Volgens het jaarverslag 2005 is het ABP op de goede weg, maar dat is nog niet voldoende om de pensioenen weer volledig te kunnen indexeren. In 2005 maakte het ABP een hoog rendement op zijn beleggingen (12,8 procent). Ondanks dat daalde de dekkingsgraad (de verhouding van het pensioenvermogen en de pensioenverplichtingen) tot 119.7 procent. Oorzaak daarvan: de lage rente die de pensioenverplichtingen doet stijgen. Begin 2006 is evenwel sprake van enig herstel van de dekkingsgraad als gevolg van rentestijging. Maar het blijft volstrekt onzeker of deze ontwikkeling zich dit jaar verder zal voortzetten. Geen reden dus om – nu al – te juichen.

Juichkreten zal het ABP-bestuur dus niet laten horen. Juichkreten evenmin bij de NBP (Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen) met de meeste leden uit de ambtelijke- en de onderwijssector. De bond wijst er op dat over de laatste twee jaar (2004 en 2005) de indexering zich heeft beperkt tot enkele tienden van procenten. Het ABP-bestuur heeft toegezegd dat zodra de financiële omstandigheden dit toelaten de pensioenen weer volledig geïndexeerd zullen worden en een ‘inhaalslag’ kan worden gemaakt. Deze toezegging kan alleen worden waargemaakt met de volle steun van de overheidswerkgever. De NBP staat daarom kritisch tegenover het pensioenbeleid van de overheid als werkgever. Het heeft er, meent de bond, alle schijn van dat het ABP als het goed gaat door de overheid als melkkoe wordt gebruikt waarbij het indexatiebeleid daarna eenzijdig als sluitpost wordt gezien.

Binnenkort vinden in de Tweede Kamer beraadslagingen plaats over de voorjaars-nota van het kabinet en de besteding van financiële meevallers voor het Rijk. De NBP vindt dat een meevaller van € 650 miljoen moet worden besteed aan een extra storting in het pensioenfonds ABP. Tot 2004 zijn de ABP-premies vele jaren ver onder kostprijs vastgesteld; hiervan heeft de overheidswerkgever langdurig geprofiteerd. Dit heeft het ABP-vermogen verzwakt. De NBP vindt het niet meer dan gerechtvaardigd dat onverwachte meevallers nu ook gebruikt worden om de te lage reserves van het ABP op peil te brengen en de twee en een half miljoen betrokken gezinnen ervan te overtuigen dat de Staat een serieuze werkgever is die de toezeggingen aan haar werknemers en oud-werknemers ernstig neemt.

Indexatie pensioenen in 2006 blijft opnieuw achter, hoe legt ABP het de gepensioneerden uit?

De NBP maakt zich ernstig ongerust over de koopkracht van de gepensioneerden nu de indexatie (is aanpassing aan het stijgende loon- en prijspeil) is gesteld op slechts 0,17%. Dit komt voor de meeste gepensioneerden heel hard aan.
Daartegenover staat dat de premie voor pensioenafdracht is verlaagd, welke verlaging hoofdzakelijk ten goede zal komen aan de werkgevers.
Weliswaar zijn de inflatiecijfers relatief laag, maar ze geven een onvolledig beeld van de werkelijkheid, met name omdat de ziektekostenpremies hierin niet zijn opgenomen. Speciaal door het nieuwe zorgstelsel zijn voor velen belangrijke kostenstijgingen te verwachten. Hier komt bij dat de indexering aan het begin van het afgelopen jaar ook al zeer beperkt was (0,12%). Vele gepensioneerden staan daardoor reeds met de rug tegen de muur.

De grepen uit de kas door de overheid (veel te lage premie vaststelling) vóór de privatisering van ABP wreken zich nu, maar ook na de privatisering is het beleid door ABP voortgezet door de premies ver beneden kostprijs vast te stellen.

