Berichten met het label ‘Pensioenstelsel’

Overheid aansprakelijk voor pensioenverliezen

zaterdag 4 mei 2013

Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en de minister van Buitenlandse Zaken gevraagd of ook de Nederlandse staat aansprakelijk kan worden gesteld voor verliezen bij pensioenfondsen en -regelingen en bij korting op pensioenen.
Het Europese Hof van Justitie heeft middels een recente uitspraak de Ierse staat aansprakelijk gesteld bij het faillissement van een bedrijf waardoor de deelnemers hun pensioenrechten gehalveerd zagen worden. Het hof grondt dit op Richtlijn 2008/94, die werknemers beoogt te beschermen bij faillissement van hun werkgever.
Tien voormalige werknemers van het failliete bedrijf Waterford Crystal, die minder dan 30 procent van hun opgebouwde pensioenrechten dreigden over te houden, spanden de zaak aan.
ION /IPE-nieuws van 3 mei hierover: “Het gaat om een zeer principiële zaak,” aldus Omtzigt, die tot voor kort rapporteur was voor Europese pensioenzaken. In Nederland zijn de pensioenfondsen niet van de staat en is de staat evenmin aansprakelijk voor tekorten, hoewel van overheidswege wel streng toezicht op de pensioensector wordt gehouden. De uitspraak van het Europees Hof kan een bedreiging inhouden voor ons land, meent Omtzigt.

Voordelen en nadelen van deze uitspraak
Volgens Omtzigt is met het Europese witboek voor pensioenen de mogelijkheid ontstaan dat er straks niet alleen Europees toezicht en Europese pensioenfondsen zijn, maar ook een Europees pensionstelsel met garanties, dat alle Europeanen kan aanslaan voor grote pensioenverliezen in een individuele lidstaat.
Dat kan veel verder gaan dan een garantie voor faillissementen waarbij 50 procent of meer van de pensioenrechten verloren gaan. Voor het Nederlandse pensioenstelsel met 1.000 miljard aan pensioenvermogen zal een dergelijke garantie nadelig zijn, vindt de parlementariër, die stelt: “Zo’n Europees garantiestelsel is geen fictie. Kijk maar naar het Europese depositogarantiestelsel waaraan op dit moment wordt gewerkt. ”

De soep is minder heet dan Omtzigt stelt
Pensioenjuristen denken dat Omtzigt overdrijft en zien geen aanwijzingen dat Brussel zou werken aan het door Omtzigt gevreesde Europese garantiestelsel voor pensioenen. Een van hen Hans Van Meerten (Clifford Chance) denkt dat het geen slechte ontwikkeling zou zijn als de staat ging bijpassen als ‘defined benefit’-pensioenen verloren dreigen te gaan door een faillissement. Door deze uitspraak dreigen echter DB-regelingen nog meer in het gedrang te komen en zullen steess meer bedrijven gaan kiezen voor DC-regelingen waarbij de premies stabiel zijn en de risico’s eenzijdig bij de deelnemers worden gelegd. De kans daarop acht hij groter dan die op een Europees garantiefonds.
Zoals altijd met Europa zijn er voordelen aan de samenwerking maar ook grote risico’s. Zo’n Europees garantiefonds lijkt geweldig, maar als we daardoor ongeveer als enige land 1.000 miljard euro (dat is 60.000 euro per Nederlander en 150.000 euro per huishouding in de pot hebben gestort voor de rest van Europa, kunnen we er beter niet aan beginnen.

Septemberpakket vervolg

maandag 8 oktober 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 8 oktober 2012

Eerste stap voor aangepast pensioenstelsel is gezet (vervolg)
In de vorige nieuwsbrief zijn de door minister Kamp voorgestelde wijzigingen van onze Pensioenwet met de naam Septemberpakket besproken. Er zouden veel minder pensioenfondsen hoeven te korten op basis van de cijfers van eind juni 2012 (voor een overzicht zie deze link). Maar er circuleerden ook andere percentages en het bleek dat er verschillende methoden van berekening waren gebruikt. In de onderstaande tabel een overzicht van de verschillende kortingspercentages:

