Eind mei heeft de stuurgroep, die belast is met de uitwerking van het pensioenakkoord, enkele knopen doorgehakt maar een aantal andere resterende punten is blijven hangen. Meer vergaderingen zijn nog nodig. De komende week zal ook de klankbordgroep van senioren/gepensioneerden en jongeren samen met de stuurgroep vergaderen. Uiteindelijk gaat de uitkomst naar het hoogste niveau, de bestuurlijke groep, bestaande uit de minister (Wouter Koolmees) en de voorzitters van de sociale partners. De gezamenlijke verenigingen van senioren en gepensioneerden zullen daarbij nog betrokken worden. Voortdurend hebben wij ons veel inspanningen getroost om maximale invloed uit te oefenen.

Er is veel energie gaan zitten in bijeenkomsten van de officiële klankbordgroep met de stuurgroep, in expertmeetings en in apart overleg met de deskundigen, die op de achtergrond van de stuurgroep hun kennis en ideeën aanleveren. Maar ook in veel bilateraal en informeel overleg. Half mei hebben we nog zo’n 60 vragen ingestuurd omdat de noodzakelijke antwoorden erop tot dan nog ontbraken. Ook de berekeningen die nodig zijn om de consequenties te weten van de voorgenomen maatregelen, ontbreken op dit moment nog steeds. Mogelijk dat we deze week gaan beschikken over de berekeningen van het Centraal Planbureau.

Maar de berekeningen van het CPB bevinden zich op het macro (zeer algemene) niveau. De eis van de Koepel Gepensioneerden is altijd geweest om ‘maatmensen’ te nemen en te kijken wat het voor die mensen zou betekenen. Maatmensen zijn personen die als deelnemer (van verschillende leeftijden) of als gepensioneerde deel uit maken van een paar uit te zoeken pensioenfondsen. Concrete voorbeelden dus.

Als laatste heeft de Koepel Gepensioneerden een aantal belangrijke standpunten bij de stuurgroep neergelegd, die we graag zouden terugzien in het uiteindelijke akkoord. Dat zijn en blijven de belangrijkste toetsingscriteria.

Het pensioenhuis

Wij zijn positief over de schetsen van het nieuwe pensioenhuis. Een op de ingelegde premie gebaseerd systeem waarbij collectiviteit en solidariteit blijven bestaan en we met elkaar kunnen profiteren van de voordelen van pensioenfondsen ten opzichte van andere regelingen. Het vervangen van zekerheden door pensioenverwachtingen maakt het mogelijk te werken met andere rekenregels en minder hoge buffers dan in het huidige systeem zijn voorgeschreven. Er zal weliswaar meer kans zijn op kortingen als de economie een keer tegen zit, maar door het vervallen van buffereisen zal er vaker worden geïndexeerd. De verwachting is dat zo uiteindelijk een beter pensioenresultaat wordt gerealiseerd.

Belangrijk is dat het beleggingsbeleid van de fondsen gebaseerd blijft op de totale populatie van het fonds zonder onderscheid te maken tussen generaties. Gestreefd wordt vervolgens naar een indexatie die voor de verschillende generaties een gelijk effect zal hebben op het te bereiken pensioenresultaat. Omdat jongeren een langere tijd hebben om schokken op te vangen, zal dit leiden tot een verdeling van de rendementen die uiteindelijk een zelfde pensioenresultaat oplevert.

Maar dan komt de vraag of je in dat pensioenhuis als jongere, als gezin en als oudere wel wilt wonen. Naast de aantrekkelijkheid (uitlegbaarheid, begrijpelijkheid) is het daarbij van belang of je erop kunt vertrouwen dat het fundament goed is, dat de muren, balken en dakconstructies het huis overeind zullen houden en dat rekening is gehouden met de verschillende generaties die in dat huis moeten worden ondergebracht. Het nieuwe huis moet aantoonbaar beter zijn dan het oude huis, want waarom zouden we anders willen verhuizen? Besturen en deskundigen van de Koepel Gepensioneerden kunnen pas ja tegen de verhuizing zeggen als ze dat vertrouwen op basis van informatie en rekensommen hebben gekregen.

Het pensioenhuis is het nieuwe pensioencontract. We hebben het dan nog niet eens over de verhuizing (de overgang van het oude naar het nieuwe contract), de financiering van die verhuizing en de vraag wat er allemaal moet gebeuren voordat het huis daadwerkelijk betrokken kan worden. Gelet op de noodzakelijke wetgeving en de tijd die de pensioenfondsen nodig hebben voor de invoering, zullen daar mogelijk 5 tot 7 jaren overheen gaan. Een termijn overigens die wat ons betreft verkort zou moeten kunnen worden.

Wat gebeurt er in de tussentijd als we nog met ons oude huis te maken hebben dat met dreigende kortingen op gedeeltelijke instorting staat?

