Berichten met het label ‘Pensioengelden’

Al 35 jaar NBP!

dinsdag 16 april 2013

 

VAN DE VOORZITTER….

Onlangs hebben we een jubileum gevierd. Ongemerkt. Wij zijn als NBP al 35 jaar samen met Erwin Nypels, onze oud voorzitter alles uit de kast aan het halen om de zeggenschap van gepensioneerden gestalte te geven. Vijf en dertig jaar praten, vergaderen, aandringen en veel tegenwerking overwinnen. In ieder geval is deze informatie een antwoord op de vraag: Wat doen jullie eigenlijk?

Is dat alles? Nee.

  1. Wij willen het pensioenstelsel en het huidige systeem dus handhaven en ons niet terzijde laten zetten met de slogan volgens welke de vergrijzing de oorzaak van alle kwaad is. Dit betekent contact met de politiek, met hoogleraren, met wetenschappelijke instituten en andere organisaties in koepelverband om in woord en geschrift tegengas te bieden. Vele bijeenkomsten derhalve en voorbereidingen in Pensioencommissies om brieven met onze stellingname te “droppen”.
  2. Wij vinden dat het pensioenvermogen, thans 1007000000000 euro niet ter beschikking van de overheid moet komen, want daar hebben wij uiterst slechte ervaringen mee. Dus bestrijden wij de opvatting dat de overheid pensioenfondsen wil verplichten in hypotheken in Nederland of elders te investeren. Ook is een pensioenfonds geen bank van lening. Het traject van onderhandelen: zie het gestelde onder punt 1.
  3. Het verlagen van de pensioenopbouw staat in een regeringsakkoord. Maar wij gaan niet akkoord met het ondermijnen van de positie van werkenden en jongeren. Hun zorgen zijn al veel te groot als we denken aan demotie, slechte werkgelegenheid, pensioenbreuken door vele wisselingen in werk en het verslechteren van het arbeidsrecht. Traject van onderhandelen: politiek en belangenorganisaties.
  4. Premies voor pensioenen dienen kostendekkend te zijn, want als dit niet het geval is worden de uitkeringen automatisch verlaagd tot een perspectiefloos bedrag. Traject van handelen: zie onder punt 3.
  5. Wij willen niet dat de overheid als een soort beleggingsadviseur gaat optreden. Hieruit vloeit als vanzelf de stellingname voort dat ook de Europese Unie zich niet met het unieke Nederlandse stelsel mag bemoeien. Traject van handelen: Lobby te Brussel en een goed contact met de Nederlandse parlementariër Pieter Omtzigt.
  6. Wij vinden het maatschappelijke engagement van vele fondsen onvoldoende. Tevergeefs hoopten wij dat ook pensioenfondsen zich zouden keren tegen de onredelijke verdeling van de lasten die vooral lagere en middeninkomens weer treffen. Traject van handelen: brieven en artikelen schrijven en op pad.
  7. De condities met betrekking tot het korten dan wel afstempelen van de pensioenen moeten juridisch duidelijker, eerlijker en en rechtvaardiger in de wet worden vastgelegd, zeker waar het ook moet gaan om de reparatie van die kortingen via inhaal- c.q. herstelbetalingen.

Tot zover dit deel van verslaggeving over ons doen en laten. Een volgende keer zal het gaan over wat we hebben bereikt. Dat zal een veel korter verhaal worden valt te vrezen, gezien duur van het onopvallende jubileum waarmee ik begon.

Simon van der Schoot

Het sociaal overleg

maandag 15 april 2013

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 15 april 2013

Wordt het ‘sociaal overleg’ ook een ‘sociaal akkoord’?
Op 11 april hield het kabinet een ‘sociaal overleg’ met de voormannen van de werkgevers en de werknemers, en de resultaten daarvan werden met tromgeroffel wereldkundig gemaakt. Pas na goedkeuring van de Tweede en Eerste Kamer resp. de Federatieraad van de FNV en het VNO bestuur kan het een ‘sociaal akkoord’ worden genoemd, ook wel het Mondriaan-akkoord naar de school waarin het overleg plaatsvond. Voor de sociale partners zal goedkeuring een fluitje van een cent zijn gezien de vele punten die zij hebben binnengehaald, maar de oppositie in het parlement kan het kabinet het nog flink lastig maken vanwege het afzien van ruim 4 miljard aan bezuinigingen voor 2014 en geen nullijn voor de zorg. Want wie betaalt het akkoord van 600 miljoen dan eigenlijk? Er wordt gerekend met een ‘inverdieneffect’ van de verwachte groei van de economie, terwijl de pensioenen dalen en de prijzen en belastingen flink stijgen. Blijkt die groei in augustus tegen te vallen, dan volgen deze bezuinigingen alsnog. Maar hoop doet leven.

