Dekkingsgraden september 2012

De dekkingsgraden van de pensioenfondsen hebben zich over het algemeen positief ontwikkeld en te hopen valt dat die ontwikkeling zich de komende maanden zal voortzetten. Het pensioenfonds Zorg en Welzijn komt op dit moment op 99 % en heeft nog maar weinig stijging nodig om het komende jaar niet te hoeven korten. Het BPF Bouw heeft zelfs een dekkingsgraad van 104,7 % en heeft daarmee nog wel een reservetekort maar geen dekkingstekort meer. Somberder ziet het er uit voor de beide metaalfondsen. PME komt nu uit op 93 % en PMT op 91,2 %. De kortingen op die pensioenen voor 6 % tot 7 % zullen in april 2013 daarom waarschijnlijk gewoon doorgaan. Bij het grootste pensioenfonds ABP is de situatie ook stevig verbeterd en de dekkingsgraad komt nu uit op 97 %. Zeer waarschijnlijk zal de aangekondigde korting van een ½ % doorgaan, maar als de gunstige ontwikkeling doorzet, zijn er mogelijk in 2014 geen nieuwe kortingen noodzakelijk.

Wat is de oorzaak van deze positieve ontwikkeling. Wij kunnen dit het beste uitleggen aan de hand van de cijfers van het ABP. Door goede rendementen steeg het vermogen van het ABP van 235 miljard in het 3e kwartaal van 2011 naar 274 miljard in het 3e kwartaal 2012 (Hoezo leegeten van de pensioenpotten door de gepensioneerden !) Ook steeg de marktrente licht en tenslotte was er de nieuwe berekening van de rente. Daardoor steeg de dekkingsgraad niet spectaculair met 2,7 % . Het effect van de nieuwe renteberekening is dus beperkt. Dat is ook logisch want de verplichtingen voor de komende 20 jaar blijven berekend worden met de oude SWAP-rente en slechts de verplichtingen tussen de komende 21 jaar tot 60 jaar worden met de nieuwe UFR-rente berekend. Maximaal kan die UFR-rente oplopen tot 4,2 % maar voor zover wij weten is die op dit moment 3,3 %.

Effect kortingen

Het Nibud heeft een model ontwikkeld waarmee u kunt uitrekenen, wat het netto effect zal zijn als uw pensioenfonds in het komende jaar gaat korten. Om bij dat rekenmodel te komen, kunt u deze link aanklikken, die wij met toestemming van het Nibud hebben geplaatst. Van de grote pensioenfondsen moet u in april 2013 bij het ABP rekening houden met een korting van 0,5 % en bij de beide metaalfondsen met een korting van 7 %. Het pensioenfonds Zorg en Welzijn en het pensioenfonds Bouw hoeven waarschijnlijk niet te korten.

Houdt er wel rekening mee, dat de uitkomst alleen iets zegt over de hoeveelheid euro’s die u minder op uw bankrekening zult ontvangen. Het zegt nog niets over het verlies aan koopkracht. De inflatie zal volgens onze voorzichtige inschatting dit jaar minimaal uitkomen op 3 % en dat komt bovenop de gemiddeld ruim 8 % koopkrachtverlies die u de afgelopen jaren al op pensioenen heeft ingeleverd. Waar de overheid op de 0-lijn zit, is het waarschijnlijk dat ook de AOW het komende jaar niet wordt verhoogd. Als u in de metaalsector zit zal dat een verlies aan koopkracht betekenen van zo’n 6 %.

