Berichten met het label ‘Pensioengelden’

Voortwoekerende eurocrisis

maandag 14 november 2011

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 13 november 2011

De eurocrisis woekert alsmaar voort zonder een duidelijke koers voor een oplossing. Daarom hebben onze pensioenfondsen het moeilijk: lage beurskoersen en een lage swap-rente als rekenrente voor de – daardoor hoge – verplichtingen. Daarnaast is Brussel bezig om één Europese pensioenmarkt te realiseren met regelgeving voor pensioenfondsen. Dat is handig voor multinationals, maar niet voor Nederlandse pensioenfondsen met hun goede kapitaaldekkingsstelsel omdat vele landen dat stelsel niet of slechter hebben. Ook de door Brussel gewenste belastingheffing op financiële transacties kost de pensioenfondsen straks veel geld. Gelukkig hebben de pensioenfondsen samen nog 800 miljard euro aan pensioenvermogen per 30 juni j.l., maar volgens DNB komen ze 200 miljard tekort. Die afroming van de pensioen-vermogens in de tachtiger en negentiger jaren had nooit mogen plaatsvinden. Terugstorten zou op zijn plaats zijn!

Het was een opvallende uitspraak van directeur Gerard Riemen van de Pensioen Federatie tijdens de uitzending van Paul & Witteman op 19 oktober j.l. dat het de groep 55+ deelnemers van de pensioenfondsen zijn die de rekening betalen voor de euro crisis en niet de jongeren onder 55+. Want de werknemers in de leeftijds-categorieën 55-60 en 60-65 bouwen minder tweede pijler pensioen  op en ook minder pensioen plus AOW dan de leeftijdscategorieën daaronder. Bovendien heeft deze generatie nog lang gewerkt in de veronderstelling dat ze met de vut zouden kunnen en heeft ze ook jarenlang vut-premie betaald. Dit terwijl deze generatie nu tot zeker 66 jaar moet doorwerken. Deze uitspraken zijn gebaseerd op de CBS-tabellen.

Ook Frido Kraanen van pensioenuitvoeringsorganisatie PGGM betoogde in de Volkskrant dat jongeren meer ontvangen dan ouderen op basis van een studie van ministerie van VWS. In 2006 heben jongeren twee keer zoveel solidariteitsoverdracht ontvangen dan de ouderen (50 miljard euro tegen 27 miljard euro). Dit zijn vooral onderwijsuitgaven en de bijdragen van ouderen aan sociale voorzieningen via belasting en premies. En het Sociaal Cultureel Planbureau heeft in een recente studie aangetoond dat de babyboomgeneratie minder van de overheid heeft geprofiteerd dan de huidige 30-50’ers. Iemand die geboren is in 1970 heeft ongeveer 100.000 euro meer van de overheid ontvangen vergeleken met iemand die in 1950 is geboren. Dat is even andere koek dan wat jongeren vaak roepen. Zij krijgen ook nog meer gezonde levensjaren. Daarvoor moet wel extra premie worden betaald zoals bij de Kas Bank. Deze stelt voor om in 2012 de pensioenpremie te verhogen tot 30% van de salarissom met maximaal 2,5% voor de werknemer. De werknemers kunnen in 2012 gemiddeld zelfs 2,9% – 3,0% loonstijging verwachten volgens onderzoek van bureau Mercer bij een verwachte inflatie van 2,2%. En de gepensioneerden?

Minister Kamp heeft onlangs een wetsvoorstel voor advies bij de Raad van State vertrouwelijk ingediend dat het mogelijk maakt dat besturen van pensioenfondsen geheel uit externe beroepsbestuurders bestaat. Dat heeft voor grote opwinding gezorgd bij de sociale partners. Ook dat bedrijfstakpensioenfondsen verplicht worden een Raad van Toezicht in te stellen. Als voor het bestaande bestuursmodel wordt gekozen, dan hebben gepensioneerden altijd recht op deelname aan het bestuur.  Een hele verbetering. Het definitieve wetsvoorstel wordt openbaar nadat de Raad van State haar advies heeft uitgebracht.

Dekkingsgraad en afwezigheid

dinsdag 25 oktober 2011

Lees hier hoe H. Potamus de Algemene Beschouwingen beschouwt.

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij onder Nieuws hun nieuwsbrief

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 23 oktober 2011

De afgelopen week heeft in het stormachtige teken gestaan van de slechte financiële positie van vele pensioenfondsen. In september bleek dat 207 van de 468 pensioenfondsen een dekkingstekort hadden; het betreft 6,8 mln deelnemers waarvan 2,1 mln gepensioneerden. Hiervan moeten ruim 100 pensioenfondsen in 2013 korten op de pensioenen indien de financiële positie intussen niet verbetert. Dat zijn o.a. alle grote pensioenfondsen als ABP, Zorg en Welzijn, PME (grootmetaal) en PMT (kleinmetaal). Maar er zijn ook nog andere mogelijkheden om de dekkingsgraad te verhogen zoals een ander opbouwpercentage, andere vorm van nabestaandenpensioen of het afscheiden van het ouderdomspensioen, snel verhogen van de pensioenleeftijd etc. Het is geruststellend om de uitspraak van APG bestuursvoorzitter Dick Sluimers in de Telegraaf van 17 oktober j.l. te lezen dat “Dat pensioenfondsen de komende jaren vanwege vergrijzing veel meer pensioengeld moeten uitkeren dan er aan inkomsten binnenkomt, is ook een misvatting”. Hij legt uit dat “Bij inkomsten moet je bij de premies ook optellen dat er jaarlijks rentebetalingen en dividenden in de pensioenkassen stromen. Reken je die mee, dan duurt het nog zeker een jaar of 15 voordat de uitgaven de inkomsten zullen overstijgen”. Weten anderen dit niet? Dat is nog wat anders dan korten tot maximaal 15% zoals Gerard Riemen van de Pensioen Federatie op 20 oktober j.l heeft verklaard, aldus De Pers.

