interessant is ook de vergelijking van onze pensioenreserves met die in Europa over 2010 die in de volgende Eurostattabel staat.

Van de 30 daarin opgenomen Europese landen zijn er 21 die een ‘pensioenbuffer’ van minder dan 50 procent van het bbp hebben. Duitsland, België, Frankrijk, Zweden en Ierland hebben een buffer tussen de 50 en 100 procent. Boven de 100 procent komen Denemarken, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. Nederland heeft met 180 procent van het bruto binnenlands product de grootste pensioenreserve.

Er is dus weinig echte reden voor pensioenpaniek, al moeten we ons wel zorgen blijven maken.

AMSTERDAM (Dow Jones) Archie van Riemsdijk — De waarde van de koopwoningen in Nederland is tweemaal zo hoog als de totale hypotheekschuld, stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag in een rapport, dat de omvang van de Nederlandse hypotheekschuld relativeert. De totale Nederlandse hypotheekschuld bedroeg eind vorig jaar bijna EUR670 miljard. Dat komt overeen met 111% van het bruto binnenlands product van ons land en is daarmee in verhouding de hoogste hypotheekschuld in de eurozone. Het statistiekbureau bevestigt echter dat hier een twee maal zo hoge woningwaarde tegenover staat, van circa EUR 1,4 biljoen. Bovendien bezitten Nederlandse huishoudens spaargelden, beleggingen en pensioentegoeden die de hypotheekschuld “riant overtreffen”, stelt het CBS.

Spaargeld en beleggingen bedroegen eind 2011 EUR 332 miljard, bijna de helft van de hypotheekschuld. De spaartegoeden stijgen sinds 2008 relatief sneller dan de hypotheekschuld, merkt het CBS op. Een deel daarvan is bovendien al apart gezet voor hypotheekaflossing aan het einde van de looptijd. Zulke aflossingspotjes bestaan in andere eurozonelanden niet, merkt het CBS op. Daarnaast zat er eind 2011 voor EUR1,14 biljoen in de opgespaarde pensioenpotten van Nederlanders, dus bijna twee keer de hypotheekschuld, stelt het CBS. In veel andere landen met lagere hypotheekschuld zijn ook de pensioenreserves veel lager. Dit nuanceert het beeld van de vermogenspositie van Nederlandse huishoudens, stelt het CBS.

Volgens een overzicht van het CBS heeft Nederland in Europa met afstand de hoogste pensioenreserves, op ongeveer 180% van het bbp, gevolgd door Zwitserland en het VK met 150%. Frankrijk, Belgie en Duitsland zitten op circa 65-75% van het bbp, terwijl inwoners van Portugal, Italie, Oostenrijk en Spanje minder dan de helft van het bbp voor hun pensioen hebben gespaard.

Volgens deze bedragen, staat er tegenover onze gezamenlijke hypotheekschuld van 670 miljard euro, niet alleen een overschot aan woningwaarde van 730 miljard maar ook nog eens 330 miljard aan spaargeld en beleggingen en 1.140 miljard aan pensioenvermogen. In totaal dus een buffer van 2.200 miljard euro.

Pensioenvertrouwen en pensioenvermogen (2)

maandag 2 juli 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 2 juli 2012

Het lage vertrouwen in onze pensioenfondsen (vervolg)
Het lage vertrouwen van deelnemers in pensioenfondsen was te verwachten zoals bleek uit het eerdere onderzoek van De Nederlandse Bank (DNB). Want nu stond weer in het Algemeen Dagblad van 26 juni een groot artikel van directeur mevrouw Kellermann van DNB met als kop: Bereid je voor op financiële onzekerheid. Lagere pensioenen en stijgende zorgkosten. Dat is een onverwachte oproep, want deze toezichthouder is aangesteld om te zorgen dat onze pensioenfondsen nu juist hun verplichtingen aan de deelnemers kunnen nakomen. DNB is niet voor consumentenvoorlichting; daar zijn andere instanties voor. Maar als DNB toch de consument wil voorlichten, dan mag worden verwacht dat DNB meedeelt zich te zullen inspannen om alsnog te zorgen dat de opgebouwde pensioenen intact blijven. Te zorgen dat de verwachte kortingen zullen worden ingehaald en dat er zo spoedig mogelijk weer zal worden geïndexeerd voor inflatie. Dus een DNB die meedeelt daar alles voor te zullen doen. En dat de problemen tijdelijk zijn en dat we erop kunnen vertrouwen dat DNB zich daarvoor inspant. Niets van dat alles. Het advies is “Wie kan sparen of aflossen op zijn hypotheek, moet dat vooral doen.” Maar dat levert niet meer inkomen op, want met de rente op spaargeld krijg je ook inkomen. Maar de economie lijdt wel onder minder consumentenaankopen. Het is dan niet vreemd dat het groeiend wantrouwen van consumenten in financiële instellingen dan nog groter wordt met deze oproep.

