Berichten met het label ‘Pensioengelden’

Gelijk krijgen doet pijn

dinsdag 7 februari 2012

potamus Hippo Potamus

Precies twee jaar geleden schreef Potamus over de Mexicaanse “piñata“ waarbij kinderen tegen een papieren zak met snoepgoed slaan tot die scheurt en het lekkers ten prooi valt aan hun graaiende handen. “Bij de banken gaat het vrijwel hetzelfde. De piñata heet Griekenland, de stok waarmee men slaat, is de financiële onrust door het verstoren van de markt voor Griekse staatsobligaties. Dat verergert de situatie voor Griekenland. Als dat land zijn schulden niet langer kan betalen, is de piñata kapot en de banken en hun vazallen hebben de lekkere brokjes voor het oprapen. De Grieken zijn het grootste slachtoffer maar ook Europa krijgt een forse tik mee. Zo dreigt Europa aan graaizucht ten onder te gaan.” .

Inmiddels zijn we twee jaar verder, nu ja verder … we zitten nog dieper in de ellende. Slechts met bijna bovenmenselijke inspanning is Griekenland nog te ‘redden’. De gewone Europeanen mogen daarvoor betalen, veel betalen. Gelukkig herinneren vooraanstaande politici ons er aan dat de euro gunstig is voor ons, voor onze export en enorm bijdraagt aan ons en het Duitse bruto nationaal product (BNP) en ook nog eens veel wisselkosten bespaart tijdens de vakantie. Geen woord over de problemen van Ierland (dat in stilte lijdt en enorm bezuinigt).

Nee, eerst moet Griekenland voor een faillissement worden ‘behoed’ en daarna de ‘staatsleningen’ van Spanje, Portugal, Italië en Frankrijk. Eurofiele politici juichen zelfs als Italië maar 6 tot 6,5 procent rente moet betalen voor de 7,5 miljard euro die daarmee is ‘binnengesleept’.  Dat is maar liefst anderhalf procent van het geld nodig voor het steunfonds van het EMS (Europese Monetaire Stelsel). Maar gelukkig hoeven u en ik die 500 miljard niet alleen te betalen (via hogere hypotheekrentes en gemeentebelastingen of minder koopkracht van uw pensioen) maar doen ook het IMF (Internationaal Monetair Fonds) en zelfs China mee. Waarom dat allemaal nodig is? Niet om uw en mijn pensioenfonds te redden, maar om de banken te redden, die anders bijna allemaal omvallen, waardoor het financiële stelsel in de hele wereld ontwricht zou worden.

Ontwrichting? Klopt dat wel? In Nederland bijvoorbeeld gingen deze eeuw al Van der Hoop Bankiers (2006), Indover Bank (2008) en DSB Bank (2009) failliet. ABN-AMRO, FORTIS en ING werden met moeite door onze schatkist (uw en mijn geld dus) gered. Icesave bleek niet te redden. In Amerika kon zakenbank Bear Sterns nipt en Lehman Brothers niet worden gered.  Maar het stelsel bleef, zelfs nadat het in gevaar kwam doordat banken weer zo nodig bijzonder gevaarlijke (voor u en uw pensioenfonds) en lucratieve (voor de bank en haar bobo’s) ingewikkelde financiële producten op de markt hadden gebracht.

Maar ja die dreiging hè … Stel dat al die bankiers gaan emigreren naar Hongkong of de Kaaimaneilanden (wat een toepasselijke naam) omdat ze hun onmisbare bonus niet krijgen. Wat dan…? Dan kon er wel eens een eind komen aan de groei van het aantal miljonairs (sinds 2000 bijna verdubbeld) en dat is een ramp voor de fiscus, die de derving van de miljonairsbelasting vanzelfsprekend op ons verhaalt.

Kortom, niet alleen Europa maar zelfs de hele wereld dreigt aan graaizucht ten onder te gaan. En Potamus heeft dat allemaal voorspeld – een heerlijk bezit, zo’n visionaire blik. “Visionaire blik?” zei zijn vegetarische nijlmerrie schamper: “Waarom korten je pensioenfondsen dan? En waarom ben je geen bankier geworden? Een visionair die zich door zijn pensioenfonds laat korten!!” en ze stampte de kamer uit. Potamus die graaibankiers veracht, in verwarring achterlatend.

Potamus wilde ook wel weg … naar een warmer deel van Europa om daar zonder wisselkosten te betalen met zijn vakantie-euro’s. Maar helaas, het potje met vakantiegeld was leeg … het was opgegaan aan de indexatie van het huishoudgeld.

Teken de petitie!

woensdag 1 februari 2012

Van alle kanten werd en wordt er aan onze pensioenrechten gerommeld. Eerst werd de onvoorwaardelijke indexering sluipenderwijs omgezet in een voorwaardelijke indexering. Vrijwel niemand viel het op want de dekkingsgraden waren hoog. Vervolgens werden de “riante” dekkingsgraden “verjubeld” door niet afdragen van premies (ABP), het teruggeven van “overschotten” aan de werkgevers, waar soms wel, maar vaak ook niet, een “bijstortverplichting” tegenover stond. En gedurende jaren werden kostendekkende premies (vereist volgens Pensioenwet 2007 art. 116) niet berekend, waardoor de duurzaamheid van het pensioenfonds werd aangetast. Tenslotte werd er ook nog eens driftig op de beurs gespeculeerd, waardoor – ondanks de aanvankelijke successen – de pensioenfondsen extra kwetsbaar werden. De eerste waarschuwing kwam in de jaren 2000-2002 toen de ICT-zeepbel barstte en sommige pensioenfondsen al helemaal of ten dele niet indexeerden. Maar er gebeurde niets mee.