Over de volgende punten werden afspraken gemaakt: de WW, het ontslagrecht, de flexarbeid, de arbeidsgehandicapten, een uitbreiding van de overbruggingsregeling AOW-leeftijdsverhoging en de pensioenen. Voor de pensioenen zijn de volgende punten het meest van belang:

  • Er is een overbruggingsregeling AOW, die gaat gelden voor personen die op 1 januari 2013 reeds deelnemen aan een VUT- en prepensioenregeling en zich niet hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW leeftijd. Deze regeling wordt verruimd naar deelnemers met een inkomen tot 200% van het wettelijk minimum loon (WML) voor alleenstaanden en 300% WML voor paren. De regeling werkt terug tot 1 januari 2013.
  • Vanaf 2015 kan voor het inkomensniveau boven 100.000 euro niet langer belastingvrij) voor een aanvullend pensioen worden gespaard. Dit geldt zowel voor pensioenopbouw in de tweede pijler (collectief) als de derde pijler (individueel). Het maximale opbouwpercentage voor nieuwe pensioenopbouw wordt per 2015 verlaagd met 0,4%, hetgeen door vele organisaties zoals de ondernemingsraden van 20 grote bedrijven als onrechtvaardig voor jongeren wordt gezien, evenals door de Stichting Pensioenbehoud.
  • Het kabinet geeft de sociale partners tot 1 juni 2013 de gelegenheid een alternatief voor of aanvulling op bovenstaande maatregelen uit te werken met een maximaal budgettair beslag oplopend tot structureel 250 miljoen euro. Ten behoeve van deze uitwerking wordt een werkgroep opgestart waarin het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Financiën zullen participeren. Bijvoorbeeld wordt gedacht aan collectief netto sparen met een vrijstelling van vermogensrendementsheffing in box 3 en/of het schrappen van de omkeerregel (verschuiving belastingheffing en geen vermogensrendementsheffing).
  • De sociale partners pleiten voor een (wettelijk) verplicht invaren van de bestaande pensioenrechten om een splitsing te voorkomen tussen het reële (nieuwe zachte) en het nominale (huidige harde) pensioencontract, waarbij ook voor een andere indexatie kan worden gekozen dan het volgen van de prijsontwikkeling.
  • De rekenrente (discontovoet) met de onlangs aangevulde Ultimate Forward Rate (UFR) wordt ter discussie gesteld en het onderzoek wordt opnieuw gestart naar een andere (macrostabiele) discontovoet dus een hogere rekenrente in slechte tijden en een lagere rekenrente in betere tijden. De Stichting Pensioenbehoud en de Tweede Kamer hebben datzelfde verzoek aan de staatssecretaris SZW Klijnma gedaan, maar zij is de aan de Tweede Kamer toegezegde uitbreiding van de taakopdracht van de commissie UFR niet nagekomen. Nu moet ze wel een goed en breed onderzoek laten uitvoeren op basis van deze afspraken.
  • De sociale partners in de Stichting voor de Arbeid pleiten voor een overgangsjaar 2014 waarbij al rekening wordt gehouden met het nieuwe financiële toetsingskader (met vaste premie) om afstempelingen en bijbetalingen zoveel mogelijk te voorkomen.

Het worden de komende maanden weer spannende tijden. We zullen de politiek benaderen met onze verbetervoorstellen samen met andere organisaties voor ouderen zoals de KNVG en NBP.

Nog maar eens het pensioenvermogen

maandag 8 april 2013

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 8 april 2013

Nieuw: minister van Economische Zaken over onze pensioen
In de TV uitzending van Eva Jinek op Zondag van 7 april deed minister van Economische Zaken Henk Kamp een opvallende uitspraak op de vraag hoe dit kabinet de economie weer aan de praat gaat krijgen. Gesteld werd dat de drie banken die we nog over hebben, te weinig kredieten kunnen verlenen aan het midden- en kleinbedrijf (MKB), de economische motor van Nederland. Maar liefst 50% van de aanvragen voor krediet aan het MKB wordt afgewezen door financieringsproblemen bij de banken, aldus de voorman van MKB Nederland Hans Biesheuvel. Minister Henk Kamp stelde daarop dat Nederland een rijk land is en dat er veel geld wordt gespaard bij de pensioenfondsen dat is te gebruiken voor de banken. De verzekeraars beleggen 45% van hun vermogen in Nederland en pensioenfondsen maar 15%, aldus de bewindsman. “Pensioenen zijn het eigendom van werkgevers en werknemers; die zitten in het pensioenfonds en maken zelf uit wat er mee gebeurd.” Deze uitspraak is pertinent onjuist. Het pensioenvermogen is juridisch eigendom van het pensioenfonds (vrijwel altijd een stichting) en als uitgesteld loon het economische eigendom van de premiebetalers en de gepensioneerden. Nu zitten alleen werkgevers en werknemers in het bestuur van het pensioenfonds, maar vanaf 1 juli krijgen na een overgangsperiode eindelijk ook de gepensioneerden het wettelijke recht om deel te nemen aan het pensioenfondsbestuur.
Minister Kamp vindt dat de werkgevers en werknemers in het fondsbestuur verstandige mensen zijn. Hij is ervan overtuigd dat pensioenfondsen meer in Nederland willen investeren. “Maar er zal door de overheid geen pressiemiddel worden gebruikt om dat doel te bereiken, alleen op vrijwillige basis.“ Daartoe wordt overleg gevoerd om in Nederland te beleggen aantrekkelijker te maken voor pensioenfondsen, aldus de minister. Voor minister Henk Kamp maken de pensioenvermogens kennelijk deel uit van de macro-economie en dat is zijn terrein. Maar hoe zou de minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher hierover denken? Behoren de pensioenen als arbeidsvoorwaarde nu ineens bij macro-economie? Het pensioenvermogen is om de pensioenen te kunnen uitbetalen, niet om banken of indirect het MKB overeind te houden met het beleggingsbeleid van pensioenfondsen. We hebben in het verleden al gezien waartoe dat heeft geleid.

