We geven u met plezier een voorproefje uit het nieuwe nummer van ons magazine Pensioenbelangen, ‘Grieken en gepensioneerden zijn perfecte zondebokken‘.

Verder vragen we uw aandacht voor:

Een opmerkelijk initiatief
Via e-mail kreeg de NBP een bericht, dat we hier onder maar integraal hebben overgenomen:

De commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer organiseert donderdagochtend 22 maart 2012 een rondetafelgesprek over het wetsvoorstel Wet versterking bestuur pensioenfondsen. Het rondetafelgesprek is ter voorbereiding op de behandeling van het wetsvoorstel. Na het te organiseren rondetafelgesprek zal de commissie SZW de schriftelijke procedure over het wetsvoorstel starten. Naar verwachting zal een debat over het wetsvoorstel in het tweede of derde kwartaal van dit jaar plaatsvinden. Voorafgaand aan het rondetafelgesprek worden geïnteresseerde partijen opgeroepen om hun mening over het wetsvoorstel kenbaar te maken. “Op initiatief van het CDA is besloten dat iedereen input kan leveren,” verklaarde Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt tegenover IPNederland. “Dit staat nu ook op de voorpagina van de website www.tweedekamer.nl.”

Onze voorzitter Simon van der Schoot heeft daarop onmiddellijk gereageerd en de belangrijkste zaken uit die reactie zijn hieronder puntsgewijze samengevat:

  1. Adequate vertegenwoordiging van alle risicodragers, is het uitgangspunt in de ontwerptekst. Maar waarom kunnen werkgevers in de bestuursmodellen 50% van de zetels bezetten, terwijl alle verdere risico’s worden afgewenteld op de werkenden en de gepensioneerden;
  2. De deelnemers en de pensioengerechtigden zullen met dit wetsvoorstel de adviesrechten meteen verliezen. Vreemd en uiterst kwalijk dat versterking van een bestuur moet worden bewerkstelligd door belanghebbenden monddood te maken
  3. De conclusie dat dit wetsvoorstel m.b.t. governance niet volledig is uitgewerkt, is mij veel te soft. Dit voorstel is onzorgvuldig, houdt geen rekening met alle belanghebbenden en zeker niet op een evenwichtige manier. ( zie ook opmerking 1.)
  4. Art. 100 lid 1b. Bij gemaximeerde werkgeverspremie blijven de werkgevers evenveel zetels bezetten als de weknemersvertegenwoordiging. Dit is ondemocratisch en ook manipulatief. De werkgevers, zeker in VNO-NCW-verband hebben het solidaire pensioenstelsel verlaten en dat MOET gevolgen hebben voor de mate van hun invloed. Het ten koste van alles willen voorkomen dat de werkgevers een minderheid krijgen in de besturen is een onbegrijpelijke gedachtenkronkel.
  5. Art. 100 lid 4. De statuten van een pensioenfonds, meestal ondemocratisch, zeker als het stichtingen betreft hebben onevenredig veel invloed hetgeen tot coöptatiegedrag kan leiden (en de praktijk leert dat het vrijwel zeker daartoe zal leiden).
  6. Art. 100 lid 7. Het bestuur stelt een profielschets op voor (nieuwe) leden van het bestuur. Juist nu er nadrukkelijk wordt gesleuteld (en ernstig getwijfeld) aan de deskundigheid van de (huidige) bestuurders is het uit den boze dat dát de bron gaat vormen voor profielschetsen. Kijk ook hier weer uit voor vriendjespolitiek met aangepaste profielschetsen.
  7. Art. 102 lid 1. Het lijkt alsof dit artikelonderdeel is geschreven om het aangenomen wetsvoorstel van KKB ( en ” architect “NYPELS ) te muilkorven.
  8. Art. 104 lid 7. In de Raad van Toezicht dezelfde waanzin m.b.t. de regie van profielschetsen.
  9. Art. 105 lid 2. Dit artikel buigt zich over de belangen van de werkgevers. Waarom toch? Die belangen zijn beperkt tot een gemaximaliseerde premie. Diezelfde werkgevers willen loonsverhoging ten gevolge van promotie buiten de pensioengrondslag houden. Met die mentaliteit tegenover de medewerkenden die een bedrijf of instelling groot gemaakt hebben, is de geringe affiniteit toch voldoende bewezen?
  10. Art. 115 lid 2 en 3. De tekst van dit artikel is verwarrend. Deelnemers en pensioengerechtigden zijn evenredig op basis van onderlinge getalsverhoudingen vertegenwoordigd. Dat kan niet als we ons realiseren dat slechts 5 % van de 3 miljoen gepensioneerden lid zijn van een vakbond.