De toezichthouders (De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten) zagen niet toe maar keken slechts toe. Wel was DNB er als de kippen bij om de autoverzekeraars er op te wijzen dat hun premies niet kostendekkend waren en dat die aangepast moesten worden. Maar de pensioenfondsen kregen pas een waarschuwing toen het te laat was en hun dekkingsgraad onder het minimum van 105 procent was gedaald.

Er werd te laat en te zacht ingegrepen en zo werd de kans gemist om de buffers weer wat op te krikken in de relatief gunstige periode 2004 – 2008. In 2008 kondigde de financiële crisis zich aan en sinds 2009 woedt deze zo hevig, dat nu ongeveer de helft van de pensioenfondsen in de problemen zit en een aantal, waaronder ook de vijf grotere op termijn moeten gaan afstempelen. PFZW ontspringt waarschijnlijk de dans en het ABP denkt de afstempeling tot slechts ½ procent te kunnen beperken. Maar de metaalfondsen PME en PMT korten vermoedelijk met 6 of 7 procent (het maximum dat de DNB heeft ingesteld). En die korting komt nog bovenop de al ruim 8 procent die veel gepensioneerden door het niet indexeren tussen 2002 en nu al hebben ingeleverd. Dat is samen al bijna 4 maanden aan gemiste pensioenuitkering.

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 30 januari 2012

Petitie: Ik wil niet gekort worden op mijn pensioen!

De DNB heeft aangekondigd dat 125 pensioenfondsen een te lage dekkingsgraad hebben en daarom binnenkort bekend moeten gaan maken dat de pensioenen tot wel 7% gekort zullen gaan worden. Dit zal meer dan 1 miljoen gepensioneerden raken, die ook al jaren koopkracht hebben ingeleverd omdat zij niet geïndexeerd zijn.

Door te klikken op het website adres http://pensioenbehoud.petities.nl/ kunt u de petitie ondertekenen met of zonder uw naam en andere gegevens, waarbij uw privacy is gewaarborgd (zie de toelichting op de website van http://petities.nl/). U krijgt dan een email op het door u opgegeven email adres (dat nergens anders voor zal worden gebruikt) en door te klikken op de link in de ontvangen email bevestigt u uw ondertekening om zeker te stellen dat u ook degene bent van de ondertekening. Over enige tijd zal de petitie aan minister Kamp worden aangeboden.

PETITIE

Wij
gepensioneerden die al jaren geen indexatie hebben ontvangen en waarvan de koopkracht is aangetast,

constateren
dat door het toepassen van criteria gebaseerd op een te conservatieve waardering van de toekomstige verplichtingen heeft geleid tot een onrealistisch lage schatting van de dekkingsgraad bij vele pensioenfondsen. En constateren verder dat er ten onrechte geen andere middelen worden aangewend om de dekkingsgraden gezonder te maken, zoals snellere verhoging van pensioenleeftijd en premies, verlaging van opbouwpercentage en bijstorten door werkgevers,

en verzoeken
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de rekenrente waarmee de dekkingsgraad van pensioenfondsen wordt berekend, aan te passen aan het historisch rendement van de fondsen, zodat er geen onnodige kortingen van pensioenen hoeven plaats te vinden. Pensioenen zijn uitgesteld loon, een vitaal onderdeel van de arbeidsvoorwaarden en van het sociale beleid voor de lange termijn en dienen als zodanig bestuurd en beheerd te worden.

Volgens de website van RTL Z van 23 januari 2012 blijkt uit voorlopige berekeningen van RTL Z op basis van gepubliceerde en nog niet gepubliceerde gegevens dat eind 2011 het totale pensioenvermogen €875 miljard bedroeg. Een stijging van maar liefst €74 miljard sinds begin 2011 (+9,2%). Bij het ABP was dat van €237 naar €246 miljard, bij het PFZW (Zorg en Welzijn) van €99,5 naar €110,7 miljard en bij het PME (grootmetaal) van €22,6 naar €25,8 miljard. De rekenrente was in de vorige eeuw 3% tot 4% en de pensioenen werden wel gewoon geïndexeerd onder goedkeuring van de Pensioen- en Verzekeringskamer, de voorganger van DNB. De ‘deskundigen’ zijn het onderling niet met elkaar eens en de meesten willen niet (meer) de risicoloze staatsleningen als basis van de rekenrente, maar een langer lopende gemiddelde rente. Intussen verlaagt het Pensioenfonds Vervoer het opbouwpercentage voor 2012 met 0,1% naar 1,95% en verhoogt de premie met 0,9% tot 29,4%, waardoor de dekkingsgraad voldoende herstelt om niet te hoeven korten. Prima.