Desastreuse belastingplannen

Het houdt maar niet op. Na jarenlang niet indexeren van de (toekomstige) pensioenen waardoor de koopkracht ervan gemiddeld met 8 % is afgenomen, na de invoering van de houdbaarheidsbijdrage waardoor gepensioneerden met een iets meer dan modaal inkomen meer belasting gaan betalen, na de verhoging van de AOW-leeftijd waarbij de mensen met een prepensioen maar moeten zien hoe ze het AOW-gat dat daardoor is ontstaan moeten opvullen, na het aankondigen van soms aanzienlijke kortingen op de pensioenen, heeft nu de commissie Dijkhuizen plannen ter vereenvoudiging van het belastingstelsel gepresenteerd waarbij opnieuw de (toekomstige) gepensioneerden het kind van de rekening zijn. Waar gepensioneerden tot nu toe binnen de eerste belastingschijf zo’n 20 % belasting betaalden, stelt de commissie voor om dat percentage van jaar tot jaar met 1% te verhogen tot een tarief van 37 % is bereikt. Voor iemand met een AOW + pensioen-inkomen van € 25.000 betekent dat, dat hij of zij in de loop van de jaren € 4.500 extra aan belasting gaat betalen. Dat is zo’n € 375,- per maand.

De voorstellen van de commissie Dijkhuizen zijn budgettair neutraal, dat wil zeggen dat de minister van Financiën daardoor niets extra’s binnenkrijgt. Wat door de (toekomstige) gepensioneerden moet worden opgebracht komt dus ten goede aan andere groepen in de samenleving. Dat heeft niets meer te maken met het eerlijk verdelen van de lasten. Overbodig te zeggen dat de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen zich met hand en tand zal verzetten tegen deze plannen.

Potamus observeert

Hoewel zelf ook niet meer een van de jongsten, vindt Potamus dat veel oudere nijlhengsten en nijlmerries zich niet gedragen zoals bij hun leeftijd past, zie ‘Gepensioneerden worden steeds brutaler ‘.

Waar door de onwil van verzekeraars een collectieve juridische actie voorlopig van de baan is, gaan wij toch door met het zoeken naar mogelijkheden om via een proefprocedure, waarbij andere gedupeerden zich later kunnen voegen, alsnog ons recht te halen. Om voor uzelf deze mogelijkheid open te houden is het belangrijk dat uw rechten niet verjaren. Dit kunt u voorkomen, door een zogenaamde stuiting van de verjaring. Een voorbeeldbrief om uw rechten naar de toekomst te behouden vindt u onder de knop “stuiting”.

De vreugde over de uitslag der verkiezingen is snel verdwenen omdat de “verliezingen” rap duidelijk zijn geworden. Bij het vinden van belastingopbrengsten kent de regering in oprichting al de fijne kneepjes van het vak. Ook nu slaagt men er in de BTW-verhoging, de zorgkostenstijging, de energieprijsexplosie en de toename van de belastingenverplichtingen naar de gemeenten, de provincie, de staat en de waterschappen weer buiten de berekening van de inflatie te houden. Het invaren van belastingopbrengsten ten koste van de burger zou men deze handelswijze kunnen noemen. De gevolgen zijn veel ernstiger omdat het officiële inflatiecijfer dat de overheid hanteert jaar op jaar ruim 1 1/2 % te laag is maar toch als maatstaf wordt gebruikt bij loon onderhandelingen en bij de beoordeling van de indexatie van pensioenen. Nu is de indexatie van pensioenen al zo lang geleden dat de term bijna opnieuw moet worden uitgelegd…
Maar gewoon redenerend vanaf het jaar 2000 is de nieuwe, oudere melkkoe 12 maal 1 1/2%  = 18 % afgetroggeld. De loonstop voor overheidspersoneel en de daarmee verwante groeperingen is een schadepost voor de werknemers van 10%, aldus de berekening van de FNV. Eigenlijk is de nieuwe oudere melkkoe dus al voor 28% uitgemolken.

