item webimage 20190223195602 prognose over kosten pensioen

Is het bangmakerij of zijn het realistische cijfers? Die vraag komt op nu minister Koolmees vandaag in De Telegraaf (23 februari 2019) zegt dat verlaging van de pensioenleeftijd naar 66 jaar miljarden euro’s zal kosten. De minister doet zijn uitspraak onder een wat ongelukkig gesternte, want juist afgelopen week bleek dat berekeningen waarop het kabinet zich baseert soms niet kloppen.

Premiestijging
De vakbondseis om de AOW-leeftijd te bevriezen op 66 jaar kost de pensioenfondsen miljarden euro’s, aldus Koolmees. Dat moet worden betaald met een premiestijging van 10 tot 15%.

Kloppen de cijfers?
Maar klopt dit scenario? De minister voorziet zijn prognose niet van een controleerbare onderbouwing en ook de pensioenfondsen zwijgen. Tegenover zijn uitspraak staat de visie van anderen die berekenen dat pensioenfondsen kapitaalkrachtig genoeg zijn om alle pensioenafspraken na te komen, zeker als de huidige generatie werkenden bereid is een kostendekkende premie te betalen en dat is op dit moment niet het geval.

Nu incasseren of straks?
Op dit moment is de pensioenpremie 25 procent. In het scenario van minister Koolmees moet de premie stijgen tot 29%. Dat gaat volgens De Telegraaf ten koste van de loonruimte die werkgevers voor hun personeel hebben. In totaal een bedrag van 3 tot 4,5 miljard per jaar. Daarmee schetst de minister vooral voor de vakbeweging een interessant dilemma: voor de huidige werkenden betekent het dus een keuze tussen incasseren nu of in de toekomst.
Tijdens de pensioenonderhandelingen vorig jaar meldde het ministerie van Sociale Zaken dat het verlagen van de AOW-leeftijd op lange termijn structureel 12 miljard zal kosten. Critici van de minister relativeren dit bedrag en scharen de prognoses van het ministerie onder de noemer ‘bangmakerij’. Als het kabinet zijn huidige beleid doorzet zullen toekomstige generaties moeten doorwerken tot 71 jaar.

Artikel Telegraaf lezen? Ga naar www.telegraaf.nl