Tot zover het commentaar van onze voorzitter. Om aan te tonen hoezeer deze Wet vooral een pro werkgeversstandpunt uitdraagt en vooral ook een onjuiste voorstelling van de huidige crisis bij de pensioenfondsen geeft, enkele citaten uit de MEMORIE VAN TOELICHTING.

De financiële crisis in 2008 leidde tot een forse daling van de dekkingsgraden van de meeste pensioenfondsen.” (1. Inleiding) – geen woord dus over de greep uit de kassen van de pensioenfondsen, de terugstortingen (die zogenaamd niet meer te achterhalen zijn) en het jarenlang (in strijd met zowel de oude Pensioen- en Spaarfondsen wet als de Pensioenwet 2007) niet heffen van kostendekkende premies.

Uit dezelfde inleiding van de MVT: “De regering vindt aanpassing van het governancemodel voor pensioenfondsen noodzakelijk om dit vertrouwen te borgen. Dit wetsvoorstel bevat maatregelen gericht op versterking van deskundigheid en het intern toezicht en op een adequate vertegenwoordiging van alle risicodragers binnen de organisatie van het pensioenfonds. Verder worden taken en organen gestroomlijnd”.
De discrepantie tussen deze tekst ’versterking van deskundigheid en intern toezicht’ (zie punt 6 hierboven) en ‘adequate vertegenwoordiging van alle risicodragers’ (zie punt 1 hierboven) en de wettekst zelf is opmerkelijk.

Merkwaardig is ook dat in de MvT het rapport van de Commissie Goudswaard wordt geciteerd en daaruit terecht de juiste conclusie wordt getrokken, maar het eigenlijke wetsvoorstel daarmee in strijd is. De MvT zegt: “Verschuiving risicodragerschap richting deelnemers en pensioengerechtigden Een tweede aanleiding voor de herziening is de verschuiving van het risicodragerschap richting deelnemers, pensioengerechtigden en andere aanspraakgerechtigden. De Commissie Goudswaard (Commissie Toekomstbestendigheid Aanvullende Pensioenregelingen, 27 januari 2010, Kamerstukken II, 2009/10, 30 413, nr. 139) concludeert dat werknemers en pensioengerechtigden nu al risico’s lopen ten aanzien van hun pensioen-aanspraken en -rechten. In de nieuwe contracten uit hoofde van het pensioenakkoord zullen deze risico’s verder worden geëxpliciteerd. De geleidelijke verschuiving van het risicodragerschap richting deelnemers en pensioengerechtigden kan uiteindelijk niet zonder gevolgen blijven voor de rol van de betreffende partijen in de governance en de medezeggenschap”. En even verder:
Een tweede uitgangspunt voor de herziening van de wettelijke regels over governance en medezeggenschap is dan ook een adequate vertegenwoordiging van alle risicodragers”.
Maar die bewering is weer volledig in tegenspraak met het gestelde onder 1.3 van de MvT (onderstreping onzerzijds – redactie Pensioenbelangen):
In dit voorstel wordt gekozen voor een integrale aanpak van de governance en medezeggenschap. Het onderhavige wetsvoorstel wijkt op enkele punten af van het voorstel van Koser Kaya en Blok, juist vanwege de integrale aanpak en de noodzaak de bestuurbaarheid te garanderen. Zo is in het onderhavige wetsvoorstel het aantal zetels voor pensioengerechtigden gemaximeerd om te voorkomen dat werkgevers in de minderheid kunnen komen. Hier staat tegenover dat de werkgever zijn positie in het verantwoordingsorgaan verliest, omdat dit orgaan wordt opgeheven en de verantwoordingstaken worden overgebracht naar de deelnemers- en pensioengerechtigdenraad. Ook is de raadpleging onder pensioengerechtigden vervangen door een automatische deelname van deze geleding aan het paritaire bestuur. Dit leidt tot een vermindering van administratieve lasten. Verder vervallen de adviesrechten van de deelnemers- en pensioenge-rechtigdenraad. Op het moment dat alle geledingen (werkgevers, werknemers en pensioengerechtigden) zitting hebben in het bestuur, kan overlap van zeggenschap en medezeggenschap worden opgeheven”.