Bij een ongewogen gemiddelde zijn de kortingspercentages opgeteld en gedeeld door het aantal pensioenfondsen. Bij een gewogen gemiddelde wordt het aantal deelnemers in een pensioenfonds meegewogen. Daardoor wordt door grote pensioenfondsen zoals het ABP met zijn 0,5% korting, het ongewogen gemiddelde flink verlaagd. Desondanks moeten sommige pensioenfondsen nog steeds stevig korten, maar andere minder of niet. Door deze nieuwe rekenrente is de gemiddelde dekkingsgraad van alle pensioenfondsen wel op 102% uitgekomen, maar nog steeds onder de vereiste 105%. Hopelijk zit uw pensioenfonds niet bij die met de (grote) kortingen. Maar bepalend is de stand van de dekkingsgraad op 31 december en niet de stand van eind juni. En hopelijk wordt er later toch nog gekozen voor een meer realistische rekenrente; daar zetten wij ons hard voor in.

Pensioenpot blijft vol op lange termijn
Op 22 september publiceerde De Telegraaf de resultaten van haar onderzoek met als titel Pensioenpot ook over twintig jaar nog vol. Het onderzoek vermeldt dat “Het gaat om ambtenaren-fonds ABP (2,8 miljoen deelnemers), zorgfonds PFZW (2,5 miljoen deelnemers) en kleinmetaalfonds PMT (1,2 miljoen deelnemers), waar werknemers via hun baas sparen voor extra pensioen naast hun aow. Uit de gegevens valt op te maken dat zelfs bij een beperkt rendement van 0 tot 3% per jaar de vermogens van deze reuzen tot 2032 blijven stijgen. Ter vergelijking: het rendement bij het drietal bedroeg de afgelopen twintig jaar gemiddeld zo’n 7%.” En dat ondanks meerdere keren crisis.

“De fondsen gaven een prognose van hun premie-inkomsten en pensioenuitkeringen voor de komende twintig jaar. Vervolgens is gekeken naar hoe het vermogen van elk fonds zich ontwikkelt bij een verondersteld rendement van -3%, 0%, 3% en 6%. Conclusie: bij een gemiddeld jaarlijks rendement van 3% tot 2032 – dus minder dan de behaalde 7% over de laatste twintig jaar – wordt de pensioenpot bij ABP, PFZW en PMT verre van ’leeggegeten’.”

Een verheugende constatering die wijst op de echte schuldige voor de aangekondigde grootschalige pensioenkortingen: een onjuiste rekenrente voor de verplichtingen. Momenteel gaat op basis van cijfers van Prinsjesdag de koopkracht in 2012-2013 voor 65-plussers toch al flink achteruit tot -4,7% (zie bijlage). Deze onjuiste rekenrente wordt ook aangetoond in de artikelen die prof. Bernard van Praag onlangs schreef over ‘de fabels van de rekenrente’ en dat ‘een pensioenkorting van ouderen is geen structurele oplossing’ (zie op www.mejudice.nl). Een rekenrente op basis van een reële rente plus de verwachte inflatie met een kleine risico-opslag afhankelijk van de beleggingsresultaten van een fonds over een lange periode zou een veel eerlijker maatstaf zijn voor de rekenrente.

Septemberpakket

maandag 1 oktober 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 1 oktober 2012

Eerste stap voor aangepast pensioenstelsel is gezet
Staatssecretaris Sociale Zaken de Krom heeft op 24 september aan de Tweede Kamer een brief geschreven over aanpassing van de rekenrente (zie website Pensioenfederatie voor integrale tekst van het ‘Septemberpakket’). Daardoor hoeven pensioenfondsen voor 2013 ten opzichte van eerdere aankondigingen geen extra kortingen door te voeren en/of de premie extra te verhogen vanwege de huidige abnormaal lage rekenrente. Waarschijnlijk vallen ook de al eerder aangekondigde kortingen iets lager uit. Dat betekent ook dat minder pensioenfondsen volgend jaar de pensioenen zullen hoeven te verlagen. Dit is het gevolg van nieuwe spelregels die het ministerie van Sociale Zaken en De Nederlandsche Bank (DNB) hebben afgesproken en aan de Tweede Kamer hebben gestuurd.