In dat beeld past de zalvende reclame van de Pensioenfederatie h e l e m a a l  niet. Samen sta je sterk…. is de onwaarachtige boodschap. Hoe zo samen? De solidariteit is eenzijdig door de VNO-NCW werkgeversbond afgeschaft. Die deuk in de saamhorigheid wordt sluw verzwegen.
Hoogleraar Bovenberg verklaarde dat de pijngrens van het korten op de pensioenen bij 30% ligt. Welaan die hebben we al bereikt bij het verlies aan koopkracht. Daaraan kan het invaren van oude pensioenrechten niets méér bijdragen.
Het afstempel- en kortingsverhaal rammelt nog veel erger. Geborenen voor 1945 zijn met een gans lager salaris met pensioen gegaan dan de schare die na 1950 is geboren. Het eindsalaris van de werkenden van nu is niet meer te vergelijken met de salarissen van thans.Vandaar dat de NBP stelselmatig een pleidooi houdt om in cohorten te gaan denken en doen. Zo geschiedde dit ook op 5 oktober j.l. op de NETSPAR bijeenkomst in Amsterdam. Een pensioenfondsbestuurder stelde dat de NBP in hun”krantje” veel te veel kritiek uit en nu maar eens een half jaar de mond dicht moet houden en rustig  afwachten hoe de uitwerking van het invaren gestalte kan krijgen. Ondergetekende heeft deze bestuurder medegedeeld dat hij er niet over piekert de mond dicht en de pen droog te houden, omdat de pensioengeschiedenis te duidelijk heeft geleerd dat zonder zeggenschap en betrokkenheid van jong en oud en 65+ niet die solidariteit tot stand komt die beweerd wordt.

“Samen sta je sterk “……. klinkt zalvend en zwijmelend de advertentiecampagne van de Pensioenfederatie om vervolgens zonder enige invloed van 3,2 miljoen gepensioneerden en miljoenen werkenden, jong en oud de poten onder het fundament van solidariteit weg te zagen door te beweren dat nu (nog meer) inleveren het behoud van pensioen betekent.
Samen sta je sterk…. velen zonder werk…..reclame zonder keurmerk !!!

Simon van der Schoot

Het programma Kassa zal op zaterdag 6 oktober uitgebreid aandacht besteden aan een door de NBP aangedragen onderwerp en wel het AOW-gat dat dreigt te ontstaan voor mensen die vrijwillig of gedwongen gebruik maken van een prépensioenregeling.

Deze mensen missen in 2013 één maand AOW, in 2014 twee maanden, in 2015 drie maanden, in 2016 zes maanden enzovoort. Op hun 65e ontvangen ze alleen hun aanvullend pensioen, dat meestal veel lager zal zijn dan hun prépensioen. De AOW komt dan later. Minister Kamp vond dat ze het zo ontstane gat maar moesten opvullen door het opsouperen van hun spaarcentjes. Eventueel konden ze een voorschotlening ontvangen, die wel binnen de kortste keren moest worden terugbetaald.

In het herfstakkoord dat is gesloten tussen VVD en PvdA is een overbruggingsregeling afgesproken. Deze regeling geldt voor mensen die op 1 januari 2013 met prépensioen zijn en alleen voor inkomens tot maximaal 1,5 keer het wettelijk minimum loon. Voor 2012 kom je dan op een bruto maandloon van € 2.184,30 (het wettelijk minimum loon bedraagt op dit moment € 1.456,20).

Voor mensen die meer verdienen geldt de regeling niet. Zij kunnen ook geen voorschot meer krijgen, want die regeling is in het herfstakkoord van VVD en PvdA gesneuveld.

Het Parool, de Telegraaf en de meeste regionale kranten maakten donderdag 27 september melding van het feit dat meer dan 30% van de gepensioneerden in financiële moeilijkheden verkeert, doordat hun inkomen al jaren ernstig achterblijft bij de ontwikkeling van de prijzen. In één krant wordt er zelfs melding van gemaakt dat 43% van de gepensioneerden niet uitkomt met hun aow + pensioen en dat zij moeten interen op hun spaargeld.

Deze berichten zijn afkomstig van de Autoriteit Financiële Markten die vrijdag j.l. met een rapport hierover zou komen. De cijfers van de AFM worden bevestigd door het Nibud.

Eindelijk komen er nu serieuze studies die bevestigen wat wij allang weten, dat het beeld van de golfende en cruisende gepensioneerden slechts is weggelegd voor een kleine happy few en dat de rest van de gepensioneerden echt merkt wat het betekent om niet geïndexeerd en wel gekort te worden.

Het is te hopen dat D66, Groen Links en de SGP, die de bescheiden aanpassingen van de rekenrente al te ver vonden gaan, eens eindelijk kennis nemen van wat er feitelijk aan de hand is, in plaats van blind te varen op het geblaat van hun jongerenorganisaties.

