item webimage 20190826193209 Jeroen Dijsselbloem

Het zal er toch ooit een keer van moeten komen. Dat zei oud-minister van financiën Jeroen Dijsselbloem in een uitzending van het televisieprogramma Buitenhof van zondag 25 augustus 2019 over het feit dat voor een groot aantal gepensioneerden een korting op hun pensioen dreigt.

Dijsselbloem maakte duidelijk dat hij niet wil bijdragen aan de indruk dat het wel los zal lopen met de kortingen. Kijk je naar de economische verwachtingen op lange termijn dan zullen pensioenfondsen rekening moeten houden met tegenvallende inkomsten en dus grotere reserves moeten aanhouden. Er is voor de huidige rekensystematiek geen alternatief, zo zei de oud-minister. Wie het rekensysteem verandert, rekent zich rijk.

Boekhouder
Dijsselbloem, mede architect van de huidige rekenregels, deed geen enkele handreiking in de richting van het toenemend aantal deskundigen dat kritiek heeft op de systematiek waarmee de dekkingsgraden van pensioenfondsen berekend worden en toonde in het interview weinig maatschappelijke compassie. Het verhaal over de noodzaak van korten is geen leuk verhaal, maar het is wel de waarheid, zo vond hij.

Het is de vraag of werkgeversvoorzitter Hans de Boer aan Jeroen Dijsselbloem dacht toen hij vorige week in een podcast van De Telegraaf zei dat Nederland teveel door boekhouders wordt geleid. We weten wat er gebeurt met bedrijven waar de financieel directeur het voor het zeggen heeft, voegde De Boer eraan toe. Daarmee loopt het uiteindelijk niet zo goed af.

Te voorzichtig
Je zou je kunnen afvragen of de oud-minister van financiën niet aan een voorzichtigheidssyndroom leidt. Dijsselbloem lijkt doof voor de toenemende kritiek op de manier waarop de dekkingsgraad van pensioenen wordt berekend. Er ontstaat steeds meer twijfel over de vraag of het wel juist is om bij het vaststellen van de dekkingsgraad de werkelijke rendementen van pensioenfondsen buiten schot te laten en vooral uit te gaan van de risicovrije marktrente die met rasse schreden de 0 procent nadert. In de Eurozone wordt over de hele linie met een hogere rente gerekend dan in Nederland. Zou die Europese norm worden gehanteerd, dan zouden de Nederlandse pensioenfondsen er een stuk beter voorstaan. Ook daarop had Jeroen Dijsselbloem zijn antwoord klaar: het Europese systeem deugt niet, het gaat uit van veel te optimistische aannames. Niet Nederland moet veranderen, maar Europa.

Obligaties leveren niets meer op
Zo is het ook de vraag of het reëel is pensioenfondsen te dwingen een deel van hun vermogen verplicht te investeren in staatsobligaties, waarvan de rente nu negatief is. Wie geld leent aan de staat krijgt geen rente, maar moet rente toe betalen. De rekening van dat gratis geld komt o.a. terecht bij gepensioneerden. Ze dokken ervoor in de vorm van korting op hun pensioen.

Schatrijk
Werkgeversvoorzitter Hans de Boer wees er in het Telegraaf-interview vorige week op dat het niet meer uit te leggen valt dat de werkelijke rendementen van pensioenfondsen (5 tot 7%) worden genegeerd en dat ze zich arm moeten rekenen met een fictief rentepercentage van vrijwel 0 procent. Nederland is schatrijk, zei hij. De staat heeft een fiscale claim van 400 miljard op de gepensioneerden, belasting die geïnd kan worden als de pensioenen worden uitbetaald. Goedbeschouwd heeft Nederland dankzij die pensioenreserve geen staatsschuld. Het getuigt van een overdreven gevoel van voorzichtigheid om zoveel pensioengeld in kas te houden. Hij nodigde de vakbeweging uit voor overleg over dit probleem, maar deze uitnodiging blijft vooralsnog onbeantwoord.

Dijsselbloem voelt er niet voor om gepensioneerden in de rijkdom te laten delen. Het verlagen van de pensioenen ziet hij als een onvermijdelijkheid, terwijl het onlangs gesloten pensioenakkoord toch in de beleving van gepensioneerden bedoeld is om kortingen (in ieder geval in tijden van economische welvaart) te voorkomen. Daar staat tegenover dat er bij een tegenvallende economische ontwikkeling sneller gekort kan worden. De economie draait op dit moment op de toppen van zijn kunnen. We zijn nog nooit zo rijk geweest, zei werkgeversvertegenwoordiger Hans de Boer. De Nederlandse overheid praat ons aan dat we arm zijn.

Het ergste komt nog
Dat leidt tot een verontrustende conclusie: als het pensioenakkoord niet in staat is de hoogte van de pensioenen te garanderen in tijden van hoogconjunctuur, wat valt er dan te verwachten bij de volgende economische crisis?