De Nederlandse pensioenfondsen zitten op alle mogelijke manieren in de knel.
Hun vermogen smelt als sneeuw voor de zon. Het uitkeren van pensioenen wordt door de snel oplopende inflatie tegelijk steeds duurder. Van de bijna 700 mrd. euro die de, toevallig, 700 pensioenfondsen eind vorig jaar aan vermogen bezaten, is alleen al door de beursval 50 mrd. euro verdwenen.
Volgens berekeningen van pensioenconsultant Mercer, die op dagbasis de cijfers van 94 grote klanten bijhoudt, hadden de Nederlandse fondsen eind juni een dekkingsgraad van 124,5%. Dat betekent dat ze 22% meer vermogen bezitten dan gepensioneerden en sparende werknemers aan uitkeringsrechten kunnen claimen. Een jaar geleden was de dekking nog 147%. Het plaatje ziet er minder florissant uit als de nominale pensioenrechten worden vertaald in reële pensioenrechten, dus als deze worden opgehoogd met het bedrag dat moet worden betaald als er ieder jaar wél inflatie op de pensioenuitkeringen wordt betaald. In dat geval zakt de dekkingsgraad naar 79%. Oftewel de Nederlandse pensioenfondsen komen zo’n 150 mrd. euro tekort.

Brief aan Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Ontwikkeling indexatielabel dd. 12-10-2007:

Zeer geachte heer Donner,
Onze bond onderhoudt met enige regelmaat contact met leden van de Tweede Kamer om zijn opvattingen over aangelegenheden op het terrein van de pensioenen kenbaar te maken. In 2006 heeft de NBP in één van de gesprekken het idee gelanceerd om een indexatielabel voor pensioenfondsen in te voeren. Deze gedachte vond steun bij parlementsleden, hetgeen daarna werd vertaald in een besluit van de Tweede Kamer een zodanig label in te voeren.
Na de besluitvorming heeft de NBP middels persberichten zomede in gesprekken met kamerleden en tijdens de honderddagentour met verschillende leden van het kabinet te kennen gegeven gaarne bij de ontwikkeling van het indexatielabel betrokken te worden. Deze wens is herhaald in het contact, dat de eerste ondertekenaar op 2 juni 2007 tijdens het CDA-partijcongres met u had. Tot dusverre heeft een uitnodiging tot participatie in de voorbereidingen de NBP echter niet bereikt. Inmiddels is ons gebleken, dat er al geruime tijd een breed samengestelde werkgroep onder leiding van uw ministerie bezig is met de ontwikkeling van het indexatielabel.
Het komt ons voor, dat onze afzijdigheid van de werkgroep waarschijnlijk niet in uw bedoeling heeft gelegen. De NBP vindt voor deze gedachte steun in uitspraken van het Tweede Kamerlid Blok. Hij meldde ons recent – na een ontmoeting waarin wij betreurden niet aan de werkgroep te kunnen deelnemen – met u contact te hebben gezocht en vervolgens meende te mogen constateren, dat u er vanuit ging dat de NBP wel in de werkgroep was vertegenwoordigd.
Indien voornoemde gegevens op een correcte weergave kunnen bogen, lijkt de vaststelling gerechtvaardigd, dat er onbedoeld iets mis is gegaan. In dat geval verzoeken wij u het daarheen te leiden, dat de NBP alsnog kan gaan deelnemen aan de activiteiten van de werkgroep.
Hopend op een positief besluit verblijven wij met de meeste hoogachting.

Algemene reactie van de minister:
Het indexatielabel zal per 1 juli 2008 in de Regeling Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling worden vastgelegd. Vanaf 1 januari 2009 is opname van het label in het UPO (Uniform pensioenoverzicht) verplicht in alle gevallen waarin sprake kan zijn van een toeslagbeleid. In 2011 zal er een evaluatie plaatsvinden.

In het rapport ‘Naar een modern en betaalbaar pensioen’ van VNO-NCW komen de gepensioneerden er bekaaid vanaf. De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen heeft waardering voor het feit dat VNO-NCW en de daarmee verwante organisaties een serieus rapport hebben geschreven over de toekomst van de pensioenvoorzieningen in ons land. Maar de centrale invalshoek van het rapport is wel erg sterk bepaald door de wil om de loonkostensom te drukken. Opvallend is ook dat werkgevers nog steeds een blinde vlek hebben voor een zeer grote groep belanghebbenden; de gepensioneerden. In het rapport komen zij nauwelijks voor.