Gevolgen voor pensioenfondsen
Als gevolg van de maatregelen dalen pensioenkortingen als percentage van de totale pensioen-verplichtingen door de nieuwe maatregelen in 2013 van 4,9 procent naar 0,8 procent, zo heeft De Nederlandsche Bank berekend op basis van gegevens ultimo juni 2012. De maatregelen zorgen er verder voor dat in 2013 het aantal fondsen dat verplicht moet korten daalt van 81 naar 30. Maar de verschillen in korten per pensioenfonds zijn groot. Zonder maatregelen hadden 154 fondsen in 2013 een korting moeten doorvoeren. Vergeleken met de kortingen die pensioenfondsen begin 2012 aankondigden is het effect van het septemberpakket kleiner: toen ging het om 103 pensioenfondsen en een korting van 1,1 procent van de totale pensioenverplichtingen.

Andere rekenrente toegepast
Uit de brief wordt duidelijk dat voortaan met een andere rente wordt gerekend die minder gevoelig is voor schommelingen op de financiële markten. Dit zorgt in de praktijk voor een hogere rekenrente. Pensioenfondsen moeten gebruik maken van zo’n rekenrente om de waarde te berekenen van hun toekomstige verplichtingen aan pensioenuitkeringen. Een hogere rekenrente maakt die pensioen-verplichtingen op papier kleiner en verbetert direct de financiële gezondheid van de fondsen. Verder krijgen pensioenfondsen met een dekkingstekort een adempauze, waardoor zij minder snel verplicht zijn om premies te verhogen. Ook mogen kortingen over meerdere jaren worden verspreid indien het pensioenreglement wordt aangepast (o.a. pas indexatie bij 110% dekkingsraad in plaats van de geldende 105%) en krijgen de kortingen dan een plafond van 7% per jaar.

Voorstellen zijn niet eenzijdig gunstig of ongunstig
De voorstellen, zo benadrukken Sociale Zaken en DNB, zijn niet eenzijdig gunstig of ongunstig voor een bepaalde generatie. Het CPB heeft uitgerekend dat “het voordeel van de huidige gepensioneerde generaties bedraagt minder dan 1% van de waarde van de pensioentoezegging, ten koste van jonge en/of toekomstige deelnemers.” Daar staat het nadeel voor gepensioneerden tegenover dat indexatie van pensioenen pas bij de hogere dekkingsraad van 110% wordt toegestaan. Als de rekenrente minder omzichtig zou zijn aangepast, dan zou dat nadelig zijn voor jongeren, zeker als de rente zo laag blijft als nu het geval is. De fondsen zouden in dat geval meer uitkeren aan huidige gepensioneerden dan mogelijk verantwoordelijk is.

Wat vinden andere organisaties hiervan?
De NRC van 29 september schrijft in het artikel Hogere rekenrente verdeelt de pijn dat de nieuwe Tweede Kamer meerderheid van VVD en PvdA volledig achter de aangekondigde maatregelen staan.
De Koepel van Verenigingen van Gepensioneerden (KNVG) vindt volgens haar persbericht (zie bijlage)

  • het besluit tot aanpassing van de rekenrente onvoldoende;
  • miljoenen gaan rechten inleveren zonder noodzaak;
  • de economie komt verder in het slop;
  • vertrouwen wordt niet hersteld.

Risicovrije rekenrente?

maandag 6 augustus 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 6 augustus 2012

Contant maken verplichtingen met risicovrije rente onjuist
De bekende ‘senior editorial writer and columnist’ John Plender van de Financial Times schreef onlangs dat ‘No asset is risk-free, nor does it make much sense to talk of the risk-free rate when referring to the yield on top quality sovereign debt’. In gewoon Nederlands wil dat zeggen dat er geen risicovrije beleggingen bestaan, óók staatsleningen niet. Ik ben het daar geheel mee eens en dat hebben we ook gemerkt in de eurozone. Daarom kan het contant maken van pensioenverplichtingen op basis van een risicovrije rente helemaal niet, omdat een risicovrije rente nu eenmaal niet bestaat. Maar welke verklaring is daarvoor te vinden?
Wij kennen al vele eeuwen de reële economie waarin producten en diensten worden verhandeld. Het daarvoor noodzakelijke traditionele bankieren betekent geld uitlenen aan particulieren en bedrijven. Daarmee was volgens de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) in 2011 wereldwijd een bedrag van 22 biljoen dollar gemoeid. Maar sinds de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw ontstond er een virtuele economie met de door zakenbanken bedachte bijproducten bij de ‘echte’ transacties. Deze bijproducten worden ‘derivaten’ genoemd en zijn later een eigen leven gaan leiden zoals o.a. swaps en futures. In de eerste helft van 2011 stond er volgens de BIB maar liefst 554 biljoen dollar aan deze rentederivaten uit, een 25-voud van de reële economie. Met deze derivaten proberen o.a. pensioenfondsen rente-ontwikkelingen af te dekken. Dit betreft dus geen echt geld uit de reële economie, maar wordt mogelijk gemaakt door o.a. de Europese Centrale Bank (ECB). Onlangs bleek ook de fraude met de interbancaire rente (Libor en Euribor) die ook de basis vormen voor deze rentederivaten. Waarom zouden we nog vertrouwen hebben in banken?