President-directeur van De Nederlandse Bank Klaas Knot
In een paginagroot interview in de Telegraaf van 30 juni gooit onze centrale bankier Klaas Knot er nog een schepje bovenop. Hij stelt daarin dat “Over dat aanvullende pensioen bestaan de nodige misverstanden. Zelfs in het slechtste scenario blijven onze pensioenen de beste ter wereld. Ons pensioenprobleem is vooral veroorzaakt door het overdreven ambitieniveau. We hebben onvoldoende duidelijk gemaakt dat het ook wel eens wat minder zou worden. Het is vooral een kwestie van te ver opgeblazen verwachtingen.” Hebben de pensioenfondsen, de politiek en de toezichthouder dan alles prima gedaan? Geen enkele zelfkritiek is te lezen over het onheil met onze pensioenen. Dus niets over het toestaan van niet-kostendekkende premies, premievakanties en premiekortingen voor werkgevers of terugstortingen van premie. Alleen dat wij als deelnemers en gepensioneerden veel te hoge verwachtingen hadden van ons pensioen. Dus we moeten het kennelijk gewoon vinden dat na jarenlang uitblijven van indexering voor inflatie tot wel 10%, nu ook jaren van pensioenkortingen van soms wel 14% of meer in twee jaar voor onze kiezen te krijgen. Hoezo afspraak is afspraak. En dan nog onze pensioenen het beste ter wereld durven te blijven noemen. Gelukkig komt er nog steeds veel meer premie binnen dan er aan uitkeringen worden betaald, maar die verhouding wordt wel steeds slechter. Dus er moet wel wat gebeuren. Maar niet hetgeen de Jonge Democraten van D’66 bepleiten: een individueel afgesproken premiestelsel, zonder enige solidariteit en collectiviteit. Laten de jongeren gewoon een hogere premie betalen vanwege hun hogere levensverwachting of langer blijven werken dan wel een versobering van hun pensioen accepteren.

Voorstel voor een combinatie van oud en nieuw stelsel
De hoogleraren Frijns, Boender en Kocken hebben onlangs hun voorstel gelanceerd waarbij de goede punten van het Pensioenakkoord worden gecombineerd met de voorstellen van minister Kamp. Want zij vinden twee pensioenstelsels naast elkaar veel te complex. Dus een nominaal stelsel met voorwaardelijke indexatie voor inflatie naast een reëel stelsel met indexatie maar zonder garanties op basis van beleggingsresultaat. In het voorstel van minister Kamp wordt in het nominale stelsel bij tekorten direct gekort en pas heel langzaam worden kortingen ingehaald en wordt geïndexeerd voor inflatie. Dat gaat in het reële stelsel juist andersom. Waarom niet de beide spreidingsmethoden voor tekorten op dezelfde wijze in beide stelsels toegepast, vragen de voorstellers zich af. Dan kan het huidige stelsel worden gehandhaafd met een aangepast financieel toetsingskader (rekenregels) als één stelsel voor alle aanvullende pensioenen. Een voorstel om verder te onderzoeken.