De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP) neemt stelling tegen de voornemens van de Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (de Stichting FVP) om met ingang van 1 januari 2008 te stoppen met bijdragen aan WW-gerechtigden. De Stichting verwacht dat de middelen die zijn bedoeld om deze bijdragen toe te kennen in 2008 zullen zijn uitgeput. Bedoelde middelen worden sinds 1989 gebruikt om pensioenvoorzieningen voor werkloze werknemers, ouder dan 40 jaar, tot hun 65e voort te zetten. De Stichting beschikt daartoe over beleggingsinkomsten van kapitaal, bijeengebracht door de werkgevers. De blijvende lage rentestand en de toegenomen werkloosheid blijken hun tol te eisen, aldus het stichtingsbestuur, en maken ingrijpen in de FVP-regeling noodzakelijk. De dreigende insolventie bij ongewijzigd beleid heeft tot gevolg dat WW-rechthebbenden de dupe zijn. Hun uiteindelijke pensioen op 65-jarige leeftijd kan door de voorgenomen maatregelen worden gehalveerd.

De NBP is van oordeel dat dit moet worden voorkomen, was het slechts omdat de loonbevriezing (gedurende een aantal jaren geen of verminderde indexatie) nu al geruime tijd van negatieve invloed op de pensioenen is. Aanstaande gepensioneerden/WW-gerechtigden worden aldus ten minste tweemaal getroffen. De NBP komt hiertegen op met voorstellen om het FVP-fonds aan te vullen. Daartoe bestaan verschillende mogelijkheden:
De werklozen zelf zouden ook een deel van de premie kunnen gaan betalen, immers de werkenden betalen ook een deel van deze premie.
Een opslag op de WW-premie van enkele tienden van procenten.

Als noodmaatregel, de leeftijdsgrens verhogen, bijvoorbeeld naar 45 jaar. Zo blijft de kwetsbaarste groep werklozen toch zijn pensioenopbouw behouden. Belangrijk is natuurlijk ook de arbeidsmarktpositie van de ouderen te verbeteren. Dan behoeven minder werklozen gebruik van de regeling te gaan maken. De NBP zal zich met deze voorstellen richten tot de werknemers- en werkgevers organisaties, de politiek en het stichtingsbestuur.

Bestuursvertegenwoordigers van ABP en NBP confronteren elkaar in een rendez-vous in Amersfoort.
De Stichting Pensioenfonds ABP en de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, zochten elkaar op om van gedachten te wisselen over het Herstelplan van ABP. De NBP behartigt de belangen van de gepensioneerden.
De NBP bracht in de discussie in dat, nu het weer goed gaat met het rendement en de dekking van het ABP-fonds, de pensioenen met terugwerkende kracht met 100% weer kunnen worden geïndexeerd (thans 2/3).
De NBP maakte van deze gelegenheid gebruik om haar speerpunten naar voren te brengen:
1. Bestuursdeelneming aan de pensioenfondsen
2. Indexatie – inhaalslag van de pensioenuitkeringen
3. Solidariteit binnen de fondsen over de generaties heen
4. Deskundigheidsbevordering van de pensioenfondsbestuurders

In soms heftige discussie bleken ‘partijen’ elkaar goed te verstaan.
ABP en NBP hebben afgesproken elkaar vaker op deze wijze te ontmoeten in het belang van de gepensioneerden maar ook van het pensioenfonds.

De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP) heeft met verbijstering kennisgenomen van het feit dat er Nederlandse pensioenfondsen zijn die in 2002 hun pensioenpremie 25% onder de werkelijke kostprijs hebben gehouden en dat in 2003 dit nog steeds 15% zal zijn. (Volkskrant d.d. 25 september 2003)
Met het houden van de pensioenpremie onder de werkelijke kostprijs wordt de financiële gezondheid van het pensioenfonds ondermijnd.
* Dat daarbij aan de indexatie van de pensioenen van meer dan vijf miljoen gepensioneerden, weduwen en slapers wordt getornd vindt de NBP onaanvaardbaar.
Het niet-kostendekkend zijn van de pensioenpremies mag geen reden zijn om de indexatie niet toe te passen. (NBP-PVK overleg 8 januari 2003)
De Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) heeft dit oritorium als uitgangspunt genomen. Maar het toezicht op het toepassen van dit criterium is niet of onvoldoende waarneembaar.
Door herstel op de effectenbeurzen hebben de pensioenfondsen in de laatste maanden hun tekort fors zien verminderen.
* De NBP is van mening, dat dit herstel dient te worden aangewend voor een inhaalslag inzake in het verleden niet-toegepaste indexering van pensioenen.
Niettegenstaande dat gepensioneerden, weduwen en slapers 47% uitmaken van alle belanghebbenden en daarbij ca. 48% van het pensioenvermogen hebben opgebouwd, hebben zij geen volwaardige zeggenschap in de besluitvorming inzake de vaststelling van de pensioenpremie en de indexatie van de pensioenen.
* De NBP doet een dringend beroep op de politiek om te bewerkstelligen dat in pensioenfondsbesturen niet alleen vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers zitting hebben, maar tevens vertegenwoordigers van gepensioneerden.