Maar rentederivaten hebben nog meer effecten
De bezittingen en verplichtingen van pensioenfondsen moeten op basis van internationale afspraken op ‘marktwaarde’ worden gewaardeerd om de dekkingsgraad te kunnen berekenen. Voor de bezittingen bestaat vaak een markt waar een dagelijkse prijs voor die bezittingen wordt bepaald, behalve bij incourante beleggingen zoals een teakbomenplantage.
Maar pensioenverplichtingen worden niet verhandeld en daarom bestaat daar géén marktprijs voor. Daarom werd bedacht om de waarde van de verplichtingen te baseren op het contant maken van de huidige en toekomstige verplichtingen (‘disconteren’) tegen het rendement van zogenaamd ‘risicovrije’ staatsleningen met looptijden die overeenkomen met de verplichtingen. Met de gedachte dat een dergelijk rendement altijd wel kan worden gemaakt. Maar helaas, de rente voor staatsleningen is voor AAA-landen als Nederland zeer laag door toedoen van de ECB en niet zonder risico qua waarde. Bovendien geeft Nederland (te) weinig staatsleningen uit die langer lopen dan 20 jaar en tevens verhandelbaar zijn. Daar is wel veel vraag naar bij de Nederlandse pensioenfondsen, tot een looptijd van zelfs 100 jaar zoals in andere landen.

Oplossing van minister Kamp
Om de pensioenverplichtingen langer dan 20 jaar te kunnen disconteren voor de berekening van de dekkingsgraad heeft minister Kamp voorgesteld om een rentederivaat als de Ultimate Forward Rate (UFR) te laten gebruiken. Diverse deskundigen hebben daar grote bezwaren tegen. Zelf pleit ik voor de erkenning dat er géén risicovrij disconto (rekenrente) bestaat en de bestaande marktfluctuaties worden geaccepteerd. En dat bij de discontering van de verplichtingen wordt uitgegaan van een prudentieel gerealiseerd rendement met een verlaging van de zekerheidsmaatstaf van 97,5% in de Pensioenwet. Dan kan er gewoon worden belegd met de bestaande risico’s en onzekerheden met een kans op een goed rendement (belangrijk voor jongeren) en minder kans op (tijdelijk) korten evenals met meer kans op compensatie voor inflatie (goed voor ouderen). Oud-minister Hoogervorst, nu voorzitter van de International Accounting Standards Boards (IASB) in Londen, adviseert in een interview in het blad NPN over de rekenrente ‘Minister Kamp zou er wel goed aan doen om met een schuin oog naar onze standaard te kijken’. Want: ‘Accounting is geen exacte wetenschap’.

Meldpunt Pensioenkorting

maandag 9 juli 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 9 juli 2012

Meldpunt Pensioenkorting geopend
Het Meldpunt Pensioenkorting is van start gegaan op http://www.meldpuntpensioenkorting.nl. Hierop kan iedereen die een korting op zijn pensioen te horen heeft gekregen, zich aanmelden en de petitie ondertekenen Ik wil niet worden gekort op mijn pensioen! Deze petitie zal worden aangeboden aan Minister Kamp en alle pensioenwoordvoerders van de politieke partijen in de Tweede Kamer vóór de verkiezingen op 12 september. De gepensioneerden kunnen hun stem zo laten horen bij de politiek. Ook kan iedereen een email sturen naar pensioenkorting@gmail.com om zijn of haar visie te geven over deze pensioenkortingen. Deze visies zullen ook worden verspreid.