Kamer, mag het wat serieuzer?

zondag 24 juni 2012

potamus Hippo Potamus

Hoofdverdiensten
Een gewoon Tweede Kamerlid verdiende in 2012 bruto, inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering 102.040,13 euro als ‘schadeloosstelling’ voor het Kamerwerk. Plus een ov-jaarkaart 1e klasse of een compensatie woon-werkverkeer van 37 cent per kilometer. Plus een verblijfkostenvergoeding die afhangt van de afstand tussen hun woonplaats en Den Haag. Plus een beroepskostenvergoeding van 2.509,27 euro per jaar. Plus een normale ziektekostenvergoeding gelijk aan die van burgerlijke rijksambtenaren. Plus 2 procent pensioenopbouw per jaar, die vier jaar doorgaat na hun aftreden. (bij wachtgeld is het percentage lager). Plus voor de nabestaanden, na het onverhoopt overlijden van het Kamerlid, een dikke 20.000 euro (3 maanden schadeloosstelling). Hoewel er in Nederland veel mensen meer verdienen en een serieus uitgevoerd Kamerlid-maatschap ongetwijfeld een zware baan is, die funest kan zijn voor je sociale leven, is het toch een goed betalende baan.

Nevenverdiensten
Kamerleden mogen zonder enig probleem 1.000 euro per maand of een volle AOW bijverdienen; daarboven gaat er voor iedere 100 euro meer per maand 50 euro schadeloosstelling af tot maximaal 35.000 euro per jaar. Er zijn Kamerleden met meer dan 150.000 euro aan neveninkomsten. Potamus vraagt zich als politieke leek af of een functie die 150.000 euro oplevert wel met het Kamerlidmaatschap te combineren is en denkt dat dan minstens een van beide functies zwaar wordt overbetaald.

Tijdrekken
Met deze serieuze honorering in gedachten, vraagt Potamus zich af wat de Kamer de laatste tijd heeft bezield om zo weinig serieus te acteren. Een mislukte marathonzitting waarop PVV en SP voorlazen uit emails van de eigen achterban. Een goed doel vindt Potamus, want vlak voor de verkiezingen moet je er geen controversiële zaken doorjagen als het volk zich daarover op 12 september kan uitspreken. Maak er een punt van in je verkiezingsprogramma om te ervaren hoe degenen die je beweert te vertegenwoordigen er over denken. Helaas nu zagen we hoe gehaast voorlezende Kamerleden struikelden over hun eigen woorden en niet over de weinige interrupties van opponenten. Terwijl je van de Amerikaanse televisie weet, dat je langzaam en gedragen moet spreken om echt tijd te rekken.

Kieslijsten
Nog erger was het gedoe rond de verkiesbare plaatsen. Daar maakt vooral het CDA een potje van. Twee hoogstaande (op de lijst dan) figuren werden snel even burgemeester gemaakt, waardoor het CDA in Noord-Brabant ontmand of liever ontvrouwd wordt. En hoe serieus neemt die partij eigenlijk de gepensioneerden en bijna-gepensioneerden en daarmee het hele pensioenvraagstuk? Want Pieter Omtzigt staat niet op een verkiesbare plaats en zelfs niet op de lijst. Vorige keer ook al niet, maar toen kwam hij nog binnen met voorkeursstemmen. Voor- en tegenstanders zijn het er over eens dat Pieter een van de weinige echte pensioenspecialisten is, met een grote dossierkennis. Zelfs tegenstander Paul Ulenbelt van de SP meent dat Omtzigt op de CDA-lijst zou moeten staan – juist vanwege die pensioenkennis. En het CDA is niet de enige partij, die haar pensioenkenners laat vertrekken. Bij de VVD is dat nog te verdedigen en netjes opgelost want daar heeft Stef Blok ondanks zijn fractievoorzitterschap het initiatiefvoorstel van Koser Kaya en hemzelf er tot het einde toe doorheen geloodst. Bij SP, D66 en PVV lijkt pensioen ook serieus te worden genomen … maar bij de rest?

Teleurstelling
Potamus is teleurgesteld in de politici. Niet voor de eerste keer overigens, want steeds weer hoopt hij dat ze nu eindelijk de gepensioneerden ‘serieus nemen’. Maar altijd wordt dat ‘serieus nemen’ dus fors mee betalen! Eind juni -75 dagen voor de Kamerverkiezingen vraagt hij zich af: ”Worden de gepensioneerden het offerlam op het altaar van Europa dat alleen nog maar de bankenmammon als god erkent?”