SER-rapportage ‘Nederlandse economie in stabieler vaarwater’
Op 5 april heeft de Sociaal Economische Raad (SER) met als leden vertegenwoordigers van de werkgevers en de werknemers evenals onafhankelijke leden, een rapport uitgebracht met “verduidelijkingen van de complexe macro-economische wisselwerkingen in onze economie”. Behalve de woningmarkt en de banken worden in hoofdstuk 4 de pensioenen behandeld. Ook hier worden de pensioenen gezien als macro-economische grootheid en niet als uitgesteld loon.
“Eén van pijlers van het systeem was de gedachte dat door de risicodeling tussen generaties een beter resultaat kon worden bereikt. Dat komt vooral doordat jongeren beter in staat zijn om beleggingsrisico’s op te vangen dan ouderen. Een manier om dat te bereiken is voor jonge deelnemers risicovoller te beleggen dan voor ouderen. Dit is alleen tot wederzijds voordeel als jongeren dan een vergoeding ontvangen voor het overnemen van het risico van ouderen en bij positieve schokken meer dan gemiddeld profiteren. (..) Risicodeling tussen generaties werkt echter niet als het gaat om het opvangen van macro-economische risico’s. Macro-economische risico’s treffen alle huidige generaties tegelijk. Als de beurskoersen dalen, hebben alle generaties die nu in het pensioenfonds deelnemen daar last van. Het risico van de een valt dus niet weg tegen het risico van de ander.” Zo hebben de gespaarde pensioenen dus last van de macro-economie.
“Risicodeling met toekomstige generaties brengt forse welvaartsvoordelen met zich mee. Het gaat dan om generaties die nu nog niet aan het pensioenfonds deelnemen. De beste pensioenresultaten kunnen worden bereikt door mee- en tegenvallers op financiële markten deels naar hen door te schuiven. Dat werkt het beste als de huidige generaties een buffer hebben aangelegd, waarop het fonds kan interen als zich een tegenvaller aandient. Als er geen buffer is, dan ligt dat veel moeilijker. Door in te teren zou de buffer dan immers negatief worden en nieuwe deelnemers zouden het fonds met een onbetaalde rekening uit het verleden betreden.” Een sterk pleidooi voor buffers.
“Er is dus behoefte aan een mechanisme om de nieuwe discontovoet op een onafhankelijke manier vast te stellen en consequente toepassing ervan in goede én slechte tijden te verzekeren.” Een breder onderzoek naar deze rekenrente had staatssecretaris Jetta Klijnsma onlangs aan de Tweede Kamer beloofd, maar de KNVG heeft te horen gekregen dat deze toezegging niet volledig wordt nagekomen. Hoezo betrouwbare overheid.

Pensioenvermogen groot genoeg?

dinsdag 2 april 2013

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 1 april 2013

Een biljoen euro pensioenvermogen en toch pensioenkorting
Het blad IPN van 28 maart schrijft “Woordvoerder Tobias Oudejans van De Nederlandsche Bank bevestigt dat het vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen is gestegen tot 1.007.191 miljoen euro, ofwel ruimschoots meer dan een biljoen. Een jaar eerder bedroeg het pensioenfonds-vermogen nog ruim 873 miljard. De pensioenfondsen zagen de spaarpot in 2012 dus met 134 miljard euro toenemen. In 2011 groeide het vermogen met 71 miljard euro iets minder hard aan, tot bijna 802 miljard euro. Ondanks het record bedrag in de pensioenpotten is er echter geen reden tot juichen. Volgens de laatste dekkingsgraadrapportage van de toezichthouder van 21 maart 2013 bedroeg de dekking van de pensioenfondsen per ultimo februari gemiddeld 104 – een procentpunt onder het wettelijk minimum.”