Jongeren willen de solidariteit bij pensioenen afschaffen
Mijn onderstaande pleidooi voor een behoud van solidariteit bij pensioenen is gepubliceerd in het Financieel Dagblad van 6 juli. Als reactie op het artikel van Ilja Boelaars, de pensioenwoordvoerder van de Jonge Democraten van D’66, die ervoor pleit om te stoppen met solidariteit bij pensioenen (Financieel Dagblad van 29 juni). Want dat zou ons pensioenstelsel te gronde richten en voor onzekerheid en onrechtvaardigheid zorgen. Niets is minder waar.

Onze samenleving is gebaseerd op solidariteit. In gezinsverband, in dorpsverband, landelijk in de zorg, bij belastingheffingen of bij verzekeraars. Of bij de AOW waar alleen de werkenden premie betalen voor alle gepensioneerde inwoners van Nederland (omslagstelsel). Ook hier is er geen verband tussen de betaalde premie en hetgeen men ervoor terugkrijgt. Risicodeling met huidige en toekomstige generaties is juist en goed. Maar wel op een eerlijke wijze. Daar worden wettelijke spelregels voor bedacht en ingevoerd. En verandert het inzicht over de regels, dan kan de politiek die wettelijke regels aanpassen. Dat geeft democratische legitimiteit, maar daarvoor hoef je het principe zelf niet overboord te gooien.

Zeker niet als voor het overboord gooien van het principe onjuiste argumenten worden gebruikt. Boelaars schrijft dat 65-jarigen nu zo’n 90% van hun laatst verdiende salaris als pensioen kunnen krijgen en er voor jongeren nog 50% rest. De genoemde 90% pensioen van het laatste salaris blijkt afkomstig uit een presentatie van Klaas Knot van DNB op 16 mei 2006. Maar dat percentage wordt alleen bereikt bij een eindloonregeling bij het hoogste opbouwpercentage van 2,25%. Bij 1,75% is dat ‘slechts’ 70% pensioen. Bij het gebruikelijke middelloon zijn de percentages veel en veel lager. Volgens de cijfers van dezelfde DNB hadden ultimo 2011 maar 55.000 van de 5,8 miljoen pensioendeelnemers (0,9%) een eindloonregeling. Maar jongeren hebben ook een vele jaren hogere levensverwachting dan de huidige ouderen. Dat betekent meer pensioenpremie óf langer werken óf een versobering van de regeling. Daarvoor willen de ouderen met hun pensioen niet opdraaien.

De ANBO komt op voor de senioren
In het artikel van BNR van 5 juli wijst Frank van der Aa van de ouderenorganisatie ANBO op de door jongeren opgeroepen tegenstelling tussen jong en oud vanwege de door minister Kamp voorgestelde nieuwe rekenrente. Van der Aa stelt terecht “Maar vraag je ook eens af wie het meeste heeft ingelegd. Het is echt niet zo dat de ouderen het pensioen van de jongeren opeten. Het is een puur boekhoudkundige kwestie. Jongeren bouwen door het niet indexeren eveneens minder op dus jongeren hebben hier ook gewoon voordeel aan.” De voorzitter van de Jonge Democraten Nikie van Thiel moet toegeven dat “Voor de lange termijn is er wel wat voor te zeggen inderdaad. Maar voer het nu dan wel generatieneutraal in.” Er wordt nu uitgezocht hoe die rekenrente op een eerlijke wijze valt te berekenen. In ieder geval hebben wij meegeholpen om het oude voorstel in de prullenbak te krijgen. Maar geen woord over hoe de jongeren hun pensioen met hun veel hogere levensverwachting ten opzichte van de huidige ouderen willen financieren. Daar zullen we als ouderen flink op moeten blijven hameren. Want voor een 65-plusser schat het CBS voor 2060 een stijging van de levensverwachting met nog eens 2,5 jaar. Jongeren, neem jullie verantwoordelijkheid.

Pensioenvertrouwen en pensioenvermogen

maandag 25 juni 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 25 juni 2012

Het lage vertrouwen in onze pensioenfondsen
De Nederlandse Bank heeft eind maart 2012 een enquête gehouden onder een representatief deel van de Nederlandse bevolking over het vertrouwen in de financiële sector.