PMT maakte vandaag bekend dat in 2013 mogelijk 6% tot 9% (!) op de pensioenrechten moet worden gekort indien er geen verbetering optreedt. Dat wordt in het voorjaar 2012 beslist. De oorzaken worden vooral gezocht in de abnormaal lage rekenrente door de eurocrisis en de wat langere levensverwachting waarvoor circa € 2 miljard moest worden gereserveerd. Het vermogen is in de periode eind 2008 tot eind september 2011 weliswaar van € 34,5 miljard naar € 38,9 miljard gestegen, maar door de kunstmatige rentedaling om de economie aan te zwengelen, zijn de pensioenverplichtingen zelfs toegenomen van € 24,6 miljard tot € 46,3 miljard, een toename van +88% (!) dankzij besluiteloze Europese politici.

Het wordt hoog tijd om de dagrekenrente te vervangen door de meer realistische lange termijn rekenrente waarvoor vele deskundigen pleiten, maar dat wordt door minister Kamp tegengehouden uit politieke motieven vanwege het Pensioenakkoord. Zoals pensioenfonds-bestuurder Wim Boogaart schreef in de Telegraaf van 22 oktober j.l bedroeg eind september de rekenrente voor de verplichtingen voor pensioenfondsen 2,6%, terwijl volgens de internationale accountingregels van IFRS de rekenrente voor bedrijven voor de pensioenverplichtingen aan hun bedrijfspensioenfonds 4% bedraagt. Waarom eigenwijs en niet de IFRS gevolgd?

Daarom is het een schande dat net zoals in 2010 De Nederlandse Bank in opdracht van minister Kamp in haar brief van 19 oktober j.l. aan de pensioenfondsen (zie bijlage) wederom de mogelijkheid geeft om af te zien van de wettelijk vereiste premieverhoging om bij te dragen aan het herstel indien een pensioenfonds een dekkingstekort heeft. Want “forse premiestijgingen van een groot aantal pensioenfondsen kunnen een ongunstig effect op de economische ontwikkeling hebben” schrijft de Nederlandse Bank. Dat effect is relatief klein zoals prof. Bernard van Praag aantoont in zijn artikel De noodzaak van een alternatief pensioenakkoord van 3 oktober j.l. En premieverhogingen verstoren ook de concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven niet, omdat de vergrijzing in het gehele Westen speelt. Volgens de Telegraaf van 20 oktober j.l. maakt minister Kamp zich zorgen over de pensioenen, maar volgens hem zouden we de pijn toch over alle belanghebbenden verdelen? Dit besluit maakt dat de financiële pijn wel heel eenzijdig wordt gedragen door de deelnemers aan de pensioenfondsen.

Door niet met een premieverhoging aan herstel bij te dragen, al zou die maar een beperkt effect hebben op de dekkingsgraad, wordt de kans van korten groter evenals de omvang ervan. Beter iets meer gespaard voor later dan nu te consumeren, want we zijn als land toch welvarend genoeg. Maar minister Kamp is ook nog werkgever van het overheidspersoneel en daarom wil hij vermoedelijk geen premieverhoging. Uitgezocht wordt of er een redelijke kans bestaat om dit besluit nietig te laten verklaren door de rechter.

Dramatische cijfers !

vrijdag 21 oktober 2011

Pensioenfondsen terug bij af !

Na de publicatie van de dekkingsgraden per 30 september 2011 moeten wij concluderen dat de meeste pensioenfondsen terug zijn in de buurt van de dieptepunten na de kredietcrisis in 2008. De dekkingsgraden van de vijf grootste pensioenfondsen waren als volgt:
BPF Bouw  96,4
PF Zorg en Welzijn  91
ABP  90
PME  86
PMT  84,3

Van de toezichthouder moet de dekkingsgraad minimaal 105 zijn, terwijl bij een dekkingsgraad van rond de 130 pas weer volledig mag worden geïndexeerd.
Als de bovengenoemde cijfers niet substantieel verbeteren zullen de vijf grootste fondsen (wellicht met uitzondering van BPF Bouw) in december moeten aankondigen dat zij in april 2013 gaan korten. Naast deze grote pensioenfondsen verkeren ook tal van kleinere fondsen in problemen. Ruim meer dan 1 miljoen gepensioneerden lopen het gevaar dat zij na jarenlang koopkrachtverlies, doordat er niet is geïndexeerd, nu ook nog eens te maken krijgen met een extra korting als klap daar boven op.

De pensioenfederatie en de vooroordelen

zaterdag 10 september 2011

De heer G, Riemen, directeur van de Pensioenfederatie wil misverstanden uit de weg ruimen. Een nobel streven, maar hij maakt een beginnersfout door elk misverstand als een vooroordeel weg te zetten. In dat kader is het dus goed dat de federatie de eigen vooroordelen ook bestrijdt.