Zo zijn er nog heel wat meer opmerkelijke zaken, de een wat meer en de ander wat minder belangrijk, maar de tendens blijft steeds: de werkgever moet ondanks het feit dat hij veel minder (soms geen enkel) risico loopt toch wel kunnen blijven meespreken. Een merkwaardig staaltje gedachtenkronkelarij is het volgende:
Hoewel er sprake is van meer risicoverschuiving van de werkgever naar deelnemers en pensioengerechtigden, zijn er voldoende redenen voor betrokkenheid van de werkgever in het bestuur van het pensioenfonds naast deelnemers en pensioengerechtigden. Zo kan de werkgever risico’s tijdens de contractperiode alsnog via een omweg voor zijn rekening krijgen”.
Deze zinsnede is kennelijk ingegeven doordat sommige werkgevers risico’s ontliepen (door de bestuurders van het pensioenfonds geaccordeerd) maar later toch door de rechter werden veroordeeld om alsnog mee te delen in die financiële risico’s. Vermoedelijk heeft minister Kamp gedacht dat dan nu maar wettelijk moet worden geregeld dat die onafhankelijke rechter niet te zeer in het nadeel van de werkgever oordeelt. Daarmee voorkomen we dus dat die arme werkgever alsnog die risico’s moet dragen.
Dus wordt nu eventjes per wet geregeld dat de onafhankelijke rechter (toch een van de drie pijlers van onze rechtsstaat) wordt ontmand. De rechterlijke macht wordt door Kamp tot rechterlijke ONmacht gedegradeerd.

Het persbericht van de Pensioen Federatie evenals het overzicht van pensioenfondsen die gaan korten, beiden gepubliceerd op 20 februari 2012. Kijk in het overzicht of uw pensioen wordt bedreigd. Zo ja, schrijf desgewenst een brief aan dat pensioenfonds dat u een korting op uw nominale pensioen niet kan accepteren en stel het pensioenfonds evenals haar bestuur in gebreke voor de wanprestatie die wordt geleverd op basis van de pensioenuitkeringsovereenkomst. En dat u heeft geconstateerd dat niet alle middelen door het bestuur zijn aangewend om het laatste redmiddel van het korten te voorkomen. Want het bestuur heeft nog diverse ongebruikte aanpassingen binnen de bestaande wettelijke regeling als mogelijkheid om de dekkingsgraad weer in orde te krijgen. Het bestuur van het pensioenfonds heeft die wijzingen tot dusverre niet of onvoldoende uitgevoerd (zie de genoemde mogelijkheden voor aanpassing in het persbericht van De Nederlandse Bank van 20 februari 2012) en dat die aanpassingen nu wel in 2013 moeten gebeuren. Uit dit persbericht blijkt ook dat het om circa 7,5 miljoen pensioenuitkeringsovereenkomsten gaat!

Daarnaast heeft Stichting Pensioenbehoud de petitie Ik wil niet gekort worden op mijn pensioen opgenomen op de website http://pensioenbehoud.petities.nl om te laten ondertekenen door een ieder die deze boodschap aan de politiek wil ondersteunen. De petitie zal over enige tijd officieel worden aangeboden aan minister Kamp van SZW. U wordt verzocht om ook de petitie onder de aandacht van familie, vrienden en bekenden te brengen. Heeft u de petitie zelf al ondertekend?

Van alle kanten werd en wordt er aan onze pensioenrechten gerommeld. Eerst werd de onvoorwaardelijke indexering sluipenderwijs omgezet in een voorwaardelijke indexering. Vrijwel niemand viel het op want de dekkingsgraden waren hoog. Vervolgens werden de “riante” dekkingsgraden “verjubeld” door niet afdragen van premies (ABP), het teruggeven van “overschotten” aan de werkgevers, waar soms wel, maar vaak ook niet, een “bijstortverplichting” tegenover stond. En gedurende jaren werden kostendekkende premies (vereist volgens Pensioenwet 2007 art. 116) niet berekend, waardoor de duurzaamheid van het pensioenfonds werd aangetast. Tenslotte werd er ook nog eens driftig op de beurs gespeculeerd, waardoor – ondanks de aanvankelijke successen – de pensioenfondsen extra kwetsbaar werden. De eerste waarschuwing kwam in de jaren 2000-2002 toen de ICT-zeepbel barstte en sommige pensioenfondsen al helemaal of ten dele niet indexeerden. Maar er gebeurde niets mee.

De toezichthouders (De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten) zagen niet toe maar keken slechts toe. Wel was DNB er als de kippen bij om de autoverzekeraars er op te wijzen dat hun premies niet kostendekkend waren en dat die aangepast moesten worden. Maar de pensioenfondsen kregen pas een waarschuwing toen het te laat was en hun dekkingsgraad onder het minimum van 105 procent was gedaald.