De uitkomst is verontrustend en verbazingwekkend dat banken hoger scoren dan pensioenfondsen: “Het publieke vertrouwen in het eigen pensioenfonds daalde van 62% in 2011 naar 55% dit jaar op de vraag: “Hebt u er vertrouwen in dat het pensioenfonds (de pensioenfondsen) waarbij uw pensioen is ondergebracht in staat zal (zullen) zijn te zijner tijd uw pensioen uit te betalen?” Dit is 30 procentpunt lager dan in 2007. Deze score ligt ook beduidend lager dan de scores voor banken en verzekeraars. Dit houdt vermoedelijk verband met de aangekondigde kortingen op pensioenaanspraken, de aanhoudende discussie over de toekomst van het pensioenstelsel en de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd.” En dat dankzij de sociale partners en de politici.

Waardering pensioenvermogen is kortzichtig
Dat schreef Dr. A.J. Vermaat, oud-voorzitter van de Pensioen- en Verzekeringskamer (nu onderdeel van DNB) in het Financieel Dagblad van 21 juni. “Dit komt door de gekozen regel dat de toekomstige verplichtingen contant moeten worden gemaakt tegen de actuele risicovrije 10-jaarsrente (op Nederlandse staatsobligaties)”. Hij noemt dit “een foute hypothese”. Want hij vraagt zich af waarom zou de lange nominale rente na de komende 10 jaar nog zo’n 30 à 40 jaar op rond de 2% blijven staan? “Historisch een belachelijke hypothese”. En dat maakt veel uit, want een 1% hogere of lagere rekenrente maakt een verschil in dekkingsgraad van circa 10%. Volgens de wetenschap bestaat een normale rente in de markt uit een reële rente als uitleenvergoeding en de verwachte inflatie in de uitleenperiode. Daarop is de vroeger veel gebruikte rekenrente van 4% gebaseerd. Tenzij overheden zelf een kunstmatig lage rente vaststellen.

Pensioencongres van Investments and Pensions Nederland
Ook daar werd door jongeren gewezen op het mogelijk leegeten van de pensioenpotten door de ouderen vanwege de pas uitgekomen ‘Hoofdlijnennota’ van minister Kamp. Dat willen ouderen niet voor hun kinderen en kleinkinderen. Ouderen willen echter geen lagere pensioenen krijgen omdat de jongeren met hun veel hogere levensverwachting dan de huidige ouderen geen hogere premie wensen te betalen, niet langer willen werken en geen afgeslankt pensioensysteem willen.

Een tussenstand van zaken op pensioengebied

maandag 14 mei 2012

In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.

Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 14 mei 2012

Een tussenstand van zaken op pensioengebied
Op dinsdag 8 mei heeft de Eerste Kamer besloten geen enkel wetsvoorstel van de agenda af te halen. De Tweede Kamer beslist na het reces welke onderwerpen controversieel moeten worden verklaard en moeten wachten tot na de verkiezingen op 12 september. Daar de begroting op Prinsjesdag moet worden ingediend bij de Tweede Kamer, gaat het overleg tussen de politieke partijen van de ‘Kunduz-coalitie’ over de begroting voor 2013 stug door. Sommigen zeggen dat naast de noodzakelijke korte termijn lastenverzwaringen veel meer structureel moet worden aangepast zoals wordt bepleit door prof. Sweder van Wijnbergen in de NRC van 9 mei. “Want overheids-tekorten jagen hoogstens de vraag aan, niet de productiecapaciteit van de economie, en dat laatste is nodig voor duurzame groei. Sterker, de groei van de productiecapaciteit (‘verdienvermogen’) vereist hogere private investeringen , en daar is een stabiel investeringsklimaat voor nodig.” En daarvoor zijn dan ook aanvullende hervormingen noodzakelijk, aldus Sweder van Wijnbergen. Ook de beide hoogleraren Lans Bovenberg en Bas Jacobs bepleiten in de Volkskrant van 9 mei meer resp. betere structurele hervormingen. “Want je kunt niet de pensioenleeftijd verhogen als je niet tegelijk maatregelen neemt om mensen langer te laten doorwerken.”