Op 26 augustus berichten wij over de oproep van Bernard Wientjes, voorzitter van VNO-NCW om de pensioenfondsen op te zadelen met de hypotheken van de banken, zodat de banken weer ruimte zouden hebben om leningen te verstrekken aan het bedrijfsleven. Deze oproep werd een dag later ondersteund door Piet Moerland, bestuursvoorzitter van Rabobank Nederland.

Uitdrukkelijk hebben wij toen stelling genomen. De taak van pensioenfondsen is om de hen toevertrouwde vermogens zo goed mogelijk te beleggen ten behoeve van de deelnemers. Het is niet de taak van pensioenfondsbesturen (die voor de helft uit werkgevers bestaan) om de problemen van overheden, banken of werkgevers op te lossen.

In de uitzending van de rubriek “Nieuwsuur” van 26 september kwam Elco Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland pleiten dat de pensioenfondsen hypotheken moesten gaan verstrekken om de bouw weer op gang te helpen.

Het is goed om te weten dat deze zelfde Elco Brinkman tot 2008 voorzitter was van het bestuur van het veruit grootste pensioenfonds van Nederland, het ABP; per 2008 voorzitter werd van de Raad van Commissarissen van de pensioenuitvoerder APG die als de belangrijkste klant het ABP heeft; hij is verder vice-voorzitter van VNO-NCW waar Bernard Wientjes voorzitter van is; Ook is hij President Commissaris van Rabo Vastgoed een functie waar hij Piet Moerland wel eens tegen het lijf zal lopen.

Het is ons een raadsel hoe Elco Brinkman, bij de verstrengeling van zoveel belangen, al die petten uit elkaar weet te houden.

Staatssecretaris De Krom heeft als waarnemer voor minister Kamp nieuwe regels bekend gemaakt waarmee Pensioenfondsen kunnen werken. Zonder in technische details te vervallen kun je zeggen dat daardoor de dekkingsgraad van de pensioenfondsen zal stijgen waardoor de noodzaak van heel grote kortingen op de pensioenen kan vervallen. Toch zullen een aantal grote pensioenfondsen nieuwe kortingen in 2014 moeten aankondigen. Kortingen tot 15% waarvan in een intern stuk van het ABP sprake was, zijn nu gelukkig van de baan. Dergelijke kortingen zouden desastreus zijn geweest voor het inkomen van gepensioneerden. Niettemin is het verstandig om er rekening mee te houden dat de koopkracht van de pensioenen de komende jaren verder zal verslechteren, want niet alleen wordt er in 2013 en 2014 niet geïndexeerd, maar moeten veel gepensioneerden rekening houden met het feit dat hun pensioenen toch in meerdere of mindere mate gekort zullen worden. Het koopkrachtverlies van de pensioenen gedurende de laatste 4 jaar van zo’n 10% zal zeker oplopen tot 15%.

Al jarenlang wordt door velen betoogd dat de gebruikte rekenrente het gevolg is van kunstmatig laag gehouden rentes en ver liggen beneden de rendementen die de pensioenfondsen realiseren, maar dat was aan dovemans oren gericht. Bij minister Donner en later minister Kamp werd weinig beweging waargenomen. Nu kan het ineens wel. Het feit dat de overheid niet alleen wetgever is maar ook werkgever heeft hier kennelijk een rol gespeeld. De overheid wil de salarissen van ambtenaren niet verhogen. De lage dekkingsgraad zou niet alleen tot kortingen leiden maar ook tot verhogen van de premies, waardoor de ambtenaren netto minder zouden overhouden. Bovendien moest diezelfde overheid als werkgever haar deel van de premieverhogingen afdragen. Doordat die premiestijgingen niet doorgaan kunnen alle werkgevers samen een bedrag van 2 miljard besparen.

De NBP gaat de maatregelen bestuderen en zal daar in een later stadium via haar blad Pensioenbelangen en via de website op terugkomen.