Huidige berekeningsmethode rekenrente onredelijk

maandag 23 januari 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 23 januari 2012

Wel hulp naar Griekenland maar niet voor pensioenfondsen?
Onze regering denkt niet consequent nu de onrechtvaardigheid van het korten van veel pensioenen is aangekondigd na jaren van geen indexatie voor velen. De ouderen hebben voor de huidige welvaart gezorgd door spaarzaam te zijn geweest en door hard resp. lang te werken, waarvan de jongeren nu profiteren. Maar wie op de pof heeft geleefd en teveel schulden heeft gemaakt, wordt wel geholpen zoals Griekenland, banken en verzekeraars als het economisch tegenzit. Er is veel pensioenvermogen in Nederland en daar komt bijna ieder jaar weer meer bij. Er komt ook gemiddeld circa een vijfde meer geld binnen dan er nu wordt uitgekeerd, alleen worden de toekomstige rendementen (rekenrente) veel te laag ingeschat met 2,4% door de toezichthouder DNB in opdracht van minister Kamp. Bij het fonds PME (grootmetaal) betekende dat bijvoorbeeld 20% hogere pensioenverplichtingen vergeleken met vorig jaar. We hadden 50 jaar lang een vaste rekenrente van 4% en de jaarlijkse rendementen lagen in die periode daar gemiddeld flink boven. De PVV van Geert Wilders pleit in de Volkskrant dan ook voor terugkeer naar de vaste rekenrente van 4% zolang de eurocrisis duurt. Ook de bestuursvoorzitter van de Delta Lloyd Groep Niek Hoek bepleit in de nieuwsbrief Eufin van 17 januari voor een meer realistische rentevoet om het aangetaste vertrouwen in de financiële sector terug te krijgen. De econoom Prof. Dr. Eduard Bomhoff verklaarde zich zondag op TV eveneens tegen het korten van pensioenen vanwege de onrealistische rekenrente en de negatieve gevolgen voor de economie.

Is de rekenrente het enige probleem?
Ook de Pensioen Federatie vind de huidige berekeningsmethode van de rekenrente onredelijk evenals de meeste vakbonden, het VNO-NCW, de nieuwe voorzitter van het ABP Henk Brouwer en andere critici. Over de laatste 10 jaar behaalden de pensioenfondsen volgens DNB jaarlijks gemiddeld 4,8% rendement en het pensioenfonds Zorg en Welzijn haalde over de afgelopen 30 jaar zelfs een 8% jaarlijks gemiddeld rendement. Alleen als de Westerse economie structureel zou zijn verslechterd, dan kan daar wellicht niet meer op worden gerekend. Of zoals Gerwin Griffioen in het FD van 18 oktober 2011 stelde: “Het echte rendement komt uit de economie en niet uit beurskoersen”. Het aantal pensioenjaren van een 65-jarige (m/v) is nu 17,8 rep. 20,9 jaar en zal in 2040 stijgen naar 20,4 resp. 23 jaar, aldus het CBS. Voor het fonds PME betekende dat 7% meer verplichtingen. Het langer leven risico geldt in veel mindere mate ook voor gepensioneerden. Daarvoor wordt echter geen premie betaald en dat was ook zo in de afgelopen 50 jaar voor de steeds stijgende levensverwachting van gepensioneerden. Daar zit een financieel probleem, maar we kennen toch solidariteit van jongeren met ouderen net zoals toen die zelf ook eens jong waren? Niet mogelijk? Dan maar minder indexatie of desnoods een weinig korten met een verplicht recht van bijstempelen zodra het weer beter gaat het fonds, aldus het NVOG. Maar de huidige jongeren zullen meer premie moeten betalen of anders een lager pensioen, omdat ze veel ouder worden dan twee en drie generaties terug. De werkgevers moeten daarbij wel blijven delen in het beleggingsrisico van de fondsen met een variabele kostendekkende premie.

Is het pensioenakkoord het middel voor alle pensioenkwalen?
Werkgevers, vakbonden en politiek denken van wel. Maar zoals een ingezonden briefschrijver als gepensioneerd actuaris in de NRC van 17 januari het uitdrukt: “Juist door het accepteren van onzekerheid wordt het pensioen zeker gesteld, maar het risico neemt toe naarmate het moment van uitkering verder in de toekomst ligt. Dit is de clou van het pensioenakkoord. Jongeren die vrijwillig aan dit piramidespel meedoen, zijn niet wijs”. Want ook het pensioenstelsel zelf heeft wijzigingen nodig b.v. zoals verplichte kostendekkende premies, een lager opbouwpercentage, een latere en flexibele pensioenleeftijd, een lagere zekerheidsmaatstaf, nabestaandenpensioen wijzigen en dergelijke om de kosten redelijk betaalbaar te houden voor een langer leven tijdens het pensioen.

Pensioenbehoud staat hoog op de politieke agenda

maandag 16 januari 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 16 januari 2012
Op 20 december 2010 beantwoordde minister Kamp de vragen van GL-kamerlid Klaver (zie bijlage) over het DNB overzicht Financiële stabiliteit. Daaruit zou blijken dat de financiële positie van de pensioenfondsen met € 90 miljard zou moeten verbeteren om op de minimaal vereiste dekkingsgraad van circa 105% te komen. Eind september 2011 was volgens DNB het totale pensioenvermogen gestegen tot € 835 miljard. Maar omdat de rekenrente voor de verplichtingen was gedaald tot de zeer uitzonderlijk lage 2,3% voor ‘risicoloze’ 10-jarige Nederlandse staatleningen stegen de verplichtingen enorm, terwijl volgens DNB de rendementen van de beleggingen van de pensioenfondsen over de laatste 10 jaar op 4,8% is uitgekomen. Waarom niet deze realistische rente van 4,8% als rekenrente genomen? Dan was er vrijwel geen onderdekking geweest. Daarnaast overstijgen de betaalde premies jaarlijks de uitkeringen met 13% gedurende de laatste 5 jaar, dus er zijn geen problemen met liquiditeiten van de pensioensector.