Om te laten zien dat de kosten van de pensioenpremies de pan uit rijzen, vergelijken de werkgeversorganisaties de afdracht van pensioenpremies tussen 1998 tot 2004. De premies zijn in die periode meer dan verdubbeld. Maar VNO-NCW vergeet er bij te vertellen dat de werkgevers, in eendrachtige samenwerking met de vakbonden, in het laatste decennium van de vorige eeuw de afdracht van premies op een onverantwoorde wijze hebben gedrukt. Dit leidde bij de beurscrisis aan het begin van deze eeuw tot problemen bij de pensioenfondsen. Hiervan werden vervolgens de gepensioneerden de dupe.

In de loop van de afgelopen jaren zijn al veel van de wensen van de werkgevers gehonoreerd: de overgang van het eindloonstelsel naar het middelloonsysteem en het langer doorwerken richting 65 jaar. Toch wordt juist dit laatste punt aangegrepen om aan te tonen dat door dit langer doorwerken de pensioenen z� goed worden, dat het best wat minder kan. Ook de indexatielabel die er dit jaar gaat komen, ligt nu onder vuur bij de werkgevers. Door deze indexatielabel kan elke belanghebbende zien hoe zijn pensioenfonds presteert, maar deze transparantie is voor de werkgevers kennelijk niet nodig.

De convenanten over pensioenen die zijn ondertekend door de samenwerkende ouderenbonden worden door de werkgevers succesvol genoemd. Veel gepensioneerden ervaren deze convenanten echter meer als van boven opgelegd dan als vruchten van overleg. Volgens de NBP is de uitvoering van deze convenanten bovendien beneden alle peil.

In het rapport krijgt de politiek het verwijt dat men in deze kringen een gebrek aan historisch besef heeft. Maar bij VNO-NCW heeft men zelf ook een gebrek aan historisch besef als men er voor pleit om de AOW-uitkeringen geheel te fiscaliseren. De werkende generaties hebben in de afgelopen vijftig jaar uit solidariteit via het omslagstelsel de AOW betaald voor de gepensioneerden. Waarom moet deze financiering nu ineens op de schroothoop? De gepensioneerden van nu moeten er op kunnen vertrouwen dat hun AOW zo lang mogelijk op solidaire wijze wordt gefinancierd.

Onbespreekbaar is voor de NBP de aantasting van het beginsel van indexatie. Natuurlijk kunnen er geen garanties voor de eeuwigheid worden gegeven maar om al bij voorbaat te accepteren dat gepensioneerden in de loop van de tijd aanzienlijk aan koopkracht verliezen is de bijl aan de wortel van het systeem.

Klap op de vuurpijl is de wens van de werkgevers om van alle risico’s af te komen die zij eventueel lopen bij de pensioenfondsen. Als zij daar in slagen hebben zij namens de NBP ook niets meer te zoeken in de besturen van de pensioenfondsen.

Vrijwel alle kabinetten, ongeacht de kleur, hebben zich schuldig gemaakt aan het gegoochel met AOW-gelden. Daarbij heeft men zorgvuldig de waan in stand gehouden dat vooral de jongeren de AOW van “gefortuneerde” ouderen zouden betalen. Dat is onjuist. Ongeveer 4/5 van de AOW-uitkeringen worden betaald uit de omslagpremie, terwijl 1/5 is “gefiscaliseerd” en uit de algemene middelen – dus de belastingopbrengsten – komt.
De Algemene Rekenkamer heeft gelijk met haar constatering dat het Rijk de AOW-miljarden ondoelmatig rondpompt. De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen heeft zich al vele malen uitgesproken tegen het gesjoemel met het AOW-fonds dat door verschillende ministers van Financiën is misbruikt, bijvoorbeeld om begrotingstekorten kleiner voor te stellen dan ze in werkelijkheid waren. Dat komt vooral omdat het AOW-fonds geen echt fonds is. Het is weliswaar opgezet als spaarpotje om de AOW tot 2040 te kunnen garanderen, maar echt geld is er nooit in gestort.