De Nederlandsche Bank geeft de volgende toelichting: “De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in februari gestegen naar 104%. Eind december 2012 bedroeg de gemiddelde dekkingsgraad nog 102%. De dekkingsgraad – de verhouding tussen de beschikbare middelen en de verplichtingen – is vooral toegenomen door de verwerking van de kortingen die de pensioenfondsen in februari hebben aangekondigd. Daarnaast is de rentetermijnstructuur sinds december 2012 gestegen en namen de (buitenlandse) aandelenkoersen toe. In februari hebben 68 van de 415 pensioenfondsen een korting per april 2013 aangekondigd. Per ultimo februari waren 3,9 miljoen actieve deelnemers en 1,9 miljoen pensioengerechtigden aangesloten bij een pensioenfonds met een dekkingstekort.”
En toch stroomt het Malieveld in Den Haag niet vol met protesterende gepensioneerden. Wat is er toch aan de hand? Daarnaast geeft een dekkingsgraad van gemiddeld 104% niet de meest slecht presterende grote fondsen in februari aan: ABP 98%, PMT 98,5% en PME 99,4%. Dus er hangt nog meer onheil in de lucht.
BNR Nieuwsradio meldt op 27 maart “Dat veel mensen juist gekort worden op hun pensioen geeft volgens Lutjens een vertekend beeld. Je moet niet alleen voor de huidige gepensioneerden geld hebben, ook voor de jongeren die pensioenaanspraak hebben opgebouwd. Daar moet een vermogen ook op ingericht zijn.” Maar de hoogleraar pensioenrecht Lutjens vergeet te melden dat het niet alleen om het aanwezige vermogen gaat , maar ook dat er door de jongeren meer premie moet worden betaald wegens hun gemiddeld zeven jaar langere levensverwachting dan de huidige ouderen. Net zoals de ouderen die steeds meer premie betaalden naarmate zij ouder werden.

Houd toegezegde pensioenuitkering in stand, het kan!
In de uitgave van Me Judice van 29 maart schrijven prof. dr. B. van Praag en drs. D.A. Hollanders het prima artikel Houd toegezegde pensioenuitkering in stand, het kan! “Het huidige pensioensysteem waarin deelnemers een aan het loon gerelateerde pensioenuitkering krijgen toegezegd biedt een aantal evidente voordelen boven het ‘casino-pensioen’, waarin alle risico’s bij de deelnemers liggen. Ook is het op lange termijn houdbaar – in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt. Dit stellen David Hollanders en Bernard van Praag. De gedachte dat de langere levensduur en lage rente dwingen tot het inruilen van het huidige pensioen voor een casino-pensioen snijdt geen hout.” Lees het artikel op www.mejudice.nl.

Ouderen in actie

maandag 25 februari 2013

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 25 februari 2013

Ouderen in actie en bezwaarschriften ingediend
Een aangepast overzicht van de pensioenkortingen per 19 februari 2013 vindt u in de bijlage. Het is nu al bij 57 van de 68 kortende fondsen bekend gemaakt en dat valt zwaar tegen voor 1,1 miljoen gepensioneerden. De Nederlandse Bank spreekt wel van een gemiddelde van 1,9% korting, maar er zijn wel kortingen tot 7%. En voor 2014 is er voor circa 34 fondsen met 0,7 miljoen gepensioneerden een korting van gemiddeld 1,7%. Het zal je maar treffen na jarenlang geen indexering van je pensioen voor inflatie en dat door een onjuiste rekenrente. Daar zijn de meeste van de kortende pensioenfondsen de dupe van al zijn er ook nog andere oorzaken van de te lage dekkingsgraden (zie hierna). Daarom zijn de ouderenorganisaties NVOG, Unie KBO, PCOB en NOOM een handtekeningenactie gestart die vóór 1 maart moet worden getekend op www.oudereninactie.nl.

Dat de rekenrente niet (meer) juist is, betogen ook de twee vooraanstaande bureaus Towers Watson en Aon Hewitt in een artikel in het blad IPN van 21 februari. Zij dringen aan om “verplichtingen niet langer te waarderen op basis van marktrente, maar in plaats daarvan een rekenrente te ontwikkelen ‘op basis van verwacht rendement’.” Zij voegen eraan toe dat “de vereiste risicobuffers ‘voor de meeste praktische doeleinden onacceptabel hoog zijn’.” Ook de financieel econoom dr. L.A.P. Swinkels breekt een lans voor een andere rekenrente. De auteur is er steeds meer van overtuigd geraakt dat er belangrijke nadelen kleven aan het blind toepassen van de zogenaamde marktwaardering, aldus Swinkels. En dat komt omdat de markt van pensioenaanspraken zeker geen perfecte markt is en “er geen transparante en objectieve ‘fair value’ bestaat voor pensioenverplichtingen.” Omdat er niet maar één ‘fair value’ bestaat, zou die waarde zich moeten bewegen tussen een vast te stellen boven- en ondergrens als meest waarschijnlijke waarde van een verplichting, aldus Swinkels. We hebben deze informatie ook ter kennis gebracht van de pensioenwoordvoerders van de Tweede Kamer.

