Door Martin van Rooijen

Topambtenaren adviseren het nieuwe kabinet gepensioneerden voortaan ook AOW-premie te laten betalen. Invoering van zo’n AOW-ers-tax zal grote gevolgen hebben. Wie nu jonger is dan 50 jaar en straks een aanvullend pensioen heeft van Euro 24.000 zal op 68-jarige leeftijd Euro 6000 netto minder inkomen hebben dan hij volgens de huidige regels mag verwachten.

Ouderen met een goed aanvullend pensioen zien straks hun hele AOW weg belast worden. De AOW-verzekering verwordt tot een bijstandsuitkering.

De AOW is sinds de invoering in 1956 een volksverzekering. Het staatspensioen is een levensverzekering en biedt iedereen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een voor iedereen gelijke uitkering tot zijn overlijden. We betalen AOW-verzekeringspremies tot het moment van ingang van de AOW-uitkering. Die premie bedraagt 18% over maximaal Euro 33.000 inkomen. De maximale AOW-premie is dus ongeveer Euro 6000.

Eerder adviseerde ook al de adviescommissie Van Dijkhuizen de AOW te fiscaliseren. Het idee is om de AOW-premie achttien jaar op rij met 1 procentpunt te laten dalen en de inkomstenbelasting elk jaar met 1% in de eerste en tweede belastingschijf te verhogen. Na achttien jaar betaalt dan niemand meer 18% AOW-premie en iedereen 18% meer belasting. Het lijkt lood om oud ijzer, maar voor AOW-ers is dat niet zo. Mensen met een AOW-uitkering betalen geen AOW-premie. Zij profiteren dus ook niet van een stapsgewijze afschaffing van de premie en ze betalen straks wel de extra belasting. Dit plan levert de schatkist straks elk jaar 200 miljoen Euro meer inkomsten op. Na achttien jaar is dat jaar na jaar 3,8 miljard Euro.

De mensen die nu al AOW hebben worden als eerste door de AOW-ers-taks getroffen. De aanslag op hun inkomen komt bovenop de invoering van het middelloon-pensioen, het jaren achtereen niet indexeren van de pensioenen, in veel gevallen ook pensioenkorting en het achterwege blijven van indexering in de komende 10 jaar vanwege strengere regels.

Het grootste slachtoffer zijn echter de mensen van 50 jaar en jonger. Wie nu 50 jaar is en straks naast zijn AOW van Euro 9.000 een aanvullend pensioen heeft van Euro 24.000 (samen het maximaal premie-inkomen voor de AOW van Euro 33.000) heeft straks – als hij 68 jaar is – Euro 6.000 netto minder inkomen dan onder het huidige systeem en houdt netto dan bijna niets meer over van de AOW. Voor de -oudere – werkenden komt dat bovenop de verlaging van de opbouw van hun aanvullend pensioen.

Er volgt nog meer ongerechtigheid uit de AOW-ers-tax. Vandaag stopt de premieheffing voor de AOW nog bij een inkomen van Euro 33.000. Na de fiscalisering van de AOW bestaat die premie inkomensgrens van Euro 33.000 niet meer. Dit betekent dat de mensen met een aanvullend pensioen hoger dan Euro 24.000 straks per saldo niet alleen netto geen AOW meer ontvangen, maar ook nog eens extra belasting gaan betalen over hun gehele pensioen. Het AOW-bedrag dat zij voor de vorm misschien nog wel krijgen overgemaakt, wordt daarna weer meer dan volledig weg belast.

Invoering van een AOW-ers-tax betekent heel concreet, dat er straks geen recht op AOW meer bestaat voor iedereen. De AOW-uitkering wordt inkomensafhankelijk en wordt daarmee een bijstandsuitkering voor oudere mensen met een laag inkomen; mensen met een goed pensioen worden voortaan uitgesloten van AOW.

Voorstanders van fiscalisering van de AOW zeggen dat er nu al sprake is van indirecte fiscalisering, doordat 15 jaar geleden de AOW-premie op een maximum is vastgesteld. In de loop der jaren wordt daardoor al een steeds groter deel van de AOW-uitgaven betaald uit de algemene belastingen. Dat aandeel is nu al meer dan een derde. Dit houdt in dat gepensioneerden vandaag als belastingbetalers al een steeds een groter deel van de AOW financieren. Dat is geen reden om hen nog zwaarder te belasten.

De bijdrage van gepensioneerden aan de AOW-uitgaven blijft de komende decennia ook zonder fiscalisering van de AOW al hard stijgen. Daarvoor zijn 2 oorzaken: het aantal gepensioneerden stijgt de komende jaren van 3 naar 4 miljoen en het startpensioen van de nieuwe gepensioneerden stijgt de komende decennia ook nog. De topambtenaren van de ministeries van Financiën en Sociale Zaken en Werkgelegenheid weten dit ook. Maar deze informatie past niet past bij hun pleidooi voor volledige fiscalisering van de AOW.

De pleitbezorgers van fiscalisering wijzen er graag op, dat er voor mensen van 65 en ouder sprake is van een vrijstelling van 18% belasting in de eerste belastingschijf, omdat vanaf 65 jaar geen 18% AOW-premie meer wordt betaald. Dat is een argumentatie, die niet past bij de verzekeringsgedachte achter de AOW.

Bij iedere lijfrenteverzekering stopt de premie bij ingang van de uitkering. We zouden onmiddellijk in de hoogste boom klimmen als de verzekeraar eenzijdig zou beslissen dat de premieheffing tijdens de uitkering doorloopt, waardoor we veel minder gaan ontvangen. Dat is nu juist wel wat de fiscalisering van de AOW doet. Ingrijpen in de AOW en haar systematiek kan tot een traumatisch effect leiden bij de ouderen die door de zorgbezuinigingen en het korten op hun pensioenen en het niet indexeren al klap na klap krijgen. Kabinet, bezint eer ge hieraan begint.