Uit de jongste (6 september) rapportage van het CBS

Uit de cijfers van de jongste rapportage van het CBS over de financiële toestand van Nederland hebben wij de volgende tabel samengesteld waarbij met uitzondering van het bruto binnenlands product (bbp) alle bedragen zijn afgerond op 10 miljard euro.
De hypotheekschuld is overigens vrij exact bekend en kan alleen maar veranderen door afsluiting van nieuwe hypotheken (of verhoging van oude) dan wel aflossingen. De woningwaarde daarentegen kan wel veranderen. Die bedroeg in 2005 nog 1.225 miljard euro, steeg tot 1.450 miljard euro in 2008 en was gedaald tot net onder de 1.400 miljard in 2011. Normaliter mag echter niet worden verwacht dat op de termijn van 5 jaar de woningwaarde afneemt tot 80 procent van de huidige waarde, dus met 280 miljard euro.

De buffer van 330 miljoen euro van ons gezamenlijke spaargeld is dus ruim voldoende om een eventuele sterke daling in woningwaarde op te vangen. Verder beschikt Nederland nog over een groot opgebouwd pensioenvermogen van 1.140 miljard euro waarvan ruim 80 procent bij pensioenfondsen en de rest bij pensioenverzekeraars zit.

Al met al is er dus een grote financiële buffer van 2.200 miljard euro of 3,65 keer de waarde van het bruto binnenlands product per jaar.

De conclusie kan alleen maar zijn dat Nederland er macro-economisch zeer goed voorstaat. Bij de totale buffer van 2200 miljard euro stelt het over 2012 verwachte begrotingstekort van 16,4 miljard euro maar weinig voor. Het bedraagt maar ¾ procent van de buffer.

Interessant is ook de vergelijking van onze pensioenreserves met die in Europa over 2010 die in de volgende Eurostattabel staat.

Van de 30 daarin opgenomen Europese landen zijn er 21 die een ‘pensioenbuffer’ van minder dan 50 procent van het bbp hebben. Duitsland, België, Frankrijk, Zweden en Ierland hebben een buffer tussen de 50 en 100 procent. Boven de 100 procent komen Denemarken, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. Nederland heeft met 180 procent van het bruto binnenlands product de grootste pensioenreserve.

Er is dus weinig echte reden voor pensioenpaniek, al moeten we ons wel zorgen blijven maken.

AMSTERDAM (Dow Jones) Archie van Riemsdijk — De waarde van de koopwoningen in Nederland is tweemaal zo hoog als de totale hypotheekschuld, stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag in een rapport, dat de omvang van de Nederlandse hypotheekschuld relativeert. De totale Nederlandse hypotheekschuld bedroeg eind vorig jaar bijna EUR670 miljard. Dat komt overeen met 111% van het bruto binnenlands product van ons land en is daarmee in verhouding de hoogste hypotheekschuld in de eurozone. Het statistiekbureau bevestigt echter dat hier een twee maal zo hoge woningwaarde tegenover staat, van circa EUR 1,4 biljoen. Bovendien bezitten Nederlandse huishoudens spaargelden, beleggingen en pensioentegoeden die de hypotheekschuld “riant overtreffen”, stelt het CBS.

Spaargeld en beleggingen bedroegen eind 2011 EUR 332 miljard, bijna de helft van de hypotheekschuld. De spaartegoeden stijgen sinds 2008 relatief sneller dan de hypotheekschuld, merkt het CBS op. Een deel daarvan is bovendien al apart gezet voor hypotheekaflossing aan het einde van de looptijd. Zulke aflossingspotjes bestaan in andere eurozonelanden niet, merkt het CBS op. Daarnaast zat er eind 2011 voor EUR1,14 biljoen in de opgespaarde pensioenpotten van Nederlanders, dus bijna twee keer de hypotheekschuld, stelt het CBS. In veel andere landen met lagere hypotheekschuld zijn ook de pensioenreserves veel lager. Dit nuanceert het beeld van de vermogenspositie van Nederlandse huishoudens, stelt het CBS.

Volgens een overzicht van het CBS heeft Nederland in Europa met afstand de hoogste pensioenreserves, op ongeveer 180% van het bbp, gevolgd door Zwitserland en het VK met 150%. Frankrijk, Belgie en Duitsland zitten op circa 65-75% van het bbp, terwijl inwoners van Portugal, Italie, Oostenrijk en Spanje minder dan de helft van het bbp voor hun pensioen hebben gespaard.

Volgens deze bedragen, staat er tegenover onze gezamenlijke hypotheekschuld van 670 miljard euro, niet alleen een overschot aan woningwaarde van 730 miljard maar ook nog eens 330 miljard aan spaargeld en beleggingen en 1.140 miljard aan pensioenvermogen. In totaal dus een buffer van 2.200 miljard euro.