Er werd te laat en te zacht ingegrepen en zo werd de kans gemist om de buffers weer wat op te krikken in de relatief gunstige periode 2004 – 2008. In 2008 kondigde de financiële crisis zich aan en sinds 2009 woedt deze zo hevig, dat nu ongeveer de helft van de pensioenfondsen in de problemen zit en een aantal, waaronder ook de vijf grotere op termijn moeten gaan afstempelen. PFZW ontspringt waarschijnlijk de dans en het ABP denkt de afstempeling tot slechts ½ procent te kunnen beperken. Maar de metaalfondsen PME en PMT korten vermoedelijk met 6 of 7 procent (het maximum dat de DNB heeft ingesteld). En die korting komt nog bovenop de al ruim 8 procent die veel gepensioneerden door het niet indexeren tussen 2002 en nu al hebben ingeleverd. Dat is samen al bijna 4 maanden aan gemiste pensioenuitkering.

Hier kunt u een nieuw weblog ‘Even afrekenen alstublieft! ‘ van Potamus lezen.

Hieronder een nieuwsartikel geschreven door Kees de Vries.

Invaart of uitvaart? – De sfeer was somber en zwaar

Nadat het gejuich van ‘sociale’ partners en regering over de ‘goedkeuring’ van ‘hèt pensioenakkoord’ door de bonden en de aanvaarding van het nieuwe pensioenstelsel in de Tweede Kamer, verstomd was, kwam de ontnuchtering. De confrontatie met de rauwe werkelijkheid omtrent de uitvoeringsproblemen van het nog niet uitgewerkte ‘akkoord’ vond plaats tijdens een recente hoorzitting van de Tweede Kamer. “Pensioenakkoord kan in een nachtmerrie uitmonden “, luidde de veelzeggende kop in het Economiekatern van NRC / Handelsblad van vrijdag 4 november.
Al gedurende de langdurige onderhandelingen waren er felle debatten en het definitieve besluit over ‘hèt pensioenakkoord’ is zwaar omstreden, maar het kan altijd nog erger. De moeizame voorgeschiedenis is slechts de opmaat naar een lijdensweg gedurende de komende uitvoeringspraktijk volgens Gerard Riemen, directeur van de brancheorganisatie van de pensioenfondsen. Die zei over het akkoord en de daaraan verbonden problemen:
Het is uitvoeringstechnisch bijna niet mogelijk en aan de pensioendeelnemers nauwelijks uit te leggen”.

Een omineuze uitspraak, vooral voor de pensioengerechtigden die gedurende het hele onderhandelingsproces door de ‘sociale’ partners angstvallig buiten de deur werden gehouden. Zogenaamd vóór ons, zeker over ons en gegarandeerd zonder ons! Uit de hoorzitting bleek dat het grote knelpunt het overhevelen van de bestaande pensioenrechten was, aangegeven met de verhullende term ‘invaren’ van de bestaande rechten in het nieuwe stelsel. Die rechten zijn namelijk gebaseerd op de contractueel vastgelegde ambitie een structurele prijsindexatie mogelijk te maken. Maar ‘hèt pensioenakkoord’ gaat uit van een voorwaardelijke prijsindexatie gekoppeld aan de beleggingsresultaten van het pensioenfonds. Daarbij zijn zelfs de nominale aanspraken niet zeker. Dat verstaan Wientjes en de zijnen dus onder een ‘schokbestendig’ pensioen!

Binnen het Nederlandse recht kan dat echter niet zomaar. Kort geleden heeft het Amsterdamse Gerechtshof in de procedure tussen ECN en OMEN (Energieonderzoekscentrum Nederland en de oud-medewerkers daarvan) de uitspraak gedaan: “De werkgever kan de onvoorwaardelijke indexatieregeling niet eenzijdig aanpassen ten aanzien van slapers en gepensioneerden.” Heel duidelijk lijkt het, maar er zit nog een addertje onder het gras, want het Hof vervolgt met: “Het zijn echter wel hele bijzondere omstandigheden, waaruit geen algemene conclusies kunnen worden getrokken.” En daarop: “het Hof overweegt uitdrukkelijk dat het niet onmogelijk is de pensioenregeling voor de slapers en pensioengerechtigden aan te passen”. Niets is dus zeker, want in het betreffende geval waren er zeer bijzondere omstandigheden. Maar behalve het Nederlandse Recht is er ook nog Europees Recht dat zwaar(der) telt.

