Op de 8 drogredenen van de economieredacteur in de Volkskrant van 21 september 2013 over de pensioenen, reageer ik met 8 nuanceringen:

Nuancering 1: Ouderen gaan er het hardst op achteruit.

Denkend in cohorten dan worden geborenen vóór 1945 harder getroffen dan degenen die na 1955 ter wereld kwamen. Oorzaken: De salarissen na wereldoorlog II eindigden op een niveau, waarvoor de huidige generatie niet kan en wil werken. Het beginsalaris van een deel der jonge generatie nu omvat een getal dat hun ouders meestal niet hebben ontvangen aan het eind van hun loopbaan. In doorsnee vermogende ouderen hebben veelal een eigen woning maar dat staat niet gelijk aan een kassa van waaruit men vrijelijk kan putten.

Nuancering 2: Pensioen is uitgeteld loon.

Tja, daarover zijn afspraken gemaakt, zwart op wit met termen als waardevast of welvaartsvast, en toegezegde en geschreven indexatie. Steeds wordt de heer Krol opgevoerd als de zegsman van de ouderen. Ik beperk mij tot het onderwerp en maak geen gebruik van andermans politieke opvattingen waarin het verwijt van mijn egoïsme wordt “verpakt”. De startleeftijd voor pensioensparen is een overheidsbeslissing, evenals de regelingen voor vervroegd uittreden nota bene om werkgelegenheid te scheppen voor de jongeren in die tijd… Het feit dat de levensverwachting stijgt is toch niet aan “de eindloners” ter verwijten. Het is weer de politiek die middelloon, lagere opbouwpercentages en verandering( lees: verslechtering) van het pensioenstelsel invoeren in plaats van die boze egoïstische ouderen.

Nuancering 3: De pensioenpotten zitten voller dan ooit.

Dat is toch prachtig ook voor de jongeren. MITS er niet door de overheid aan dit gepaarde vermogen wordt getornd, want dat is bedoeld voor een stabiele oudedagvoorziening voor alle werkenden en gepensioneerden. Daar dient de overheid principieel AF TE BLIJVEN ! Over dit vermogen heeft geen enkele regering zeggenschap nu niet en later ook niet.

Nuancering 4: Lage dekkingsgraden door te lage rekenrente.

Als de Nederlandse Bank(DNB) ongeacht de rendementen dwingend voorschrijft van 2% rekenrente uit te gaan, omdat om politieke (Europese) redenen kunstmatig de rente laag moet blijven en dus de bezittingen van een fonds lager gewaardeerd moeten worden, ontstaan ook geforceerde tekorten. De relatie tussen beleid en rendement wordt ontkracht, maar als redacteur heeft u gelijk dat alleen uitgaan van eveneens grillige rendementen, onvoorzichtig is. Een rekenrente baseren op een langdurig gemiddelde vijf tot mogelijk tien jaren zou op 3,7% gesteld kunnen worden. Dat alleen hiervan de ouderen profiteren is onjuist, want als er weer (eens) indexatie kan worden verleend dat heeft dat gelukkig ook positieve gevolgen voor de pensioengrondslag van de werkenden jong en ouder.

Nuancering 5: De greep in de kas….

Met instemming van de toenmalige vakbondsbesturen is pensioengeld misbruikt om overheidsplannen voor werkgelegenheid te financieren. Dat kwam het kabinet destijds ook goed uit want er was een grote achterstand ontstaan in de werkgeversbijdrage van de overheid als werkgever. Het verlagen van de werkgeversbijdrage en het scheppen premievrije perioden is nimmer een wens van de gepensioneerden geweest. De VUT-regelingen, loonsverhogingen via geen of minder hoge premies en eerder kunnen stoppen met werken om de doorstroming op de arbeidsmarkt te bevorderen heeft dus een andere relatie dan het egoïsmeverwijt aan de ouderen.

Nuancering 6: Solidariteit.

6.1. Ouderen hebben destijds AOW-premie betaald voor mensen die daaraan niet zelf hebben bijgedragen en leveren nu 25 euro per persoon en per maand in.
6.2. De stijging van de levensverwachting dankzij ook de medische ontwikkelingen, kan men toch de huidige gepensioneerden niet verwijten?

Er zijn andere zaken waarover gepensioneerden zeer bezorgd zijn, gerelateerd aan de toekomst van hun (klein) kinderen:

  1. demotie
  2. werkloosheid mede door automatisering
  3. pensioenbreuken door werkkring veranderingen
  4. verlaging van de jaarlijkse pensioenopbouw naar 1%
  5. veranderingen(lees: verslechtering) van de pensioen voorwaarden.
  6. eenzijdige risico-afwenteling naar de werkenden.

6.3. jongeren betalen teveel in relatie tot hun pensioenopbouw en
6.4. er wordt nog steeds vut-premie betaald waarvan men zelf niet meer kan profiteren. Dit zijn inderdaad onrechtvaardigheden die via de veroorzaker: de politiek moeten worden bestreden. Dit te betrekken bij het egoïsme van de ouderen is net zo dwaas als een slecht weerbericht verklaren via het bestaan van die egoïsten.

6.5. Het feit dat jongeren tot over hun oren in de schuld zitten heeft toch meer te maken met de banken die ongebreideld krediet gaven naast een gebrek aan financiële realiteitszin van de kredietnemer, hetgeen toch heeft bijgedragen aan het ontstaan van de crisis. Het potverteren door de pensioenfondsen ten behoeve van de ouderen is velen niet opgevallen temeer omdat de werkelijke inflatie nimmer is gecompenseerd en de indexaties niet zijn uitgevoerd. Diezelfde ouderen hebben in het verleden en nu nog veel bijgedragen aan het welzijn van hun kinderen. Wat een egoïsten hè, die ouderen?

Nuancering 7: Jeugdarmoede toen en nu.

Ouderen die kinderen op de wereld zetten kiezen min of meer het moment van de geboorte en het welvaartsmoment is onvoorspelbaar. Lagere economische groei, demografische verschillen en de besteding van de gasbaten en de + of – waardering van het onroerende goed zijn aspecten die niet aan een egoïstische generatie te verwijten is. Een generatie kan mazzel hebben, maar heeft dat geluk niet voor het uitkiezen.

Nuancering 8: Ouderen denken dat jongeren hun dood verlangen.

Een onvoorstelbare ongenuanceerde, onwetenschappelijke waanzinnige drogreden. Op basis van welk onderzoek en wie is dit bedacht? Kunnen wij eisen dat pensioenfondsen zich rijk rekenen en door jongeren gerepareerd moeten worden. Geschrokken van deze stelling, wijzigt plotseling het adres van de egoïsten. Het gaat nu alleen nog over de boze 60-plussers. Ter illustratie voert de redacteur eigen familie op, die nog redelijk tevreden kan zijn en een baby-boomer met die 3000 euro per maand aanvullend pensioen heeft en met AOW kan bogen op circa 4000 euro per maand. Is het de redacteur bekend dat het gemiddelde pensioenuitkeringsbedrag bij het ABP ongeveer 700 euro per maand bedraag en daar komt het te korten AOW-bedrag nog bij. Er zijn zeer veel mensen met een nog lagere pensioenuitkering tussen de 300 en 500 euro per maand. Dat daar boze en teleurgestelde 60-plussers bij zijn, laat zich raden. Zij krijgen nog een schop na met de term: e g o ï s m e.

Simon van der Schoot,
(voorzitter van de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, NBP-Den Haag)