Uit de jongste (6 september) rapportage van het CBS

Uit de cijfers van de jongste rapportage van het CBS over de financiële toestand van Nederland hebben wij de volgende tabel samengesteld waarbij met uitzondering van het bruto binnenlands product (bbp) alle bedragen zijn afgerond op 10 miljard euro.
De hypotheekschuld is overigens vrij exact bekend en kan alleen maar veranderen door afsluiting van nieuwe hypotheken (of verhoging van oude) dan wel aflossingen. De woningwaarde daarentegen kan wel veranderen. Die bedroeg in 2005 nog 1.225 miljard euro, steeg tot 1.450 miljard euro in 2008 en was gedaald tot net onder de 1.400 miljard in 2011. Normaliter mag echter niet worden verwacht dat op de termijn van 5 jaar de woningwaarde afneemt tot 80 procent van de huidige waarde, dus met 280 miljard euro.

De buffer van 330 miljoen euro van ons gezamenlijke spaargeld is dus ruim voldoende om een eventuele sterke daling in woningwaarde op te vangen. Verder beschikt Nederland nog over een groot opgebouwd pensioenvermogen van 1.140 miljard euro waarvan ruim 80 procent bij pensioenfondsen en de rest bij pensioenverzekeraars zit.

Al met al is er dus een grote financiële buffer van 2.200 miljard euro of 3,65 keer de waarde van het bruto binnenlands product per jaar.

De conclusie kan alleen maar zijn dat Nederland er macro-economisch zeer goed voorstaat. Bij de totale buffer van 2200 miljard euro stelt het over 2012 verwachte begrotingstekort van 16,4 miljard euro maar weinig voor. Het bedraagt maar ¾ procent van de buffer.

Interessant is ook de vergelijking van onze pensioenreserves met die in Europa over 2010 die in de volgende Eurostattabel staat.

Van de 30 daarin opgenomen Europese landen zijn er 21 die een ‘pensioenbuffer’ van minder dan 50 procent van het bbp hebben. Duitsland, België, Frankrijk, Zweden en Ierland hebben een buffer tussen de 50 en 100 procent. Boven de 100 procent komen Denemarken, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. Nederland heeft met 180 procent van het bruto binnenlands product de grootste pensioenreserve.

Er is dus weinig echte reden voor pensioenpaniek, al moeten we ons wel zorgen blijven maken.

AMSTERDAM (Dow Jones) Archie van Riemsdijk — De waarde van de koopwoningen in Nederland is tweemaal zo hoog als de totale hypotheekschuld, stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag in een rapport, dat de omvang van de Nederlandse hypotheekschuld relativeert. De totale Nederlandse hypotheekschuld bedroeg eind vorig jaar bijna EUR670 miljard. Dat komt overeen met 111% van het bruto binnenlands product van ons land en is daarmee in verhouding de hoogste hypotheekschuld in de eurozone. Het statistiekbureau bevestigt echter dat hier een twee maal zo hoge woningwaarde tegenover staat, van circa EUR 1,4 biljoen. Bovendien bezitten Nederlandse huishoudens spaargelden, beleggingen en pensioentegoeden die de hypotheekschuld “riant overtreffen”, stelt het CBS.

Spaargeld en beleggingen bedroegen eind 2011 EUR 332 miljard, bijna de helft van de hypotheekschuld. De spaartegoeden stijgen sinds 2008 relatief sneller dan de hypotheekschuld, merkt het CBS op. Een deel daarvan is bovendien al apart gezet voor hypotheekaflossing aan het einde van de looptijd. Zulke aflossingspotjes bestaan in andere eurozonelanden niet, merkt het CBS op. Daarnaast zat er eind 2011 voor EUR1,14 biljoen in de opgespaarde pensioenpotten van Nederlanders, dus bijna twee keer de hypotheekschuld, stelt het CBS. In veel andere landen met lagere hypotheekschuld zijn ook de pensioenreserves veel lager. Dit nuanceert het beeld van de vermogenspositie van Nederlandse huishoudens, stelt het CBS.

Volgens een overzicht van het CBS heeft Nederland in Europa met afstand de hoogste pensioenreserves, op ongeveer 180% van het bbp, gevolgd door Zwitserland en het VK met 150%. Frankrijk, Belgie en Duitsland zitten op circa 65-75% van het bbp, terwijl inwoners van Portugal, Italie, Oostenrijk en Spanje minder dan de helft van het bbp voor hun pensioen hebben gespaard.

