item webimage 20190419173046 Topkwartaal

Voor de gemiddelde burger is de pensioendiscussie in Nederland een doldrieste bedoening. Neem je de berekeningssytematiek van de overheid als uitgangspunt, dan gaat het slecht met de pensioenfondsen.

Wie kijkt naar de realistische cijfers krijgt een heel ander beeld.
‘Vooral dankzij uitstekend presterende aandelenmarkten hebben de vijf grootste pensioenfondsen sinds januari bovengemiddelde rendementen geboekt’, meldt het FD.

Voorbeeldige rendementen
Doordat bovendien obligaties stegen door de gedaalde rente, konden ABP en PFZW resultaten van respectievelijk 8,2% en 8,5% boeken. Hun vermogen groeide daardoor tot respectievelijk 431 miljard en 217 miljard euro, zo is uit de kwartaalcijfers op te maken. De metaalfondsen PMT en PME en BpfBouw bleven niet veel achter. PMT meldde een kwartaalresultaat van 7,5% en PME genereerde 7,8%. Ze hebben nu pensioenvermogens van respectievelijk 77 miljard en 50 miljard. BpfBouw (een topper als het om pensioenfondsen gaat) boekte een rendement van 8,1% en staat nu op 61 miljard euro. De pensioenfondsen rapporteerden positieve resultaten over vrijwel de hele linie.

En toch dreigen kortingen
Toch staan –met uitzondering van BpfBouw- alle bovengenoemde pensioenfondsen er volgens de overheid zo slecht voor, dat ze mogelijk volgend jaar moeten korten.