Pensioenen en Europa

maandag 12 maart 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 12 maart 2012

Griekse steunverlening bedreigt onze pensioenen
In de media wordt positief gereageerd op het afwaarderen van de Griekse staatsschuld. Maar er blijken ook Griekse bedrijfsleningen met Griekse overheidsgarantie te moeten worden afgeboekt, zoals de ING heeft gemeld. Dat afgeboekte geld was wel eigendom van de uitlenende banken en van de pensioenfondsen die nu een deel van hun bezit zijn kwijt geraakt. Dat gaat ten koste van onze pensioenen. Ook kunnen de banken nu minder uitlenen aan bedrijven en particulieren. Hoewel hoogleraar Dorien Pessers ons wijst op ‘het oermechanisme van de wederkerigheid’ in haar boekje Rechtstaat voor beginners heb ik nog nergens iets gelezen over dankbaarheid van de Grieken voor onze hulp. Ondanks de onderlinge verwevenheid van de euro-landen met toch hun verschillende economische en sociale kracht lenen zij elkaar geen geld meer uit, hetgeen in feite een vertrouwenscrisis is. Daardoor moest de Europese Centrale Bank (ECB) haar rente abnormaal laag houden om meer liquiditeit als smeerolie in de economie te pompen. Ook de rekenrente voor de pensioenen is abnormaal laag en dat leidt weer tot onnodige kortingen op pensioenen (voor een overzicht zie bijlage). De rekenrente is gebaseerd op de interbancaire swaprente in opdracht van de vorige minister van SZW De Geus. Gebleken is dat vrijwel alleen onze pensioenfondsen verplicht op die swapmarkt opereren en daardoor zelf het probleem van de lage swaprente schijnen te creëren.

Europese Commissie
In de Vaste Commissie SZW van de Tweede Kamer heeft minister Kamp op 15 februari uitgelegd waar volgens hem de pijn zit in de voorstellen van de Europese Commissie (het Witboek met daarin de IORP-richtlijn over pensioenen): Die richtlijn houdt in dat de Europese Commissie van mening is dat er vergelijkbare eisen moeten worden gesteld aan verzekeraars en pensioenfondsen. De regering is het daar zeer mee oneens, omdat verzekeraars vaste contracten afsluiten en daardoor verplicht zijn om een bepaald pensioen uit te keren. Pensioenfondsen doen daarentegen hun best om een zo goed mogelijk pensioen te betalen. Als dat niet lukt, wordt er niet geïndexeerd en moet er soms worden gekort. De derde zin van dit citaat is volgens de formulering van de huidige Pensioenwet onjuist. Beide soorten pensioencontracten zeggen nu een pensioenbedrag toe, alleen de zekerheidsmaatstaf om dat te bereiken is verschillend. Wel mogen pensioenfondsen korten als noodmaatregel en pensioenverzekeraars mogen dat niet en daarom o.a. liggen de premies bij verzekeraars op een veelvoud van die van een pensioenfonds. Volgens het Pensioenakkoord zou het alleen ‘hun best doen’ wel standaard worden met het voorziene beleggingspensioen. Maar pensioenfondsen en verzekeraars moeten hun verschillende regime houden in de richtlijn, aldus minister Kamp.

Vergeten aanmelding bij pensioenfonds
Een ander interessant onderwerp heeft kamerlid Omtzigt aan de orde gesteld met zijn vragen aan minister Kamp op 7 maart 2012 (zie bijlage). Dat betreft de vraag of een deelnemer recht heeft op zijn afgesproken pensioen indien de werkgever vergeten is de aanmelding voor pensioen door te geven aan het pensioenfonds. Het blijkt dat de deelnemer toch een pensioenaanspraak opbouwt, tenzij het zijn schuld is. Bovendien heeft de Hoge Raad onlangs vastgesteld dat pensioenrechten niet verjaren, dus kijk uw oude arbeidsovereenkomsten na. Maar hoe valt de beslissing uit indien in een pensioenreglement staat vermeld dat niet-aangemelde deelnemers geen pensioen opbouwen? Sommige advocaten zien een golf van pensioenclaims, aldus het Financieel Dagblad van 8 maart.

