De NBP, (Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen), heeft er kennis van genomen dat tussen de Stichting van de Arbeid (STAR) en het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderen-organisaties (CSO) overeenstemming is bereikt over een nieuw medezeggenschapsconvenant. Dat convenant moet in de plaats komen van het eerdere, in 1998 gesloten convenant.
In de totstandkoming van het nieuwe convenant is de NVOG (Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden) onvoldoende gekend. De NBP is aangesloten bij de NVOG, die op haar beurt is vertegenwoordigd in het CSO. Door het eenzijdig buitenspel zetten van de NVOG worden de belangen van ca. 2 miljoen gepensioneerden en weduwen en ca. 2,5 miljoen slapers opnieuw ernstig geschaad. De NVOG is daarom gedwongen zich tegen het convenant uit te spreken.
Het convenant voorziet niet in directe bestuurlijke invloed en bestuursdeelname van gepensioneerden in de pensioenfondsen. Het beperkt zich opnieuw tot een afgescheiden en niet wezenlijke vorm van advies- en informatiebevoegdheid. Opnieuw wordt daarmee de democratische en wettelijke gegarandeerde medebeslissingsbevoegdheid op bestuurlijk niveau op de lange baan geschoven. In het nieuwe convenant zal worden voorzien in een ”eindevaluatie”in juli 2007.
De NBP acht dit uitstel van besluitvorming over de regeling en de inhoud van zeggenschap van gepensioneerden onaanvaardbaar. De bond bezint zich op mogelijkheden om de wijze van totstandkoming van het convenant aan een rechterlijk oordeel te onderwerpen. Het kan, meent de bond, niet zo zijn dat de gepensioneerden door ”onderhandelingsslimmigheidjes” buiten spel worden gezet. De bond wijst er op dat de NVOG binnen het CSO, de enige koepel-organisatie is die zich specifiek bezighoudt met belangenbehartiging van gepensioneerden. Het is, meent de bond, nu de hoogste tijd dat de politiek ingrijpt en haar verantwoordelijkheid neemt door middel van wetgeving waarvoor een initiatief-wetsontwerp bij de Tweede Kamer ligt.
De NBP heeft inmiddels een meldpunt indexatie pensioenen ingestelkd zodat duidelijk wordt gemaakt op welke wijze de ca. 2 miljoen gepensioneerden en weduwen worden gekort door middel van onvoldoende indexatie op hun pensioen, waardoor de koopkracht ernstig wordt geschaad.

De gepensioneerdenfractie-NVOG binnen de Raad van Advies van het ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds) is nadrukkelijk van mening dat GEEN ENKELE AFBREUK aan de indexatie van de pensioenen zal worden geaccepteerd.
De toegezegde indexatie, in woord en geschrift mag NIMMER worden aangewend om een slecht premiebeleid en de daaruit voortvloeiende tekorten door gepensioneerden te laten betalen via het inleveren van hun koopkracht.
Overheidswerkgevers in het bestuur van het ABP die hun oud-werknemers (m/v) zo behandelen zijn moreel en juridisch laakbaar.
Mocht onverhoopt dit bestuur toch besluiten geheel of gedeeltelijk aan de toegezegde inflatiecorrectie van 4.2% (over 2002) te gaan ’sleutelen’ dan zal bovengenoemde fractie onmiddellijk het KLACHTENRECHT in werking stellen.

*) Toelichting:
De gepensioneerdenfractie NVOG, waarin de NBP (de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen), samenwerkt met de verenigingen van oud-officieren en oud-loodsen, KVEO en VNOL, constateert dat in het jaar 2000 het ABP-bestuur, tegen hun advies in, de premies heeft verlaagd van 13,6% in 2000 naar 11,8% in 2001, terwijl men toen al wist dat de premies NIET KOSTENDEKKEND waren m.b.t. de pensioenverplichtingen.
De pensioengerechtigden van het ABP, die 40% van het totale ABP-pensioenvermogen bijeen hebben gebracht, hebben op dergelijke handelingen geen invloed, geen controle en geen instemmingsrecht. Het moge duidelijk zijn dat ouderen geen kortingen accepteren door een bestuur dat zo met hun geld omgaat.
De roep om daadwerkelijke zeggenschap via bestuurlijke invloed van gepensioneerden is hiermede afdoende verklaard.