Het laat zich aanzien dat binnen het Europees Recht pensioenrechten als eigendomsrechten zijn te beschouwen en die zijn binnen het Europees Recht zwaar verankerd. Als dus de voorgenomen overheveling getoetst wordt aan het Europees Recht, valt ernstig te betwijfelen of die overheveling legitiem wordt bevonden! Gedurende het onderhandelingsproces over het akkoord is daar al door meerdere partijen op gewezen. Sterker nog, de landsadvocaat heeft hierover negatief geadviseerd. Om te voorkomen dat dit advies met verwijzing naar de Wet openbaarheid van bestuur (WOB)1 kon worden opgevraagd heeft het de status van concept-advies gekregen! Met deze juridische spitsvondigheid wordt de transparantie van onze democratie weer eens op de proef gesteld. Helaas moet voor een procedure bij het Europese Hof eerst de Nederlandse rechtsgang worden doorlopen, waardoor het een kwestie van meerdere jaren zal worden en waarbij Wientjes c.s. alle mogelijke vertragingstactieken uit de kast zullen toveren.

De Stichting Pensioenfatsoen heeft overigens al aangekondigd door te procederen tot en met het Europese Hof. Stichting Pensioenfatsoen is een initiatief van de NVOG, de koepel van pensioenbelangenverenigingen, financieel ondersteund door alle lidorganisaties waaronder de NBP.2
Op de hoorzitting is zo’n rechtsgang als ‘nachtmerriescenario’ gekarakteriseerd, want hoe moet men verder als men tijdens of na de invoering van het nieuwe stelsel wordt geconfronteerd met een verbod op deze overheveling van opgebouwde rechten.
De droom van Wientjes en de zijnen is dan wel uitgekomen, maar let wel:
“Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren!”

1 In Pensioenbelangen nr. 6 van 2011 schreef Potamus, dat die wet volgens minister Donner “Wet Onzichtbaarheid Bestuurlijke dwalingen” zou moeten heten.

2 Als u aan dit initiatief wilt meedoen dan kunt u hierover meer lezen op onze actiepagina.

Pensioenfondsen terug bij af !

Na de publicatie van de dekkingsgraden per 30 september 2011 moeten wij concluderen dat de meeste pensioenfondsen terug zijn in de buurt van de dieptepunten na de kredietcrisis in 2008. De dekkingsgraden van de vijf grootste pensioenfondsen waren als volgt:
BPF Bouw  96,4
PF Zorg en Welzijn  91
ABP  90
PME  86
PMT  84,3

Van de toezichthouder moet de dekkingsgraad minimaal 105 zijn, terwijl bij een dekkingsgraad van rond de 130 pas weer volledig mag worden geïndexeerd.
Als de bovengenoemde cijfers niet substantieel verbeteren zullen de vijf grootste fondsen (wellicht met uitzondering van BPF Bouw) in december moeten aankondigen dat zij in april 2013 gaan korten. Naast deze grote pensioenfondsen verkeren ook tal van kleinere fondsen in problemen. Ruim meer dan 1 miljoen gepensioneerden lopen het gevaar dat zij na jarenlang koopkrachtverlies, doordat er niet is geïndexeerd, nu ook nog eens te maken krijgen met een extra korting als klap daar boven op.

De heer G, Riemen, directeur van de Pensioenfederatie wil misverstanden uit de weg ruimen. Een nobel streven, maar hij maakt een beginnersfout door elk misverstand als een vooroordeel weg te zetten. In dat kader is het dus goed dat de federatie de eigen vooroordelen ook bestrijdt.

Immers oordeelsvorming stoelt voor een belangrijk deel op verkregen informatie of het achterhouden daarvan. Gepensioneerden bij het ABP bijvoorbeeld baseren hun rechten op informatie van het ABP voor het jaar 1996. De toenmalige overheid was regering, wetgever, werkgever en pensioenfondsbestuurder tegelijk. Voor de huidige Autoriteit Financiële Markten een gruwel, zoveel macht en invloed in één instantie ondergebracht….
Termen als welvaartsvast stonden vetgedrukt in de folders uit die tijd, waarin bovendien de overheid nog min of meer als betrouwbaar werd gezien. Kortom de bron van informatie bleek hoogst onbetrouwbaar en dan de consument beschouwen vanuit de optiek van het vooroordeel is wel heel gemakkelijk. Sterker deze handeling geeft blijk van onvoldoende maatschappelijke kennis en inlevingsvermogen.