De aanbeveling van de Algemene Rekenkamer om de AOW-premie fors te verlagen, wijst de NBP krachtig af. Opvolgen van die aanbeveling zou immers betekenen dat het aandeel van de “fiscalisering” in de AOW zal stijgen tot wellicht 40% waardoor alle belastingbetalers meer moeten betalen. Ouderen met aanvullende pensioenen hebben in de afgelopen jaren, doordat de indexatie van hun pensioenen sterk achterbleef bij de inflatie, al genoeg moeten inleveren. Over een deel van hun aanvullend pensioen betalen de meesten al 42 procent belasting en sommigen zelfs 52 procent.
De excessieve stijging van de provinciale, gemeentelijke en waterschapsbelastingen heeft ouderen veel zwaarder getroffen dan de doorsnee ingezetenen. Want ook de bijdrage voor de Zvw stijgt. Over het aanvullend pensioen moeten ouderen in plaats van 4,4% in 2007 nu (2008) 5,1% betalen. Ook over de AOW moet 0,7 procent meer aan Zvw worden betaald. Die stijging is echter algemeen maar werkenden onder de 65 krijgen die stijging door de werkgever gecompenseerd.
Wat de Algemene Rekenkamer nu wil is de ouderen met een aanvullend pensioen extra straffen voor hun eerdere spaarzaamheid.

De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP), gevestigd te Den Haag, Scheveningseweg 7, 2517 KS, nam kennis van de initiatieven van Kamerleden van CDA, PvdA en SP die moeten leiden tot een hoorzitting inzake eigendom van pensioengelden. De NBP betuigt zijn erkentelijkheid inzake vorenbedoelde initiatieven. De NBP zou gaarne bij deze hoorzitting willen worden betrokken. De Tweede Kamer wordt dan ook verzocht het daarheen te doen leiden dat de NBP hiertoe wordt uitgenodigd.

Nagekomen bericht
Naar aanleiding van de (mogelijke) hoorzitting ‘eigendom van pensioengelden’ deelt het NBP-bestuur mee, dat haar verzoek is geregistreerd onder nummer 2e Kamer 92065, d.d. 12-12-’07. Een en ander is inmiddels doorgeleid naar de Commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Realisatie moet nog in de Tweede Kamer worden behandeld, die nader moet beoordelen of hetgeen in de commissie aan de orde is geweest doorgang gaat vinden. Overigens kan dit nog wel enige maanden duren.

De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen heeft voor deze conferentie een uitnodiging ontvangen. Deze conferentie, die onderdeel is van het debat Pensioenbewustzijn, is op verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid door de SER georganiseerd.

Voorafgaand aan de conferentie heeft de Pensioencommissie een drietal panelgesprekken met een breed samengestelde groep van betrokkenen en deskundigen gehouden. De Pensioencommissie verwerkt de uitkomsten van die gesprekken en de conferentie in een rapport van bevindingen. Dit zal zij vervolgens aanbieden aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De deelnemers aan de gesprekken werd gevraagd vanuit hun eigen deskundigheid en betrokkenheid een aantal vragen te beantwoorden, t.w.:

* welke ervaringen hebben zij met het gebrek aan pensioenbewustzijn, met daarbij onderscheid naar ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen en invaliditeitspensioen en onbekendheid met de AOW (bijv. 2015-maatregel);
* welke acties worden ondernomen ten aanzien van informatie en communicatie over (het belang van) pensioen en wat zijn de ervaringen daarmee;
* wat is bekend over de oorzaken van het geringe pensioenbewustzijn en hoe zou dit toekomstige acties moeten beïnvloeden;
* welke acties om het pensioenbewustzijn te vergroten zijn vervolgens mogelijk en
* hoe zou de verantwoordelijkheid voor pensioenbewustzijn verdeeld moeten worden over individu, sociale partners, werkgever, pensioenuitvoerder, overheid.

Ook u kunt reageren, door uw opvattingen over ‘pensioenbewustzijn en de mogelijkheid dit te vergroten’ op papier te zetten. Voor 13 november 2007 kunt u uw reactie insturen per e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of per post: SER, t.a.v. H. van der Meer, Postbus 90405, 2509 LK Den Haag.