Waardoor wordt deze daling veroorzaakt?
In deze ministeriële brief wordt ook vermeld dat het Centraal Planbureau voor de pensioensector als geheel heeft onderzocht welke factoren de daling van gemiddelde dekkingsgraad in de jaren 2008 t/m 2010 verklaren. De gemiddelde dekkingsgraad in deze periode van 3 jaar is met 40%-punt gedaald. Per saldo verklaart de verlaging van de rente in deze periode ongeveer 20%-punt van de daling van de dekkingsgraad. De negatieve ontwikkeling van de aandelenbeurzen verklaart 15%-punt van de daling. En ruim 5%-punt van de daling wordt verklaard door de toename van de levensverwachting. Twee opvallende zinnen in de brief zijn: “Dat er destijds te weinig pensioenpremie is betaald, staat niet ter discussie. (…) Voorts heeft de wetgever in de periode van 1982 tot 1994 de pensioen-premies voor overheidswerknemers stelselmatig te laag vastgesteld.” Maar consequenties verbindt de minister helaas niet aan deze bevindingen teneinde korten van de pensioenen voor circa vier miljoen Nederlanders te voorkomen op basis van deze goede argumenten.

Eind december 2011 is beoordelingsdatum voor korten
Op 29 december 2011 melden RTLZ en het Financieel Dagblad ineens dat minister Kamp de rekenrente zou gaan verhogen tot 3%. Maar dat wordt direct ontkend. In een brief aan de Abvakabo wordt echter een achterdeur op een kier gezet afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek naar het nieuwe Financieel Toetsingskader (FTK) in de zomer van 2013. Op 6 januari 2012 krijgt het Financieel Dagblad de primeur van DNB om over de ellende van het voorgenomen korten van pensioenen te berichten. Circa 125 fondsen zullen verplicht worden om hun voornemen aan te kondigen om de pensioenen met maximaal 7% te korten per 1 april 2013 indien er in 2012 geen verbetering van de dekkingsgraad optreedt. Dat treft circa 40% procent van alle deelnemers en gepensioneerden. Wel heeft DNB voor het eerst een driemaands gemiddelde van de swaprente voor de berekening van de dekkingsgraad genomen in plaats van de dagwaarde op 31 december. Dat heeft wel circa 55 fondsen uit de directe gevarenzone geholpen, want het goedmaken van kortingen behoeven fondsen alleen te doen op vrijwillige basis. Dat zou verplicht moeten worden.

Intussen verhogen diverse pensioenfondsen hun premie voor 2012, soms tot boven de 33% (PMA) en Shell zelfs tot 45%. Prof. Bernard van Praag schreef in de Volkskrant van 7 januari j.l. DNB veel te somber over pensioenen. De vileine reactie daarop van vier politieke jongeren was zonder valide argumenten en beneden alle peil. De redacteur van de NRC Menno Tamminga legt uit in zijn artikel van 14 januari j.l. Waarom die pensioenkorting niet doorgaat. Hij schrijft dat korten van de pensioenen politiek niet haalbaar is en waarom.

DNB verandert van mening

maandag 9 januari 2012

In de eerste week van het nieuwe jaar zorgde De Nederlandsche Bank wellicht voor het belangrijkste nieuws op pensioengebied. De zo uiterst conservatieve en terughoudende (heel vaak terecht) DNB veranderde opeens van mening. Joop van Vliet schrijft hierover in zijn weblog ‘DNB plakt pleistertje op gapend pensioengat’.

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 9 januari 2012

Tunnelvisie belemmert herstel van dekkingsgraden van pensioenfondsen en behoud van pensioenen
Op 4 januari 2011 heeft de Financiële Telegraaf een artikel gewijd aan ons voorstel zoals gepubliceerd op onze website “Uitgangspunten voor een gewijzigd pensioenstelsel” van 2 januari 2012.1 Het in het artikel opgenomen commentaar van prof. Lans Bovenberg vermeldt dat hij ons plan sympathiek vindt, maar dat er nog veel te veel harde rechten in zitten. Ik vind het een goed idee om te differentiëren naar leeftijd, waardoor jongeren meer risico lopen dan ouderen. (…) Men wil wel heel veel zekerheid in deze constructie. En zekerheid is duur. Je kunt die zekerheid alleen bereiken door erg risicomijdend te beleggen, of je komt alleen tot een zogeheten nominaal pensioen. (…) Kortom, dit plan leidt of tot een veel te duur pensioen of tot schijnzekerheid.

Die schijnzekerheid van Bovenberg betreft het niet zeker zijn van de indexering van de pensioenen voor koopkrachtbehoud, hetgeen wel belangrijk is en ook nu alleen wordt uitgekeerd als de financiële positie van het fonds het toelaat. Maar Klaas Knot als directeur van De Nederlandse Bank (DNB) heeft onlangs aangekondigd, dat zelfs de nominale pensioenen in 2013 wellicht moeten worden gekort (zie bijlage). Is dat dan de zekerheid van een nominaal pensioen? Terwijl het jaarlijkse verschil in ontvangen premies en betaalde uitkeringen over de laatste vijf jaar gemiddeld +€ 3,5 miljard bedroeg op ruim € 27 miljard volgens De Nederlandse Bank.