Volgens het laatste nieuws kunnen we pas op zijn vroegst in april de uitkomsten verwachten van de verschillende onderzoeken naar het Pensioenakkoord die minister Kamp laat doen. Dat betreffen de onderwerpen: kunnen de bestaande rechten op collectief of individueel niveau worden ingebracht in het Pensioenakkoord, is het Pensioenakkoord in lijn met Europees recht en is de solidariteit tussen jong en oud in het Pensioenakkoord gewaarborgd.

103 pensioenfondsen gaan mogelijk korten op pensioenen!

dinsdag 21 februari 2012

Het persbericht van de Pensioen Federatie evenals het overzicht van pensioenfondsen die gaan korten, beiden gepubliceerd op 20 februari 2012. Kijk in het overzicht of uw pensioen wordt bedreigd. Zo ja, schrijf desgewenst een brief aan dat pensioenfonds dat u een korting op uw nominale pensioen niet kan accepteren en stel het pensioenfonds evenals haar bestuur in gebreke voor de wanprestatie die wordt geleverd op basis van de pensioenuitkeringsovereenkomst. En dat u heeft geconstateerd dat niet alle middelen door het bestuur zijn aangewend om het laatste redmiddel van het korten te voorkomen. Want het bestuur heeft nog diverse ongebruikte aanpassingen binnen de bestaande wettelijke regeling als mogelijkheid om de dekkingsgraad weer in orde te krijgen. Het bestuur van het pensioenfonds heeft die wijzingen tot dusverre niet of onvoldoende uitgevoerd (zie de genoemde mogelijkheden voor aanpassing in het persbericht van De Nederlandse Bank van 20 februari 2012) en dat die aanpassingen nu wel in 2013 moeten gebeuren. Uit dit persbericht blijkt ook dat het om circa 7,5 miljoen pensioenuitkeringsovereenkomsten gaat!

Daarnaast heeft Stichting Pensioenbehoud de petitie Ik wil niet gekort worden op mijn pensioen opgenomen op de website http://pensioenbehoud.petities.nl om te laten ondertekenen door een ieder die deze boodschap aan de politiek wil ondersteunen. De petitie zal over enige tijd officieel worden aangeboden aan minister Kamp van SZW. U wordt verzocht om ook de petitie onder de aandacht van familie, vrienden en bekenden te brengen. Heeft u de petitie zelf al ondertekend?

Pensioenbehoud staat hoog op de politieke agenda

maandag 16 januari 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 16 januari 2012
Op 20 december 2010 beantwoordde minister Kamp de vragen van GL-kamerlid Klaver (zie bijlage) over het DNB overzicht Financiële stabiliteit. Daaruit zou blijken dat de financiële positie van de pensioenfondsen met € 90 miljard zou moeten verbeteren om op de minimaal vereiste dekkingsgraad van circa 105% te komen. Eind september 2011 was volgens DNB het totale pensioenvermogen gestegen tot € 835 miljard. Maar omdat de rekenrente voor de verplichtingen was gedaald tot de zeer uitzonderlijk lage 2,3% voor ‘risicoloze’ 10-jarige Nederlandse staatleningen stegen de verplichtingen enorm, terwijl volgens DNB de rendementen van de beleggingen van de pensioenfondsen over de laatste 10 jaar op 4,8% is uitgekomen. Waarom niet deze realistische rente van 4,8% als rekenrente genomen? Dan was er vrijwel geen onderdekking geweest. Daarnaast overstijgen de betaalde premies jaarlijks de uitkeringen met 13% gedurende de laatste 5 jaar, dus er zijn geen problemen met liquiditeiten van de pensioensector.