Immers oordeelsvorming stoelt voor een belangrijk deel op verkregen informatie of het achterhouden daarvan. Gepensioneerden bij het ABP bijvoorbeeld baseren hun rechten op informatie van het ABP voor het jaar 1996. De toenmalige overheid was regering, wetgever, werkgever en pensioenfondsbestuurder tegelijk. Voor de huidige Autoriteit Financiële Markten een gruwel, zoveel macht en invloed in één instantie ondergebracht….
Termen als welvaartsvast stonden vetgedrukt in de folders uit die tijd, waarin bovendien de overheid nog min of meer als betrouwbaar werd gezien. Kortom de bron van informatie bleek hoogst onbetrouwbaar en dan de consument beschouwen vanuit de optiek van het vooroordeel is wel heel gemakkelijk. Sterker deze handeling geeft blijk van onvoldoende maatschappelijke kennis en inlevingsvermogen.

Van de talrijke mis(ver) standen kiest de directeur er drie:

  1. Werknemers zouden denken dat er minder geld in de kas is bij de pensioenfondsen dan vóór de crisis. Of de werknemers inderdaad met dit probleem sukkelen, kan worden betwijfeld. De gedachte is wel verklaarbaar als wéér de indexatie achterwege blijft; als wéér de inflatiecijfers zonder de zorgkosten, de energieprijzen en de fiscale lasten er toe leiden dat de koopkracht op jaarbasis met drie tot vier procent wordt uitgehold, elk jaar weer!! Het ontbreken van empathie leidt tot misplaatste arrogantie door deze maatschappelijke feiten af te doen met: vooroordelen.
  2. Werknemers zouden de indruk hebben dat ze meer premie betaald hebben dan ze terugkrijgen via hun pensioenuitkering. Bij geborenen voor 1940 leeft die gedachte inderdaad, want hun pensioen ging de vorige eeuw in en die eindbedragen waren aanmerkelijk lager dan de salarissen nu. Het is dus zinnig in cohorten te denken in plaats van te generaliseren. Met enig sociaal inlevingsvermogen en deskundigheid kan de pensioenfederatie dat toch ook bedenken?
  3. Werknemers zouden denken dat dertig procent van hun premie wordt ingehouden om de bonussen en de salarissen van de pensioenfondsbestuurders te betalen. Ook dit veronderstelde vooroordeel, waarover zeer kan worden getwijfeld, behoeft nuancering. De werknemer van nu ziet dat 20 procent van de bevolking zich manager noemt en meedoet aan asociaal gegraai via bindingspremies, aandelenopties, bijzondere beloningen, gratificaties en torenhoge declaraties en een salarishoogte zonder normbesef en dat deze geldverslaving zich meer uitbreidt in de bestuurslaag onder de top en dat de maatschappelijke diefstal wordt doorberekend in de prijs van product en/of dienst. Het benul van kosten en baten is op de werkvloer beter ontwikkeld dan de directeur denkt. Dit alles karakteriseren als vooroordeel is absurd…

Tenslotte spreekt de directeur over kosten, zonder die nader te omschrijven en vergelijkt zijn pensioenwereldje met commerciële bedrijven. Dit is onbegrijpelijk dwaas. Een bedrijf moet klanten  werven. Bij een pensioenfonds is deelname verplicht. Deze vergelijking gaat net zo mank als de vergelijking tussen een prostituee en een verpleegkundige in relatie tot hun hulp(…..)behoevende klanten, met alle respect voor deze zeer verschillende beroepsgroepen. Voorlichting is een vak en communicatie gedijt het beste in wisselwerking tussen gelijkwaardige deelnemers: besturen en deelnemers (die dus juridische zeggenschap behoren te krijgen). Vooralsnog heeft de pensioenfederatie weinig bijgedragen aan echte duidelijkheid, ook niet met deze vooroordelenvisie. Eerst maar een cursus maatschappijleer en het dan maar weer eens proberen.

Simon van der Schoot

Johan Cruijff, de verlosser, als lid van de RVC

maandag 8 augustus 2011

potamus Hippo Potamus

Helaas kan ik Johan Cruijff op voetbalgebied vaak niet volgen, maar op zijn ongezouten meningen over de maatschappij valt weinig aan te merken. Zijn voortreffelijke inzicht (intuïtie zo u wilt) blijkt uit onvergetelijke uitspraken als: “Ieder voordeel hep zijn nadeel” waarmee Cruijff op sublieme wijze het specifieke geval van ”De wet van de remmende voorsprong” wist te generaliseren.

Na de zware kritiek op zijn column in De Telegraaf (1-8-2011) heb ik daarom alles nog eens heel goed nagelezen en de critici ongelijk gegeven. Want wat vinden zij nu zo erg? JC stelt dat hij in een raad van commissarissen vooral als voetballer denkt, en specialisten dus in hun waarde laat. Kortom Cruijff vindt – en ik deel die mening – dat je specialisten inhuurt om hun specialistische kennis en dus niet op hun stoel moet gaan zitten. Letterlijk: “ (…) Daarom begrijp ik ook weinig van stemmen. Hoe kan je iemand laten stemmen over een onderdeel waar hij geen verstand van heeft? (…) In het belang van Ajax ben ik nu commissaris. Volgens de regels moet ik naar buiten toe mijn mond houden. Zelfs als ik zie dat er iets fout gaat, maar de meerderheid is het niet met me eens mag ik daar niets over zeggen. Ook als het gaat om iets waar ik van alle commissarissen het meeste verstand van heb en uiteindelijk ook op wordt afgerekend, Is het dan in het belang van Ajax dat ik me aan de regels houd of dat ik toch mijn mond open trek?…)”. En … nu komt het voor mij belangrijkste punt uit zijn betoog en daarom in vet: “Ik vergelijk het even met de economische crisis (…) heeft niemand die zien aankomen of mochten ze daar al die jaren niets over zeggen? (…) Als ik nu zie in wat voor crisis we terecht zijn gekomen, dan was het wel prettig geweest als vier jaar geleden iemand zijn mond open had gedaan.”