Binnen het ambtenaren- en onderwijspensioenfonds ABP bestaan meningsverschillen over pensioenindexatie en premieverhoging. ABP-directievoorzitter John Neervens ziet mogelijk-heden de pensioenen voor 2003 met ruim vier procent te indexeren (te verhogen ten opzichte van 2002).
Maar… dan moeten de pensioenpremies, nu bijna veertien procent, worden verhoogd tot ruim achttien procent (kostprijs niveau). De werkgeversdelegatie in het ABP-bestuur vindt die verhoging niet acceptabel. Ze staat, zeggen de werkgevers, haaks op de noodzaak van loonmatiging. Vice-bestuursvoorzitter van ABP, Edith Snoey (Abva/Kabo FNV) bepleit daarentegen premieverhoging die substantiéle pensioenaanpassing mogelijk maakt.
De pensioenbond NBP, belangenvereniging van ABP-gepensioneerden, ondersteunt de opvattingen van Snoey. De bond wijst er op dat al in de jaren tachtig de ABP-pensioen-premies stelselmatig zijn verlaagd, de pensioenpremies bedroegen toen twintig procent en hoger. Een gezonde pensioenfinanciering kan niet zonder premiestelling op kostprijsbasis, vindt de NBP. Die stelregel geldt ongeacht de economische ontwikkelingen. In een neergaande economie profiteren door pensioenpremies (het werknemers- én het werkgeversaandeel daarin) kunstmatig laag te houden is opportunistisch beleid, waardoor de financiële risico’s worden afgewenteld op de gepensioneerden door beperking van hun indexatie.
De NBP hekelt de opvattingen van de werkgevers-ABP-bestuurders óók omdat die een olievlekwerking kunnen hebben. ABP staat nog steeds model voor een solide en betrouwbaar pensioenfonds waarnaar andere fondsen zich richten. Aldus bestaat het gevaar dat onvoldoen-de premie-aanpassing en dus onvoldoende of zelfs non-indexering van pensioenen ook buiten de kring van ABP-gepensioneerden ”schering en inslag” worden.
Staatssecretaris Marc Rutte (VVD) is door de NBP gevraagd zijn invloed uit te oefenen op de werkgeversdelegatie in het ABP-bestuur.

N.B. De koepelorganisatie NVOG (Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden) steunt dit protest van de NBP volledig!
Zie open brief NVOG aan Regering en Parlement.