De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP), eist diepgaand onderzoek naar verdwenen pensioengelden van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR).

In de pers is melding gemaakt van een boekhoudkundige chaos bij het CBR, de instantie die verantwoordelijk is voor de afgifte van rijbewijzen. Dat zou hebben geleid tot het verdwijnen van twaalf miljoen euro’s die hadden moeten zijn afgedragen aan pensioenpremies voor de twaalf honderd medewerkers en gewezen medewerkers van het CBR. Er zou ook overigens sprake zijn van mismanagement en daaruit voortvloeiende misstanden.

De NBP verlangt al jaren inspraak van gepensioneerden en aanstaande gepensioneerden in de besturen van pensioenfondsen ter voorkoming van de misstanden zoals die nu bij het CBR en overige vergelijkbare pensioenbeheerders zijn gesignaleerd. In dit geval geldt dat de pensioenverzekeraar Nationale Nederlanden, die optrad als pensioenuitvoerder ten behoeve van CBR. Al eerder heeft de NBP gepleit voor een garantiefonds voor gevallen als deze en voor een pensioenkeurmerk, met toezicht daarop van De Nederlandsche Bank (DNB).
Het diepgaand onderzoek dient in de eerste plaats antwoord te geven op de vraag wat gebeurd is met de niet-afgedragen pensioengelden. Het door een onafhankelijke commissie uit te brengen onderzoeksrapport dient openbaar gemaakt te worden. Omdat het CBR een semi-overheidslichaam is, is daartoe een beroep te doen op de Wet openbaarheid van bestuur, die de overheid, het ministerie van Verkeer en Waterstaat, verplicht in gevallen als deze desgevraagd inzage te geven van stukken. De NBP is bereid de helpende hand te bieden ter oplossing van deze affaire, waarvan uiteindelijk de gepensioneerden en aanstaande gepensioneerden de dupe zijn.

De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP), eist diepgaand onderzoek naar verdwenen pensioengelden van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR)

In de pers is melding gemaakt van een boekhoudkundige chaos bij het CBR, de instantie die verantwoordelijk is voor de afgifte van rijbewijzen. Dat zou hebben geleid tot het verdwijnen van twaalf miljoen euro’s die hadden moeten zijn afgedragen aan pensioenpremies voor de twaalf honderd medewerkers en gewezen medewerkers van het CBR. Er zou ook overigens sprake zijn van mismanagement en daaruit voortvloeiende misstanden.

De NBP verlangt al jaren inspraak van gepensioneerden en aanstaande gepensioneerden in de besturen van pensioenfondsen ter voorkoming van de misstanden zoals die nu bij het CBR en overige vergelijkbare pensioenbeheerders zijn gesignaleerd. In dit geval geldt dat de pensioenverzekeraar Nationale Nederlanden, die optrad als pensioenuitvoerder ten behoeve van CBR. Al eerder heeft de NBP gepleit voor een garantiefonds voor gevallen als deze en voor een pensioenkeurmerk, met toezicht daarop van De Nederlandsche Bank (DNB).
Het diepgaand onderzoek dient in de eerste plaats antwoord te geven op de vraag wat gebeurd is met de niet-afgedragen pensioengelden. Het door een onafhankelijke commissie uit te brengen onderzoeksrapport dient openbaar gemaakt te worden. Omdat het CBR een semi-overheidslichaam is, is daartoe een beroep te doen op de Wet openbaarheid van bestuur, die de overheid, het ministerie van Verkeer en Waterstaat, verplicht in gevallen als deze desgevraagd inzage te geven van stukken. De NBP is bereid de helpende hand te bieden ter oplossing van deze affaire, waarvan uiteindelijk de gepensioneerden en aanstaande gepensioneerden de dupe zijn.

ABP stelt in de studie ‘Ons pensioen: Flexibel en vergrijzingsbestendig’, dat het Nederlands pensioenstelsel goed in staat is om de kosten van de vergrijzing op te vangen. Verworpen wordt de stelling van het Centraal Planbureau (CPB) dat het huidig stelsel onbetaalbaar is. Ook verwerpt ABP de voorstellen om de pensioenleeftijd te verhogen evenals het aantasten van het bodempensioen (AOW). Het lijkt erop dat de NBP, de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, door deze studie het gelijk aan zijn zijde krijgt.

