Beer van Huet (Pensioentoekomst)
(lang) Maar dat is het altijd met die verrekte pensioendiscussie.
De rendementen en rentes zijn afhankelijk van de conjunctuur, fluctueren en hebben een samenhang. Ik stam nog uit de tijd dat de rente 12,8% was en een dertigtal jaren boven de historische rente van 4% lag, waarmee de fondsen rekenden. De pensioenfondsen hebben een verre beleggingshorizon van 40 jaar of meer. We hebben kunnen constateren dat de beleggingen het na de financiële en economische crisis, weer goed deden.
Door de inflatie zien we dat de FED nu overweegt om de rente te verhogen, zelfs in tranches van 0,5%. De ECB zal om dezelfde reden, niet achter kunnen blijven. Ik realiseer me dat daarmee de economisch ‘zwakke’ landen van de EU in de problemen komen maar dat is een politiek probleem. Economische principes en marktwerking veranderen niet en een ander pensioenstelsel in Nederland zal daar geen invloed op hebben. Zowel de lage rente als tegenvallende rendementen zijn volgens het ministerie de hoofdoorzaken die hebben geleid tot een herziening van ons pensioenstelsel. Ik vind het jammer dat in de aanloop naar de WTP niet even is stilgestaan bij een hernieuwde tussentijdse validering van deze twee factoren. De pensioenwet en -regelgeving ‘oude’ stijl, was blijkbaar zo gek nog niet. De inflatie van 2% waarvan de WTP uitgaat, is inmiddels alweer achterhaald en de economie zal zeker met nog meer tegenvallers rekening moeten houden. Stagnatie van fossiele brandstoffen en ook de investeringen in de energietransitie en het klimaatbeleid zijn niet zonder risico. Maar goed, de WTP gaat er komen, dat staat vast. Het ziet ernaar uit, althans wij hopen dat allemaal, dat de minister besluit om de koopkracht van ouderen te willen verbeteren. Al is het maar om meer draagvlak te creëren voor de WTP. Ik ben bang, dat als dat gebeurt, het een ‘cosmetische’ ingreep wordt. De achterstand vanwege het jarenlang niet indexeren zal niet verdwijnen en, indien dit uitsluitend gebeurt vanwege de toekomstige WTP, lijkt dit mij moeilijk te onderbouwen. De pensioenen moesten immers worden veranderd omdat zij geld tekort kwamen. De ‘markt’ is niet veranderd. In 2022 hebben zich geen situaties voorgedaan, die ten opzichte van vorige jaren de pensioenvooruitzichten hebben verbeterd. Als nu ineens blijkt, dat bepaalde randvoorwaarden voor pensioenen kunnen worden versoepeld, kun je je afvragen of dat voorheen ook niet mogelijk geweest zou zijn. En of er niet met de belangen van de pensioendeelnemers is gemanipuleerd. Ik zou dit, als pensioendeelnemer, zeker willen voorleggen aan een rechter. Daarom wil ik een lans breken voor indexatie met terugwerkende kracht. De minister kan toegeven dat, met de kennis van nu, bepaalde aannames in het verleden zijn achterhaald. En zonder gezichtsverlies bekijken in hoeverre er met terugwerkende kracht kan worden geïndexeerd.
Het is niet ondenkbeeldig, dat het FTK in het leven is geroepen (of gebleven) om a.h.w. een ‘dagwaarde’ van de pensioenen te kunnen bepalen, waarmee straks in de WTP de individuele vermogens van de pensioendeelnemers worden vastgesteld. Dan is met een extreem lage rente deze waarde natuurlijk zeer onvoordelig voor de pensioendeelnemers. Hun toekomstige vermogen groeit immers niet of nauwelijks. In feite wordt de waarde van hun ‘bezit’ over 40 jaar dan gewaardeerd op die van vandaag. Anderzijds blijkt er dan een flink bedrag aan huidig vermogen overtollig vanwege de hoge rendementen die, in het oude systeem deze lage rente in de toekomst moeten compenseren. Een tweede reden om te zorgen dat de rekenrente omhoog moet.
Omdat de deelnemer voortaan individueel gaat beleggen zonder de vermaledijde rekenrente, wordt de WTP, althans volgens het ministerie, gezien als een verbetering van de pensioenen. Dat is niet waar want we zien het FTK later weer terugkomen in de WTP als de deelnemers een gedeelte van hun premie in een risicofonds moeten stoppen. Ook blijven de pensioenfondsen straks gewoon doorgaan met collectief beleggen en de markt zal niet veranderen. Het huidige collectiviteit beginsel houdt in dat op oudere leeftijd nog met hoge rendementen wordt belegd en de risico’s daarvan worden verspreid over de jonge deelnemers. Omdat iedereen een percentage van zijn middelloon als pensioen ontvangt, maakt dat niet uit. In de WTP wordt voor iedereen een eigen ‘potje’ aan pensioenvermogen berekend. De ouderen die voorheen hebben meebetaald aan het collectiviteit beginsel krijgen dus een kleiner ‘potje’. Zij betaalden wel de lasten maar ontvangen niet de lusten. In de WTP worden cohorten ingevoerd met verschillend gespreide rendementen en risico’s. Deze cohorten en daarbij behorende risico’s worden op leeftijd gebaseerd. Hoe ouder, des te minder risico en rendement. De veronderstelling dat je kunt profiteren van grotere rendementen is daarom onjuist. Ook de indexatie gaat tot het verleden behoren. Wel ontvangen deelnemers die in een hoogconjunctuur met pensioen gaan een hoger bedrag aan uitkering dan diegenen, die tijdens een periode van economische malaise met pensioen gaan. Terwijl zij beiden dezelfde premie betalen. Ik vind de rechtvaardigheid daarvan ver te zoeken.
Tenslotte is er grote behoefte is aan transparantie. De eerste (concept) WTP en MvT werd op internet gepubliceerd. Specifiek gericht aan o.a. de pensioendeelnemers. Er is commentaar geleverd en de MvT is van 200 pagina’s volgens ingewijden naar 400 pagina’s veranderd. En is naar de RVS gestuurd voor commentaar. Iedere financiële instelling publiceert vrijwel dagelijks over de consequenties ervan. Behalve de deelnemers en premiebetalers, zij blijven in het ongewisse. Voor hen blijft de wet geheim tot die aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. En worden uiteindelijk geconfronteerd met een fait accompli. Ik vind dat dat verbetering behoeft.