De rechtbank oordeelt dat KBO-Brabant en Stichting Pensioenbehoud wél ontvankelijk zijn in hun collectieve vordering, terwijl de Staat dat betwistte. Daarmee is een belangrijke juridische hindernis genomen. Op een aantal essentiële punten hebben eisers gelijk gekregen van de rechtbank. Het meest belangrijke in ons voordeel is dat bepaalde premieovereenkomsten niet vallen onder artikel 15 van de Europese richtlijn IORP 2 dat gaat over het verplicht aanhouden van buffers. Dit betekent dat als pensioenfondsen feitelijk dit soort premieregelingen uitvoeren, zij dus niet vallen onder het strenge kader van de Staat en zij dus niet onderhevig zijn aan de huidige rekenrente en de zware buffereisen. Het is daarom onbegrijpelijk dat de rechtbank uiteindelijk de vordering van KBO-Brabant en Stichting Pensioenbehoud heeft afgewezen. De uitspraak bevat echter voldoende concrete handvatten voor een hoger beroep.

Lees hier verder.