JC filosofeert door over de regels binnen de rvc en concludeert dat hij zijn eigen regels moet maken om te kunnen functioneren. Hij constateert snedig dat wetten er vooral zijn voor de overtreder … “Je moet eerst in elkaar worden geslagen, voordat de wet van kracht wordt. Intussen ben jij wel de pineut”. Zijn conclusie is van een verrassende eenvoud maar ook van een onweerlegbare logica: “Omdat ik vooral wil beschermen, zal ik het dus anders moeten gaan aanpakken dan de regels aangeven. Juist in het belang van Ajax. Krijg ik het daarmee voor elkaar dat Ajax beter gaat functioneren, dan gaan de aandelen vanzelf omhoog. Terwijl als ik zie dat het fout gaat en dan mijn mond houd, het belang van Ajax en de aandeelhouders alleen maar wordt geschaad. Het is daarom simpel, wat voor regels en wetten er ook zijn, het belang van mijn club gaat boven alles”. Op grond hiervan zou Cruijff, volgens de critici, niet democratisch zijn. Maar wellicht denkt Johan Cruijff wel als Plato en is hij er al lang achter dat je met democratie een bedrijf (en dat is Ajax) niet goed kunt laten draaien en vindt hij daarom een welwillende filosofische koning beter.

Als slachtoffer van twee (!) niet indexerende pensioenfondsen wacht ik op een verlosser, die de mafia van graaiers, speculanten, kredietbeoordelaars en geld beluste managers, de financiële kerk uitjaagt. Iemand die ons verlost van de baantjescultuur binnen pensioenfondsbesturen en de bestuurders die vooral werkgevers- en vakbondsbelangen beschermen. Een Johan Cruijff voor het pensioenwezen dus! Dan pas kunnen gepensioneerden weer van hun zelf betaalde pensioen genieten. Dan pas kunnen ook jongeren weer met vertrouwen hun pensioenpremies storten met een redelijke zekerheid dat het door hun opgebouwde kapitaal niet is verdwenen in het pensioencasino van het beschikbare premiestelsel.

Goedschiks of kwaadschiks, ingevaren zal er worden

donderdag 28 juli 2011

Onderdeel van het zogenaamde pensioenakkoord was het “invaren” van de oude rechten op pensioen in het nieuwe systeem. Enkele maanden geleden liet de landsadvocaat aan de minister weten dat dit juridisch onhaalbaar was. Opluchting bij de tegenstanders van het pensioenakkoord. Maar de minister heeft er iets op gevonden, kan het niet goedschiks dan doet hij het kwaadschiks. Lees het weblog, ‘De goocheltruc van minister Kamp’, van Leo van Heesch.

Het ABP bestuur heeft nu voor de tweede keer zonder wie dan ook te raadplegen haar steun uitgesproken voor het pensioenakkoord. Voor die stellingname had de Deelnemersraad van het ABP om advies gevraagd moeten worden maar niets daarvan. Ons lid in de Deelnemersraad Simon van der Schoot tekende tevergeefs protest aan. In de wandelgangen kreeg hij wel steun van andere leden van de Deelnemersraad maar op de plek waar die steun uitgesproken had moeten worden, namelijk in de Deelnemersraad werd gezwegen in alle talen. Hier wreekt zich weer dat de leden van de Deelnemersraad in grote meerderheid leden van de zelfde vakbonden zijn, die ook in het bestuur vertegenwoordigd zijn. Dat de werkgeversleden in het bestuur voor het pensioenakkoord zijn is logisch. Het akkoord bespaart de Overheid miljarden. Dat de vakbondsleden in het bestuur voor zijn is waarschijnlijk een cadeautje van Xander den Uijl (vice voorzitter namens de abva/kabo) aan Agnes Jongerius. Hij is bij de laatste verkiezingen uit het bestuur van de abva/kabo gewipt en probeert nu waarschijnlijk Agnes te vriend te houden.

Dat het huidige kabinet de lasten neerlegt bij de lagere en middeninkomens mag als bekend worden verondersteld, maar de belastingdienst gaat nog verder en wil het nu wel heel scheef gaan maken. In navolging van de Verenigde Staten waar verkiezingen worden gewonnen met belastingverlagingen voor de allerrijksten gaat hier iets soortgelijks gebeuren als er geen stokje voor wordt gestoken. Wat is het geval. In het verleden toen de hoogste belastingschijf voor de allerrijksten 72% was, kochten heel veel grootverdieners koopsompolissen. De koopsom konden zij van hun inkomen aftrekken en dan betaalden zij aanzienlijk minder belasting. Als zij een polis kochten van fl. 100.000 dan hoefden zij daar zelf maar fl. 28.000 voor neer te tellen. Op dit moment komen die polissen tot uitkering en moet er belasting over worden betaald. Waarschijnlijk zitten die inkomens nog steeds in de hoogste schaal en dat betekent dat er 52% over moet worden afgedragen. Wat stelt de belastingdienst nu voor ? De uitkering van die polis mag vallen bij de partner met het laagste inkomen. Dat betekent dat er geen 52% betaald moet worden maar waarschijnlijk iets in de buurt van 15%. Zo kunnen deze pensionado’s doorgaan met hun Zwitserlevengevoel leventje terwijl de koopkracht van de gewone gepensioneerden steeds verder afkalft. Maar er gloort hoop, het schijnt dat de minister de belastingdienst gaat terugfluiten. Wij houden u op de hoogte. 1)