Philips pensioenfonds
Een te lage dekkingsgraad van een pensioenfonds omdat er in de goede jaren geld terug in het bedrijf is gestort. Kun je dan de werkgever aansprakelijk stellen? Gepensioneerden van Philips overwegen het. Als zij gelijk krijgen, kan dit het begin zijn van een reeks rechtszaken, aldus het blad Intermediair van 9 mei. Volgens de website van de Federatie van Philips Verenigingen van Gepensioneerden (FPVG) is er al overgegaan naar een Fondsvorming Juridische Reserve met een minimaal werkkapitaal van € 250.000,-. De gepensioneerden van Philips stellen zich op het standpunt dat in 1962 door Frits Philips zelf een ‘waardevast en gegarandeerd pensioen’ is toegezegd met de uitspraak “Het stellige voornemen om werknemers een pensioen te bieden zal geen mindere betekenis hebben dan een juridisch afdwingbare toezegging.” Maar er is al twee jaar niet geïndexeerd en de kans wordt groot geacht dat korten van de pensioenen noodzakelijk wordt. Daarom wordt in totaal € 1,27 miljard pensioengeld als terugstorting aan het pensioenfonds aan Philips gevraagd. Kamerlid Pieter Omtzigt heeft al een jaar gelden aan minister Kamp een lijst gevraagd met alle terugstortingen van pensioenfondsen, maar daar zit tot nu toe weinig schot in. Daarnaast heeft prof. Bernard van Praag berekend in Mejudice van 21 februari dat met de premie-vakanties het ruwweg om € 100 miljard gaat aan te weinig betaalde premies en verloren rente.

CBS levensverwachting
De statistisch onderzoeker Dr. Coen van Duin van het CBS geeft in het blad Pensioen, Bestuur & Management van 10 mei een toelichting op de nieuwste cijfers over de CBS levensverwachting. Dat is van belang vanwege de komende koppeling van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting. De grote onzekerheden in de prognose van de levensverwachting betekenen een grote onzekerheid over de toekomstige pensioengerechtigde leeftijd. De resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd is momenteel opgelopen tot 23,0 jaren in 2060. Dit is 4,7 jaar hoger dan de waarde in de periode 2000-2009, aldus het interview. Met een (on)zekerheid van 67% prognose-interval komt dan het volgende beeld naar voren op basis van het in behandeling zijnde wetsvoorstel van minister Kamp. Voor personen geboren voor 1955 blijft de pensioengerechtigde leeftijd 65 jaar. Voor wie in 1975 is geboren, is een pensioengerechtigde leeftijd van 67-69 jaar waarschijnlijk. Wie in 1985 is geboren, is 68-71 jaar waarschijnlijk. De gepensioneerden hebben tot hun 65e jaar de voor hun geldende pensioenpremie betaald behorende bij de toenmalige levensverwachting. Daarna niet meer en die stijging van de levensverwachting sindsdien wordt opgevangen door de collectiviteit en solidariteit van het pensioenstelsel sinds de invoering ervan.

Jaarverslag DNB over het nieuwe pensioencontract

maandag 16 april 2012

Visie van De Nederlandse Bank over nieuw toezichtkader
In het jaarverslag 2011 van De Nederlandse Bank (DNB) is een hoofdstuk gewijd aan de visie van DNB hoe het nieuwe toetsingskader voor het nieuwe pensioencontract eruit gaat zien (zie bijlage). Dat zijn de nieuwe spelregels die gaan gelden voor pensioenfondsen en de toezichthouder. Het stuk leest als een proefballon van minister Kamp om de reacties in de pensioenwereld te peilen. Na vermelding van de oorzaken begint de visie met de mogelijke oplossingen van de huidige problemen: “Om het pensioenstelsel een duurzame financiële basis te geven, zullen we uiteindelijk langer moeten doorwerken, meer moeten sparen of een lager dan wel minder zeker pensioen accepteren.”  Dat is correct geformuleerd. Vervolgens wordt meteen de stap genomen naar het Pensioenakkoord met als voordeel een koppeling van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting, maar die koppeling kan toch ook in het huidige pensioenstelsel worden gemaakt? Een koppeling is wel noodzakelijk, want in de laatste 55 jaar is de levensverwachting voor zowel mannen als vrouwen met 8 jaar toegenomen. En tot 2050 neemt deze nog eens met 6 jaar toe, aldus prof. Lex Burdorf en Mikkel Hofstee in de Telegraaf van 14 april. En de zeer noodzakelijke verhoging van de AOW- tevens pensioenleeftijd kan toch ook snel worden ingevoerd in het huidige pensioenstelsel?

