De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP) heeft met verbijstering kennisgenomen van het feit dat er Nederlandse pensioenfondsen zijn die in 2002 hun pensioenpremie 25% onder de werkelijke kostprijs hebben gehouden en dat in 2003 dit nog steeds 15% zal zijn. (Volkskrant d.d. 25 september 2003)
Met het houden van de pensioenpremie onder de werkelijke kostprijs wordt de financiƫle gezondheid van het pensioenfonds ondermijnd.
* Dat daarbij aan de indexatie van de pensioenen van meer dan vijf miljoen gepensioneerden, weduwen en slapers wordt getornd vindt de NBP onaanvaardbaar.
Het niet-kostendekkend zijn van de pensioenpremies mag geen reden zijn om de indexatie niet toe te passen. (NBP-PVK overleg 8 januari 2003)
De Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) heeft dit oritorium als uitgangspunt genomen. Maar het toezicht op het toepassen van dit criterium is niet of onvoldoende waarneembaar.
Door herstel op de effectenbeurzen hebben de pensioenfondsen in de laatste maanden hun tekort fors zien verminderen.
* De NBP is van mening, dat dit herstel dient te worden aangewend voor een inhaalslag inzake in het verleden niet-toegepaste indexering van pensioenen.
Niettegenstaande dat gepensioneerden, weduwen en slapers 47% uitmaken van alle belanghebbenden en daarbij ca. 48% van het pensioenvermogen hebben opgebouwd, hebben zij geen volwaardige zeggenschap in de besluitvorming inzake de vaststelling van de pensioenpremie en de indexatie van de pensioenen.
* De NBP doet een dringend beroep op de politiek om te bewerkstelligen dat in pensioenfondsbesturen niet alleen vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers zitting hebben, maar tevens vertegenwoordigers van gepensioneerden.