De schrijver van dit nieuws kreeg vroeger als wethouder en later als financieel directeur van een MBO-instelling veel uitnodigingen voor peperdure seminars. Misschien nuttig om te netwerken maar inhoudelijk schoot je er niet veel mee op. Op een gegeven moment was er een seminar “ Het grote geld in het MBO” en ik vond dat ik daar toch echt naar toe moest. De volgende dag vroeg mijn baas hoe het was geweest. Hij kende mijn scepsis over dit soort bijeenkomsten en tot zijn verbazing zei ik: “Heel nuttig” om na een korte pauze te melden: “Ik weet nu weer, waarom ik al die andere keren niet ben geweest”. Ik moest hier aan denken toen er afgelopen week weer enkele folders voor seminars op mijn bureau dwarrelden. Een tweedaagse conferentie heroriëntatie pensioenfondsen en een tweedaagse conferentie risicomanagement voor de luttele som van 2.000 euro elk. Kunnen de pensioenfondsbestuurders op uw kosten weer leuk gaan netwerken en hier en daar wat oppikken om mee te kunnen praten in plaats van een goed studieboek ter hand te nemen of een degelijke cursus te volgen om hun deskundigheid te verbeteren.

Als u al lid bent van de NBP, dan is het nu de tijd om ook uw partner lid te maken. De contributie gaat het komende jaar met 6 euro omlaag en een partnerlidmaatschap kost maar 5 euro. Houdt u toch nog één euro over en u telt voortaan voor twee. U hoeft met het aanmelden van uw partner niet te wachten tot 2012, u kunt dat nu al doen. Voor degenen die nog geen lid zijn. Het is nu meer dan ooit het moment om ons te steunen en te zorgen dat wij niet alleen strijden met de kracht van argumenten maar ook met de macht van het getal. Wij zijn de meest strijdbare Bond die opkomt voor pensioengerechtigden. Dus steun ons in onze strijd tegen de grootmachten van de gevestigde orde.

1) De minister heeft inmiddels ingegrepen en het voorstel van de belastingdienst gaat niet door.

Bestuurslid gezocht en pensioenstelsel onhoudbaar?

dinsdag 7 juni 2011

Op de oproep van kandidaten voor het lidmaatschap van het regiobestuur Zuid-Holland in het januari/februarinummer van Pensioenbelangen is één positieve reactie binnengekomen. Verder heeft één van de zittende bestuursleden zich alsnog kandidaat willen stellen voor een nieuwe termijn.
Er is dus dringend behoefte aan tenminste één kandidaat, aangezien het bestuur uit minimaal 3 leden dient te bestaan (voorzitter, secretaris, penningmeester).
Mocht u geïnteresseerd zijn, neem dan contact op met de huidige voorzitter: E.L. Kruyne, tel.: 0182-518865.

In de oproep, zie het januari/februarinummer van Pensioenbelangen dat mogelijk niet meer in uw bezit is, is onder meer de volgende informatie verstrekt: werklast, afhankelijk van de functie: één of twee dagdelen per maand.
Een van de bestuursleden zal zitting nemen in de Ledenraad van de NBP, een ander zal functioneren als plaatsvervangend lid (2 of 3 vergaderingen per jaar).
De reiskosten en andere onkosten worden uiteraard vergoed.

De verkiezing is voorzien in het najaar 2011. Aan het inwerken zal de nodige aandacht worden geschonken. Dus ook als u weinig of geen bestuurservaring hebt, is uw aanmelding welkom.

NB
Als u zelf niet beschikbaar bent, maar u kent iemand die naar uw mening geschikt is voor deze functie wijs hem of haar dan op deze oproep of geef uw tip door aan dhr. Kruyne (zie boven).

Lees ook het stuk uit het Reformatorisch Dagblad van 1 juni 2011, ‘Pensioenstelsel onhoudbaar? Dat heeft niemand aangetoond’ door Drs. A. A. C. de Rooij. Wij mogen dit met toestemming van het Reformatorisch Dagblad op onze site zetten. U kunt het hier lezen.

Onderhandelingen Pensioenakkoord

donderdag 2 juni 2011

Kees de Vries heeft een nieuw weblog geschreven met als titel: ‘Het toverstokje van Agnes Jongerius’. U raadt misschien al waar het over gaat?

Wat alle pensioenfondsbestuurders moeten kunnen dromen: een opfriscursus

zondag 15 mei 2011

Kees Koedijk, Universiteit van Tilburg en CEPR

Alfred Slager, Universiteit van Tilburg

Politiek en toezichthouders zijn op oorlogspad. Tweede Kamerleden willen berekeningen zien van te weinig betaalde premies, toezichthouder AFM vindt dat fondsen niet kritisch zijn over de kosten. In een vorige week verschenen brief over de resultaten van eigen onderzoek naar beleggingsbeleid constateert DNB dat er misschien voortgang is geboekt, maar dat het beleid nog lang niet is op het volgens haar gewenste niveau. Tevens koppelt DNB hieraan een lijst van aanbevelingen die steeds meer weg hebben van een toezichtskader dat gebaseerd is op starre regels, niet op principes. Alles onder het motto dat het gisteren klaar moest zijn.