Waarom sommige pensioenfondsen het goed doen en andere slecht
Hoe komt het dat sommige pensioenfondsen het goed doen en andere niet ? Volgens Theo Kocken, hoogleraar risicomanagement aan de Vrije Universiteit (VU), liggen drie factoren daaraan ten grondslag zoals hij in de nieuwsbrief Z24 van 19 februari schrijft.

1. pensioenpremies
Een belangrijke factor zijn de premies die worden afgedragen om later de pensioenen te kunnen betalen. Bij sommige fondsen komen meer premies binnen dan nodig voor het pensioen dat wordt opgebouwd. Een soort buffer dus. Bij de grote pensioenfondsen in de metaal bijvoorbeeld kunnen werkgevers en werknemers niet zo’n hoge buffer betalen. Die fondsen staan er nu slecht voor omdat ze geen extreem hoge reserves hebben. Daarom kunnen ze ook de toename in levensverwachting moeilijk opvangen. Omdat mensen ouder worden, zijn de pensioenverplichtingen van de fondsen sinds het midden van de jaren 90 alleen al met 15 tot 20 procent toegenomen. Pensioenfondsen die meer premies ontvangen in verhouding tot wat ze aan pensioen beloven, staan er over het algemeen veel beter voor. Bij het pensioenfonds voor de huisartsen bijvoorbeeld is de pensioenafdracht anderhalf tot twee keer zo hoog als nodig is voor wat ze beloven. Ze beloven minder, maar hebben dus een enorme natuurlijke buffer die ze uitdelen aan hun deelnemers zolang het goed gaat.

2. levensverwachting
De toename van de levensverwachting verschilt per pensioenfonds. Bij sommige fondsen is de levensverwachting van pensioengerechtigden dan ook sneller toegenomen dan bij andere fondsen. Dat kan al gauw een kleine 10 procent schelen. Ook dat is een reden dat sommige pensioenfondsen hogere verplichtingen hebben dan andere en meer moeten korten.

3. beleggingen
Pensioenfondsen hebben gemiddeld genomen redelijk tot goede beleggingsresultaten behaald. Het gemiddelde vermogen van de fondsen is de laatste 5 jaar met 30 procent gestegen, maar hun verplichtingen zijn gemiddeld met 86 procent gestegen. Dat komt omdat mensen ouder worden en door de lage rentestand (rekenrente). Sommige fondsen dekken zich in tegen rentedalingen, onder meer door meer langlopende obligaties te kopen. Die worden bij een dalende rente meer waard. De kans op ‘afstempelen’, het korten op de pensioenen wordt daardoor kleiner, aldus Theo Kocken.

Jetta Jokt… Lodewijk Liegt…

maandag 28 januari 2013

 
Jetta Jokt…
De immer sympathiek ogende Jetta Klijnsma, staatssecretaris van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt helaas mee te gaan in het ontkennen dat gepensioneerden extra zwaar de lasten van de bezuinigingen moeten dragen. Vrolijk als altijd beweerde zij dat alle leeftijdscategorieën moeten inleveren. Dat mag in grote trekken zo zijn, maar de gepensioneerden zijn de enigen die daar bovenop nog eens 5% tot 7% van hun netto pensioen inleveren. Dan zwijgen wij nog maar over de mensen met een vrijwillige of gedwongen pré-pensioen regeling die nu of in de toekomst in het inmiddels beruchte AOW-gat vallen. De daarvoor ontworpen overgangsregeling schijnt slechts voor de 15% minst betaalden uitkomst te bieden. Als wij daar nog eens bovenop rekening houden met het feit dat de koopkrachtvermindering van gepensioneerden al jarenlang aan de gang is en grote groepen in april rekening moeten houden met forse kortingen op hun pensioen, dan is het stellen dat alle leeftijdscategorieën moeten inleveren een generalisatie die dicht in de buurt van liegen komt.

Lodewijk Liegt…
Haar niet minder sympathiek ogende baas Lodewijk Asscher, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, tevens vicepremier, trok de lijn door. Kennelijk is in het kabinet of op het ministerie afgesproken om de problemen van de gepensioneerden vooral te ontkennen en als dat niet lukt te bagatelliseren. Hij stelde dat de netto-vermindering van de pensioenen het gevolg is van de uniformering van de belastingtarieven. Nu pakte dat nadelig uit maar het vorige jaar pakte het voordelig uit voor de gepensioneerden en toen had hij ze niet gehoord. Van tweeën één: ofwel Lodewijk Asscher kletst uit zijn nek of hij liegt dat hij zwart ziet. De uniformering belastingtarieven is ingegaan op 1.1.2013 en tevoren heeft dat geen effecten gehad. Door deze wijziging zijn de tarieven voor werkenden en gepensioneerden met 4% omhoog gegaan hetgeen er netto flink inhakt. Voor de werkenden is dat gecompenseerd omdat de premie ziektekostenverzekering die door de werkgever wordt betaald niet meer bij het belastbare inkomen hoeft te worden geteld. De gepensioneerden betalen die premie zelf en zij worden niet op gelijke wijze gecompenseerd.

