De zitting van de rechtbank met drie rechters die onze procedure tegen de Staat op 27 november behandelde, was zakelijk en werd goed geleid met een uitspraak op 10 februari 2021. De eisers in de procedure waren Stichting Pensioenbehoud en KBO-Brabant. Het geschil met de Staat gaat erover dat de Staat beweert dat pensioenen ‘onvoorwaardelijk’ zijn en dus gegarandeerd. Daarop gebaseerd moeten pensioenfondsen volgens de huidige Pensioenwet extra grote vermogensbuffers aanhouden zoals voorgeschreven in de EU-pensioenwetgeving IORP. Sinds de nieuwe Pensioenwet in 2007 in werking is getreden, zijn in 2013 en 2014 echter massale kortingen toegepast op grond van artikel 134 Pensioenwet en is al die tijd indexatie achterwege gebleven. Er is dus helemaal géén garantie zoals verzekeraars wel moeten geven. Want alle risico’s van het beheer van pensioengelden door het pensioenfonds zijn voor het collectief van deelnemers en gepensioneerden zoals de Hoge Raad in 2012 heeft vastgesteld. Theorie en praktijk zijn dus in tegenspraak met elkaar en daar gaat onze procedure over.

Lees hier verder.