In het kader van de samenwerking met de stichting Pensioenbehoud, publiceren wij hun nieuwsbrief.
Nieuwsbrief van Stichting Pensioenbehoud van 17 juni 2013
De Eerste Kamer is nu aan zet
In een vorige nieuwsbrief is uiteengezet waarom de Stichting Pensioenbehoud aan de Eerste Kamer heeft gevraagd om een ‘novelle’ (aanpassing) van de wet versterking bestuur pensioenfondsen (Wvbp) te vragen aan de regering. Dat is omdat in het wetsvoorstel het aantal gepensioneerden in het bestuur van een fonds worden gemaximeerd tot 25% van het totaal aantal zetels. Dat is een discriminatie van gepensioneerden ten opzichte van werknemers. Staatssecretaris Klijnsma heeft in de Tweede Kamer beloofd dat de vergelijkbare wet Koser Kaya Blok (zonder discriminatie) in werking zal treden op uiterlijk 1 juli indien het wetsvoorstel Wvbp niet is aangenomen door de Eerste Kamer. Haar woordvoerder deelde ons in een email mede “als het wetsvoorstel versterking bestuur pensioenfondsen inderdaad op 9 juli 2013 plenair zal worden behandeld in de Eerste Kamer komt staatssecretaris Klijnsma haar toezegging na om de Wet Koser Kaya Blok op 1 juli in werking te laten treden.” Laten we hopen dat de Eerste Kamer zich niet onder druk laat zetten.
Uit onderzoek blijkt echter dat deze voor gepensioneerden discriminerende bepaling in de hierboven genoemde wet Wvbp in strijd is met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. De voormalige rechter aan het Europese Hof van de Rechten van de Mens prof. mr. Egbert Myjers heeft een email gestuurd met zijn commentaar. Hij citeert een zin uit een arrest van dit Europese Hof die luidt dat “discrimination” means treating differently, without an objective and reasonable justification, persons in similar situations“. Met geen mogelijkheid kunnen wij en andere geraadpleegde deskundigen een objectieve en redelijke rechtvaardiging vinden voor de discriminatie in de zeggenschap van gepensioneerden.
We hebben ook een Europees pensioenrechtdeskundige dr. Hans van Meerten gevraagd of deze discriminatie van gepensioneerden niet in strijd is met het recht van de Europese Unie. Hij heeft daarover een ‘verkenning’ geschreven waarin hij concludeert dat discriminatie van gepensioneerden in de zeggenschap bij een paritair pensioenfondsbestuur ‘waarschijnlijk’ is zoals wordt voorgesteld in het wetsvoorstel. Beide standpunten hebben wij ter kennis gebracht van de pensioenwoordvoerders van de Eerste Kamer.
Verlaging van de pensioenopbouw benadeelt jongeren
Als bezuiniging heeft het kabinet voorgesteld om de pensioenopbouw te verlagen tot 1,75% voor een middelloonstelsel. De pensioenpremie van werkgever en werknemer wordt als uitgesteld loon betaald aan het pensioenfonds uit het bruto inkomen. Pas na pensionering wordt er belasting en premies geheven over het uitgekeerde pensioen. Door deze regeringsmaatregel in 2015 wordt er veel minder pensioen opgebouwd dan tot op heden. Nu is er ook discussie over wat te doen met de pensioenpremie. Premie verlagen betekent een uitholling van het pensioenfonds omdat er dan geen kostendekkende premies (meer) worden betaald. Premie gelijk houden versterkt de financiële positie van de fondsen, hetgeen hard nodig is en de kostendekkende premie handhaaft. Ook is een bijspaarregeling voor het pensioen voorgesteld, maar daarover zijn AFM en DNB kritisch.
Dat is ook van groot belang voor de jongeren. Maar in de Tweede Kamer zijn de VVD, PvdA, D66 en SGP voorstander om de uitgespaarde premie tot wel € 1.000 per jaar om te zetten in meer salaris voor de werkenden in loondienst. Dat is om de koopkracht op peil te houden van de werkenden, maar koopkrachtbehoud krijgen zij al door de jaarlijkse compensatie van hun loon voor inflatie volgens de cao. De gepensioneerden zijn dan weer de klos en het is tevens potverteren voor de toekomst. Consumeren nu en armoe later voor de jongeren. Het zijn echter de besturen van de pensioenfondsen die bepalen wat er gebeurt met de premiehoogte, niet de politiek. En de Pensioenfederatie heeft al gezegd “Vrijvallende premies hoeven niet per se terug naar werkenden.”




Hippo Potamus
Alle kranten meldden in vette letters dat het geen fraude was bij het pensioenfonds van het CBR maar gewoon een rommeltje. Sommige schreven bijna vergoelijkend: “
Impliciet ook een bevestiging van de minstens even onrustbarende waarheid dat toezichthouders veel lijken op de befaamde drie aapjes ‘horen, zien en zwijgen’ en dus niet doen waar ze voor zijn aangesteld … TOEZIEN, maar zich beperken tot … TOEKIJKEN en hoge vergoedingen OPSTRIJKEN. Want raden van commissarissen en raden van toezicht zijn net zo goed toezichthouders als de DNB en de AFM dat zijn. Die beide officiële grootmachten in het toezicht blinken ook niet uit door alertheid en adequate maatregelen, maar kunnen nog als excuus aanvoeren dat een iets te vroege of overdreven waarschuwing noodlottige gevolgen kan hebben, terwijl de mogelijkheid om sancties op te leggen beperkt is.
Joop van Vliet