Maandag 9 mei 2022 TROUW.
Econoom Dirk Bezemer sprak op 22 april 2022 in het rondetafelgesprek van SZW over de Wet Toekomst Pensioenen. Zijn positionpaper was kraakhelder en duidelijk.
Interview in Trouw van gisteren.
Er is genoeg geld in Nederland, zegt econoom Dirk Bezemer. ‘Het is jarenlang de verkeerde kant op gerold’
Ja, er was een coronacrisis en ja, Nederland voelt de gevolgen van de Oekraïne-oorlog. Maar dat die combinatie mensen in de financiële problemen brengt, dat zou niet moeten, zegt econoom Dirk Bezemer. ‘Dit rijke land moet zich schamen voor de werkende armen.’

(reactie Wilma Berkhout)
Dat zelfs mensen met een goede baan die volle werkweken maken zich moeten afvragen of ze hun energierekening kunnen betalen, gold tot voor kort als on-Nederlands. Toch is het ook hier zo ver. Er woedt een oorlog waarin Nederland niet meevecht met wapens, maar met sancties. Die raken de Russen én die raken ons. De energieprijzen en de inflatie zijn omhoog geschoten.
Een rijk land als Nederland, zegt de Groningse hoogleraar economie Dirk Bezemer, moet zich schamen dat de office manager, de wijkverpleegkundige en de pakjesbezorger het water aan de lippen staat nu er een economische tegenwind waait. Er is geld genoeg in dit land, betoogt hij. Het is alleen jarenlang de verkeerde kant op gerold. Dat is een keuze. En die keuze kan anders.
Het eerlijke verhaal, zegt premier Rutte, is dat de overheid niet iedereen kan compenseren. Heeft hij gelijk, is dat het eerlijke verhaal?
“Ik ben met hem eens: de overheid kan niet alle inflatiekosten opvangen. Dat hoeft ook niet. Mensen met sterke schouders hoef je niet te compenseren. Maar de lagere en middeninkomens, ook dat zijn werkende mensen, die zitten nu klem. Voor hen moet de overheid wél iets doen.
“We zien nu de gevolgen van wat de kabinetten-Rutte de afgelopen tien jaar hebben gedaan: kwetsbaarheden creëren. Al die tijd zijn de lonen achtergebleven bij de economische groei en zeker bij de groei van vermogens en bedrijfswinsten. Dat hebben ze laten gebeuren.
“Dus ‘eerlijk’ bedoelt Rutte in de zin van openhartig denk ik, hij laat zien waar hij staat. Niet eerlijk in de zin van de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten, want dat is in Nederland niet het geval.”
Over de econoom
Dirk Bezemer (1971) is hoogleraar ­economie van de ­internationale financiële ontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Hij studeerde economie en landbouwwetenschappen in Wageningen en ­promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was onderzoeker aan het Imperial College in Londen en werkte voor de Britse overheid.
Bezemer is columnist bij De Groene Amsterdammer en lid van het Sustainable Finance Lab, dat de financiële sector zo wil omvormen dat die bijdraagt aan een economie ‘die de mens dient zonder zijn leefmilieu uit te putten’.
Maar ja, de lonen verhogen, daar gaat Rutte niet over. Dat moeten de werkgevers doen.
“De overheid heeft veel invloed op de lonen, vergis je niet. Er ís geen vrije markt waar de overheid niets kan doen, al is dat lange tijd het verhaal geweest. Die invloed loopt niet via wetten, maar de sfeer in het land, hoe we denken over inkomens, wordt rechtstreeks door overheidsbeleid beïnvloed.
“Een voorbeeld daarvan is flexibilisering. Zo’n dertig jaar geleden is de overheid de arbeidsmarkt gaan flexibiliseren en opeenvolgende kabinetten hebben dat actief gepromoot. Van de 9 miljoen werkende Nederlanders zijn er 2,5 à 3 miljoen flexwerker of zzp’er. Deels zijn dat mensen die goed voor zichzelf kunnen zorgen, zeker, maar een groot deel heeft een te laag en onzeker inkomen. Die grote groep wordt nu snel en hard geraakt door de stijgende kosten.”
In uw boek Een land van kleine buffers, dat u schreef tijdens de eerste lockdown in 2020, staat: er is best geld, het is alleen verkeerd verdeeld.
“Laten we geen doemverhalen over Nederland vertellen. Dat zoveel mensen hierheen komen, noemen we het vluchtelingenprobleem, maar het is een enorm compliment voor hoe rijk Nederland is en hoe goed de voorzieningen hier zijn.