Ouderen hebben er best begrip voor dat zij hun steentje moeten bijdragen nu het land in problemen is. Maar dat zij veel meer dan anderen moeten inleveren en dat dit ook nog eens wordt ontkend is onverteerbaar.

Pensioen en generaties

maandag 7 januari 2013

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 7 januari 2013

De ouderen eten NIET het pensioen op van de jongeren
De bewering dat de babyboomers hun kinderen zouden bestelen door de pensioenpotten op te maken, mist elke grond en is onjuist. Maar die stelling is wel de basis van de eis van sommige activistische jongeren die stellen dat een individualisering van de pensioenen noodzakelijk is, iedereen zijn eigen potje. Stoppen met de solidariteit tussen jong en oud.

AOW
Bij de AOW neemt de vergrijzing flink toe. Volgens de CBS Kerncijfers van de bevolkings-prognose 2010-2060 (zie bijlage) waren er in 2010 nog vier werkenden op elke gepensioneerde, in 2040 is dat ongeveer twee werkenden op elke gepensioneerde. Dus moet er wat veranderen om de kosten voor de overheid beheersbaar te houden. En dat gebeurt nu al. AOW-ers met een wat groter pensioen betalen sinds 2011 mee aan de AOW via de ‘houdbaarheidsbijdrage’ die tot 2030 steeds verder zal stijgen. Daarnaast gaat de AOW-leeftijd omhoog. Vanaf 2013 wordt niet alleen gekeken naar het inkomen bij het bepalen van de eigen bijdrage voor verzorgingshuizen, maar ook naar het vermogen. De babyboomers en de generatie daar net onder betalen dus in toenemende mate hun eigen zorg en AOW.

Ouderdomspensioen
Bij de pensioenen is iets soortgelijks te zien. Door de vergrijzing zijn er steeds minder premiebetalers en meer pensioenuitkeringen. Volgens de CBS tabel Pensioenfondsen; deelnemers en premies 2006-2011 (zie bijlage) is deze verhouding nu nog ongeveer 6:3, naar verwachting verslechtert deze naar 6:5 rond 2040. De komende jaren groeit de pensioenpot echter nog zoals door het ABP is aangetoond (zie de nieuwsbrief van 17 december 2012) hetgeen ook door prof. Frijns in een interview bij RTLZ op 10 december 2012 werd bevestigd. Volgens de CBS tabel Pensioenfondsen; deelnemers en premies 2011 (zie bijlage) bedragen de pensioenpremies nu circa 30 miljard en volgens CBS tabel Pensioenfondsen, pensioenuitkeringen 2008-2010 (zie bijlage) zijn de pensioen-uitkeringen in 2011 circa 25 miljard. Elk jaar komt er dus exclusief beleggingsrendement nog zo’n 5 miljard bij. Het omslagpunt is te verwachten vanaf ongeveer 2020. Het beleggings-rendement kan dan ook worden gebruikt voor indexering van de pensioenen, maar vanwege het wel 8 jaar langer leven van de huidige jongeren moeten er dan wel aanpassingen in het pensioencontract plaatsvinden zoals een hogere premie of lagere aanspraken.

De pensioenpositie van de jongeren is daarbij relatief sterk. Volgens de CBS tabel Pensioenaanspraken van personen, kerncijfers 2008 (zie bijlage) zijn de te bereiken pensioen-uitkeringen van jongeren hoger dan die van ouderen. Dit komt mede door de toegenomen aantallen tweeverdieners en het hogere gemiddelde opleidingsniveau van jongeren en de daaraan gekoppelde hogere inkomens. De CBS cijfers houden echter geen rekening met het middelloon principe en zijn dus te optimistisch. Maar ook prof. Goudswaard heeft in het WRR rapport De toereikendheid van pensioeninkomens in Nederland van 28.9.12 (zie bijlage) geconstateerd dat de bruto pensioenaanspraken van jongeren gemiddeld hoger zijn dan van ouderen. Zo zijn de jongeren van nu rijker dan hun ouders waren op die leeftijd.

De huidige pensioenproblematiek wordt vooral veroorzaakt door een combinatie van een stijgende levensverwachting en een extreem lage rekenrente. De berekeningsmethode daarvan dient o.i. te worden aangepast op basis van langdurig rendement minus een afslag per fonds. Dan wordt het vele korten overbodig. Met een dekkingsgraad van rond de 100% kan niet worden gesteld dat de oudere generaties in het verleden te weinig premie hebben betaald. Zij hebben een reserve opgebouwd die we nu in deze crisistijden ook inzetten waarvoor die is bedoeld, tegenvallers opvangen. Jongere generaties hebben een moreel recht op een dekkingsgraad van 100%, het surplus is bedoeld om tegenvallers op te vangen.

Unverschämt

zondag 30 december 2012

Leo van Heesch Leo van Heesch

In plaats van dit Duitse woord had ik ook het Nederlandse woord schaamteloos kunnen gebruiken maar het Duits heeft meer de gevoelswaarde van brutale schaamteloosheid dan het Nederlands.