Volgens deze bedragen, staat er tegenover onze gezamenlijke hypotheekschuld van 670 miljard euro, niet alleen een overschot aan woningwaarde van 730 miljard maar ook nog eens 330 miljard aan spaargeld en beleggingen en 1.140 miljard aan pensioenvermogen. In totaal dus een buffer van 2.200 miljard euro.

Er gebeurt op dit moment van alles op het gebied van pensioenen. Na de publicatie van het interne stuk van het ABP, dat bij de huidige rekenrente de kans groot is dat in 2014 de pensioenen met meer dan 15% gekort gaan worden, lekten deze week studies van het ministerie van minister Kamp naar buiten, waaruit bleek dat meer dan 12 miljoen gepensioneerden en toekomstige gepensioneerden gekort gaan worden bij gelijkblijvende rekenrente. Een kleine aanpassing van de rekenrente zou dat aantal halveren. In dezelfde week hield werkgeversvoorzitter Wientjes een pleidooi om de pensioenfondsen de hypotheken van de banken te laten overnemen, zodat de banken weer ruimte zouden krijgen om krediet te verlenen aan het bedrijfsleven.

Onze angst is dat Kamp een kleine concessie gaat doen aan de pensioenfondsen, die vervolgens op hun beurt hypotheken moeten overnemen van de Nederlandse Banken. Het feit dat de pensioenfondsbesturen voor de helft bestaan uit vertegenwoordigers van de werkgevers zal daarbij zeker helpen.

Dit moet dus absoluut niet gebeuren. Het beleggingsbeleid van de pensioenfondsen moet onafhankelijk van welke overwegingen ook bepaald worden door het belang van de deelnemers met een verantwoorde mix van rendement en risico. De werkgevers moeten eindelijk eens beseffen, dat de door hen betaalde premies niet van hen zijn, maar uitgesteld loon ten behoeve van de deelnemers en dat met dat geld uitsluitend de belangen van de deelnemers moet worden gediend.

Absurde gevolgen van het systeem van de rekenrente.

In een artikel in de Volkskrant van 22 augustus 2012 wordt gemeld dat de pensioenen van ambtenaren in 2014 met 14,5% worden verlaagd als het systeem van de rekenrente niet wordt gewijzigd. Er wordt geciteerd uit een intern stuk bij het ABP. Daarnaast zouden ook de premies dramatisch moeten stijgen om uit te kunnen komen op de vereiste dekkingsgraad van 105. Maar niet alleen de ambtenaren, alle grote pensioenfondsen hebben te maken met hetzelfde probleem. De koopkracht van de pensioenen is de afgelopen jaren al gemiddeld met 10% gedaald, als deze maatregelen de komende twee jaren doorgaan, dan wordt er weer niet geïndexeerd (koopkrachtverlies 4%) en gekort (koopkrachtverlies 15%). In 6 jaar tijd levert dat een koopkrachtverlies van de pensioenen op van zo’n 30%. Dit hebben zelfs wij in onze ergste horrorscenario’s niet voorzien.

En dat allemaal omdat vastgehouden wordt aan de fictie dat de rekenrente de echte marktrente is terwijl die op ongelofelijke schaal wordt gemanipuleerd door de overheden en de centrale banken. En dat allemaal ondanks het feit dat de werkelijke rendementen van de pensioenfondsen veel hoger liggen dan de rekenrentes. En dat allemaal terwijl de pensioenvermogens de afgelopen 10 jaar ondanks alle crisissen meer dan verdubbeld zijn. En dat allemaal terwijl de pensioenvermogens door de hogere premies en de kortingen op de uitkeringen alleen maar verder zullen stijgen.

Het wordt tijd dat gepensioneerden en toekomstige gepensioneerden eindelijk in opstand komen en hun stem laten horen bij politiek Den Haag, zodat aan deze absurditeit, die ook zeer schadelijk is voor de ontwikkeling van de binnenlandse vraag en dus voor het herstel van onze economie., een einde wordt gemaakt.