“Des te meer is het een schande, voor zo’n rijk land, dat zoveel mensen te weinig financiële buffers hebben. Onderzoeken van het Nibud, De Nederlandsche Bank, van de Rabobank laten dat steeds zien. Een derde van de 20- tot 45-jarigen heeft nog geen 3000 euro op zijn spaarrekening.”
Als dat geld niet bij de werkenden zit, waar zit het dan? En hoe is het daar terechtgekomen?
“Noem het verblinding, overtuiging, of noem het ideologie, maar in Nederland heerst het idee dat de Amsterdamse Zuidas, met zijn banken, accountants en vermogensbeheerders, het vlaggenschip van de Nederlandse economie is. De financiële sector krijgt in dit land enorme subsidies.
“Neem de hypotheekrenteaftrek. Die geeft de overheid aan huizenkopers, zodat ze lagere maandlasten hebben. Maar in wezen is het een subsidie aan de bank, want die zegt: als jij lagere lasten hebt, dan kun je best meer lenen. En wie meer leent, betaalt meer rente. Voor banken, voor makelaars, voor dat hele financiële complex is die aftrek fantastisch.
“Nederlanders lenen veel, de hypotheekschuld is hier een van de hoogste ter wereld, en brengen dus continu geld naar de bank – als aflossing en rente – in plaats van het uit te geven. Huishoudens zouden meer geld te besteden hebben als hun schuld niet zo hoog was. Dat zou goed zijn voor de economie.
“Waarom wordt de hypotheekrenteaftrek zo langzaam afgebouwd? Daar zit geen koele economische analyse achter, dat is lobbykracht, welbegrepen eigenbelang van de financiële sector, die aansluit bij het idee van opeenvolgende kabinetten over wat een goede inrichting van de economie is.”
'In de pensioenpot zit dus veel geld dat van de overheid is. Het maakt die pot onnodig groot en drijft de commissies en de beheerskosten onnodig op.' Beeld Patrick Post
'In de pensioenpot zit dus veel geld dat van de overheid is. Het maakt die pot onnodig groot en drijft de commissies en de beheerskosten onnodig op.'Beeld Patrick Post
Een ander voorbeeld zijn de welgevulde Nederlandse pensioenfondsen, schrijft u.
“Alle ongeveer drie miljoen gepensioneerden in Nederland ontvangen AOW. De overheid registreert wie wat krijgt en voert de regeling uit en dat kost ongeveer 100 miljoen euro per jaar.
“Daarnaast heb je de pensioenfondsen, waarin werkgevers en werknemers premies inleggen die worden belegd. Dat kost zo’n 9 miljard per jaar. Dat is negentig keer zoveel, terwijl er hetzelfde aantal gepensioneerden mee wordt bediend. Waar gaat al dat geld naartoe? Dat kun je je afvragen.”
En het antwoord is?
“De totale Nederlandse pensioenpot is 1800 miljard euro. Als je die mag beheren, kun je goed geld verdienen. Een flink deel van die 9 miljard gaat naar instandhouding van de fondsen en naar bonussen van de vermogensbeheerders die voor de fondsen op de internationale financiële markten opereren. Blackrock en Vanguard, dat soort bedrijven. Die vermogensbeheerders, de money managers, romen stevig af op de inleg van pensioenspaarders. Het is een wereld van exorbitante winsten en weinig toegevoegde waarde.
“Ik wijs hier niet naar de pensioenfondsen, daar werken integere, deskundige mensen. We doen dit samen, als maatschappij. Het idee is: sparen is goed, meer sparen is beter. Maar ik heb data van de Pensioenkamer geanalyseerd sinds de jaren vijftig: jaar op jaar op jaar betalen we meer premie dan er pensioenen uitgekeerd worden, met een korte onderbreking in de jaren negentig.
“Al sinds de jaren vijftig kunnen we gepensioneerden dus betalen uit de inleg. Maar we betalen extra om het geld te beleggen op de financiële markten. Het verhaal is: dat is nodig voor goede pensioenen in de toekomst. Daar zet ik een vraagteken bij.”
Nu stijgt inflatie schrikbarend snel. Niet in alle sectoren zal ruimte zijn om de lonen te verhogen om werknemers te compenseren. Tijd om die pensioenpremies te verlagen?
“Zeker. Verlaag de premies met een paar procent en je bent al een heel eind.