Philips lichtend voorbeeld
Maar veranderen kost tijd. Pensioenfondsbestuurders, politiek, AFM en DNB hoeven maar naar Philips te kijken. Het Eindhovense concern maakte mooie producten vol technisch vernuft die niemand kocht, en ingenieurs vroegen zich te weinig af of consumenten wel stonden te wachten op een nieuw strijkijzer. Het Philips concern balanceerde daardoor op de rand van de afgrond toen Jan Timmer in 1990 hard ingreep. Focus op kernactiviteiten werd het sleutelwoord. Opvolgers gooiden de ramen verder open: een klant koopt geen techniek, maar een dienst. In 2004 kwam topbestuurder Boonstra niet voor niets met de leus “Sense en Simplicity”. Met de aangekondigde verkoop van de televisietak heeft Philips na ruim twintig jaar een strategische transformatie succesvol afgerond, met tevreden klanten en aandeelhouders in het kielzog.

Twintig jaar is een lange periode, maar het zou van realisme getuigen om zo’n periode uit te trekken voor de professionalisering van de pensioensector. Het goede nieuws is dat bestuurders halverwege zijn. Het goede nieuws is verder dat organisaties als Philips laten zien wat nog gedaan moet worden: complexiteit verminderen en activiteiten stroomlijnen. Zoeken waar het eenvoudiger kan, in plaats van complexer. Met andere woorden: bestuurders zouden een pensioenfonds moeten aansturen als een onderneming, met heldere uitgangspunten bij hun beleggingen. Het slechte nieuws is dat politiek en toezichthouders hun realiteitszin op dit vlak verloren schijnen te zijn en haast hebben.

Gratis opfriscursus
Uit ons onderzoek (Koedijk en Slager, 2011) blijkt dat aan de bestuurderstafel vaak steeds dezelfde debatten worden gevoerd over beleggingen, zonder daar messcherpe keuzes in te maken. Fondsen die daar halfslachtig mee omgaan, geven ruimte aan de vermogensbeheerder, en introduceren gaandeweg ongewenste complexiteit en raken soms zelfs stuurloos. Zover hoeft het niet te komen  Daarom introduceren we de opfriscursus voor de pensioenfondsbestuurder aan de hand van zeven overtuigingen. Wij noemen het overtuigingen omdat in beleggingen niets zeker is, en het uiteindelijk draait om wat je aannemelijk vindt en waar je als bestuur in gelooft. De overtuigingen  helpen de bestuurders knopen door te hakken, het gesprek met hun beleggers en deelnemers op gang te helpen en zo het pensioenfonds meer als een onderming aansturen.

Overtuiging 1: Eenvoud loont: governance en strategieën moeten bij elkaar aansluiten.
Als pensioenfonds beleggen we geld van derden. Wij zijn een financiële instelling en ons bestaan hangt af van het blijvende vertrouwen van onze deelnemers. Hoe complex, innovatief of aantrekkelijk een belegging ook is, we moeten er altijd volledig verantwoording over kunnen afleggen. Als we van tevoren weten dat we dat niet kunnen, moeten we het laten, hoe verleidelijk de belegging ook is. Onze governance, ons beleggingsproces en ons risicomanagement weerspiegelen alle kenmerken van onze beleggingsbeslissingen en de producten en strategieën die we kiezen.

Overtuiging 2: De strategische allocatie van beleggingen is de belangrijkste beslissing in het beleggingsproces.
Dit is regel 2 uit het handboek voor beleggers en moet juist daarom goed worden begrepen en gekoesterd: de assetmix is verreweg de belangrijkste factor in de verdeling van risico en rendement. Dit inzicht stamt uit de jaren vijftig en geldt nog steeds. Om die reden dienen pensioenfondsbestuurders en beleggingscommissies zich te concentreren op de samenstelling van de strategische beleggingsmix, op basis van verschillende scenario’s te beoordelen of deze tegen schokken bestand is, en zich af te vragen of een nieuwe strategie werkelijk tot grotere diversificatie leidt. Dit zijn simpele vragen, maar van het allergrootste belang voor de financiële positie van het fonds op lange termijn.

Overtuiging 3: Passief is de basis, actief een optie.
Een klassieke splijtzwam voor beleggers is passief beleggen – zo goed mogelijk een index nabootsen – versus actief beleggen; bewust afwijken van een index om extra verwacht rendement te halen. De belangrijkste boodschap luidt: we beleggen standaard in passieve beleggingsstrategieën. Dat is saai voor het pensioenfonds en jammer voor de vermogensbeheerder, maar goedkoop en goed nieuws voor de deelnemers. We volgen alleen een actieve strategie als we echt snappen weten op welke slimme inzichten die gebaseerd is. Wat ziet de vermogensbeheerder dat de duizenden anderen niet zien? En is hij in staat dit in klinkende munt om te zetten?
Maar zelfs als de antwoorden hierop bevestigend zijn, dan nog dienen we ons te realiseren dat de kans dat wij een uitstekende beheerder selecteren, klein is. Als bestuur zijn we namelijk bewust van het risico van zelfoverschatting

Overtuiging 4: Kosten bepalen het nettorendement.
Onze intuïtie zegt – terecht – dat lagere kosten onder verder gelijke omstandigheden een hoger nettorendement opleveren. Kosten staan vast, rendementen niet. Uit talrijke onderzoeken naar rendementsbepalende factoren blijkt dat kosten een zeer belangrijke factor vormen. Als een pensioenfonds moet kiezen tussen twee vergelijkbare beleggingen, dan is het altijd raadzaam die met de laagste kosten te nemen. In de praktijk zullen pensioenfondsbestuurders echter niet vaak voor zulke duidelijke afwegingen worden gesteld. Eén ding is echter wel zeker: hoge kosten zijn geen garantie voor goede prestaties van de vermogensbeheerder; het tegendeel is eerder waar. Daarom moeten pensioenfondsbestuurders altijd proberen alle aan een belegging verbonden kosten boven tafel te krijgen (en vooral goed letten op verborgen kosten) en transactiekosten zo veel mogelijk te vermijden.