In de NRC van 7 januari j.l. maakt Bernard Wientjes als voorman van de werkgevers het nog bonter. Hij verwijt Klaas Knot (DNB) dat deze geen rekening houdt met de invoering van het pensioenakkoord. Als dat akkoord wordt uitgevoerd, hoeft er helemaal geen sprake te zijn van het verlagen van pensioenen. Hoezo zekerheid op basis van het pensioenakkoord? Daarin mag korten zelfs gewoon worden ingezet als sturingsmiddel om de maatstaf van de dekkingsgraad omhoog te brengen, terwijl korten nu alleen als laatste redmiddel mag worden gebruikt. En dan ook nog de huidige (vaak te lage) premies willen bevriezen.

En wat is een te duur pensioen? Pensioendeelnemers willen best meer betalen voor die zekerheid zoals verschillende onderzoeken hebben uitgewezen. Maar het zijn de werkgevers die in feite minder betalen als we de niet gecompenseerde waarde van de overdracht van het pensioenrisico naar de deelnemer volgens het pensioenakkoord meetellen.

Maar er zijn diverse methoden om de dekkingsgraad toch boven minimale 105% van de huidige meetlat te krijgen en tevens de pensioenopbouw betaalbaar te houden, dus niet alleen maar door een korting toe te passen. Dat laatste wordt een tunnelvisie genoemd. De volgende mogelijkheden bestaan uitgaande van kostendekkende premies en de moed van de sociale partners en de politiek:

  • een direct ingaande verhoging van de pensioenleeftijd (b.v. 2 of 3 maanden per jaar);
  • de pensioenopbouw wordt verlaagd (PME grootmetaal voor 2012: van 2,2% naar 2,0% en dat scheelt 2% premie p.j. die gebruikt kan worden voor verhoging van de dekkingsgraad);
  • het omzetten van het nabestaandenpensioen op kapitaalbasis naar risicobasis;
  • het verlagen van de zekerheidsmaatstaf van 97,5% naar 95% (voorstel SPB);
  • het toepassen van een andere disconteringsvoet zoals o.a. bepleit door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en recent in het artikel Stop de waanzin met pensioenen door prof. Kees Cools en Anton van Nunen in de NRC van 7 januari j.l. Ook prof. Jaap van Duijn meldt in de Telegraaf van 7 januari j.l. dat in de laatste 100 jaar (!) er maar 30 dagen zijn geweest waarbij rente van de 10-jaars staatsobligaties lager was dan de huidige marktrente van 2,3% en de meeste daarvan sinds september 2010. Maar ook om de disconteringsvoet van de verplichtingen gelijk stellen aan die van de premiestelling, is een SPB voorstel.


1) Het betreft hier de website van de St. Pensioenbehoud.

DNB plakt pleistertje op gapend pensioengat

maandag 9 januari 2012

Joop van Vliet Joop van Vliet*

In de eerste week van het nieuwe jaar zorgde De Nederlandsche Bank wellicht voor het belangrijkste nieuws op pensioengebied. De zo uiterst conservatieve en terughoudende (heel vaak terecht) DNB veranderde opeens van mening. Niet langer zou de “waan van de dag-rente” de dekkingsgraad van pensioenfondsen sterk blijven beïnvloeden maar werd de “kwartaalrente” bepalend. Deze grote stap voor de DNB maar heel klein stapje ter verbetering van de dekkingsgraden, lokte veel reacties uit.

De mijne was heel simpel: ‘Too little, too late’ en denkelijk zal Prof. Dr. Bernard van Praag die aan een rentegemiddelde over een periode van 5 – 10 jaar denkt, het met dat ‘too little’ van mij wel eens zijn. En dat ‘too late’ wordt ongetwijfeld gedeeld door Bernard Wientjes, opperbobo van VNO-NCW die toch al vindt dat DNB met alle maatregelen, door te laat te zijn, paniek zaait.
En zo ontmoeten de extremen elkaar weer eens.

Waardering en kritiek
Over het geheel genomen oogstte de DNB-maatregel waardering.

Allereerst de reactie van onze eigen NVOG, die verklaarde (6/1): “De Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden (NVOG) vindt de maatregelen die De Nederlandsche Bank (DNB) heeft afgekondigd om de pensioenfondsen tegemoet te komen, verstandig maar onvoldoende” en even verder “Maar deze rekenrente is echter nog altijd onrealistisch laag. Daardoor worden straks meer gepensioneerden in hun portemonnee geraakt dan echt nodig is.’
De NVOG vindt ook dat een rekenrente over een langere termijn logischer zou zijn. ,”Omdat pensioenfondsen werken over zeer lange termijnen.” Maar de keuze om het korten van de pensioenen tot maximaal 7 procent te beperken, vindt de NVOG verstandig.

