In het Financieel Dagblad van 21 augustus stond een interview met één van onze 2 advocaten dr. mr. Hans van Meerten tevens hoogleraar Europees pensioenrecht.

Volgens onze advocaat hoeven de meeste Nederlandse fondsen onder de Europese pensioenrichtlijn IORP 2 geen buffers aan te houden, omdat het CDC-fondsen zijn die geen garantie bieden. Dit is zijn inzet in een rechtszaak namens ouderen organisaties. CDC is de gangbare vorm van onze huidige uitkeringsovereenkomst van bedrijfstakpensioenpensioenfondsen en ondernemingspensioenfondsen..

Onze advocaat is van mening dat veel Nederlandse pensioenfondsen niet onder artikel 15 van de IORP-richtlijn vallen en waarschijnlijk ook niet onder artikel 13. Artikel 13 regelt de technische voorzieningen, artikel 15 stelt buffereisen. De eisen in de Pensioenwet zijn daarop gebaseerd.

Deze IORP-artikelen gaan echter over fondsen die ‘‘een dekking tegen biometrische risico's verzekeren of een beleggingsrendement dan wel een bepaalde hoogte van uitkeringen garanderen’’. Dat geldt echter niet voor Nederlandse CDC-fondsen, waar geen garanties worden gegeven en waar alle risico’s bij de deelnemer liggen. Kijk naar de kortingen. Uiteindelijk beloven deze fondsen niks, aldus onze advocaat.

Dat heeft als consequentie dat de Nederlandse regering IORP verkeerd heeft omgezet in nationale wetgeving. En als een fonds op basis daarvan zou gaan korten, zou dat niet deugen. Voor CDC-fondsen moet een uitzondering komen op de buffereisen in de Pensioenwet, stelt onze advocaat.Als gevolg daarvan zijn de bezittingen en verplichtingen per definitie aan elkaar gelijk. Strikt genomen kan een fonds helemaal niet in onderdekking raken. Als er niet genoeg geld is, dan krijgen de deelnemers minder pensioen is zijn opvatting. Maar met nu bijna 1500 miljard euro aan pensioenvermogen is dat zeer onwaarschijnlijk.

Daarnaast stelt onze advocaat dat kortingen misschien worden voorkomen. Stel dat een verplicht gesteld fonds op basis van een herstelplan gaat korten. De vraag is of dat kan, want die hele systematiek is gebaseerd op artikelen van de IORP-richtlijn die niet van toepassing zijn. Hij kan niet voorspellen hoe het verder allemaal loopt.

De stand van zaken is dat we de staat in gebreke hebben gesteld. Als de staat niet binnen een paar weken reageert, gaan onze advocaten de staat namens Stichting Pensioenbehoud en KBO-Brabant dagvaarden. De klacht is dat de Europese richtlijn niet goed is omgezet in nationale wetgeving. Wij vorderen een verklaring voor recht dat artikel 13 en 15 van IORP 2 niet gelden. Hij werkt hierbij samen met Koen Vermeulen van GMV Advocaten die proces-advocaat en pensioenjurist is.

Onze advocaten hopen dat de Nederlandse lagere rechter direct prejudiciële vragen stelt aan het Europees Hof van Justitie en/of de Hoge Raad. Dan kan het in zes maanden bekeken zijn. Als alle stappen nationaal moeten worden doorlopen, dan duurt het natuurlijk veel langer.

Zie Lees hier het artikel op de site van AdBroere.nl

Uw financiële steun wordt zeer op prijs gesteld.

Nieuwsbrief van de Stichting Pensioenbehoud van 2 september 2019