De NBP, de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, doet een dringend beroep op bestuurders van de PVK, de Pensioen & Verzekeringskamer en op de bestuurders en directie van de pensioenfondsen, om de voorgenomen exorbitante salarisverhogingen van hun top niet door te laten gaan. Naast de verhoging van salaris van de voorzitter van de PVK, van 230.000 euro naar 360.000 euro (56,5%) werden ook de vergoedingen van de toezichthouders in de Raad van Toezicht verhoogd met 47%. Onbegrijpelijk, ook met het oog op het verdwijnen van veel arbeidsplaatsen bij de PVK, als gevolg van fusie met DNB, De Nederlandse Bank.
In een tijd dat iedereen wordt verzocht om als gevolg van de beleggingsdrama’s van de laatste drie jaar een bijdrage te leveren, zijn de exorbitante salarisverhogingen een maatschappelijk beslist onverantwoord en slecht signaal. Immers om de pensioenfondsen weer gezond te maken moeten de pensioenpremies worden verhoogd en de indexatie van de ingegane pensioenen verlaagd, respectievelijk worden er pensioenen helemaal niet meer geïndexeerd.
In de pensioenwereld wordt grote nadruk gelegd op het belang van solidariteit. Beslissingen en voornemens tot salarisverhogingen van topfunctionarissen zijn daarom sociaal en moreel niet acceptabel en kunnen ook niet worden uitgelegd aan gepensioneerden, weduwen en de a.s. gepen-sioneerden, de huidige premiebetalers. Deze laatste categorie heeft bovendien ook nog te maken met de slechte economische omstandigheden als gevolg waarvan er elke dag vele werklozen bijkomen. Immers zonder baan geen tot een slechts beperkt verplichte opbouw van pensioen. De a.s. gepensioneerden worden niet alleen door het verliezen van hun baan geschaad maar het heeft ook gevolgen voor het pensioen dat zij ontvangen bij het bereiken van hun pensioengerechtigde leeftijd.
De publieke opinie wordt steeds onrustiger met betrekking tot de toekomst. Een publiek debat over pensioenen kan daarom niet langer uitblijven!
Het imago van de sociale partners die verantwoordelijk zijn (ook voor het pensioen), zal aan geloofwaardigheid inboeten en de toezichthouders in de Raad van Toezicht en de directie van de PVK ondermijnen daarmee hun eigen gezag.
De NBP doet dringend beroep op de rijksoverheid en de politiek om, uit overwegingen van solidariteit maar ook integriteit, te laten stoppen met de exorbitante verhogingen van salarissen van top-bestuurders en toezichthouders of tenminste te wachten tot betere tijden. Laten deze topbestuurders eerst bewijzen dat zij die verhoging hebben verdiend!
BELONING STIJGT BIJ TOEZICHT?NU DUS NOG ’EVENTJES’ NIET!