Het Financieele Dagblad komt op 7 januari onder de kop “Doekje voor het bloeden voor pensioensector” met een melange van commentaren. Een woordvoerder van Pensioenfonds Zorg en Welzijn noemt het een ‘fijne verrassing’ want voor dat fonds betekent het kleine verschil in dekkingsgraad dat het fonds nu vermoedelijk in 2013 niet hoeft te korten. Maar voor de meeste andere fondsen is een verbetering met minder dan 5 procentpunten volstrekt onvoldoende, al vindt men de beperking tot 7 procent korting een positief geluid.
Maar Gerard Riemer, direct van De Pensioenfederatie, de branchevereniging van de fondsen, staat niet te juichen, want: ‘Nog altijd moeten naar verwachting 125 fondsen een korting aankondigen. Het is misschien niet langer een bloedbad, maar wel een slagveld.’ En ook Riemen meent dat een langere termijn voor de zogenaamde rente-swapcurve (in gewoon Nederlands ‘de rekenrente’) beter zou zijn geweest.
Evenmin verheugd is VNO-NCW die al die waarschuwingen voor dreigende kortingen op pensioenuitkeringen ‘paniekzaaien’ noemt. Als panacee beveelt zij het nieuwe pensioenstelsel aan, waarin niet langer met de risicovrije marktrente gerekende hoeft te worden immers: ‘Als dat wordt uitgevoerd, dan is afstempelen helemaal niet nodig in 2013’.
Nederlands grootste pensioenfonds het ABP laat via een woordvoerder weten, het een verstandig besluit te achten dat DNB de systematiek gaat aanpassen, maar dat het er toch om gaat spannen wat het eventuele korten betreft.

Concurrentievervalsing
Het argument dat DNB gebruikt om de nieuwe maatregel in te voeren, namelijk dat er sprake zou zijn van een marktverstoring wordt fel bekritiseerd door Jeroen Koopmans, actuaris bij een pensioenadviseur voor pensioenverzekeraars. Hij stelt: ‘Het is bovendien al vele jaren zo dat de swapmarkt in december minder liquide is dan in andere maanden. Maar toen week DNB niet af van het beleid.’ Het meest steekt het hem dat de pensioenfondsen worden bevoordeeld door deze boekhoudkundige truc. Maar, lezen wij in het FD: De maatregel van DNB heeft, volgens Koopmans, ook tot gevolg dat de benodigde premie voor 2012 lager is dan die zou zijn zonder de maatregel. ‘Dat kan wel zo’n 5% van de premie schelen.’ Dit is goed voor de koopkracht, dus goed voor de economie. ‘Jammer dat DNB dat niet gewoon erbij vertelt.’

*) Dit weblog is geschreven op persoonlijke titel. Hoewel het zeker niet strijdig is met de opvattingen van de NBP in het algemeen heeft het Bestuur van de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen nog geen oordeel kunnen formuleren over de jongste maatregelen van De Nederlandsche Bank.

Pensioenen: de stand van zaken eind 2011

maandag 19 december 2011

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 18 december 2011
(de laatste nieuwsbrief van 2011 wegens gebrek aan nieuws)

Minister SZW Kamp heeft in zijn brief van 9 december 2011 (zie bijlage) de Tweede Kamer medegedeeld geen betrouwbaar overzicht te kunnen opstellen van het aantal pensioenfondsen dat in de periode 1985 tot 2005 middelen heeft terug gestort aan hun sponsor. Jammer, maar de pensioenfondsen waren destijds niet verplicht om dat terugstorten te vermelden. “Ook zijn er destijds middelen van pensioenfondsen aangewend voor de financiering van andere arbeidsvoorwaardelijke regelingen, bijvoorbeeld vervroegde uittreding. Waar dat is gebeurd, is dat niet als terugstorting geregistreerd.

Maar de Tweede Kamer roert zich op meer fronten die de vakbeweging niet zint. Het Financieel Dagblad van 13 december j.l. vermeldt als kop “Er tekent zich een kamermeerderheid af voor het inperken van de macht van de vakbonden om voor werknemers cao-afspraken te maken”. De PVV wil dat cao’s uitsluitend verbindend kunnen worden verklaard als een meerderheid van de werknemers in een sector zich achter het onderhandelingsresultaat van de vakbonden schaart. En het CDA wil dat bedrijven en deelsectoren in crisistijd makkelijker kunnen afwijken van cao-afspraken die de overheid via een algemeenverbindendverklaring aan hele sectoren oplegt. Minister Kamp steunt dit idee en kondigde aan om volgend jaar met aangepast beleid te komen.

Volgens de NRC van 14 december j.l. gaat het om 7,5 miljoen werknemers, waarvan in 2010 er 6,4 miljoen werkten onder een cao (85%). In dat jaar waren 1,9 miljoen mensen lid van een vakbond (25%). Maar er worden van de 688 cao-regelingen slechts 92 verbindend verklaard met ruim 0,7 miljoen werknemers (11%), vooral met kleine bedrijven.

De directeur van Centraal Plan Bureau kwam om de economie structureel te helpen met het voorstel om de AOW-leeftijd al eerder te verhogen naar 66 jaar dan in 2020. Werkgevers- en werknemersorganisaties evenals minister Kamp vinden het openbreken van het pensioenakkoord geen goed idee. Wij als bestuur zijn echter voorstander van het jaarlijks verhogen van de AOW-leeftijd met 1 of 2 maanden vanaf 2012, dus niet met één sprong van een jaar. Een andere mogelijkheid is om het opbouwpercentage te verlagen zoals het fonds PME (grootmetaal) voor 2012 doet: van 2,2% naar 2,0%. Dat zou 2% aan premie schelen.1)

Het jaar 2011 loopt bijna ten einde en de NRC van 15 december j.l. zet de huidige pensioenproblematiek nog eens op een rijtje. Van de 432 pensioenfondsen hadden afgelopen eind november 261 een tekort, dus een dekkingsgraad onder de 105%. Dat betreft 5,1 miljoen werknemers en 2,5 miljoen gepensioneerden. Het bureau Mercer verwacht dat als de situatie blijft zoals nu, kortingen op pensioenen van maar liefst 6% gemiddeld zullen moeten plaatsvinden. Gelukkig is de lange rente weer gestegen van 2,9% naar 3,1% aldus DNB en dat helpt de dekkingsgraad weer omhoog.

