Onderstaande tekst heeft Wilma Berkhout naar het Eindhovens Dagblad gestuurd. Maar eens kijken of ze het plaatsten.
Het gaat over het Eerste Kamerdebat van Koolmees over de stand van zaken mbt het nieuwe pensioenstelsel en koopkracht van ouderen op 15 juni 2021. Schokkend voor ouderen, maar niets in de pers.
Wilma probeert het dan maar weer eens.
Delen aub!

Artikel:

Minister Koolmees wil geen koopkrachtverbetering voor ouderen.

Op dinsdag 15 juni 2021 vond er een gesprek plaats tussen de Eerste Kamer en minister Koolmees over de stand van zaken m.b.t. het nieuwe pensioenstelsel. (https://www.youtube.com/watch?v=2kw3H1cTEFA&t=4273s.)
Het twee uur durende gesprek met een aantal scherpe vragen van Eerste Kamerleden, waaronder Martin van Rooijen werd nergens in de pers vermeld. Dat terwijl de antwoorden van de minister toch tamelijk belangwekkend en uitermate frustrerend zijn voor alle pensioengerechtigden. De boodschap is eigenlijk: “indexatie gaat u ook nooit meer krijgen in uw resterend leven, ook al gaat de inflatie veel harder stijgen. U moet het doen met uw AOW (die corrigeren we jaarlijks een paar euro voor de gestegen vaste lasten toch?) en wat u nominaal aan aanvullend pensioen hebt.”
Ter geruststelling suggereerde Koolmees luchtig dat het aanvullend pensioen van de meesten toch maar 400 á 500 euro gemiddeld per maand is, dus dat de meeste mensen geen “last” hebben van het niet indexeren van de aanvullende pensioenen.

In één klap breekt hij op een dinsdag met het door de overheid zelf verspreidde beeld van rijkste ouderen ooit in Nederland, rijkste in Europa, kortom het beeld van witte wijn nippende massa’s gepensioneerden in Portugal voor hun camper. Geen van deze beelden klopt over de gepensioneerden. Nu komt het Koolmees kennelijk goed uit om hun zelf gespaarde private pensioen te blijven afknijpen en niet te indexeren en dan overdrijven we dat het gemiddeld maar heel laag is.

In een slip van de tong (?) zei hij ineens dat er nu 1900 miljard in de pensioenpotten zit. In 10 jaar zijn de waarden verdubbeld en in 2043 hebben we vast 4000 miljard in de pot. Tot op heden kloppen die wetten van exponentiële groei. Waarom blijven we zo sparen voor een onmetelijke en groeiende berg geld, die niet gebruikt wordt? Intussen kan er geen cent uitkering aan pensioendeelnemers af, volgens de minister, terwijl er zoveel rendement is. Er wordt ongeveer evenveel premie betaald als er aan pensioenuitkeringen wordt betaald (rond 32 miljard per jaar, dus 1,7 % van die 1900 miljard euro. Daarboven op komen elk jaar de werkelijk rendementen (7 % gemiddeld de afgelopen decennia). Maar die snel groeiende pot geld ligt dood voor de kast. Een pot “speelgeld” voor beleggingen door vermogensbeheerders en financieringsmiddel voor staatsobligaties. Er kan geen 2 % indexatie voor opbouw en pensioenuitkeringen van 1,7 %, is 0,034 % aan gepensioneerden af.

Dit is niet uit te leggen en toch blijft Koolmees zeggen dat er niet genoeg geld is.
Ik schreef de vorige keer over het kasstroommodel dat voor iedereen een echte win-win situatie is: voor de werkgevers een premie van 15 %, waardoor er veel meer winst overblijft, bijvoorbeeld voor investeringen, voor de werknemers, een hoger loon en geïndexeerde opbouw van hun pensioen, voor de minister van Financiën, de heer Hoekstra, veel meer belastingopbrengsten, waardoor zijn droom om niet een hogere staatsschuld naar onze (klein)kinderen te hoeven doorschuiven simpel uitkomt, voor onze (klein)kinderen juist dat, voor de gepensioneerden eindelijk indexatie over hun eigen gespaarde pensioencenten. Ik verwijs hiervoor ook naar het artikel in Follow The Money van
Caspar Rouffaer, “Met ons pensioensysteem doen we onszelf en anderen tekort” van 24 juni 2021.
Van Rooijen vroeg aan minister Koolmees wat hij hiervan (wetenschappelijk onderbouwd in een artikel in mei in Mejudice door Professor Jean Frijns en Jelle Mensonides) vond.
Het komt er op neer dat het (om eeuwig pensioenen te kunnen betalen) dat in de Pensioenpotten ongeveer 30 maal aan pensioenuitkeringen als “spaarpot” en beleggingskapitaal van de pensioendeelnemers moet blijven. Dan kan wat ik hierboven aangaf.

Koolmees zei ongeveer dit: “ Dit is een verkapte manier om de rekenrentediscussie terug te halen. Er zou voldoende geld zijn, bij een verondersteld rendement om uit te kunnen keren. Als we nu de rekenrente fors zouden verhogen, dan is er in "boekhoudkundige zin" in keer veel meer geld om uit te kunnen keren. Er is niet ineens meer geld. Maar dat is nu dé discussie van afgelopen jaren, of er genoeg geld is. Ik vind dat niet verstandig, ik vind dat niet prudent en ik vind dat ook niet generationeel fair. Het is ook helemaal NIET in lijn met de wetgeving die in 2006 en in 2014 of 2015 van Klijnsma aangenomen, als zijnde van beide Kamers van dit is fair, dit is prudentioneel en dit is in lijn met fairness naar verschillende generaties. Los daarvan vind ik alsof er in het artikel van Frijns en Mensonides wordt gedaan dat het een soort omslagsysteem is en alsof het om een grote pot geld gaat die van niemand is.”
Als u nu eens uw rekenmachine tevoorschijn haalt, meneer Koolmees, dan ziet u dat het geen kwestie is van boekhoudkundig “verschuiven.” Het is een kwestie van rekenen, zien dat er geld in overvloed is én vervolgens willen. En Koolmees spreekt niet de waarheid. Het geld blijft van de pensioendeelnemers. De overheid heeft niets te willen met het geld van anderen, dat zij zelf bij elkaar gespaard hebben!

Op de vraag van Van Rooijen of er dan wel iets kon aan verbetering van koopkracht van ouderen, vroeg hij om de ouderenkorting te verhogen. Een “Njet” volgde van Koolmees.
Wat is dat toch zei René Diekstra op 29 juni 2021 in het Eindhovens Dagblad, “dat we ouderen zo weinig waarderen?”
Dan begrijpt u dat er weer niets in het vat zit dan alleen verder koopkrachtverlies voor het komende jaar 2022.
Maar er komt wel een brandnieuw pensioenstelsel, een miljardenverdienmodel dat goed is voor de pensioenindustrie (die beleggers en consultants). Follow The Money had het over de “gevestigde belangen.” Die zijn voor de politiek belangrijker dan de mensen in het land.

Wilma Berkhout
voormalig belastinginspecteur (huidig voorzitter Ledenraad NBP)