Van de talrijke mis(ver) standen kiest de directeur er drie:

  1. Werknemers zouden denken dat er minder geld in de kas is bij de pensioenfondsen dan vóór de crisis. Of de werknemers inderdaad met dit probleem sukkelen, kan worden betwijfeld. De gedachte is wel verklaarbaar als wéér de indexatie achterwege blijft; als wéér de inflatiecijfers zonder de zorgkosten, de energieprijzen en de fiscale lasten er toe leiden dat de koopkracht op jaarbasis met drie tot vier procent wordt uitgehold, elk jaar weer!! Het ontbreken van empathie leidt tot misplaatste arrogantie door deze maatschappelijke feiten af te doen met: vooroordelen.
  2. Werknemers zouden de indruk hebben dat ze meer premie betaald hebben dan ze terugkrijgen via hun pensioenuitkering. Bij geborenen voor 1940 leeft die gedachte inderdaad, want hun pensioen ging de vorige eeuw in en die eindbedragen waren aanmerkelijk lager dan de salarissen nu. Het is dus zinnig in cohorten te denken in plaats van te generaliseren. Met enig sociaal inlevingsvermogen en deskundigheid kan de pensioenfederatie dat toch ook bedenken?
  3. Werknemers zouden denken dat dertig procent van hun premie wordt ingehouden om de bonussen en de salarissen van de pensioenfondsbestuurders te betalen. Ook dit veronderstelde vooroordeel, waarover zeer kan worden getwijfeld, behoeft nuancering. De werknemer van nu ziet dat 20 procent van de bevolking zich manager noemt en meedoet aan asociaal gegraai via bindingspremies, aandelenopties, bijzondere beloningen, gratificaties en torenhoge declaraties en een salarishoogte zonder normbesef en dat deze geldverslaving zich meer uitbreidt in de bestuurslaag onder de top en dat de maatschappelijke diefstal wordt doorberekend in de prijs van product en/of dienst. Het benul van kosten en baten is op de werkvloer beter ontwikkeld dan de directeur denkt. Dit alles karakteriseren als vooroordeel is absurd…

Tenslotte spreekt de directeur over kosten, zonder die nader te omschrijven en vergelijkt zijn pensioenwereldje met commerciële bedrijven. Dit is onbegrijpelijk dwaas. Een bedrijf moet klanten  werven. Bij een pensioenfonds is deelname verplicht. Deze vergelijking gaat net zo mank als de vergelijking tussen een prostituee en een verpleegkundige in relatie tot hun hulp(…..)behoevende klanten, met alle respect voor deze zeer verschillende beroepsgroepen. Voorlichting is een vak en communicatie gedijt het beste in wisselwerking tussen gelijkwaardige deelnemers: besturen en deelnemers (die dus juridische zeggenschap behoren te krijgen). Vooralsnog heeft de pensioenfederatie weinig bijgedragen aan echte duidelijkheid, ook niet met deze vooroordelenvisie. Eerst maar een cursus maatschappijleer en het dan maar weer eens proberen.

Simon van der Schoot

Na de afwaardering van de rating van de Verenigde Staten en de al bestaande problemen met Spanje en Italië werd met angst en beven uitgekeken naar de opening van de beurzen. Het werd tot het moment dat dit wordt geschreven geen “Black Monday” maar niettemin zakten de koersen nog verder weg met alle gevolgen ook voor de pensioenfondsen.

Hippo Potamus vindt inspiratie bij Johan Cruijff en vraagt zich af of al die economische rampen die ons de laatste jaren treffen niet veel minder hard waren aangekomen als de verantwoordelijken die de signalen zagen, de solidariteit van het gesloten front van hun club hadden doorbroken en tijdig hun twijfels hadden gemeld. Zie zijn weblog met de titel ‘Johan Cruijff, de verlosser, als lid van de RVC’ draagt.

Een goed voorbeeld van zo’n gesloten front was te vinden in het FD van de afgelopen week. waarin verteld wordt over het ontstaan begin jaren ’90 van de Europese  Monetaire Unie, het voortraject van de Euro. De deskundigen zagen dat alleen een monetaire unie van Duitsland, de Benelux, Frankrijk en Denemarken kans van slagen had en dat de rest van de lidstaten later zou kunnen aansluiten als ze er klaar voor waren. De Duitse minister van Financiën vergeleek het met een groep bergbeklimmers die aan hetzelfde touw vastzitten en die niemand kunnen gebruiken die ook de rest in het ravijn kan laten storten. Jammer genoeg blijft dit plan binnenskamers want de top in Maastricht moest een succes worden.

Landen als Griekenland, Italië, Spanje en Portugal hadden pas tot de eurozone mogen worden toegelaten nadat ze bewezen hadden dat zij konden voldoen aan de strenge eisen. De reddingsoperaties van Griekenland en Ierland hebben wij al gehad. Naast het al bestaande rampenfonds moet de Europese Centrale Bank nu staatsobligaties van Italie en Spanje gaan opkopen om het schip drijvende te houden. Allemaal noodgrepen om te voorkomen dat wij na de uitglijders van de zwakke landen allemaal het ravijn instorten.