Overtuiging 5: Slechts een klein aantal risicopremies is de moeite waard.
Risicopremies – het extra verwachte rendement als belegd wordt – van beleggingen zijn onzeker en niet allemaal gelijk. Sommige risico’s overkomen ons (inflatie, rente, langleven), andere gaan we vrijwillig aan (aandelen, illiquiditeit). Wij weten dat risicopremies op lange termijn nooit zeker zijn en we sussen ons niet in slaap door te zeggen dat “alles op termijn weer goed komt”. We moeten in kaart brengen welke risico’s we bereid en in staat zijn te nemen en wat we daarvoor minimaal in ruil verwachten. Zo zouden we kunnen besluiten dat we de kennis in huis hebben om met aandelen extra rendement te verdienen, maar dat we het valutarisico toch liever niet lopen.

Overtuiging 6: We stappen alleen in als we hebben afgesproken wanneer we weer uitstappen.
We weten dat de financiële markten, en wijzelf trouwens ook, bepaalde neigingen en voorkeuren hebben. We proberen te voorkomen dat we fouten nogmaals maken door van tevoren vast te leggen wat wij van een belegging verwachten, hoe deze in onze beleggingsovertuigingen past, hoe en wanneer we de resultaten evalueren, en vooral welke omstandigheden aanleiding geven om weer uit de belegging stappen. Dit is een integraal onderdeel van ons governanceproces; we doen dit om van onze fouten te leren, onze processen te verbeteren en (menselijke) fouten te voorkomen.

Overtuiging 7: Duurzaamheid biedt kansen, geen verplichtingen.
Als onze deelnemers dat belangrijk vinden, moeten wij veel aandacht schenken aan de integratie van maatschappelijke, ethische en/of milieunormen in ons beleggingsbeleid. Wij laten ons daarbij leiden door verstandig risicomanagement. We zijn in staat de toekomstige risico’s (van het lang aanhouden van beleggingen) tot een minimum te beperken en daardoor op termijn meerwaarde voor het fonds (en dus voor de deelnemers en andere belanghebbenden) te creëren. We passen zowel negatieve als positieve screening toe bij de keuze voor de meest duurzame beleggingsstrategieën. Goed geleide markten en bedrijven dragen bijvoorbeeld bij aan een goed rendement.

Beleggen zelf kan misschien complex zijn, maar de aansturing en uitgangspunten kunnen eenvoudig zijn. Het starterspakket helpt hierbij. Pensioenfondsbestuurders moeten hiervoor wel de ruimte krijgen. In plaats van meer regels af te vuren, zouden bestuurders en politiek en toezichthouders er goed aan doen om besturen de tijd te geven helder te krijgen wat echt van belang is voor de aansturing van het pensioenfonds. Sense en simplicity loont, ook voor pensioenfondsen en hun deelnemers.

* Dit artikel is gebaseerd op het boek van Kees Koedijk en Alfred Slager, 2011, Beleggen met visie. Handboek voor beleggers, bestuurders en beslissers, dat onlangs is verschenen bij uitgeverij Balans, Amsterdam.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit
Me Judice: Kees Koedijk en Alfred Slager, 2011, “Wat alle pensioenfondsbestuurders moeten kunnen dromen: een opfriscursus”

Aanzet tot fundamentele discussie over pensioenstelsel

dinsdag 15 maart 2011

Nieuwe website.
Maurice Wilbrink, redacteur economie bij de Geassocieerde Persdiensten heeft een nieuwe pensioenwebsite opgezet om alle pensioennieuws wat te stroomlijnen. Wij zijn uiteraard niet eenkennig en verwijzen u graag naar www.pensioenwereld.nu zodat u het nieuws ook eens van een ander hoort en zelf uw mening kunt vormen.

Simon is boos.
De gebeurtenissen rondom de pensioenen zijn voor velen onverteerbaar. Simon van der Schoot, onafhankelijk lid van de Deelnemersraad ABP maakt zijn opmerkingen over de hoorzitting in de Tweede Kamer, die inmiddels geen hoorzitting meer is maar een gesprek en hij windt zich terecht op over de houding van de zogenaamde sociale partners die menen naar eigen goeddunken te kunnen omspringen met de eigendommen van werknemers en gepensioneerden.

Aanzet tot een fundamentele discussie.
Zoals ook in ons blad Pensioenbelangen, hoeft niet alles op onze website “His masters voice “ te zijn. Joop van Vliet probeert in zijn weblog een aanzet te geven tot een fundamentele discussie en verschaft er ook nog een grafiek bij over de beleggingen van de gezamenlijke pensioenfondsen.

Bodem weg onder pensioen.
Dit was de kop op de voorpagina van het Financieel Dagblad, toch niet echt een sensatiekrantje, van maandag 7 maart. Na een hele week van publicaties had deze krant op 14 maart nog steeds een enorme scepsis, waar zij schreven “Pensioen: garantie tot aan de deur”.