Daarom unverschämt voor de houding van Ruud Lubbers in het programma “Buitenhof” op zondag 23 december 2012. Hij zat weer Lubberiaans wollig te praten over herstel van vertrouwen en het scheppen van banen in de duurzame sector. Met name het afstempelen van pensioenen droeg volgens hem niet bij aan het herstel van vertrouwen en daarom moesten wij naar een pensioenfonds nieuwe stijl, zonder dat hij verder aangaf wat hij daarmee bedoelde.

Eén van zijn gesprekspartners, Wiersma van FNV-Jong maakte het wat minder wollig door heel concreet aandacht te vragen voor het voornemen van de regering om de pensioenopbouw drastisch te verlagen waardoor met name jongeren in de toekomst veel minder pensioenrechten opbouwen. Zo’n maatregel tast het vertrouwen van jongeren heel sterk aan. Vervolgens richtte hij zich rechtstreeks tot Lubbers en vroeg hem of hij geen spijt had van de pensioenroof in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw, die mede de oorzaak is van de slechte positie van de pensioenfondsen waardoor die nu gedwongen worden om af te stempelen.

Een ander woord dan unverschämt kwam niet bij mij op toen ik het antwoord van Lubbers hoorde. Hij betoogde dat de pensioenfondsen toentertijd een overmaat aan middelen hadden en dat de werkgevers die het merendeel van de premie hadden betaald daarvan een deel hadden teruggenomen. De regeringen onder zijn leiding hadden dat goed gevonden

Schaamteloos omdat door werkgevers betaalde pensioenpremies uitgesteld loon zijn, eigendom van de deelnemers aan het pensioenfonds en geen vermogen waar werkgevers nog recht op hebben. Een regering heeft niet goed te vinden als daar toch door werkgevers een greep in de kas wordt gedaan.

Schaamteloos omdat de CDA-VVD regering onder zijn leiding, later de CDA-PvdA regering onder zijn leiding met wetgeving dreigden om de vermogens van pensioenfondsen af te romen en zo de werkgevers op ideeën brachten om die vermogens dan maar zelf af te romen. Zijn regeringen hebben dus niet iets goed gevonden maar zijn zelf actief bij deze roof betrokken geweest.

Schaamteloos omdat Lubbers zelf de aanzet heeft gegeven om de premies voor het ABP onverantwoord te verlagen en vervolgens niet af te dragen, wat uiteindelijk heeft geleid tot een greep door de regering uit de pensioenkas van het ABP van 25 miljard euro.

Schaamteloos omdat hij niet inging op de vraag of hij daar spijt van had maar opriep om niet te gaan zwarte pieten. Vervolgens maakte hij een onnavolgbare draai door bovenstaande gebeurtenissen aan te grijpen voor een ereplicht om de pensioenfondsen te moderniseren.

Schaamteloos ook omdat hij pleitte om de pensioenfondsen opnieuw te misbruiken, nu om de hypotheken van de banken over te nemen. Dit pleidooi werd drie maanden geleden gelanceerd door Bernard Wientjes voorzitter van VNO-NCW, iets later overgenomen door Piet Moerland bestuursvoorzitter van de Rabobank, opnieuw bepleit door Elco Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland en o.a. vice-voorzitter van VNO-NCW, voorzitter van de Raad van Commissarissen van het APG die de regelingen voor het ABP uitvoert en ook president commissaris van Rabo Vastgoed. De jongens kennen elkaar dus een beetje en daar kwam nu dus Ruud Lubbers bij, o.a. voorzitter van het Curatorium van VNO-NCW, daarbij ondersteund door het orakel Wiegel, lid van datzelfde Curatorium.

Schaamteloos ook omdat wij weten wat VNO-NCW verstaat onder modernisering van het pensioenstelsel. Minder pensioenopbouw waardoor de premies voor de werkgevers lager worden en de toekomstige pensioenrechten sterk verminderen. Een premieplafond waardoor alle risico’s van inflatie, valuta’s en beleggen bij de deelnemers terecht komen. Een verdeling van de pensioenpremies waardoor werknemers meer gaan betalen en werkgevers minder.

