item webimage 20190125131404 politiek spel

Het kabinet stelt zich in de discussie over het pensioenstelsel op als een hulpeloos kind, maar die rol passen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie niet.

Om het frame ‘het pensioenstelsel is niet langer houdbaar’ te onderbouwen doet het kabinet dit:

  • het negeert de werkelijke rendementen die pensioenfondsen maken op hun beleggingsportefeuille.

Het feitelijke, gemiddelde rendement over de afgelopen jaren van de pensioenfondsen is 5 tot 7%

  • dat is voldoende om te indexeren
  • het is ook voldoende om pensioenkortingen te voorkomen.

Somberder dan nodig
De overheid stelt de situatie rond de pensioenfondsen somberder voor dan de werkelijkheid rechtvaardigt, door met een heel eigen systematiek te rekenen.

  • het kabinet gaat niet uit van de feitelijke rendementen
  • de overheid rekent met de zogenaamde ‘marktrente’
  • die is bijna 0-procent, mede door beleid van de Europese Centrale Bank
  • het is dus net alsof pensioenfondsen niets verdienen op hun vermogen
  • dat de rente zo laag staat is niet het resultaat van economische wetmatigheden, maar het resultaat van politieke beslissingen
  • de rente is zo laag omdat de Europese Centrale Bank landen met grote overheidstekorten leningen heeft gegeven, waarvoor vrijwel geen rente betaald hoeft te worden: daardoor daalde ook de marktrente tot 0
  • de overheid doet het dus voorkomen alsof pensioenfondsen geen geld verdienen
  • omdat ze ‘nauwelijks rendement maken’, worden pensioenfondsen gedwongen zoveel mogelijk geld in kas te houden voor toekomstige verplichtingen en dat heeft als resultaat dat pensioenfondsen de pensioenen niet kunnen aanpassen aan de prijsstijgingen
  • als dit rentepercentage niet verandert moeten verschillende pensioenfondsen hun pensioenuitkeringen eind dit jaar verlagen en de grootste twee fondsen ABP en PFZW een jaar later
  • indirect betalen Nederlandse gepensioneerden dus de rekening van landen met grote schulden die door Europa worden geholpen, omdat ze anders in problemen komen
  • Nederland heeft grote bezwaren tegen dit beleid, maar is er de afgelopen jaren wel steeds mee akkoord gegaan
  • de belangen van schuldenlanden als bijvoorbeeld Italië werden dus boven de belangen van miljoenen gepensioneerden gesteld


Deze visie van het kabinet is een louter theoretische benadering.
In werkelijkheid is het totale vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen de afgelopen jaren tot rond de 1400 miljard euro gestegen, meer dan genoeg om pensioenkortingen te voorkomen en te indexeren, als althans dit kabinet dat zou willen. Het werkelijke rendement van pensioenfondsen ligt tussen de 5 en 7%. Er komt dus veel meer binnen dan het kabinet suggereert. Het feit dat de beurs in een bepaald kwartaal minder resultaat geeft is in het lange termijn plaatje niet van belang want dat is vaker voorgekomen.

Het voorkomen van pensioenkortingen kan op verschillende manieren:

  • het kabinet kan besluiten om een andere rekensystematiek toe te passen, d.w.z.: niet uitgaan van de marktrente van rond de 0% maar van een rente die meer in de buurt komt van de werkelijkheid.
  • een voorstel daartoe van 50PLUS is door de coalitiepartners afgewezen.
  • het kabinet kan de pensioenfondsen de tijd geven even af te wachten tot de marktrente weer stijgt, waarna ze er volgens de overheidsregels weer beter voorstaan en pensioenkortingen voorkomen kunnen worden
  • werkgevers en vakbeweging kunnen besluiten bedrijven te vragen meer pensioenpremie te betalen voor hun werknemers, zodat ook de pensioenvoorziening wordt veilig gesteld van mensen die nu nog werken. Er wordt over de hele linie op dit moment minder premie geïnd dan noodzakelijk is.
  • het kabinet zou als grootste werkgever van het land het goede voorbeeld kunnen geven door voor ambtenaren een kostendekkende pensioenpremie te betalen.

Kabinet zet vakbeweging onder druk
Dat het kabinet gepensioneerden in onzekerheid laat en de onrust laat groeien over op handen zijnde pensioenkortingen heeft een politieke reden. Het kabinet wil met de vakbeweging afspraken maken over pensioenhervormingen en daarbij bepaalde concessies afdwingen.
Zolang de vakbeweging daarmee niet akkoord gaat laat Rutte III miljoenen gepensioneerden aan een touwtje bungelen met de kans dat die straks een deel van hun pensioen moeten inleveren, terwijl sommige gepensioneerden al meer dan 20% koopkracht hebben ingeleverd.

Russische roulette
Er wordt Russische roulette gespeeld met het belang van gepensioneerden, waarvan velen slechts een klein pensioen hebben. Het verzet tegen dit beleid neemt hand over hand toe en zal tegen de komende Provinciale Staten verkiezingen zijn hoogtepunt bereiken. Dat is ook het moment dat kiezers met hun stemgedrag hun mening kenbaar kunnen maken over het pensioenbeleid van Rutte III en de rol daarin van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.