De gepensioneerdenorganisaties van ABP (NBP), PGGM en VAP hebben met grote zorg kennis genomen van berichten dat de PVK harde kritiek heeft geuit op het beleid van de Nederlandse Pensioenfondsen, met andere woorden op de betreffende pensioenfondsbesturen en directies.
Zoals bekend zijn in de besturen van die pensioenfondsen de gepensioneerden, en slapers niet of in sterke minderheid vertegenwoordigd.
Uitdrukkelijk dient dan ook te worden gesteld dat de pensioen/ en ouderenbelangenorganisaties deze kritiek niet raakt!
De gepensioneerden en weduwen (ca. 2 miljoen) en de slapers (ca. 3 miljoen) worden in strijd met elke vorm van democratie en beschaving de echte zeggenschap over het door hen verplicht opgebouwde pensioenvermogen door de Sociale partners (werkgevers en werknemers) ontzegd. Wel mag men ’meepraten’ in raden van advies of deelnemersraden, maar die zijn als volstrekt tweede rangs te beschouwen.
De Pensioen- en Verzekeringskamer (de toezichthouder op de pensioenfondsen) heeft regelmatig te kennen gegeven dat zij zich zorgen maakt over de kwaliteit van sommige pensioenfondsbestuurders, hetgeen nog onlangs door een onderzoek van de VU (Fund Governance) werd bevestigd.
Zelfs de WRR heeft in 1999 de pensioenfondsen gewaarschuwd niet de overwinsten aan te wenden voor premiekortingen of terugsluizing van pensioengelden naar de werkgevers, maar buffers op te bouwen voor slechtere tijden.
Dat de gepensioneerden met hun jarenlange kritiek op het beleid van de pensioenfondsbesturen nu kennelijk gelijk krijgen verandert het probleem niet!
Wij menen dat het nu tijd is om door het oprichten van een TASK FORCE Pensioenen zo snel mogelijk met alle bij het pensioen betrokken partijen (dus ook vertegenwoordigers van de gepensioneerden en slapers) op basis van gelijkwaardigheid bij elkaar te komen om maatregelen te initiëren om verdere verslechtering van ons aller PENSIOEN te voorkomen, dat is in ieders belang zowel van de gepensioneerden als van de huidige deelnemers.
De genoemde TASK FORCE dient zo snel mogelijk een fundamenteel onderzoek naar het Pensioen te verrichten, zodat de zaken die niet goed gaan zo snel mogelijk worden veranderd en zeker ook het goede van ons pensioenstelsel behouden blijft.
Tenslotte dient dan ook in een NATIONAAL DEBAT PENSIOENEN te worden aangegeven op welke wijze het publiek weer vertrouwen kan hebben in zijn PENSIOEN!

Ruim anderhalf miljoen gepensioneerden, uitkeringsgerechtigden en weduwen (cijfers 2000) worden in onevenredige mate gedupeerd door verhoging van de ziekenfonds-premies, waartoe het kabinet heeft besloten. Voor de werkenden wordt compensatie voor deze verhoging gevonden in de fiscale sfeer en door mogelijke aanpassing van overige premies voor de werknemersverzekeringen. Gepensioneerden en uitkerings-gerechtigden hebben die mogelijkheid niet. Uit niets blijkt dat het kabinet daarbij heeft stilgestaan, laat staan daar rekening mee heeft gehouden.
Voor het inkomensverlies van uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden moet ten minste fiscaal compensatie worden geboden, vinden NBP, de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen van ABP-gepensioneerden, BP-PGGM, de Belangenvereniging Pen-sioengerechtigden van het PGGM, en VAP, de Vereniging Aanpak Pensioenbreuk.
Zij wijzen er op dat de gemiddelde premieverhoging van _ 70,- per jaar de koop-krachtuitholling van pensioen en uitkeringen, al jarenlang gaande, nog eens extra vergroot.
Dat het kabinet hier blijkbaar achteloos aan voorbij gaat is mede te wijten aan het ont-breken van een integraal ouderenbeleid, menen NBP, BP-PGGM en VAP. Zij verwijten het kabinet dat in het regeerakkoord wél wordt gesproken over verbetering van de zorg, maar met geen enkel woord wordt gerept over degenen die de meeste zorg behoeven: ouderen, uitkeringsgerechtigden en weduwen.
NBP, BP-PGGM en VAP hebben minister Balkenende en minister van Sociale Zaken De Geus (eveneens CDA) gevraagd hoe zij het onevenredige nadeel van de premie-verhoging voor een miljoen gepensioneerden en andere gedupeerde ouderen alsnog denken te compenseren.