Unverschämt want in plaats van zich te schamen voor de grootste roof in de Nederlandse geschiedenis en daar spijt van te hebben gebruikte Ruud Lubbers met een onnavolgbare draai deze zaken om de agenda van de werkgevers weer een stukje dichter bij te brengen.

~~~~~~~~~~~~~

Bovenstaand weblog inspireerde Simon van der Schoot tot de volgende rijmende woorden:

RUUD LUBBERS…

ALS RUUD LUBBERS EEN FOUT ERKENT,
DAN LIJKT HIJ ZOWAAR EEN GROTE VENT.
MAAR DIE GROOTHEID… WEER VIA ONZE CENTEN,
LIJKT OP RECLAME OM ZICHZELF TE VENTEN.
HEEFT HIJ EEN BAAN IN PENSIOENLAND OP HET OOG?
DAN WEER SUCCES MET ONS GELD, NADAT HIJ ONS BEDROOG…
HET IS ZEER LASTIG VERTROUWEN TE HERSTELLEN
ALS WE DE MILJARDEN DIEFSTAL DAAR TEGENOVER STELLEN…..

Simon van der Schoot

Maatschappelijke (ON) betrokkenheid….

dinsdag 11 december 2012

Tot onze verbazing, maar ook verontwaardiging, wordt er niets meer gedaan aan het duidelijk in kaart brengen van de miljarden euro’s die aan de pensioenfondsen zijn onttrokken. “Niet meer te achterhalen” stelt de Pensioenfederatie bijna jubelend vast. Over maatschappelijke betrokkenheid gesproken….

Wij dringen er nadrukkelijk op aan, hiermede geen genoegen te nemen, omdat de jaarstukken van elk pensioenfonds opvraagbaar zijn en dus zwart op wit valt te constateren, wat er met ons pensioengeld is gebeurd. In 2002 beloofde de toenmalige staatsecretaris van Sociale Zaken, de heer M. Rutte deze miljardenroof te willen uitzoeken. De huidige “steekproef “onder vijf pensioenfondsen, nota bene a n o n i e m, dus in het geniep…, is even dwaas als een open hart operatie via de blinde darm afhandelen. Ook het schijnargument van – alweer- de Pensioenfederatie dat het een en ander teveel geld kost en dat die gelden verhaald zullen worden op de pensioendeelnemers getuigt van een zodanige onwil en gemakzucht dat aan het bestaansrecht van een dergelijke federatie moet worden, getwijfeld, omdat deze organisatie op voorhand ondeugdelijk handelen door de pensioendeelnemers wil laten financieren. Over maatschappelijke betrokkenheid gesproken…….

Wij verzoeken met klem dit alles zó niet te laten passeren en het middel van de parlementaire enquête niet te schuwen bij de waarheidsvinding die dringend noodzakelijk is.

Geachte Kamerleden,
Voor uw inzet ter zake danken wij u bij voorbaat.

Simon van der Schoot,
voorzitter Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen,
Den Haag.

Sluipmoord op het welvaartsvaste pensioen

maandag 10 december 2012

De Volkskrant had geen betere kop kunnen bedenken voor hun artikel over twee pagina’s in de krant van 8 december over wat er met de pensioenen aan de hand is. Het is voor zover wij weten de eerste keer dat een krant een poging doet om een volledig en evenwichtig verhaal te vertellen. Natuurlijk zijn er wat kanttekeningen bij te plaatsen. Zo wordt de suggestie gewekt dat de huidige gepensioneerden geweldige pensioenen hebben, terwijl die in feite gemiddeld niet boven de € 750 per maand uitkomen. Met name de oudere gepensioneerden hebben tot hun 35e nog zegeltjes geplakt om als ze 65 waren het duizelingwekkende bedrag van ƒ 10,93 per maand meer te krijgen dan de Aow.

Maar de kanttekeningen die te maken zijn doen niet af aan onze waardering dat hier nu eens eindelijk een compleet verhaal wordt verteld over de oorzaken waardoor ons pensioenstelsel steeds verder wordt aangetast. De sluipmoord geeft een goed beeld, omdat mensen pas met die achteruitgang worden geconfronteerd op het moment dat ze pensioen gaan ontvangen. Velen denken nog steeds dat dit ongeveer 70% van hun eindloon zal zijn maar constateren dan tot hun verbijstering dat het veel minder is.

De oorzaken worden in het betreffende artikel allemaal genoemd, van het gegraai van de werkgevers in de pensioenpotten in de jaren ’90 van de vorige eeuw, via de internetzeepbel in 2001 tot de crisissen vanaf het jaar 2008, de verschraling van de eindloonregeling naar de middenloonregeling, het jarenlang achterblijven van de indexatie (er is een bezopen pensioenfonds voor de drankenindustrie waar de gepensioneerden al 19% van hun koopkracht hebben ingeleverd), de via het herstelplan noodzakelijke verhogingen van de pensioenpremies, het later ingaan van het pensioen en de AOW, het korten op de pensioenen en tot slot de nieuwe regeringsmaatregel om de pensioenopbouw in te perken.

Met name dit laatste aspect gaat ten koste van de jonge werknemers, een voorzichtige schatting is dat zij nog eens een kwart van hun pensioen daardoor kwijt raken. Het is dan ook dit aspect dat de Deelnemersraad van het ABP er toe heeft gebracht om een persbericht te doen uitgaan om hier tegen stelling te nemen. Dit persbericht had de unanieme steun van jongeren, ouderen en gepensioneerden in de Deelnemersraad. Na alle negatieve ontwikkelingen is dit regeringsvoornemen de genadeslag voor de pensioenrechten van de jongeren.