De heer G, Riemen, directeur van de Pensioenfederatie wil misverstanden uit de weg ruimen. Een nobel streven, maar hij maakt een beginnersfout door elk misverstand als een vooroordeel weg te zetten. In dat kader is het dus goed dat de federatie de eigen vooroordelen ook bestrijdt.

Immers oordeelsvorming stoelt voor een belangrijk deel op verkregen informatie of het achterhouden daarvan. Gepensioneerden bij het ABP bijvoorbeeld baseren hun rechten op informatie van het ABP voor het jaar 1996. De toenmalige overheid was regering, wetgever, werkgever en pensioenfondsbestuurder tegelijk. Voor de huidige Autoriteit Financiële Markten een gruwel, zoveel macht en invloed in één instantie ondergebracht….
Termen als welvaartsvast stonden vetgedrukt in de folders uit die tijd, waarin bovendien de overheid nog min of meer als betrouwbaar werd gezien. Kortom de bron van informatie bleek hoogst onbetrouwbaar en dan de consument beschouwen vanuit de optiek van het vooroordeel is wel heel gemakkelijk. Sterker deze handeling geeft blijk van onvoldoende maatschappelijke kennis en inlevingsvermogen.

Van de talrijke mis(ver) standen kiest de directeur er drie:

  1. Werknemers zouden denken dat er minder geld in de kas is bij de pensioenfondsen dan vóór de crisis. Of de werknemers inderdaad met dit probleem sukkelen, kan worden betwijfeld. De gedachte is wel verklaarbaar als wéér de indexatie achterwege blijft; als wéér de inflatiecijfers zonder de zorgkosten, de energieprijzen en de fiscale lasten er toe leiden dat de koopkracht op jaarbasis met drie tot vier procent wordt uitgehold, elk jaar weer!! Het ontbreken van empathie leidt tot misplaatste arrogantie door deze maatschappelijke feiten af te doen met: vooroordelen.
  2. Werknemers zouden de indruk hebben dat ze meer premie betaald hebben dan ze terugkrijgen via hun pensioenuitkering. Bij geborenen voor 1940 leeft die gedachte inderdaad, want hun pensioen ging de vorige eeuw in en die eindbedragen waren aanmerkelijk lager dan de salarissen nu. Het is dus zinnig in cohorten te denken in plaats van te generaliseren. Met enig sociaal inlevingsvermogen en deskundigheid kan de pensioenfederatie dat toch ook bedenken?
  3. Werknemers zouden denken dat dertig procent van hun premie wordt ingehouden om de bonussen en de salarissen van de pensioenfondsbestuurders te betalen. Ook dit veronderstelde vooroordeel, waarover zeer kan worden getwijfeld, behoeft nuancering. De werknemer van nu ziet dat 20 procent van de bevolking zich manager noemt en meedoet aan asociaal gegraai via bindingspremies, aandelenopties, bijzondere beloningen, gratificaties en torenhoge declaraties en een salarishoogte zonder normbesef en dat deze geldverslaving zich meer uitbreidt in de bestuurslaag onder de top en dat de maatschappelijke diefstal wordt doorberekend in de prijs van product en/of dienst. Het benul van kosten en baten is op de werkvloer beter ontwikkeld dan de directeur denkt. Dit alles karakteriseren als vooroordeel is absurd…

Tenslotte spreekt de directeur over kosten, zonder die nader te omschrijven en vergelijkt zijn pensioenwereldje met commerciële bedrijven. Dit is onbegrijpelijk dwaas. Een bedrijf moet klanten  werven. Bij een pensioenfonds is deelname verplicht. Deze vergelijking gaat net zo mank als de vergelijking tussen een prostituee en een verpleegkundige in relatie tot hun hulp(…..)behoevende klanten, met alle respect voor deze zeer verschillende beroepsgroepen. Voorlichting is een vak en communicatie gedijt het beste in wisselwerking tussen gelijkwaardige deelnemers: besturen en deelnemers (die dus juridische zeggenschap behoren te krijgen). Vooralsnog heeft de pensioenfederatie weinig bijgedragen aan echte duidelijkheid, ook niet met deze vooroordelenvisie. Eerst maar een cursus maatschappijleer en het dan maar weer eens proberen.

Simon van der Schoot