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Rutte (VVD) moet op zo’n kort mogelijke termijn met de Pensioen- en spaarfondsenwet in de hand het toezicht op de pensioenfondsen versterken. Dit eisen FNV-bondgenoten, uitkeringsgerechtigden en ouderen (FNV-BG UGO), de NBP (de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, de Belangenvereniging Pensioengerechtigden PGGM (de BP-PGGM) en de VAP (de Vereniging Aanpak Pensioenbreuk).
De vier organisaties, die de belangen van meer dan 8,5 miljoen gepensioneerden, weduwen en ’slapers’ raken, maken zich ernstig zorgen over de wegsmeltende pensioenvermogens. Recente berichten wijzen uit dat meer dan 300 pensioenfondsen op dit ogenblik in de problemen zitten; een aantal daarvan heeft de aanpassing van de pensioenen aan de lonen en prijzen (welvaart- of waardevastheid) al achterwege gelaten. Méér fondsen zullen dat voorbeeld volgen, menen de samenwerkende organisaties. De negatieve spiraal in de nationale en internationale economie treft daardoor in onevenredige mate de gepensioneerden.
Ofschoon de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) al in 1999 heeft gewaarschuwd voor ’potverteren’, hebben nog in 2001 pensioenfondsen premies verlaagd en daarvoor bufferoverschotten bestemd. Van dat ’va-banc’-beleid worden pensioengerechtigden nu de dupe, aldus FNV-BG UGO, NBP, BP-PGGM en VAP.
Zij willen via staatssecretaris Rutte verscherping van toezicht door de Pensioen- en Verzekeringskamer. De toenemende problemen waar de fondsen nu mee geconfronteerd worden zijn grotendeels terug te voeren op vaak onvoldoende betrokkenheid en deskundigheid van hun besturen. Dat blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit naar ’fund governance’. De resultaten van dat onderzoek zijn zodanig alarmerend, dat snel ingrijpen door de nieuwe staatssecretaris urgent is, aldus FNV-BG UGO, NBP, BP-PGGM en VAP.
De bonden zijn óók van oordeel dat gepensioneerden in de besturen van pensioenfondsen méér zeggenschap moeten krijgen. Zij steunen daarmee het initatief-wetsvoorstel dat nog in de vorige kabinetsperiode aan de Tweede Kamer is aangeboden.

De NBP, de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, en de BP PGGM, de Belangen-vereniging Pensioengerechtigden PGGM, vinden onmiddellijke verhoging van de pensioenpremies noodzakelijk
NBP en BP PGGM reageren hiermee op voornemens van pensioenfondsen om ingegane pensioenen te bevriezen (het niet of slechts ten dele periodiek aanpassen aan gestegen lonen en prijzen). NBP en BP PGGM wijzen er op dat sinds het eind van de jaren zeventig, in het kader van bezuinigingen bij de overheid, het onderwijs en in de zorgsector de pensioenen op achterstand zijn gezet als gevolg van ingrepen in de salarisontwikkelingen, bekend onder de naam ”Bestek ’81″. Deze ingrepen zijn intussen grotendeels teniet gedaan door nieuwe salarismethodieken.
De toen ontstane achterstand in de pensioenen is echter tot vandaag toe gebleven.
Aanstaande gepensioneerden hebben hiermee tot nu toe zijdelings te maken gehad vanwege stelselmatige verlaging (zelfs tot nul, de zgn. ”premieholiday”) van pensioenpremies. Via de verdeling van die premies in een werkgevers- en werknemersaandeel hebben de overheids- en onderwijswerkgevers van deze bezuinigingen geprofiteerd.
Het solidariteitsprincipe, ten grondslag liggend aan collectieve pensioenregelingen, brengt een evenwichtige verdeling van pensioenlusten én – lasten mee.
De gemiddelde pensioenpremie (werkgevers- en werknemersaandeel tezamen) bedraagt 12 à 14%. De nu gepensioneerden hebben langdurig te maken gehad met premies tot 22%. Berekend is dat een kostprijsdekkende premie zou moeten worden opgehoogd tot 16 à 18%, hetgeen nog altijd lager is dan 22%.
Lastenverdeling betekent dat tegenover achterblijvende pensioenen een voldoende verhoogde premie staat, zeker zolang deze fiscaal aftrekbaar is, aldus NBP en BP PGGM.
NBP tel. (070) 3601921/fax (070) 3561495, Scheveningseweg 7, 2517 KS DEN HAAG