De NBP, de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, verzoekt de Tweede Kamer der Staten Generaal, zeer dringend namens 5 miljoen gepensioneerden, weduwen en slapers, wél in te stemmen met het initiatiefwetsvoorstel, dat wezenlijke medezeggenschap voor hen beoogt.
De oproep van de werkgevers en werknemers in de STAR, de Stichting van de Arbeid, nadat een muilkorfconvenant met het CSO, het Coördinatieorgaan van Samenwerkende Ouderenorganisaties, is gesloten om niet in te stemmen met het wetsontwerp, toont op een kwalijke manier het misbruik aan van dit verwerpelijke convenant.
De ouderenbonden hebben zich notabene accoord verklaard in een slecht 2e convenant, dat geldt tot 2007, niet te pleiten voor wetgeving aangaande zeggenschap.
U ziet: nú kan de STAR ongehinderd pleiten om wetgeving tegen te gaan en de gepensio-neerden en slapers in het CSO, moeten hun mond houden en kunnen dus niet voor mede-zeggenschap pleiten, ondanks het feit dat in 2001 zij:
1. Ca. 46% van de belanghebbenden in de pensioenfondsen vertegenwoordigen en
2. Ca. 48% van het totale pensioenfondsvermogen verplicht hebben opgebracht.
3. Daarnaast zij de grootste risicodragers zijn bij mogelijk mismanagement van een pensioenfondsbestuur
(NB: in 2005 zullen zij door de toenemende vergrijzing ca. 50% van het totaal van belanghebbenden uitmaken).
Door het korten op indexaties waarbij in vele gevallen de pensioenen nog steeds onder de kostprijs worden gehouden, worden de werkgevers en de werknemers éénzijdig bevoordeeld.
Deze gang van zaken toont aan dat de in het CSO verenigde ouderenorganisaties, kennis en onderhandelingsbekwaamheid te kort komen om de belangen van meer dan 5 miljoen belanghebbenden effectief te behartigen.
De NBP verzoekt de geachte leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal zich niet te laten misbruiken door de professionele STAR-lobby die via onderhandelings-trucjes, de STAR onwaardig, gepensioneerden, weduwen en slapers als 2e-rangs burgers willen blijven behandelen!
Juist nu in de komende jaren er belangrijke maatregelen inzake de pensioenen moeten worden genomen, mogen de gepensioneerden, waarvoor het pensioen bedoeld is, niet worden buitengesloten.

De NBP, (Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen), heeft er kennis van genomen dat tussen de Stichting van de Arbeid (STAR) en het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderen-organisaties (CSO) overeenstemming is bereikt over een nieuw medezeggenschapsconvenant. Dat convenant moet in de plaats komen van het eerdere, in 1998 gesloten convenant.
In de totstandkoming van het nieuwe convenant is de NVOG (Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden) onvoldoende gekend. De NBP is aangesloten bij de NVOG, die op haar beurt is vertegenwoordigd in het CSO. Door het eenzijdig buitenspel zetten van de NVOG worden de belangen van ca. 2 miljoen gepensioneerden en weduwen en ca. 2,5 miljoen slapers opnieuw ernstig geschaad. De NVOG is daarom gedwongen zich tegen het convenant uit te spreken.
Het convenant voorziet niet in directe bestuurlijke invloed en bestuursdeelname van gepensioneerden in de pensioenfondsen. Het beperkt zich opnieuw tot een afgescheiden en niet wezenlijke vorm van advies- en informatiebevoegdheid. Opnieuw wordt daarmee de democratische en wettelijke gegarandeerde medebeslissingsbevoegdheid op bestuurlijk niveau op de lange baan geschoven. In het nieuwe convenant zal worden voorzien in een ”eindevaluatie”in juli 2007.
De NBP acht dit uitstel van besluitvorming over de regeling en de inhoud van zeggenschap van gepensioneerden onaanvaardbaar. De bond bezint zich op mogelijkheden om de wijze van totstandkoming van het convenant aan een rechterlijk oordeel te onderwerpen. Het kan, meent de bond, niet zo zijn dat de gepensioneerden door ”onderhandelingsslimmigheidjes” buiten spel worden gezet. De bond wijst er op dat de NVOG binnen het CSO, de enige koepel-organisatie is die zich specifiek bezighoudt met belangenbehartiging van gepensioneerden. Het is, meent de bond, nu de hoogste tijd dat de politiek ingrijpt en haar verantwoordelijkheid neemt door middel van wetgeving waarvoor een initiatief-wetsontwerp bij de Tweede Kamer ligt.
De NBP heeft inmiddels een meldpunt indexatie pensioenen ingestelkd zodat duidelijk wordt gemaakt op welke wijze de ca. 2 miljoen gepensioneerden en weduwen worden gekort door middel van onvoldoende indexatie op hun pensioen, waardoor de koopkracht ernstig wordt geschaad.