Duidelijkheid
De huidige tekorten moeten nog wel worden weggewerkt en dat moet uiteraard door ze op een evenwichtige manier te verdelen over de deelnemers. Maar ook daar zijn betere methoden voor dan hetgeen wordt vermeld in het Pensioenakkoord en die zullen het maatschappelijk draagvlak niet aantasten zoals nu wel het geval dreigt te worden. DNB stelt verder: “Het is verder zaak de pensioenregelingen zo eenvoudig en helder mogelijk te houden. Het communiceren van slechts één cijfer (alleen het verwachte pensioen) suggereert te veel zekerheid.” Maar één cijfer maakt het pensioen nu juist eenvoudig en helder. Terwijl DNB zelf vermeldt dat “Uit enquetes komt echter duidelijk naar voren dat deelnemers veel belang hechten aan pensioenzekerheid.”

Zekerheid
Wel stelt DNB duidelijk: “In het nieuwe pensioencontract zijn de uitkeringen, via het aanpassingsmechanisme, direct afhankelijk van beleggingsrendementen en de verandering van levensverwachting. Verderop wordt echter vermeld: “Het verwerken van een stijgende levensverwachting staat los van de financiële positie van het fonds en wordt verwerkt via een aanpassing van de pensioenopbouw en de pensioenleeftijd.” Deze fluctuaties worden in het huidige stelsel echter opgevangen door de aanwezige buffers, voor zover nog aanwezig.  DNB verklaart verderop niettemin voorstander te zijn van een verplichte egalisatiereserve, te financieren uit meevallende beleggingsopbrengsten en/of een premieopslag. De aanpassingen van de levensverwachting kunnen echter ook in het huidige stelsel worden gerealiseerd door het invoeren van leeftijdscohorten (zie ons voorstel op de website). Al met al alleen maar meer onzekerheid, maar onbegrijpelijk noemt DNB dat een verbetering ten opzichte van het huidige stelsel.

Mogelijkheden
Dus behalve langer doorwerken en later met pensioen zouden de deelnemers ook meer kunnen sparen en wel zelf via het pensioenfonds of privé in de derde pijler (volgens een poll van Aegon 61% van de deelnemers). Maar ook kan worden besloten om het opbouwpercentage te verlagen zoals sommige pensioenfondsen nu al doen. Dan bouwt men weliswaar minder pensioen op, maar met o.a. langer werken kan dat (deels) worden gecompenseerd. Door pensionering te koppelen aan b.v. 45 arbeidsjaren in plaats van leeftijd zoals vermeld in ons voorstel, maakt dat een individuele invulling mogelijk. Dat is juist goed van toepassing voor de hoogopgeleiden die langer leven dan de laagopgeleiden en die ook later beginnen met werken dan de laagopgeleiden. Maar de grote vraag is of we daarbij onze bestaande rechten verliezen door collectief ‘invaren’ in het nieuwe contract.

Nieuwsbrief van de Stichting Pensioenbehoud van 16 april 2012

 

Zeggenschap gepensioneerden in besturen pensioenfondsen nabij!

donderdag 26 januari 2012

Op 24 januari 2012 behandelde de Eerste Kamer eindelijk het initiatiefwetsontwerp Koser Kaja Blok (KKB), dat gepensioneerden enige zeggenschap zal geven in de besturen van de bedrijfstakpensioenfondsen. Het betoog van senator Kees de Lange, oud voorzitter van onze Bond geeft zo uitstekend onze opvattingen weer, dat wij verwijzen naar zijn weblog en dat van Jan Nagel (partijvoorzitter 50 plus) waarin die argumenten worden opgesomd.

Hoewel er pas op 31 januari 2012 over wordt gestemd, verzekeren insiders ons dat het initiatiefwetsontwerp ongetwijfeld zal worden aangenomen. Het is niet ongebruikelijk dat in de Eerste Kamer de stemmingen pas een week na de behandeling worden gehouden.

DNB verandert van mening

maandag 9 januari 2012

In de eerste week van het nieuwe jaar zorgde De Nederlandsche Bank wellicht voor het belangrijkste nieuws op pensioengebied. De zo uiterst conservatieve en terughoudende (heel vaak terecht) DNB veranderde opeens van mening. Joop van Vliet schrijft hierover in zijn weblog ‘DNB plakt pleistertje op gapend pensioengat’.