Waardoor wordt deze daling veroorzaakt?
In deze ministeriële brief wordt ook vermeld dat het Centraal Planbureau voor de pensioensector als geheel heeft onderzocht welke factoren de daling van gemiddelde dekkingsgraad in de jaren 2008 t/m 2010 verklaren. De gemiddelde dekkingsgraad in deze periode van 3 jaar is met 40%-punt gedaald. Per saldo verklaart de verlaging van de rente in deze periode ongeveer 20%-punt van de daling van de dekkingsgraad. De negatieve ontwikkeling van de aandelenbeurzen verklaart 15%-punt van de daling. En ruim 5%-punt van de daling wordt verklaard door de toename van de levensverwachting. Twee opvallende zinnen in de brief zijn: “Dat er destijds te weinig pensioenpremie is betaald, staat niet ter discussie. (…) Voorts heeft de wetgever in de periode van 1982 tot 1994 de pensioen-premies voor overheidswerknemers stelselmatig te laag vastgesteld.” Maar consequenties verbindt de minister helaas niet aan deze bevindingen teneinde korten van de pensioenen voor circa vier miljoen Nederlanders te voorkomen op basis van deze goede argumenten.

Eind december 2011 is beoordelingsdatum voor korten
Op 29 december 2011 melden RTLZ en het Financieel Dagblad ineens dat minister Kamp de rekenrente zou gaan verhogen tot 3%. Maar dat wordt direct ontkend. In een brief aan de Abvakabo wordt echter een achterdeur op een kier gezet afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek naar het nieuwe Financieel Toetsingskader (FTK) in de zomer van 2013. Op 6 januari 2012 krijgt het Financieel Dagblad de primeur van DNB om over de ellende van het voorgenomen korten van pensioenen te berichten. Circa 125 fondsen zullen verplicht worden om hun voornemen aan te kondigen om de pensioenen met maximaal 7% te korten per 1 april 2013 indien er in 2012 geen verbetering van de dekkingsgraad optreedt. Dat treft circa 40% procent van alle deelnemers en gepensioneerden. Wel heeft DNB voor het eerst een driemaands gemiddelde van de swaprente voor de berekening van de dekkingsgraad genomen in plaats van de dagwaarde op 31 december. Dat heeft wel circa 55 fondsen uit de directe gevarenzone geholpen, want het goedmaken van kortingen behoeven fondsen alleen te doen op vrijwillige basis. Dat zou verplicht moeten worden.

Intussen verhogen diverse pensioenfondsen hun premie voor 2012, soms tot boven de 33% (PMA) en Shell zelfs tot 45%. Prof. Bernard van Praag schreef in de Volkskrant van 7 januari j.l. DNB veel te somber over pensioenen. De vileine reactie daarop van vier politieke jongeren was zonder valide argumenten en beneden alle peil. De redacteur van de NRC Menno Tamminga legt uit in zijn artikel van 14 januari j.l. Waarom die pensioenkorting niet doorgaat. Hij schrijft dat korten van de pensioenen politiek niet haalbaar is en waarom.

DNB verandert van mening

maandag 9 januari 2012

In de eerste week van het nieuwe jaar zorgde De Nederlandsche Bank wellicht voor het belangrijkste nieuws op pensioengebied. De zo uiterst conservatieve en terughoudende (heel vaak terecht) DNB veranderde opeens van mening. Joop van Vliet schrijft hierover in zijn weblog ‘DNB plakt pleistertje op gapend pensioengat’.

Tunnelvisie

maandag 9 januari 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 9 januari 2012
Tunnelvisie belemmert herstel van dekkingsgraden van pensioenfondsen en behoud van pensioenen
Op 4 januari 2011 heeft de Financiële Telegraaf een artikel gewijd aan ons voorstel zoals gepubliceerd op onze website “Uitgangspunten voor een gewijzigd pensioenstelsel” van 2 januari 2012.1 Het in het artikel opgenomen commentaar van prof. Lans Bovenberg vermeldt dat hij ons plan sympathiek vindt, maar dat er nog veel te veel harde rechten in zitten. Ik vind het een goed idee om te differentiëren naar leeftijd, waardoor jongeren meer risico lopen dan ouderen. (…) Men wil wel heel veel zekerheid in deze constructie. En zekerheid is duur. Je kunt die zekerheid alleen bereiken door erg risicomijdend te beleggen, of je komt alleen tot een zogeheten nominaal pensioen. (…) Kortom, dit plan leidt of tot een veel te duur pensioen of tot schijnzekerheid.