Afwachten hoe de situatie is op 31 december 2011; dat is de evaluatiedatum van DNB voor de herstelplannen. In het Financieel Dagblad van 16 december j.l. wordt Dick Sluimers, bestuursvoorzitter van pensioenuitvoerder APG die ook het ABP beheert, geciteerd met “het (systeem) te streng is voor ouderen om bij lage rente van nu de pensioenen te verlagen. En als er op basis van een lage dekkingsgraad wordt afgestempeld, is dat te mooi voor jongeren en te streng voor ouderen. Jongeren hebben nog alle tijd om de achterstand in te halen. Ik beweer ook niet dat we de komende jaren 7% rendement maken zoals in de afgelopen 20 jaar. Maar 2,7% als discontovoet, wat niets anders is dan toekomstig verwacht rendement, is wel erg laag”.

1) Het betreft hier het standpunt van het bestuur van de St. Pensioenbehoud. Het bestuur van het NBP heeft hierover nog geen standpunt bepaald.

Pensioenpremie, dekkingsgraad en levensverwachting

maandag 28 november 2011

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 27 november 2011

Het Tweede Kamerlid Klaver (GroenLinks) stelde onlangs de vraag aan minister Kamp of er een verband bestaat tussen het tekort van €250 miljard door de premieholidays in de jaren ’80 en ’90 en de mogelijke korting op de pensioenen nu (zie bijlage). Kamp antwoordde:

De huidige problematiek van de pensioenfondsen is ontstaan als gevolg van een combinatie van voortgaande daling van de rente, stagnerende beurskoersen en een stijging van de levensverwachting. De ontwikkeling van de dekkingsgraden in de laatste decennia wijst uit dat de huidige problemen niet kunnen worden herleid tot de afroming van pensioenvermogens aan het eind van vorige eeuw. Deze afroming was overigens mede het gevolg van politieke besluitvorming. In de periode 1984 tot 1992 is de pensioenpremie voor overheidswerknemers bij wet verlaagd tot onder het kostendekkend niveau. Daarnaast stimuleerde het wetsvoorstel dat beoogde „bovenmatige‟ pensioenvermogens weg te belasten, pensioenfondsen om hun dekkingsgraden te beperken.

Wat een politieke ontkenning van de werkelijkheid, schandelijk. Want indien de afroming van de pensioenen niet was gebeurd, zouden er nu hogere dekkingsgraden zijn geweest en dus minder of geen problemen bij de pensioenfondsen zijn. De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen is een collectieve actie gestart om te laten uitzoeken of de verloren onvoorwaardelijke indexatie voor ABP-pensioenen opgebouwd t/m 1996 weer kan worden hersteld. Iedereen met een ABP-pensioen van vóór 1997 kan zich aanmelden.

De onafhankelijke voorzitter Briët van het pensioenfonds PME (grootmetaal, met eind oktober een dekkingsgraad van slechts 88,7%) trok deze week veel aandacht met zijn voorstel om de pensioenpremie in 2012 te verhogen van 23% tot 28% van de pensioengrondslag, omdat volgens DNB uitstel niet meer mogelijk is. Dat komt wel in de buurt van een kostendekkende premie. Of een combinatie met een verlaging van het jaarlijkse opbouwpercentage of andere versoberingen van het pensioen. De CNV Vakmensen kwamen met het voorstel om in 2013 loon in te ruilen voor pensioen. Het inzicht van de noodzaak van kostendekkende premies begint door te breken.

Volgens het CBS (zie bijlage) is de levensverwachting van pasgeborenen in de periode 2000 en 2010 sterk gestegen (mannen van 75,5 tot 78,5 jaar en vrouwen van 80,6 tot 82,7 jaar) en dat is bevestigd door het Actuarieel Genootschap. Voor 65+ is de resterende levensverwachting opgelopen bij mannen van 15,3 tot 17,6 jaar (gem. 82,6 jaar) en bij vrouwen van 19,2 tot 20,8 jaar (gem. 85,8 jaar). Bij de pensioenopbouw van deze laatste groep is daarvoor te weinig premie betaald. De eerder voor 2010 voorspelde levensverwachtingen liggen zelfs hoger dan uit de waargenomen sterfte blijkt en dus hoeven pensioenfondsen (voorlopig) géén verzwaringen in hun pensioenverplichtingen door te voeren.

Een positief punt voor de ouderen is dat het inkomen van (echt)paren boven 65 jaar tussen 2001 en 2009 er gemiddeld 16% op zijn vooruitgegaan, aldus het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De gemiddelde Nederlander ontving 6% meer inkomen. Het SCP schrijft deze stijging voor ouderen toe aan de stijging van de AOW met 8% in die periode (boven de inflatiecorrectie). De redenen daarnaast zijn de verbeterde aanvullende pensioenregelingen en meer (echt)paren die beiden hebben gewerkt. Voor alleenstaande ouderen bedroeg de stijging van het inkomen 10%. Daarbij leven hoogopgeleiden gemiddeld 7 (!) jaar langer dan laagopgeleiden, aldus het SCP. De effecten van het niet indexeren van de pensioenen gedurende de laatste jaren zullen pas in het volgende onderzoek zichtbaar worden.