Als politieke leiders geen leiderschap tonen en zich laten leiden door partijpolitieke motieven en als dat ook nog gebeurt in het machtigste land van de wereld, dan loopt het echt slecht af. De afwaardering van de triple A status van de V.S. is niet zozeer het gevolg van de financiële problemen want die zijn bij eensgezindheid van Democraten en Republikeinen om de zaak goed aan te pakken, oplosbaar. De afwaardering heeft te maken met het wantrouwen of de politiek in de V.S. dat leiderschap kan opbrengen. Daar is weinig zicht op als je ziet hoe men toch weer elkaar de zwarte piet probeert toe te schuiven.

Dit alles blijft niet zonder gevolgen voor de koersen. De AEX staat weer eens op een dieptepunt, de vrees voor een dubbele dip is weer volop aanwezig. Een aantal pensioenfondsen heeft zich de afgelopen week al moeten melden bij De Nederlandsche Bank omdat de dekkingsgraad weer gedaald is tot beneden de 105%. De dekkingsgraden van het ABP en Zorg en Welzijn zijn op dit moment niet bekend, maar het ABP zit voor bijna 11 miljard in Italiaanse staatsobligaties en Zorg en Welzijn voor bijna 2 miljard. En dan maar vasthouden in het zogenaamde pensioenakkoord aan een maximale premie van 20%. Prof. Dr. Bernard van Praag heeft daar in het FD van vrijdag 5 augustus een uitstekend artikel over geschreven, waarin hij aantoont dat de premie helemaal niet historisch hoog is en dat een hogere premie onze concurrentiepositie niet zal verslechteren, omdat andere landen op het terrein van de pensioenen nog met veel grotere problemen zitten.

Aanvulling op 10 augustus 2011:
Inmiddels is bekend geworden dat de twee grootste pensioenfondsen, ABP en Zorg en Welzijn met hun dekingsgraad weer onder de 100 zijn gezakt, de metaalfondsen PME en PMT zelfs onder de 95. De indexatie voor de gestegen prijzen is verder weg dan ooit.

Onderdeel van het zogenaamde pensioenakkoord was het “invaren” van de oude rechten op pensioen in het nieuwe systeem. Enkele maanden geleden liet de landsadvocaat aan de minister weten dat dit juridisch onhaalbaar was. Opluchting bij de tegenstanders van het pensioenakkoord. Maar de minister heeft er iets op gevonden, kan het niet goedschiks dan doet hij het kwaadschiks. Lees het weblog, ‘De goocheltruc van minister Kamp’, van Leo van Heesch.

Het ABP bestuur heeft nu voor de tweede keer zonder wie dan ook te raadplegen haar steun uitgesproken voor het pensioenakkoord. Voor die stellingname had de Deelnemersraad van het ABP om advies gevraagd moeten worden maar niets daarvan. Ons lid in de Deelnemersraad Simon van der Schoot tekende tevergeefs protest aan. In de wandelgangen kreeg hij wel steun van andere leden van de Deelnemersraad maar op de plek waar die steun uitgesproken had moeten worden, namelijk in de Deelnemersraad werd gezwegen in alle talen. Hier wreekt zich weer dat de leden van de Deelnemersraad in grote meerderheid leden van de zelfde vakbonden zijn, die ook in het bestuur vertegenwoordigd zijn. Dat de werkgeversleden in het bestuur voor het pensioenakkoord zijn is logisch. Het akkoord bespaart de Overheid miljarden. Dat de vakbondsleden in het bestuur voor zijn is waarschijnlijk een cadeautje van Xander den Uijl (vice voorzitter namens de abva/kabo) aan Agnes Jongerius. Hij is bij de laatste verkiezingen uit het bestuur van de abva/kabo gewipt en probeert nu waarschijnlijk Agnes te vriend te houden.

Dat het huidige kabinet de lasten neerlegt bij de lagere en middeninkomens mag als bekend worden verondersteld, maar de belastingdienst gaat nog verder en wil het nu wel heel scheef gaan maken. In navolging van de Verenigde Staten waar verkiezingen worden gewonnen met belastingverlagingen voor de allerrijksten gaat hier iets soortgelijks gebeuren als er geen stokje voor wordt gestoken. Wat is het geval. In het verleden toen de hoogste belastingschijf voor de allerrijksten 72% was, kochten heel veel grootverdieners koopsompolissen. De koopsom konden zij van hun inkomen aftrekken en dan betaalden zij aanzienlijk minder belasting. Als zij een polis kochten van fl. 100.000 dan hoefden zij daar zelf maar fl. 28.000 voor neer te tellen. Op dit moment komen die polissen tot uitkering en moet er belasting over worden betaald. Waarschijnlijk zitten die inkomens nog steeds in de hoogste schaal en dat betekent dat er 52% over moet worden afgedragen. Wat stelt de belastingdienst nu voor ? De uitkering van die polis mag vallen bij de partner met het laagste inkomen. Dat betekent dat er geen 52% betaald moet worden maar waarschijnlijk iets in de buurt van 15%. Zo kunnen deze pensionado’s doorgaan met hun Zwitserlevengevoel leventje terwijl de koopkracht van de gewone gepensioneerden steeds verder afkalft. Maar er gloort hoop, het schijnt dat de minister de belastingdienst gaat terugfluiten. Wij houden u op de hoogte. 1)