Die schijnzekerheid van Bovenberg betreft het niet zeker zijn van de indexering van de pensioenen voor koopkrachtbehoud, hetgeen wel belangrijk is en ook nu alleen wordt uitgekeerd als de financiële positie van het fonds het toelaat. Maar Klaas Knot als directeur van De Nederlandse Bank (DNB) heeft onlangs aangekondigd, dat zelfs de nominale pensioenen in 2013 wellicht moeten worden gekort (zie bijlage). Is dat dan de zekerheid van een nominaal pensioen? Terwijl het jaarlijkse verschil in ontvangen premies en betaalde uitkeringen over de laatste vijf jaar gemiddeld +€ 3,5 miljard bedroeg op ruim € 27 miljard volgens De Nederlandse Bank.

In de NRC van 7 januari j.l. maakt Bernard Wientjes als voorman van de werkgevers het nog bonter. Hij verwijt Klaas Knot (DNB) dat deze geen rekening houdt met de invoering van het pensioenakkoord. Als dat akkoord wordt uitgevoerd, hoeft er helemaal geen sprake te zijn van het verlagen van pensioenen. Hoezo zekerheid op basis van het pensioenakkoord? Daarin mag korten zelfs gewoon worden ingezet als sturingsmiddel om de maatstaf van de dekkingsgraad omhoog te brengen, terwijl korten nu alleen als laatste redmiddel mag worden gebruikt. En dan ook nog de huidige (vaak te lage) premies willen bevriezen.

En wat is een te duur pensioen? Pensioendeelnemers willen best meer betalen voor die zekerheid zoals verschillende onderzoeken hebben uitgewezen. Maar het zijn de werkgevers die in feite minder betalen als we de niet gecompenseerde waarde van de overdracht van het pensioenrisico naar de deelnemer volgens het pensioenakkoord meetellen.

Maar er zijn diverse methoden om de dekkingsgraad toch boven minimale 105% van de huidige meetlat te krijgen en tevens de pensioenopbouw betaalbaar te houden, dus niet alleen maar door een korting toe te passen. Dat laatste wordt een tunnelvisie genoemd. De volgende mogelijkheden bestaan uitgaande van kostendekkende premies en de moed van de sociale partners en de politiek:

  • een direct ingaande verhoging van de pensioenleeftijd (b.v. 2 of 3 maanden per jaar);
  • de pensioenopbouw wordt verlaagd (PME grootmetaal voor 2012: van 2,2% naar 2,0% en dat scheelt 2% premie p.j. die gebruikt kan worden voor verhoging van de dekkingsgraad);
  • het omzetten van het nabestaandenpensioen op kapitaalbasis naar risicobasis;
  • het verlagen van de zekerheidsmaatstaf van 97,5% naar 95% (voorstel SPB);
  • het toepassen van een andere disconteringsvoet zoals o.a. bepleit door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en recent in het artikel Stop de waanzin met pensioenen door prof. Kees Cools en Anton van Nunen in de NRC van 7 januari j.l. Ook prof. Jaap van Duijn meldt in de Telegraaf van 7 januari j.l. dat in de laatste 100 jaar (!) er maar 30 dagen zijn geweest waarbij rente van de 10-jaars staatsobligaties lager was dan de huidige marktrente van 2,3% en de meeste daarvan sinds september 2010. Maar ook om de disconteringsvoet van de verplichtingen gelijk stellen aan die van de premiestelling, is een SPB voorstel.


1) Het betreft hier de website van de St. Pensioenbehoud.

DNB plakt pleistertje op gapend pensioengat

maandag 9 januari 2012

Joop van Vliet Joop van Vliet*

In de eerste week van het nieuwe jaar zorgde De Nederlandsche Bank wellicht voor het belangrijkste nieuws op pensioengebied. De zo uiterst conservatieve en terughoudende (heel vaak terecht) DNB veranderde opeens van mening. Niet langer zou de “waan van de dag-rente” de dekkingsgraad van pensioenfondsen sterk blijven beïnvloeden maar werd de “kwartaalrente” bepalend. Deze grote stap voor de DNB maar heel klein stapje ter verbetering van de dekkingsgraden, lokte veel reacties uit.