Pensioenfonds van het jaar

woensdag 16 november 2011

potamus Hippo Potamus

PNO Media, volgens Potamus al jaren het slechtste pensioenfonds van Nederland, heeft alweer een NPN-prijs gewonnen. NPN is een tijdschrift voor de pensioensector (onderdeel van de prestigieuze Financial Times) dat ieder jaar prijzen uitdeelt. Al viel het in 2011 tegen: “De jury erkende dat de omstandigheden van het moment alle reden geven voor terughoudendheid: in beide categorieën die het beleggingsbeleid van pensioenfondsen eren, werden om die reden dit jaar geen prijzen toegekend.

Maar die terughoudendheid gold kennelijk niet voor de prijs Pensioenfonds van het jaar. Die was voor PNO Media waarover de juryleden (waarvan ik de namen niet noem omdat ze kennelijk te goed van vertrouwen zijn geweest) oordeelden: De jury heeft respect voor de manier waarop PNO Media de mening van haar achterban glashelder laat doorklinken in haar beleid. De commissie-Frijns publiceerde vorig jaar het rapport ‘Onzekere Zekerheid’ waarin pensioenfondsen werd geadviseerd het beleggingsbeleid duidelijker te enten op de risicobereidheid en het risicodraagvlak van deelnemers. PNO Media heeft dat met beide handen aangegrepen en serieus werk gemaakt van deze oproep de achterban centraal te stelen (sic Potamus). De jury prijst de proactieve aanpak van het fonds om een beter inzicht te krijgen in de manier waarop de achterban ‘zekerheid’ en ‘pensioen’ beleeft. Ook vindt ze het bemoedigend dat deze feedback de input zal vormen voor de invulling die het mediafonds straks geeft aan het nieuwe pensioencontract. PNO media stelt de deelnemers, maar ook de gepensioneerden en aangesloten werkgevers centraal in de beslissingen die ze neemt. Weten wat je achterban wil en daarnaar handelen, getuigt van goede communicatie en good governance, en de jury zet PNO Media dan ook graag in het zonnetje als npn prijswinnaar in de categorie Pensioenfonds van het Jaar.

PNO Media kreeg ook nog een eervolle vermelding voor: “(…) onderzoek gedaan naar de risicobereidheid van deelnemers, pensioengerechtigden en aangesloten werkgevers. Het fonds hield groepsdiscussies met dezelfde stakeholders en maakte er een filmcompilatie van. Ook werd de effectiviteit van de communicatie gemeten door de ene helft van een onderzoeksgroep een voorlichtingsfilmpje te tonen en de andere helft niet. De resultaten worden gebruikt voor een aangepast communicatiebeleid. PNO Media heeft duidelijk de doelgroep gepolst en daarmee een brug geslagen naar het bestuur. Ook heeft het in bestaande expertise getapt door de samenwerking aan te gaan met PGGM en de onderzoeksresultaten uit te wisselen. Dat is de toekomst van pensioencommunicatie”.

Vreemd overigens dat notoire critici/gepensioneerden van het fonds niet werden uitgenodigd voor deze groepsdiscussies en pas later hoorden dat er een onderzoek was geweest. Ook het ‘voorlichtings’orgaan PNO Actueel zweeg. Het neemt overigens nooit kritische stukken op van deelnemers of die nu gepensioneerd zijn of actief. Die brug naar het bestuur is overigens hard nodig want het bestuur laat het beleid al decennia helemaal over aan de directie van PNO Media.

Het fonds, geleid door de altijd lachende Leo Witkamp (voortdurend denkend aan zijn inderdaad belachelijke dubbele Balkenendenorm-salaris), indexeert al jaren niet. In 1997 ontkende Witkamp overigens het vergrijzingsprobleem in een interview in De Telegraaf en beweerde dat juist de vele gepensioneerden zorgden dat de premies laag bleven. Kort na dat interview verdween de toch niet onaanzienlijke buffer van ruim 40 procent snel en bereikte een – voorlopig – dieptepunt in december 2008 toen de dekkingsgraad tot 88,0 procent daalde. Per oktober 2011 was het 90,2 en een klein wonder is nodig om per ultimo 2011 geen nieuw diepterecord te boeken. Wat zal onze Picard van de pensioenwereld daarmee blij zijn.1

En ook Potamus zal blij zijn, want misschien schrikt het bestuur van PNO Media eindelijk eens wakker en worden de pensioenpremies fors verhoogd tot minimaal kostendekkend niveau. Anders gaat straks voor al die noeste omroepmedewerkers het pensioenloket op rood en voor alle andere Nederlanders het televisiebeeld op zwart.

1 En met het lijstje van dekkingsgraden in De Volkskrant van 15 november, waar PNO als op zes na slechtste fonds staat genoteerd.

Acties en verwondering

woensdag 16 november 2011

De NBP is een strijdbare organisatie die opkomt voor uw pensioenbelangen. Er lopen momenteel een tweetal acties waar u aan mee kunt doen. Klik de knop Actie aan, doe mee en stuur de berichten ook door aan uw vrienden en kennissen.

H. Potamus uit zijn verwondering in zijn weblog ‘Pensioenfonds van het jaar‘.