De schrijver van dit nieuws kreeg vroeger als wethouder en later als financieel directeur van een MBO-instelling veel uitnodigingen voor peperdure seminars. Misschien nuttig om te netwerken maar inhoudelijk schoot je er niet veel mee op. Op een gegeven moment was er een seminar “ Het grote geld in het MBO” en ik vond dat ik daar toch echt naar toe moest. De volgende dag vroeg mijn baas hoe het was geweest. Hij kende mijn scepsis over dit soort bijeenkomsten en tot zijn verbazing zei ik: “Heel nuttig” om na een korte pauze te melden: “Ik weet nu weer, waarom ik al die andere keren niet ben geweest”. Ik moest hier aan denken toen er afgelopen week weer enkele folders voor seminars op mijn bureau dwarrelden. Een tweedaagse conferentie heroriëntatie pensioenfondsen en een tweedaagse conferentie risicomanagement voor de luttele som van 2.000 euro elk. Kunnen de pensioenfondsbestuurders op uw kosten weer leuk gaan netwerken en hier en daar wat oppikken om mee te kunnen praten in plaats van een goed studieboek ter hand te nemen of een degelijke cursus te volgen om hun deskundigheid te verbeteren.

Als u al lid bent van de NBP, dan is het nu de tijd om ook uw partner lid te maken. De contributie gaat het komende jaar met 6 euro omlaag en een partnerlidmaatschap kost maar 5 euro. Houdt u toch nog één euro over en u telt voortaan voor twee. U hoeft met het aanmelden van uw partner niet te wachten tot 2012, u kunt dat nu al doen. Voor degenen die nog geen lid zijn. Het is nu meer dan ooit het moment om ons te steunen en te zorgen dat wij niet alleen strijden met de kracht van argumenten maar ook met de macht van het getal. Wij zijn de meest strijdbare Bond die opkomt voor pensioengerechtigden. Dus steun ons in onze strijd tegen de grootmachten van de gevestigde orde.

1) De minister heeft inmiddels ingegrepen en het voorstel van de belastingdienst gaat niet door.

Afgelopen vrijdag huisvestte de superchique herensociëteit ‘De Witte’ in Den Haag een APG-seminar. De pensioenuitvoerder van het ABP en nog 26 pensioenfondsen had voor ‘het pensioen van morgen’ als inleiders Bernard Wientjes, Agnes Jongerius en Henk Kamp uitgenodigd. Leo van Heesch was hierbij aanwezig en doet verslag in het weblog ‘Pensioencasino’.

Dat het Pensioenakkoord in de belangstelling staat, merkt ook het NBP-bureau gezien de schriftelijke en telefonische vragen die dagelijks binnenkomen.

Een vraag die regelmatig terugkomt is: Waarom voert de NBP geen actie?
Maar de NBP voert wel degelijk actie en lanceerde in het voorjaar de actie:
‘Geen knollen voor citroenen’.
Zie het nieuwsbericht op 6 maart 2011.

Die actie is ook door andere organisaties van en voor gepensioneerden overgenomen. De actiekaarten vinden en vonden gretig aftrek.

Als u nog niet meedeed, zijn er op het bureau nog kaarten voorradig. U kunt ze per e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of per telefoon 070-360 19 21 aanvragen.

Maar … actievoeren kost geld en de NBP is klein, hoewel relatief een grote bond. Maak dus de NBP groter en meld nieuwe leden aan. Overtuig ze bijvoorbeeld door ze ons blad Pensioenbelangen te laten zien. Dat krijgen ze 6 maal per jaar. Voor aanmeldingen, zie elders op deze site.

Tenslotte
De NBP is, samen met vele andere organisaties van gepensioneerden, lid van de koepel Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden (NVOG) die onlangs de Stichting PensioenFatsoen heeft opgericht. De NBP ondersteunt dit initiatief van harte. Namens de organisaties die de Stichting PensioenFatsoen ondersteunen, waaronder de NBP, is het mogelijk stappen te ondernemen tegen het Pensioenakkoord zoals het er nu ligt.

Samen staan wij sterk, samen voeren wij …………….. ACTIE !