De mijne was heel simpel: ‘Too little, too late’ en denkelijk zal Prof. Dr. Bernard van Praag die aan een rentegemiddelde over een periode van 5 – 10 jaar denkt, het met dat ‘too little’ van mij wel eens zijn. En dat ‘too late’ wordt ongetwijfeld gedeeld door Bernard Wientjes, opperbobo van VNO-NCW die toch al vindt dat DNB met alle maatregelen, door te laat te zijn, paniek zaait.
En zo ontmoeten de extremen elkaar weer eens.

Waardering en kritiek
Over het geheel genomen oogstte de DNB-maatregel waardering.

Allereerst de reactie van onze eigen NVOG, die verklaarde (6/1): “De Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden (NVOG) vindt de maatregelen die De Nederlandsche Bank (DNB) heeft afgekondigd om de pensioenfondsen tegemoet te komen, verstandig maar onvoldoende” en even verder “Maar deze rekenrente is echter nog altijd onrealistisch laag. Daardoor worden straks meer gepensioneerden in hun portemonnee geraakt dan echt nodig is.’
De NVOG vindt ook dat een rekenrente over een langere termijn logischer zou zijn. ,”Omdat pensioenfondsen werken over zeer lange termijnen.” Maar de keuze om het korten van de pensioenen tot maximaal 7 procent te beperken, vindt de NVOG verstandig.

Het Financieele Dagblad komt op 7 januari onder de kop “Doekje voor het bloeden voor pensioensector” met een melange van commentaren. Een woordvoerder van Pensioenfonds Zorg en Welzijn noemt het een ‘fijne verrassing’ want voor dat fonds betekent het kleine verschil in dekkingsgraad dat het fonds nu vermoedelijk in 2013 niet hoeft te korten. Maar voor de meeste andere fondsen is een verbetering met minder dan 5 procentpunten volstrekt onvoldoende, al vindt men de beperking tot 7 procent korting een positief geluid.
Maar Gerard Riemer, direct van De Pensioenfederatie, de branchevereniging van de fondsen, staat niet te juichen, want: ‘Nog altijd moeten naar verwachting 125 fondsen een korting aankondigen. Het is misschien niet langer een bloedbad, maar wel een slagveld.’ En ook Riemen meent dat een langere termijn voor de zogenaamde rente-swapcurve (in gewoon Nederlands ‘de rekenrente’) beter zou zijn geweest.
Evenmin verheugd is VNO-NCW die al die waarschuwingen voor dreigende kortingen op pensioenuitkeringen ‘paniekzaaien’ noemt. Als panacee beveelt zij het nieuwe pensioenstelsel aan, waarin niet langer met de risicovrije marktrente gerekende hoeft te worden immers: ‘Als dat wordt uitgevoerd, dan is afstempelen helemaal niet nodig in 2013’.
Nederlands grootste pensioenfonds het ABP laat via een woordvoerder weten, het een verstandig besluit te achten dat DNB de systematiek gaat aanpassen, maar dat het er toch om gaat spannen wat het eventuele korten betreft.

Concurrentievervalsing
Het argument dat DNB gebruikt om de nieuwe maatregel in te voeren, namelijk dat er sprake zou zijn van een marktverstoring wordt fel bekritiseerd door Jeroen Koopmans, actuaris bij een pensioenadviseur voor pensioenverzekeraars. Hij stelt: ‘Het is bovendien al vele jaren zo dat de swapmarkt in december minder liquide is dan in andere maanden. Maar toen week DNB niet af van het beleid.’ Het meest steekt het hem dat de pensioenfondsen worden bevoordeeld door deze boekhoudkundige truc. Maar, lezen wij in het FD: De maatregel van DNB heeft, volgens Koopmans, ook tot gevolg dat de benodigde premie voor 2012 lager is dan die zou zijn zonder de maatregel. ‘Dat kan wel zo’n 5% van de premie schelen.’ Dit is goed voor de koopkracht, dus goed voor de economie. ‘Jammer dat DNB dat niet gewoon erbij vertelt.’

*) Dit weblog is geschreven op persoonlijke titel. Hoewel het zeker niet strijdig is met de opvattingen van de NBP in het algemeen heeft het Bestuur van de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen nog geen oordeel kunnen formuleren over de jongste maatregelen van De Nederlandsche Bank.