De gepensioneerdenfractie-NVOG binnen de Raad van Advies van het ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds) is nadrukkelijk van mening dat GEEN ENKELE AFBREUK aan de indexatie van de pensioenen zal worden geaccepteerd.
De toegezegde indexatie, in woord en geschrift mag NIMMER worden aangewend om een slecht premiebeleid en de daaruit voortvloeiende tekorten door gepensioneerden te laten betalen via het inleveren van hun koopkracht.
Overheidswerkgevers in het bestuur van het ABP die hun oud-werknemers (m/v) zo behandelen zijn moreel en juridisch laakbaar.
Mocht onverhoopt dit bestuur toch besluiten geheel of gedeeltelijk aan de toegezegde inflatiecorrectie van 4.2% (over 2002) te gaan ’sleutelen’ dan zal bovengenoemde fractie onmiddellijk het KLACHTENRECHT in werking stellen.

*) Toelichting:
De gepensioneerdenfractie NVOG, waarin de NBP (de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen), samenwerkt met de verenigingen van oud-officieren en oud-loodsen, KVEO en VNOL, constateert dat in het jaar 2000 het ABP-bestuur, tegen hun advies in, de premies heeft verlaagd van 13,6% in 2000 naar 11,8% in 2001, terwijl men toen al wist dat de premies NIET KOSTENDEKKEND waren m.b.t. de pensioenverplichtingen.
De pensioengerechtigden van het ABP, die 40% van het totale ABP-pensioenvermogen bijeen hebben gebracht, hebben op dergelijke handelingen geen invloed, geen controle en geen instemmingsrecht. Het moge duidelijk zijn dat ouderen geen kortingen accepteren door een bestuur dat zo met hun geld omgaat.
De roep om daadwerkelijke zeggenschap via bestuurlijke invloed van gepensioneerden is hiermede afdoende verklaard.

Binnen het ambtenaren- en onderwijspensioenfonds ABP bestaan meningsverschillen over pensioenindexatie en premieverhoging. ABP-directievoorzitter John Neervens ziet mogelijk-heden de pensioenen voor 2003 met ruim vier procent te indexeren (te verhogen ten opzichte van 2002).
Maar… dan moeten de pensioenpremies, nu bijna veertien procent, worden verhoogd tot ruim achttien procent (kostprijs niveau). De werkgeversdelegatie in het ABP-bestuur vindt die verhoging niet acceptabel. Ze staat, zeggen de werkgevers, haaks op de noodzaak van loonmatiging. Vice-bestuursvoorzitter van ABP, Edith Snoey (Abva/Kabo FNV) bepleit daarentegen premieverhoging die substantiéle pensioenaanpassing mogelijk maakt.
De pensioenbond NBP, belangenvereniging van ABP-gepensioneerden, ondersteunt de opvattingen van Snoey. De bond wijst er op dat al in de jaren tachtig de ABP-pensioen-premies stelselmatig zijn verlaagd, de pensioenpremies bedroegen toen twintig procent en hoger. Een gezonde pensioenfinanciering kan niet zonder premiestelling op kostprijsbasis, vindt de NBP. Die stelregel geldt ongeacht de economische ontwikkelingen. In een neergaande economie profiteren door pensioenpremies (het werknemers- én het werkgeversaandeel daarin) kunstmatig laag te houden is opportunistisch beleid, waardoor de financiële risico’s worden afgewenteld op de gepensioneerden door beperking van hun indexatie.
De NBP hekelt de opvattingen van de werkgevers-ABP-bestuurders óók omdat die een olievlekwerking kunnen hebben. ABP staat nog steeds model voor een solide en betrouwbaar pensioenfonds waarnaar andere fondsen zich richten. Aldus bestaat het gevaar dat onvoldoen-de premie-aanpassing en dus onvoldoende of zelfs non-indexering van pensioenen ook buiten de kring van ABP-gepensioneerden ”schering en inslag” worden.
Staatssecretaris Marc Rutte (VVD) is door de NBP gevraagd zijn invloed uit te oefenen op de werkgeversdelegatie in het ABP-bestuur.

N.B. De koepelorganisatie NVOG (Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden) steunt dit protest van de NBP volledig!
Zie open brief NVOG aan Regering en Parlement.