Op 2 juni 2021 gaat de Tweede Kamer in gesprek met AFM over risico’s financiële stelsel.
Vermogensbeheersector gevoelig voor renteschokken. Het gaat hier over de Pensioenfondsen en andere vermogensbeheerders zijn vanwege het gebruik van rentederivaten gevoelig voor renteschokken. Veel fondsen werken met rentederivaten en dat gaat toch link worden. De rentestijging gaat hen straks veel geld kosten.
DNB en Koolmees juichten het gebruik door pensioenfondsen tot voor kort toe en verketterde het ABP die dat nauwelijks doet. Maar nu dreigt wellicht een omgekeerde Vestia affaire.
Lees het rapport dat vanaf deze pagina gedownload kan worden. De AFM is ook kritisch tav het nieuwe pensioenstelsel.
"...6.2

De transitie naar een nieuw pensioenstelsel gaat gepaard met risico’s
Als gevolg van het pensioenakkoord dat in juni 2019 is gesloten zal naar verwachting per 2027 de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel zijn afgerond. De kern van de verandering is dat niet langer sprake is van aanspraken, maar dat de ingelegde premie en beleggingen ervan leidend zullen zijn. Hierdoor komen risico’s expliciet bij pensioendeelnemers te liggen. Elementen van het huidige stelsel die worden behouden zijn onder meer de verplichtstelling en het collectief delen van het langlevenrisico. Andere onderdelen komen te vervallen, zoals het FTK, de dekkingsgraad en de doorsneesystematiek. De AFM ondersteunt het wetsvoorstel dat nu voorligt en dat beoogt pensioenen transparanter en persoonlijker te maken en beter te laten aansluiten bij de maatschappelijke ontwikkelingen en de arbeidsmarkt.
De transitie naar het nieuwe stelsel bestaat uit een aantal stappen en is een majeure operatie. De huidige aanspraken van deelnemers moeten worden vertaald naar een persoonlijk gereserveerd vermogen. Afhankelijk van de contractkeuze zal ook een solidariteitsreserve (collectieve buffer) moeten worden gevuld. Vervolgens dient het bedrag van de persoonlijke pot te worden vertaald naar een verwacht pensioen en twee risicoscenario’s daar omheen, op basis van een bellegingsstrategie die past bij de deelnemer. Bij de transitie spelen verschillende factoren een rol, zoals de leeftijd van een deelnemer en opbouwjaren, het risicoprofiel van belegging, de verdeling van eventuele dekkingstekorten en verwachtingen over rente en risicopremies in de toekomst. Daarmee is de transitie een complexe operatie. Aangezien hier miljoenen deelnemers en EUR 1.700 mrd aan vermogen mee gemoeid is, is het goed verlopen ervan van belang voor de financiële stabiliteit.
De AFM ziet verschillende risico’s bij de pensioentransitie en verdere invulling van het pensioenstelsel. Als gedragstoezichthouder beziet de AFM vooral of het pensioenstelsel aansluit bij de wensen en mogelijkheden van deelnemers. Tegen die achtergrond vraagt de AFM aandacht voor een aantal zaken die samenhangen met de transitie en invulling van het stelsel. Ten eerste moeten pensioenregelingen aansluiten bij de risico’s die deelnemers kunnen en willen dragen. Uit AFM-onderzoek (bij variabele pensioenregelingen) blijkt dat pensioenenuitkeringen met hoog risico soms aantrekkelijk lijken aangezien dan een hoger verwacht rendement kan worden weerspiegeld. Omdat dit ertoe kan leiden dat gepensioneerden meer risico lopen dan wenselijk is, pleit de AFM voor wettelijke waarborgen die ervoor zorgen dat de regeling aansluit bij de deelnemerspopulatie. Ten tweede is van belang dat pensioenuitvoerders hun administratie op orden hebben, voordat de transitie kan worden ingezet. Uit AFM-analyses blijkt dat sommige fondsen op dit punt nog stappen moeten zetten. Ten derde is het voor het vertrouwen in het pensioenstelsel van belang dat er voldoende aandacht is voor de uitlegbaarheid van het stelsel. Als deelnemers begrijpen hoe het stelsel werkt neemt het vertrouwen erin toe. Daarom dienen pensioenuitvoerders de regelingen niet te complex te maken en in heldere taal uit te leggen aan hun deelnemers......."

Lees hier het artikel op de website van AFM