De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen NBP, samen met FNV-BG UGO (sector uitkeringsgerechtigden en ouderen), met in totaal 110.00 leden, menen dat in de komende kabinetsperiode een fundamentele studie moet worden gemaakt over de ontwikkelingen van het Nederlandse pensioenstelsel.
De toekomstige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dient daartoe, vinden NBP en FNV-BG UGO, zo snel mogelijk een opdracht te geven en daarvoor faciliteiten beschikbaar te stellen. Gezien de toekomstige problematiek van vergrijzing dient er minimaal een Directeur-Generaal Generatiezaken te worden aangesteld. NBP en FNV-BG UGO bepleiten dit onderzoek vanwege de bedreigingen die de Nederlandse pensioenen staan te wachten of die al in de praktijk zijn gebracht via kortingen of non-indexatie van pensioenen (in versneld tempo de pensioenen op achterstand zettend).
NBP en FNV-BG UGO wijzen in de eerste plaats op de plannen van de coalitie-partners, CDA, LPF en VVD om de aftrekbaarheid van pensioenpremies voor de opbouw van pensioenjaren te beperken van maximaal 2% tot maximaal 1,75%, als gevolg waarvan minder pensioengevende dienstjaren kunnen worden opgebouwd. Hetzelfde doet zich voor met de plannen tot verlaging van de aftrekbaarheid van lijfrentepremies. Tenslotte wijzen NBP en FNV-BG UGO op de pensioensituatie in de Europese Unie; gelijkschakeling van Europese pensioenen betekent aantasting van het Nederlandse (kapitaaldekkings-) pensioenstelsel.
Nu vrijwel dagelijks negatieve berichten over de pensioenen verschijnen menen NBP en FNV-BG UGO dat een onafhankelijke studie op wetenschappelijk niveau in elk geval antwoord moeten geven op vragen over:
- evaluatie solidariteitsbeginsel;
- de financiering van pensioenen;
- de garanties t.b.v. gepensioneerden en a.s. gepensioneerden;
- het eigendomsrecht van pensioengelden;
- reserveren en ’pensioenbuffers’;
- de zeggenschap over pensioenen door werkgevers, werknemers, gepensioneerden en slapers.

”Pensioenfondsen hoeven niet langer verplicht te worden om te allen tijde betaling van pensioenen te garanderen”, aldus blijkens perspublikaties, een advies dat de Sociaal-Economische Raad kort geleden zou hebben vastgesteld.
Pensioen- en ouderenorganisaties (de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen NBP, de Belangenvereniging van PGGM-gepensioneerden en zusterorganisaties, verenigd in de Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden NVOG) en het overkoepelende Coördinatieorgaan van Samenwerkende Ouderenbonden CSO eisen van de SER op korte termijn opheldering over dit advies.
Zij wijzen de SER en de pensioenfondsen ABP en PGGM er op dat onder gepensioneerden en aanstaande gepensioneerden grote onrust is ontstaan over dit advies. Voor en door hen is als regel jarenlang premie afgedragen. De onrust wordt vergroot doordat het SER-advies de discussie over modernisering van pensioenen doorkruist en geheel voorbij gaat aan de noodzaak de pensioenen op peil te houden door indexering (aanpassing aan het welvaartspeil).
Pensioenregelingen vormen een belangrijk onderdeel van de arbeidsvoorwaarden en zijn als zodanig een garantie voor werknemers en oud-werknemers. Deze regelingen kunnen niet achteraf in die zin worden gewijzigd dat de rechten van oud-werknemers op een behoorlijke oudedagsvoorziening niet meer gegarandeerd zijn, menen de belangenorganisaties.
Zij verwachten op korte termijn een reactie van de SER en de twee grootste Nederlandse pensioenfondsen, ABP en PGGM waarin duidelijkheid over de strekking van het SER-advies wordt geboden en de verontrusting daarover wordt weggenomen.