De artikelen gingen over de contouren van het zogenaamde pensioenakkoord die nu langzaam uit de mist van geheimzinnigheid duidelijk worden. Als een degelijke krant, gespecialiseerd op financieel-economische onderwerpen, tot zo’n conclusie komt is er dus echt iets aan de hand.

De onrust die ook toeneemt onder de werknemers en de leden van de vakbonden was aanleiding voor de onderhandelaars van de vakbonden om naar De Telegraaf te stappen om uit te leggen hoe goed ze wel niet bezig waren. Ook in hun eigen publicaties lichtten ze deze week een tipje van de sluier op. Dat mag dan als winst worden beschouwd na een jaar lang handjeklap met de werkgevers in de achterkamertjes met een bordje “streng verboden voor belanghebbenden” op de deur. Dat ze zelf ook weten hoe achterbaks ze bezig zijn, blijkt uit hun eigen publicatie waarin ze stellen dat de onderhandelaars nu een exclusief boekje open doen in de Telegraaf.

Ze beginnen weer met de worst dat iedereen zelf mag kiezen wanneer hij met pensioen gaat. Het probleem om dan toch de werknemers niet te veel te laten inleveren als zij dat met 65 jaar willen, is echter nog niet opgelost. Een tweede worst is de verhoging van de AOW. Daarover moet nog met minister Kamp worden gepraat. Die staat net als het hele kabinet natuurlijk te trappelen om miljarden extra uit te geven. Prof. Dr. Bernard van Praag heeft er afgelopen week in een interview terecht op gewezen dat het omslagstelsel dat de AOW is, door de vergrijzing toch al moeilijk te handhaven is, dus je kunt je afvragen of dit geen luchtfietserij is van de vakbonden.

In het nieuwe stelsel zouden tegenvallers beter kunnen worden opgevangen, omdat het systeem flexibeler is. De risico’s zouden over een aantal jaren worden gespreid terwijl er een extra voorziening komt om tegenvallers op te vangen. Heet dat in het bestaande stelsel niet “Buffer”. Hoe dat verder concreet wordt uitgewerkt blijft voorlopig in de hardnekkige mist hangen.

Wat wij ook verkeerd hebben begrepen is het feit dat de maximalisatie van de premie volgens ons een cadeautje is voor de werkgevers. Dat is helemaal niet het geval hoor.
De huidige premie is een zogenaamd kostendekkende premie. Maar in die kostendekkende premie zit geen compensatie voor toekomstig koopkrachtverlies. Dus op basis van die premie kan de koopkracht niet worden gehandhaafd, laat staan gegarandeerd. Uit verschillende recente onderzoeken blijkt dat werknemers bereid zijn meer premie te betalen als zij daardoor meer zekerheid krijgen over hun oudedagsvoorziening. Kennelijk zijn de vakbonden het contact met de werkende bevolking geheel kwijt geraakt. Klakkeloos hebben zij het standpunt van de werkgevers overgenomen dat de premie onder geen voorwaarde meer omhoog mag.

Verder worden er door de heren allerlei kreten geslaakt, zonder dat dit verder wordt onderbouwd zoals: “als wij niets doen komen de pensioenfondsen in problemen en moet er misschien wel vaker afgestempeld worden”. En “wij denken dat het beter is om centraal afspraken te maken en zo de werkgevers in toom te houden”. Ik kan u verzekeren, de werkgevers leunen achterover en lachen zich kapot. De premie is gemaximeerd en zij lopen geen enkel risico meer.

Haar in de soep.
Maar deze week bleek er toch een haar in de soep of zo u wilt een kink in de kabel. Om het nieuwe stelsel goed op te kunnen starten moeten de 800 miljard aan oude rechten in het nieuwe systeem worden “ingevaren”. In hun ijver om het bestaande stelsel om zeep te helpen hadden de onderhandelaars verzuimd om na te gaan of dat juridisch wel kon. Zij gedragen zich al decennia als eigenaren van de pensioenvermogens en meenden ook nu maar te kunnen beslissen zonder de feitelijke eigenaren, werknemers en gepensioneerden daar in te kennen.

De landsadvocaat kwam deze week tot de conclusie dat het toch niet zo simpel was als werkgevers en vakbonden dachten. Opgebouwde rechten kunnen onder Nederlands recht, alleen worden aangepast als het handhaven van opgebouwde rechten tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Het is de rechter die dat laatste bepaalt. Daarnaast heeft een ieder recht op een ongestoord eigendomsrecht en dat geldt ook voor het recht op pensioen.

Kennelijk zijn de vakbonden nu ook overtuigd dat zij de bestaande rechten niet zo maar kunnen overhevelen in een nieuw systeem. In de Volkskrant van 14 maart maken de voorzitters van FNV-bondgenoten en ABVA KABO de draai van hun leven als zij schrijven: “Alles wijst er op dat het overbrengen van alle opgebouwde pensioenen naar een nieuw sterk afwijkend systeem onmogelijk is. Een sterk afwijkend systeem leidt tot onzekerheid en biedt geen oplossing.” Ben ik nou gek of zijn zij het. Hebben zij niet een jaar lang in alle beslotenheid gesleuteld aan een sterk afwijkend systeem en verlangden zij niet van de politiek dat die de wet zo zou veranderen, dat de bestaande rechten zouden worden “ingevaren” in het nieuwe systeem.

Voor de rest kun je het artikel in de Volkskrant kwalificeren als public relations praat om de onrust te sussen, zonder dat helder wordt hoe zij de oplossing van de problemen zien. Wij wachten het verdere verloop van het geknutsel met onze pensioenen af en houden u op de hoogte.