“Of hef belasting over de pensioenpremie. Dat gebeurt nu niet, waardoor de overheid inkomsten misloopt. Die krijgt haar geld pas als het pensioen wordt uitgekeerd, want iedere gepensioneerde betaalt belasting. In de pensioenpot zit dus veel geld dat van de overheid is. Het maakt die pot onnodig groot en drijft de commissies en de beheerskosten onnodig op. Reken nou direct af, dat scheelt een paar 100 miljard euro.
“Het is een goed voorbeeld van: er is genoeg geld, maar we gebruiken het verkeerd. Het staat op de finan­ciële markten en gaat niet naar lerarensalarissen. Dit is de analyse. Analyseren is mijn vak. Ik ben geen politicus, geen pensioenbeheerder. De eerste stap is dat er een consensus ontstaat: dit kan beter. Maar ons enorme pensioenstelsel met zijn vele partijen en ingewikkelde regels is heel lastig te veranderen. En voor ons belastingstelsel geldt dat niet anders.”
Verandering teweegbrengen is een hele klus, maar het is de strijd waard, vindt Bezemer. In zijn boek verwijst hij naar Groot-Brittannië aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het land had zijn industrie en leger verwaarloosd, de buffers waren er zo klein dat het The Battle of Britain maar net tot een goed einde bracht. Om de oorlog te winnen, moest het zijn geld anders inzetten.
“In 1940, nog voor Groot-Brittannië bij de oorlog werd betrokken, bracht econoom John Maynard Keynes het boekje How to pay for the war uit. Daarin omschreef hij financiële innovaties, zoals manieren om de productie te verhogen zonder de inflatie op te drijven. Die innovaties zijn doorgevoerd, waardoor het land zich razendsnel kon omvormen tot een oorlogseconomie. Zo liet Keynes zien dat de financiële structuur van een land bepaalt wat het kan doen. Voor ons land geldt: pakken we ons pensioen- en belastingstelsel niet aan, dan blijven de kwetsbaarheden, flexwerk en de werkende armen. Dan sukkelen we door. Dat hoeft niet in een rijk land als het onze.”
Is de les van Keynes dat we een meer dirigistische overheid nodig hebben?
“Dirigistisch heeft een nare bijsmaak: oh, de overheid gaat mij vertellen wat ik moet doen. De geschiedenis van het kapitalisme laat zien dat groei en verdeling van welvaart op hun best zijn wanneer de markt en de overheid de economie samen vormgeven en de dynamiek sturen. De 25 jaren na de oorlog worden wel de gouden jaren van het kapitalisme genoemd.
“De overheid heeft een mening en stuurt daarop. En dat is niet het idee dat daarna postvatte: dat van de bv Nederland. Ofwel: alles wat goed is voor bedrijven is goed voor Nederland. Maar aanpak van stikstof en ­natuurbescherming zijn niet het eerste belang van ­bedrijven, maar wel van groot belang voor het land.
“Nu zie je dat de overheid probeert om de problemen af te kopen met een fondsje hier en een fondsje daar. Er is een stikstoffonds, een groeifonds, maar ideeën zitten er niet achter. Dat past bij een premier die visie een vies woord vindt. Economen zeggen: als je geld uitgeeft, moet je over het doel nagedacht hebben.”
'Ik denk dat we de periode van neo-liberalisme aan het afsluiten zijn.' Beeld Patrick Post
'Ik denk dat we de periode van neo-liberalisme aan het afsluiten zijn.'Beeld Patrick Post
Zitten we op een punt waarop het kan veranderen?
“Ik denk dat we de periode van neo-liberalisme aan het afsluiten zijn. Bij de Algemene Beschouwingen van 2020 was de hele Tweede Kamer voor een grotere overheid en voor een hoger minimumloon. Een indicatie dat er een andere wind waait. Tijdens de financiële crisis eerder deze eeuw was het idee: we moeten bezuinigen om de overheidsfinanciën op orde te krijgen en er was geen geld voor onderwijs en zorg. Dat zie je nu niet. In coronatijd leek het wel of er overal geld voor was.”
Moeten we daar niet ook een beetje zenuwachtig van worden?
“Het gevaar dat we te veel geld uitgeven bestaat. Maar laat ik teruggaan naar Keynes: als jij duidelijk hebt wat je belangrijk vindt, dan pas je je financiële structuur daarop aan. Voor ons land geldt: hebben we genoeg mensen om windmolens te bouwen en genoeg goede leerkrachten voor de basisschool? Dat zijn beperkingen op weg naar ons doel. Daar moeten we aan werken, met ­opleidingen en goede salarissen. Geld is geen beperking. Wel als je een arm land bent. Maar Nederland is rijk.”
Lees hier het artikel in Trouw