Om vertrouwen te kunnen hebben in het nieuwe huis willen we graag in ieder geval een aantal dingen terug kunnen vinden. Die hebben we ook naar de stuurgroep gestuurd.

  • Pensioenfondsen leggen de beleggingsmix voor het uniforme beleggen (voor alle generaties dezelfde mix) vast aan de hand van onderzoeksresultaten over de zogenoemde risicohouding van de deelnemers (wat willen de verschillende generaties van de deelnemers zelf).
  • Aan de hand van die zogenoemde risicohouding worden de rendementen jaarlijks toegedeeld.
  • Na de pensioendatum wordt er ook voor gepensioneerden door belegd. Per maand worden de uitkeringen afgetrokken en worden beleggingsresultaten en verschuivingen (in bijvoorbeeld de levensduurverwachting) bijgeschreven. Voorkomen moet worden dat toch weer elementen als de risicovrije rente en het beleggen per leeftijdsgroepen een rol gaan spelen.
  • Het eindstreven is zo stabiel mogelijke pensioenuitkeringen met voldoende indexeringskansen.
  • Er kunnen wel buffers worden gehanteerd om schokken op te kunnen vangen, maar die zullen alleen uit overrendementen (liever toch uit premies) moeten worden gevuld.
  • Voor het vaststellen van de premie is het nodig een rekenrente vast te stellen. Dat geldt ook voor de verwachtingen (prognose) en de uitkering na pensionering. We moeten in het nieuwe pensioenhuis niet weer opnieuw de slechte stenen gebruiken, waardoor het oude huis nu juist in de problemen is gekomen.
  • Als we een pensioenhuis voor de generaties bouwen, zullen we ook rekening moeten houden met mensen die alleen komen te staan omdat de partner overlijdt.
  • Dat alles moet goed uit te leggen zijn. Vooral de zogenoemde compartimentering in leeftijdsgroepen maakt het op zich wel complex en schept qua communicatie een uitdaging. Blijft dit een te grote drempel dan zijn er andere, misschien iets minder perfecte mogelijkheden die qua acceptatie wellicht toch moeten worden overwogen.

De verhuizing

Verhuizen heeft alleen maar zin als het nieuwe huis beter is dan het oude. En dat moet je meteen kunnen voelen als je in dat nieuwe huis zit. Het pensioen dat je dan krijgt zal fatsoenlijk moeten (niet lager dan je had) zijn, met reële kans op indexering. De grote vraag is welke rekenrente en welke rekenmethodiek er bij de overgang van het oude naar het nieuwe huis worden gehanteerd. De verdeling van het vermogen op het moment van overgang zal voor alle deelnemers evenwichtig moeten zijn en rekening moeten houden met de door iedereen erkende te grote verschuivingen (bijvoorbeeld van oud naar jong) van de afgelopen jaren alsmede met de opgelopen indexatieachterstand.

Een lastige in dit verhaal is ook het afschaffen van de zogenoemde doorsneepremie. Hoewel daar begrip voor is blijft wel de vraag hoe die compensatielast (om oudere werknemers te compenseren) wordt vastgesteld en waaruit die betaald gaat worden. Als de pensioenvermogens worden aangesproken (gaat ten koste van gepensioneerden) dan moet daar voldoende aan voordeel tegenover staan.

Periode van verhuizen

Over 7 jaren is een deel van de gepensioneerden, in afwachting van het nieuwe huis, overleden en een ander deel is fors ouder geworden. We eisen hoe dan ook dat de gepensioneerden (en andere generaties) gedurende de periode tot aan de verhuizing niet het slachtoffer worden van het vasthouden aan het huidige systeem (want daarom moest dat systeem toch veranderd worden?), maar kunnen profiteren van de ingrediënten van het nieuwe huis.

Zeggenschap

Het nieuwe pensioenhuis is een appartementengebouw voor verschillende generaties. Bewoners zijn verenigd in een vereniging van eigenaren (het pensioenfonds), waarbij het handig is om een goede vertegenwoordiging te hebben van alle bewoners. Wij zijn er voorstander van, wetende dat anders een nare belangenstrijd kan ontstaan, om de positie van de Raad van Toezicht te versterken zodat die ervoor waakt dat alle bewoners in het huis recht wordt gedaan. Zoals bij het betrekken van elk appartementsgebouw het geval is, moet de besturing van tevoren goed geregeld zijn. Doe je dat achteraf, dan is er onmiddellijk weer kans op gedoe.

Communicatie

Stel dat het pensioenhuis goed is gebouwd en er ook goed uit ziet. Dan is het belangrijk dat we aan (toekomstige) bewoners op een heldere en eenduidige manier kunnen duidelijk maken waarom dat huis goed (bewoonbaar) is en wat de voordelen zijn ten opzichte van het oude huis.

 

Jaap en Joep