De ABP-stellingname heeft bij de Tweede-Kamerleden niet geleid tot verandering van inzicht over de aanpak van de vergrijzingsproblematiek, aldus het Financiëel Dagblad van 22 augustus.

De NBP wil de strijdende partijen om de tafel krijgen om een juiste discussie te laten voeren over de vergrijzingsproblematiek. Duidelijk gemaakt moet worden of en hoe voorbarig de door de politiek nu voorgestelde (en in onze ogen) draconische maatregelen zijn.
Het is daarom de hoogste tijd voor het ‘Nationaal pensioendebat’ dat de NBP al langer noodzakelijk acht.

Er gaat vrijwel geen dag voorbij of er verschijnen publicaties over pensioenen in de persmedia. Uit sommige artikelen blijkt dat veel mensen zelf zouden willen bepalen wanneer zij hun pensioengeld opnemen en zeggenschap willen over de hoogte van de te betalen pensioenpremie. Regelmatig wordt ook de ‘vergrijzing’ genoemd als bedreiging voor de Nederlandse economie. De deelname van ouderen aan het arbeidsproces zou moeten worden bevorderd om de oudedagsvoorziening in stand te houden. Ook de verhoging van de AOW-leeftijd is regelmatig onderwerp van discussie. Veel jongeren denken dat er straks voor hen geen ‘bodempensioen’ meer zal zijn. Dit leidt tot tegenstellingen tussen jongeren en ouderen, die onnodig frictie oproept. Het lijkt goed om te komen tot een onderzoek naar de vergrijzing en de gevolgen daarvan, waarin de toekomstige kosten voor wonen, zorg en pensioenen worden meegenomen. De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen pleit hiervoor al jaren. Dit is beter dan zinloze uitspraken zoals: ‘Prominenten PvdA voorzien grijze opstand tegen Bos’; ‘Marcel van Dam knoeit met cijfers’ en ‘Wouter Bos pakt de ouderen’.

De uitspraak dat Bos de kiezer misleidt en de gepensioneerden in zijn plannen keihard aanpakt is uiterst negatief. Het hitst de tegenstellingen op tussen jong en oud. Het laten vervallen van het lage belastingtarief voor ouderen en 65-plussers mee laten betalen aan de AOW lijkt op een kiezersstunt van de eerste orde. Als dit de sociaal-economische visie wordt van de PvdA voor de volgende parlementsverkiezingen dan is het terecht dat de coryfeeën Van Dam en Peper stellen niet in 2007 te stemmen op de PvdA. Het valt echter te betwijfelen of dit moet leiden tot de oprichting van een “Progessieve Ouderen Partij”.

Het mobiliseren van ouderen is een goede zaak. De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen juicht deze gedachtengang van de heren Van Dam en Peper van harte toe. Immers de NBP zet zich al jaren in voor goede belangenbehartiging ten aanzien van de ontwikkelingen op het gebied van de pensioenen en aanverwante zaken. Niet alleen voor de huidige, maar ook voor jongere toekomstige gepensioneerden. Gepleit wordt dan ook voor een ‘nationaal pensioendebat’ dat is zinvoller dan nu – in het vooruitzicht van de verkiezingen in 2007 – met modder te gooien. Ongeacht om welke (politieke) partij het dan ook gaat.

Het lijkt op misleiding als volgens het CPB de aanvullende pensioenen tot 2024 niet of niet geheel kunnen worden geïndexeerd. Zou dit waar zjin dan betekent dat de aanvullende pensioenen in 2024 ruim 12% lager zullen zijn dan bij een volledige compensatie. Ook dat pleit voor een ‘nationaal pensioendebat’. Het kan niet zo zijn dat gepensioneerden, die niet meer in staat zijn iets aan hun inkomenspositie te veranderen, telkenmale keihard worden aangepakt. Het staat ook haaks op de politieke zienswijze van velen om zich blijvend te willen inzetten voor een welvaartsvaste AOW. Voor misleiding is dan geen plaats. Dit zou lijken op ‘kiezersbedrog’.